|
25.8.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/8 |
VERORDENING (EU) 2016/1413 VAN DE COMMISSIE
van 24 augustus 2016
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 432/2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (1), en met name artikel 13, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 1924/2006 is bepaald dat gezondheidsclaims voor levensmiddelen verboden zijn, tenzij de Commissie daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning heeft verleend en zij zijn opgenomen in een lijst van toegestane claims. |
|
(2) |
Krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 heeft de Commissie Verordening (EU) nr. 432/2012 (2) vastgesteld waarin een lijst is opgenomen van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan. |
|
(3) |
De lijst van toegestane gezondheidsclaims en de voorwaarden voor het gebruik ervan zijn opgenomen in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 432/2012. Er zijn twee claims toegestaan voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing. Overeenkomstig de voorwaarden voor het gebruik van die claims moeten de levensmiddelen, om de claim te dragen, voldoen aan de in Richtlijn 96/8/EG van de Commissie (3) vastgestelde specificaties voor levensmiddelen. |
|
(4) |
Die claims waren in de lijst met toegestane gezondheidsclaims opgenomen op grond van het gunstige advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna „EFSA” genoemd) uit 2010 (vraag EFSA-Q-2008-2154, EFSA-Q-2008-2155 (4)); in dat advies was een oorzakelijk verband vastgesteld tussen het nuttigen van maaltijdvervangende producten ter vervanging van gewone maaltijden en het behoud van het lichaamsgewicht na gewichtsverlies, alsook tussen het nuttigen van maaltijdvervangende producten ter vervanging van gewone maaltijden in het kader van energiebeperkte diëten en een vermindering van het lichaamsgewicht. Volgens het advies mogen levensmiddelen, om de claims te dragen, maximaal 250 kcal per toediening bevatten en moeten zij voldoen aan de in Richtlijn 96/8/EG vastgestelde specificaties. |
|
(5) |
Richtlijn 96/8/EG stelt voorschriften vast inzake de samenstelling van levensmiddelen om in energiebeperkte diëten voor gewichtsvermindering te worden genuttigd die geheel of gedeeltelijk de volledige dagelijkse voeding vervangen, en legt verplichte bijzonderheden vast die op de etikettering van die producten moeten worden vermeld. Met betrekking tot producten die worden aangeboden als vervanging van één of meer maaltijden van de dagelijkse voeding, bepaalt de richtlijn dat deze moeten worden verkocht onder de benaming „maaltijdvervangend product voor gewichtsbeheersing”. |
|
(6) |
Bij Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) is het wettelijk kader herzien dat van toepassing is op levensmiddelen voor bijzondere voeding. Die verordening bepaalt dat Richtlijn 96/8/EG vanaf 20 juli 2016 niet langer van toepassing is op levensmiddelen die worden aangeboden als vervanging van een of meer maaltijden van de dagelijkse voeding; deze moeten in de toekomst worden geregeld bij Verordening (EG) nr. 1924/2006 en voldoen aan de in die verordening vastgestelde voorschriften. |
|
(7) |
Bijgevolg moeten de verwijzingen naar Richtlijn 96/8/EG betreffende gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing worden vervangen door de vaststelling van de voorwaarden voor het gebruik van deze claims in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 432/2012. |
|
(8) |
Op grond van artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 is de Commissie bevoegd om, na raadpleging van de EFSA, op basis van algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs wijzigingen aan te nemen van de lijst van toegestane gezondheidsclaims. |
|
(9) |
Bij het aanbrengen van de noodzakelijke technische wijzigingen betreffende de gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing moet rekening worden gehouden met de voorschriften inzake de in Richtlijn 96/8/EG vastgestelde hoeveelheden vitaminen en mineralen in levensmiddelen. |
|
(10) |
Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6) stelt regels vast betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten. In deel A van bijlage XIII zijn op basis van recente wetenschappelijke adviezen voedingswaardereferenties voor vitaminen en mineralen vastgesteld. |
|
(11) |
Bijgevolg heeft de Commissie de EFSA om wetenschappelijk advies verzocht over de vraag of een wijziging van de voorwaarden voor het gebruik van claims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing wat de samenstelling qua vitaminen en mineralen betreft (30 % van de in Verordening (EU) nr. 1169/2011 bepaalde voedingswaardereferenties voor vitaminen en mineralen in plaats van de in Richtlijn 96/8/EG bepaalde 30 % van de hoeveelheden vitaminen en mineralen), zou afdoen aan de conclusies van het advies van de EFSA uit 2010 inzake de wetenschappelijke onderbouwing van gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing. |
|
(12) |
Op 28 oktober 2015 heeft de EFSA advies uitgebracht (vraag EFSA-Q-2015-00579) (7); daarin concludeerde zij dat de verschillen in samenstelling qua micronutriënten van maaltijdvervangende producten die zouden voortvloeien uit de wijziging van de gebruiksvoorwaarden zoals bepaald in Richtlijn 96/8/EG naar Verordening (EU) nr. 1169/2011, geen afbreuk doen aan de wetenschappelijke onderbouwing van gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing inzake de vermindering van het lichaamsgewicht en het behoud van het gewicht na gewichtsverlies. |
|
(13) |
