4.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 287/28


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/1985 VAN DE COMMISSIE

van 31 oktober 2017

waarbij de doelstellingen van Malta, Bulgarije en Polen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie voor luchtvaartnavigatiediensten in 2017, 2018 en 2019 kunnen worden herzien overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 7121)

(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Engelse, de Maltese en de Poolse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (1), en met name artikel 17, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (2) moeten de lidstaten nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken (Functional Airspace Blocks, FAB's) vaststellen, met inbegrip van bindende nationale doelstellingen of doelstellingen op het niveau van de FAB's, waarbij wordt gezorgd voor samenhang met de EU-wijde prestatiedoelstellingen.

(2)

De Commissie heeft Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 (3) aangenomen, waarin onder andere is vastgesteld dat de lokale doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie van Malta, Bulgarije en Polen, die zijn opgenomen in de respectieve prestatieplannen voor de functionele luchtruimblokken BLUE MED, DANUBE en BALTIC, in overeenstemming zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de tweede referentieperiode (2015-2019).

(3)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, in samenhang met artikel 19, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013, hebben Malta, Bulgarije en Polen in 2016 aan de Commissie toestemming gevraagd om de lokale doelstellingen inzake kostenefficiëntie voor 2017, 2018 en 2019 te herzien. De lidstaten gaven als reden dat zij getroffen waren door veranderende verkeersstromen als gevolg van geopolitieke crisissen die op het moment van de vaststelling van de prestatieplannen die deze doelstellingen bevatten, niet konden worden voorzien en die een invloed hebben op de berekening van die doelstellingen. Bovendien verstrekten Bulgarije en Polen op verslagen over het toezicht op de prestaties en aanvullende documenten gebaseerd bewijsmateriaal, waarin volgens hen wordt aangetoond dat de veronderstellingen en redeneringen die ten grondslag liggen aan de oorspronkelijke doelstellingen, niet langer geldig zijn.

(4)

De door de drie lidstaten ingediende documenten werden beoordeeld door het prestatiebeoordelingsorgaan („PBO”) dat de Commissie moet bijstaan in de uitvoering van de prestatieregeling krachtens artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013. De verslagen van de beoordeling werden bij de Commissie ingediend op 29 november 2016.

(5)

Op basis van de beoordeling van de ontvangen documentatie is de Commissie van mening dat Malta, Bulgarije en Polen voldoende bewijs hebben geleverd om het verzoek tot wijziging van de lokale doelstellingen inzake kostenefficiëntie voor 2017, 2018 en 2019 te steunen.

(6)

Wat Malta betreft, werd de alarmdrempel voor de afwijking tussen het geplande en werkelijke verkeer in het prestatieplan van BLUE MED bereikt en significant overschreden in 2015. Het werkelijke verkeer in 2015 lag 35,2 % boven het geplande. Als gevolg van de sluiting van het Libische vluchtinformatiegebied begon het verkeer tussen oost en west dat normaal over Libië vliegt, door het Maltese vluchtinformatiegebied te vliegen. Door degeopolitieke situatie in Syrië en Irak, de veiligheidsproblemen boven het Sinaï-schiereiland en de capaciteitsproblemen in de vluchtinformatiegebieden van Nicosia en Athene wijzigden de verkeersstromen van en naar het Midden-Oosten door het Maltese vluchtinformatiegebied, wat voor een stijging van het verkeer zorgde. Daarom wordt geoordeeld dat de alarmdrempel werd bereikt door omstandigheden die op het moment van de vaststelling van het prestatieplan niet konden worden voorzien en die voor Malta onoverkomelijk of oncontroleerbaar waren, en dat bijgevolg is voldaan aan de voorwaarden van artikel 17, lid 1, onder b), en artikel 19, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(7)

Wat Bulgarije betreft, werd de alarmdrempel voor de afwijking tussen het geplande en werkelijke verkeer in het prestatieplan van DANUBE in 2015 ook bereikt. Het werkelijke verkeer in 2015 lag 22,7 % boven het geplande. Het gebrek aan vluchtplanning boven grote stukken van het oostelijke deel van het luchtruim van Oekraïne en de Zwarte Zee veroorzaakte aanzienlijke verschuivingen in de verkeersstromen. Hoewel zij zich voordeed in 2014, duurde deze crisis langer en waren de gevolgen voor het verkeer in het Bulgaarse luchtruim verstrekkender dan aanvankelijk voorzien. De verkeersstromen in het Bulgaarse luchtruim werden ook beïnvloed door de lagere verkeersvraag tussen de Russische Federatie en Turkije, en door het wederzijdse verbod op overvluchten van vliegtuigen die zijn geregistreerd in respectievelijk Oekraïne en de Russische Federatie. Daarom wordt geoordeeld dat de alarmdrempel werd bereikt door omstandigheden die op het moment van de vaststelling van het prestatieplan niet konden worden voorzien en die voor Bulgarije onoverkomelijk of oncontroleerbaar waren, en dat bijgevolg is voldaan aan de voorwaarden van artikel 17, lid 1, onder b), en artikel 19, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(8)

