|
9.2.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 36/20 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU, Euratom) 2018/194 VAN DE COMMISSIE
van 8 februari 2018
tot vaststelling van modellen voor overzichten van de boekhouding betreffende de rechten op eigen middelen en een formulier voor verslagen over de oninbare bedragen van de rechten op eigen middelen overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (1), en met name artikel 6, lid 4, en artikel 13, lid 3,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de eigen middelen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 van de Commissie (2) worden de nadere voorschriften vastgesteld voor de mededeling door de lidstaten van bepaalde, in het kader van het stelsel van de eigen middelen aan de Commissie toe te zenden gegevens. |
|
(2) |
Er moeten modellen worden vastgesteld voor de maandelijkse mededeling van de overzichten van de A- en de B-boekhouding, zodat die op gestructureerde wijze kunnen worden meegedeeld. Er moet worden verduidelijkt dat „geïnde bedragen” betrekking heeft op de nakoming van de financiële verplichtingen van de lidstaten om de traditionele eigen middelen ter beschikking te stellen, en niet alleen op de betalingen die de lidstaten hebben ontvangen van marktdeelnemers die douanerechten verschuldigd zijn. De bedragen die ter beschikking van de begroting van de Unie worden gesteld omdat het wegens administratieve fouten of nalatigheid bij de inning aan de lidstaten is te wijten dat deze niet werden geïnd bij de schuldenaren, moeten bijgevolg expliciet als „geïnde bedragen” worden beschouwd. Er moeten aanvullende gegevens worden verstrekt in de overzichten om deze duidelijker en transparanter te maken. |
|
(3) |
Alle bedragen die als traditionele eigen middelen op het credit van de rekeningen van de Commissie worden geboekt overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014, moeten worden opgenomen in de boekhoudkundige overzichten en de bijlagen daarbij. Om ervoor te zorgen dat alle bedragen worden opgenomen, zelfs die welke ter beschikking zijn gesteld buiten de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 vastgestelde termijn, moeten aanvullende gegevens worden opgenomen in de daaropvolgende bijlagen bij de overzichten van de A-boekhouding. |
|
(4) |
Het in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde verslag moet alle feitelijke elementen bevatten, met inbegrip van de invorderingsmaatregelen van de lidstaat, die nodig zijn om ten gronde te onderzoeken waarom de lidstaat de oninbaar geachte of verklaarde bedragen van meer dan 100 000 EUR niet ter beschikking heeft kunnen stellen. De uit hoofde van Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 ingediende verslagen zijn soms niet volledig, waardoor de betrokken lidstaat dan wordt verzocht om aanvullende gegevens te verstrekken. Daarom moeten aan de bestaande formulieren nieuwe elementen en toelichtingen worden toegevoegd, zoals nadere gegevens over het ontstaan van de schuld, de gebeurtenissen die hebben geleid tot de vaststelling van het recht, wederzijdse bijstand en de betalings- en invorderingsprocedure. |
|
(5) |
Er moet rekening worden gehouden met de bij Verordening (EU, Euratom) 2016/804 van de Raad (3) vanaf 1 oktober 2016 toepasselijke wijzigingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de mogelijke vrijstelling van de verplichting om de bedragen aan traditionele eigen middelen die niet kunnen worden geïnd doordat de boeking of de mededeling van een douaneschuld is uitgesteld om een strafonderzoek in verband met de financiële belangen van de Unie niet te schaden, ter beschikking te stellen van de begroting van de Unie. |
|
(6) |
Er moet in een overgangsperiode worden voorzien om de lidstaten de tijd te geven zich aan te passen aan de wijzigingen die zijn aangebracht in de formulieren voor de melding overeenkomstig artikel 6, lid 4, en artikel 13, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014. |
|
(7) |
Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid dient Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 te worden ingetrokken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De lidstaten stellen de in artikel 6, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde overzichten van hun boekhouding betreffende de rechten op eigen middelen op aan de hand van de modellen in de bijlagen I, II, III en IV bij dit besluit.
