7.10.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1777 VAN DE COMMISSIE

van 6 oktober 2016

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde zware plaat van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 7,

In overleg met de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   DE PROCEDURE

1.1.   Inleiding

(1)

Op 13 februari 2016 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) op basis van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (2) („de basisverordening”) een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer in de Unie van platte producten van niet-gelegeerd staal of van gelegeerd staal (met uitzondering van roestvrij staal, siliciumstaal, gereedschapsstaal en sneldraaistaal), warm gewalst, niet geplateerd noch bekleed, niet opgerold, met een dikte van meer dan 10 mm en een breedte van 600 mm of meer of met een dikte van 4,75 mm of meer doch niet meer dan 10 mm en met een breedte van 2 050 mm of meer („zware plaat”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”).

(2)

De Commissie heeft daartoe een bericht van inleiding bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3) („het bericht van inleiding”).

(3)

De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een klacht die op 4 januari 2016 werd ingediend door de European Steel Association („Eurofer” of „de klager”) namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie van zware plaat in de Unie vertegenwoordigen.

(4)

Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en de aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om een onderzoek te openen.

1.2.   Registratie

(5)

Naar aanleiding van een door de klager ingediend en met het nodige bewijsmateriaal gestaafd verzoek heeft de Commissie op 10 augustus 2016 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1357 (4) („de registratieverordening”) bekendgemaakt, uit hoofde waarvan de invoer van zware plaat van oorsprong uit de VRC per 11 augustus 2016 aan registratie is onderworpen.

1.3.   Belanghebbenden

(6)

In het bericht van inleiding werden de belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de klager, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, de autoriteiten van de VRC en de haar bekende betrokken importeurs, leveranciers, gebruikers, handelaren en verenigingen op de hoogte gebracht van de inleiding en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(7)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunt betreffende de opening van het onderzoek schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

(8)

De Commissie heeft ook producenten in Australië, Brazilië, Canada, India, Japan, de Republiek Korea („Zuid-Korea”), Maleisië, Mexico, Rusland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Oekraïne en de Verenigde Staten van Amerika („VS”) op de hoogte gebracht van de inleiding en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(9)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie de belanghebbenden ervan op de hoogte gesteld dat zij overwoog de VS te kiezen als derde land met een markteconomie („referentieland”) in de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening.

(10)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de geschiktheid van de keuze van het referentieland in te dienen en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

1.4.   Steekproefneming

(11)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie aangekondigd dat zij mogelijk een steekproef van producenten-exporteurs, producenten in de Unie en niet-verbonden importeurs in de Unie zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

1.4.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(12)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Bij het samenstellen van de steekproef was de Commissie uitgegaan van het grootste representatieve verkoopvolume van het soortgelijke product in het onderzoektijdvak, waarbij werd gezorgd voor een geografische spreiding.

(13)

Deze voorlopige steekproef bestond uit drie producenten in de Unie die in drie verschillende lidstaten zijn gevestigd en meer dan 26 % vertegenwoordigden van de totale verkoop van zware plaat door de producenten in de Unie die informatie hebben verstrekt in het kader van de permanente procedure. De Commissie heeft de belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht.

(14)

De klager en de in de steekproef opgenomen onderneming hebben aangegeven dat Metinvest Trametal S.p.A. („Trametal”) niet geschikt was om in de steekproef te worden opgenomen omdat deze onderneming geen geïntegreerde fabriek is maar eerder een verwerkend bedrijf van platen die bij een verbonden onderneming in Oekraïne worden aangekocht, en daarom volgens hen niet representatief was voor de bedrijfstak van de Unie.

(15)

De bedrijfstak van de Unie omvat zowel geïntegreerde fabrieken als verwerkende bedrijven en beide soorten producenten in de Unie behoorden tot de klagers. Geïntegreerde fabrieken zijn echter verantwoordelijk voor het overgrote deel van de zware plaat die door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd.

(16)

Daarnaast heeft de Commissie vastgesteld dat Trametal de platen, het voornaamste uitgangsmateriaal dat doorgaans ongeveer 70 % van de kosten vertegenwoordigt, bij haar verbonden onderneming in Oekraïne aankoopt. Bijgevolg worden met name de indicatoren in verband met kosten en winstgevendheid alsook de prestaties en de bijzondere situatie van de verbonden onderneming uit Oekraïne die de platen levert rechtstreeks door deze banden beïnvloed.

(17)

De Commissie merkt echter op dat de situatie van beide soorten producenten in de Unie — geïntegreerde fabrieken en verwerkende bedrijven — volledig wordt weerspiegeld in de in de overwegingen 105 tot en met 124 beschreven macro-economische indicatoren.

(18)

Om de in de overwegingen 14 tot en met 16 vermelde redenen beschouwt de Commissie de bijzondere situatie van Trametal echter voorlopig niet als representatief voor de bedrijfstak van de Unie en is zij van mening dat de in de overwegingen 125 tot en met 138 beschreven micro-economische indicatoren er niet door zouden mogen worden beïnvloed.

(19)

De Commissie oordeelde dat deze opmerking moest worden onderzocht en na inachtneming van de voorlopige beschikbare informatie inzake schade heeft zij Trametal in de steekproef vervangen door Ilsenburger Grobblech GmbH, de op een na grootste producent in de Unie in de rangschikking op basis van het verkoopvolume in de Unie in het onderzoektijdvak zoals bepaald in overweging 28.

(20)

Op 7 maart 2016 heeft de Commissie aan de belanghebbenden in een toelichting de redenen uiteengezet voor de wijziging van de steekproef en daarin ook de in de herziene steekproef opgenomen ondernemingen vermeld. Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen ingediend over de definitieve steekproef.

1.4.2.   Steekproef van importeurs

(21)

De Commissie heeft de niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gespecificeerde informatie te verstrekken om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, een steekproef samen te kunnen stellen.

(22)

Zes importeurs hebben de gevraagde informatie geleverd en ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. Drie van hen zijn in de steekproef opgenomen.

1.4.3.   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(23)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werden alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(24)

In totaal hebben 14 producenten-exporteurs in de VRC de gevraagde informatie verstrekt en ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van drie ondernemingen samengesteld op basis van het grootste representatieve uitvoervolume naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van de VRC geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. Er zijn geen opmerkingen ontvangen en de steekproef is derhalve bevestigd.

1.5.   Individueel onderzoek

(25)

Zeven producenten-exporteurs in de VRC hebben aangegeven dat zij om een individueel onderzoek overeenkomstig artikel 17, lid 3, van de basisverordening wensten te verzoeken. Geen van hen heeft echter de vragenlijst beantwoord en er zijn dus geen verzoeken om individuele onderzoeken ontvangen.

1.6.   Antwoorden op de vragenlijst

(26)

De Commissie heeft een vragenlijst toegezonden aan alle haar bekende betrokken partijen en alle andere ondernemingen die zich binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijnen kenbaar hadden gemaakt. Drie producenten in de Unie, zes niet-verbonden importeurs, tien gebruikers, een groep staalservicebedrijven, de drie in de steekproef opgenomen producenten in de VRC en twee producenten in verschillende referentielanden hebben de vragenlijst ingevuld.

1.7.   Controlebezoeken

(27)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, de daardoor veroorzaakte schade en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Op grond van artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:

Vereniging:

Eurofer, Brussel, België;

Producenten in de Unie:

Aktiengesellschaft der Dillinger Hüttenwerke, Dillingen, Duitsland;

Ilsenburger Grobblech GmbH, Ilsenburg, Duitsland;

Tata Steel UK Ltd (5), Scunthorpe, Verenigd Koninkrijk;

Producenten-exporteurs in de VRC:

Nanjing Iron and Steel Co., Ltd;

Minmetals Yingkou Medium Plate Co., Ltd;

Wuyang Iron and Steel Co., Ltd en Wuyang New Heavy & Wide Steel Plate Co., Ltd;

Producent in het referentieland:

Bluescope Steel Australia, Port Kembla, Australië.

1.8.   Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode

(28)

Het onderzoek naar dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 („het onderzoektijdvak” of „OT”).

(29)

Het onderzoek naar de ontwikkelingen die van belang zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2012 tot het einde van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Betrokken product

(30)

Het betrokken product bestaat uit platte producten van niet-gelegeerd staal of van gelegeerd staal (met uitzondering van roestvrij staal, siliciumstaal, gereedschapsstaal en sneldraaistaal), warm gewalst, niet geplateerd noch bekleed, niet opgerold, met een dikte van meer dan 10 mm en een breedte van 600 mm of meer of met een dikte van 4,75 mm of meer doch niet meer dan 10 mm en met een breedte van 2 050 mm of meer, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7208 51 20, ex 7208 51 91, ex 7208 51 98, ex 7208 52 91, ex 7208 90 20, ex 7208 90 80, 7225 40 40, ex 7225 40 60 en ex 7225 99 00 („zware plaat”) en van oorsprong uit de VRC.

(31)

Zware plaat wordt gebruikt voor de vervaardiging van bouw-, mijnbouw- en bosbouwmaterieel, drukvaten, olie- en gasleidingen, scheepsbouw, bruggen en bouw.

2.2.   Soortgelijk product

(32)

Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysieke basiskenmerken en dezelfde basistoepassingen hebben:

a)

het betrokken product;

b)

het product dat in Australië wordt geproduceerd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht;

c)

het product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt vervaardigd en verkocht.

(33)

Bijgevolg heeft de Commissie voorlopig besloten dat deze producten soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.3.   Argumenten betreffende de productomschrijving

(34)

Eén belanghebbende betoogde dat de productomschrijving te ruim gedefinieerd was. Hij voerde met name aan dat de productomschrijving beperkt zou moeten zijn tot de zogenoemde „als grondstof te gebruiken zware plaat” terwijl de zogenoemde „speciale zware plaat” van de productomschrijving moet worden uitgesloten. Ter ondersteuning van zijn argument beriep hij zich voornamelijk op twee elementen.

