20.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 325/29


BESLUIT (EU) 2018/2028 VAN DE RAAD

van 4 december 2018

waarbij wordt vastgesteld dat Hongarije geen doeltreffende maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1) van de Raad, en met name artikel 10, lid 2, vierde alinea,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 22 juni 2018 heeft de Raad overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) geconcludeerd dat in Hongarije een significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting van – 1,5 % van het bbp bestond.

(2)

In het licht van de vastgestelde significante afwijking heeft de Raad Hongarije op 22 juni 2018 aanbevolen (2) de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven (3) in 2018 niet hoger uitkomt dan 2,8 %, wat overeenkomt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 1,0 % van het bbp. Hongarije werd aanbevolen alle meevallers te benutten om het tekort terug te dringen en in te zetten op budgettaire consolidatiemaatregelen die op groeivriendelijke wijze een blijvende verbetering van het structurele overheidssaldo moeten waarborgen. De Raad heeft 15 oktober 2018 vastgesteld als uiterste datum waarop Hongarije verslag moest uitbrengen over de naar aanleiding van die aanbeveling genomen maatregelen.

(3)

Op 18 en 19 september 2018 heeft de Commissie in het kader van artikel -11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97 een missie voor verscherpt toezicht in Hongarije ondernomen met als doel monitoring ter plaatse. Na haar voorlopige bevindingen voor commentaar aan de Hongaarse autoriteiten te hebben voorgelegd, heeft de Commissie haar bevindingen op 21 november 2018 aan de Raad gemeld. Deze bevindingen werden vervolgens openbaar gemaakt. In het verslag van de Commissie wordt geconstateerd dat de Hongaarse autoriteiten voornemens zijn vast te houden aan een nominaletekortdoelstelling van 2,4 % van het bbp voor 2018, zoals vastgesteld in het convergentieprogramma van 2018, en dus niet van plan zijn gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018.

(4)

Op 15 oktober 2018 hebben de Hongaarse autoriteiten een verslag ingediend over de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 (4). In dat verslag herhalen de autoriteiten dat zij voor 2018 blijven streven naar een nominaal tekort van 2,4 % van het bbp. In vergelijking met de begrotingsprognoses in het convergentieprogramma van 2018 verwachten de autoriteiten aanzienlijk hogere belastingontvangsten en besparingen als gevolg van de lagere kosten voor de medefinanciering van uit de begroting van de Unie gefinancierde projecten. Zij plannen echter extra uitgaven die het tekortverlagend effect van deze ontwikkelingen volledig tenietdoen. De gerapporteerde nieuwe discretionaire maatregelen hebben geen significante netto budgettaire gevolgen voor het begrotingsresultaat in 2018, en voldoen dus niet aan het vereiste in de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018.

(5)

Op basis van de najaarsprognoses 2018 van de Commissie wordt gerekend met een groei van de overheidsuitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en eenmalige maatregelen, van 7,0 % in 2018, dus ruim boven de aanbevolen groeibenchmark van 2,8 % (een afwijking van 1,6 % van het bbp). Verwacht wordt dat het structurele saldo zal verslechteren met 0,4 % van het bbp, terwijl een verbetering van 1,0 % van het bbp was aanbevolen (een afwijking van 1,4 % van het bbp). Beide indicatoren wijzen dus op een ruime afwijking ten opzichte van de aanbevolen aanpassing. De analyse van de uitgavenbenchmark wordt negatief beïnvloed door drie elementen, namelijk onverwacht lage waarden voor het potentiële groeipercentage op middellange termijn en de bbp-deflator die ten grondslag liggen aan de uitgavenbenchmark, alsook een indirect effect op de ontvangsten van bepaalde maatregelen. Na aanpassing van deze factoren blijkt de uitgavenbenchmark de begrotingsinspanning adequaat weer te geven en wijst deze nog steeds op een afwijking. De beoordeling van het structurele saldo leidt tot een vergelijkbaar resultaat. Het structurele saldo wordt negatief beïnvloed door tegenvallers aan de ontvangstenzijde, maar wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het effect van een hogere (punt-)schatting van de potentiële bbp-groei in vergelijking met het over de middellange termijn berekende gemiddelde dat aan de uitgavenbenchmark ten grondslag ligt. De algehele beoordeling bevestigt derhalve dat er een ruime afwijking is ten opzichte van de aanbevolen aanpassing.

(6)

Op grond van bovenstaande bevindingen kan worden geconcludeerd dat de reactie van Hongarije op de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 ontoereikend was. De begrotingsinspanning is niet toereikend om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven niet hoger uitkomt dan 2,8 % in 2018, wat zou overeenkomen met een jaarlijkse structurele aanpassing van 1,0 % van het bbp,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hongarije heeft geen doeltreffende maatregelen genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Hongarije.

Gedaan te Brussel, 4 december 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

H. LÖGER


(1)   PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Hongarije (PB C 223 van 27.6.2018, blz. 1).

(3)  De netto primaire overheidsuitgaven omvatten de totale overheidsuitgaven zonder rekening te houden met rente-uitgaven, uitgaven in het kader van programma's van de Unie die volledig met inkomsten uit fondsen van de Unie worden gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen. Nationaal gefinancierde bruto-investeringen in vaste activa worden gespreid over een periode van vier jaar. Er wordt rekening gehouden met discretionaire inkomstenmaatregelen of bij wet verplicht gestelde inkomstenstijgingen. Eenmalige maatregelen aan zowel de inkomsten- als uitgavenzijde worden uitgevlakt.

(4)  https://ec.europa.eu/info/files/hungary-report-council-recommendations-under-significant-deviation-procedure_en