8.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 278/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1660 VAN DE COMMISSIE

van 7 november 2018

tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van bepaalde levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong uit bepaalde derde landen wegens de risico's op verontreiniging met bestrijdingsmiddelenresiduen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009 en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2), en met name artikel 15, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid passende EU-noodmaatregelen vast te stellen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de gezondheid van mens, dier of het milieu te beschermen, wanneer het duidelijk is dat de levensmiddelen en diervoeders waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid van mens en dier vormen en dat dat risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de afzonderlijke lidstaten getroffen maatregelen. Die EU-noodmaatregelen kunnen bestaan uit het opleggen van bijzondere voorwaarden voor invoer van de betrokken producten.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (3) is voorzien in meer uitgebreide officiële controles op de invoer van de in bijlage I bij die verordening vermelde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong. Wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam zijn in die bijlage opgenomen en zijn bijgevolg onderworpen aan meer uitgebreide officiële controles.

(3)

Uit de resultaten van de officiële controles die de lidstaten in het kader van Verordening (EG) nr. 669/2009 hebben verricht, de gegevens uit kennisgevingen die zijn ontvangen via het bij Verordening (EG) nr. 178/2002 ingestelde systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders, auditverslagen van de Commissie, verslagen ontvangen uit derde landen en de uitwisseling van informatie tussen de Commissie, de lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid blijkt bij wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije een voortdurende hoge frequentie van niet-naleving van de in Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (4) vastgestelde maximumgehalten. Daardoor kon zelfs na verhoging van de frequentie van de controles aan de grenzen van de Unie geen verbetering van de situatie worden geconstateerd.

(4)

Uit de resultaten van de officiële controles die de lidstaten in het kader van Verordening (EG) nr. 669/2009 hebben verricht, blijkt bij pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam een hoge frequentie van niet-naleving van de in Verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen. Uit een audit die in maart 2017 in Vietnam door de Commissie is verricht ter beoordeling van de controle op bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen van plantaardige oorsprong die bestemd zijn voor uitvoer naar de Europese Unie, is gebleken dat er geen doeltreffend officieel systeem bestaat voor de controle van levensmiddelen die naar de Unie worden uitgevoerd en dat de autoriteiten voor Vietnamese producten geen naleving van de maximumresidugehalten voor bestrijdingsmiddelenresiduen kunnen waarborgen.

(5)

Dat toont aan dat de invoer van wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en van pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid vormt en dat een dergelijk risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de huidige maatregelen. Daarom is het noodzakelijk bijzondere invoervoorwaarden voor wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam vast te stellen.

(6)

Kerrieblad uit India is momenteel onderworpen aan de bijzondere invoervoorwaarden die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014 van de Commissie (5) zijn vastgesteld. Voor dat product moeten bijzondere invoervoorwaarden worden gehandhaafd, gelet op de gegevens uit kennisgevingen die via het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders zijn ontvangen en de resultaten van de officiële controles die in het kader van Verordening (EU) nr. 885/2014 door de lidstaten zijn verricht, waaruit een voortdurend hoge frequentie van niet-naleving blijkt.

(7)

Daarom is het passend te eisen dat kerrieblad uit India, wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam vóór uitvoer naar de Unie worden onderworpen aan officiële controles, met inbegrip van bemonstering en analyse, om te waarborgen dat die producten aan de toepasselijke wettelijke voorschriften voldoen. Alle zendingen van dergelijke producten moeten vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat waarin wordt verklaard dat de producten zijn bemonsterd overeenkomstig Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie (6).

(8)

Om te zorgen voor een doeltreffende organisatie en een zekere mate van harmonisatie op Unieniveau van de controles bij invoer met betrekking tot de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelenresiduen in en op kerrieblad uit India, wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam, is het passend in deze verordening controleprocedures vast te stellen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van Verordening (EG) nr. 669/2009.

(9)

Om rekening te houden met de specifieke aard van niet-naleving van de voorschriften inzake documenten, is het passend regels vast te stellen betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen indien de zending niet van zowel de bemonsterings- en de analyseresultaten als het gezondheidscertificaat vergezeld gaat of indien die resultaten of dat gezondheidscertificaat niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen.

