5.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/36


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2018/1645 VAN DE COMMISSIE

van 13 juli 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de vorm en de inhoud van de bij de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat in te dienen erkenningsaanvraag en betreffende de presentatie van informatie in de kennisgeving aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (1), en met name artikel 32, lid 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een in een derde land gevestigde benchmarkbeheerder kan een aanvraag tot erkenning in de Unie indienen. In zijn erkenningsaanvraag moet die beheerder een omvattend overzicht geven van de regelingen, beleidsregels en procedures die hij heeft vastgesteld om te voldoen aan de toepasselijke vereisten van Verordening (EU) 2016/1011. Deze verordening beoogt ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten in de hele Unie eenvormige en coherente informatie ontvangen van benchmarkbeheerders in niet-EU-landen die erkenning aanvragen.

(2)

De erkenningsaanvraag dient informatie te bevatten met betrekking tot de keuze van de referentielidstaat, overeenkomstig artikel 32, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1011, en de wettelijke vertegenwoordiger in de referentielidstaat. Aan de hand van die informatie dient de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat zich ervan te kunnen vergewissen dat de referentielidstaat correct is bepaald en dat een vertegenwoordiger van de beheerder uit een niet-EU-land in die lidstaat is gevestigd en de door Verordening (EU) 2016/1011 vereiste handelingsbevoegdheid heeft.

(3)

Om de bevoegde autoriteit in staat te stellen na te gaan of belangenconflicten die uit de zakelijke belangen van de eigenaren van de aanvrager voortvloeien, mogelijk ten koste gaan van de onafhankelijkheid van de aanvrager — en zodoende de nauwkeurigheid en integriteit van diens benchmark kunnen aantasten — dient de aanvrager informatie te verstrekken over de activiteiten van zijn eigenaren en de eigendomsstructuur van zijn moederondernemingen.

(4)

De aanvrager dient informatie te verstrekken over de samenstelling, het functioneren en de mate van onafhankelijkheid van zijn bestuursorganen, zodat de bevoegde autoriteit kan beoordelen of de corporategovernancestructuur de onafhankelijkheid van de beheerder garandeert bij de benchmarkberekening en het vermijden van belangenconflicten.

(5)

Met het oog op de beoordeling van de wijze waarop belangenconflicten worden uitgeschakeld of beheerd en openbaar gemaakt, dient de aanvrager de bevoegde autoriteit toelichting te verschaffen over de vraag hoe ontstaande belangenconflicten worden geïdentificeerd, vastgelegd, beheerd, beperkt, voorkomen en verholpen.

(6)

Om de bevoegde autoriteit in staat te stellen de pertinentie en robuustheid van de internecontrolestructuur en het toezichts- en verantwoordingskader te beoordelen, dient de aanvrager de bevoegde autoriteit informatie te verstrekken over de beleidsregels en procedures voor het monitoren van de activiteiten voor het aanbieden van een benchmark of een groep benchmarks.

(7)

De erkenningsaanvraag dient informatie te bevatten waaruit blijkt dat de controles van de inputgegevens die worden gebruikt om de door de aanvrager aangeboden benchmarks te berekenen, toereikend zijn om de representativiteit, nauwkeurigheid en integriteit van die gegevens te garanderen.

(8)

Ten einde de bevoegde autoriteit in staat te stellen te evalueren of de door de aanvrager verschafte benchmarks geschikt zijn voor het voortgezette of geplande gebruik ervan in de Unie, met als uiteindelijk doel de opname ervan in het register van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/1011, dient de aanvrager in de erkenningsaanvraag een lijst van alle benchmarks te verschaffen die al in de Unie worden gebruikt of waarvan gebruik in de Unie in de toekomst wordt beoogd, samen met een beschrijving daarvan.

