|
12.10.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 275/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1799 VAN DE COMMISSIE
van 7 oktober 2016
tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de mapping van kredietbeoordelingen van externe kredietbeoordelingsinstellingen voor kredietrisico in overeenstemming met artikel 136, leden 1 en 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (1), en met name artikel 136, lid 1, derde alinea, en artikel 136, lid 3, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De bepalingen van deze verordening hangen nauw met elkaar samen daar zij betrekking hebben op de mapping van kredietbeoordelingen, met uitzondering van die welke aan securitisatieposities worden toegekend. Om de samenhang te verzekeren tussen deze bepalingen, die op hetzelfde moment in werking moeten treden, en om aan de personen voor wie deze verplichtingen gelden een volledig beeld van en een compacte toegang tot deze bepalingen te bieden, is het wenselijk alle bij Verordening (EU) nr. 575/2013 vereiste technische uitvoeringsnormen in verband met de mapping van kredietbeoordelingen, met uitzondering van die welke aan securitisatieposities worden toegekend, in één enkele verordening op te nemen. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moet voor alle externe kredietbeoordelingsinstellingen (EKBI's) worden bepaald in welke kredietkwaliteitscategorie van afdeling 2 van genoemde verordening de betrokken kredietbeoordelingen van de EKBI's moeten worden ondergebracht („mapping”). EKBI's zijn ratingbureaus die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn geregistreerd of gecertificeerd, dan wel centrale banken die ratings afgeven en die van de toepassing van genoemde verordening zijn vrijgesteld. |
|
(3) |
Sommige vergelijkbare termen en concepten die in Verordening (EG) nr. 1060/2009 en in Verordening (EU) nr. 575/2013 worden gehanteerd, kunnen aanleiding geven tot verwarring. Zo wordt in Verordening (EU) nr. 575/2013 met de term „kredietbeoordeling” zowel op de „labels” van de verschillende ratingcategorieën van EKBI's als op de toekenning van een dergelijke rating aan een bepaalde post gedoeld. In de punten h) en a) van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 wordt met het gebruik van respectievelijk de termen „ratingcategorie” en „rating” echter een duidelijk onderscheid tussen deze beide concepten gemaakt. Om verwarring te vermijden, gezien het feit dat afzonderlijk naar deze beide specifieke concepten moet kunnen worden verwezen, alsook gezien de complementariteit van beide genoemde verordeningen, moet de terminologie van Verordening (EG) nr. 1060/2009 worden gehanteerd omdat deze preciezer is. |
|
(4) |
Aangezien kredietinstellingen en beleggingsondernemingen krachtens artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 alleen voor regelgevingsdoeleinden van ratings mogen gebruikmaken indien deze zijn afgegeven door in de Unie gevestigde ratingbureaus die overeenkomstig deze verordening zijn geregistreerd of gecertificeerd, moet de mapping van EKBI-kredietbeoordelingen betrekking hebben op kredietbeoordelingen die voldoen aan de in artikel 3, lid 1, onder a), van genoemde verordening vervatte definitie van „rating”. Daar bovendien op grond van artikel 136 van Verordening (EU) nr. 575/2013 een mapping is vereist voor alle EKBI's, waartoe volgens de in artikel 4, lid 1, punt 98, van genoemde verordening vervatte definitie ook centrale banken behoren die ratings afgeven en die van de toepassing van Verordening (EG) nr. 1060/2009 zijn ontheven, moet de mapping van EKBI-ratingcategorieën ook dergelijke ratings bestrijken. Verordening (EU) nr. 575/2013 verbiedt het gebruik van ratings voor bepaalde activaklassen (zoals aandelen) in het kader van de standaardbenadering. Daarom mogen alleen beoordelingen van vastrenderende instellingen voor collectieve belegging welke uitsluitend van de kredietkwaliteit van de onderliggende activa afhankelijk zijn, door de mapping van EKBI-kredietbeoordelingen worden bestreken. |
|
(5) |
Met de mapping wordt beoogd de passende risicogewichten van Verordening (EU) nr. 575/2013 aan de ratingcategorieën van een EKBI toe te wijzen. De mapping moet het bijgevolg mogelijk maken niet alleen relatieve risicoverschillen, maar ook de absolute risiconiveaus van elke ratingcategorie te onderkennen, zodat in het kader van de standaardbenadering toereikende kapitaalniveaus worden gewaarborgd. |
|
(6) |
Gezien het brede scala van methoden die EKBI's hanteren, zijn objectiviteit en consistentie van de mappingmethodiek van essentieel belang voor het verzekeren zowel van een gelijk speelveld voor de instellingen als van een eerlijke behandeling van EKBI's. Om die reden moet bij het opstellen van regels voor het gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve factoren en de vergelijking ervan met de referentiewaarde worden voortgebouwd op het vorige regelgevingskader, namelijk deel 3 van de „Revised Guidelines on the recognition of External Credit Assessment Institutions” van 30 november 2010, teneinde een vlotte overgang naar de in deze verordening beschreven mapping te garanderen. Aldus zou ook de consistentie worden gewaarborgd met de internationale normen ter zake, die op hun beurt zijn weergegeven in bijlage 2 bij „Basel II: International Convergence of Capital Measurement and Capital Standards: A Revised Framework — Comprehensive Version” van juni 2006. |
|
(7) |