(10)

Verordening (EG) nr. 882/2004 schrijft voor dat de bevoegde autoriteiten de Commissie en de overige lidstaten in kennis stellen van aan de grens afgewezen zendingen. Wat bestrijdingsmiddelen betreft, moet worden verduidelijkt dat de bevoegde autoriteiten, wanneer zij een zending van in deze verordening opgenomen levensmiddelen afwijzen, daarvan in geval van niet-naleving van een maximumresidugehalte als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 396/2005 kennis moeten geven, ongeacht of de acute referentiedosis is overschreden.

(11)

Om gegevens te verzamelen voor de continue risicobeoordeling voor de goederen die onder deze verordening vallen en om waar nodig bestaande maatregelen aan te passen, moeten de lidstaten ertoe worden verplicht twee keer per jaar bij de Commissie een verslag in te dienen over alle analyseresultaten van de officiële controles die uit hoofde van deze verordening worden verricht. Bepaalde lidstaten registreren het gemeenschappelijke document van binnenkomst met betrekking tot bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong op vrijwillige basis in het bij de Beschikkingen 2003/24/EG (7) en 2004/292/EG (8) van de Commissie ingestelde Traces-systeem (Trade Control and Expert System), en verstrekken de Commissie op die manier informatie over het aantal ingevoerde zendingen en de resultaten van de bij deze verordening vastgestelde controles. Indien lidstaten het gemeenschappelijke document van binnenkomst in overeenstemming met deze verordening registreren, moet derhalve worden geacht dat aan die rapportageverplichting is voldaan.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen moeten vóór 31 oktober 2019 worden geëvalueerd om na te gaan of zij nog steeds nodig zijn.

(13)

Er moeten passende financiële middelen beschikbaar worden gesteld om officiële controles overeenkomstig deze verordening te organiseren. Bijgevolg moeten de kosten van die officiële controles worden gedragen door de exploitanten van de levensmiddelenbedrijven die voor de zendingen verantwoordelijk zijn.

(14)

Ter wille van de transparantie en de samenhang tussen de toepasselijke regels moeten alle specifieke voorwaarden voor de invoer van kerrieblad uit India, wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam met betrekking tot de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelenresiduen worden uiteengezet in deze verordening. Daarom moeten de vermeldingen voor wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije en pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam uit bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 worden geschrapt en moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014 betreffende kerrieblad uit India worden ingetrokken.

(15)

Om exploitanten voldoende tijd te geven om zich aan te passen aan de voorschriften van deze verordening, moet deze verordening met ingang van 8 december 2018 van toepassing zijn. Ter wille van de rechtszekerheid is het passend vast te stellen dat de lidstaten gedurende een overgangsperiode de invoer moeten toestaan van zendingen wijnstokbladeren (druivenbladeren) uit Turkije, pitahaya's (drakenvruchten) uit Vietnam en van kerrieblad uit India, die het land van oorsprong of het land van verzending, indien dat een ander land is dan het land van oorsprong, vóór 8 december 2018 hebben verlaten, op voorwaarde dat die zendingen voldoen aan respectievelijk de eisen van Verordening (EG) nr. 669/2009 zoals van kracht op 7 december 2018 en van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op zendingen levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I.

Deze verordening is ook van toepassing op samengestelde levensmiddelen die meer dan 20 % van een van de in bijlage I opgenomen levensmiddelen bevatten.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op zendingen levensmiddelen die bestemd zijn voor een particulier, uitsluitend voor persoonlijke consumptie of gebruik. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de ontvanger van de zending.

Artikel 2

Definities

Voor de uitvoering van deze verordening zijn de definities van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van toepassing.

De in artikel 3, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 669/2009 vastgestelde definities van „gemeenschappelijk document van binnenkomst” en „aangewezen punt van binnenkomst” zijn eveneens van toepassing.

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „zending” verstaan: een partij als bedoeld in Richtlijn 2002/63/EG.

Voor de toepassing van artikel 11, lid 3, gelden de definities van Verordening (EG) nr. 396/2005.

