4.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/12


BESLUIT (GBVB) 2017/633 VAN DE RAAD

van 3 april 2017

ter ondersteuning van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De landen die hebben deelgenomen aan de conferentie van de Verenigde Naties (VN) over de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten, hebben op 20 juli 2001 het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten vastgesteld („het actieprogramma van de VN”). De Algemene Vergadering van de VN heeft op 8 december 2005 het internationaal instrument vastgesteld waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren („het internationaal traceringsinstrument”). Beide internationale instrumenten verklaren dat de staten in voorkomend geval zullen samenwerken met de VN om de effectieve uitvoering van deze instrumenten te ondersteunen.

(2)

De Raad heeft op 12 juli 2002 Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB (1) vastgesteld.

(3)

Op 16 december 2005 heeft de Europese Raad de strategie van de EU ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en van munitie daarvoor vastgesteld. In die strategie staat dat steun aan het VN-actieprogramma de eerste internationale actieprioriteit is, en wordt opgeroepen tot vaststelling van een juridisch bindend internationaal instrument over de tracering en markering van handvuurwapens en lichte wapens („SALW”) en de munitie daarvoor.

(4)

In het licht van de vaststelling van het internationaal traceringsinstrument heeft de Unie Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad (2) vastgesteld, met de bedoeling de volledige uitvoering van het traceringsinstrument te steunen. De Raad heeft de uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB positief beoordeeld.

(5)

De Raad heeft op 18 juli 2011 Besluit 2011/428/GBVB (3) vastgesteld.

(6)

Voor terroristische aanslagen in Europa zijn illegaal verworven handvuurwapens gebruikt.

(7)

In het slotdocument van de zesde tweejaarlijkse bijeenkomst („BMS6”) in 2016 van staten die zich beraden op de uitvoering van het actieprogramma van de VN, wordt gewezen op het volgende:

de noodzaak om de tracering van SALW in conflict- en postconflictsituaties te versterken, onder meer door het verlenen van steun voor capaciteitsopbouw, teneinde de stroom van illegale SALW naar conflict- en postconflictzones op te sporen en te beperken, vroegtijdige waarschuwingen voor destabiliserende stromen van dergelijke wapens te geven, en conflicten te voorkomen;

de mogelijkheid van synergieën tussen projecten die zijn bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument, en projecten die verband houden met de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;

de noodzaak om zich tijdens de derde toetsingsconferentie in 2018 te beraden over de implicaties voor het actieprogramma van de VN van recente ontwikkelingen in de fabricage, de technologie en het ontwerp van SALW;

de noodzaak om meer dialoog met de industrie te hebben, met name wat betreft de doeltreffende markering van SALW, in het licht van die recente ontwikkelingen;

de noodzaak van de versterking van de nationale capaciteit om bij de beoordeling van aanvragen voor uitvoervergunningen voor SALW rekening te houden met omleidingsrisico's, en om passende wetten, regels en administratieve procedures in te voeren waar die nog niet bestaan, in overeenstemming met de bestaande verantwoordelijkheden van staten uit hoofde van het toepasselijke internationale recht, ter verzekering van daadwerkelijke controle op de uitvoer, doorvoer en invoer van SALW, mede op het gebruik van certificaten voor eindgebruikers en doeltreffende wettelijke en handhavingsmaatregelen;

dat de volledige en doeltreffende uitvoering van het actieprogramma van de VN helpt te voorkomen dat terroristen SALW verwerven, waardoor de potentiële impact van hun aanslagen wordt beperkt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale handel in SALW door het tot een minimum beperken van het risico dat SALW, onder meer door diefstal, verlies en ongeoorloofde wederuitvoer, terechtkomen in de illegale handel, bij illegale gewapende groepen, terroristen en andere afnemers zonder vergunning, streeft de Unie door middel van dit besluit de volgende doelstellingen na:

het schragen van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument;

het verzekeren van de relevantie van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument, en het verhogen van de doeltreffendheid ervan;

het ondersteunen van acties die gericht zijn op een succesvol en betekenisvol resultaat van de Derde Conferentie van de VN in 2018 ter toetsing van de vorderingen met betrekking tot het actieprogramma van de VN („RevCon3”).