(35)

Ten eerste voerde hij aan dat de in de klacht verstrekte informatie voornamelijk betrekking heeft op als grondstof te gebruiken zware plaat, die het grootste deel van de uitvoer uit de VRC vertegenwoordigen. Ten tweede voerde hij aan dat de productomschrijving ruimer is dan de definitie van het soortgelijke product in artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

(36)

De Commissie merkt in dit verband op dat in het stadium van de klacht enkel voldoende bewijsmateriaal voor dumping, schade en een oorzakelijk verband moet worden verstrekt. Het is in dat stadium daarom niet noodzakelijk informatie te verstrekken over het volledige productengamma. Het beperken van de analyse tot de meest verkochte uitgevoerde soorten betekent niet dat de productomschrijving tot die productsoorten moet worden beperkt.

(37)

Ten tweede bepaalt artikel 1, lid 4, van de basisverordening dat het soortgelijke product identiek moet zijn aan of grote overeenkomsten moet vertonen met het betrokken product. Dit verwijst echter niet naar de omschrijving van het betrokken product als zodanig. De verschillende soorten van het betrokken product moeten enkel over dezelfde basiskenmerken beschikken, wat het geval is (zoals beschreven in overweging 32).

(38)

De parameters die speciale zware plaat zouden onderscheiden van de als grondstof te gebruiken zware plaat, zijn de chemische samenstelling, de mechanische/technologische samenstelling, de afleveringstoestand, de dikte en de certificatie en inspectie ervan voor scheepsbouwdoeleinden.

(39)

Met uitzondering van de dikte heeft geen enkele van deze parameters betrekking op de basiskenmerken van het product. De belanghebbende voert aan dat alle producten met een dikte van meer dan 50,8 mm van de productomschrijving moeten worden uitgesloten. De belanghebbende staaft het argument betreffende de maximale dikte enkel door aan te voeren dat de klacht uitsluitend betrekking had op zware plaat met een dikte van minder dan 50,8 mm aangezien het voorlopige bewijsmateriaal dat in een van de bijlagen bij het argument betreffende de berekening van de dumping is verstrekt, tot dergelijke producten beperkt is.

(40)

Het is echter duidelijk dat de productomschrijving in de klacht eveneens betrekking heeft op producten met een dikte van meer dan 50,8 mm aangezien de productomschrijving geen bovengrens bevat voor de dikte. Zoals hierboven uiteengezet, betekent het feit dat het voorlopig bewijsmateriaal in verband met de dumping enkel betrekking heeft op de vaakst uitgevoerde productsoorten niet dat de productomschrijving tot die soorten beperkt is.

(41)

De Commissie concludeert derhalve voorlopig dat de productomschrijving ongewijzigd moet blijven.

3.   DUMPING

3.1.   Normale waarde

3.1.1.   Behandeling als marktgerichte onderneming („BMO”)

(42)

Zoals in artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening is uiteengezet, bepaalt de Commissie, wanneer een producent-exporteur in de VRC aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), voldoet en hem derhalve een BMO wordt toegekend, de normale waarde voor deze onderneming overeenkomstig artikel 2, leden 1 tot en met 6.

(43)

De Commissie heeft een BMO-aanvraagformulier toegezonden aan alle in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs zodat zij een BMO konden aanvragen. Geen enkele van hen heeft het aanvraagformulier teruggezonden; daarom kon aan geen van de ondernemingen een BMO worden toegekend.

3.1.2.   Referentieland

(44)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening is de normale waarde daarom vastgesteld op basis van de prijs of de door berekening vastgestelde waarde in een derde land met een markteconomie. Daartoe moest een referentieland worden gekozen.

(45)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie meegedeeld dat zij voorlopig de VS zou gebruiken als referentieland en heeft zij de belanghebbenden uitgenodigd opmerkingen in te dienen. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen.

(46)

Zij heeft vragenlijsten gestuurd aan alle haar bekende producenten van zware plaat in de in overweging 8 vermelde landen en heeft twee antwoorden ontvangen: een van een producent in Australië en een van een producent in de VS.

(47)

Uit het antwoord van de producent in de VS bleek dat hij voor de binnenlandse markt produceert en er verkoopt.

(48)

In zijn antwoord op de vragenlijst heeft de producent in de VS de Commissie ervan in kennis gesteld dat het normale invoerrecht in de VS op zware plaat nul is. Er zijn antidumpingrechten van toepassing op de invoer uit de VRC, en zowel antidumping- als antisubsidierechten op de invoer uit India, Indonesië en Zuid-Korea.

(49)

Er zijn zeven producenten in de VS voor de binnenlandse markt, en de invoer uit Zuid-Korea, Frankrijk en Canada vertegenwoordigt een marktaandeel van 20 %.

(50)

Uit het antwoord van de Australische producent bleek dat hij voor de Australische binnenlandse markt produceert en er verkoopt, en dat hij de enige producent is in Australië. De invoer in Australië vertegenwoordigt echter een marktaandeel van 35 %. Er zijn antidumpingrechten van toepassing op de invoer uit de VRC, Indonesië, Japan, Zuid-Korea en Taiwan maar deze rechten zijn laag en voor sommige bedrijven nul.

(51)

De binnenlandse markt in Australië kan concurrerender worden geacht, aangezien de invoer een groter marktaandeel vertegenwoordigt en de rechten op de invoer lager zijn.

(52)

Bijgevolg heeft de Commissie in dit stadium geconcludeerd dat Australië een geschikt referentieland was in de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening.

3.1.3.   Normale waarde

(53)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening is de informatie die van de medewerkende producent in het referentieland was ontvangen, gebruikt om de normale waarde vast te stellen voor de producenten-exporteurs aan wie geen BMO was toegekend.

(54)

De Commissie heeft eerst onderzocht of de totale binnenlandse verkoop van de medewerkende producent in het referentieland representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening.

(55)

De binnenlandse verkoop is representatief als de totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product door de producent in het referentieland aan onafhankelijke afnemers op de binnenlandse markt tijdens het onderzoektijdvak ten minste 5 % bedroeg van de totale uitvoer van het betrokken product door elk van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC naar de Unie.

(56)

Op basis hiervan was de totale verkoop van het soortgelijke product door de medewerkende producent op de binnenlandse markt van het referentieland representatief.

(57)

Vervolgens heeft de Commissie de productsoorten in kaart gebracht die op de binnenlandse markt werden verkocht en identiek waren aan of vergelijkbaar waren met de soorten die naar de Unie werden uitgevoerd door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs.

(58)

Daarna heeft de Commissie onderzocht of de binnenlandse verkoop door de producent in het referentieland op zijn binnenlandse markt voor elke productsoort die identiek was aan of vergelijkbaar was met een productsoort die door elke in de steekproef opgenomen producent-exporteur in de VRC wordt uitgevoerd naar de Unie representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening.

(59)

De binnenlandse verkoop van een productsoort is representatief als de totale binnenlandse verkoop van die productsoort aan onafhankelijke afnemers tijdens het onderzoektijdvak ten minste 5 % bedroeg van de totale uitvoer van de identieke of vergelijkbare productsoort door elk van de in de steekproef opgenomen producent-exporteurs in de VRC naar de Unie.

(60)

De Commissie heeft vastgesteld dat sommige productsoorten op basis hiervan representatief waren en andere niet, omdat het ging om kleine hoeveelheden of omdat de uitgevoerde productsoort door de producent in het referentieland niet op de binnenlandse markt werd verkocht.

(61)

Verder heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening voor elke productsoort het aandeel van de winstgevende verkoop aan onafhankelijke afnemers op de binnenlandse markt in het onderzoektijdvak bepaald om uit te maken of zij de werkelijke binnenlandse verkoop kon gebruiken voor de berekening van de normale waarde.

(62)

De normale waarde wordt gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs per productsoort, ongeacht of die verkoop winstgevend is, indien:

1.

de verkoop van de productsoort tegen nettoverkoopprijzen die ten minste gelijk zijn aan de berekende productiekosten, meer dan 80 % van de totale verkoop van deze productsoort vertegenwoordigde; en

2.

de gewogen gemiddelde verkoopprijs van die productsoort ten minste gelijk is aan de productiekosten per eenheid.

(63)

In dit geval is de normale waarde het gewogen gemiddelde van de prijzen van de hele binnenlandse verkoop van die productsoort tijdens het onderzoektijdvak.

(64)

De normale waarde is gelijk aan de werkelijke binnenlandse prijs per productsoort van uitsluitend de winstgevende binnenlandse verkoop van de productsoorten tijdens het onderzoektijdvak indien:

1.

de winstgevende verkoop van de productsoort 80 % of minder van de totale verkoop van die productsoort bedraagt; of

2.

de gewogen gemiddelde prijs van deze productsoort lager ligt dan de productiekosten per eenheid.

(65)

Wanneer een productsoort door de producent in het referentieland helemaal niet, niet in representatieve hoeveelheden of met verlies op de binnenlandse markt werd verkocht, heeft de Commissie de normale waarde door berekening vastgesteld overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 6, van de basisverordening.

(66)

Voor elke productsoort waarvan de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheden niet representatief waren, werd de normale waarde berekend door de gemiddelde verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten („VAA-kosten”) en de winst op transacties in het kader van normale handelstransacties op de binnenlandse markt voor elk van deze soorten op te tellen bij de gemiddelde productiekosten ervan.

(67)

Voor productsoorten die helemaal niet of met verlies op de binnenlandse markt werden verkocht, werd de normale waarde berekend door de VAA-kosten en de winst bij normale handelstransacties van het soortgelijke product op de binnenlandse markt op te tellen bij de gemiddelde productiekosten voor elke soort.

(68)

Wanneer een productsoort helemaal niet op de binnenlandse markt van het referentieland werd verkocht, werden de productiekosten vastgesteld op basis van de productiekosten van de meest verwante goedkopere soort.