(9)

Door de aanvrager verschafte informatie over de aard en de kenmerken van de benchmarks is van belang om ten genoegen van de bevoegde autoriteit aan te tonen of bij het maken van de beoordeling van de naleving van de toepasselijke vereisten van Verordening (EU) 2016/1011 al dan niet rekening dient te worden gehouden met eventueel van toepassing zijnde bijzondere regimes, benchmarks op basis van gereguleerde gegevens en grondstoffenbenchmarks die niet zijn gebaseerd op indieningen van contribuanten die voor het merendeel onder toezicht staande entiteiten zijn, zoals bepaald in Verordening (EU) 2016/1011.

(10)

Wanneer de aanvrager van mening is dat één of meer van zijn benchmarks significant of niet-significant zijn, dient hij in de erkenningsaanvraag informatie op te nemen over de mate waarin dit soort benchmark of benchmarks in de Unie wordt of worden gebruikt, zodat de bevoegde autoriteit kan nagaan of de kwalificatie als significant of niet-significant correct is. Door de aanvrager verschafte benchmarks die nog niet in de Unie worden gebruikt en die in de erkenningsaanvraag zijn opgenomen met het oog op het toekomstige gebruik ervan in de Unie, worden, overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2016/1011, als niet-significante benchmarks beschouwd.

(11)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) bij de Commissie heeft ingediend.

(12)

ESMA heeft open publieke consultaties gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht.

(13)

Beheerders dienen voldoende tijd te krijgen om aanvragen voor te bereiden en te zorgen voor de naleving van de vereisten van deze verordening en de in de bijlage genoemde technische reguleringsnormen. Deze verordening dient derhalve twee maanden na de inwerkingtreding ervan van toepassing te worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Algemene vereisten

1.   Een in een derde land gevestigde beheerder verschaft bij het aanvragen van een erkenning overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2016/1011 de in de bijlage genoemde gegevens.

2.   Wanneer de aanvrager bepaalde vereiste gegevens niet heeft opgenomen, bevat de aanvraag een toelichting waarom die gegevens niet zijn verstrekt.

Artikel 2

Formaat van de aanvraag

1.   De erkenningsaanvraag wordt ingediend in de officiële taal of een van de officiële talen van de referentielidstaat, tenzij in de bijlage anders is aangegeven. De in punt 8 van de bijlage bedoelde documenten worden ingediend in een in internationale financiële kringen gangbare taal of in de officiële taal of een van de officiële talen van de referentielidstaat.

2.   De erkenningsaanvraag wordt elektronisch ingediend of, indien de betrokken bevoegde autoriteit daarmee instemt, op papier. Die elektronische middelen garanderen de volledigheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens tijdens de verzending. De aanvrager zorgt ervoor dat ieder ingediend document duidelijk aangeeft op welk specifiek vereiste van deze verordening het betrekking heeft.

Artikel 3

Specifieke informatie over beleidsregels en procedures

1.   Beleidsregels en procedures die zijn vastgesteld om te voldoen aan vereisten van Verordening (EU) 2016/1011 en die in een aanvraag worden beschreven, omvatten of gaan vergezeld van:

a)

een vermelding van de identiteit van de persoon of personen die verantwoordelijk is of zijn voor de goedkeuring en instandhouding van de beleidsregels en procedures;

b)

een beschrijving van de wijze waarop de naleving van de beleidsregels en procedures wordt gemonitord en de identiteit van de persoon of personen die voor deze monitoring verantwoordelijk is of zijn;

c)

een beschrijving van de in het geval van een inbreuk op de beleidsregels en procedures te nemen maatregelen.

2.   Wanneer een aanvrager een onderneming binnen een groep is, kan deze aan lid 1 voldoen door de beleidsregels en procedures van zijn groep in te dienen voor zover deze betrekking hebben op het aanbieden van benchmarks.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 25 januari 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).


