25.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 240/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1285 VAN DE RAAD

van 24 september 2018

tot uitvoering van artikel 21, lid 5, van Verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011 (1), en met name artikel 21, lid 5,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 18 januari 2016 Verordening (EU) 2016/44 vastgesteld.

(2)

Het Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties („VN-Veiligheidsraad”), ingesteld krachtens Resolutie 1970 (2011) van de VN-Veiligheidsraad, heeft op 17 september 2018 de vermelding van vijf personen op de lijst van personen die aan beperkende maatregelen zijn onderworpen, gewijzigd.

(3)

Bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 september 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BOGNER-STRAUSS


(1)   PB L 12 van 19.1.2016, blz. 1.


BIJLAGE

1.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 21 vervangen door:

„21.

Naam: 1: ERMIAS 2: ALEM 3: n.v.t. 4: n.v.t.

Titel: n.v.t. Functie: Leider van een transnationaal netwerk van mensenhandel Geboortedatum: rond 1980 Geboorteplaats: Eritrea Zekere alias: Ermias Ghermay, Guro Onzekere alias: a) Ermies Ghermay b) Ermias Ghirmay Nationaliteit: Eritrea Paspoortnr.: n.v.t. Nationaal identificatienr.: n.v.t. Adres: (Bekend adres: Tripoli, Tarig sure no. 51, waarschijnlijk verhuisd naar Sabratha in 2015.) Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 225 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015).

Aanvullende informatie:

Ermias Alem is uitvoerig gedocumenteerd in diverse betrouwbare bronnen, waaronder strafrechtelijke onderzoeken, en wordt daarin geïdentificeerd als een van de belangrijkste actoren ten zuiden van de Sahara die betrokken zijn bij de illegale handel in migranten in Libië. Ermias Alem is leider van een transnationaal netwerk dat verantwoordelijk is voor het verhandelen en smokkelen van tienduizenden migranten, voornamelijk vanuit de Hoorn van Afrika naar de kust van Libië en vervolgens naar landen van bestemming in Europa en de Verenigde Staten. Hij beschikt over gewapende mannen, opslagplaatsen en detentiekampen, waar naar verluidt de mensenrechten van de migranten ernstig worden geschonden. Hij werkt nauw samen met Libische smokkelnetwerken, zoals dat van Mustafa, en wordt beschouwd als hun „oostelijke toeleveringsketen”. Zijn netwerk strekt zich uit van Sudan tot de Libische kust en tot Europa (Italië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk) en de Verenigde Staten. Alem leidt privédetentiekampen rond de Libische noordwestkust, waar migranten worden vastgehouden en waar ernstig misbruik van migranten heeft plaatsgevonden. Vanuit deze kampen worden de migranten naar Sabratha of Zawiya vervoerd. In de afgelopen jaren heeft Alem talloze levensgevaarlijke reizen over zee voor migranten (onder wie talrijke minderjarigen) georganiseerd. Het Hof van Palermo (Italië) vaardigde in 2015 aanhoudingsbevelen uit tegen Ermias Alem met betrekking tot het smokkelen van duizenden migranten in mensonwaardige omstandigheden, met inbegrip van de schipbreuk van 13 oktober 2013 nabij Lampedusa, waarbij 266 mensen het leven lieten.”.

2.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 22 vervangen door:

„22.

Naam: 1: FITIWI 2: ABDELRAZAK 3: n.v.t. 4: n.v.t.

Titel: n.v.t. Functie: Leider van een transnationaal netwerk van mensenhandel Geboortedatum: Ongeveer (30-35 jaar oud) Geboorteplaats: Massaua, Eritrea Zekere alias: Abdurezak, Abdelrazaq, Abdulrazak, Abdrazzak Onzekere alias: Fitwi Esmail Abdelrazak Nationaliteit: Eritrea Paspoortnr.: n.v.t. Nationaal identificatienr.: n.v.t. Adres: n.v.t. Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 22 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015).