2.   Met het oog op het verwezenlijken van de in lid 1 bedoelde doelstellingen ondersteunt de Unie door middel van dit besluit:

de voorbereiding van RevCon3 door middel van een reeks thematische symposia en regionale conferenties;

een grondige analyse van de nationale verslagen van de VN-lidstaten over de uitvoering van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument, die op de RevCon3 zullen worden voorgesteld;

een sponsoringprogramma voor de deelnemers van derde landen, en

de verlening van technische bijstand aan de voorzitter van de RevCon3;

vier thematische symposia waarbij actiegerichte bevindingen zullen worden geformuleerd over onderwerpen die verband houden met SALW-controle. De geselecteerde onderwerpen werden aangemerkt als prioriteiten in de EU-werkdocumenten die aan de vergaderingen over het actieprogramma van de VN (BMS5 in 2014 en BMS6 in 2016) zijn toegezonden en die zijn verwerkt in de slotdocumenten van die vergaderingen:

i)

tracering en voorraadbeheer van SALW in conflict- en postconflictsituaties;

ii)

SALW en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, met inbegrip van duurzameontwikkelingsdoelstelling 16 en de genderaspecten van SALW-controle;

iii)

recente ontwikkelingen op het gebied van de vervaardiging, de technologie en het ontwerp van SALW en de daaruit voortvloeiende uitdagingen en kansen voor de uitvoering van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument;

iv)

synergieën tussen het actieprogramma van de VN, het Wapenhandelsverdrag en andere relevante instrumenten;

vijf regionale conferenties waar contacten met regeringsvertegenwoordigers en regionale organisaties uit geselecteerde regio's kunnen worden gelegd over de slotdocumenten van de thematische symposia;

analyse van nationale verslagen over de uitvoering van het actieprogramma van de VN en het internationaal traceringsinstrument, met bijzondere aandacht voor uitdagingen in verband met de uitvoering die aanleiding geven tot kansen voor samenwerking en bijstand;

versterking van de grondslagen voor de RevCon3 door middel van een sponsoringprogramma en technische ondersteuning aan de voorzitter van de RevCon3, en

outreach via persverklaringen en nevenevenementen.

3.   In de bijlage bij dit besluit is een gedetailleerde beschrijving van het in lid 2 bedoelde project opgenomen.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („de HV”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   Het in artikel 1, lid 2, bedoelde project wordt uitgevoerd door het VN-Bureau voor ontwapeningszaken („Unoda”) dat daarbij wordt bijgestaan door het onderzoek naar het gebruik van handvuurwapens (Small Arms Survey, „SAS”), vertegenwoordigd door het Graduate Institute of International and Development Studies.

3.   Het Unoda, bijgestaan door het SAS, voert zijn taak uit onder de verantwoordelijkheid van de HV. De HV treft daartoe de nodige regelingen met het Unoda.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het in artikel 1, lid 2, bedoelde project bedraagt 2 798 381,56 EUR.

2.   Voor het beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Daartoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het Unoda. Het Unoda en het SAS zullen worden verzocht een akkoord te bereiken over de terugbetaling van onkosten van het SAS voor zijn bijdrage aan de uitvoering van dit besluit. In het akkoord tussen de Commissie en het Unoda wordt bepaald dat het Unoda en het SAS ervoor dienen te zorgen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.

4.   De Commissie streeft ernaar de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

De HV brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van periodieke verslagen van het Unoda. Die verslagen zullen de basis vormen voor de evaluatie door de Raad. De Commissie brengt verslag uit over de financiële aspecten van de uitvoering van het in artikel 1, lid 2, bedoelde project.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

2.   Dit besluit verstrijkt 24 maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden na de datum van inwerkingtreding indien de financieringsovereenkomst niet voor die tijd is gesloten.