De door EKBI's gehanteerde definities van wanbetaling kunnen verschillen van die in artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013, zoals weerspiegeld in Verordening (EG) nr. 1060/2009 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2 van de Commissie (3). Om ervoor te zorgen dat het totale voor blootstellingen met externe ratings vereiste kapitaalniveau ongewijzigd blijft, moeten de soorten wanbetalingsgebeurtenissen die voor de kalibratie van de in artikel 136, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde referentiewaarde worden gehanteerd, voor de toepassing van deze verordening niettemin als definitie van wanbetaling worden gebruikt. |
|
(8) |
Onder mapping moet de onderbrenging van de ratingcategorieën van een EKBI in een voor prudentiële doeleinden vastgestelde wettelijke schaal worden verstaan. Dit moet derhalve als een ander concept worden beschouwd dan dat wat de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) op grond van artikel 21, lid 4 ter, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 in de vorm van een verslag moet verstrekken en dat beleggers in staat moet stellen alle met betrekking tot een bepaalde beoordeelde entiteit bestaande ratings gemakkelijk met elkaar te vergelijken. Voor de toepassing van deze verordening worden met „mapping” evenmin mappings bedoeld die uit hoofde van andere kaders, zoals het kredietbeoordelingskader van het Eurosysteem, zijn ontwikkeld, omdat deze mogelijk op andere methoden en definities berusten. |
|
(9) |
Voor elke betrokken reeks ratingcategorieën („ratingschaal”) moet een verschillende mapping worden uitgevoerd. Wanneer de ratingschaal van een EKBI voor alle blootstellingscategorieën gelijk is, mag de mapping niet verschillen teneinde het bij Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde onderscheid tussen de risicogewichten naar gelang van de blootstellingscategorieën te verzekeren. Wanneer een EKBI meerdere ratingschalen heeft, moet bij de mapping de door de EKBI vastgestelde relatie tussen deze schalen in aanmerking worden genomen. |
|
(10) |
Ongevraagde ratings als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder x), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 dienen in de mapping van een EKBI te worden opgenomen, mits deze ratings overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2009 voor regelgevingsdoeleinden kunnen worden gebruikt en mits de Europese Bankautoriteit (EBA) overeenkomstig artikel 138 van Verordening (EU) nr. 575/2013 heeft bevestigd dat zij geen kwaliteitsverschil met gevraagde ratings van die EKBI vertonen. |
|
(11) |
Bij de opstelling van een mapping moeten zowel kwantitatieve als kwalitatieve factoren worden gebruikt, waarbij de kwalitatieve factoren in een tweede fase in aanmerking moeten worden genomen wanneer dat nodig is, en dan vooral wanneer kwantitatieve factoren niet volstaan. Kwalitatieve factoren moeten bijgevolg helpen bij de herziening, correctie en verbetering van een initiële mapping op basis van kwantitatieve factoren ingeval een dergelijke herziening gerechtvaardigd en noodzakelijk is. Deze aanpak in twee stappen is noodzakelijk om tot de objectiviteit van de mapping bij te dragen en ervoor te zorgen dat de mapping daadwerkelijk de overeenstemming van de ratingcategorieën van een EKBI met een voor prudentiële doeleinden vastgestelde wettelijke schaal weergeeft. |
|
(12) |
Om een goed evenwicht tussen prudentiële en marktoverwegingen te bewerkstelligen, moet worden vermeden dat EKBI's waarvoor wegens hun recentere toetreding tot de markt slechts beperkte kwantitatieve informatie voorhanden is, onwenselijk groot nadeel ondervinden. Bij de opstelling van de mapping dient derhalve minder strikt de hand te worden gehouden aan de relevantie van de kwantitatieve factoren. De mapping moet worden bijgewerkt telkens als dit noodzakelijk wordt geacht in het licht van de kwantitatieve informatie die na de inwerkingtreding van deze verordening is verzameld. |
|
(13) |
De wanbetalingsgraad van posten van dezelfde ratingcategorie moet als de meest representatieve kwantitatieve factor worden beschouwd en moet worden berekend op basis van de met deze posten overeenstemmende wanbetalingsgegevens. Ingeval er niet genoeg met dergelijke posten overeenstemmende wanbetalingsgegevens beschikbaar zijn, moet er toch een raming van de wanbetalingsgraad worden gemaakt op basis van het advies van de betrokken EKBI en van wanbetalingsgegevens over de posten van de ratingcategorie waarvoor de mapping wordt uitgevoerd. |
|
(14) |
De berekening van de wanbetalingsgraad moet aan bepaalde vereisten voldoen om ervoor te zorgen dat deze vergelijkbaar is tussen EKBI's. Zo moet de wanbetalingsgraad over een tijdshorizon van drie jaar worden gemeten om een significant aantal wanbetalingen te kunnen waarnemen wanneer er van een zeer klein risico sprake is; de wanbetalingsgraad moet tevens met verwijderingen rekening houden om een onderschatting van het risico te vermijden. Bovendien mogen in de wanbetalingsgraad noch ratings betreffende de overheidssector, noch ratings van emissies zijn opgenomen omdat bij de eerstgenoemde soort ratings wanbetalingen zeldzaam zijn en omdat moet worden vermeden dat als gevolg van het gebruik van de laatstgenoemde soort ratings de wanbetalingsgraden worden vertekend in de richting van emittenten met een groter aantal emissies. |
|
(15) |