3.2.   Uitvoerprijs

(69)

De uitvoerprijs is voor elke in de steekproef opgenomen producent-exporteur tijdens het controlebezoek gecontroleerd. Wanneer de uitvoer naar de Unie rechtstreeks of via een verbonden handelsonderneming naar de eerste niet-verbonden afnemer in de Unie plaatsvond, was de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening de voor het betrokken product met het oog op uitvoer naar de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(70)

Een van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs voerde zware plaat via een verbonden importeur in de Unie in. De uitvoerprijs voor die verkoop werd berekend overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening.

3.3.   Vergelijking

(71)

De Commissie heeft de normale waarde van de producent in het referentieland en de uitvoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vergeleken in het stadium af fabriek.

(72)

Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er zijn correcties toegepast voor de kosten van vervoer, lading, overlading, lossing en aanverwante kosten, indirecte belastingen, commissies, krediet- en bankkosten.

(73)

Voor de in de steekproef opgenomen producenten die producten in de Unie hebben verkocht via verbonden handelsondernemingen waarvan de functies vergelijkbaar zijn met die van een op commissiebasis werkende agent is een correctie toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, onder i), van de basisverordening.

3.4.   Dumpingmarges

(74)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie voor de in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product.

(75)

Op grond hiervan zijn de voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs (kosten voor verzekering en vracht), grens Unie, vóór inklaring, als volgt:

Tabel 1

Steekproef van dumpingmarges

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Nanjing Iron and Steel Co., Ltd

120,1 %

Minmetals Yingkou Medium Plate Co., Ltd

126,0 %

Wuyang Iron and Steel Co., Ltd en Wuyang New Heavy & Wide Steel Plate Co., Ltd

127,6 %

(76)

Voor de medewerkende producenten-exporteurs die niet in de steekproef zijn opgenomen, heeft de Commissie de gewogen gemiddelde dumpingmarge van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs berekend op grond van artikel 9, lid 6, van de basisverordening.

(77)

Dit leidt voor de medewerkende producenten-exporteurs die geen deel uitmaken van de steekproef tot een voorlopige dumpingmarge van 125,5 %.

(78)

Voor alle andere producenten-exporteurs in de VRC heeft de Commissie de dumpingmarge overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens vastgesteld.

(79)

De Commissie heeft eerst de mate van medewerking door medewerkende exporteurs in de VRC bepaald. De mate van medewerking is gebaseerd op de omvang van de uitvoer naar de Unie van de medewerkende producenten-exporteurs, uitgedrukt als percentage van de totale uitvoer — volgens de invoerstatistieken van Eurostat — uit de VRC naar de Unie.

(80)

De mate van medewerking is in dit geval hoog, aangezien de uitvoer van de medewerkende producenten-exporteurs goed was voor ongeveer 87 % van de totale uitvoer naar de Unie tijdens het onderzoektijdvak. Op basis hiervan heeft de Commissie besloten de dumpingmarge voor alle andere ondernemingen vast te stellen op het niveau van de onderneming met de hoogste dumpingmarge.

(81)

Onderstaande tabel bevat de voorlopige dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Tabel 2

Alle dumpingmarges

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Nanjing Iron and Steel Co., Ltd

120,1 %

Minmetals Yingkou Medium Plate Co., Ltd

126,0 %

Wuyang Iron and Steel Co., Ltd en Wuyang New Heavy & Wide Steel Plate Co., Ltd

127,6 %

Andere niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen

125,5 %

Alle andere ondernemingen

127,6 %

4.   SCHADE

4.1.   Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(82)

Het soortgelijke product werd tijdens het onderzoektijdvak vervaardigd door 30 producenten in de Unie. Zij vormen de „bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(83)

26 van hen hebben aan de steekproefprocedure meegewerkt. Deze medewerkende producenten in de Unie vertegenwoordigen ongeveer 94 % van de totale productie van de bedrijfstak van de Unie en de totale verkoop van het soortgelijke product door de bedrijfstak van de Unie in het onderzoektijdvak.

(84)

De totale productie in de Unie van het soortgelijke product tijdens het onderzoektijdvak is ongeveer 10,3 miljoen ton. De Commissie baseerde dit cijfer op alle informatie die over de bedrijfstak van de Unie beschikbaar was, zoals de klacht, de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens.

(85)

Zoals in overweging 1 is uiteengezet, zijn drie producenten in de Unie in de steekproef opgenomen; zij vertegenwoordigen ongeveer 28,5 % van de totale verkoop van de bedrijfstak van de Unie en het totale productievolume in de Unie van het soortgelijke product tijdens het onderzoektijdvak.

4.2.   Verbruik in de Unie

(86)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de invoerstatistieken van Eurostat en de gecontroleerde verkoopsgegevens van de bedrijfstak van de Unie.

(87)

Het verbruik in de Unie van zware plaat heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Verbruik in de Unie (MT)

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Totaal EU-verbruik (MT)

8 991 777

8 423 747

8 820 363

9 467 177

Index (2012 = 100)

100

94

98

105

Bron: Eurostat, gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(88)

Het verbruik in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode toe met 5 %. Een analyse van de achtereenvolgende jaren laat een aanvankelijke daling met 6 % tussen 2012 en 2013 zien, gevolgd door een herstel in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak met 11 procentpunt of meer dan 1 miljoen ton.

(89)

Het intern gebruik door producenten in de Unie is verwaarloosbaar aangezien het slechts 0,5 % vertegenwoordigt van het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode. Daarom zijn de schade-indicatoren beoordeeld voor de hele markt van de Unie, met inbegrip van de door de producenten in de Unie intern gebruikte hoeveelheden.

4.3.   Volume en marktaandeel van de invoer

(90)

De Commissie heeft de omvang van de invoer vastgesteld op basis van het gegevensbestand van Eurostat. Vervolgens is het marktaandeel van de invoer vastgesteld door vergelijking van het invoervolume met het verbruik in de Unie als vermeld in tabel 3 in overweging 87.

(91)

De invoer van zware plaat in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoervolume (MT) en marktaandeel

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Volume van de invoer uit de VRC (MT)

410 583

343 545

693 117

1 359 143

Index (2012 = 100)

100

84

169

331

Marktaandeel van de VRC

4,6 %

4,1 %

7,9 %

14,4 %

Index (2012 = 100)

100

89

172

314

Bron: Eurostat, gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(92)

Het invoervolume uit de VRC in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 231 % toe. Na een daling met 16 % tussen 2012 en 2013 is de invoer uit de VRC aanzienlijk toegenomen met 85 procentpunten in 2014 en met nog eens 162 procentpunten tijdens het onderzoektijdvak.

(93)

De aanvankelijke daling van de uitvoer uit de VRC tussen 2012 en 2013 was het gevolg van het dalende verbruik op de markt van de Unie zoals in tabel 3 in overweging 87 is weergegeven. Na 2013 heeft zich op de markt van de Unie een dynamische toename voorgedaan, met een groei met meer dan 1 miljoen ton tussen 2013 en het onderzoektijdvak. Deze groei is bijna uitsluitend geabsorbeerd door de invoer uit de VRC: deze nam tijdens deze periode eveneens toe met meer dan 1 miljoen ton.

(94)

Tegelijkertijd is het aandeel van de invoer uit de VRC op de markt van de Unie meer dan verdrievoudigd van 4,6 % in 2012 tot 14,4 % in het onderzoektijdvak.

4.3.1.   Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding

(95)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat. De gewogen gemiddelde prijzen van de invoer van zware plaat in de Unie uit de VRC hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 5

Invoerprijzen (EUR/ton)

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Prijs bij invoer uit de VRC

647

539

488

460

Index (2012 = 100)

100

83

75

71

Bron: Eurostat.

(96)

De gemiddelde invoerprijzen uit de VRC zijn tijdens de beoordelingsperiode met 29 % gedaald. Er was sprake van een constante daling van 647 EUR/ton in 2012 tot 460 EUR/ton in het onderzoektijdvak.

(97)

De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:

(1)

de gewogen gemiddelde verkoopprijs per productsoort, die door de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werd berekend voor niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek; en

(2)

de overeenkomstige gewogen gemiddelde cif-prijzen, grens Unie, per productsoort van de invoer van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de VRC die in rekening werden gebracht aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie, op cif-niveau, met de nodige correcties voor kosten na de invoer.

(98)

De prijzen werden per productsoort vergeleken na aftrek van rabatten en kortingen, voor transacties op hetzelfde handelsniveau en zijn, indien nodig, gecorrigeerd. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt in procenten van de omzet van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het onderzoektijdvak.

(99)

Op basis hiervan werd vastgesteld dat de invoer met dumping uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met gemiddeld 29 % onderboden.

4.4.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.4.1.   Algemene opmerkingen

(100)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(101)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren.

(102)

De Commissie heeft de macro-economische indicatoren (productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, werkgelegenheid, loonkosten, groei, productiviteit, hoogte van de dumpingmarges en herstel van eerdere dumping) op het niveau van de hele bedrijfstak van de Unie beoordeeld. De beoordeling werd gebaseerd op de informatie van de klager, producenten in de Unie en de beschikbare officiële statistieken (Eurostat). De macro-economische gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie.

