6.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 3/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/6 VAN DE COMMISSIE

van 5 januari 2017

betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende EU-richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (1), en met name artikel 47, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees implementatieplan voor het European Rail Traffic Management System (ERTMS) heeft als doel te waarborgen dat voertuigen als bedoeld in punt 1.1 van de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919 (2) van de Commissie die met ERTMS zijn uitgerust, geleidelijk toegang krijgen tot een groeiend aantal lijnen, havens, terminals en emplacementen zonder dat zij naast ERTMS over systemen van klasse B hoeven te beschikken. Het Europees implementatieplan voor ERTMS, dat is vastgesteld bij Besluit 2012/88/EU (3) van de Commissie, moet worden aangepast zodat rekening kan worden gehouden met voortgang bij de uitrol van ERTMS door de lidstaten en zodat het in overeenstemming wordt gebracht met de vereisten van artikel 39, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1315/2013 en de definitie van kernnetwerkcorridors als bedoeld in artikel 2, lid 14, van Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4). Het plan moet, in combinatie met het nationaal implementatieplan zoals bedoeld in punt 7.4.4 van de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919, voertuigeigenaren genoeg zichtbaarheid geven zodat een geschikte operationele planning kan worden opgemaakt.

(2)

Een implementatieplan voor de kernnetwerkcorridors moet stations, knooppunten, toegangen tot de binnen- en zeehavens van het kernnetwerk, luchthavens, terminals voor overslag tussen weg- en spoorvervoer en infrastructuurcomponenten als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bevatten, want die zijn essentieel voor de interoperabiliteit van het Europese spoorwegnet.

(3)

Volledige overeenstemming met Verordening (EU) 2016/919 is een kritische voorwaarde voor de invoering van ERTMS. De lidstaten hebben die doelstelling nog niet bereikt, vooral omdat zij voor nationale of projectspecifieke oplossingen hebben gekozen.

(4)

Voor de invoering van nieuwe ERTMS-baanapparatuur moeten de lidstaten de recentste specificaties toepassen als bedoeld in bijlage A bij Verordening (EU) 2016/919, waarin een aantal fouten en verkeerde interpretaties van de vorige baseline zijn gecorrigeerd, voor eenvoudiger technische oplossingen wordt gekozen en de compatibiliteit met Baseline 3-boordapparatuur wordt gewaarborgd.

(5)

De regels voor de invoering van baanapparatuur zijn complementair met de regels voor de invoering van treinapparatuur van Verordening (EU) 2016/919; daarom moet het Europees implementatieplan voor ERTMS in overeenstemming worden gebracht met de technische specificaties inzake interoperabiliteit voor de subsystemen besturing en seingeving van die verordening.

(6)

De invoering van ERTMS op grensoverschrijdende baanvakken kan voor technische problemen zorgen en moet daarom het voorwerp zijn van prioritair optreden door de Unie, de lidstaten en de betrokken infrastructuurbeheerders. Corridors voor goederenvervoer per spoor in de zin van Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) kunnen ook een cruciale rol spelen bij de invoering van ERTMS op grensoverschrijdende baanvakken, met name door te opteren voor gecoördineerde oplossingen.

(7)

De synchrone invoering op grensoverschrijdende trajecten is een belangrijk element voor de businesscase van de spoorwegondernemingen. Daarom moeten de betrokken infrastructuurbeheerders een overeenkomst ondertekenen die een gecoördineerde uitrol in de tijd en op technisch gebied waarborgt. Bij onenigheid kan de Commissie ondersteuning bieden voor het vinden van oplossingen.

(8)

De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van de tijdige invoering op hun trajecten via het TENtec-systeem en het Europees infrastructuurregister, zodat de invoering van ERTMS op de kernnetwerkcorridors kan worden opgevolgd. Uitstel kan alleen op verzoek de lidstaat en in uitzonderlijke gevallen worden verleend.

(9)

De herziening van Verordening (EU) nr. 1316/2013 kan gevolgen hebben voor de onderlinge afstemming van de kernnetwerkcorridors. Deze verordening moet dienovereenkomstig worden herzien. Deze verordening bepaalt de uitroldatums voor die baanvakken van corridors waar ERTMS uiterlijk in 2023 in gebruik kan worden genomen. Alle datums na 2023 zullen tegen 31 december 2023 worden herzien ten opzichte van de in Verordening (EU) nr. 1315/2013 bepaalde tijdshorizon teneinde realistische uitvoeringstermijnen te hanteren en na te gaan waar een snellere uitvoering mogelijk is.