Voor elke ratingcategorie moeten de wanbetalingsgraden voor zover mogelijk over een lange en een korte waarnemingsperiode worden berekend. De eerstgenoemde periode moet de basis vormen voor de mapping, terwijl de laatstgenoemde periode dient voor het geven van een vroegtijdige waarschuwing voor een potentiële toename, of afname, van het risiconiveau van de ratingcategorie. Indien er niet genoeg ratings beschikbaar zijn, mag alleen de wanbetalingsgraad op lange termijn worden berekend omdat de berekening van wanbetalingsgraden op korte termijn met veel onzekerheid omgeven is. In dat geval moet naar de kwalitatieve factoren worden gekeken als waarschuwingssignaal voor een potentiële toename van het risiconiveau van de ratingcategorie. |
|
(16) |
De door de EKBI gehanteerde definitie van wanbetaling voor de berekening van de wanbetalingsgraad van posten van dezelfde ratingcategorie is een essentieel element van de mapping. Een striktere definitie van wanbetaling kan hogere wanbetalingsgraden opleveren dan andere, minder strikte definities van wanbetaling. Daarom moet een raming van het effect van de definitie van wanbetaling op de berekening van de wanbetalingsgraad worden gemaakt om tot een accurate mapping te komen. |
|
(17) |
Wanneer maar weinig wanbetalingsgegevens beschikbaar zijn, moet bij de mapping met de in een ratingcategorie beschouwde tijdshorizon rekening worden gehouden om de consistentie tussen EKBI's te waarborgen. Indien een korte tijdshorizon is gekozen, kunnen sommige posten bijgevolg met een gegeven risiconiveau overeenstemmen. Deze zelfde posten kunnen echter met een heel ander risiconiveau overeenstemmen indien zij worden beoordeeld over de voor de berekening van de wanbetalingsgraad gekozen tijdshorizon van drie jaar. Deze factor moet in aanmerking worden genomen bij en op passende wijze tot uitdrukking komen in de mapping. |
|
(18) |
De betekenis van de ratingcategorie en de relatieve positie ervan binnen de ratingschaal zouden bijzonder nuttig moeten zijn wanneer er geen kwantitatieve factor beschikbaar is en de mapping van de aangrenzende ratingcategorie bekend is. Daartoe moeten kredietkwaliteitscategorieën worden beschreven in termen van aspecten zoals het vermogen van de emittent om zijn financiële verplichtingen na te komen, de gevoeligheid ervan voor de economische situatie of hoe ver een categorie van de wanbetalingsstatus verwijderd is. |
|
(19) |
Ook moet met algemene risicodeterminanten van de posten van eenzelfde ratingcategorie rekening worden gehouden. De omvang en de mate van diversificatie qua activiteit van de posten van eenzelfde ratingcategorie moeten in aanmerking worden genomen als relevante indicatoren van hun onderliggende risicoprofiel. Tevens moet het mogelijk zijn andere maatstaven van kredietwaardigheid die aan posten van dezelfde ratingcategorie zijn toegekend, in aanmerking te nemen als kwalitatieve factoren die aanvullende informatie over het wanbetalingsgedrag van de betrokken ratingcategorie verschaffen. De relevantie, objectiviteit en betrouwbaarheid van de verschillende maatstaven van kredietwaardigheid moeten zorgvuldig worden geanalyseerd voordat deze bij de mapping worden gehanteerd. |
|
(20) |
Om de consistentie met de internationale normen te waarborgen, moeten bij de mapping de in het document „Basel II: International Convergence of Capital Measurement and Capital Standards: A Revised Framework — Comprehensive Version” van juni 2006 vermelde referentiewaarden voor wanbetalingsgraden op lange en korte termijn worden gebruikt. Er moet echter in meer gedetailleerde regels worden voorzien om rekening te kunnen houden met de verscheidenheid aan EKBI's die momenteel op de EU-markt actief zijn en waarvan de wanbetalingsgraden sterk kunnen afwijken van het patroon van de internationale EKBI's dat aan de huidige referentiewaarde ten grondslag ligt. De referentiewaarde op lange termijn moet meer in het bijzonder in termen van intervallen worden gedefinieerd om aan te geven dat met elke kredietkwaliteitscategorie een bandbreedte van waarden kan overeenstemmen. |
|
(21) |
Bij het mappen van ratingcategorieën in een kredietkwaliteitscategorie moet in eerste instantie worden uitgegaan van een vergelijking van hun wanbetalingsgraad op lange termijn met de referentiewaarde op lange termijn, alsook van de van kwalitatieve factoren afkomstige informatie. |
|
(22) |
Overeenkomstig artikel 136, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 575/2013 moet de juistheid van de mapping veelvuldig worden getoetst omdat de wanbetalingsgraad op lange termijn kan veranderen en representatief kan worden voor een andere kredietkwaliteitscategorie. Daartoe moeten recente wanbetalingsgraden op korte termijn binnen een ratingcategorie regelmatig aan hun overeenkomstige referentiewaarden op korte termijn worden getoetst („monitoring”- en „trigger”-niveaus). Een overschrijding van de referentiewaarden op korte termijn gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar kan op een verzwakking van de evaluatienormen duiden, wat kan betekenen dat de nieuwe onderliggende wanbetalingsgraad op lange termijn representatief is voor een minder gunstige kredietkwaliteitscategorie. Dit signaal zou des te relevanter zijn wanneer het triggerniveau in plaats van het monitoringniveau wordt overschreden. Zo kan met name één enkele post van de hoogste ratingcategorieën ten aanzien waarvan er zich een wanbetaling heeft voorgedaan, aanleiding geven tot het overwegen van de herziening van de mapping die geldt voor die ene EKBI die een rating voor die post heeft afgegeven. |
|
(23) |