BIJLAGE

Informatie te verstrekken bij een vergunningsaanvraag op grond van artikel 32 van Verordening (EU) 2016/1011

AFDELING A — INFORMATIE OVER DE AANBIEDENDE PERSOON EN DIENS WETTELIJKE VERTEGENWOORDIGER IN DE UNIE

1.   ALGEMENE INFORMATIE

a)

Volledige naam van de aanvrager en zijn identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI).

b)

Adres van het kantoor in het land van vestiging.

c)

Rechtsstatus.

d)

Website (voor zover beschikbaar).

e)

Wanneer de aanvrager aan toezicht is onderworpen in het niet-EU-land waar deze is gevestigd: informatie over diens actuele vergunningsstatus, inclusief de activiteiten waarvoor hij over een vergunning beschikt, de naam en het adres van de bevoegde autoriteit in het niet-EU-land en de link naar het register van die bevoegde autoriteit, voor zover beschikbaar. Wanneer meer dan één autoriteit met het toezicht is belast, worden nadere bijzonderheden over de respectieve bevoegdheidsterreinen verstrekt.

f)

Een beschrijving van de activiteiten van de aanvrager in de EU en in niet-EU-landen, al dan niet onderworpen aan financiële regulering in de EU of buiten de EU, die relevant zijn voor de activiteit van het aanbieden van benchmarks, samen met een beschrijving van de plaats waar deze activiteiten worden uitgevoerd.

g)

Wanneer de aanvrager deel uitmaakt van een groep: zijn groepsstructuur, samen met het schema met de eigendomsstructuur, waaruit de banden tussen moederondernemingen en dochterondernemingen blijken. De in dit schema voorkomende ondernemingen en dochterondernemingen worden geïdentificeerd aan de hand van hun volledige naam, rechtsvorm en het adres van de statutaire zetel en het hoofdkantoor.

h)

Een zelfverklaring van betrouwbaarheid, met inbegrip van (voor zover van toepassing) gegevens over:

i)

afgesloten en lopende procedures van disciplinaire aard tegen hem (tenzij hij ontslagen is);

ii)

weigering van een vergunning of registratie door een financiële autoriteit;

iii)

intrekking van een vergunning of registratie door een financiële autoriteit.

2.   WETTELIJKE VERTEGENWOORDIGER IN DE REFERENTIELIDSTAAT

a)

Documenten ter onderbouwing van de keuze van de referentielidstaat, aan de hand van de criteria van artikel 32, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1011.

b)

Met betrekking tot de wettelijke vertegenwoordiger in de referentielidstaat als beschreven in artikel 32, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1011 de volgende gegevens:

i)

volledige naam;

ii)

titel (in het geval van een natuurlijke persoon) of rechtsstatus (in het geval van een rechtspersoon);

iii)

in het geval van een rechtspersoon: alle oprichtingsakten, statuten of andere oprichtingsdocumenten, plus een toelichting of deze al dan niet aan het toezicht door een toezichthoudende autoriteit is onderworpen;

iv)

adres;

v)

e-mailadres;

vi)

telefoonnummer;

vii)

schriftelijke bevestiging van de bevoegdheid van de wettelijke vertegenwoordiger om op te treden namens de aanvrager in overeenstemming met artikel 32, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1011;

viii)

nadere gegevens over de uitoefening van de toezichtfunctie door de wettelijke vertegenwoordiger met betrekking tot het aanbieden van benchmarks die in de Unie kunnen worden gebruikt;

ix)

naam, titel, adres, e-mailadres en telefoonnummer van een contactpersoon bij de wettelijke vertegenwoordiger.

3.   ORGANISATIESTRUCTUUR EN GOVERNANCE

a)

Interne organisatiestructuur met betrekking tot de raad van bestuur, directiecomités, toezichtfunctie en ieder ander intern orgaan dat significante managementfuncties uitoefent en betrokken is bij het aanbieden van een benchmark, met inbegrip van:

i)

hun taakomschrijving of een samenvatting daarvan, en

ii)

de vraag of zij zich houden aan governancecodes of gelijksoortige bepalingen.

b)

Procedures die garanderen dat de werknemers van de beheerder en alle andere natuurlijke personen van wie de diensten tot zijn beschikking of onder zijn zeggenschap worden gesteld en die rechtstreeks betrokken zijn bij het aanbieden van een benchmark, over de nodige kennis, kunde en ervaring beschikken voor de hun opgedragen taken en handelen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1011.

c)

Het aantal (tijdelijke en vaste) werknemers dat betrokken is bij het aanbieden van een benchmark.

