|
8.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 177/11 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1231 VAN DE COMMISSIE
van 6 juni 2017
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 tot vaststelling van een methode voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om de veranderingen in de regelgevende testprocedure weer te geven, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 8, lid 9, eerste alinea, en artikel 13, lid 7, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De methoden voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om de veranderingen in de regelgevende testprocedure weer te geven, zijn vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 van de Commissie (2) en, wat lichte bedrijfsvoertuigen betreft, in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1152 van de Commissie (3). Om de overgang op de nieuwe regelgevende testprocedure voor het meten van CO2-emissies en brandstofverbruik van lichte voertuigen (Worldwide Harmonised Light Vehicles Test Procedure, WLTP) te vergemakkelijken, moet de correlatieprocedure voor personenauto's in de mate van het mogelijke in lijn worden gebracht met de procedure voor lichte bedrijfsvoertuigen. |
|
(2) |
De aanwijzing van contactpunten bij typegoedkeuringsinstanties en technische diensten door de lidstaten moet worden verduidelijkt zodat de sleutels voor elektronische ondertekening die nodig zijn voor de formele werking van de correlatietool op efficiënte en veilige wijze kunnen worden verstrekt. |
|
(3) |
Bij voertuigen van categorie M1 met een technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van 3 000 kg of meer, is het passend om de fabrikanten de mogelijkheid te bieden om net als bij voertuigen van categorie N1 ofwel de NEDC-wegbelastingscoëfficiënten af te leiden uit de WLTP-tests, ofwel de waarden te gebruiken die zijn vermeld in tabel 3 van bijlage 4a bij Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (VN/ECE-Reglement nr. 83) (4). Hiermee moeten de typegoedkeuringstests van deze specifieke groep voertuigen worden vergemakkelijkt. |
|
(4) |
Op grond van de ontwikkeling van de correlatietool zijn bepaalde inputgegevensparameters niet meer nodig, maar moeten andere gegevens van administratieve aard worden toegevoegd om een traceerbaar en controleerbaar proces te waarborgen. |
|
(5) |
Het is ook passend om het gebruik van elektronische hash-codes in te voeren voor de correlatieoutputbestanden. Bepaalde beperkte en niet-vertrouwelijke output van de correlatietool moet ter beschikking van de Commissie worden gesteld om te zorgen voor de voortdurende ontwikkeling en verbetering van de correlatietool en de verdere controle van de correlatieresultaten mogelijk te maken. |
|
(6) |
De berekening van de NEDC-CO2-referentiewaarde moet worden vereenvoudigd door de noodzaak van nabewerking van de WLTP-testresultaten en de berekening van de delta tussen de door de correlatietool gesimuleerde WLTP-CO2-waarde en de NEDC-CO2-waarde weg te nemen. De nieuwe berekenmethode verschaft een absolute NEDC-CO2-referentiewaarde en eventuele afwijkingen van de correlatietool moeten gemakkelijk kunnen worden berekend en in het niet-vertrouwelijke samenvattende outputbestand worden vermeld. Met deze benadering wordt het risico op fouten bij de berekening van de referentiewaarden aanzienlijk verlaagd. |
|
(7) |
Bovendien moet de berekening van de gecombineerde en de fasespecifieke brandstofverbruikswaarden worden vereenvoudigd. Het brandstofverbruik moet worden berekend op basis van de definitieve NEDC-CO2-waarde (gedeclareerde waarden of waarden uit de correlatietool of de fysieke tests) met de formules van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (5). |
|
(8) |
De bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.
Artikel 2
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie (6) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 juni 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 van de Commissie van 2 juni 2017 tot vaststelling van een methode voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om de veranderingen in de regelgevende testprocedure weer te geven en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 679).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1152 van de Commissie van 2 juni 2017 tot vaststelling van een methode voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om de veranderingen in de regelgevende testprocedure inzake lichte bedrijfsvoertuigen weer te geven, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 644).
(4) Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat betreft de emissie van verontreinigende stoffen naargelang de motorbrandstofvereisten [2015/1038] (PB L 172 van 3.7.2015, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).
(6) Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15).