Er moeten herziene ontwerpen van technische uitvoeringsnormen worden voorgelegd wanneer zulks noodzakelijk is om nieuw opgerichte EKBI's in de mapping op te nemen. |
|
(24) |
Aangezien Verordening (EU) nr. 575/2013 te allen tijde in acht moet worden genomen, is een permanente monitoring van de prestatie van de mappings vereist. |
|
(25) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de EBA, de ESMA en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) (de „Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's)”) gezamenlijk aan de Commissie hebben voorgelegd. |
|
(26) |
Op 29 maart 2016 heeft de Commissie het gemengd comité van de ETA's in kennis gesteld van haar voornemen om de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen in gewijzigde vorm te bevestigen teneinde een evenwicht te bewerkstelligen tussen een solide prudentiële benadering en de noodzaak verdere concentratie te vermijden op een reeds zeer geconcentreerde ratingmarkt die door drie grote EKBI's met een gezamenlijk marktaandeel van ongeveer 90 % wordt gedomineerd. In haar kennisgeving heeft de Commissie met name de aandacht gevestigd op de noodzaak de automatische toepassing na drie jaar te vermijden van een conservatievere mapping op alle EKBI's die niet genoeg ratings hebben afgegeven, ongeacht de kwaliteit van hun ratings, omdat een dergelijke benadering in een regelgevende belemmering voor de markttoegang dreigt te resulteren en tevens de concurrentiepositie van kleinere/nieuwere EKBI's dreigt te ondermijnen, gewoon omdat zij minder ratings afgeven dan grote gevestigde ratingbureaus. In zijn formeel advies van 12 mei 2016 heeft het gemengd comité van de ETA's zijn oorspronkelijke standpunt bevestigd en geen technische uitvoeringsnormen heringediend die zodanig waren gewijzigd dat zij met de wijzigingsvoorstellen van de Commissie overeenstemden. |
|
(27) |
Teneinde een evenwicht tussen een solide prudentiële benadering en de concurrentie op de ratingmarkt te bewerkstelligen, moeten de bepalingen van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen worden gewijzigd welke voor kleinere/nieuwere EKBI's wegens hun meer recente toetreding tot de markt een onwenselijk groot nadeel met zich kunnen meebrengen, en met name de bepalingen met betrekking tot de toepassing van een conservatievere behandeling in geval van de beperkte beschikbaarheid van gegevens, de automatische inwerkingtreding van een nieuwe mapping vanaf 2019, de bepaling betreffende de herziening van de mapping en de met ingang van 2019 toepasselijke mappingtabellen. |
|
(28) |
De EBA, de ESMA en de EIOPA hebben open publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de potentiële desbetreffende kosten en baten geanalyseerd en het advies ingewonnen van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen, de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten en de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (6) opgerichte Stakeholdergroep verzekeringen en herverzekeringen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I
KWANTITATIEVE FACTOREN, KWALITATIEVE FACTOREN EN REFERENTIEWAARDE
HOOFDSTUK 1
Kwantitatieve factoren
Artikel 1
Kwantitatieve factoren van de mapping van een ratingcategorie
De in artikel 136, lid 2, onder a), van artikel 136 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde kwantitatieve factoren zijn de wanbetalingsgraden op korte en op lange termijn van posten van dezelfde ratingcategorie, zoals beschreven in de artikelen 2 tot en met 6.
Artikel 2
Voor de berekening van de kwantitatieve factoren gebruikte posten
De in artikel 1 bedoelde wanbetalingsgraden voor elke ratingcategorie worden uitsluitend berekend op basis van posten die door de externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) waarvoor de mapping wordt uitgevoerd, in dezelfde ratingcategorie zijn ondergebracht, waarbij de posten aan alle volgende vereisten voldoen:
|
a) |
zij vallen onder het in artikel 3, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2 bedoelde ratingtype „ratings van ondernemingen” en zijn op emittentbasis ondergebracht; |
|
b) |
zij hebben de volgende rating gekregen:
|
Artikel 3
Bepaling of er genoeg ratings beschikbaar zijn
1. Bij de berekening van de wanbetalingsgraad op korte termijn wordt aangenomen dat er genoeg posten zijn die door de EKBI waarvoor de mapping wordt uitgevoerd, in dezelfde ratingcategorie zijn ondergebracht, wanneer de posten aan alle volgende vereisten voldoen:
|
a) |
hun aantal is toereikend in het licht van het waargenomen risicoprofiel van de ratingcategorie, waarbij het aantal posten dat de inverse vertegenwoordigt van de in artikel 14, onder a), bedoelde referentiewaarde voor de wanbetalingsgraad op lange termijn van de ratingcategorie, als indicator wordt beschouwd; |
|
b) |
zij zijn representatief voor de meest recente groep posten die in dezelfde ratingcategorie zijn ondergebracht. |
2. Bij de berekening van de wanbetalingsgraad op lange termijn wordt aangenomen dat er genoeg posten zijn die door de EKBI waarvoor de mapping wordt uitgevoerd, in dezelfde ratingcategorie zijn ondergebracht, wanneer ten minste de meest recente 10 wanbetalingsgraden op korte termijn als bedoeld in lid 1 beschikbaar zijn.
Artikel 4
Wanbetalingsgraden op korte termijn van een ratingcategorie wanneer er genoeg ratings beschikbaar zijn
1. Wanneer er overeenkomstig artikel 3, lid 1, genoeg ratings beschikbaar zijn, worden de in artikel 1 bedoelde wanbetalingsgraden op korte termijn berekend op de in de leden 2 tot en met 5 beschreven wijze.