Aanvullende informatie:

Fitiwi Abdelrazak is leider van een transnationaal netwerk dat verantwoordelijk is voor het verhandelen en smokkelen van tienduizenden migranten, voornamelijk vanuit de Hoorn van Afrika naar de kust van Libië en vervolgens naar landen van bestemming in Europa en de Verenigde Staten. Fitiwi Abdelrazak is in open bronnen en in meerdere strafrechtelijke onderzoeken geïdentificeerd als een van de belangrijkste actoren achter de uitbuiting en het misbruik van een groot aantal migranten in Libië. Abdelrazak heeft uitgebreide contacten met Libische smokkelnetwerken en heeft zich enorm verrijkt met de illegale handel in migranten. Hij beschikt over gewapende mannen, opslagplaatsen en detentiekampen, waar de mensenrechten van migranten ernstig worden geschonden. Zijn netwerk beslaat cellen in Sudan, Libië, Italië en verder in de landen van bestemming voor migranten. De migranten in deze kampen worden ook van andere partijen, zoals andere plaatselijke detentiefaciliteiten, overgekocht. Vanuit deze kampen worden de migranten naar de Libische kust gebracht. Abdelrazak heeft talloze levensgevaarlijke reizen over zee georganiseerd voor migranten (waaronder minderjarigen). Abdelrazak wordt in verband gebracht met minstens twee schipbreuken met fatale gevolgen tussen april 2014 en juli 2014.”.

3.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 23 vervangen door:

„23.

Naam: 1: AHMAD 2: OUMAR 3: IMHAMAD 4: AL-FITOURI

Titel: n.v.t. Functie: Commandant van de Anas al-Dabbashi-militie, leider van een transnationaal netwerk van mensenhandel Geboortedatum: 7 mei 1988 Geboorteplaats: (Mogelijk Sabratha, wijk Talil) Zekere alias: n.v.t. Onzekere alias: a) Al-Dabachi b) Al Ammu c) The Uncle d) Al-Ahwal e) Al Dabbashi Nationaliteit: Libië Paspoortnr.: n.v.t. Nationaal identificatienr.: n.v.t. Adres: a) Garabulli, Libië b) Zawiya, Libië Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 22 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015). Weblink speciale kennisgeving van Interpol/VN-Veiligheidsraad: https://www.interpol.int/en/notice/search/un/

Aanvullende informatie:

Ahmad Imhamad is de commandant van de Anas al-Dabbashi-militie, die voorheen in de kuststreek tussen Sabratha en Melita actief was. Imhamad is een belangrijke leider in illegale activiteiten inzake de handel in migranten. De clan en de militie van al-Dabbashi onderhouden ook betrekkingen met terroristische en gewelddadige extremistische groeperingen. Imhamad is momenteel actief nabij Zawiya, nadat in oktober 2017 in het kustgebied gewelddadige schermutselingen uitbraken met andere milities en rivaliserende smokkelorganisaties, waarbij meer dan dertig doden — ook burgers — vielen. Als antwoord op zijn ontzetting zwoer Ahmad Imhamad op 4 december 2017 publiekelijk dat hij naar Sabratha zou terugkeren met wapens en strijdkrachten. Er is omstandig bewijs dat de militie van Imhamad rechtstreeks betrokken is bij de illegale handel in en smokkel van migranten en dat zijn militie de controle heeft over vertreklocaties, kampen, onderduikadressen en boten voor migranten. Er zijn aanwijzingen die de conclusie staven dat Imhamad migranten (onder wie ook minderjarigen) heeft blootgesteld aan wrede omstandigheden op land en op zee, soms met de dood tot gevolg. Na gewelddadige schermutselingen tussen de militie van Imhamad en andere milities in Sabratha, werden duizenden migranten aangetroffen (van wie er velen zeer slecht aan toe waren), van wie de meesten in centra van de martelaren van de Anas al-Dabbashi-brigade en de al-Ghul-militie werden vastgehouden. De al-Dabbashi-clan, en de daaraan verbonden Anas al-Dabbashi-militie, hebben reeds lang banden met de Islamitische Staat (ISIL) en aanverwante netwerken.