Bovendien zijn de door Bulgarije in het prestatieplan voor DANUBE opgenomen kostenveronderstellingen, met name in verband met personeel, niet langer geldig in het licht van het stijgende verkeer en de toekomstige opening van een nieuw vliegveld in Turkije, waardoor het Bulgaarse luchtruim moet worden gewijzigd. Daarom wordt geoordeeld dat de oorspronkelijke gegevens, veronderstellingen en redeneringen met betrekking tot kosten, die ten grondslag lagen aan de oorspronkelijke doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie, niet langer geldig zijn en dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 17, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(9)

Wat Polen betreft, werd de alarmdrempel voor de afwijking tussen het geplande en werkelijke verkeer in het prestatieplan van BALTIC in 2015 ook bereikt. Het werkelijke verkeer in 2015 lag 11,1 % onder het geplande. Het gebrek aan vluchtplanning boven grote stukken van het oostelijke deel van het luchtruim van Oekraïne en de Zwarte Zee veroorzaakte aanzienlijke verschuivingen in de verkeersstromen. Hoewel zij zich voordeed in 2014, duurde deze crisis langer en waren de gevolgen voor het verkeer in het Poolse luchtruim verstrekkender dan aanvankelijk voorzien. De verkeersstromen in het Poolse luchtruim werden ook beïnvloed door minder verkeer van en naar Rusland in het algemeen en in het bijzonder door de lagere verkeersvraag tussen de Russische Federatie en Turkije, en door het wederzijdse verbod op overvluchten van vliegtuigen die zijn geregistreerd in respectievelijk Oekraïne en de Russische Federatie. Daarom wordt geoordeeld dat de alarmdrempel werd bereikt door omstandigheden die op het moment van de vaststelling van het prestatieplan niet konden worden voorzien en die voor Bulgarije onoverkomelijk of oncontroleerbaar waren, en dat bijgevolg is voldaan aan de voorwaarden van artikel 17, lid 1, onder b), en artikel 19, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(10)

Bovendien maakte Polen in het prestatieplan voor BALTIC onjuiste kostenveronderstellingen. Die onjuiste kostenveronderstellingen hadden voornamelijk betrekking op werkingskosten, met name personeelskosten, en investeringen, waaronder kapitaalkosten en afschrijvingen, met het oog op grote projecten voor de herstructurering en opdeling van het luchtruim en de behoefte om het veiligheidsbeheer te verbeteren en de toekomstige prestatiedoelstellingen voor veiligheid te verwezenlijken. Daarom wordt geoordeeld dat de oorspronkelijke gegevens, veronderstellingen en redeneringen met betrekking tot kosten, die ten grondslag lagen aan de oorspronkelijke doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie, niet langer geldig zijn en dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 17, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(11)

Malta, Bulgarije en Polen dienen derhalve toestemming te krijgen om hun lokale doelstellingen voor het prestatiekerngebied kostenefficiëntie te herzien, voor zover nodig is in het licht van de omstandigheden die het bereiken van de alarmdrempel hebben veroorzaakt en van de bewijzen dat de oorspronkelijke gegevens, veronderstellingen en redeneringen die ten grondslag lagen aan de aanvankelijke doelstellingen, niet langer geldig zijn.

(12)

Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 en na van de Commissie toestemming te hebben gekregen om de desbetreffende doelstellingen te herzien, mogen de desbetreffende lidstaten die doelstellingen herzien en gewijzigde prestatieplannen indienen op basis van de herziene doelstellingen, zodat de Commissie kan beoordelen of ze in overeenstemming zijn met de EU-wijde doelstellingen voor de tweede referentieperiode.

(13)

De maatregelen in dit besluit zijn in overeenstemming met het advies van het Single Sky Comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bulgarije, Malta en Polen mogen hun lokale doelstellingen voor het kernprestatiegebied kostenefficiëntie voor 2017, 2018 en 2019, zoals vastgesteld in de prestatieplannen van de respectieve functionele luchtruimblokken DANUBE, BLUE MED en BALTIC, herzien.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Bulgarije, de Republiek Malta en de Republiek Polen.

Gedaan te Brussel, 31 oktober 2017.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)   PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 van de Commissie van 2 maart 2015 betreffende de samenhang tussen bepaalde doelstellingen die zijn opgenomen in de nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken die zijn ingediend krachtens Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad en de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de tweede referentieperiode (PB L 60 van 4.3.2015, blz. 55).