2. De wanbetalingsgraden op korte termijn van een ratingcategorie worden over een tijdshorizon van drie jaar berekend als een ratio waarbij:
|
a) |
de noemer het bij de aanvang van de tijdshorizon voorhanden aantal posten van dezelfde ratingcategorie is; |
|
b) |
de teller het aantal onder a) bedoelde posten is waarvoor vóór het einde van de tijdshorizon van wanbetaling sprake is. |
3. Het gewicht van de bijdrage aan de in lid 2, onder a), bedoelde noemer van de wanbetalingsgraden op korte termijn van posten die vóór het einde van de tijdshorizon zijn verwijderd en waarvoor er geen sprake is van wanbetaling, bedraagt slechts 50 %. Elke post waarvoor er bewijs is dat deze is verwijderd voordat er een wanbetaling plaatsvond, wordt beschouwd als een post ten aanzien waarvan er zich een wanbetaling heeft voorgedaan.
4. Posten worden beschouwd als posten ten aanzien waarvan er zich een wanbetaling heeft voorgedaan en die in de in lid 2, onder b), bedoelde teller moeten worden opgenomen, wanneer één van de volgende soorten gebeurtenissen heeft plaatsgevonden:
|
a) |
een faillissementsaanvraag of de aanstelling door de rechter van een curator waardoor toekomstige contractueel verplichte schuldendienstbetalingen waarschijnlijk zullen worden gemist of te laat zullen plaatsvinden; |
|
b) |
een gemiste of te late betaling van een contractueel verplichte aflossing van rente of hoofdsom, tenzij de betalingen plaatsvinden binnen een contractueel toegestane aflossingsvrije periode; |
|
c) |
een gedwongen ruil indien het aanbod inhoudt dat de belegger minder zal ontvangen dan de in de oorspronkelijke effecten toegezegde waarde; |
|
d) |
de beoordeelde entiteit staat onder een strenge vorm van wettelijk toezicht wegens de financiële situatie waarin zij verkeert. |
5. De wanbetalingsgraden op korte termijn van elke voorhanden groep posten van dezelfde ratingcategorie worden berekend op basis van halfjaarlijkse perioden, die op 1 januari en 1 juli van elk jaar aanvangen.
Artikel 5
Wanbetalingsgraad op lange termijn van een ratingcategorie wanneer er genoeg ratings beschikbaar zijn
1. Wanneer er overeenkomstig artikel 3 genoeg ratings beschikbaar zijn, wordt de in artikel 1 bedoelde wanbetalingsgraad op lange termijn berekend conform de leden 2, 3 en 4.
2. De wanbetalingsgraad op lange termijn wordt berekend als het gewogen gemiddelde van ten minste de 20 meest recente wanbetalingsgraden op korte termijn, berekend overeenkomstig artikel 4, lid 1. Indien de beschikbare wanbetalingsgraden op korte termijn een langere periode omspannen en relevant zijn, worden de wanbetalingsgraden op korte termijn voor die langere periode gebruikt. Indien er minder dan 20 overeenkomstig artikel 4, lid 1, berekende wanbetalingsgraden op korte termijn beschikbaar zijn, worden de resterende wanbetalingsgraden op korte termijn geraamd om 20 wanbetalingsgraden op korte termijn te verkrijgen.
3. De overeenkomstig artikel 4 berekende wanbetalingsgraden op korte termijn die voor de bepaling van het in lid 2 bedoelde gewogen gemiddelde worden gebruikt, bestrijken de meest recente recessieperiode. Deze recessieperiode omvat ten minste een half jaar waarin er sprake was van negatieve groeicijfers van het bruto binnenlands product in de belangrijkste geografische gebieden die als referentie voor de beoordeelde posten fungeren.
4. Bij de bepaling van het in lid 2 bedoelde gewogen gemiddelde is het volgende van toepassing:
|
a) |
de overeenkomstig artikel 4, lid 1, berekende wanbetalingsgraden op korte termijn worden gewogen op basis van het aantal in artikel 4, lid 2, onder a), gespecificeerde aantal posten; |
|
b) |
de geraamde wanbetalingsgraden op korte termijn worden gewogen op basis van ramingen van het bij de aanvang van de tijdshorizon voorhanden aantal posten van dezelfde ratingcategorie. |
De gewichten waarborgen een adequate vertegenwoordiging van recessie- en niet-recessiejaren in een volledige economische cyclus.