Gedaan te Luxemburg, 3 april 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 1999/34/GBVB (PB L 191 van 19.7.2002, blz. 1).

(2)  Gemeenschappelijk Optreden 2008/113/GBVB van de Raad van 12 februari 2008 ter ondersteuning van het internationaal instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren (SALW) in het kader van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de illegale accumulatie van en handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor (PB L 40 van 14.2.2008, blz. 16).

(3)  Besluit 2011/428/GBVB van de Raad van 18 juli 2011 betreffende de ondersteuning van de werkzaamheden van het VN-Bureau voor ontwapeningszaken ter uitvoering van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (PB L 188 van 19.7.2011, blz. 37).


BIJLAGE

1.   DOELSTELLINGEN

Dit besluit heeft ten doel de strijd tegen de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW) te ondersteunen door het risico dat SALW naar illegale markten, illegale gewapende groeperingen, terroristen en andere afnemers zonder vergunning worden omgeleid, onder meer als gevolg van diefstal, verlies en wederuitvoer zonder vergunning, tot een minimum te beperken. In die zin vormt het een ondersteuning van het actieprogramma van de Verenigde Naties (VN) ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in SALW in al zijn aspecten („het UN PoA”) en het internationaal traceringsinstrument („het ITI”) en verzekert het de relevantie ervan en verhoogt het de doeltreffendheid ervan.

Daartoe zullen met dit besluit acties worden gesteund die gericht zijn op een succesvol resultaat van de Derde Conferentie van de VN in 2018 ter toetsing van de vorderingen die met de uitvoering van het UN PoA worden gemaakt („RevCon3”). Dit besluit zal ter ondersteuning van de voorbereidingen voor de RevCon3 voorzien in een reeks thematische symposia en regionale conferenties. Dankzij deze thematische symposia zal de formulering van actiegerichte bevindingen over onderwerpen die verband houden met SALW-controle, worden vergemakkelijkt. De geselecteerde onderwerpen werden aangemerkt als prioriteiten in de EU-werkdocumenten die aan de vergaderingen over het UN PoA (BMS5 in 2014 en BMS6 in 2016) zijn toegezonden en die in grote mate zijn overgenomen in de slotdocumenten van die vergaderingen. In het kader van de regionale conferenties zal met regeringsvertegenwoordigers en regionale organisaties uit geselecteerde regio's kunnen worden overlegd over de onderwerpen die in de thematische symposia aan bod zijn gekomen. Het is de bedoeling het positieve resultaat van BMS6 te consolideren in het resultaat van de RevCon3. Andere acties ter ondersteuning van het succesvolle resultaat van de RevCon3 zullen zijn: een grondige analyse van de nationale verslagen van de VN-lidstaten over de uitvoering van het UN PoA en het ITI, die op de RevCon3 zullen worden voorgesteld, een sponsoringprogramma voor de deelnemers van derde landen en technische bijstand voor de voorzitter van de RevCon3.

2.   BESCHRIJVING VAN DE ACTIES

Het project van de Unie ter ondersteuning van de RevCon3 zal betrekking hebben op de volgende elementen:

i)

thematische symposia voor de formulering van actiegerichte bevindingen over onderwerpen die verband houden met SALW-controle;

ii)

regionale conferenties om te overleggen met regeringsvertegenwoordigers en regionale organisaties uit geselecteerde regio's;

iii)

een analyse van de nationale verslagen van de VN-lidstaten over de uitvoering van het UN PoA en het ITI, die op de RevCon3 zullen worden voorgesteld;

iv)

versterking van de fundamenten voor de RevCon3 (sponsoringprogramma, technische bijstand);

v)

effectieve outreachactiviteiten met het oog op het tot stand brengen van duurzame gevolgen.

Deze vijf elementen komen hieronder nader aan bod. Het project zal parallel met de voorbereiding van de RevCon3 door de voorzitter worden uitgevoerd. De voorzitter krijgt daardoor de gelegenheid om deel te nemen aan thematische en regionale voorbereidingen van de RevCon3.