Artikel 2
De lidstaten stellen het in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 bedoelde verslag over de oninbare bedragen van rechten op eigen middelen op aan de hand van het formulier in bijlage V bij dit besluit. Ze zenden deze verslagen toe met gebruikmaking van het elektronische webgebaseerde beheers- en informatiesysteem dat ter beschikking wordt gesteld door de Commissie.
Artikel 3
1. De lidstaten maken uiterlijk vanaf 20 juli 2018 gebruik van de in artikel 1 van dit besluit bedoelde modellen. De lidstaten kunnen tot 19 juli 2018 gebruikmaken van de in artikel 1 van Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 bedoelde modellen.
2. De lidstaten maken vanaf 1 september 2018 gebruik van het in artikel 2 van dit besluit bedoelde formulier. De lidstaten maken tot 31 augustus 2018 gebruik van het in artikel 2 van Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 bedoelde formulier.
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 wordt ingetrokken met ingang van 1 september 2018.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 8 februari 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39.
(2) Uitvoeringsbesluit (EU, Euratom) 2016/2366 van de Commissie van 19 december 2016 tot vaststelling van modellen voor overzichten van de boekhouding betreffende de rechten op eigen middelen en een formulier voor verslagen over de oninbare bedragen van de rechten op eigen middelen overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad (PB L 350 van 22.12.2016, blz. 30).
(3) Verordening (EU, Euratom) 2016/804 van de Raad van 17 mei 2016 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 85).
BIJLAGE I
A-BOEKHOUDING VAN DE EIGEN MIDDELEN VAN DE EUROPESE UNIE
Overzicht van de vastgestelde rechten (1)
Lidstaat:
Maand/jaar:
|
(in nationale valuta) |
||||||||
|
AARD VAN DE MIDDELEN |
Referentie lidstaat (facultatief) |
Vaststellingen van de maand (2) |
Geïnde bedragen van de specifieke boekhouding (3) |
Correcties van voorafgaande vaststellingen (4) |
Brutobedragen |
Nettobedragen |
||
|
+ |
– |
|||||||
|
(1) |
(2) |
(3) |
(4) |
(5) = (1) + (2) + (3) – (4) |
(6) |
|||
|
1210 |
Douanerechten (minus compenserende rechten en antidumpingrechten) |
|
|
|
|
|
|
|
|
1230 |
Compenserende rechten en antidumpingrechten op producten |
|
|
|
|
|
|
|
|
1240 |
Compenserende rechten en antidumpingrechten op diensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
DOUANERECHTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
1100 |
Productieheffingen met betrekking tot het verkoopseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen |
|
|
|
|
|
|
|
|
1110 |
Opslagbijdragen voor suiker |
|
|
|
|
|
|
|
|
1130 |
Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, -isoglucose en -inulinestroop en op C-suiker en -isoglucose voor vervanging |
|
|
|
|
|
|
|
|
1170 |
Productieheffing |
|
|
|
|
|
|
|
|
1180 |
Eenmalige heffingen op de extra suikerquota en de aanvullende isoglucosequota |
|
|
|
|
|
|
|
|
1190 |
Overschotheffing |
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
BIJDRAGEN SUIKER |
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL 12 + 11 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
– 20 % inningskosten – 25 % inningskosten (5) – 10 % inningskosten (6) |
|
|
|||
|
|
|
Totaal te betalen aan de EU |
|
|
||||
(1) Met inbegrip van de vastgestelde rechten als gevolg van controles en gevallen van fraude en onregelmatigheden.
(2) Met inbegrip van de boekhoudkundige correcties.
(3) Met inbegrip van de oninbaar verklaarde of geachte bedragen om redenen die zijn toe te schrijven aan de lidstaten.
(4) Hierbij gaat het om correcties van de oorspronkelijke vaststellingen, met name inning achteraf en terugbetalingen. Voor suiker moet bij de correcties van voorafgaande seizoenen worden vermeld op welk verkoopseizoen ze betrekking hebben.
(5) De inhouding van 25 % geldt voor de bedragen die overeenkomstig de toepasselijke regels van de Unie tussen 1 maart 2001 en 28 februari 2014 beschikbaar gesteld hadden moeten zijn.