4.   BELANGENCONFLICTEN

a)

De beleidsregels en procedures die betrekking hebben op:

i)

de wijze waarop bestaande en potentiële belangenconflicten worden of zullen worden geïdentificeerd, geregistreerd, beheerd, beperkt, voorkomen of verholpen;

ii)

bijzondere omstandigheden die van toepassing zijn op de aanvrager of op een bepaalde door de aanvrager aangeboden benchmark die in de Unie kan worden gebruikt, ten aanzien waarvan de kans op belangenconflicten het grootst is, ook wanneer bij de bepaling van de benchmark een deskundig oordeel of keuzevrijheid wordt gehanteerd, wanneer de aanvrager tot dezelfde groep behoort als een gebruiker van een benchmark en wanneer de aanbieder een deelnemer is aan de markt of de economische realiteit die de benchmark moet meten.

b)

Voor een benchmark of een groep benchmarks: een lijst van geïdentificeerde materiële belangenconflicten, samen met de respectieve risicobeperkende maatregelen.

c)

De structuur van het beloningsbeleid, met nadere vermelding van de criteria die worden gebruikt om de beloning te bepalen van de personen die direct of indirect betrokken zijn bij de activiteit van het aanbieden van benchmarks.

5.   INTERNECONTROLESTRUCTUUR, TOEZICHT- EN VERANTWOORDINGSKADER

a)

Beleidsregels en procedures voor het monitoren van de activiteiten met betrekking tot het aanbieden van een benchmark of een groep benchmarks, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

i)

de informatietechnologiesystemen;

ii)

het risicobeheer, samen met het in kaart brengen van de risico's die zich kunnen voordoen en die van invloed kunnen zijn op de nauwkeurigheid, integriteit en representativiteit van de aangeboden benchmark of de continuïteit van de aanbieding, samen met de respectieve risicobeperkende maatregelen;

iii)

de opzet, de rol en het functioneren van de toezichtfunctie, zoals beschreven in artikel 5 van Verordening (EU) 2016/1011 en nader ingevuld in de op grond van artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 (1) vastgestelde technische reguleringsnormen, of de overeenkomstige door de International Organisation of Securities Commissions (IOSCO) op 17 juli 2013 overeengekomen beginselen voor financiële benchmarks (hierna „IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks” genoemd), dan wel de op 5 oktober 2012 door IOSCO overeengekomen beginselen voor bureaus voor olieprijsnoteringen (hierna „IOSCO-beginselen voor PRA's” genoemd), al naargelang, met inbegrip van procedures voor de benoeming, vervanging of verwijdering van personen binnen de toezichtfunctie;

iv)

de opzet, de rol en het functioneren van het controlekader, zoals beschreven in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/1011, of de overeenkomstige IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of voor PRA's, al naargelang, met inbegrip van procedures voor de benoeming, vervanging of verwijdering van voor dit kader verantwoordelijke personen;

v)

de opzet, de rol en het functioneren van het verantwoordingskader, zoals beschreven in artikel 7 van Verordening (EU) 2016/1011, of de overeenkomstige IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of voor PRA's, al naargelang, met inbegrip van procedures voor de benoeming, vervanging of verwijdering van voor dit kader verantwoordelijke personen.

b)

Noodplannen voor het tijdelijk bepalen en publiceren van een benchmark.

c)

Procedures voor de interne melding van inbreuken op Verordening (EU) 2016/1011 door managers, werknemers en andere natuurlijke personen wier diensten ter beschikking of onder zeggenschap van de aanvrager worden gesteld.

6.   UITBESTEDING

Wanneer van het proces voor het aanbieden van een benchmark of groep benchmarks deel uitmakende activiteiten worden uitbesteed:

a)

de uitbestedingsregelingen, met inbegrip van overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau, die de naleving aantonen van artikel 10 van Verordening (EU) 2016/1011, of van de overeenkomstige IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of voor PRA's, al naargelang;

b)

nadere gegevens over de uitbestede functies, tenzij deze informatie reeds in de betrokken contracten is opgenomen;

c)

beleidsregels en procedures met betrekking tot de uitbestede activiteiten, tenzij deze informatie reeds in de betrokken contracten is opgenomen.