(103)

De Commissie heeft de micro-economische indicatoren (gemiddelde verkoopprijzen per eenheid, kosten per eenheid, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken) op basis van de gegevens in de gecontroleerde door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verstrekte antwoorden op de vragenlijst en de beschikbare officiële statistieken (Eurostat) geëvalueerd. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(104)

De Commissie merkt op dat een van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie de productie van zware plaat in december 2015 heeft opgeschort. Deze opschorting heeft voor geen van de schade-indicatoren gevolgen aangezien zij helemaal aan het eind van het onderzoektijdvak heeft plaatsgevonden en beide reeksen gegevens daarom representatief werden geacht voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

4.4.2.   Macro-economische indicatoren

4.4.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(105)

De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Productievolume (ton)

11 795 082

10 352 766

10 911 713

10 345 121

Index (2012 = 100)

100

88

93

88

Productiecapaciteit (ton)

16 972 100

16 410 487

16 646 634

16 618 427

Index (2012 = 100)

100

97

98

98

Bezettingsgraad

69 %

63 %

66 %

62 %

Index (2012 = 100)

100

91

94

90

Bron: Gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(106)

Het productievolume van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 12 % gedaald. Na een daling met 12 % tussen 2012 en 2013 is het productievolume in 2014 licht toegenomen met 5 procentpunten waarna het in 2015 weer met 5 procentpunten is gedaald tot het niveau van 2013.

(107)

De aanvankelijke daling van het productievolume tussen 2012 en 2013 was het gevolg van het dalende verbruik op de markt van de Unie zoals in tabel 3 in overweging 87 is weergegeven. De bedrijfstak van de Unie kon echter niet profiteren van de daaropvolgende groei van het verbruik tussen 2013 en het onderzoektijdvak. Hoewel het verbruik met 11 % of meer dan 1 miljoen ton was toegenomen, nam de productie door de bedrijfstak van de Unie in 2014 slechts tijdelijk licht toe waarna zij in het onderzoektijdvak weer is teruggevallen tot het lage niveau van 2013.

(108)

De gerapporteerde productiecapaciteitscijfers van de bedrijfstak van de Unie betreffen de technische capaciteit, hetgeen inhoudt dat in de bedrijfstak als standaard beschouwde correcties voor opstarttijden, onderhoud, knelpunten en andere normale onderbrekingen, in aanmerking zijn genomen.

(109)

Op basis hiervan is de productiecapaciteit met 2 % matig gedaald tijdens de beoordelingsperiode op een markt die tijdens dezelfde periode met 6 % is gestegen.

(110)

Aangezien de daling van het productievolume groter is dan de daling van de productiecapaciteit, is de bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode met 10 % gedaald.

4.4.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(111)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Verkoopvolume op de markt van de Unie (ton)

7 518 049

6 972 140

6 873 967

6 954 688

Index (2012 = 100)

100

93

91

93

Marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie

83,6 %

82,8 %

77,9 %

73,5 %

Index (2012 = 100)

100

99

93

88

Bron: Gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(112)

Het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie is tijdens de beoordelingsperiode met 7 % gedaald. Na een daling met 7 % tussen 2012 en 2013 en een nog grotere daling in 2014 met 2 procentpunten is het verkoopvolume tijdens het onderzoektijdvak licht toegenomen met 2 procentpunten.

(113)

Net zoals de ontwikkeling van het productievolume was de aanvankelijke daling van het verkoopvolume tussen 2012 en 2013 het gevolg van het dalende verbruik op de markt van de Unie, zoals is uiteengezet in overweging 87. De bedrijfstak van de Unie kon echter niet profiteren van de daaropvolgende groei van het verbruik tussen 2013 en het onderzoektijdvak. Hoewel het verbruik in de Unie met meer dan 1 miljoen ton was toegenomen, bleef het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op het lage niveau van 2013.

(114)

Door de daling van het verkoopvolume met 7 % op een markt die met 5 % was gegroeid, daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie met 12 % tijdens de beoordelingsperiode.

4.4.2.3.   Werkgelegenheid en productiviteit

(115)

De werkgelegenheid en productiviteit van de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Aantal werknemers (voltijds equivalent/VTE)

22 622

20 920

19 688

18 722

Index (2012 = 100)

100

92

87

83

Productiviteit (ton/VTE)

521

495

554

553

Index (2012 = 100)

100

95

106

106

Bron: Gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(116)

De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is tijdens de beoordelingsperiode gedaald met 17 %. Er waren twee belangrijke redenen voor deze daling:

de daling van de productievolumes met 12 % die werd veroorzaakt door de toenemende invoer met dumping uit de VRC;

de inspanningen van de bedrijfstak van de Unie om de productiekosten te verlagen en de efficiëntie te verhogen in het licht van de toenemende concurrentie van invoer met dumping uit de VRC. Deze efficiëntieverhogingen hebben de productiviteit doen toenemen met 6 %.

(117)

De Commissie merkt op dat het verbruik op de markt van de Unie tijdens de beoordelingsperiode is toegenomen met 5 %. Indien de invoer met dumping uit de VRC niet was toegenomen, zou de bedrijfstak van de Unie in staat zijn geweest de werkgelegenheid te behouden aangezien de toegenomen vraag de efficiëntieverhogingen hadden kunnen absorberen.

4.4.2.4.   Loonkosten

(118)

De gemiddelde loonkosten van de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Gemiddelde loonkosten per VTE (voltijdequivalent)

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Gemiddelde loonkosten per VTE (EUR)

49 257

51 594

51 589

55 542

Index (2012 = 100)

100

105

105

113

Bron: Gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(119)

Door de aanzienlijke inkrimping van het personeelsbestand (zoals vermeld in overweging 115) zijn de loonkosten per werknemer met 13 % toegenomen tijdens de beoordelingsperiode. Aangezien een bepaald deel van de toegenomen loonkosten verband houdt met verplichte loonsverhogingen in het kader van collectieve arbeidsovereenkomsten is dit in feite veroorzaakt door de kosten in verband met het verlagen van het personeelsbestand en de arbeidstijd. Onder dergelijke kosten vallen ontslagvergoedingen en de hogere kosten bij deeltijdwerk door de dalende productie die wordt veroorzaakt door de gestaag toenemende invoer met dumping.

4.4.2.5.   Groei

(120)

Het verbruik in de Unie is aanvankelijk met 6 % of bijna 600 000 ton gedaald tussen 2012 en 2013. Deze aanvankelijke daling heeft negatieve gevolgen gehad voor de situatie van de verkoop en het productievolume van de bedrijfstak van de Unie.

(121)

Tussen 2013 en het onderzoektijdvak was de situatie anders. Het verbruik in de Unie maakte een dynamische groei door van 11 procentpunten of meer dan 1 miljoen ton. De bedrijfstak van de Unie kon echter niet profiteren van deze dynamische groei. De productie- en verkoopvolumes bleven op het zeer lage niveau van 2013. De groei van de markt van de Unie werd volledig geabsorbeerd door de toenemende laaggeprijsde invoer met dumping uit de VRC die tussen 2013 en het onderzoektijdvak eveneens met 1 miljoen ton is toegenomen, zoals is beschreven in overweging 91.

4.4.2.6.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(122)

De dumpingmarges van alle producenten-exporteurs uit de VRC waren hoger dan 100 %. De gevolgen van de hoogte van deze zeer hoge dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien de omvang en de prijzen van de invoer uit de VRC.

(123)

In 2000 heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde warmgewalste platte producten van niet-gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China, India en Roemenië. Deze maatregelen betroffen producten met een zeer gelijksoortige productomschrijving als die van het huidig onderzoek. Deze maatregelen zijn op 11 augustus 2005 verstreken.

(124)

Zoals in overweging 221 is aangegeven, bereikte de bedrijfstak van de Unie een winstgevendheid die hoger lag dan de nagestreefde winst. Bijgevolg concludeert de Commissie voorlopig dat de bedrijfstak van de Unie zich hersteld heeft van de eerdere dumping.

4.4.3.   Micro-economische indicatoren

4.4.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(125)

De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid voor niet-verbonden afnemers in de Unie en de productiekosten per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Verkoopprijzen in de Unie

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Verkoopprijs (EUR/ton)

821

691

658

617

Index (2012 = 100)

100

84

80

75

Productiekosten per eenheid (EUR/ton)

836

784

705

680

Index (2012 = 100)

100

94

84

81

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(126)

De gemiddelde verkoopprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode voortdurend gedaald met in totaal 25 % terwijl de gemiddelde productiekosten per eenheid voortdurend zijn gedaald met in totaal 19 %. De verkoopprijzen zijn sneller gedaald en waren gemiddeld voortdurend lager dan de productiekosten per eenheid.

(127)

Om het verlies van marktaandeel te beperken, waren de producenten in de Unie gedwongen de neerwaartse prijsspiraal te volgen en hun verkoopprijzen aanzienlijk te verlagen. Deze prijsdaling is aanzienlijk groter dan de daling van hun productiekosten, wat voornamelijk een gevolg is van de daling van de grondstofprijzen tijdens de beoordelingsperiode en de verhoogde productiviteit die is bereikt door de personeelsinkrimpingen, zoals is aangetoond in overweging 115.

4.4.3.2.   Voorraden

(128)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Voorraden

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Eindvoorraden (ton)

224 600

228 325

246 532

282 631

Index (2012 = 100)

100

102

110

126

Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie

9 %

10 %

10 %

12 %

Index (2012 = 100)

100

109

111

135

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(129)

De eindvoorraden van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode voortdurend toegenomen met in totaal 26 %. Tegelijkertijd is het niveau van hun eindvoorraden als een percentage van de productie eveneens voortdurend toegenomen met in totaal 35 %.

(130)

De voornaamste reden voor de toename van de eindvoorraden was dat, hoewel de bedrijfstak van de Unie de daling van de productievolumes trachtte te verhinderen, de verkoopvolumes nog sneller daalden aangezien de bedrijfstak van de Unie helemaal niet kon profiteren van de groei van de markt door de toenemende volumes laaggeprijsde invoer met dumping.

