1.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 226/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1514 VAN DE COMMISSIE

van 31 augustus 2017

tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 van de Raad (tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden uit India of Indonesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië) teneinde de mogelijkheid vast te stellen om een Indiase producent-exporteur vrijstelling te verlenen van die maatregelen, het antidumpingrecht ten aanzien van die producent-exporteur in te trekken en de van deze producent-exporteur afkomstige invoer te registreren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 4, artikel 13, lid 4, en artikel 14, lid 5,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   VERZOEK

(1)

De Europese Commissie („de Commissie”) heeft op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening een verzoek ontvangen om vrijstelling van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China zoals uitgebreid tot de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden uit India of Indonesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië, voor zover het de indiener van het verzoek betreft.

(2)

Het verzoek werd op 26 januari 2017 ingediend door SPG GLASS FIBRE PVT. LTD. („de indiener van het verzoek”), een in India („het betrokken land”) gevestigde producent-exporteur van bepaalde open weefsels van glasvezels.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT

(3)

Het onderzoek heeft betrekking op open weefsels van glasvezels, met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, met uitzondering van glasvezelschijven, van oorsprong uit de Volksrepubliek China of verzonden uit India of Indonesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië („het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00.

3.   BESTAANDE MAATREGELEN

(4)

Momenteel geldt een definitief antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad (2) en dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 van de Raad (3) is uitgebreid tot uit India of Indonesië ingevoerde producten, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië.

(5)

Op 9 augustus 2016 heeft de Commissie een nieuw onderzoek (4) geopend in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Dit nieuwe onderzoek loopt nog.

4.   MOTIVERING VAN HET NIEUWE ONDERZOEK

(6)

De indiener van het verzoek voerde aan dat hij het onderzochte product tijdens het tijdvak van het onderzoek dat tot de maatregelen zoals uitgebreid heeft geleid (van 1 april 2012 tot en met 31 maart 2013) niet naar de Unie heeft uitgevoerd.

(7)

Bovendien was er volgens hem geen sprake van dat hij de bestaande maatregelen heeft ontweken.

(8)

Voorts voerde hij aan dat hij na het tijdvak van het onderzoek dat tot de maatregelen zoals uitgebreid heeft geleid, een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren.

5.   PROCEDURE

5.1.   Opening van het onderzoek

(9)

Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit voldoende was om een onderzoek te openen op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening teneinde vast te stellen of de indiener van het verzoek van de maatregelen zoals uitgebreid kon worden vrijgesteld.

(10)

De bekende betrokken bedrijfstak van de Unie is van het verzoek om een nieuw onderzoek in kennis gesteld en is in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken, maar voerde geen onderbouwde argumenten aan waaruit bleek dat de opening van een onderzoek niet gerechtvaardigd is.

5.2.   Intrekking van de bestaande antidumpingmaatregelen en registratie van de invoer

(11)

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het geldende antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van de invoer van het onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Unie wordt uitgevoerd.

(12)

Tevens moet de invoer van dit product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening worden geregistreerd, zodat eventueel antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van registratie van deze invoer als uit het nieuwe onderzoek zou blijken dat de indiener van het verzoek de maatregelen heeft ontweken. In dit stadium van het onderzoek kan geen schatting worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

5.3.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek

(13)

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op de periode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 („tijdvak van het nieuwe onderzoek”).

5.4.   Onderzoek naar de indiener van het verzoek

(14)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden. Ingevolge artikel 6, lid 2, van de basisverordening moet de indiener van het verzoek, tenzij anders aangegeven, de ingevulde vragenlijst binnen 37 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening indienen.

5.5.   Andere schriftelijke opmerkingen

(15)

Alle belanghebbenden wordt verzocht om onder de voorwaarden van deze verordening hun standpunten kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en dit bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.

5.6.   Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

(16)

Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

5.7.   Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

(17)

Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken, moet vrij zijn van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

(18)

Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (5).

(19)

Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.

(20)

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken met inbegrip van gescande volmachten en certificaten per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven moeten worden ingediend op een draagbaar digitaal opslagmedium (cd-rom, dvd, USB-stick enz.). Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, zoals bepaald in het document „CORRESPONDENTIE MET DE EUROPESE COMMISSIE IN HANDELSBESCHERMINGSZAKEN” op de website van het directoraat-generaal Handel (http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/june/tradoc_152578.pdf). Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoonnummer en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies voor de communicatie met belanghebbenden raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer CHAR 04/039

1049 Brussel

BELGIË

6.   NIET-MEDEWERKING

(21)

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de vereiste gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening conclusies worden getrokken op basis van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

(22)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

(23)

Als een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de conclusies derhalve overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor hem minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

(24)

Als de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

7.   RAADADVISEUR-AUDITEUR

(25)

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden beleggen waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht.

(26)

Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over zaken die betrekking hebben op het beginstadium van het onderzoek moet uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

(27)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de pagina's van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/).

8.   TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK

(28)

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening binnen negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden afgesloten.

9.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(29)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (6),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt een nieuw onderzoek geopend ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 van de Raad teneinde vast te stellen of de invoer van open weefsels van glasvezels met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte en met een gewicht van meer dan 35 g/m2, met uitzondering van glasvezelschijven, van oorsprong uit de Volksrepubliek China of verzonden uit India of Indonesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7019 51 00 en ex 7019 59 00 (Taric-codes 7019510014, 7019510015, 7019590014 en 7019590015), geproduceerd door SPG GLASS FIBRE PVT. LTD. (aanvullende Taric-code C205), moet worden onderworpen aan de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 ingestelde antidumpingmaatregelen.

Artikel 2

Het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van de onderhavige verordening omschreven product.

Artikel 3

De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 de nodige maatregelen om de invoer in de Unie van het in artikel 1 van de onderhavige verordening omschreven product te registreren.

De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 augustus 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad van 3 augustus 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 204 van 9.8.2011, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1371/2013 van de Raad van 16 december 2013 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde open weefsels van glasvezels verzonden uit India of Indonesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Indonesië (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 20).

(4)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 288 van 9.8.2016, blz. 3).

(5)  Een „Limited”-document wordt beschouwd als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst). Het document is ook beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(6)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).