2.1.   Thematische symposia

2.1.1.   Doel

Elk symposium zal ten doel hebben elk ter tafel liggend onderwerp te bespreken en te bestuderen, en overeenstemming te bereiken over uitvoerbare stappen op nationaal, regionaal en mondiaal niveau voor eventuele opname in het slotdocument van de RevCon3. De bevindingen en aanbevelingen van elk symposium zullen ter bespreking worden voorgelegd aan alle regionale conferenties.

2.1.2.   Het project zal de organisatie van vier symposia met de volgende onderwerpen omvatten:

i)

tracering en voorraadbeheer van SALW in conflict- en postconflictsituaties;

ii)

SALW en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, met inbegrip van duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) 16 en de genderaspecten van SALW-controle;

iii)

recente ontwikkelingen op het gebied van de vervaardiging, de technologie en het ontwerp van SALW en de daaruit voortvloeiende uitdagingen en kansen voor de uitvoering van het UN PoA en het ITI;

iv)

synergieën tussen het UN PoA, het Wapenhandelsverdrag („het ATT”) en andere relevante instrumenten.

2.1.3.   Format

Het format van de symposia zal worden aangepast aan de onderwerpen:

i)

tracering en voorraadbeheer van SALW in conflict- en postconflictsituaties (zie het slotdocument van BMS6 (1)), met als doel het risico dat SALW naar illegale markten, illegale gewapende groeperingen, terroristen en andere afnemers zonder vergunning worden omgeleid, onder meer als gevolg van diefstal, verlies en wederuitvoer zonder vergunning, tot een minimum te beperken.

Deelname van:

technische deskundigen van de regeringen, met inbegrip van regeringen van betrokken landen;

het VN-bestel (DPKO, DPA, CTED, DSS, UNODC, Unoda);

deskundigen van VN-vredeshandhavingsmissies;

deskundigen van monitoringpanels van de VN-Veiligheidsraad;

deskundigen van academische instellingen, onderzoeksinstellingen;

deskundigen van internationale organisaties (WDO, Interpol enz.);

deskundigen van operationele ngo's (MAG, CAR, ARES enz.);

deskundigen van betrokken instellingen van de Unie (DG HOME, Europol).

Totaal: ongeveer 40 deelnemers. Rondetafelgesprekken. Alle staten zijn welkom als waarnemers en deelnemers aan vraag- en antwoordsessies;

ii)

SALW en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, met inbegrip van SDG 16 en de genderaspecten van SALW-controle (zie het slotdocument van BMS6 (2)), met deelname van:

het VN-bestel (DESA, PBSO, UNDP, Unicef, UNODC, UN Women);

deskundigen van academische instellingen, onderzoeksinstellingen;

deskundigen van regeringen en regionale organisaties;

deskundigen van betrokken instellingen van de Unie (DG DEVCO, DG ECHO).

Totaal: ongeveer 40 deelnemers. Rondetafelgesprekken. Alle staten zijn welkom als waarnemers en deelnemers aan vraag- en antwoordsessies;

iii)

recente ontwikkelingen op het gebied van de vervaardiging, de technologie en het ontwerp van SALW en de daaruit voortvloeiende uitdagingen en kansen voor de uitvoering van het UN PoA en het ITI (zie het slotdocument van BMS6 (3)), met deelname van:

deskundigen van de SALW-industrie en relevante industriële sectorfederaties;

het VN-bestel (Unoda);

deskundigen van academische instellingen, onderzoeksinstellingen;

technische deskundigen van de regeringen;

deskundigen van betrokken instellingen van de Unie (DG GROW, DG TRADE, DG HOME).