4.4.3.3.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(131)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door het nettoverlies vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(132)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet– verbonden afnemers (% van omzet)

1,6 %

– 12,2 %

– 4,4 %

– 10,4 %

Index (2012 = 100)

100

– 773

– 280

– 658

Kasstroom

(× 1 000  EUR)

52 449

– 109 945

19 964

– 66 035

Index (2012 = 100)

100

– 210

38

– 126

Investeringen

(× 1 000  EUR)

209 128

224 431

170 108

143 420

Index (2012 = 100)

100

107

81

69

Rendement van investeringen

7,6 %

– 22,4 %

– 2,2 %

– 13,7 %

Index (2012 = 100)

100

– 297

– 29

– 182

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(133)

De winstgevendheid is tijdens de beoordelingsperiode met 758 % gedaald. Na 1,6 % winst te hebben geboekt in 2012 waren de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in alle daaropvolgende jaren verlieslatend.

(134)

Terwijl het zware verlies met 12,2 % in 2013 was beïnvloed door de bijzonder lage vraag in dat jaar, kon de bedrijfstak van de Unie, wegens de aanzienlijke prijsdruk en de omvang van de toenemende invoer uit de VRC in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak, niet profiteren van de dynamische groei van het verbruik in de Unie met 11 procentpunten. Zoals in overweging 93 is aangegeven, werd deze groei bijna volledig geabsorbeerd door de invoer met dumping uit de VRC.

(135)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De kasstroom is tijdens de beoordelingsperiode gedaald met 226 %. Na de daling met 310 % tussen 2012 en 2013 onder invloed van de bijzonder lage vraag in dat jaar, is de kasstroom toegenomen en werd deze licht positief in 2014. Niettemin heeft de negatieve trend zich in het onderzoektijdvak doorgezet en werd daarin opnieuw sterk negatief.

(136)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het rendement van investeringen is tijdens de beoordelingsperiode met 282 % gedaald. Na de dramatische daling met 397 % tussen 2012 en 2013 onder invloed van de bijzonder lage vraag in dat jaar, nam de kasstroom in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak licht toe maar hij bleef nog steeds negatief.

(137)

Bijgevolg verlaagde de bedrijfstak van de Unie het investeringsniveau tijdens de beoordelingsperiode met 31 %. Na de toename van de investeringen met 7 % tussen 2012 en 2013 was de bedrijfstak van de Unie gedwongen zijn investeringen in 2014 met 26 procentpunten te verlagen en in het onderzoektijdvak verder met 12 procentpunten. Zoals blijkt uit tabel 6 in overweging 105 zijn deze investeringen niet gebruikt om de bezettingsgraad te verhogen.

(138)

Het vermogen om kapitaal aan te trekken werd verminderd door de verliezen tijdens de beoordelingsperiode en dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de activiteiten van een van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn stilgelegd.

4.4.4.   Conclusie inzake schade

(139)

De beoordelingsperiode is gekenmerkt door twee afzonderlijke perioden: 2012 tot en met 2013 en 2014 tot het einde van het onderzoektijdvak.

(140)

Aanvankelijk, tussen 2012 en 2013, is het verbruik in de Unie aanzienlijk gedaald met 6 %. Deze daling van het verbruik heeft negatieve gevolgen gehad op talrijke schade-indicatoren zoals verkoopvolume en prijzen, productie, capaciteit en bezettingsgraad, werkgelegenheid, productiviteit, winstgevendheid, kasstroom en rendement van investeringen.

(141)

Daaropvolgend, in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak, heeft het verbruik een dynamische groei doorgemaakt van 11 procentpunten of meer dan 1 miljoen ton. De bedrijfstak van de Unie kon van deze groei echter niet profiteren aangezien deze volledig geabsorbeerd werd door de toenemende invoer met dumping uit de VRC.

(142)

In deze context van een toenemend verbruik in de Unie is de bedrijfstak van de Unie er niet in geslaagd de verkoop- en productievolumes te verhogen hoewel de bezettingsgraad zelfs licht daalde in een groeiende markt.

(143)

De pogingen om de productieniveaus te behouden hebben geleid tot een toename van de voorraden met 24 procentpunten. De bedrijfstak van de Unie verloor eveneens 9,3 procentpunten marktaandeel aan de invoer uit de VRC waarvan het marktaandeel tezelfdertijd met 10,3 procentpunten groeide. De verkoopprijzen per eenheid daalden met 9 procentpunten en de productiekosten daalden met 13 procentpunten.

(144)

Dit leidde tot een lichte verbetering van de financiële indicatoren zoals winstgevendheid, kasstroom en rendement van investeringen, die tijdens de hele periode echter sterk negatief zijn gebleven. De werkgelegenheid daalde met 9 procentpunten terwijl de bedrijfstak van de Unie erin slaagde de productiviteit met 11 procentpunten te verhogen. Bovendien moest de bedrijfstak van de Unie zijn investeringen met 38 procentpunten verminderen aangezien de winstgevendheid en het rendement van investeringen voortdurend negatief waren.

(145)

In het algemeen heeft de bedrijfstak van de Unie als geheel zijn productie verminderd en concrete maatregelen genomen om de efficiëntie te verbeteren door verlaging van het personeelsbestand en de productiecapaciteit en is hij erin geslaagd de productiekosten aanzienlijk te verminderen.

(146)

Ondanks het feit dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode deze maatregelen nam om zijn algemene prestaties te verbeteren, is zijn economische en financiële situatie aanzienlijk verslechterd aangezien de verliezen zich vanaf 2013 begonnen op te stapelen.

(147)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie in dit stadium geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(148)

Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de VRC aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade had kunnen lijden.

(149)

De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit de VRC, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren zijn: hevige concurrentie veroorzaakt door problemen met de vraag op de markt van de Unie, een lage bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie, de invoer uit andere derde landen, de uitvoerprestaties van de producenten in de Unie en de concurrentie tussen verticaal geïntegreerde producenten en verwerkende bedrijven.

5.1.   Gevolgen van de invoer met dumping

(150)

De verkoopprijzen van de producenten-exporteurs uit de VRC zijn met 25 % gedaald, van 647 EUR/ton in 2012 tot 460 EUR/ton in het onderzoektijdvak. Door tijdens de beoordelingsperiode hun verkoopprijs per eenheid voortdurend te verlagen, zijn de producenten uit de VRC erin geslaagd hun marktaandeel aanzienlijk te vergroten van 4,6 % in 2012 tot 14,4 % in het onderzoektijdvak.

(151)

Terwijl de daling van de vraag de prestaties van de bedrijfstak van de Unie negatief beïnvloedde tussen 2012 en 2013, had de daaropvolgende bijna ononderbroken stijging van de invoer uit de VRC met sterke prijsonderbieding duidelijk negatieve gevolgen voor de prestaties van de bedrijfstak van de Unie.

(152)

Hoewel de bedrijfstak van de Unie zijn kosten kon reduceren door personeelsinkrimping en dankzij de daling van de grondstofprijzen, bleef de invoer met dumping toenemen en werd de bedrijfstak van de Unie gedwongen zijn verkoopprijzen in de Unie nog meer te verlagen om zijn verlies aan marktaandeel in te dijken, en dit ten koste van de winstgevendheid.

(153)

Nadat in 2014 de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie enigszins verbeterde doordat de verliezen werden beperkt, bleven de invoervolumes stijgen en de prijzen dalen in het onderzoektijdvak, met een verdere daling van de prijzen en de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie tot gevolg.

(154)

Bovendien heeft de geleidelijke vertraging van de economische groei en de zeer aanzienlijke overcapaciteit van de staalindustrie in de VRC de Chinese staalproducenten ertoe aangezet om hun overtollige productie te verleggen naar exportmarkten (6), waarbij de markt van de Unie een aantrekkelijke uitvoerbestemming is.

(155)

Een groot aantal andere exportmarkten die van oudsher belangrijk zijn, hebben al maatregelen tegen de staalproducten afkomstig uit de VRC, met inbegrip van zware plaat (7), ingesteld of overwegen om dit te doen, omdat de prijzen door de oneerlijke invoer kunstmatig gedrukt worden, wat leidt tot een ongezonde concurrentie.

(156)

Nu over de hele wereld meer en meer handelsbeschermende maatregelen worden ingesteld, is de markt van de Unie een van de meest aantrekkelijke bestemmingen geworden voor invoer met dumping uit de VRC, met alle nadelige gevolgen van dien voor de bedrijfstak van de Unie.

(157)

Deze conclusie wordt bevestigd door de meest recente invoerstatistieken van Eurostat, die aantonen dat de invoer uit de VRC sinds het einde van het onderzoektijdvak is blijven toenemen. Tijdens de periode maart-mei 2016 zijn de invoervolumes met ongeveer 15 % toegenomen in vergelijking met de invoervolumes tijdens het onderzoektijdvak, terwijl de gemiddelde prijzen van deze invoer verder zijn gedaald met ongeveer 30 %.

5.2.   Gevolgen van andere factoren

5.2.1.   Hevige concurrentie door problemen met de vraag op de markt van de Unie.

(158)

Een belanghebbende voerde aan dat de schade aan de bedrijfstak van de Unie niet is veroorzaakt door de invoer uit de VRC maar door problemen aan de vraagzijde op de markt van de Unie. Hij voerde aan dat, hoewel de vraag in de Unie in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak herstelde, deze in 2012 32 % lager lag dan de recordhoogte van 2007 en in 2014 17 % lager dan het „normaal” geachte jaar 2004.

(159)

Hij voerde aan dat de lage vraag hevige concurrentie tot gevolg had gehad ten aanzien van de beperkte hoeveelheden die nodig waren op de markt, wat grote druk heeft gezet op de verkoopprijzen van de Unie.

(160)

De hevige concurrentie die door de aangevoerde problemen met de vraag werd veroorzaakt, heeft echter geen negatieve invloed gehad op de capaciteit van de exporteurs uit de VRC om steeds toenemende hoeveelheden zware plaat met dumping op de markt van de Unie te verkopen, waardoor ze hun marktaandeel van 4,6 % tot 14,4 % hebben verhoogd. Dit heeft geleid tot een verlies van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie dat bijna precies daarmee overeenstemde en heeft een aanzienlijke prijsdruk gelegd op de bedrijfstak van de Unie, wat heeft geleid tot de negatieve winstgevendheid ervan.

