|
26.1.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 21/113 |
BESLUIT (EU) 2017/133 VAN DE COMMISSIE
van 25 januari 2017
betreffende de handhaving, met een beperking, in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken” overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 moeten de in artikel 17 van die verordening bedoelde geharmoniseerde normen voldoen aan de vereisten van het geharmoniseerde systeem die in of op grond van die verordening zijn vastgesteld. |
|
(2) |
In juli 2013 heeft de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN) de geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken” vastgesteld. De referentie van de norm is vervolgens bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(3) |
Op 21 augustus 2015 heeft Duitsland formeel bezwaar gemaakt met betrekking tot geharmoniseerde norm EN 14342:2013. Het formele bezwaar betrof punt 4.4 van die norm, inzake de beoordelingsmethoden en -criteria voor bepaalde gevaarlijke stoffen; het strekte tot schrapping van de referentie van de norm in het Publicatieblad van de Europese Unie, of, subsidiair, tot een beperking waarbij punt 4.4 van die norm zou worden uitgesloten van die referentie. |
|
(4) |
Volgens Duitsland bevat die norm geen geharmoniseerde methoden voor de beoordeling van de prestaties van de desbetreffende bouwproducten met betrekking tot de essentiële kenmerken aangaande het vrijkomen van andere gevaarlijke stoffen. In punt 4.4 van de norm staat immers dat verificaties en verklaringen betreffende het vrijkomen of het gehalte van aanvullende andere gevaarlijke stoffen dan die waarop de andere punten van de norm betrekking hebben, vereist zijn, rekening houdend met de nationale bepalingen op de plaats van gebruik. |
|
(5) |
Duitsland beschouwde dit als een schending van artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) nr. 305/2011, aangezien de norm in kwestie niet geheel voldoet aan de in het desbetreffende mandaat beschreven eisen, zoals bepaald in artikel 18. |
|
(6) |
Voorts benadrukte Duitsland het belang van een passende behandeling van het vrijkomen van andere gevaarlijke stoffen, inzonderheid vluchtige organische stoffen (VOS), in de geharmoniseerde normen, met name voor de betrokken houtproducten. |
|
(7) |
Om die redenen verzocht Duitsland om intrekking van de referentie van die norm, dan wel om haar te beperken door punt 4.4 uit te sluiten van haar werkingssfeer, zodat de lidstaten nationale bepalingen voor de beoordeling van de prestaties met betrekking tot de desbetreffende essentiële kenmerken kunnen vaststellen aangaande het vrijkomen van andere gevaarlijke stoffen. |
|
(8) |
Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek moet worden vastgesteld dat indien het subsidiaire verzoek van Duitsland zou moeten worden opgevat als een afzonderlijk verzoek om de lidstaten toe te staan nationale bepalingen in te voeren die aanvullende eisen stellen, het geen betrekking heeft op de inhoud van EN 14342:2013, en derhalve niet-ontvankelijk moet worden geacht. Aangezien de formulering van het verzoek echter duidelijk strekt tot beperking van de werkingssfeer van de referentie naar die norm, moeten de daarmee verband houdende verklaringen van Duitsland over de gevolgen van een dergelijke beperking slechts worden beschouwd als delen van het betoog in het formele bezwaar, en hoeven zij dus niet afzonderlijk te worden beoordeeld. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) nr. 305/2011 voorzien geharmoniseerde normen in de methoden en criteria om de prestaties van de betrokken producten met betrekking tot hun essentiële kenmerken te beoordelen. Zoals Duitsland terecht heeft betoogd, bevat punt 4.4 van EN 14342:2013 slechts een verwijzing naar bestaande nationale bepalingen. In dat opzicht voldoet EN 14342:2013 niet aan de vereisten van artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) nr. 305/2011. |
|
(10) |