Totaal: ongeveer 40 deelnemers. Dag 1: panelbesprekingen, vraag- en antwoordsessies. Dag 2: rondetafelbespreking over de opstelling van een document ter aanvulling van het ITI. Alle staten zijn welkom als waarnemers en deelnemers aan vraag- en antwoordsessies;

iv)

synergieën tussen het UN PoA, het ATT en andere relevante instrumenten, waaronder het VN-Vuurwapenprotocol en terrorismebestrijdingsmechanismen van de VN (zie het slotdocument van BMS6 (4)), met deelname van:

deskundigen van regeringen;

het VN-bestel (UNODC, Unoda enz.);

deskundigen van internationale organisaties (WDO, Interpol, secretariaat van het ATT);

deskundigen van onderzoeksinstellingen.

Totaal: ongeveer 40 deelnemers. Rondetafelgesprekken. Focus op synergieën, mogelijke positieve gevolgen van de bepalingen van één instrument voor de andere instrumenten en voorkoming van doublures. Alle staten zijn welkom als waarnemers en deelnemers aan vraag- en antwoordsessies.

2.1.4.   Plaats

De symposia over onderwerpen i) en ii) zullen meteen na elkaar worden gehouden in New York. De symposia over onderwerpen iii) en iv) worden respectievelijk in Brussel en in Genève gehouden.

2.1.5.   Timing

De vier symposia worden gehouden in een periode van vijf maanden tussen april en september 2017. De timing en de opeenvolging van de onderwerpen zullen worden bepaald door de uitvoeringsagentschappen, in overleg met de Unie en rekening houdend met de ontwapeningskalender van de VN. Elk symposium zal twee dagen duren.

2.1.6.   Verantwoordelijkheden van de uitvoeringsagentschappen

Conceptualisatie en inhoudelijke voorbereiding:

 

Het Unoda en het Small Arms Survey (SAS) zullen gezamenlijk de inhoud bepalen van de symposia en zullen verantwoordelijk zijn voor de agenda en de selectie van de sprekers/deskundigen. Het SAS zal een ontwerp van achtergrondnota over elk onderwerp opstellen, dat zal dienen als basis voor de bespreking in elk symposium. De conceptualisatie en de inhoudelijke voorbereiding van de thematische symposia zullen plaatsvinden in overleg met de afdeling Non-proliferatie en ontwapening van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO).

Logistiek en conferentiediensten:

 

Het UNODA is verantwoordelijk voor de logistieke regelingen (boeken van locaties, organiseren van de catering, audiovisueel materiaal, reisarrangementen enz.). Het EDEO zal bijstand verlenen bij de beveiliging van de locatie voor het symposium over onderwerp iii), dat in Brussel zal worden gehouden.

2.1.7.   Resultaten van de actie

Dankzij de thematische symposia zullen de Unie en andere betrokken belanghebbenden meer inzicht in de geselecteerde onderwerpen krijgen en hun standpunt dienaangaande nader kunnen bepalen. Het SAS zal een inhoudelijk slotdocument over de vier thematische symposia opstellen. Dat slotdocument zal een studie van de vier onderwerpen bevatten, zal voortbouwen op de ontwerpen van de achtergrondnota's en zal de bevindingen van de tijdens de vier thematische symposia op deskundigenniveau gevoerde besprekingen integreren. De focus van het slotdocument zal komen te liggen op uitvoerbare stappen om het in het slotdocument van de RevCon3 te kunnen opnemen. Het slotdocument zal dienen als bijdrage aan de daaropvolgende regionale vergaderingen in het kader van het project.

2.2.   Regionale conferenties

2.2.1.   Doel

Het doel van elke regionale conferentie is de voorbereiding van de RevCon3 door een forum te bieden voor deelnemende staten om regiospecifieke kwesties in verband met de uitvoering van het UN PoA en het ITI in kaart te brengen en te bestuderen, en door de bevindingen en aanbevelingen van de vier in deel 2.1 omschreven thematische symposia te bespreken.

2.2.2.   Onderwerpen

Elke regionale conferentie zal gewijd zijn aan de vier onderwerpen van de symposia (zie deel 2.1). Voorts dienen regionale conferenties regiospecifieke discussies ter voorbereiding van de RevCon3 mogelijk te maken.