Zij tellen meerdere ISIL-aanhangers in hun rangen, onder wie ook Abdallah al-Dabbashi, de ISIL-„kalief” van Sabratha. Imhamad heeft naar verluidt ook meegeholpen bij het orkestreren van de moord op Sami Khalifa al-Gharabli, die in juli 2017 door de gemeenteraad van Sabratha was aangesteld om de migrantensmokkel tegen te gaan. De activiteiten van Imhamad dragen in grote mate bij tot het toenemende geweld en de onveiligheid in West-Libië en zijn een bedreiging voor de vrede en de stabiliteit in Libië en de buurlanden.”.

4.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 24 vervangen door:

„24.

Naam: 1: MUS'AB 2: MUSTAFA 3: ABU AL QUASSIM 4: OMAR

Titel: n.v.t. Functie: Leider van een transnationaal netwerk van mensenhandel Geboortedatum: 19 januari 1983 Geboorteplaats: Sabratha, Libië Zekere alias: Mus'ab Abu Qarin Onzekere alias: a) ABU-AL QASSIM OMAR Musab Boukrin b) The Doctor c) Al-Grein Nationaliteit: Libië Paspoortnr.: a) 782633, afgegeven op 31 mei 2005 b) 540794, afgegeven op 12 januari 2008 Nationaal identificatienr.: n.v.t. Adres: n.v.t. Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 22 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015). Weblink speciale kennisgeving van Interpol/VN-Veiligheidsraad: https://www.interpol.int/en/notice/search/un/

Aanvullende informatie:

Mus'ab Mustafa wordt beschouwd als een centrale speler in mensenhandel en migrantensmokkel in de regio van Sabratha, maar werkt ook vanuit Zawiya en Garibulli. Zijn transnationale netwerk beslaat Libië, Europese bestemmingen en landen bezuiden de Sahara voor het ronselen van migranten, en Arabische landen voor de financiële sector. Betrouwbare bronnen hebben aangetoond dat hij in mensenhandel en -smokkel samenwerkt met Ermias Alem, die namens Mustafa de „oostelijke toeleveringsketen” voor zijn rekening neemt. Er zijn aanwijzingen dat Mustafa betrekkingen heeft aangeknoopt met andere actoren in de mensenhandel, namelijk Mohammed al-Hadi (neef en hoofd van de al-Nasr-brigade, ook voorgedragen voor plaatsing op de lijst) in Zawiya. Een voormalige medeplichtige van Mustafa, die nu samenwerkt met de Libische autoriteiten, zegt dat Mustafa alleen al in 2015 reizen over zee voor 45 000 mensen heeft georganiseerd en daarbij migranten (onder wie minderjarigen) in levensgevaar heeft gebracht. Mustafa was de organisator van een reis op 18 april 2015 die eindigde in een schipbreuk in het Kanaal van Sicilië, waarbij 800 mensen de dood vonden. Bewijsmateriaal, ook afkomstig van het VN-panel van deskundigen, toont aan dat hij verantwoordelijk is voor de detentie van migranten onder wrede omstandigheden, waaronder in Tripoli en dicht bij Al-Wadi en de strandhotels bij Sabratha waar migranten worden vastgehouden. Naar verluidt stond Mustafa dicht bij de al-Dabbashi-clan in Sabratha, totdat er een conflict uitbrak over een „beschermingsbelasting”. Volgens bronnen heeft Mustafa mensen met nauwe banden met gewelddadige extremisten in de regio van Sabratha betaald om migranten te smokkelen namens gewelddadige extremistische kringen die financieel voordeel halen uit de exploitatie van illegale immigratie. Mustafa is verbonden aan een netwerk van smokkelaars, dat bestaat uit salafistische gewapende groeperingen in Tripoli, Sebha en Kufra.”.

5.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 25 vervangen door:

„25.