7.   INACHTNEMING IOSCO-BEGINSELEN

a)

Voor zover beschikbaar, een beoordeling door een onafhankelijke externe controleur van de inachtneming van de op 17 juli 2013 door de International Organisation of Securities Commissions (IOSCO) overeengekomen beginselen voor financiële benchmarks, dan wel de op 5 oktober 2012 door IOSCO overeengekomen beginselen voor bureaus voor olieprijsnoteringen, al naargelang.

b)

Voor zover beschikbaar, in gevallen waarin de aanvrager aan toezicht is onderworpen: een door de bevoegde autoriteit van het niet-EU-land waar de aanvrager is gevestigd, afgegeven certificering dat de onder a) genoemde IOSCO-beginselen in acht worden genomen.

8.   ANDERE INFORMATIE

a)

De aanvrager kan alle voor zijn aanvraag relevante aanvullende informatie verstrekken die hij passend acht.

b)

De aanvrager verstrekt de vereiste informatie op de wijze en in de vorm die door de bevoegde autoriteit is vastgesteld.

AFDELING B — INFORMATIE OVER DE BENCHMARKS

9.   BESCHRIJVING VAN DE HUIDIGE OF GEPLANDE BENCHMARKS OF GROEPEN VAN BENCHMARKS DIE IN DE UNIE KUNNEN WORDEN GEBRUIKT

a)

Een door de aanvrager verschafte lijst met alle benchmarks die al in gebruik zijn in de Unie en, voor zover beschikbaar, de International Securities Identification Numbers (ISIN's) ervan.

b)

Een beschrijving van de benchmark of groep van benchmarks die al in de Unie in gebruik zijn, inclusief een beschrijving van de onderliggende markt of economische realiteit welke die benchmark of groep van benchmarks moet meten, samen met een indicatie van voor die beschrijving gebruikte bronnen, en eventueel een beschrijving van contribuanten aan deze benchmark of groep van benchmarks.

c)

Een lijst met alle benchmarks die op de markt zullen worden gebracht voor gebruik in de Unie en, voor zover beschikbaar, de ISIN's ervan.

d)

Een beschrijving van de benchmark of groep van benchmarks die op de markt moeten komen voor gebruik in de Unie, inclusief een beschrijving van de onderliggende markt of economische realiteit welke die benchmark of groep van benchmarks moet meten, samen met een indicatie van voor die beschrijving gebruikte bronnen, en eventueel een beschrijving van contribuanten aan deze benchmark of groep van benchmarks.

e)

Documenten die staven dat een onder b) en d) beschreven benchmark of groep van benchmarks kan worden beschouwd als benchmark op basis van gereguleerde gegevens in de zin van artikel 3, lid 1, punt 24, van Verordening (EU) 2016/1011, en dus aanspraak maken op de in artikel 17, lid 1, van diezelfde verordening opgesomde vrijstellingen.

f)

Documenten die staven dat een onder b) en d) beschreven benchmark of groep van benchmarks kan worden beschouwd als grondstoffenbenchmark in de zin van artikel 3, lid 1, punt 23, van Verordening (EU) 2016/1011 en niet is gebaseerd op indieningen van contribuanten die voor het merendeel onder toezicht staande entiteiten zijn, samen met bewijsmateriaal voor de tenuitvoerlegging van de vereisten voor het bijzondere regime als beschreven in artikel 19 van en bijlage II bij die verordening dan wel de overeenkomstige IOSCO-beginselen voor PRA's.

g)

Documenten die staven dat een onder b) en d) beschreven benchmark of groep van benchmarks kan worden beschouwd als rentevoetbenchmark in de zin van artikel 3, lid 1, punt 22, van Verordening (EU) 2016/1011, samen met bewijsmateriaal voor de tenuitvoerlegging van de vereisten voor het bijzondere regime als beschreven in artikel 18 van en bijlage I bij die verordening.