Ook uit de rechtspraak van het Hof van Justitie (3) blijkt, dat de lidstaten voor het in de handel brengen of het gebruik van onder geharmoniseerde normen vallende bouwproducten geen nationale bepalingen voor de beoordeling van de prestaties met betrekking tot essentiële kenmerken mogen vaststellen die verder gaan dan in die normen is neergelegd. De inhoud van EN 14342:2013 druist dus ook in tegen deze beginselen. |
|
(11) |
Daarom, en gezien het feit dat een verordening rechtstreeks van toepassing is, zou punt 4.4 van EN 14342:2013 niet mogen worden toegepast, ongeacht het resultaat van deze procedure van formeel bezwaar. |
|
(12) |
Aangezien in de rechtspraak van het Hof van Justitie (4) is bevestigd dat het in of op grond van Verordening (EU) nr. 305/2011 ingevoerde geharmoniseerde systeem een uitputtend karakter heeft, impliceert de ongeldigheid van punt 4.4 van EN 14342:2013 echter niet dat de lidstaten aangaande het vrijkomen van andere gevaarlijke stoffen nationale bepalingen voor de beoordeling van de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken kunnen vaststellen. |
|
(13) |
Op basis van de inhoud van EN 14342:2013 en van de informatie die door Duitsland, de andere lidstaten, CEN en het bedrijfsleven is verstrekt, en na raadpleging van de comités die zijn opgericht bij artikel 64 van Verordening (EU) nr. 305/2011 en bij artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (5), moet worden vastgesteld dat geen wezenlijke bezwaren zijn geuit tegen het behoud van de bekendmaking van de referentie van die norm in het Publicatieblad van de Europese Unie. De uitsluiting van punt 4.4 van de werkingssfeer van de referentie die is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie is het voorwerp geweest van zorg, gebaseerd op een uitlegging van de rechtspraak van het Hof van Justitie volgens welke de lidstaten, wanneer zij menen dat onvoldoende gewaarborgd is dat een product veilig is, voorschriften zouden mogen vaststellen die het vrije verkeer van dat product beperken. Het Hof van Justitie heeft echter zelf reeds verklaard dat een dergelijke uitlegging zou afdoen aan het nuttig effect van de harmonisatie op dit gebied (6). |
|
(14) |
De gestelde onvolledigheid van de norm in kwestie kan dus geen voldoende reden zijn voor de inwilliging van het eerste verzoek van Duitsland, de volledige schrapping van de referentie van norm EN 14342:2013 uit het Publicatieblad van de Europese Unie. Dat verzoek moet derhalve worden afgewezen. |
|
(15) |
Aangaande het subsidiaire verzoek om de referentie te beperken door punt 4.4 uit te sluiten van haar werkingssfeer, moet er in de eerste plaats aan worden herinnerd dat, zoals reeds gezegd, die clausule niet mag worden toegepast, ongeacht het resultaat van deze procedure van formeel bezwaar. Duidelijkheidshalve moet die ongeldige clausule echter uitdrukkelijk van de referentie worden uitgesloten. |
|
(16) |
De referentie van EN 14342:2013 moet dan ook worden gehandhaafd, maar er moet een beperking worden ingevoegd waardoor punt 4.4 van die norm wordt uitgesloten van haar werkingssfeer, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De referentie van geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken” wordt gehandhaafd met een beperking.
De Commissie voegt in de lijst van referenties van geharmoniseerde normen die is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie de volgende beperking toe: „Punt 4.4 van norm EN 14342:2013 is uitgesloten van de werkingssfeer van de gepubliceerde referentie.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 25 januari 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5.
(2) Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB C 259 van 8.8.2014, blz. 1). Recentste publicatie: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB C 398 van 28.10.2016, blz. 7).
(3) Zie met name het arrest van het Hof van Justitie van 16 oktober 2014, Commissie/Duitsland, C-100/13, punt 55 e.v.
(4) Zie het arrest van het Hof van Justitie van 16 oktober 2014, Commissie/Duitsland, C-100/13, punt 62.
(5) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(6) Zie het arrest van het Hof van Justitie van 16 oktober 2014, Commissie/Duitsland, C-100/13, punt 60.