|
27.9.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 248/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1756 VAN DE COMMISSIE
van 26 september 2017
tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1013/2010 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het vlootbeleid van de Unie als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (1), en met name artikel 23, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 1380/2013 was de aanpassing van de vangstcapaciteit geregeld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (2). In Verordening (EU) nr. 1013/2010 van de Commissie (3) zijn uitvoeringsbepalingen voor dat hoofdstuk vastgelegd met betrekking tot de referentieniveaus voor de vissersvloten, het toezicht op aan de vloot toegevoegde of onttrokken vaartuigen, de verzameling van gegevens, de uitwisseling van informatie en de jaarverslagen. |
|
(2) |
Verordening (EG) nr. 2371/2002 werd ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de aanpassing en het beheer van de vangstcapaciteit is thans geregeld in deel IV van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Met name zijn de vangstcapaciteitsmaxima voor de lidstaten nu vastgelegd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 en zijn de voorschriften inzake de jaarlijkse verslagen die de lidstaten moeten indienen, de regels inzake het beheer van toevoegingen en onttrekkingen aan nationale vloten, en de regels inzake het verzamelen en uitwisselen van gegevens nu vastgelegd in respectievelijk de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. |
|
(3) |
Bijgevolg hebben de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 de plaats ingenomen van die welke waren vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1013/2010. |
|
(4) |
Met het oog op de uitvoering van artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is het raadzaam alle achterhaalde bepalingen van Verordening (EU) nr. 1013/2010 te verwijderen uit het rechtskader waarin dat artikel van toepassing is. |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 1013/2010 moet derhalve worden ingetrokken met ingang van de toepassingsdatum van Verordening (EU) nr. 1380/2013. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Intrekking
Verordening (EU) nr. 1013/2010 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2014.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de tiende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 26 september 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.
(2) Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59).
(3) Verordening (EU) nr. 1013/2010 van de Commissie van 10 november 2010 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het vlootbeleid van de Unie als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 1).