Artikel 3

Invoer in de Unie

Zendingen levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, mogen alleen in de Unie worden ingevoerd in overeenstemming met de in deze verordening vastgestelde procedures.

Dergelijke zendingen mogen de Unie alleen binnenkomen via een aangewezen punt van binnenkomst.

Artikel 4

Resultaten van bemonstering en analyse

1.   Elke zending levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, gaat vergezeld van de resultaten van de bemonstering en analyse die zijn verricht door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong als vermeld in bijlage I of van het derde land van waaruit de zending is verzonden, indien het een ander land dan het land van oorsprong is, om te bevestigen dat is voldaan aan de wetgeving van de Unie inzake de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen.

2.   De bemonstering als bedoeld in lid 1 wordt verricht overeenkomstig Richtlijn 2002/63/EG.

3.   De analyse als bedoeld in lid 1 wordt verricht door laboratoria die geaccrediteerd zijn overeenkomstig de norm ISO/IEC 17025 betreffende „Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria”.

Artikel 5

Gezondheidscertificaat

1.   Elke zending levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, gaat vergezeld van het originele exemplaar van een gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage II.

2.   Het gezondheidscertificaat wordt ingevuld, ondertekend en geverifieerd door de bevoegde autoriteit van het land van oorsprong, of van het land van waaruit de zending is verzonden indien dit een ander land dan het land van oorsprong is.

3.   Het gezondheidscertificaat wordt opgesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar het aangewezen punt van binnenkomst zich bevindt. Een lidstaat kan er echter mee instemmen dat gezondheidscertificaten worden opgesteld in een andere officiële taal van de Unie.

4.   Het gezondheidscertificaat moet worden afgegeven voordat de zending waarop het betrekking heeft buiten de controle valt van de bevoegde autoriteit die het afgeeft.

5.   Het gezondheidscertificaat is slechts geldig gedurende vier maanden vanaf de datum van afgifte.

6.   Het originele gezondheidscertificaat wordt voorgelegd aan en bewaard door de bevoegde autoriteiten van het aangewezen punt van binnenkomst.

Artikel 6

Identificatie

Elke zending levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, wordt geïdentificeerd met een code die overeenkomt met de code die wordt vermeld in de resultaten van de bemonstering en de analyse als bedoeld in artikel 4, en in het gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 5. Die identificatiecode wordt op elke afzonderlijke zak of andere soort verpakking van de zending aangegeven.

Artikel 7

Vooraanmelding van zendingen

1.   Levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers stellen de bevoegde autoriteiten op het aangewezen punt van binnenkomst vooraf in kennis van de verwachte datum en tijd van de fysieke aankomst van zendingen levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, en van de aard van de zending.

2.   Met het oog op de voorafgaande kennisgeving vullen exploitanten van levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers deel I van het gemeenschappelijke document van binnenkomst (GDB) in en zenden dat document ten minste één werkdag vóór de fysieke aankomst van de zending naar de bevoegde autoriteiten op het aangewezen punt van binnenkomst.

3.   Voor het invullen van het GDB op grond van deze verordening houden de exploitanten van levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers rekening met de richtsnoeren voor het gebruik van het GDB, vastgelegd in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 669/2009.

Artikel 8

Officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten op het aangewezen punt van binnenkomst verrichten documentencontroles met betrekking tot alle zendingen levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, om na te gaan of aan de voorschriften van de artikelen 4 en 5 is voldaan.

2.   De lidstaten voeren identiteits- en fysieke controles uit op zendingen, met inbegrip van bemonstering en analyse, in overeenstemming met artikel 8, lid 1, en de artikelen 9 en 19 van Verordening (EG) nr. 669/2009 met de frequentie die is bepaald in bijlage I bij deze verordening.

3.   Na beëindiging van de controles doen de bevoegde autoriteiten het volgende:

a)

zij vullen de relevante punten van deel II van het GDB in;

b)

zij voegen de resultaten van de overeenkomstig lid 2 van dit artikel verrichte bemonsteringen en analyses bij het GDB;

c)

zij vermelden het GDB-referentienummer op het GDB;

d)

zij stempelen en ondertekenen het origineel van het GDB;

e)

zij maken en bewaren een kopie van het ondertekende en afgestempelde GDB.