Artikel 6
Gebruikte posten en wanbetalingsgraad op lange termijn van een ratingcategorie wanneer er niet genoeg ratings beschikbaar zijn
Wanneer er niet genoeg ratings in de zin van artikel 3 beschikbaar zijn, worden bij de berekening van de in artikel 1 bedoelde wanbetalingsgraad op lange termijn beide volgende voorschriften in acht genomen:
|
a) |
de berekening wordt gebaseerd op de door de EKBI verstrekte raming van de wanbetalingsgraad op lange termijn van alle posten van dezelfde ratingcategorie in overeenstemming met artikel 136, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013; |
|
b) |
de onder a) bedoelde raming wordt aangevuld met het aantal posten dat wel en dat niet door wanbetaling wordt gekenmerkt en dat in de betrokken ratingcategorie is ondergebracht door de EKBI waarvoor de mapping wordt uitgevoerd. |
HOOFDSTUK 2
Kwalitatieve factoren
Artikel 7
Kwalitatieve factoren van de mapping van een ratingcategorie
De kwalitatieve factoren in de zin van artikel 136, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 zijn:
|
a) |
de door de EKBI gehanteerde definitie van wanbetaling, als bedoeld in artikel 8; |
|
b) |
de door de EKBI beschouwde tijdshorizon van een ratingcategorie, als bedoeld in artikel 9; |
|
c) |
de betekenis van een ratingcategorie en de relatieve positie ervan binnen de door de EKBI vastgestelde ratingschaal, als bedoeld in artikel 10; |
|
d) |
de kredietwaardigheid van de posten van dezelfde ratingcategorie, als bedoeld in artikel 11; |
|
e) |
de door de EKBI verstrekte raming van de wanbetalingsgraad op lange termijn van alle posten van dezelfde ratingcategorie in overeenstemming met artikel 136, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, als bedoeld in artikel 12; |
|
f) |
in voorkomend geval, de door de EKBI vastgestelde relatie („interne mapping”) tussen, enerzijds, de ratingcategorie waarvoor de mapping wordt uitgevoerd, en, anderzijds, andere door dezelfde EKBI opgestelde ratingcategorieën waarvoor reeds een mapping in overeenstemming met deze verordening is vastgesteld, als bedoeld in artikel 13; |
|
g) |
alle andere relevante informatie die een beschrijving kan geven van de risicograad waaraan door een ratingcategorie uitdrukking wordt gegeven. |
Artikel 8
Door de EKBI gehanteerde definitie van wanbetaling
De door de EKBI in aanmerking genomen soorten gebeurtenissen om uit te maken of er voor een post van wanbetaling sprake is, worden met behulp van alle beschikbare informatie vergeleken met die welke in artikel 4, lid 4, zijn vermeld. Wanneer uit de vergelijking blijkt dat niet al deze soorten wanbetalingsgebeurtenissen door de EKBI in aanmerking zijn genomen, worden de in artikel 1 bedoelde kwantitatieve factoren dienovereenkomstig aangepast.
Artikel 9
Tijdshorizon van een ratingcategorie
De door de EKBI beschouwde tijdshorizon voor de vaststelling van een ratingcategorie geeft een relevante indicatie of het risiconiveau van de ratingcategorie in kwestie houdbaar is over de in artikel 4, lid 2, vermelde tijdshorizon.
Artikel 10
Betekenis en relatieve positie van een ratingcategorie
1. De betekenis van een door de EKBI vastgestelde ratingcategorie wordt bepaald op basis van de kenmerken van het vermogen om de in de posten van die ratingcategorie weerspiegelde financiële verplichtingen na te komen, en meer in het bijzonder door de gevoeligheid van de ratingcategorie voor de economische omgeving en door het antwoord op de vraag hoe ver zij van de wanbetalingssituatie verwijderd is.
2. De betekenis van een ratingcategorie wordt vergeleken met die van elke kredietkwaliteitscategorie, als bedoeld in artikel 15.
3. De betekenis van een ratingcategorie wordt beoordeeld in combinatie met de relatieve positie ervan binnen de door de EKBI vastgestelde ratingschaal.
Artikel 11
Kredietwaardigheid van posten van dezelfde ratingcategorie
1. De kredietwaardigheid van posten van dezelfde ratingcategorie wordt bepaald met inaanmerkingneming van ten minste de omvang ervan en de mate van sectorale en geografische diversificatie ervan qua bedrijfsactiviteit.
2. Voor zover zulks passend is, mag er, ter aanvulling van de informatie afkomstig van de in artikel 1 bedoelde kwantitatieve factoren, worden gebruikgemaakt van andere maatstaven van kredietwaardigheid welke aan posten van dezelfde ratingcategorie zijn toegekend, mits deze maatstaven betrouwbaar zijn en nuttig zijn voor de mapping.
Artikel 12
Door de EKBI verstrekte raming van de wanbetalingsgraad op lange termijn van alle posten van dezelfde ratingcategorie
De door de EKBI verstrekte raming van de wanbetalingsgraad op lange termijn van alle posten van dezelfde ratingcategorie wordt voor de uitvoering van de mapping in aanmerking genomen, mits deze raming afdoende onderbouwd is.
Artikel 13
Door de EKBI vastgestelde interne mapping van een ratingcategorie
De overeenkomstige kredietkwaliteitscategorie van andere door dezelfde EKBI vastgestelde ratingcategorieën waarvoor een interne mapping in de zin van artikel 7, onder f), bestaat, wordt gebruikt als relevante indicatie van het risiconiveau van de ratingcategorie waarvoor de mapping wordt uitgevoerd.
HOOFDSTUK 3
Referentiewaarde en gerelateerde referenties
Artikel 14
Referentiewaarde
Wat de in artikel 136, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde referentiewaarde betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen:
|
a) |
een referentiewaarde voor de wanbetalingsgraad op lange termijn voor elke kredietkwaliteitscategorie zoals vermeld in tabel 1 van bijlage I; |
|
b) |
een referentiewaarde voor de wanbetalingsgraad op korte termijn voor elke kredietkwaliteitscategorie zoals vermeld in tabel 2 van bijlage I. |
Artikel 15
Referentiebetekenis van de ratingcategorie per kredietkwaliteitscategorie
De met elke kredietkwaliteitscategorie overeenstemmende referentiebetekenis van een ratingcategorie is vermeld in bijlage II.
TITEL II
MAPPINGTABELLEN
Artikel 16
Mappingtabellen
In bijlage III is de overeenstemming weergegeven tussen de ratingcategorieën van elke EKBI en de in deel drie, titel II, hoofdstuk 2, afdeling 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 beschreven kredietkwaliteitscategorieën.
