30.1.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 25/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/137 VAN DE RAAD

van 29 januari 2018

tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 101/2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad van 4 februari 2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië (1), en met name artikel 12,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 4 februari 2011 heeft de Raad Verordening (EU) nr. 101/2011 vastgesteld.

(2)

Op grond van een evaluatie van de lijst in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 101/2011, moet de vermelding voor één persoon worden gewijzigd.

(3)

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 101/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 101/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 januari 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

R. PORODZANOV


(1)   PB L 31 van 5.2.2011, blz. 1.


BIJLAGE

De vermelding voor de volgende persoon, als weergegeven in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 101/2011, wordt vervangen door de onderstaande vermelding:

 

Naam

Identificatiegegevens

Motivering

„5.

Fahd Mohamed Sakher Ben Moncef Ben Mohamed Hfaiez MATERI

Tunesiër, geboren op 2 december 1981 te Tunis, zoon van Naïma BOUTIBA, getrouwd met Nesrine BEN ALI, houder van CNI nr. 04682068

Persoon naar wie door de Tunesische autoriteiten een gerechtelijk onderzoek is ingesteld wegens medeplichtigheid aan de verduistering van Tunesische overheidsgelden door een openbaarambtsdrager; medeplichtigheid aan machtsmisbruik door een openbaarambtsdrager (voormalig president Ben Ali) om een ongerechtvaardigd voordeel voor een derde te verkrijgen en de overheid verlies toe te brengen; uitoefening van onrechtmatige invloed op een openbaarambtsdrager voormalig president Ben Ali teneinde direct of indirect een voordeel voor een derde te verkrijgen; en wegens medeplichtigheid aan de ontvangst door een openbaarambtsdrager van overheidsgelden waarvan hij weet dat die niet verschuldigd zijn en die hij in zijn eigen belang of in het belang van zijn familieleden aanwendt.”