(6) De inhouding van 10 % geldt voor de bedragen die overeenkomstig de toepasselijke regels van de Unie vóór 28 februari 2001 beschikbaar gesteld hadden moeten zijn.
BIJLAGE II
BIJLAGE BIJ HET OVERZICHT VAN DE A-BOEKHOUDING VAN DE EIGEN MIDDELEN VAN DE EUROPESE UNIE
Follow-up van de invordering van de met onregelmatigheden of vertragingen gemoeide bedragen die door middel van controle- en toezichtmaatregelen werden vastgesteld (1)
Maand/jaar:
|
(in nationale valuta) |
|||||||
|
Brutobedrag van de ingevorderde eigen middelen |
Referenties van de onregelmatigheden of vertragingen bij vaststelling, boeking en terbeschikkingstelling die tijdens controles op nationaal of Unieniveau werden ontdekt (2) (3) (4) |
Toepasselijk inhoudingspercentage (5) |
Bedragen opgenomen in de rubriek „totaal te betalen aan de EU” |
Andere nuttige inlichtingen (6) |
|||
|
|
|
20 % |
25 % |
10 % |
JA (7) |
NEEN (8) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal: |
|
||||||
(1) Artikel 2, lid 3, of artikel 4, lid 6, derde alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 608/2014.
(2) De referenties van de verslagen uit hoofde van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 worden ook in deze kolom vermeld.
(3) De referenties van de brieven en controleverslagen van de Commissie worden ook in deze kolom vermeld.
(4) In voorkomend geval worden ook de volgende specifieke referenties vermeld:
|
— |
OWNRES-referentie; |
|
— |
de referenties van de afzonderlijke betalingen met betrekking tot de financiële aansprakelijkheid van de lidstaten voor administratieve fouten; |
|
— |
de referenties van de nationale besluiten, die ook zijn opgenomen in de bijlage bij het overzicht van de specifieke boekhouding (bijlage IV) in gevallen waarin er volgens de lidstaat zelf niet is voldaan aan de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 vastgestelde voorwaarden en de TEM vrijwillig ter beschikking worden gesteld. |
(5) Aankruisen welk inhoudingspercentage van toepassing is op het bedrag.
(6) Verstrek in deze rubriek nadere inlichtingen over elk in de bijlage opgenomen bedrag:
|
— |
indien een bedrag afzonderlijk van het huidige maandoverzicht ter beschikking is gesteld en niet is opgenomen in de rubriek „Totaal te betalen aan de EU”, vermeld dan hier de datum van terbeschikkingstelling van het bedrag en de inlichtingen om het betrokken bedrag te identificeren; |
|
— |
geef hier aan of het om een voorwaardelijke betaling gaat; |
|
— |
datum waarop het bedrag normaal ter beschikking moest worden gesteld. |
(7) Aankruisen indien het bedrag is opgenomen in het huidige maandoverzicht.
(8) Aankruisen indien het bedrag afzonderlijk ter beschikking is gesteld en niet is opgenomen in een eerder overzicht of eerdere bijlage.