(10)

Vanaf de dag waarop deze verordening, die een uitvoeringshandeling is in de zin van artikel 13 van Verordening (EU) 2016/919, van toepassing wordt, zijn de punten 7.3.1, 7.3.2, 7.3.2.1, 7.3.2.2, 7.3.2.4, 7.3.2.5, 7.3.2.6, 7.3.4 en 7.3.5 van bijlage III bij Besluit 2012/88/EU niet langer geldig. Punt 7.3.2.3 mag echter niet onder deze verordening vallen, omdat het buiten het toepassingsgebied van de rechtsgrondslag valt. Daarom moet punt 7.3.2.3 van bijlage III bij Besluit 2012/88/EU van toepassing blijven tot een andere uitvoeringshandeling wordt aangenomen.

(11)

Als een van de voorwaarden van punt 7.3.2.3 van bijlage III bij Besluit 2012/88/EU is vervuld vóór de in bijlage I voor hetzelfde baanvak bepaalde datum, moeten de infrastructuurbeheerders het baanvak van hogesnelheidslijnen op de kernnetwerkcorridors die onder deze verordening vallen uitrusten met ERTMS-baanuitrusting in overeenstemming met die bepaling.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening wordt het tijdschema vastgelegd voor de invoering van het European Rail Traffic Management System (ERTMS) op de kernnetwerkcorridors, zoals beschreven in bijlage I.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op de uitrusting van rollend materieel met ERTMS zoals bedoeld in punt 7.3.3 van bijlage III bij Besluit 2012/88/EU.

Artikel 2

Specifieke uitvoeringsregels voor baanapparatuur in verband met ETCS

1.   Spoorweginfrastructuurbeheerders rusten de kernnetwerkcorridors uit met ERTMS en nemen ERTMS op die corridors uiterlijk op de in bijlage I bij deze verordening bepaald datums in gebruik, ook in spoorwegstations en op knooppunten. De spoorwegverbindingen met de in bijlage II van Verordening (EU) nr. 1315/2013 genoemde elementen en met de in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde infrastructuurcomponenten die op de kernnetwerkcorridor liggen, worden met ERTMS uitgerust en in gebruik genomen op de datum die is bepaald voor de respectieve baanvakken van de kernnetwerkcorridors.

De uitrol gebeurt overeenkomstig artikel 1, lid 4, artikel 7, lid 2, onder c), en artikel 39, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1315/2013.

2.   Een kernnetwerkcorridor wordt beschouwd als uitgerust met ERTMS als overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) of artikel 18 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (7) een vergunning is afgegeven voor het in dienst stellen van ERTMS, zodat passagiers- en goederenverkeer mogelijk is in beide richtingen, met name in geval van werkzaamheden of storingen, en, voor zover nodig, uitsluitend met ERTMS uitgeruste voertuigen gebruik kunnen maken van de zijsporen.

3.   De spoorweginfrastructuurbeheerders werken samen om ERTMS op grensoverschrijdende trajecten gelijktijdig en op een technisch consistente manier aan te brengen en in gebruik te nemen. Zij sluiten na overleg met de betrokken spoorwegondernemingen een overeenkomst over de technische en operationele aspecten van de uitrol voor elk grensoverschrijdend baanvak. De spoorweginfrastructuurbeheerders sluiten die overeenkomst ten minste één jaar vóór de eerste uitroldatum voor dat bepaalde grensoverschrijdende baanvak. In die overeenkomst worden overgangsbepalingen opgenomen om rekening te kunnen houden met de behoeften van de grensoverschrijdende exploitatie van de spoorwegondernemingen. Bij onenigheid beginnen de betrokken lidstaten een actieve dialoog om gemeenschappelijke convergerende oplossingen te vinden. Zij kunnen daarbij steun van de Commissie vragen. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke overeenkomsten uiterlijk één maand nadat ze zijn ondertekend.

4.   Als de in de overeenkomsten opgenomen einddatums van projecten die medegefinancierd worden door de Commissie, vroeger vallen dan de datums van bijlage I, krijgen die eerste voorrang.

5.   De lidstaten kunnen besluiten om de bestaande systemen van klasse B, zoals gedefinieerd in punt 2.2 van de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919, te behouden. Vanaf de in bijlage I genoemde datums krijgen de in punt 1.1 van de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919 bedoelde voertuigen die zijn uitgerust met een ERTMS-versie die compatibel is met de baanuitrusting, echter toegang tot die lijnen en tot de in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde infrastructuurcomponenten, ook als zij niet zijn uitgerust met een klasse B-systeem.