2.2.3.   Format

De regionale conferenties zullen hoofdzakelijk opgebouwd zijn rond interactief overleg, op basis van presentaties die door het SAS en het Unoda worden gegeven. Tijdens elke regionale conferentie krijgt de voorzitter de gelegenheid om de stand van de voorbereidingen van de RevCon3 te presenteren. Eén of meer regionale organisaties zullen een presentatie geven van de werkzaamheden die zij hebben verricht met betrekking tot de uitvoering van de voor hen relevante punten van het BMS6-slotdocument. Indien staten worden geselecteerd voor het sponsoring-programma van de RevCon3, dienen hun deelnemers aan de regionale conferentie in de regel ook deel uit te maken van hun delegatie voor de RevCon3. Het SAS zal ontwerpnotulen van elke regionale conferentie opstellen.

2.2.4.   Plaats

De regionale conferenties hebben ten doel regeringen en organisaties van welbepaalde regio's bij te staan bij de voorbereidingen voor de RevCon3. Sommige regionale organisaties organiseren nu reeds een voorbereidende vergadering voor de RevCon3, namelijk: de Liga van Arabische Staten (LAS), de OVSE en het Pacific Islands Forum (PIF). Het project van de Unie hoeft dan ook geen betrekking op deze regio's te hebben. Bijgevolg worden de volgende vijf regionale vergaderingen voorgesteld:

Landen uit subregio's

Regionale organisaties

Regionaal centrum

Plaats

West-Afrika en Centraal-Afrika

Ecowas, CEEAC, AU

UNREC

Lomé

Oost-Afrika en Zuidelijk Afrika

Recsa, SADC, AU

UNREC

Lomé

Caribisch gebied

Caricom

UN-LiREC

Port of Spain

Latijns-Amerika

OAS, Unasur

UN-LiREC

Lima

Asean en Zuid-Aziatische Staten

Asean

UNRCPD

Bangkok

Dit besluit zal de deelname/betrokkenheid van het SAS en het Unoda aan de onderstaande regionale conferenties ondersteunen met het oog op de presentatie van de bevindingen van de thematische symposia ingeval deze aansluiten op de belangen van de organiserende entiteiten. Deze deelname/betrokkenheid zal afhangen van het tijdstip waarop die conferenties worden georganiseerd.

Landen uit subregio's

Regionale organisaties

Europa en Noord-Amerika

OVSE

Midden-Oosten

Liga van Arabische Staten

Stille Oceaan

PIF

2.2.5.   Timing

De vijf regionale conferenties zullen worden gehouden in een periode van acht maanden tussen juni 2017 en februari 2018 (waarbij ervoor wordt gezorgd dat alle regionale conferenties worden gehouden vóór de vergadering van de Voorbereidende Commissie voor de RevCon3, die waarschijnlijk in februari 2018 wordt gehouden). De precieze timing en de opeenvolging (d.w.z. de volgorde waarin de betrokken regio's aan bod komen) van de regionale conferenties zullen worden bepaald door de uitvoeringsagentschappen, in overleg met de Unie en rekening houdend met de ontwapeningskalender van de VN. Elke regionale conferentie zal twee dagen duren. De twee regionale conferenties in Afrika zullen meteen na elkaar op één plaats worden gehouden. De twee regionale conferenties in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied zullen meteen na elkaar worden gehouden.

2.2.6.   Verantwoordelijkheden van de uitvoeringsagentschappen

Inhoudelijke voorbereiding:

 

Het Unoda (inclusief zijn regionale centra) en het SAS zullen de inhoud van de regionale conferenties bepalen en zullen verantwoordelijk zijn voor de agenda en de selectie van de sprekers/deskundigen. Het Unoda zal, samen met de voorzitter, het voortouw nemen bij het geven van presentaties over de stand van de voorbereidingen voor de RevCon3. Het SAS zal de presentaties van de resultaten van de symposia voor zijn rekening nemen. Het SAS zal een samenvatting van elke regionale conferentie opstellen.