BIJLAGE III
SPECIFIEKE BOEKHOUDING VAN DE EIGEN MIDDELEN VAN DE EUROPESE UNIE (1)
Overzicht van de vastgestelde rechten die niet in de A-boekhouding zijn opgenomen
Lidstaat:
Kwartaal/jaar:
|
(in nationale valuta) |
||||||||
|
AARD VAN DE MIDDELEN |
Nog te innen (bruto) uit hoofde van het voorafgaande kwartaal |
Uit hoofde van het betrokken kwartaal vastgestelde rechten |
Correctie van de vastgestelde rechten (artikel 8) (2) |
Oninbaar gebleken bedragen die niet ter beschikking kunnen worden gesteld om gegronde redenen (artikel 13, lid 2) (3) |
Totaal (1 + 2 ± 3 – 4) |
Tijdens het kwartaal geïnde bedragen voor de EU-begroting (4) (5) |
Nog te innen (bruto) aan het einde van het betrokken kwartaal |
|
|
(1) |
(2) |
(3) |
(4) |
(5) |
(6) |
(7) = (5) – (6) |
||
|
1210 |
Douanerechten (minus compenserende rechten en antidumpingrechten) |
|
|
|
|
|
|
|
|
1230 |
Compenserende rechten en antidumpingrechten op producten |
|
|
|
|
|
|
|
|
1240 |
Compenserende rechten en antidumpingrechten op diensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
12 |
DOUANERECHTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
1100 |
Productieheffingen met betrekking tot het verkoopseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen |
|
|
|
|
|
|
|
|
1110 |
Opslagbijdragen voor suiker |
|
|
|
|
|
|
|
|
1130 |
Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, -isoglucose en -inulinestroop en op C-suiker en -isoglucose voor vervanging |
|
|
|
|
|
|
|
|
1170 |
Productieheffing |
|
|
|
|
|
|
|
|
1180 |
Eenmalige heffingen op de extra suikerquota en de aanvullende isoglucosequota |
|
|
|
|
|
|
|
|
1190 |
Overschotheffing |
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
BIJDRAGEN SUIKER |
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL 12 + 11 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Raming van de vastgestelde rechten waarvan de inning onzeker is (6) |
|
||||||
(1) Op grond van artikel 6, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 gevoerde B-boekhouding, inclusief de vaststellingen als gevolg van controles of gevallen van fraude en onregelmatigheid.
(2) Met correctie van de vastgestelde rechten worden de correcties bedoeld, inclusief annuleringen, die het resultaat zijn van een herziening van de aanvankelijk vastgestelde rechten die uit eerdere kwartalen voortvloeien. Naar hun aard verschillen zij van de bedragen in kolom (4).
(3) Alle gevallen moeten worden gespecificeerd in de met dit kwartaaloverzicht mee te zenden bijlage IV. Het totaal van deze kolom (4) en het totaal in kolom (2) van bijlage IV moeten gelijk zijn.
(4) Het totaal van deze kolom moet overeenkomen met het totaal van de bedragen die voor het betrokken kwartaal zijn opgenomen in kolom (2) van het overzicht van de A-boekhouding.
(5) Met inbegrip van alle bedragen die niet zijn geïnd bij de schuldenaren om redenen die zijn toe te schrijven aan de lidstaat. Deze moeten worden opgenomen in kolom (2) van het overzicht van de A-boekhouding (bijlage I) en moeten eveneens worden opgenomen in kolom (1) van bijlage IV.
(6) Verplicht voor het overzicht van het vierde kwartaal van elk begrotingsjaar. Als de raming gelijk is aan nul, dient „nihil” te worden ingevuld.
BIJLAGE IV
BIJLAGE BIJ HET OVERZICHT VAN DE SPECIFIEKE BOEKHOUDING VAN DE EIGEN MIDDELEN VAN DE EUROPESE UNIE
Overzicht van de oninbaar verklaarde of geachte bedragen in de B-boekhouding (1) (2)
Kwartaal/jaar:
|
Brutobedrag van de eigen middelen |
Referentie van het nationale besluit |
OWNRES-referentie (3) |
WOMIS-referentie (3) |
|
|
Opgenomen in de A-boekhouding |
Niet opgenomen in de A-boekhouding |
|||
|
(1) |
(2) |
|
|
|
|
TOTAAL: |
TOTAAL: |
|
|
|
(1) Artikel 13, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014.
(2) Met inbegrip van alle bedragen die niet zijn geïnd bij de schuldenaren om redenen die zijn toe te schrijven aan de lidstaat.
(3) Indien van toepassing.
BIJLAGE V
FORMULIER VOOR HET VERSLAG (1) OVER DE ONINBARE BEDRAGEN VAN DE RECHTEN OP EIGEN MIDDELEN
Tenzij anders vermeld, moeten alle gegevens worden meegedeeld wanneer ze beschikbaar en relevant zijn. Alle bedragen moeten worden vermeld in de munteenheid van de desbetreffende lidstaat ten tijde van het verzenden van de mededeling.
