|
3.4.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 87/3 |
VERORDENING (EU) 2018/519 VAN DE COMMISSIE
van 28 maart 2018
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 22 van het International Financial Reporting Interpretations Committee
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd. |
|
(2) |
Op 8 december 2016 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) Interpretatie 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC 22) gepubliceerd. De interpretatie verduidelijkt de wijze waarop transacties die het ontvangen of het doen van vooruitbetalingen in een vreemde valuta omvatten administratief worden verwerkt. |
|
(3) |
Overleg met de European Financial Reporting Advisory Group heeft bevestigd dat de IFRIC-interpretatie 22 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde goedkeuringscriteria. |
|
(4) |
Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in deze verordening vastgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt IFRIC-Interpretatie 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen ingevoegd als vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 1 januari 2018 van start gaat.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 maart 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).
BIJLAGE
IFRIC-interpretatie 22
Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen
REFERENTIES
|
— |
Conceptual Framework for Financial Reporting |
|
— |
IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten |
|
— |
IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen |
ACHTERGROND
|
1. |
Op grond van alinea 21 van IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen moet een entiteit een transactie in vreemde valuta, bij eerste opname in haar functionele valuta, opnemen door op het bedrag in vreemde valuta de precieze wisselkoers toe te passen die op de datum van de transactie geldt tussen de functionele valuta en de vreemde valuta (hierna „de wisselkoers” genoemd). In alinea 22 van IAS 21 is bepaald dat de transactiedatum de datum is waarop de transactie voor het eerst in aanmerking komt voor opname overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (hierna „de IFRS” of „de standaarden” genoemd). |
|
2. |
Wanneer een entiteit een vooruitbetaling in een vreemde valuta doet of ontvangt, neemt zij deze veelal als een niet-monetair actief of een niet-monetaire verplichting (1) op voordat zij het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last opneemt. Het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last (of een deel daarvan) is het overeenkomstig de relevante standaarden opgenomen bedrag dat resulteert in het niet langer opnemen van het niet-monetaire actief dat of de niet-monetaire verplichting die uit de vooruitbetaling voortvloeit. |
|
3. |
Oorspronkelijk heeft het IFRS Interpretations Committee (hierna „het Interpretations Committee” genoemd) de vraag ontvangen hoe bij de toepassing van de alinea's 21 en 22 van IAS 21 „de datum van de transactie” moet worden bepaald voor de opname van opbrengsten. De vraag had specifiek betrekking op de omstandigheden waarin een entiteit een uit de ontvangst van een vooruitbetaling voortvloeiende niet-monetaire verplichting opneemt voordat zij de daarmee verband houdende opbrengsten opneemt. Bij de bespreking van de kwestie merkte het Interpretations Committee dat het ontvangen of het doen van vooruitbetalingen in een vreemde valuta niet alleen bij opbrengsten genererende transacties voorkomt. Het Interpretations Committee heeft dan ook besloten duidelijkheid te scheppen over de datum van de transactie voor de bepaling van de wisselkoers die bij eerste opname van het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last moet worden gehanteerd wanneer een entiteit een vooruitbetaling in een vreemde valuta heeft ontvangen of gedaan. |
TOEPASSINGSGEBIED
|
4. |
Deze interpretatie is van toepassing op een transactie in vreemde valuta (of een deel daarvan) wanneer een entiteit overgaat tot de opname van een niet-monetair actief dat of een niet-monetaire verplichting die uit het doen of het ontvangen van een vooruitbetaling voortvloeit voordat de entiteit het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last (of een deel daarvan) opneemt. |
|
5. |
Deze interpretatie is niet van toepassing wanneer een entiteit het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last bij eerste opname opneemt:
|
|
6. |
Een entiteit is niet verplicht deze interpretatie toe te passen op:
|
PROBLEEMSTELLING
|
7. |
Deze interpretatie behandelt de vraag hoe de datum van de transactie moet worden bepaald voor de bepaling van de wisselkoers die bij eerste opname van het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last (of een deel daarvan) moet worden gehanteerd bij het niet langer opnemen van een niet-monetair actief dat of een niet-monetaire verplichting die uit het doen of ontvangen van een vooruitbetaling in een vreemde valuta voortvloeit. |
CONSENSUS
|
8. |
Bij de toepassing van de alinea's 21 en 22 van IAS 21 is de datum van de transactie voor de bepaling van de wisselkoers die bij eerste opname van het daarmee verband houdende actief of de daarmee verband houdende baat of last (of een deel daarvan) moet worden gehanteerd, de datum waarop een entiteit het niet-monetaire actief dat of de niet-monetaire verplichting die uit het doen of ontvangen van een vooruitbetaling voortvloeit, voor het eerst opneemt. |
|
9. |
Indien er meerdere vooruitbetalingen worden gedaan of ontvangen, moet de entiteit elke keer als er een vooruitbetaling wordt gedaan of ontvangen, een transactiedatum bepalen. |
(1) In alinea 106 van IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten is bijvoorbeeld het volgende bepaald: als een klant een vergoeding betaalt, of een entiteit een recht op een vergoeding die onvoorwaardelijk is (d.w.z. een vordering) heeft, moet de entiteit alvorens een goed of een dienst aan de klant over te dragen het contract als een contractverplichting presenteren wanneer de betaling wordt gedaan of, wanneer dit vroeger valt, wanneer de betaling verschuldigd is.
BIJLAGE A
Ingangsdatum en overgang
Deze bijlage is een integraal onderdeel van IFRIC 22 en heeft hetzelfde gezag als de andere delen van IFRIC 22.
INGANGSDATUM
|
A1 |
Een entiteit moet deze interpretatie toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2018 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden. |
OVERGANG
|
A2 |
Bij eerste toepassing moet een entiteit deze interpretatie:
|
|
A3 |
Een entiteit die alinea A2(b) toepast, moet, bij eerste toepassing, de interpretatie toepassen op activa, baten en lasten die voor het eerst zijn opgenomen aan of na het begin van de in alinea A2(b)(i) of (ii) bedoelde verslagperiode waarvoor de entiteit niet-monetaire activa of niet-monetaire verplichtingen had opgenomen die uit vooruitbetalingen vóór die datum voortvloeien. |
BIJLAGE B
De wijziging in deze bijlage moet worden toegepast op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2018 aanvangen. Indien een entiteit deze interpretatie op een eerdere periode toepast, moet deze wijziging voor die eerdere periode worden toegepast.
Wijziging in IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards
Alinea 39AC wordt toegevoegd.
|
39AC |
Alinea D36 is toegevoegd en alinea D1 is gewijzigd door IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen. Entiteiten moeten deze wijziging toepassen wanneer ze IFRIC 22 toepassen. |
In bijlage D wordt alinea D1 gewijzigd. Een kopje en alinea D36 worden toegevoegd.
|
D1 |
Een entiteit mag een beroep doen op één of meer van de volgende vrijstellingen:
|
Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen
|
D36 |
Een eerste toepasser hoeft IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen niet toe te passen op binnen het toepassingsgebied van die interpretatie vallende activa, baten en lasten die vóór de datum van de overgang naar de IFRSs voor het eerst zijn opgenomen. |