14.8.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1130 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2018

tot goedkeuring van cypermethrin als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden van productsoort 18

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van bestaande werkzame stoffen die moeten worden beoordeeld met het oog op de mogelijke goedkeuring ervan voor gebruik in biociden. Cypermethrin is in die lijst opgenomen.

(2)

Cypermethrin is beoordeeld voor gebruik in producten van productsoort 18 (insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

België is als lidstaat-rapporteur aangewezen en de beoordelende bevoegde autoriteit van België heeft op 15 april 2015 het beoordelingsverslag en haar aanbevelingen ingediend.

(4)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 heeft het Comité voor biociden op 5 mei 2017 het advies van het Europees Agentschap voor chemische stoffen geformuleerd, rekening houdend met de conclusies van de beoordelende bevoegde autoriteit (3).

(5)

Volgens dat advies kan van biociden van productsoort 18 die cypermethrin bevatten, worden verwacht dat zij aan de criteria van artikel 19, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldoen, mits bepaalde specificaties en voorwaarden voor het gebruik ervan in acht worden genomen.

(6)

Bijgevolg moet cypermethrin worden goedgekeurd voor gebruik in biociden van productsoort 18, mits bepaalde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

(7)

Een screeningonderzoek ter voorbereiding van een effectbeoordeling door de Commissie van verschillende opties tot vaststelling van criteria voor de identificatie van hormoonontregelaars (4) heeft verder aangetoond dat er behoefte is aan verder onderzoek naar het potentieel van cypermethrin tot hormoonontregeling. In het kader van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5) wordt ook een beoordeling van de mogelijke hormoonontregelende eigenschappen van cypermethrin uitgevoerd, en de conclusies daarvan worden vóór eind 2018 verwacht. Afhankelijk van het resultaat van die beoordeling zal de Commissie overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 528/2012 besluiten of de goedkeuring van cypermethrin als werkzame stof voor gebruik in biociden moet worden herzien.

(8)

Er moet in een redelijke termijn worden voorzien voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, zodat de betrokken partijen de nodige voorbereidende maatregelen kunnen nemen om aan de nieuwe eisen te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Cypermethrin wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden van productsoort 18, mits de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(3)  Comité voor biociden (BPC): Advies over de aanvraag voor de goedkeuring van de werkzame stof cypermethrin, productsoort: 18, ECHA/BPC/153/2017, aangenomen op 5 mei 2017.

(4)  COM(2016) 350 final.

(5)  Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-benaming

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Datum van de goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Specifieke voorwaarden

Cypermethrin

IUPAC-benaming:

cypermethrin cis:trans 40:60; (RS)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl-(1RS)-cis,trans-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

EG-nr.: 257-842-9

CAS-nr.: 52315-07-8

≥ 92 % m/m

Isomeerverhouding: cis:trans 40:60

1 juni 2020

31 mei 2030

18

Aan toelatingen voor biociden worden de volgende voorwaarden verbonden:

1.

bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstelling, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie;

2.

gezien de risico's bij de beoordeelde gebruikswijzen moet bij de beoordeling van het product bijzondere aandacht worden geschonken aan:

a)

professionele gebruikers;

b)

secundaire blootstelling van zuigelingen en peuters;

c)

het oppervlaktewater in het geval van:

i)

het aanbrengen op oppervlakken, in binnenruimten, alsmede

ii)

het aanbrengen op buitenmuren en rond constructies in stedelijke gebieden;

d)

de bodem in het geval van:

i)

het aanbrengen op oppervlakken, in binnenruimten;

ii)

het aanbrengen op buitenmuren in stedelijke en plattelandsgebieden, alsmede

iii)

het aanbrengen rond constructies in stedelijke gebieden;

e)

sediment in het geval van:

i)

het aanbrengen op oppervlakken, het creëren van een chemische barrière en het behandelen van barsten en spleten, in binnenruimten, alsmede

ii)

het aanbrengen op buitenmuren en rond constructies in stedelijke gebieden;

f)

grondwater in het geval van het aanbrengen op buitenmuren en rond constructies in stedelijke gebieden;

3.

voor producten waarvan residuen in levensmiddelen of diervoeders kunnen achterblijven, moet worden nagegaan of nieuwe, dan wel gewijzigde maximumgehalten aan residuen (MRL's) moeten worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad (2) of Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (3), en moeten de passende risicobeperkende maatregelen worden genomen om te garanderen dat de geldende MRL's niet worden overschreden.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid is de minimale zuiverheidsgraad van de beoordeelde werkzame stof. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, mits bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11).

(3)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).