20.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 184/4


UITVOERINGSRICHTLIJN (EU) 2018/1027 VAN DE COMMISSIE

van 19 juli 2018

tot wijziging van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad wat isolatieafstanden voor Sorghum spp. betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (1), en met name artikel 21 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De voorwaarden voor de productie van zaad in Richtlijn 66/402/EEG zijn gebaseerd op de internationale normen die in het „Seed Scheme” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) worden vastgelegd.

(2)

Op de jaarvergadering van 2017 over de „Seed Schemes” van de OESO is de norm voor isolatieafstanden voor de teelt van Sorghum spp. gewijzigd, met name om rekening te houden met gebieden waar de aanwezigheid van S. halepense of S. sudanense een specifiek probleem met betrekking tot kruisbestuiving vormt.

(3)

Richtlijn 66/402/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 66/402/EEG

Bijlage I bij Richtlijn 66/402/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2018 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 januari 2019.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie onmiddellijk de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66.


BIJLAGE

Punt 2 van bijlage I bij Richtlijn 66/402/EEG wordt vervangen door:

„2.

Het gewas moet voldoen aan de onderstaande normen betreffende de afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot ongewenste vreemdbestuiving kunnen leiden:

Gewas

Minimumafstand

Phalaris canariensis, Secale cereale (andere dan hybriden):

 

voor de productie van basiszaad

300 m

voor de productie van gecertificeerd zaad

250 m

Sorghum spp.

 

voor de productie van basiszaad (*1)

400 m

voor de productie van gecertificeerd zaad (*1)

200 m

 

 

xTriticosecale, zelfbestuivende rassen

 

voor de productie van basiszaad

50 m

voor de productie van gecertificeerd zaad

20 m

Zea mays

200 m

De minimumafstanden in bovenstaande tabel behoeven niet in acht te worden genomen wanneer er voldoende bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving aanwezig is.”.


(*1)  In gebieden waar de aanwezigheid van S. halepense of S. sudanense een specifiek probleem met betrekking tot kruisbestuiving vormt, geldt het volgende:

a)

gewassen voor de productie van basiszaad van Sorghum bicolor of hybriden daarvan moeten worden geïsoleerd op een afstand van minimaal 800 m van enige bron van dergelijk verontreinigend pollen;

b)

gewassen voor de productie van gecertificeerd zaad van Sorghum bicolor of hybriden daarvan moeten worden geïsoleerd op een afstand van minimaal 400 m van enige bron van dergelijk verontreinigend pollen.