9.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 423/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 20 november 2017

over het volgen van afgestudeerden

(Voor de EER relevante tekst)

(2017/C 423/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 165 en 166,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van afgestudeerden die onderwijs en opleiding verlaten, is in veel lidstaten een punt van zorg, met name doordat de arbeidsparticipatie van pas afgestudeerden in het hoger onderwijs in de Unie na de financiële crisis van 2008 niet volledig is hersteld (1) en de werkgelegenheidssituatie van afgestudeerden van beroepsonderwijs- en beroepsopleidingsprogramma’s van lidstaat tot lidstaat verschilt.

(2)

Derhalve werden de lidstaten in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2015 (2) aangemoedigd om in samenwerking met de sociale partners de productiviteit en inzetbaarheid te bevorderen door te zorgen voor voldoende relevante kennis, vaardigheden en competenties.

(3)

Om die doelstelling te verwezenlijken is kwaliteitsvolle informatie over wat afgestudeerden doen nadat ze hun kwalificatie hebben behaald of onderwijs en opleiding hebben verlaten essentieel, niet alleen om te begrijpen waarom afgestudeerden in bepaalde regio’s en economische sectoren of afgestudeerden van bepaalde studierichtingen in het hoger onderwijs of in beroepsonderwijs en -opleiding problemen op het gebied van inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ondervinden, maar ook om daar oplossingen voor aan te dragen. De waarde van dergelijke informatie wordt zowel in de normen en richtsnoeren voor kwaliteitsborging in de Europese ruimte voor hoger onderwijs (ESG) (3) als in het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (EQAVET) (4) onderstreept.

(4)

Aangezien de systemen voor het verzamelen, analyseren en benutten van gegevens over de resultaten voor afgestudeerden in het hoger onderwijs en in beroepsonderwijs en -opleiding in veel delen van de Unie niet goed ontwikkeld zijn, is er evenwel behoefte aan betere informatie op basis waarvan studenten weloverwogen studiekeuzes kunnen maken, of op basis waarvan onderwijsprogramma’s of overheidsbeleid kunnen worden uitgestippeld.

(5)

De overgang naar de arbeidsmarkt wordt bovendien grotendeels bepaald door de economische context, het niveau van de kwalificatie en de studierichting. Ook sociaal-demografische factoren en de sociaal-economische achtergrond van de familie zijn van invloed (5). Daarom is het verzamelen van gegevens over het effect van deze uiteenlopende factoren van groot belang om het probleem grondig aan te pakken.

(6)

Hoewel veel lidstaten systemen voor het volgen van afgestudeerden ontwikkelen, is de uitwisseling van kennis, goede praktijken en wederzijds leren beperkt.

(7)

Aangezien de bestaande vergelijkbare gegevens een beperkte reikwijdte hebben en gegevens die op nationaal niveau worden verzameld niet vergelijkbaar zijn met die van andere lidstaten, is het moeilijk conclusies te trekken uit verschillen in trends en resultaten in verschillende landen en regio’s.

(8)

Uit de resultaten van de openbare raadpleging (6) over de agenda van de Unie voor de modernisering van het hoger onderwijs bleek dat de vrees bestaat dat het hoger onderwijs niet voorziet in de kennis, vaardigheden en competenties die afgestudeerden nodig hebben om te gedijen in een snel veranderend onderwijs- en werkgelegenheidsklimaat, en dat in sommige lidstaten het aanbod aan vaardigheden nog steeds slecht op de vraag is afgestemd.

(9)

De lidstaten pleiten voor maatregelen op EU-niveau om de informatiestroom over de inzetbaarheid, de slechte afstemming van het aanbod aan vaardigheden op de vraag en de behoeften van de arbeidsmarkt te verbeteren. Met name wordt in het gezamenlijk verslag 2015 van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) (7) voorgesteld de relevantie van het hoger onderwijs voor de arbeidsmarkt en de samenleving te propageren, onder meer via betere informatie over en voorspellingen van de arbeidsmarktbehoeften en -resultaten, bijvoorbeeld door het volgen van de loopbanen van afgestudeerden.