BIJLAGE I
Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt 2.1.2 wordt vervangen door: „2.1.2. Aanwijzing van gebruikers van de correlatietool De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de desbetreffende voor het hanteren van de correlatietool verantwoordelijke contactpunten bij de typegoedkeuringsinstantie en, in voorkomend geval, bij de technische diensten. Voor elke instantie of dienst wordt slechts één contactpunt aangewezen. De volgende informatie moet aan de Commissie worden verstrekt: naam van de organisatie, naam van de verantwoordelijke persoon, postadres, e-mailadres en telefoonnummer. Deze informatie moet naar de volgende functionele mailbox worden verstuurd (*1): EC-CO2-LDV-IMPLEMENTATION@ec.europa.eu De sleutels voor elektronische ondertekening voor de werking van de correlatietool worden uitsluitend op verzoek van het contactpunt verstrekt (*2). De Commissie stelt richtsnoeren op voor de procedure die voor dergelijke verzoeken dient te worden gevolgd. (*1) Eventuele wijzigingen van het adres van de functionele mailbox zullen op de website worden vermeld." (*2) De sleutels voor elektronische ondertekening worden verstrekt door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie.”." |
|
2) |
Punt 2.2, onder a) en b), wordt vervangen door:
|
|
3) |
Punt 2.3.1 wordt vervangen door: „2.3.1. Bepaling van de traagheid van het NEDC-voertuig De NEDC-referentiemassa van voertuig H en, indien van toepassing, de voertuigen L en R wordt als volgt bepaald:
waarin voertuig R = het representatieve voertuig van de wegbelastingmatrixfamilie zoals gedefinieerd in bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5.1, bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie (*3); MRO = de massa in rijklare toestand zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie (*4) voor voertuig H, respectievelijk de voertuigen L en R. De als input voor de simulaties en, indien van toepassing, voor een fysieke voertuigtest te gebruiken referentiemassa moet de in tabel 3 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83 vermelde traagheidswaarde zijn die equivalent is aan de referentiemassa RM, bepaald volgens dit punt en aangeduid als TMn,L, TMn,H en TMn,R. (*3) Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van de het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1)." (*4) Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).”." |
|
4) |
De punten 2.3.5 en 2.3.6 worden vervangen door: „2.3.5. Bepaling van het verschil in voorschriften inzake bandenspanning Overeenkomstig bijlage I, aanhangsel 3, punt 6.6.3, bij Verordening (EU) 2017/1151 wordt de laagste aanbevolen bandenspanning voor de testmassa van het voertuig gebruikt tijdens het uitrollen voor het bepalen van de wegbelasting, maar dit is niet aangegeven in de NEDC. De bandenspanning die voor de berekening van de NEDC-wegbelasting overeenkomstig punt 2.3.8 in aanmerking moet worden genomen, is het gemiddelde van de gemiddelde minimum- en de gemiddelde maximumbandenspanning die voor de geselecteerde banden op elke as voor de NEDC-referentiemassa van het voertuig is toegestaan. De berekening wordt voor voertuig H en, indien van toepassing, voor de voertuigen L en R verricht met de volgende formules:
waarin
Het overeenkomstige effect wat de weerstand op het voertuig betreft, wordt berekend met de volgende formules voor de voertuigen H, L en R:
2.3.6. Bepaling van de diepte van het bandprofiel (tyre tread depth, TTD) Overeenkomstig bijlage XXI, subbijlage 4, punt 4.2.2.2, bij Verordening (EU) 2017/1151 moet een minimumdiepte van het bandprofiel van 80 % voor de WLTP-test worden gebruikt, terwijl de minimale toegestane diepte van het bandprofiel voor de NEDC-test krachtens bijlage 4a, aanhangsel 7, punt 4.2, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 50 % van de nominale waarde moet bedragen. Dit leidt tot een gemiddeld verschil van 2 mm in diepte van het bandprofiel tussen de twee procedures. Het overeenkomstige effect wat de weerstand op het voertuig betreft, wordt bepaald voor de NEDC-wegbelastingberekening in punt 2.3.8 met de volgende formules voor de voertuigen H, L en R:
waarin RMn,H, RMn,L en RMn,R de referentiemassa's van de voertuigen H, L en R, bepaald volgens punt 2.3.1.”; |
|
5) |