(161)

Hoewel de problemen met de vraag de prestaties van de bedrijfstak van de Unie in 2013 aanvankelijk aanzienlijk negatief hebben beïnvloed, is de invoer met dumping uit de VRC de voornaamste oorzaak van de hevige concurrentie op de markt van de Unie, in het bijzonder in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak.

(162)

In 2014 en tijdens het onderzoektijdvak had de bedrijfstak van de Unie kunnen profiteren van het herstel van de markt. Dit is echter verhinderd door een aanzienlijke toename van de invoer uit de VRC die tijdens die twee jaren meer dan verdriedubbelde en een aanzienlijk marktaandeel veroverde ten nadele van de bedrijfstak van de Unie.

(163)

Derhalve concludeert de Commissie dat de problemen met de vraag op de markt van de Unie niet de belangrijkste oorzaak van de schade voor de bedrijfstak van de EU zijn, zodat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de schade voor de bedrijfstak van de Unie niet wordt verbroken.

5.2.2.   Lage bezettingsgraad bij de producenten in de Unie

(164)

Een belanghebbende voerde aan dat de schade aan de bedrijfstak van de Unie ook is veroorzaakt door de lage bezettingsgraad die te wijten is aan de aanzienlijke overcapaciteit van de producenten in de Unie. Zij voeren aan dat de bezettingsgraad reeds zeer laag was in 2012, toen de invoer uit de VRC relatief laag was, en dat de bedrijfstak van de Unie zijn capaciteit niet overeenkomstig heeft verlaagd.

(165)

De vraag in de Unie steeg vervolgens echter aanzienlijk, in het bijzonder in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak, waarbij zij 6 % hoger lag dan in 2012. Indien de invoer met dumping uit de VRC niet sterk was toegenomen, zou deze toenemende vraag hebben geleid tot een toenemende bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie, des te meer aangezien zij hun productiecapaciteit met 2 % hadden verlaagd in de context van een groeiende markt.

(166)

Derhalve concludeert de Commissie dat de lage bezettingsgraad, in het bijzonder in 2014 en tijdens het onderzoektijdvak, voornamelijk is veroorzaakt door de sterk toenemende invoer met dumping uit de VRC.

5.2.3.   Invoer uit andere derde landen

(167)

De Commissie heeft de omvang van de invoer op basis van het gegevensbestand van Eurostat vastgesteld. Behalve uit de VRC was de invoer voornamelijk afkomstig uit Oekraïne en Rusland. Het marktaandeel van de invoer is vastgesteld door vergelijking van het invoervolume met het verbruik in de Unie als vermeld in tabel 3 in overweging 87.

(168)

De invoer in de Unie uit andere derde landen heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 13

Invoer uit derde landen (MT) en marktaandeel

 

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Oekraïne

Volume van de invoer (MT)

421 553

600 896

713 189

583 132

Index (2012 = 100)

100

143

169

138

Marktaandeel

4,7 %

7,1 %

8,1 %

6,2 %

Index (2012 = 100)

100

152

172

131

Gemiddelde prijs

574

477

470

451

Index (2012 = 100)

100

83

82

79

Rusland

Volume van de invoer (MT)

148 594

158 883

196 207

222 999

Index (2012 = 100)

100

107

132

150

Marktaandeel

1,7 %

1,9 %

2,2 %

2,4 %

Index (2012 = 100)

100

114

135

143

Gemiddelde prijs

513

461

446

412

Index (2012 = 100)

100

90

87

80

Totaal van alle derde landen behalve de VRC

Volume van de invoer (MT)

1 063 146

1 108 062

1 253 278

1 153 345

Index (2012 = 100)

100

104

118

108

Marktaandeel

11,8 %

13,2 %

14,2 %

12,2 %

Index (2012 = 100)

100

111

120

103

Gemiddelde prijs

621

516

505

505

Index (2012 = 100)

100

83

81

81

Bron: Eurostat.

(169)

Het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen bleef relatief stabiel tijdens de beoordelingsperiode terwijl de invoer uit de VRC met 214 % is toegenomen.

(170)

Bovendien is het marktaandeel van Oekraïne en Rusland slechts licht toegenomen tijdens de beoordelingsperiode. Het marktaandeel van Oekraïne steeg van 4,7 % tot 6,2 % en dat van Rusland van 1,7 % tot 2,4 %. Deze toenames gingen vooral ten koste van andere uitvoerende landen dan de VRC.

(171)

In het kader van het verbruik in de Unie dat met 5 % is toegenomen en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie dat met 10 procentpunten is gedaald tijdens de beoordelingsperiode betekent dit dat de invoer uit de VRC enkel marktaandeel heeft verworven ten koste van de bedrijfstak van de Unie.

(172)

Als gevolg daarvan is de invoer uit de VRC goed voor ongeveer 54 % van alle invoer in de Unie in het onderzoektijdvak terwijl de invoer uit Oekraïne ongeveer 23 % vertegenwoordigt en de invoer uit Rusland ongeveer 9 %.

(173)

De gemiddelde invoerprijzen uit andere derde landen zijn veel sneller gedaald dan de invoerprijzen uit de VRC: de eerstgenoemde daalden met 19 % terwijl de invoerprijzen uit de VRC met 29 % daalden.

(174)

Hoewel de invoerprijzen uit Oekraïne en Rusland zich gemiddeld nog steeds net onder de invoerprijzen uit de VRC bevinden, zijn zij tijdens de beoordelingsperiode veel minder snel gedaald dan de invoerprijzen uit de VRC. Verder zijn deze prijzen niet noodzakelijkerwijs rechtstreeks vergelijkbaar aangezien de gemiddelde prijs wordt beïnvloed door een verschillende productmix.

(175)

Bovendien zijn de invoervolumes uit Oekraïne en Rusland in het bijzonder of uit alle andere derde landen in het algemeen niet even sterk toegenomen als die uit de VRC. Terwijl het invoervolume uit de VRC met bijna 1 miljoen ton is toegenomen tijdens de beoordelingsperiode is het invoervolume uit Oekraïne gestegen met ongeveer 160 000 ton, uit Rusland met ongeveer 75 000 ton en uit alle andere derde landen (waaronder Rusland en Oekraïne) met ongeveer 90 000 ton.

(176)

Op basis hiervan en gezien de veel kleinere invoervolumes uit Oekraïne en Rusland in vergelijking met die uit de VRC zijn er geen aanwijzingen dat de invoer uit deze twee landen schade veroorzaakten aan de bedrijfstak van de Unie.

(177)

De prijzen van de invoer uit alle andere derde landen (waaronder Rusland en Oekraïne) liggen gemiddeld hoger dan de prijzen van de invoer uit de VRC; het marktaandeel van de invoer uit de eerstgenoemde landen is met een verwaarloosbaar 1 procentpunt toegenomen.

(178)

Derhalve concludeert de Commissie dat de invoer van zware plaat uit derde landen niet de belangrijkste oorzaak van de schade voor de bedrijfstak van de Unie is, zodat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de schade voor de bedrijfstak van de Unie niet wordt verbroken.

5.2.4.   Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie

(179)

De omvang en de gemiddelde prijzen van de uitvoer door de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 14

Uitvoerprestaties

 

2012

2013

2014

OT (2015)

Volume van de uitvoer aan niet-verbonden afnemers (bedrijfstak van de Unie)

1 881 932

1 361 279

1 825 628

1 548 156

Index (2012 = 100)

100

72

97

82

Gemiddelde uitvoerprijs (EUR/ton)

(In de steekproef opgenomen producenten)

1 002

831

814

764

Index (2012 = 100)

100

83

81

76

Bron: Gecontroleerde door Eurofer ingediende gegevens en antwoorden op de vragenlijst.

(180)

Het uitvoervolume aan niet-verbonden afnemers buiten de Unie is met 18 % gedaald tijdens de beoordelingsperiode. Na de daling met 28 % tussen 2012 en 2013 is het uitvoervolume in 2014 met 25 procentpunten toegenomen waarna het in het onderzoektijdvak weer met 15 procentpunten is gedaald.

(181)

De prijzen zijn tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk gedaald met 24 %, in overeenstemming met de prijsdaling op de markt van de Unie (– 25 %).

(182)

Als geheel weerspiegelen de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie grotendeels de prestaties ervan op de markt van de Unie. De markt van de Unie is echter van veel groter belang voor de bedrijfstak van de Unie dan de uitvoermarkten. Gedurende de gehele beoordelingsperiode is de verkoop op de markt van de Unie ongeveer viermaal hoger dan de uitvoer.

(183)

Gezien het beperkte belang van deze uitvoer is de Commissie daarom van oordeel dat het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de schade voor de bedrijfstak van de Unie niet door de prestaties van de bedrijfstak van de Unie kan worden verbroken.

5.2.5.   Concurrentie tussen verticaal geïntegreerde producenten in de Unie en verwerkende bedrijven in de Unie

(184)

Een belanghebbende voerde aan dat de winstmarge van de verticaal geïntegreerde producenten in de Unie is aangetast door de lagere prijzen die verwerkende bedrijven in de Unie aanrekenen: zij zouden prijzen aanrekenen die tussen 6 % en 9 % lager liggen dan de prijzen die door verticaal geïntegreerde producenten worden aangerekend.

(185)

Een verwerkend bedrijf is een onderneming die haar uitgangsmateriaal, nl. staalplaten, niet zelf produceert. Alle in de steekproef opgenomen producenten in de Unie produceren hun eigen staalplaten en zijn dus verticaal geïntegreerde producenten.

(186)

De Commissie merkt in dit verband op dat de prijzen van de invoer met dumping uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens het onderzoektijdvak met gemiddeld 29 % hebben onderboden, zoals in overweging 99 is vermeld. Op basis hiervan zouden de prijzen van de invoer met dumping uit de VRC nog steeds ten minste 20 % lager liggen dan de prijzen van verwerkende bedrijven in de Unie.