(10)

In de conclusies van Riga van 2015 over een nieuwe reeks doelstellingen voor de middellange termijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding voor de periode 2015-2020 hebben de lidstaten ook toegezegd voor permanente informatie- en feedbackloops te zullen zorgen door onder meer gegevens over de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van afgestudeerden in beroepsonderwijs en -opleiding en een combinatie van gegevens over leren, toetreding tot de arbeidsmarkt en loopbanen te gebruiken, en de actoren op nationaal niveau beter in staat te stellen gegevens over afgestudeerden te gebruiken om curricula, beroepsprofielen en de inhoud van kwalificaties in beroepsonderwijs en -opleiding aan nieuwe economische en technische vereisten aan te passen.

(11)

Vervolgens hebben de lidstaten in de resolutie betreffende het bevorderen van sociaal-economische ontwikkeling en inclusiviteit in de EU via het onderwijs: de bijdrage van onderwijs en opleiding aan het Europees semester 2016 (8) benadrukt dat het van belang is dat discrepanties tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden en tekorten aan bepaalde vaardigheden met prioriteit moeten worden aangepakt.

(12)

Hierbij werd voortgebouwd op eerdere bijdragen. De lidstaten stemden er in de conclusies van de Raad over ondernemerschap in onderwijs en opleiding van 2014 (9) mee in bij het beoordelen van de kwaliteit en de doeltreffendheid van onderwijs en opleiding over ondernemerschap waar mogelijk gebruik te maken van gegevens op basis van het volgen van afgestudeerden.

(13)

In 2013 kwamen de lidstaten in de conclusies van de Raad over de sociale dimensie van hoger onderwijs (10) overeen de verstrekking van informatie over mogelijkheden en resultaten op het gebied van onderwijs en de arbeidsmarkt te faciliteren.

(14)

De lidstaten stemden er in de conclusies van de Raad betreffende de inzetbaarheid van afgestudeerden (11) van 2012 ook mee in om een benchmark vast te stellen — namelijk dat uiterlijk 2020 het percentage afgestudeerden met een baan (20- tot en met 34-jarigen) die het onderwijs niet langer dan drie jaar vóór het referentiejaar hebben verlaten, 82 % moet bedragen — en om het percentage afgestudeerden met een baan te monitoren met het oog op versterking van de empirische basis voor beleidsontwikkeling op het raakvlak van onderwijs en opleiding en werk, terwijl de lidstaten en de Commissie overeenkwamen kwalitatieve informatie en goede praktijken te verzamelen als aanvulling op de kwantitatieve monitoring en ter versterking van het fundament voor beleidsvorming op empirische basis.

(15)

De Europese Commissie heeft daarom in de mededeling over een nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa (12) prioriteit gegeven aan het verbeteren van de kennis en informatie over vaardigheden voor betere loopbaankeuzes door een initiatief voor het volgen van afgestudeerden van het tertiair onderwijs voor te stellen om de lidstaten te helpen de informatie over de overgang van afgestudeerden naar de arbeidsmarkt te verbeteren. In dit verband vormt de aanpak in deze aanbeveling een aanvulling op de initiatieven van de lidstaten, en toezeggingen zijn van vrijwillige aard.

BEVEELT DE LIDSTATEN AAN:

Overeenkomstig de toepasselijke nationale en uniale wetgeving, met name Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van persoonsgegevens (13), de beschikbare bronnen en de nationale omstandigheden, en in nauwe samenwerking met alle relevante belanghebbenden:

1.

De beschikbaarheid en kwaliteit van de gegevens over de activiteiten van afgestudeerden (14) — en waar passend van personen die het hoger onderwijs en het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding zonder diploma hebben verlaten — te verbeteren, onder andere door tussen nu en 2020 vorderingen te maken met het opzetten van systemen voor het volgen van afgestudeerden, die kunnen voorzien in:

a)

het verzamelen van relevante geanonimiseerde administratieve statistische gegevens uit databanken met betrekking tot onderwijs, belastingen, bevolking en sociale zekerheid;

b)

het ontwikkelen van longitudinale enquêtes voor afgestudeerden op het niveau van het onderwijsstelsel en, waar passend, de onderwijsinstelling, gezien het belang van kwalitatieve gegevens over de overgang van personen naar de arbeidsmarkt of naar vervolgonderwijs of -opleiding, en hun latere loopbaantraject, en

c)

de mogelijkheid voor overheden om gegevens afkomstig van verschillende bronnen geanonimiseerd aan elkaar te koppelen om een samengesteld beeld van de resultaten van afgestudeerden te creëren.