TITEL III
SLOTBEPALING
Artikel 17
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 oktober 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 1).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2 van de Commissie van 30 september 2014 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de presentatie van de informatie die ratingbureaus aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ter beschikking stellen (PB L 2 van 6.1.2015, blz. 24).
(4) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(5) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
(6) Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
BIJLAGE I
Referentiewaarden in de zin van artikel 14
Tabel 1
Referentiewaarde op lange termijn
(tijdshorizon van 3 jaar)
|
Kredietkwaliteitscategorie |
Referentiewaarde op lange termijn |
||
|
Middenwaarde |
Ondergrens |
Bovengrens |
|
|
1 |
0,10 % |
0,00 % |
0,16 % |
|
2 |
0,25 % |
0,17 % |
0,54 % |
|
3 |
1,00 % |
0,55 % |
2,39 % |
|
4 |
7,50 % |
2,40 % |
10,99 % |
|
5 |
20,00 % |
11,00 % |
26,49 % |
|
6 |
34,00 % |
26,50 % |
100,00 % |
Tabel 2
Referentiewaarden op korte termijn
(tijdshorizon van 3 jaar)
|
Kredietkwaliteitscategorie |
Referentiewaarden op korte termijn |
|
|
Monitoringniveau |
Triggerniveau |
|
|
1 |
0,80 % |
1,20 % |
|
2 |
1,00 % |
1,30 % |
|
3 |
2,40 % |
3,00 % |
|
4 |
11,00 % |
12,40 % |
|
5 |
28,60 % |
35,00 % |
|
6 |
niet van toepassing |
niet van toepassing |
BIJLAGE II
Referentiebetekenis van de ratingcategorie per kredietkwaliteitscategorie voor de toepassing van artikel 15
|
Kredietkwaliteits-categorie |
Betekenis van de ratingcategorie |
|
1 |
De beoordeelde entiteit beschikt over een uiterst/zeer sterk vermogen om haar financiële verplichtingen na te komen en is aan een minimaal/zeer laag kredietrisico onderhevig. |
|
2 |
De beoordeelde entiteit beschikt over een sterk vermogen om haar financiële verplichtingen na te komen en is aan een laag kredietrisico onderhevig maar is iets gevoeliger voor de negatieve effecten van veranderingen in de omstandigheden en economische voorwaarden dan beoordeelde entiteiten van kredietkwaliteitscategorie 1. |
|
3 |
De beoordeelde entiteit beschikt over een afdoende vermogen om haar financiële verplichtingen na te komen en is aan een gematigd kredietrisico onderhevig. Het is echter waarschijnlijker dat ongunstige economische voorwaarden of veranderende omstandigheden leiden tot een verzwakt vermogen van de beoordeelde entiteit om haar financiële verplichtingen na te komen. |
|
4 |
De beoordeelde entiteit beschikt over het vermogen om haar financiële verplichtingen na te komen maar is aan een aanzienlijk kredietrisico onderhevig. Zij wordt met grote aanhoudende onzekerheden geconfronteerd en is blootgesteld aan ongunstige zakelijke, financiële of economische voorwaarden, die ertoe kunnen leiden dat de beoordeelde entiteit niet goed in staat is om haar financiële verplichtingen na te komen. |
|
5 |
De beoordeelde entiteit beschikt over het vermogen om haar financiële verplichtingen na te komen maar is aan een groot kredietrisico onderhevig. Ongunstige zakelijke, financiële of economische voorwaarden zullen waarschijnlijk afbreuk doen aan het vermogen of de bereidheid van de beoordeelde entiteit om haar financiële verplichtingen na te komen. |
|
6 |
De beoordeelde entiteit is momenteel kwetsbaar of zeer kwetsbaar en is aan een zeer groot kredietrisico onderhevig, waarbij zij in of zeer dicht bij een wanbetalingssituatie verkeert. Zij is van gunstige zakelijke, financiële en economische voorwaarden afhankelijk om haar financiële verplichtingen na te komen. |
BIJLAGE III
Mappingtabellen voor de toepassing van artikel 16
|
Kredietkwaliteitscategorie |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
|
AM Best Europe-Rating Services Ltd |
||||||
|
Ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
aaa, aa+, aa, aa- |
a+, a, a- |
bbb+, bbb, bbb- |
bb+, bb, bb- |
b+, b, b- |
ccc+, ccc, ccc-, cc, c, rs |
|
Ratingschaal voor langlopende schuld |
aaa, aa+, aa, aa- |
a+, a, a- |
bbb+, bbb, bbb- |
bb+, bb, bb- |
b+, b, b- |
ccc+, ccc, ccc-, cc, c, d |
|
Ratingschaal voor financiële soliditeit |
A++, A+ |
A, A- |
B++, B+ |
B, B- |
C++, C+ |
C, C-, D, E, F, S |
|
Ratingschaal voor de korte termijn |
AMB-1+ |
AMB-1- |
AMB-2,N AMB-3 |
AMB- 4 |
|
|
|
ARC Ratings S.A. |
||||||
|
Ratingschaal voor emittenten van waardepapier op middellange en lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor emissies op middellange en lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor emittenten van kortlopend waardepapier |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Ratingschaal voor emissies op korte termijn |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
ASSEKURATA Assekuranz Rating-Agentur GmbH |
||||||
|
Ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC/C, D |
|
Ratingschaal voor kortlopend bedrijfspapier |
A++ |
A |
|
B, C, D |
|
|
|
Axesor SA |
||||||
|
Algemene ratingschaal |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D, E |
|
BCRA — Credit Rating Agency AD |
||||||
|
Ratingschaal voor langlopend bankpapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
C, D |
|
Ratingschaal voor verzekeringen op lange termijn |
iAAA, iAA |
iA |
iBBB |
iBB |
iB |
iC, iD |
|