Aan punt 2.3.8.1 worden de volgende twee alinea's toegevoegd: „De NEDC-wegbelastingcoëfficiënten moeten worden berekend volgens de formules in punt 2.3.8.1.1 (voor voertuig H) en in punt 2.3.8.1.2 (voor voertuig L). Tenzij anders aangegeven, zijn die formules zowel van toepassing bij simulaties als bij fysieke voertuigtests.”. |
|
6) |
Punt 2.3.8.2 wordt vervangen door: 2.3.8.2. Bepaling van de wegbelastingen indien deze voor de WLTP-test zijn bepaald volgens bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5, bij Verordening (EU) 2017/1151 2.3.8.2.1. Wegbelastingmatrixfamilie overeenkomstig bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5.1, bij Verordening (EU) 2017/1151 Indien de wegbelasting van een voertuig is berekend volgens bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5.1, bij Verordening (EU) 2017/1151, wordt de als input voor de correlatietoolsimulaties te gebruiken NEDC-wegbelasting als volgt bepaald:
2.3.8.2.2. Standaardwegbelastingen overeenkomstig bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5.2, bij Verordening (EU) 2017/1151 Indien de standaardwegbelastingen zijn berekend volgens bijlage XXI, subbijlage 4, punt 5.2, bij Verordening (EU) 2017/1151, worden de NEDC-wegbelastingen berekend volgens punt 2.3.8.2.1, onder a), van deze bijlage. Bij fysieke voertuigtests wordt de test verricht met de NEDC-rollenbankcoëfficiënten voor voertuig H of voertuig L, bepaald overeenkomstig tabel 3 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83.”. |
|
7) |
In punt 2.4 wordt tabel 1 als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
In punt 3.1 wordt de tweede alinea vervangen door: „Indien het verschil tussen voertuig H en voertuig L alleen wordt veroorzaakt door een verschil in de optionele uitrusting (d.w.z. dat de MRO, de carrosserievorm en de wegbelastingscoëfficiënten dezelfde zijn), wordt de NEDC-CO2-referentiewaarde alleen voor voertuig H bepaald.”. |
|
9) |
De punten 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 worden vervangen door: „3.1.1. Input en output van de correlatietool 3.1.1.1. Oorspronkelijk correlatieoutputverslag De typegoedkeuringsinstantie of de aangewezen technische dienst zorgt ervoor dat het inputgegevensbestand voor de correlatietool volledig is. Na het voltooien van een test met de correlatietool wordt een oorspronkelijk correlatieoutputverslag opgesteld. Aan dat verslag wordt een hash-code toegekend. Dit verslag moet de volgende subbestanden omvatten:
3.1.1.2. Volledig correlatiebestand Indien het oorspronkelijke correlatieoutputverslag overeenkomstig punt 3.1.1.1 is verstrekt, gebruikt de typegoedkeuringsinstantie of, in voorkomend geval, de aangewezen technische dienst de desbetreffende functies in de correlatietool om de ondertekende schriftelijke samenvatting naar een tijdstempelserver te sturen. Van daaruit wordt een antwoord met tijdstempel naar de verzender teruggestuurd (en een kopie naar de desbetreffende diensten van de Commissie). Dat antwoord bevat een willekeurig gegenereerd geheel getal tussen 1 en 99. Er wordt een volledig correlatiebestand opgesteld, met inbegrip van het antwoord met tijdstempel en het in punt 3.1.1.1 vermelde oorspronkelijke correlatieoutputverslag. Aan het volledige correlatiebestand wordt een hash-code toegekend. Het bestand wordt door de typegoedkeuringsinstantie onderhouden als testrapport overeenkomstig bijlage VIII bij Richtlijn 2007/46/EG. 3.1.2. NEDC-CO2-referentiewaarde voor voertuig H De correlatietool wordt gebruikt om de NEDC-test van voertuig H te simuleren met de in punt 2.4 bedoelde desbetreffende inputgegevens. De NEDC-CO2-referentiewaarde voor voertuig H wordt als volgt bepaald: CO 2,H = NEDC CO2,C,H · Ki,H waarin
Naast de NEDC-CO2-referentiewaarde verstrekt de correlatietool eveneens de fasespecifieke CO2-waarden voor voertuig H. 3.1.3. NEDC-CO2-referentiewaarde voor voertuig L Indien van toepassing wordt de NEDC-test van voertuig L gesimuleerd aan de hand van de correlatietool en de in punt 2.4 bedoelde desbetreffende inputgegevens. De NEDC-CO2-referentiewaarde voor voertuig L wordt als volgt bepaald: CO2, L = NEDC CO2,C,L · Ki,L waarin
Naast de NEDC-CO2-referentiewaarde verstrekt de correlatietool eveneens de fasespecifieke CO2-waarden voor voertuig L.”. |
|
10) |