Logistiek en conferentiediensten:

 

Het Unoda en zijn regionale centra zijn belast met de logistieke regelingen (boeken van locaties, organiseren van de catering, audiovisueel materiaal, reisarrangementen voor deskundigen enz.) voor de regionale conferenties, onder toezicht van het hoofdkwartier van het Unoda.

2.2.7.   Resultaten van de actie

Staten uit de regio worden aangemoedigd om een gemeenschappelijke visie op de voorbereidingen voor de RevCon3 en met name op de vier onderwerpen van de thematische symposia te formuleren.

2.3.   Analyse van nationale verslagen over het UN PoA en het ITI, met bijzondere aandacht voor uitdagingen bij de uitvoering die aanleiding geven tot kansen voor samenwerking en bijstand

2.3.1.   Format

In het slotdocument van de zesde tweejaarlijkse bijeenkomst van staten over het UN PoA (A/CONF.192/BMS/2016/WP.1/Rev.3) wordt het Unoda opgedragen om, binnen de voorhanden zijnde middelen, tendensen, uitdagingen en kansen bij de uitvoering van het UN PoA en het ITI te onderzoeken op basis van beschikbare informatie, waaronder informatie die door de lidstaten wordt ingediend en/of verstrekt, en deze te presenteren tijdens de RevCon3 met het oog op bespreking en passende follow-up.

Een met kennis van zaken uitgevoerde onafhankelijke beoordeling van nationale uitvoeringsverslagen is een essentiële bron voor dit opgelegde verslag en vormt er een aanvulling op. De beoordeling van nationale verslagen is met name belangrijk omdat in die verslagen informatie zou moeten worden opgenomen over de uitvoering van SDG 16, waarvoor geen ander rapportagemechanisme bestaat. Een grondige analyse van de nationale verslagen door het SAS zal derhalve een kernactiviteit in het kader van dit project zijn, ter bekendmaking door het SAS, en waarbij inbreng zal worden geleverd voor het opgelegde toekomstgerichte Unoda-verslag. Die grondige analyse zal een aanvulling vormen op de thematische en regionale vergaderingen en de kans vergroten dat de RevCon3 zal tegemoetkomen aan het streven van de Unie naar een praktische, gerichte en effectieve routekaart voor het UN PoA in de periode na de RevCon, met bijzondere aandacht voor het koppelen van uitdagingen bij de uitvoering aan kansen voor samenwerking en bijstand.

2.3.2.   Timing

De analyse moet klaar zijn op het tijdstip waarop de vergadering van de RevCon3 plaatsvindt (juni 2018).

2.3.3.   Verantwoordelijkheden van de uitvoeringsagentschappen

Het Unoda moet een datum vastleggen voor het ontvangen van de tweejaarlijkse nationale verslagen (medio 2017). Het SAS moet een schriftelijke analyse van de ingediende verslagen opstellen.

2.3.4.   Resultaten van de actie

De analyse zal informatie verschaffen op grond waarvan er meer bijstandsactiviteiten kunnen worden toegewezen voor de uitvoering van het UN PoA en de SALW-controle in het algemeen.

2.4.   Versterken van de grondslagen voor de RevCon3

2.4.1.   Sponsoringprogramma

Vanwege een gebrek aan middelen is het voor veel ontwikkelingslanden moeilijk om zich op de toetsingsconferenties van de UN PoA te laten vertegenwoordigen door hun hoge ambtenaren die zich met de problematiek van SALW bezighouden. De Unie kan een sponsoringprogramma financieren voor een geselecteerde groep van meest betrokken landen, zodat hun ambtenaren kunnen deelnemen aan de RevCon3.