h)

Documenten die staven dat een onder b) beschreven benchmark of groep van benchmarks op het grondgebied van de Unie in een dergelijke mate wordt gebruikt dat deze benchmark of alle in die groep van benchmarks opgenomen benchmarks kwalificeren als significante benchmarks in de zin van artikel 3, lid 1, punt 26, van Verordening (EU) 2016/1011, dan wel als niet-significante benchmarks in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) 2016/1011. De te verschaffen informatie wordt — zo veel mogelijk — bepaald op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/66 van de Commissie (2) voor het beoordelen van de nominale waarde van financiële instrumenten niet zijnde derivaten, de notionele waarde van derivaten en de intrinsieke waarde van de naar de benchmarks buiten EU-landen verwijzende beleggingsfondsen, binnen de Unie, met inbegrip van het geval van een indirecte verwijzing naar een dergelijke benchmark binnen een combinatie van benchmarks.

i)

De achterliggende reden voor de beheerder om voor de benchmark een van de vrijstellingen van artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1011 (voor significante benchmarks) en artikel 26, lid 1, van diezelfde verordening (voor niet-significante benchmarks) aan te vragen. De informatie wordt, voor zover mogelijk, gepresenteerd aan de hand van het format vastgesteld in de op grond van artikel 25, lid 8, en artikel 26, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 vastgestelde technische uitvoeringsnormen (3).

j)

Informatie over maatregelen met betrekking tot correcties van een vaststelling of bekendmaking van een benchmark.

k)

Informatie over de door de aanbieder te volgen procedure bij wijzigingen of de stopzetting van een benchmark overeenkomstig artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1011, of de overeenkomstige ISOCO-beginselen voor financiële benchmarks of PRA's, al naargelang.

10.   INPUTGEGEVENS EN METHODE

a)

Voor elke benchmark of groep benchmarks: de beleidsregels en procedures met betrekking tot de inputgegevens, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

i)

het type gebruikte inputgegevens, de voorrangsorde bij het gebruik ervan en de uitoefening van keuzevrijheid of deskundig oordeel;

ii)

processen die moeten waarborgen dat inputgegevens toereikend, passend en verifieerbaar zijn;

iii)

de criteria waarmee wordt bepaald wie inputgegevens mag aanleveren bij de beheerder en het proces voor het selecteren van contribuanten;

iv)

de evaluatie van de inputgegevens van de contribuant en het proces voor validering van de inputgegevens.

b)

Voor elke benchmark of groep van benchmarks, met betrekking tot de methode:

i)

een beschrijving van de methode waarin de essentiële elementen van de methode onder de aandacht worden gebracht in overeenstemming met artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1011, en nader ingevuld in de op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1011 vastgestelde technische reguleringsnormen (4);

ii)

beleidsregels en procedures, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

de maatregelen om de methode te valideren en te evalueren, met inbegrip van alle uitgevoerde tests of back-testing;

het consultatieproces voor elke voorgestelde materiële wijziging van de methode.


(1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1637 van de Commissie van 13 juli 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de procedures en kenmerken van de toezichtfunctie (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/66 van de Commissie van 29 september 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door te specificeren hoe de nominale waarde van andere financiële instrumenten dan derivaten, de notionele waarde van derivaten en de intrinsieke waarde van beleggingsfondsen moeten worden beoordeeld (PB L 12 van 17.1.2018, blz. 11).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1106 van de Commissie van 8 augustus 2018 tot vaststelling van templates voor de door beheerders van significante en niet-significante benchmarks in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad bekend te maken en bij te houden nalevingsverklaring (PB L 202 van 9.8.2018, blz. 9).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1641 van de Commissie van 13 juli 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de informatie die door beheerders van cruciale of significante benchmarks moet worden verstrekt over de methodologie die wordt gebruikt om de benchmark vast te stellen, de interne evaluatie en goedkeuring van de methodologie en over de procedures voor het materieel wijzigen van de methodologie (zie bladzijde 21 van dit Publicatieblad).