|
22.8.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 211/5 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1193 VAN DE COMMISSIE
van 21 augustus 2018
tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van silicium van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
A. INLEIDING EN PROCEDURE
|
(1) |
Op 19 december 2017 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) een antidumpingonderzoek betreffende de invoer in de Unie van silicium van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië geopend en een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Het onderzoek werd geopend naar aanleiding van een klacht die was ingediend door Ferroatlántica en Ferropem („de klagers”), die meer dan 85 % van de totale productie in de Unie van silicium vertegenwoordigen. De klacht bevatte voorlopig bewijsmateriaal van schade veroorzakende dumping dat toereikend werd geacht om het onderzoek te openen. |
|
(3) |
De Commissie heeft de klagers, de haar bekende producenten-exporteurs in Bosnië en Herzegovina en Brazilië, de haar bekende importeurs en gebruikers alsmede andere haar bekende betrokken partijen en vertegenwoordigers van Bosnië en Herzegovina en Brazilië op de hoogte gesteld van de opening van het onderzoek. De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van inleiding genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. |
B. INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE
|
(4) |
Per e-mail van 7 mei 2018 hebben de klagers de Commissie medegedeeld dat zij de klacht willen intrekken. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit strijdig is met het belang van de Unie. |
|
(6) |
Bij het onderzoek is uit niets gebleken dat de beëindiging in strijd zou zijn met het belang van de Unie. De Commissie concludeert bijgevolg dat het onderzoek betreffende de invoer in de Unie van silicium van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië moet worden beëindigd. |
|
(7) |
De belanghebbenden zijn hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft echter geen opmerkingen ontvangen waaruit blijkt dat de beëindiging niet in het belang van de Unie zou zijn. |
|
(8) |
De Commissie komt derhalve tot de conclusie dat de antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Unie van silicium van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië moet worden beëindigd zonder dat maatregelen worden ingesteld. |
|
(9) |
Dit besluit is in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De antidumpingprocedure betreffende de invoer van silicium met een siliciumgehalte van minder dan 99,99 gewichtspercenten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië, momenteel ingedeeld onder GN-code 2804 69 00, wordt beëindigd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 21 augustus 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van silicium van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina en uit Brazilië (PB C 438 van 19.12.2017, blz. 39.)