Activiteiten:

 

Het Unoda zal de reis naar en het verblijf tijdens de RevCon3 (niet voor de Voorbereidende Commissie eerder in 2018) beheren voor maximaal 20 deelnemers. De deelnemers zullen worden geselecteerd door de EDEO op aanbeveling van het Unoda en zijn regionale centra. In principe moeten geselecteerde ambtenaren worden aangewezen door de nationale contactpunten van het UN PoA. Andere selectiecriteria zijn: genderoverwegingen, tijdige indiening van een nationaal verslag, actieve deelname aan regionale conferenties of thematische symposia en kennis van en ervaring met de behandelde onderwerpen. Tijdens de RevCon3 zal het Unoda een vergadering organiseren met de gesponsorde deelnemers en delegaties van de Unie en haar lidstaten.

Resultaten:

de besprekingen in het kader van de RevCon3 zullen worden gevoed met de expertise van degenen die rechtstreeks belast zijn met SALW-vraagstukken uit betrokken landen die het zich normaliter niet kunnen veroorloven de RevCon bij te wonen;

grotere netwerkmogelijkheden voor ambtenaren van ontwikkelingslanden en belangrijke vertegenwoordigers van organisaties uit het maatschappelijk middenveld die zich bezighouden met SALW-vraagstukken;

mogelijke synergieën met nevenevenementen en opleidingsactiviteiten met betrekking tot de RevCon3.

2.4.2   Technische bijstand aan de voorzitter van de RevCon3

De voorzitter en zijn team zullen kunnen genieten van de technische expertise die door het VN-secretariaat met de steun van een hoofdexpert van het SAS wordt verstrekt.

Activiteiten:

 

Het VN-secretariaat zal met de steun van de hoofdexpert van het SAS zorgen voor meer capaciteit om de voorzitter en zijn team te adviseren over de complexe en technische aspecten van de werkzaamheden van de RevCon3.

Resultaten:

 

De voorzitter zal toegang krijgen tot een volledig scala van expertise inzake inhoudelijke en technische kwesties in verband met de RevCon3.

2.5   Outreach

Outreach door middel van persverklaringen en nevenevenementen zal een wezenlijk onderdeel van het project vormen. Voorts zou op een webplatform van de RevCon3 de aandacht kunnen worden gevestigd op de belangrijke onderwerpen voor de RevCon3 en op bijstand/capaciteitsopbouw.

Activiteiten:

gezamenlijke persverklaringen naar aanleiding van symposia en regionale conferenties. Verslaggeving in de media;

nevenevenementen in het kader van het project tijdens relevante evenementen, waaronder de Eerste Commissie van de Algemene Vergadering (2017) en de Derde Conferentie van staten die partij zijn bij het ATT;

het Unoda zal een jaar van tevoren specifieke webpagina's voor de RevCon3 opzetten. Die pagina's zullen het belangrijkste platform zijn om documenten te posten en te interageren met lidstaten, regionale organisaties en instellingen. Het platform zal thematische gebieden omvatten en focussen op het koppelen van bijstandsbehoeften aan beschikbare middelen.

Resultaten:

 

Er wordt een effectief informatiebeheer tot stand gebracht met betrekking tot het project en de resultaten ervan; er wordt een dynamisch RevCon3-webplatform gecreëerd binnen de formele webomgeving van het UN PoA, met thematische benaderingen en de mogelijkheid om bijstandsbehoeften aan beschikbare middelen te koppelen.

3.   RESULTATEN

De uitvoeringsagentschappen zullen de volgende resultaten afleveren aan de Unie:

resultaten 1-5: samenvattende verslagen van de vier thematische conferenties;

resultaten 6-11: samenvattende verslagen van de vijf regionale conferenties;

resultaat 12: een grondige beoordeling van de nationale verslagen over de uitvoering van het UN PoA;

resultaat 13: een eindverslag aan het eind van het project.


(1)  A/CONF.192/BMS/2016/2 § 37, § 55, § 56, § 57, § 74, § 75, § 82, § 83, § 84, § 105.

(2)  A/CONF.192/BMS/2016/2 § 15, § 23, § 24,§ 25, § 40,§ 41, § 52, § 59, § 60, § 101.

(3)  A/CONF.192/BMS/2016/2 § 63, § 79, § 90.

(4)  A/CONF.192/BMS/2016/2 § 12, § 14, § 62, § 67, § 107.