Inhoud van de te verzamelen gegevens

2.

Gelet op de ambitie achter deze aanbeveling van de Raad om de vergelijkbaarheid van gegevens te verbeteren, moeten de lidstaten gegevens verzamelen op de volgende gebieden:

a)

sociaal-biografische en sociaal-economische informatie

b)

informatie over onderwijs en opleiding

c)

informatie over werk of vervolgonderwijs en -opleiding

d)

relevantie van onderwijs en opleiding voor werkgelegenheid of een leven lang leren

e)

loopbaanontwikkeling

Longitudinale enquêtes voor afgestudeerden

3.

Een hoge, representatieve en continue respons op longitudinale enquêtes voor afgestudeerden te bevorderen, alsmede, wanneer mogelijk, het volgen van afgestudeerden die zijn gemigreerd vanwege onderwijs en opleiding of na voltooiing van hun onderwijs en opleiding.

Europese samenwerking

4.

Deel te nemen aan een netwerk van deskundigen dat samenwerking en wederzijds leren tussen de lidstaten bevordert wat betreft volgsystemen en de verdere ontwikkeling ervan. Dit netwerk zal onderzoek doen naar mogelijkheden voor het ontwikkelen van vergelijkbare gegevens en gemeenschappelijke definities, als bedoeld in punt 2. Met betrekking tot longitudinale enquêtes als bedoeld in de punten 3 en 9 zal het netwerk onderzoek doen naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van gemeenschappelijke beginselen, de optimale frequentie en de manier waarop gemigreerde afgestudeerden kunnen worden gevolgd.

5.

Dit netwerk moet in overeenstemming met de bestaande bestuursstructuren voor samenwerking binnen het ET 2020-kader worden opgezet, zonder vooruit te lopen op eventuele nieuwe structuren die erop kunnen volgen.

Verspreiding en benutting van resultaten

6.

Stappen te ondernemen om te zorgen voor de tijdige, regelmatige en brede verspreiding en benutting van de resultaten van de analyse op basis van het volgen van afgestudeerden, met het doel:

a)

de loopbaanbegeleiding voor toekomstige studenten, huidige studenten en afgestudeerden te versterken;

b)

het ontwerpen en actualiseren van curricula te bevorderen om de verwerving van relevante vaardigheden en de inzetbaarheid van afgestudeerden te verbeteren;

c)

de afstemming van het aanbod aan vaardigheden op de vraag te verbeteren om het concurrentievermogen en de innovatie op lokaal, regionaal en nationaal niveau te ondersteunen, en tekorten aan vaardigheden te verhelpen;

d)

voorbereidingen te treffen voor en prognoses te maken van de veranderende behoeften op het gebied van werkgelegenheid en onderwijs en op sociaal gebied; en

e)

bij te dragen tot beleidsontwikkeling op nationaal en Unie-niveau.

Financiering

7.

De duurzaamheid van initiatieven voor het volgen van afgestudeerden te waarborgen door toereikende en meerjarige middelen toe te wijzen en, waar passend en overeenkomstig de bestaande middelen, de rechtsgrondslag en de voor de periode 2014-2020 vastgestelde prioriteiten gebruik te maken van nationale of Europese financieringsbronnen, zoals Erasmus+ of de Europese structuur- en investeringsfondsen, zonder vooruit te lopen op de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader.

Rapportage

8.

Binnen twee jaar na de vaststelling van deze aanbeveling en daarna op gezette tijden evaluaties te maken en via het netwerk van deskundigen verslag aan de Commissie uit te brengen over de vorderingen met de implementatie van deze aanbeveling.

BEVEELT DE COMMISSIE AAN:

9.