1. ALGEMENE GEGEVENS
Lidstaat: …
Verwijzing naar de mededeling: …
(code van de lidstaat/referentiejaar/volgnummer referentiejaar)
Verwijzing naar een hiermee samenhangend, overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EU Euratom) nr. 608/2014 vooraf toegezonden kennisgevingsformulier: …
Reden voor het ontbreken van een verwijzing naar het voornoemde kennisgevingsformulier: …
Geval dat verband houdt met een controle van de Unie (ja/neen)
Verwijzing naar de desbetreffende controle van de Unie: …
Totaal oninbaar bedrag: …
Autoriteit die het bedrag oninbaar heeft verklaard of heeft vastgesteld dat het bedrag oninbaar wordt geacht: …
Nationale referentie van het administratieve besluit met betrekking tot de oninbaarheid: …
(Zie derde kolom van bijlage IV)
Datum van het administratieve besluit met betrekking tot de oninbaarheid: …
Datum waarop het bedrag oninbaar moest worden geacht: …
2. ONTSTAAN VAN DE SCHULD
Datum waarop of periode waarin de schuld is ontstaan: …
Rechtsgrondslag voor het ontstaan van een schuld: …
(Rechtsgrondslagen die voorafgaan aan Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (2) , dienen te worden aangegeven met vermelding van het desbetreffende artikel van Verordening (EEG) nr. 2913/92)
Indirecte vertegenwoordiging (artikel 18 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) of eerdere verordeningen): (ja/neen)
Douanestatus: …
(Geldende douaneregeling, situatie van de goederen of douanebestemming bij het ontstaan van de douaneschuld)
Nadere gegevens die moeten worden vermeld in geval van doorvoer:
|
— |
datum/data van aanvaarding van de aangifte voor douanevervoer (4): … |
|
— |
lidstaat/lidstaten van vertrek of binnenkomst in de Unie (ISO-code): … |
|
— |
lidstaat/lidstaten van bestemming of uitgang uit de Unie (ISO-code): … |
|
— |
MRN/MRN's (5) van de aangifte(n) voor douanevervoer of de TIR-operatie(s): … |
|
— |
nummer(s) van het carnet TIR: … |
Aard van de controle waardoor het recht is vastgesteld: …
|
— |
controles die geen verband houden met de aanvaarding van de douaneaangifte: … |
|
— |
controles tijdens de behandeling van een douaneaangifte met inbegrip van een steekproefneming: … |
|
— |
controles na behandeling maar voor de aanzuivering van de douaneregeling: … |
|
— |
controles na de aanzuivering van de douaneregeling voor de goederen: … |
|
— |
controles na behandeling en het in het vrije verkeer brengen: … |
Datum/data van aanzuivering van de douaneregeling(en), mee te delen bij een douanestatus die wijst op opschortende regelingen (bijvoorbeeld frauduleuze bevestiging van de aankomst van het douanevervoer): …
Uitgebreide omschrijving van de gebeurtenissen die hebben geleid tot de vaststelling van het recht:
(De volgende vragen moeten altijd worden beantwoord: Wat en wanneer was de aanleiding van de controles of onderzoeken? Wanneer zijn de controles of onderzoeken afgerond (verstrek de gegevens van het verslag)? Welke goederen waren daarbij betrokken? Licht nader toe om welke redenen de rechten werden ontweken. Was het mogelijk om op basis van de controle of het onderzoek aanvullende rechten te berekenen en de schuldenaar/schuldenaren te identificeren? Vermeld de datum waarop de verschillende schuldenaren werden geïdentificeerd en, indien van toepassing, geef aan welk deel van de schuld ze verschuldigd zijn.)