4.   De bevoegde autoriteiten van het aangewezen punt van binnenkomst verstrekken de voor de zending verantwoordelijke exploitant een gewaarmerkte kopie van het gezondheidscertificaat dan wel, indien het een gesplitste zending betreft, afzonderlijk gewaarmerkte kopieën van dat certificaat.

5.   Het origineel van het GDB vergezelt de zending gedurende haar vervoer totdat zij in het vrije verkeer is gebracht.

Artikel 9

Splitsing van zendingen

1.   Zendingen mogen niet worden gesplitst voordat alle officiële controles zijn uitgevoerd en het GDB door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 8 volledig is ingevuld.

2.   Indien de zending naderhand wordt gesplitst, gaat tijdens het vervoer elk deel van de zending vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het GDB totdat deze in het vrije verkeer wordt gebracht.

Artikel 10

In het vrije verkeer brengen

Het in het vrije verkeer brengen van zendingen is afhankelijk van de overlegging door de exploitant van het levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger aan de douaneautoriteiten van een GDB dat door de bevoegde autoriteit naar behoren is ingevuld zodra alle officiële controles zijn uitgevoerd. De douaneautoriteiten staan het in het vrije verkeer brengen van de zending pas toe als in vak II.14 van het GDB is vermeld dat de bevoegde autoriteit een positief besluit heeft genomen en het GDB in vak II.21 daarvan is ondertekend.

Artikel 11

Niet-naleving

1.   Indien uit de officiële controles overeenkomstig artikel 8 blijkt dat de desbetreffende wetgeving van de Unie, met inbegrip van deze verordening, niet is nageleefd, vult de bevoegde autoriteit deel III van het GDB in en worden overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21 van Verordening (EG) nr. 882/2004 maatregelen genomen.

2.   Indien een zending niet vergezeld gaat van de in artikel 4 bedoelde resultaten van bemonstering en analyse en het in artikel 5 bedoelde gezondheidscertificaat of indien die resultaten of dat gezondheidscertificaat niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, wordt de zending niet in de Unie ingevoerd, maar teruggezonden buiten de Unie of vernietigd.

3.   Wanneer de bevoegde autoriteit op het aangewezen punt van binnenkomst het binnenbrengen van een zending levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, niet toestaat wegens niet-naleving van een maximumresidugehalte als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 396/2005, geeft zij van deze afwijzing aan de grens onmiddellijk kennis overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EG) nr. 882/2004.

Artikel 12

Verslagen

1.   De lidstaten brengen twee keer per jaar, tegen het einde van de maand die volgt op het eind van elk halfjaar, verslag uit aan de Commissie over alle analyseresultaten van officiële controles van zendingen levensmiddelen overeenkomstig deze verordening.

Dat verslag bevat de volgende informatie:

a)

het aantal ingevoerde zendingen;

b)

het aantal zendingen waarvan monsters zijn genomen voor analyse;

c)

de resultaten van de in artikel 8, lid 2, bedoelde controles.

2.   Indien lidstaten de door hun respectieve bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening afgegeven gemeenschappelijke documenten van binnenkomst in Traces registreren, wordt geacht dat aan de rapportageverplichtingen van lid 1 is voldaan.

Artikel 13

Evaluatie

Deze verordening wordt geëvalueerd vóór 31 oktober 2019.

Artikel 14

Kosten

Alle kosten in verband met de officiële controles, waaronder die van bemonstering, analyse, opslag en alle maatregelen die worden genomen wanneer de levensmiddelen niet aan de eisen voldoen, komen voor rekening van de voor de zending verantwoordelijke exploitanten van de levensmiddelenbedrijven.

Artikel 15

Wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de vermeldingen met betrekking tot Turkije wordt de vermelding met betrekking tot „Wijnstokbladeren (druivenbladeren)” geschrapt.

b)

in de vermeldingen met betrekking tot Vietnam wordt de vermelding met betrekking tot „Pitahaya's (drakenvruchten)” geschrapt.