Naam: 1: MOHAMMED 2: AL-HADI 3: AL-ARABI 4: KASHLAF

Titel: n.v.t. Functie: Commandant van de Shuhada al-Nasr-brigade, hoofd van de garde van de olieraffinaderij in Zawiya Geboortedatum: 15 november 1988 Geboorteplaats: Zawiya, Libië Zekere alias: n.v.t. Onzekere alias: a) Kashlaf b) Koshlaf c) Keslaf d) al-Qasab Nationaliteit: Libië Paspoortnr.: HR8CHGP8; datum van afgifte: 27 april 2015; plaats van afgifte: Zawiyah Nationaal identiteitsnr.: 119880210419 Persoonlijke identiteitskaart nr.: 728498; datum van afgifte: 24 februari 2007 Adres: Zawiya, Libië Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 22 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015).

Aanvullende informatie:

Mohammed al-Hadi is het hoofd van de Shuhada-al-Nasr-brigade in Zawiya, westelijk Libië. Zijn militie heeft de raffinaderij van Zawiya, een centraal knooppunt voor migrantensmokkel, in handen. Tevens heeft al-Hadi detentiecentra in handen, met inbegrip van het Nasr-detentiecentrum, dat in naam onder toezicht staat van DCIM. Zoals blijkt uit diverse bronnen, is het netwerk van al-Hadi een van de dominantste op het gebied van migrantensmokkel en de uitbuiting van migranten in Libië. Al-Hadi heeft uitgebreide banden met het hoofd van de lokale eenheid van de kustwacht van Zawiya, al-Rahman al-Milad, wiens eenheid boten met migranten onderschept, vaak van rivaliserende netwerken voor migrantensmokkel. De migranten worden vervolgens naar detentiefaciliteiten gebracht die onder toezicht staan van de Al Nasr-militie, waar zij naar verluidt in kritieke omstandigheden worden vastgehouden. Het panel van deskundigen voor Libië heeft bewijsmateriaal verzameld dat migranten veelvuldig werden geslagen, terwijl anderen, met name vrouwen uit landen ten zuiden van de Sahara en Marokko, op de plaatselijke markt werden verkocht als „seksslaven”. Het panel heeft ook ontdekt dat al-Hadi samenwerkt met andere gewapende groeperingen en betrokken was bij herhaalde gewelddadige schermutselingen in 2016 en 2017.”.

6.

In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt punt 26 vervangen door:

„26.

Naam: 1: ABD 2: AL-RAHMAN 3: AL-MILAD 4: n.v.t.

Titel: n.v.t. Functie: Commandant van de kustwacht in Zawiya Geboortedatum: Ongeveer (29 jaar oud) Geboorteplaats: Tripoli, Libië Zekere alias: n.v.t. Onzekere alias: a) Rahman Salim Milad b) al-Bija Nationaliteit: Libië Paspoortnr.: n.v.t. Nationaal identificatienr.: n.v.t. Adres: Zawiya, Libië Op de lijst geplaatst op: 7 juni 2018 Overige informatie: Op een lijst geplaatst uit hoofde van de punten 15 en 17 van Resolutie 1970 (reisverbod, bevriezing van tegoeden)

Op een lijst geplaatst uit hoofde van punt 22 a) van Resolutie 1970 (2011); punt 4 a) van Resolutie 2174 (2014); punt 11 a) van Resolutie 2213 (2015).

Aanvullende informatie:

Abd al Rahman al-Milad leidt de regionale eenheid van de kustwacht in Zawiya die voortdurend in verband wordt gebracht met geweld tegen migranten en andere mensensmokkelaars. Het VN-panel van deskundigen stelt dat Milad en andere leden van de kustwacht rechtstreeks betrokken zijn bij het tot zinken brengen van boten met migranten met behulp van vuurwapens. Al-Milad werkt samen met andere migrantensmokkelaars, onder wie Mohammed al-Hadi (ook voorgedragen voor plaatsing op de lijst), die, suggereren bepaalde bronnen, hem beschermt zodat hij illegale activiteiten kan verrichten in verband met de handel in en de smokkel van migranten. Verscheidene getuigen in strafrechtelijke onderzoeken hebben verklaard dat zij op zee werden opgepikt door gewapende mannen op een schip van de kustwacht met de naam Tallil (gebruikt door al-Milad) en naar het al-Nasr-detentiecentrum werden gebracht, waar zij naar verluidt in gruwelijke omstandigheden werden vastgehouden en werden geslagen.”.