Datum waarop het onderzoek/douanecontrole/inspectie is ingeleid: …
Datum waarop het verslag van de douanecontrole/inspectie is opgesteld, op basis waarvan de schuldenaar/schuldenaren kon(den) worden geïdentificeerd en het bedrag van de aanvullende rechten kon worden vastgesteld: …
3. WEDERZIJDSE BIJSTAND
Zaak die verband houdt met wederzijdse bijstand in de zin van Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad (6) waarbij de diensten van de Commissie zijn betrokken (ja/neen)
Verwijzing naar de mededeling inzake wederzijdse bijstand: …
Datum van ontvangst: …
Opmerkingen (facultatief): …
Referentie OLAF-dossier (LL/JJJJ/NNNN): …
GDO-referentie (gezamenlijke douaneoperatie) (indien van toepassing): …
Geval dat verband houdt met een risico-informatieformulier (RIF) of een gemeenschappelijk prioritair controlegebied (CPCA) (ja/neen)
RIF-referentie (indien van toepassing): …
CPCA-referentie (indien van toepassing): …
4. VASTSTELLING VAN HET RECHT
Bureau van de vaststelling: …
Datum van de vaststelling: …
Boekhoudkundige verwijzing naar de vaststelling (facultatief): …
Datum van opneming in de B-boekhouding (artikel 6 van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014): …
Boekhoudkundige verwijzing naar de B-boekhouding (facultatief): …
Uitstel van de boeking of de mededeling van de douaneschuld om een strafonderzoek in verband met de financiële belangen van de Unie niet te schaden (artikel 13, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014) (ja/neen)
Totaal vastgesteld bedrag aan traditionele eigen middelen: …
Totale vastgestelde douane- en landbouwrechten, met uitzondering van compenserende rechten en antidumpingrechten: …
…
Bedrag van de vastgestelde compenserende en antidumpingrechten: …
Bedrag van de vastgestelde heffingen op suiker en isoglucose: …
Het bedrag van de vastgestelde nationale accijnzen en btw (facultatief): …
Totale bedrag van de na de aanvankelijke vaststelling verrichte correctie verhoging of vermindering) van de traditionele eigen middelen: …
Bedrag van de na de aanvankelijke vaststelling verrichte correctie (toevoeging of vermindering) van douane- en landbouwrechten, met uitzondering van compenserende rechten en antidumpingrechten: …
Bedrag van de na de aanvankelijke vaststelling verrichte correctie (toevoeging of vermindering) van de compenserende en antidumpingrechten: …
…
Bedrag van de na de aanvankelijke vaststelling verrichte correctie (toevoeging of vermindering) van de heffingen op suiker en isoglucose: …
…
Betrokken bedrag van de na de aanvankelijke vaststelling verrichte correctie (toevoeging of vermindering) van de nationale accijnzen en btw (facultatief): …
Totale bedrag van de zekerheid/garantie (7): …
(Dit is het bedrag dat betrekking heeft op de eigen middelen van de Unie en in voorkomend geval nationale accijnzen. Dit bedrag kan nul zijn indien er een ontheffing is of indien geen zekerheid is gesteld. In het geval van een doorlopende garantie van minder dan 100 % van het referentiebedrag moet het referentiebedrag ook worden vermeld)
Deel van de zekerheid dat aan de eigen middelen van de Unie moet worden toegewezen: …
Soort zekerheid (verplicht, facultatief, niet voorzien): …
Soort verplichte zekerheid: …
Reden waarom een voorgenomen zekerheid niet is gesteld: …
Aan de Unie ter beschikking gestelde bedrag van de zekerheid: …
Datum waarop het bedrag van de zekerheid ter beschikking is gesteld: …
5. INVORDERINGSPROCEDURE
(Indien er verscheidene schuldenaren zijn voor dezelfde schuld, dienen de volgende gegevens te worden verstrekt voor elke schuldenaar)
Soort schuldenaar (8): …
Verschuldigd bedrag, indien dit lager ligt dan het totale vastgestelde bedrag: …
Datum kennisgeving van de schuld: …
Datum/data van betalingsherinneringen: …
Vaststelling waartegen het recht op beroep wordt uitgeoefend in de zin van artikel 243, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 of artikel 44 van Verordening (EU) nr. 952/2013 (ja/neen)
Bereikte stadia van hiermee verbonden beroepsprocedure: …
Datum instelling eerste beroep: …
Datum van kennisgeving van de definitieve beslissing/arrest: …
Opmerkingen (facultatief): …
