19.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 186/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1344 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2017

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name artikel 9, lid 1, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is een goederennomenclatuur vastgesteld (hierna „gecombineerde nomenclatuur” of „GN” genoemd), die in bijlage I bij die verordening is opgenomen.

(2)

De huidige tekst van de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 op hoofdstuk 17 en van de aanvullende aantekeningen (GN) 3 en 4 op hoofdstuk 21 van de gecombineerde nomenclatuur verwijst naar artikel 42 van Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie (2) waarin de methoden voor de berekening van het sacharosegehalte van ruwe suiker en bepaalde stropen zijn beschreven.

(3)

De leden 2, 3 en 4 van artikel 42 van Verordening (EG) nr. 951/2006 worden met ingang van 1 oktober 2017 geschrapt als gevolg een wijziging van het quotastelsel voor de suikerproductie naar aanleiding van veranderingen in het landbouwbeleid. Daarom vervallen de verwijzingen naar artikel 42 van Verordening (EG) nr. 951/2006 in de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 op hoofdstuk 17 en de aanvullende aantekeningen (GN) 3 en 4 op hoofdstuk 21.

(4)

Omwille van de rechtszekerheid en om het ontstaan van een juridische leemte te vermijden, moeten deze aanvullende aantekeningen (GN) worden gewijzigd en de toepasselijke analysemethoden rechtstreeks in deze aantekeningen worden geïntegreerd.

(5)

Gezien de verbeteringen in de analysemethoden om het suikergehalte te bepalen, moet de thans gebruikte analysemethode om het suikergehalte te bepalen van bepaalde producten van hoofdstuk 17, die door de monstermatrix of storende verbindingen kan worden beïnvloed, door de HPLC-methode (hogedrukvloeistofchromatografie) worden vervangen.

(6)

Op een aantal andere producten van hoofdstuk 17 en producten van hoofdstuk 21, waarvan het suikergehalte niet alleen is gebaseerd op sacharose, fructose, glucose en maltose als gevolg van de aanwezigheid van andere suikers, kan de HPLC-methode echter niet worden toegepast. Voor deze producten moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie (3).

(7)

Om in de gehele Unie een uniforme interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur met betrekking tot de bepaling van het suikergehalte van bepaalde producten te garanderen, moeten de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 op hoofdstuk 17 en de aanvullende aantekeningen (GN) 3 en 4 op hoofdstuk 21 van deel twee van de gecombineerde nomenclatuur worden gewijzigd.

(8)

Verordening (EEG) nr. 2658/87 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De leden 2, 3 en 4 van artikel 42 van Verordening (EG) nr. 951/2006 worden met ingang van 1 oktober 2017 ingetrokken. Deze verordening moet daarom vanaf diezelfde datum van toepassing zijn.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I, deel II, bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 wordt als volgt gewijzigd:

a)

In hoofdstuk 17 worden de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 vervangen door:

4.

Voor de toepassing van de onderverdelingen 1702 20 10, 1702 60 95 en 1702 90 71 wordt het suikergehalte (sacharose, fructose, glucose en maltose, waarbij de fructose en glucose worden berekend in sacharose-equivalent) bepaald met behulp van de HPLC-methode (hogedrukvloeistofchromatografie), volgens onderstaande formule:

S + 0,95 × (F + G) + M

waarbij:

 

„S” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde sacharosegehalte is,

 

„F” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde fructosegehalte is,

 

„G” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde glucosegehalte is,

 

„M” het met behulp van de HPLC-methode bepaalde maltosegehalte is.

Voor producten van de onderverdelingen 1702 60 80, 1702 90 80 en 1702 90 95 moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald (uitgedrukt in graden Brix overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie  (*1). Voor producten van de onderverdelingen 1702 60 80 en 1702 90 80 moet de omzetting van de resultaten worden verkregen door de graden Brix met de coëfficiënt 0,95 te vermenigvuldigen.

5.

Voor de toepassing van de onderverdelingen 1702 30 10, 1702 40 10, 1702 60 10 en 1702 90 30 wordt met de term „isoglucose” het uit glucose of glucosepolymeren verkregen product bedoeld, dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.

Voor producten van deze onderverdelingen moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald (uitgedrukt in graden Brix overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014).

(*1)   Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie van 11 september 2014 tot vaststelling van de refractometermethode voor de bepaling van het gehalte aan oplosbaar droog residu in op basis van groenten en fruit verwerkte producten met het oog op de indeling ervan in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 274 van 16.9.2014, blz. 6).”;"

b)

In hoofdstuk 21 worden de aanvullende aantekeningen (GN) 3 en 4 vervangen door:

3.

Voor de toepassing van onderverdeling 2106 90 30 wordt met de term „isoglucose” het uit glucose of glucosepolymeren verkregen product bedoeld dat 10 of meer gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.

4.

Voor producten van de onderverdelingen 2106 90 30 en 2106 90 59 moet het sacharosegehalte, inclusief andere suikers berekend als sacharose, met behulp van de refractometermethode worden bepaald (uitgedrukt in graden Brix overeenkomstig de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie  (*2).

(*2)   Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie van 11 september 2014 tot vaststelling van de refractometermethode voor de bepaling van het gehalte aan oplosbaar droog residu in op basis van groenten en fruit verwerkte producten met het oog op de indeling ervan in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 274 van 16.9.2014, blz. 6).”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 974/2014 van de Commissie van 11 september 2014 tot vaststelling van de refractometermethode voor de bepaling van het gehalte aan oplosbaar droog residu in op basis van groenten en fruit verwerkte producten met het oog op de indeling ervan in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 274 van 16.9.2014, blz. 6).