Ratingschaal voor langlopend bedrijfspapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor langlopend papier van gemeenten |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor emissies op lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor kortlopend bankpapier |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Ratingschaal voor kortlopend bedrijfspapier |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Ratingschaal voor kortlopend papier van gemeenten |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Ratingschaal voor emissies op korte termijn |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Banque de France |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
3++ |
3+, 3 |
4+ |
4, 5+ |
5, 6 |
7, 8, 9, P |
|
Capital Intelligence Ltd |
||||||
|
Internationale ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
C, RS, SD, D |
|
Internationale ratingschaal voor emissies op lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Internationale ratingschaal voor emittenten van kortlopend waardepapier |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Internationale ratingschaal voor emissies op korte termijn |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Cerved Rating Agency S.p.A. |
||||||
|
Ratingschaal voor langlopend bedrijfspapier |
A1.1, A1.2, A1.3 |
A2.1, A2.2, A3.1 |
B1.1, B1.2 |
B2.1, B2.2 |
C1.1 |
C1.2, C2.1 |
|
Creditreform Ratings AG |
||||||
|
Ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
C, D |
|
CRIF S.p.A. |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, D1, D2 |
|
Dagong Europe Credit Rating |
||||||
|
Ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor de korte termijn |
A-1 |
|
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
DBRS Ratings Limited |
||||||
|
Ratingschaal voor langetermijnverplichtingen |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor commercial paper en schuld op korte termijn |
R-1 H, R-1 M |
R-1 L |
R-2, R-3 |
R-4, R-5, D |
|
|
|
Ratingschaal voor de capaciteit tot afwikkeling voor schadegevallen |
IC-1 |
IC-2 |
IC-3 |
IC-4 |
IC-5 |
D |
|
European Rating Agency, a.s. |
||||||
|
Ratingschaal voor de lange termijn |
|
AAA, AA, A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor de korte termijn |
|
S1 |
S2 |
S3, S4, NS |
|
|
|
EuroRating Sp. z o.o. |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Euler Hermes Rating GmbH |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, SD, D |
|
FERI EuroRating Services AG |
||||||
|
Ratingschaal van FERI EuroRating |
AAA, AA |
A |
|
BBB, BB |
B |
CCC, CC, D |
|
Fitch Ratings |
||||||
|
Ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, RD, D |
|
Ratingschaal voor langlopende financiële bedrijfsverplichtingen |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C |
|
Internationale IFS-ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C |
|
Ratingschaal voor de korte termijn |
F1+ |
F1 |
F2, F3 |
B, C, RD, D |
|
|
|
IFS-ratingschaal voor de korte termijn |
F1+ |
F1 |
F2, F3 |
B, C |
|
|
|
GBB-Rating Gesellschaft für Bonitätsbeurteilung GmbH |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
|
A, BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
ICAP Group S.A |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
|
AA, A |
BB, B |
C, D |
E, F |
G, H |
|
Japan Credit Rating Agency Ltd |
||||||
|
Ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, LD, D |
|
Ratingschaal voor emissies op lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor emittenten van kortlopend waardepapier |
J-1+ |
J-1 |
J-2 |
J-3, NJ, LD, D |
|
|
|
Ratingschaal voor emissies op korte termijn |
J-1+ |
J-1 |
J-2 |
J-3, NJ, D |
|
|
|
Kroll Bond Rating Agency |
||||||
|
Ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor de korte termijn |
K1+ |
K1 |
K2, K3 |
B, C, D |
|
|
|
Moody's Investors Service |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
Aaa, Aa |
A |
Baa |
Ba |
B |
Caa, Ca, C |
|
Ratingschaal voor obligatiefondsen |
Aaa-bf, Aa-bf |
A-bf |
Baa-bf |
Ba-bf |
B-bf |
Caa-bf, Ca-bf, C-bf |
|
Algemene ratingschaal voor de korte termijn |
P-1 |
P-2 |
P-3 |
NP |
|
|
|
Standard & Poor's Ratings Services |
||||||
|
Ratingschaal voor emittenten van langlopend waardepapier |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, R, SD/D |
|
Ratingschaal voor emissies op lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
Ratingschaal voor de financiële soliditeit van verzekeraars |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, SD/D, R |
|
Ratingschaal van de kredietwaardigheid van fondsen |
AAAf, AAf |
Af |
BBBf |
BBf |
Bf |
CCCf |
|
Ratingschaal voor midcap-bedrijven |
|
MM1 |
MM2 |
MM3, MM4 |
MM5, MM6 |
MM7, MM8, MMD |
|
Ratingschaal voor emittenten van kortlopend waardepapier |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, R, SD/D |
|
|
|
Ratingschaal voor emissies op korte termijn |
A-1+ |
A-1 |
A-2, A-3 |
B, C, D |
|
|
|
Scope Ratings AG |
||||||
|
Algemene ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC,C, D |
|
Algemene ratingschaal voor de korte termijn |
S-1+ |
S-1 |
S-2 |
S-3, S-4 |
|
|
|
Spread Research |
||||||
|
Internationale ratingschaal voor de lange termijn |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |
|
The Economist Intelligence Unit Ltd |
||||||
|
Schaal van ratingbanden voor overheidsemittenten |
AAA, AA |
A |
BBB |
BB |
B |
CCC, CC, C, D |