Artikel 3

Kennisgevingen

1.   Zodra ERTMS op een baanvak van een kernnetwerkcorridor in gebruik is genomen, brengt de betrokken lidstaat de Commissie daarvan binnen één maand op de hoogte via de systemen die zijn ingesteld bij artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1315/2013 en artikel 5, lid 1, van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU van de Commissie (8).

2.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke vertraging bij de ingebruikname van ERTMS op een baanvak van een kernnetwerkcorridor dat met ERTMS moet worden uitgerust. De spoorweginfrastructuurbeheerders brengen de lidstaten dienovereenkomstig op de hoogte van de vertraging.

3.   Bij de melding van de in lid 2 bedoelde vertragingen stuurt de betrokken lidstaat de Commissie een dossier met een technische beschrijving van het project en een nieuwe datum voor de ingebruikname van ERTMS. In het dossier worden de oorzaken van de vertraging nader beschreven en wordt vermeld welke corrigerende maatregelen de spoorweginfrastructuurbeheerder heeft genomen.

4.   Als de vertraging te wijten is aan een uitzonderlijke omstandigheid, kan de Commissie besluiten om de termijn ten hoogste met drie jaar te verlengen. Binnen één maand nadat het uitstel is toegestaan, voert de lidstaat de nodige aanpassingen uit aan zijn nationaal uitvoeringsplan als bedoeld in punt 7.4.4 van de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919.

Met de in de eerste alinea genoemde „uitzonderlijke omstandigheid” wordt een omstandigheid bedoeld die voortvloeit uit de planningsfase en die verband houdt met specifieke geologische vondsten, de bescherming van het milieu of van soorten, archeologische vondsten, vergunningsprocedures en de uitvoering van een milieueffectbeoordeling volgens Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad (9), of een omstandigheid als gevolg van de bouw- en vergunningsfasen waarover de projectpromotor geen controle heeft en die niet onder de noemer vallen van de gebruikelijke risico's die bij dat soort projecten op projectmanagementniveau moeten worden aangepakt.

5.   Als de in Verordening (EU) 2016/919 vastgelegde ERTMS-specificaties bij wetgevingshandeling op onverenigbare wijze worden gewijzigd, bezorgen de lidstaten de Commissie een analyse van de gevolgen van de gewijzigde regelgeving op hun netwerk en op de ERTMS-planning, binnen een redelijke termijn en uiterlijk op het moment van het formeel advies van het in artikel 51 van Richtlijn (EU) 2016/797 genoemde comité. Als kan worden aangetoond dat de wijzigingen gevolgen hebben voor de kosten of de termijn van specifieke uitvoeringen, wordt bijlage I dienovereenkomstig aangepast.

Artikel 4

Evaluatie

Uiterlijk op 31 december 2023 evalueert de Commissie, na overleg met de lidstaten en met de hulp van de in artikel 45 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde Europese ERTMS-coördinator, de in bijlage I bij deze Verordening opgenomen datums na 1 januari 2024.

Artikel 5

Verwijzingen

Verwijzingen naar bijlage III van Besluit 2012/88/EU gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 26 januari 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 januari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2016/919 van de Commissie van 27 mei 2016 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seingeving van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 158 van 15.6.2016, blz. 1).

(3)  Besluit 2012/88/EU van de Commissie van 25 januari 2012 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seingeving (PB L 51 van 23.2.2012, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129).

(5)  Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 22).

(6)  Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1).

(7)  Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).

(8)  Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU van de Commissie van 26 november 2014 inzake de gemeenschappelijke specificaties van het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2011/633/EU (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 489).

(9)  Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 124 van 25.4.2014, blz. 1).


BIJLAGE I

Image 1

Image 2

Image 3

Image 4

Image 5

Image 6

Image 7

Image 8

Image 9

Image 10

Image 11

Image 12

Image 13

Image 14

Image 15

Image 16

Image 17

Image 18


BIJLAGE II

Transponeringstabel

Besluit 2012/88/EU

De onderhavige verordening

Bijlage III, punt 7.3.1

Artikel 1

Bijlage III, punt 7.3.2

Artikelen 1 en 2

Bijlage III, punt 7.3.2.1

Artikel 2, lid 1

Bijlage III, punt 7.3.2.2

Artikel 2, lid 1

Bijlage III, punt 7.3.2.4

Bijlage III, punt 7.3.2.5

Artikel 3, lid 1

Bijlage III, punt 7.3.2.6

Artikel 3, leden 2, 3 en 4

Bijlage III, punt 7.3.4

Bijlage I

Bijlage III, punt 7.3.5

Artikel 2, lid 1