Artikel 16

Intrekking

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014 wordt ingetrokken.

Artikel 17

Overgangsmaatregelen

Gedurende een periode van drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening staan de lidstaten het binnenbrengen toe van zendingen kerrieblad van oorsprong uit India die het land van oorsprong of het land van verzending, indien dat een ander land is dan het land van oorsprong, vóór 8 december 2018 hebben verlaten, op voorwaarde dat die zendingen voldoen aan de eisen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014.

Gedurende een periode van drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening staan de lidstaten het binnenbrengen toe van zendingen wijnbladeren (druivenbladeren) van oorsprong uit Turkije en van pitahaya's (drakenvruchten) van oorsprong uit Vietnam die het land van oorsprong of het land van verzending, indien dat een ander land is dan het land van oorsprong, vóór 8 december 2018 hebben verlaten, op voorwaarde dat die zendingen voldoen aan de eisen van Verordening (EG) nr. 669/2009 zoals van kracht op 7 december 2018.

Artikel 18

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 8 december 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 november 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)   PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).

(4)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2014 van de Commissie van 13 augustus 2014 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van okra's en kerrieblad uit India en houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 (PB L 242 van 14.8.2014, blz. 20).

(6)  Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (PB L 187 van 16.7.2002, blz. 30).

(7)  Beschikking 2003/24/EG van de Commissie van 30 december 2002 met betrekking tot de invoering van een geïntegreerd veterinair computersysteem (PB L 8 van 14.1.2003, blz. 44).

(8)  Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63).


BIJLAGE I

Levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong onderworpen aan bijzondere voorwaarden met betrekking tot de invoer ervan in de Europese Unie

Levensmiddelen (beoogd gebruik)

GN-code (1)

Taric-onderverdeling

Land van oorsprong

Risico

Frequentie van fysieke en identiteits controles (%) bij invoer

Pitahaja's (drakenvruchten)

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

ex 0810 90 20

10

Vietnam (VN)

Residuen van bestrijdingsmiddelen die in het overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (controle op bestrijdingsmiddelen alleen in/op producten van plantaardige oorsprong) (2) vastgestelde controleprogramma zijn opgenomen en residuen van dithiocarbamaten (3) (dithiocarbamaten uitgedrukt als CS2, inclusief maneb (3), mancozeb (3), metiram (3), propineb (3), thiram (3) en ziram (3)), fenthoaat (2) en quinalfos (2).

10

Kerrieblad (Bergera/Murraya koenigii)

(Levensmiddelen — vers, gekoeld of gedroogd)

ex 1211 90 86

10

India (IN)

Residuen van bestrijdingsmiddelen die in het overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (controle op bestrijdingsmiddelen alleen in/op producten van plantaardige oorsprong) (2) vastgestelde controleprogramma zijn opgenomen en residuen van acefaat (2).

20

Wijnstokbladeren (druivenbladeren)

(Levensmiddelen)

ex 2008 99 99

11 , 19

Turkije (TR)

Residuen van bestrijdingsmiddelen die in het overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (controle op bestrijdingsmiddelen alleen in/op producten van plantaardige oorsprong) (2) vastgestelde controleprogramma zijn opgenomen en residuen van dithiocarbamaten (3) (dithiocarbamaten uitgedrukt als CS2, inclusief maneb (3), mancozeb (3), metiram (3), propineb (3), thiram (3) en ziram (3)) en metrafenon (2).

20


(1)  Indien slechts bepaalde onder een GN-code vallende producten behoeven te worden onderzocht en in de goederennomenclatuur geen specifieke onderverdeling voor die code bestaat, wordt de GN-code voorafgegaan door „ex”.

(2)  Residuen van bestrijdingsmiddelen, zoals gebleken uit analyse met multiresidumethoden op basis van CG-MS en LC-MS.

(3)  Residuen van bestrijdingsmiddelen, zoals gebleken uit analyse met specifieke residumethoden.


BIJLAGE II

Image 1
Tekst van het beeld
Image 2
Tekst van het beeld