Te zorgen voor de ontwikkeling van een proeffase voor een Europese enquête voor afgestudeerden in het tertiair onderwijs (15), die de beschikbaarheid van vergelijkbare gegevens over de loopbaan van afgestudeerden en sociale resultaten beoogt te verbeteren, zulks rekening houdend met de resultaten van het Eurograduate-haalbaarheidsonderzoek (16) en de ervaringen van de lidstaten met hun systemen voor het volgen van afgestudeerden. Binnen drie jaar na de vaststelling van deze aanbeveling bij het netwerk van deskundigen een verslag in te dienen over de resultaten van deze proeffase. In geval van een succesvolle proeffase zal de Commissie de lidstaten raadplegen over de vraag of moet worden overgegaan tot een volledige implementatie van een Europese enquête voor afgestudeerden in het tertiair onderwijs.

10.

Op basis van goede praktijken zo nodig ondersteuning te bieden voor capaciteitsopbouw met het oog op het opzetten van systemen voor het volgen van afgestudeerden. In het geval van beroepsonderwijs en -opleiding zal dit onder meer een alomvattende inventarisatie in de lidstaten omvatten, waarbij aandacht wordt besteed aan de samenwerkingsmogelijkheden op Unieniveau en die kan dienen als basis voor het onderzoeken van de haalbaarheid van een Europese enquête voor afgestudeerden in beroepsonderwijs en -opleiding, indien dit noodzakelijk wordt geacht. In de context van capaciteitsopbouw zal ook ondersteuning worden geboden voor samenwerking tussen autoriteiten, verstrekkers van beroepsonderwijs en -opleidingen en begeleidingsdiensten met het oog op een betere beschikbaarheid, vergelijkbaarheid en betrouwbaarheid van gegevens op basis van het volgen van afgestudeerden.

11.

Wederzijds leren en de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen, de samenwerking te versterken door het opzetten en ondersteunen van het netwerk van deskundigen, en samen te werken met andere relevante deskundigengroepen, internationale organisaties en EU-instellingen en -instanties.

12.

Ervoor te zorgen dat de resultaten van de analyse op basis van het volgen van afgestudeerden ter beschikking worden gesteld aan de lidstaten en belanghebbenden.

13.

Waar passend en overeenkomstig de voor de periode 2014-2020 voor Europese financieringsbronnen, zoals Erasmus+ of de Europese structuur- en investeringsfondsen vastgestelde financiële capaciteit, rechtsgrondslag, besluitvormingsprocedures en prioriteiten, het gebruik ervan te ondersteunen, zonder vooruit te lopen op de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader.

14.

Binnen vijf jaar na de vaststelling van deze aanbeveling aan de Raad verslag uit te brengen over de implementatie van de aanbeveling.

Gedaan te Brussel, 20 november 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

M. REPS


(1)  COM(2015) 690 final.

(2)  Besluit (EU) 2015/1848 van de Raad van 5 oktober 2015 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2015 (PB L 268 van 15.10.2015, blz. 28).

(3)  ISBN 952-5539-04-0.

(4)  Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van een Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (PB C 155 van 8.7.2009, blz. 1).

(5)  Voor het effect van geslacht en migratieachtergrond op de overgang van school naar de arbeidsmarkt zie OESO/Europese Unie (2015), Indicators of Immigration Integration 2015 — Settling In, hoofdstuk 13.

(6)  SWD(2016) 195 final.

(7)  PB C 417 van 15.12.2015, blz. 25.

(8)  Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 24 februari 2016 betreffende het bevorderen van sociaal-economische ontwikkeling en inclusiviteit in de EU via het onderwijs: de bijdrage van onderwijs en opleiding aan het Europees semester 2016 (PB C 105 van 19.3.2016, blz. 1).

(9)  PB C 17 van 20.1.2015, blz. 2.

(10)  PB C 168 van 14.6.2013, blz. 2.

(11)  PB C 169 van 15.6.2012, blz. 11.

(12)  COM(2016) 381 final.

(13)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(14)  Voor de toepassing van deze aanbeveling van de Raad wordt onder „afgestudeerde” een persoon verstaan die een studierichting in hoger onderwijs of beroepsonderwijs en -opleiding heeft voltooid (EKK-niveau 4 en hoger). Er wordt evenwel onderkend dat sommige lidstaten beschikken over initiatieven om ook schoolverlaters te volgen.

(15)  EKK-niveau 5 en hoger.

(16)  Het Eurograduate-haalbaarheidsonderzoek heeft alleen betrekking op het hoger onderwijs.