Punt 3.2.6 wordt vervangen door: 3.2.6. Indien het in punt 3.1.1.2 bedoelde willekeurig gegenereerde nummer in het bereik 90-99 valt, wordt het voertuig geselecteerd voor één fysieke meting volgens de procedure in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008, waarbij rekening wordt gehouden met de preciseringen van punt 2 van deze bijlage. De testresultaten worden overeenkomstig bijlage VIII bij Richtlijn 2007/46/EG gedocumenteerd. Indien de NEDC-CO2-waarde voor zowel voertuig H als voertuig L wordt bepaald overeenkomstig punt 3.2.1, moet voor de fysieke metingen de voertuigconfiguratie van voertuig L worden geselecteerd indien het willekeurige getal in het bereik 91-94 valt, en van voertuig H indien het willekeurige getal in het bereik 95-99 valt. Indien de NEDC-CO2-waarde voor slechts een van de voertuigen H of L in de interpolatiefamilie is bepaald overeenkomstig punt 3.2.1, wordt dat voertuig geselecteerd voor één fysieke meting indien het willekeurige getal in het bereik 90-99 valt. Indien de NEDC-CO2-waarden niet zijn bepaald overeenkomstig punt 3.2.1 maar zowel voertuig H als voertuig L fysiek is getest, hoeft het willekeurige getal niet in aanmerking worden genomen.”. |
|
11) |
In punt 3.2.8 wordt de tweede alinea vervangen door: „De afwijkingsfactor wordt tot op drie cijfers achter de komma berekend en op het typegoedkeuringscertificaat en het conformiteitscertificaat vermeld.”. |
|
12) |
De punten 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 worden vervangen door: „3.3.1. Berekening van de fasespecifieke NEDC-CO2-waarden voor voertuig H De fasespecifieke NEDC-waarden voor voertuig H worden als volgt berekend: NEDC CO 2, p,H = NEDC CO 2, p,H ,c · CO 2, AF,H waarin:
3.3.2. Berekening van de fasespecifieke NEDC-CO2-waarden voor voertuig L De fasespecifieke NEDC-waarden voor voertuig L worden als volgt berekend: NEDC CO 2, p,L = NEDC CO 2, p,L , c · CO 2, AF,L waarin
3.3.3. Berekening van het NEDC-brandstofverbruik voor voertuig H en voertuig L 3.3.3.1. Berekening van het NEDC-brandstofverbruik (gecombineerd) Het NEDC-brandstofverbruik (gecombineerd) voor de voertuigen H en L wordt berekend aan de hand van de volgens punt 3.2 en de bepalingen van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 bepaalde gecombineerde NEDC-CO2-emissies. De emissies van andere verontreinigende stoffen die relevant zijn voor de berekening van het brandstofverbruik (koolwaterstoffen, koolmonoxide), worden geacht gelijk te zijn aan 0 (nul) g/km. 3.3.3.2. Berekening van het fasespecifieke NEDC-brandstofverbruik Het fasespecifieke NEDC-brandstofverbruik voor de voertuigen H en L wordt berekend aan de hand van de volgens punt 3.3 en de bepalingen van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 bepaalde fasespecifieke NEDC-CO2-emissies. De emissies van andere verontreinigende stoffen die relevant zijn voor de berekening van het brandstofverbruik (koolwaterstoffen, koolmonoxide), worden geacht gelijk te zijn aan 0 (nul) g/km.”. |
|
13) |
Het volgende punt 4.2.1.4a wordt toegevoegd: „4.2.1.4a Van het voor de wegbelastingmatrixfamilie representatieve voertuig afgeleide NEDC-wegbelastingen Indien de NEDC-wegbelasting van het representatieve voertuig is berekend aan de hand van het representatieve WLTP-voertuig volgens punt 2.3.8.2.1, onder b), wordt de NEDC-wegbelasting van een individueel voertuig berekend met de volgende formules: a) De f0n,ind voor het individuele voertuig wordt als volgt bepaald:
waarin
b) De F2n,ind voor het individuele voertuig wordt als volgt bepaald:
waarin
c) De F1n,L voor het individuele voertuig wordt vastgesteld op 0.”. |
|
14) |
In punt 5, onder a), worden de woorden „outputverslag van de correlatietool” vervangen door de woorden „volledige correlatiebestand”. |
(*1) Eventuele wijzigingen van het adres van de functionele mailbox zullen op de website worden vermeld.
(*2) De sleutels voor elektronische ondertekening worden verstrekt door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie.”.
(*3) Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van de het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).
(*4) Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).”.”
BIJLAGE II
In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1014/2010 wordt in de tabel „Gegevensbronnen” de volgende rij toegevoegd:
|
„Identificatienummer van de voertuigfamilie |
|
Bijlage XXI, punt 5.0, bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie (*1) |
(*1) Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van de het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).”.