25.10.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 267/6


BESLUIT (EU) 2018/1601 VAN DE RAAD

van 15 oktober 2018

inzake het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de 73e zitting van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu en 100e zitting van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie ten aanzien van de vaststelling van wijzigingen van voorschrift 14 van bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en van de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen, 2011

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het optreden van de Unie in de maritieme-vervoerssector dient gericht te zijn op bescherming van het maritieme milieu en op verbetering van de maritieme veiligheid.

(2)

De Commissie voor de bescherming van het mariene milieu („MEPC”) van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) zal naar wordt verwacht tijdens haar 73e vergadering, van 22 tot en met 26 oktober 2018 („MEPC 73”), wijzigingen van voorschrift 14 van bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen („Marpol-bijlage VI”) vaststellen.

(3)

De Maritieme Veiligheidscommissie („MSC”) van de IMO zal naar wordt verwacht tijdens haar 100e vergadering, van 3 tot en met 7 december 2018 (MSC 100), wijzigingen van de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen, 2011 („ESP-code 2011”) vaststellen.

(4)

Het is wenselijk het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens MEPC 73, omdat de wijzigingen van voorschrift 14 van Marpol-bijlage VI een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Richtlijn (EU) 2016/802 van het Europees Parlement en de Raad (1).

(5)

Het is wenselijk het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens MSC 100, omdat de wijzigingen van de ESP-code 2011 een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(6)

De wijzigingen van voorschrift 14 van Marpol-bijlage VI betreffende het verbod op het vervoer van niet-conforme brandstofolie voor verbrandingsdoeleinden voor de voortstuwing of gebruik aan boord van een schip, moeten een strenge handhaving waarborgen van de brandstofolienorm die is vastgelegd in voorschrift 14.1.3 van Marpol-bijlage VI, die in werking treedt op 1 januari 2020.

(7)

In de wijzigingen van de ESP-code 2011 moeten redactionele wijzigingen worden opgenomen waarbij alle verplichte vereisten worden vastgesteld en de tabellen en formulieren worden verbeterd; daarnaast moeten de redactionele wijzigingen worden samengevoegd met de nieuwe substantiële voorschriften om de recente herzieningen te verwerken van de Z10-reeks van de eenheidsregels van de Internationale Vereniging van Classificatiebureaus.

(8)

Voor zover de wijzigingen van voorschrift 14 van Marpol-bijlage VI en van de ESP-code 2011 gevolgen kunnen hebben voor de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/802 en Verordening (EU) nr. 530/2012, vallen zij onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie.

(9)

De Unie is geen lid van de IMO en geen partij bij de desbetreffende verdragen en codes. De Raad dient daarom de lidstaten te machtigen het standpunt van de Unie uit te dragen en te verklaren dat ze ermee instemmen dat ze door de genoemde wijzigingen gebonden zijn, voor zover deze wijzigingen onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 73e vergadering van de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO houdt in dat wordt ingestemd met de vaststelling van de wijzigingen van voorschrift 14 van bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen die zijn opgenomen in IMO-document MEPC 73/3.

Artikel 2

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de 100e vergadering van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO houdt in dat wordt ingestemd met de vaststelling van de wijzigingen van de Internationale code voor het uitgebreide inspectieprogramma bij inspecties van bulkschepen en olietankschepen, 2011 die zijn opgenomen in bijlage 2 bij IMO-document MSC 99/22/Add.1.

Artikel 3

1.   Het namens de Unie in te nemen standpunt zoals opgenomen in artikel 1, wordt uitgedrukt door de lidstaten, die alle lid zijn van de IMO en die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

2.   Het namens de Unie in te nemen standpunt zoals opgenomen in artikel 2, wordt uitgedrukt door de lidstaten, die alle lid zijn van de IMO en die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.

3.   Kleine wijzigingen in de in de artikelen 1 en 2 genoemde standpunten mogen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 4

De lidstaten worden hierbij gemachtigd ermee in te stemmen dat ze in het belang van de Unie gebonden zijn door de in de artikelen 1 en 2 genoemde wijzigingen voor zover deze onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 15 oktober 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

E. KÖSTINGER


(1)  Richtlijn (EU) 2016/802 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 58).

(2)  Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen (PB L 172 van 30.6.2012, blz. 3).