(187)

Dezelfde belanghebbende voerde ook aan dat het volume dat door de verwerkende bedrijven in de Unie wordt geproduceerd, daalt aangezien zij meestal afhankelijk zijn van de levering van staalplaten uit Oekraïne. Deze aanvoer uit Oekraïne is echter gedaald door bevoorradingsproblemen tijdens de beoordelingsperiode en deze daling van de aanvoer is niet gecompenseerd door de productie van de andere producenten in de Unie ondanks hun lage bezettingsgraad.

(188)

In dit verband heeft de belanghebbende geen bewijsmateriaal verstrekt waaruit zou blijken dat de producenten in de Unie geen interesse hadden om deze aanvullende hoeveelheden te verstrekken of dit niet wilden doen. Bijgevolg is het duidelijk dat met name deze prijsgevoelige afnemers niet langer kozen voor de producten die door de bedrijfstak van de Unie werden geproduceerd maar voor de nog lager geprijsde invoer met dumping uit de VRC.

(189)

Derhalve concludeert de Commissie dat de dalende winstgevendheid van de verticaal geïntegreerde producenten in de Unie slechts in zeer beperkte mate kan zijn beïnvloed door de dalende hoeveelheden matig geprijsde zware plaat die door de verwerkende bedrijven in de Unie worden geproduceerd. Verder concludeert zij dat de dalende winstgevendheid ervan overduidelijk te wijten is aan veel lager geprijsde invoer met dumping uit de VRC waarvan ook het volume in belangrijke mate is toegenomen.

5.3.   Conclusie inzake het oorzakelijke verband

(190)

Er is een voorlopig oorzakelijk verband vastgesteld tussen de door de producenten in de Unie geleden schade en de invoer met dumping uit de VRC.

(191)

De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schade veroorzakende gevolgen van de invoer met dumping.

(192)

Van de andere vastgestelde factoren, zoals de hevige concurrentie veroorzaakt door problemen met de vraag, de lage bezettingsgraad, de invoer uit derde landen, de uitvoerprestaties van de producenten in de Unie, de concurrentie tussen verticaal geïntegreerde producenten en verwerkende bedrijven is voorlopig vastgesteld dat deze het oorzakelijke verband niet verbreken, zelfs niet indien zij samen worden genomen.

(193)

De tijdelijke daling van het verbruik in 2013 kan enigszins hebben bijgedragen tot de schade tijdens dat jaar maar zonder de alsmaar toenemende omvang van de invoer met dumping aan steeds dalende prijzen, zou de bedrijfstak van de Unie zeker hebben kunnen profiteren van de groei van de markt in de daaropvolgende jaren. Vooral de verkoopvolumes zouden zich hersteld hebben, de verkoopprijzen zouden niet zo sterk zijn gedaald en er zou meer winst zijn gemaakt.

(194)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, werd veroorzaakt door de invoer met dumping uit de VRC en dat de andere factoren, individueel of tezamen, het oorzakelijke verband niet hebben verbroken.

6.   BELANG VAN DE UNIE

(195)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of duidelijk kon worden geconcludeerd dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schade veroorzakende dumping. Het belang van de Unie werd vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers.

6.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(196)

De bedrijfstak van de Unie bevindt zich in 14 lidstaten (Oostenrijk, België, Tsjechië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Roemenië, Slovenië, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) en verschafte rechtstreeks werk aan ongeveer 20 000 werknemers in activiteiten die verband houden met zware plaat tijdens de beoordelingsperiode.

(197)

26 producenten in de Unie hebben aan het onderzoek meegewerkt. Geen van de bekende producenten had bezwaar tegen de opening van het onderzoek. Zoals in het bovenstaande is aangetoond bij het analyseren van de schade-indicatoren, verslechterde de situatie van de gehele bedrijfstak van de Unie en werd de bedrijfstak geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de invoer met dumping.

(198)

De Commissie verwacht dat de instelling van voorlopige antidumpingrechten tot een herstel van eerlijke handelsvoorwaarden op de markt van de Unie zal leiden, en zo een einde zal maken aan de neerwaartse prijsdruk en de bedrijfstak van de Unie in staat zal stellen te herstellen. Dit zou de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie doen stijgen tot het niveau dat noodzakelijk wordt geacht voor deze kapitaalintensieve industrie.

(199)

De bedrijfstak van de Unie heeft aanmerkelijke schade geleden als gevolg van de invoer met dumping uit de VRC. De Commissie herinnert eraan dat de meeste schade-indicatoren gedurende de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling lieten zien. Vooral de schade-indicatoren met betrekking tot de financiële prestaties van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, zoals de winstgevendheid en het rendement van investeringen, ondervonden zeer negatieve gevolgen.

(200)

Het is daarom belangrijk dat de prijzen tot een niveau worden opgetrokken waarbij de dumping- of schademarge wordt geneutraliseerd zodat alle producenten opnieuw onder eerlijke handelsvoorwaarden op de markt van de Unie kunnen werken. Als er geen maatregelen worden genomen, lijkt een verdere verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie zeer waarschijnlijk.

(201)

Derhalve concludeert de Commissie voorlopig dat de instelling van antidumpingrechten in het belang van de bedrijfstak van de Unie is. De instelling van antidumpingmaatregelen zou de bedrijfstak van de Unie in staat stellen te herstellen van de gevolgen van de vastgestelde schade veroorzakende dumping.

6.2.   Belang van de niet-verbonden importeurs

(202)

Zoals in overweging 22 is uiteengezet, werken zes importeurs aan het onderzoek mee en zijn drie daarvan in de steekproef opgenomen. Een van de in de steekproef opgenomen importeurs is voorstander van maatregelen terwijl de twee andere in de steekproef opgenomen importeurs zich tegen de instelling van maatregelen verzetten. De overige drie importeurs die niet in de steekproef zijn opgenomen, hebben hun standpunt niet kenbaar gemaakt.

(203)

Uit het onderzoek bleek dat een prijsstijging ten gevolge van de instelling van maatregelen geen directe gevolgen zou hebben voor deze niet-verbonden importeurs. Zware plaat vertegenwoordigt maximaal 20 % van hun activiteiten.

(204)

Daarnaast handelen de meeste importeurs in goederen die afkomstig zijn van verschillende bronnen, waaronder de bedrijfstak van de Unie. Niets wijst erop dat de importeurs hun afnemers niet langer zouden kunnen bevoorraden indien maatregelen worden ingesteld.

(205)

Gezien het bovenstaande concludeert de Commissie voorlopig dat de instelling van maatregelen geen significante negatieve gevolgen zal hebben voor het belang van de importeurs in de Unie.

6.3.   Belang van de gebruikers

(206)

De voornaamste bedrijfsactiviteiten waar zware plaat als eindproduct wordt gebruikt, zijn de vervaardiging van bouw-, mijnbouw- en bosbouwmaterieel, drukvaten, olie- en gasleidingen, scheepsbouw, bruggen en bouw.

(207)

Zeven gebruikers en drie handelaren/staalservicebedrijven hebben de vragenlijst voor gebruikers beantwoord. Vier van deze antwoorden vertoonden echter veel tekortkomingen en slechts twee van de gebruikers hadden bezwaar tegen de instelling van maatregelen. De Commissie kan deze antwoorden om de volgende redenen echter niet als representatief beschouwen:

zij vertegenwoordigen slechts 0,3 % van het verbruik in de Unie;

de twee gebruikers die bezwaar hadden voeren niet in uit de VRC; zij zouden dus ten hoogste indirecte gevolgen van de maatregelen ondervinden.

(208)

Daarnaast merkt de Commissie op dat de rechten net een continue leveringszekerheid op de markt van de Unie moeten bevorderen. Zonder rechten zouden sommige producenten in de Unie hun productie moeten stopzetten of beperken, waardoor vele gebruikers in de Unie het zouden moeten stellen met een beperkter aanbod aan leveranciers.

(209)

Zoals in overweging 104 is aangegeven, heeft een van de in de steekproef opgenomen producenten de productie van zware plaat aan het einde van het onderzoektijdvak opgeschort.

(210)

Bovendien zal het niveau van de maatregelen leiden tot gelijke concurrentievoorwaarden voor alle producenten in de Unie en derde landen waardoor deze producent in de Unie de productie van zware plaat zou kunnen hervatten.

(211)

Gezien het bovenstaande concludeert de Commissie voorlopig dat de instelling van maatregelen geen onevenredig grote negatieve gevolgen zou hebben voor de gebruikers.

6.4.   Conclusie inzake belang van de Unie

(212)

In het licht van het bovenstaande concludeert de Commissie voorlopig dat de instelling van maatregelen zou bijdragen tot het herstel van de bedrijfstak van de Unie en ruimte zou laten voor meer investeringen, teneinde de producenten in de Unie van zware plaat beter voor te bereiden op de toekomst en hun concurrentievermogen te vergroten.

(213)

De bedrijfstak van de Unie onderging in het (recente) verleden reeds een ingrijpende herstructurering. Zonder rechten zouden nog andere producenten in de Unie hun activiteiten in verband met zware plaat misschien moeten stopzetten of beperken en honderden werknemers moeten ontslaan, waardoor vele gebruikers in de Unie het zouden moeten stellen met een beperkt aanbod aan leveranciers.

(214)

Het effect van de maatregelen op de weinige andere belanghebbenden in de Unie die zich hebben gemeld, kan niet aanzienlijk worden geacht. Niets in het dossier wijst erop dat de mogelijke gevolgen voor andere belanghebbenden (die zich niet hebben gemeld) opwegen tegen de positieve gevolgen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie. De eindgebruikers en consumenten zullen naar verwachting profiteren van een markt met eerlijke concurrentie, met inbegrip van plaatselijke aanvoer die volledig in staat is om tegemoet te komen aan hun behoeften en eisen. De prijs zal een belangrijke factor blijven, maar op een eerlijke basis.