Opschorting van de tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 222 en 244 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikel 876 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (9) of artikel 108, lid 3, en artikel 45 van Verordening (EU) nr. 952/2013 (ja/neen)
Zekerheid gesteld bij opschorting (ja/neen):
Bedrag van de zekerheid bij opschorting: …
Redenen waarom bij de opschorting geen zekerheid is gesteld: …
(De lidstaten moeten vermelden of al dan niet vrijstelling van zekerheidsstelling is verleend wegens te verwachten economische en sociale moeilijkheden en moeten de redenen voor een dergelijk besluit aangeven)
Betalingsfaciliteiten in de zin van artikel 229 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 of artikel 112 van Verordening (EU) nr. 952/2013 (geen verzoek/verzoek verworpen/verzoek aanvaard)
Beschrijving van regeling betalingsfaciliteit: …
Zekerheidsstelling gegeven overeenkomstig de voorschriften met betrekking tot de betalingsfaciliteiten (ja/neen)
Bedrag van de zekerheid in verband met betalingsfaciliteiten: …
Reden waarom bij het verlenen van de betalingsfaciliteiten geen zekerheid is gesteld: …
(De lidstaten moeten vermelden of al dan niet vrijstelling van zekerheidsstelling is verleend wegens te verwachten economische en sociale moeilijkheden en moeten de redenen voor een dergelijk besluit aangeven)
Datum van afgifte van executoriale titel: …
Kennisgeving van executoriale titel (ja/neen)
Datum van afgifte van executoriale titel: …
Opmerkingen bij de executoriale titel (facultatief): …
Datum/data van ontvangen en ter beschikking gestelde betaling(en): …
Betrokken bedrag(en) van ontvangen en ter beschikking gestelde betaling(en): …
Betaalde en ter beschikking gestelde totaalbedragen: …
Datum/data van beslagen: …
Door middel van beslag verkregen bedrag: …
Opmerkingen bij beslag (facultatief): …
Datum instelling faillissements-/vereffening-/insolventieprocedures: …
Datum van de indiening van de vordering in het kader van deze procedures: …
Datum beëindiging faillissements-/vereffening-/insolventieprocedures: …
Bedrag aan eigen middelen ingevorderd in faillissements-/vereffening-/insolventieprocedure: …
…
Wederzijdse bijstand door andere lidstaten bij invordering (Richtlijn 2010/24/EU van de Raad (10) of eerdere richtlijnen) (ja/neen)
Verwijzing naar wederzijdse bijstand bij invordering: …
Aangezochte lidstaat: …
Datum van het verzoek: …
Ingevorderd bedrag: …
Datum van antwoord: …
Opmerkingen met betrekking tot het antwoord (met name indien de aangezochte lidstaat niet op het verzoek is ingegaan): …
…
6. REDENEN WAAROM INVORDERING VOOR HET RESTERENDE BEDRAG ONMOGELIJK IS GEWEEST
(In deze rubriek moeten de lidstaten bijvoorbeeld duidelijk vermelden welke concrete maatregelen tot tenuitvoerlegging zijn genomen, en de redenen vermelden waarom in geval van een faillissements-/vereffening-/insolventieprocedure het ontvangen bedrag ontoereikend was voor de schuldaflossing of waarom met het bedrag slechts een deel van de schuld kan worden afgelost. Daarnaast moeten de lidstaten de omstandigheden uitgebreid toelichten indien de boeking of de mededeling van een douaneschuld is uitgesteld om een strafonderzoek in verband met de financiële belangen van de Unie niet te schaden.)
(De lidstaten behoeven de gegevens die reeds in het kader van de punten 1 tot en met 5 zijn meegedeeld, niet opnieuw te vermelden)
7. ANDERE NUTTIGE INLICHTINGEN
(1) Zoals bedoeld in artikel 13, lid 3, tweede en derde alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014.
(2) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(4) Met inbegrip van carnets TIR.
(5) Het internationale acroniem voor het masterreferentienummer/identificatienummer voor verzending.
(6) Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).
(7) In sommige taalversies van Verordening (EU) nr. 952/2013 wordt de term „garantie” gebruikt in dezelfde context als waar in Verordening (EEG) nr. 2913/92 de term „zekerheid” wordt gebruikt. Voor de toepassing van deze bijlage worden deze termen gelezen als „zekerheid” in de zin van artikel 6, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014.
(8) Met inbegrip van wettelijk aansprakelijke schuldenaren, indirecte vertegenwoordigers en borgen.
(9) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).
(10) Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1).