|
17.7.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 180/24 |
BESLUIT (GBVB) 2018/1006 VAN DE RAAD
van 16 juli 2018
betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in de Republiek der Maldiven
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 26 februari 2018 conclusies aangenomen waarin hij met bezorgdheid nota neemt van de recente verslechtering van de situatie in de Republiek der Maldiven („de Maldiven”) en zijn veroordeling uitspreekt over de politiek gemotiveerde arrestaties, de bemoeienissen met het werk van het hooggerechtshof van de Maldiven en de tegen magistraten en rechters getroffen maatregelen. De Raad onderstreepte dat het parlement van de Maldiven en de rechterlijke macht van de Maldiven in staat moeten worden gesteld hun functies weer normaal in overeenstemming met de grondwet van de Maldiven te vervullen. Hij riep de regering van de Maldiven tevens op met de leiders van de oppositie een oprechte dialoog aan te gaan die het pad effent voor geloofwaardige, transparante en inclusieve presidentsverkiezingen. |
|
(2) |
De Raad blijft diepbezorgd over de aanhoudende verslechtering van de rechtsstaat en de mensenrechten in de Maldiven, met name in de aanloop naar de presidentsverkiezingen. |
|
(3) |
In deze context moeten gerichte beperkende maatregelen worden opgelegd aan personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de rechtsstaat of een belemmering vormen voor een inclusieve politieke oplossing in de Maldiven, alsmede aan personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten. |
|
(4) |
Voor de tenuitvoerlegging van bepaalde maatregelen is verder optreden van de Unie nodig, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van natuurlijke personen die:
|
a) |
de rechtsstaat ondermijnen of een inclusieve politieke oplossing in de Maldiven belemmeren, onder meer door daden van geweld, repressie of aanzetten tot geweld; |
|
b) |
betrokken zijn bij het beramen, aansturen, of plegen van handelingen die ernstige schendingen van de mensenrechten vormen; |
|
c) |
geassocieerd zijn met de onder a) en b) bedoelde personen; |
als genoemd in de bijlage.
2. Lid 1 verplicht een lidstaat niet zijn eigen onderdanen de toegang tot zijn grondgebied te weigeren.
3. Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin een lidstaat uit hoofde van het internationale recht gebonden is, en wel:
|
a) |
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie; |
|
b) |
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; |
|
c) |
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of |
|
d) |
krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië. |
4. Lid 3 wordt geacht ook van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat optreedt als het gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
5. De Raad wordt naar behoren geïnformeerd over alle gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een vrijstelling verleent.
6. De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden of met het oog op het bijwonen van intergouvernementele vergaderingen, vergaderingen met steun van de Unie, vergaderingen waarvoor de Unie als gastheer optreedt, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerende voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelstellingen van beperkende maatregelen, met inbegrip van de mensenrechten en de rechtsstaat, in de Maldiven rechtstreeks worden bevorderd.
7. Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij door één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar wordt gemaakt. Indien één of meer leden van de Raad bezwaar maken, kan de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen niettemin besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.
8. Wanneer een lidstaat krachtens lid 3, 4, 6 of 7 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging uitsluitend voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.
Artikel 2
1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van:
|
a) |
natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die de rechtsstaat ondermijnen of een inclusieve politieke oplossing in de Maldiven belemmeren, onder meer door daden van geweld, repressie of aanzetten tot geweld; |
|
b) |
natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen betrokken zijn bij het beramen, aansturen, of plegen van handelingen die ernstige schendingen van de mensenrechten vormen; |
|
c) |
natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die geassocieerd zijn met de onder a) en b) bedoelde personen, entiteiten of lichamen, |
en vermeld staan in de bijlage, worden bevroren.
2. Er worden geen tegoeden of economische middelen op directe of indirecte wijze ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de bijlage genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
3. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan, onder voorwaarden die zij passend acht, het vrijgeven van bepaalde bevroren tegoeden of andere economische middelen of het ter beschikking stellen van bepaalde tegoeden of andere economische middelen toestaan, nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
|
a) |
noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de leden van het gezin van die natuurlijke personen die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of nutsvoorzieningen; |
|
b) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; |
|
c) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; |
|
d) |
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de relevante bevoegde autoriteit, ten minste twee weken voordat zij de toestemming geeft, de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis heeft gesteld van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden gegeven, of |
|
e) |
gestort zullen worden op of betaald zullen worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die immuniteit geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie. |
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
4. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een scheidsrechterlijke beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam bedoeld in lid 1, op de lijst in de bijlage is geplaatst, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing, of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing; |
|
b) |
de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan de vorderingen die bij de beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften betreffende de rechten van de houders van die vorderingen; |
|
c) |
de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
d) |
de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat. |
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
5. Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, betalingen doet die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract dat is gesloten vóór de datum waarop die natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betaling niet rechtstreeks of onrechtstreeks wordt ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in lid 1.
6. Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
|
a) |
rente of andere inkomsten op die rekeningen; |
|
b) |
betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of |
|
c) |
betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke beslissing die in de Unie is gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is, |
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de in lid 1 bedoelde maatregelen.
Artikel 3
1. De Raad stelt op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid met eenparigheid van stemmen de lijst in de bijlage vast en past deze aan.
2. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit, met inbegrip van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die persoon, die entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.
3. Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad het in lid 1 bedoelde besluit en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam daarvan op de hoogte.
Artikel 4
1. In de bijlage worden de redenen voor opneming van de in artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst vermeld.
2. De bijlage bevat ook de informatie, indien beschikbaar, die nodig is voor het identificeren van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen, kan dergelijke informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en plaats van vestiging.
Artikel 5
Vorderingen in verband met de afbreuk die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, aan de uitvoering van contracten of andere overeenkomsten is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van dit besluit zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:
|
a) |
de in de bijlage opgenomen natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen; |
|
b) |
een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen. |
Artikel 6
Teneinde de in dit besluit opgenomen maatregelen zo veel mogelijk effect te doen sorteren, moedigt de Unie derde landen aan soortgelijke beperkende maatregelen als de in dit besluit genoemde te treffen.
Artikel 7
Dit besluit is van toepassing tot en met 17 juli 2019. Dit besluit wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 16 juli 2018.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
BIJLAGE
Lijst van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen
[…]