(215)

Al met al concludeert de Commissie in dit stadium van het onderzoek dat er geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat het niet in het belang van de Unie is om voorlopige maatregelen in te stellen op de invoer van zware plaat van oorsprong uit de VRC.

7.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(216)

Gelet op de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie, moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

7.1.   Schade opheffend prijsniveau

(217)

Om het niveau van de maatregelen te bepalen, heeft de Commissie eerst de hoogte van het recht vastgesteld die nodig is om de schade voor de bedrijfstak van de Unie op te heffen.

(218)

De schade zou worden opgeheven indien de bedrijfstak van de Unie in staat zou zijn om zijn productiekosten te dekken en op de verkoop van het soortgelijke product op de markt van de Unie een winst vóór belasting te behalen die redelijkerwijs door een bedrijfstak van dit type in de sector bij normale concurrentie, namelijk bij afwezigheid van invoer met dumping, kan worden bereikt.

(219)

Om de winst vast te stellen die redelijkerwijs bij normale concurrentie kan worden bereikt, heeft de Commissie de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verzocht om gegevens inzake winstgevendheid te verstrekken met betrekking tot het soortgelijke product dat op de markt van de Unie is verkocht vanaf het jaar 2006 tot en met het onderzoektijdvak. Deze informatie werd verstrekt en naar behoren gecontroleerd.

(220)

De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie was negatief tussen 2013 en het onderzoektijdvak. Hoewel de winst in 2012 met 1,6 % licht positief was, was er al een aanzienlijke aanwezigheid van invoer met dumping uit de VRC; ook lag deze winstmarge ver onder de winstmarge die in de voorafgaande jaren was bereikt.

(221)

Het voorafgaande jaar 2011 liet echter een winstmarge van 7,9 % zien, hoger dan de winstmarges in 2009 en 2010 (de jaren waarin de financiële crisis het hevigst was) maar lager dan de winstmarges van 2006 tot en met 2008, namelijk vóór de financiële crisis. Bovendien zijn het de meest recente beschikbare gegevens waarin de invoer uit de VRC in de Unie nog geen aanzienlijke hoeveelheden betrof. De Commissie is derhalve van oordeel dat deze winstmarge redelijkerwijs kan worden bereikt bij normale concurrentie.

(222)

De Commissie heeft vervolgens het schade opheffende prijsniveau bepaald door de gewogen gemiddelde invoerprijs van de medewerkende in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC, naar behoren gecorrigeerd voor invoerkosten en douanerechten, zoals vastgesteld voor de berekening van de prijsonderbieding, te vergelijken met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat in het onderzoektijdvak door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de markt van de Unie werd verkocht. Als uit deze vergelijking een verschil naar voren kwam, werd dit uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.

(223)

Het schade opheffende prijsniveau voor „andere medewerkende ondernemingen” en voor „alle andere ondernemingen” wordt op dezelfde manier vastgesteld als de dumpingmarge voor deze ondernemingen (zie overwegingen 76 tot en met 80).

7.2.   Voorlopige maatregelen

(224)

Er moeten voorlopige antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC worden ingesteld, in overeenstemming met de regel van het laagste recht in artikel 7, lid 2, van de basisverordening. De Commissie heeft de schademarges en de dumpingmarges vergeleken. Het bedrag van de rechten moet worden vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge, of van de schademarge indien deze lager is.

(225)

Gelet op het voorgaande zijn de voorlopige antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, als volgt:

Onderneming

Dumpingmarge

Schademarge

Voorlopig recht

Nanjing Iron and Steel Co., Ltd

120,1 %

73,1 %

73,1 %

Minmetals Yingkou Medium Plate Co., Ltd

126,0 %

65,1 %

65,1 %

Wuyang Iron and Steel Co., Ltd en Wuyang New Heavy & Wide Steel Plate Co., Ltd

127,6 %

73,7 %

73,7 %

Andere medewerkende ondernemingen

125,5 %

70,6 %

70,6 %

Alle andere ondernemingen

127,6 %

73,7 %

73,7 %

(226)

De bij deze verordening voor de afzonderlijke ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen dan ook de situatie die bij het onderzoek voor die ondernemingen werd geconstateerd.

(227)

Deze rechten zijn uitsluitend van toepassing op het betrokken product van oorsprong uit de VRC en geproduceerd door de genoemde juridische entiteiten. Op de invoer van het betrokken product dat is vervaardigd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet specifiek worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat voor „alle andere ondernemingen” geldt. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(228)

Een onderneming kan om de toepassing van deze individuele antidumpingrechten verzoeken indien zij haar naam verandert of een nieuwe productie- of verkoopentiteit vestigt. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (8). Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging niet van invloed is op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een bericht over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(229)

Om een goede toepassing van het antidumpingrecht te garanderen, moet het voor alle andere ondernemingen vastgestelde antidumpingrecht niet alleen gelden voor de niet-medewerkende producenten-exporteurs in dit onderzoek, maar ook voor de producenten die in het onderzoektijdvak geen producten naar de Unie hebben uitgevoerd.

8.   REGISTRATIE

(230)

Zoals in overweging 5 is vermeld, heeft de Commissie de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1357 van de Commissie aan een registratieplicht onderworpen.

(231)

Dit geschiedde met het oog op de eventuele toepassing met terugwerkende kracht van antidumpingmaatregelen in overeenstemming met artikel 10, lid 4, van de basisverordening. De registratie van de invoer moet worden beëindigd. In dit stadium van de procedure kan niet worden besloten om antidumpingmaatregelen eventueel met terugwerkende kracht toe te passen.

9.   SLOTBEPALINGEN

(232)

Met het oog op een behoorlijk bestuur nodigt de Commissie de belanghebbenden uit schriftelijk te reageren en/of binnen een vaste termijn een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

(233)

De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op platte producten van niet-gelegeerd staal of van gelegeerd staal (met uitzondering van roestvrij staal, siliciumstaal, gereedschapsstaal en sneldraaistaal), warm gewalst, niet geplateerd noch bekleed, niet opgerold, met een dikte van meer dan 10 mm en een breedte van 600 mm of meer of met een dikte van 4,75 mm of meer doch niet meer dan 10 mm en met een breedte van 2 050 mm of meer, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7208 51 20, ex 7208 51 91, ex 7208 51 98, ex 7208 52 91, ex 7208 90 20, ex 7208 90 80, 7225 40 40, ex 7225 40 60 en ex 7225 99 00 (Taric-codes: 7208512010, 7208519110, 7208519810, 7208529110, 7208902010, 7208908020, 7225406010, 7225990030) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   De voorlopige antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:

Onderneming

Voorlopig recht

Aanvullende Taric-code

Nanjing Iron and Steel Co., Ltd

73,1 %

C143

Minmetals Yingkou Medium Plate Co., Ltd

65,1 %

C144

Wuyang Iron and Steel Co., Ltd en Wuyang New Heavy & Wide Steel Plate Co., Ltd

73,7 %

C145

Andere medewerkende ondernemingen, opgenomen in de bijlage

70,6 %

 

Alle andere ondernemingen

73,7 %

C999

3.   Bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1.   Binnen 25 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening kunnen belanghebbenden:

a)

verzoeken om mededeling van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld;

b)

hun schriftelijke opmerkingen indienen bij de Commissie; en

c)

om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures verzoeken.

2.   Binnen 25 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening kunnen de partijen als bedoeld in artikel 21, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 opmerkingen doen toekomen over de toepassing van de voorlopige maatregelen.

Artikel 3

1.   De douaneautoriteiten wordt opgedragen de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1357 van de Commissie ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

2.   Gegevens die zijn verzameld met betrekking tot producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn aangegeven, moeten worden bewaard tot eventuele definitieve maatregelen in werking treden of tot deze procedure is beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 oktober 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Sinds 20 juli 2016 is Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad vervangen door Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21). De laatstgenoemde verordening wordt hierna „de basisverordening” genoemd.

(3)   PB C 58 van 13.2.2016, blz. 20.

(4)   PB L 215 van 10.8.2016, blz. 23.

(5)  Op 11 april 2016 heeft Tata Steel haar Europese afdeling lange producten, waaronder zware plaat, verkocht aan Greybull Capital. Dit heeft geresulteerd in de oprichting van British Steel Ltd

(6)  Zie bv. de mededeling „Staal: behoud van duurzame banen en groei in Europa” van de Commissie (COM(2016) 155 final van 16 maart 2016).

(7)  Onder de derde landen die handelsbeschermende maatregelen hebben ingesteld tegen zware plaat afkomstig uit de VRC bevinden zich Australië, Brazilië, Canada, Indonesië, Maleisië, Mexico, Thailand en de VS.

(8)   Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat H, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.


BIJLAGE

Niet in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producenten-exporteurs

Naam

Stad

Aanvullende Taric-code

Angang Steel Company Limited

Anshan, Liaoning

C150

Inner Mongolia Baotou Steel Union Co., Ltd

Baotou, Centraal-Mongolië

C151

Zhangjiagang Shajing Heavy Plate Co., Ltd

Zhangjiagang, Jiangsu

C146

Jiangsu Tiangong Tools Company Limited

Danyang, Jiangsu

C155

Jiangyin Xingcheng Special Steel Works Co., Ltd

Jiangyin, Jiangsu

C147

Laiwu Steel Yinshan Section Co., Ltd

Laiwu, Shandong

C154

Nanyang Hanye Special Steel Co., Ltd

Xixia, Henan

C152

Qinhuangdao Shouqin Metal Materials Co., Ltd

Qinhuangdao, Hebei

C153

Shandong Iron & Steel Co., Ltd, Jinan Company

Jinan, Shandong

C149

Wuhan Iron and Steel Co., Ltd

Wuhan, Hubei

C156

Xinyu Iron & Steel Co., Ltd

Xinyu, Jiangxi

C148