De voedingswaardereferenties voor fluoride, chroom, chloride en molybdeen zijn bepaald in bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011. Richtlijn 96/8/EG vereist niet dat deze micronutriënten aan maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing worden toegevoegd. Rekening houdend met het feit dat de geclaimde effecten van maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing verband houden met de gecontroleerde energie-inhoud en het relatief hoge eiwitgehalte/lage vetgehalte, is het dus niet noodzakelijk voor te schrijven dat een maaltijdvervangend product voor gewichtsbeheersing voorziet in ten minste 30 % van de in Verordening (EU) nr. 1169/2011 bepaalde voedingswaardereferenties voor fluoride, chroom, chloride en molybdeen per maaltijd. |
|
(14) |
In bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 is geen voedingswaardereferentie bepaald voor natrium. Echter, rekening houdend met het beoogde gebruik van maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing moet het in bijlage I bij Richtlijn 96/8/EG bepaalde voorschrift om in 30 % van de hoeveelheid natrium per maaltijd te voorzien, verder worden gehandhaafd in de voorwaarden voor het gebruik van deze gezondheidsclaims. |
|
(15) |
De voedingswaardereferentie voor kalium is in deel A van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 vastgesteld op 2 000 mg. Richtlijn 96/8/EG vereist niet dat maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing voorzien in 30 % van de kaliumwaarde; zij bepaalt echter een minimumhoeveelheid van 500 mg per maaltijd. Die waarde moet verder worden gehandhaafd. |
|
(16) |
Aangezien de EFSA in haar advies uit 2015 de conclusies van haar advies uit 2010 met betrekking tot de energie-inhoud van de betrokken producten heeft bevestigd, moet een maximumgehalte van 250 kcal per toediening worden vastgesteld. De in Richtlijn 96/8/EG bepaalde voorschriften voor vet, eiwitten en aminozuren moeten worden gehandhaafd. |
|
(17) |
Met betrekking tot de verplichte bijzonderheden voor de etikettering van maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing moeten de informatievereisten van Richtlijn 96/8/EG in de voorwaarden voor het gebruik van de betrokken gezondheidsclaims worden gehandhaafd. |
|
(18) |
Om exploitanten van levensmiddelenbedrijven in staat te stellen zich aan te passen aan de noodzakelijke wijzigingen van de voorwaarden voor het gebruik van gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing, en met name met betrekking tot de energie-inhoud en de hoeveelheden vitaminen en mineralen, moet in een overgangsperiode worden voorzien. |
|
(19) |
Verordening (EU) nr. 432/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(20) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EU) nr. 432/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 augustus 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.
(2) Verordening (EU) nr. 432/2012 van de Commissie van 16 mei 2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan (PB L 136 van 25.5.2012, blz. 1).
(3) Richtlijn 96/8/EG van de Commissie van 26 februari 1996 inzake voedingsmiddelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichtsvermindering (PB L 55 van 6.3.1996, blz. 22).
(4) EFSA Journal (2010);8(2):1466.
(5) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).
(6) Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).
(7) EFSA Journal (2015);13(11):4287.
BIJLAGE
In de bijlage bij Verordening (EU) nr. 432/2012 worden de vermeldingen voor de levensmiddelencategorieën „Maaltijdvervangend product voor gewichtsbeheersing” vervangen door:
|
Nutriënt, stof, levensmiddel of levensmiddelencategorie |
Claim |
Voorwaarden voor het gebruik van de claim |
Voorwaarden voor en/of beperkingen van het gebruik van het levensmiddel en/of aanvullende vermelding of waarschuwing |
Nummer EFSA Journal |
Relevant nummer van opname in de bij de EFSA ter beoordeling ingediende geconsolideerde lijst |
||||||||||||||||||
|
„Maaltijdvervangend product voor gewichtsbeheersing |
De vervanging van een van de dagelijkse hoofdmaaltijden van een energiebeperkt dieet door een maaltijdvervangend product draagt bij tot het behoud van het gewicht na gewichtsverlies |
Om de claim te dragen, moeten de levensmiddelen aan de volgende voorschriften voldoen: 1. Energie-inhoud De energie-inhoud moet minstens 200 kcal (840 kJ) en mag hoogstens 250 kcal (1 046 kJ) per maaltijd bedragen (*1). 2. Vetgehalte en samenstelling De aan vet ontleende energie mag ten hoogste 30 % van de totale energie-inhoud van het product bedragen. De hoeveelheid linolzuur (in de vorm van glyceriden) moet minstens 1 g bedragen. 3. Eiwitgehalte en samenstelling Het in het levensmiddel aanwezige eiwit moet minstens 25 % en mag hoogstens 50 % van de totale energie-inhoud van het product bevatten. De chemische index van het eiwit moet gelijk zijn aan de index die in de „voorschriften inzake energie-inhoud en eiwit” van de Wereldgezondheidsorganisatie is bepaald. Rapport van een gemeenschappelijke FAO/WHO/UNU-vergadering. Genève: Wereldgezondheidsorganisatie. 1985 (WHO Technical Report Series; 724): Vereiste aminozuursamenstelling (g/100 g eiwit)
Onder „chemische index” wordt verstaan de laagste van de verhoudingen tussen de hoeveelheid van ieder essentieel aminozuur die het proefeiwit bevat en de hoeveelheid van ieder daarmee corresponderend aminozuur in het referentie-eiwit. Indien de chemische index lager is dan 100 % van het referentie-eiwit, moeten de minimumeiwitgehaltes dienovereenkomstig worden verhoogd. De chemische index van het eiwit moet in ieder geval minstens 80 % bedragen van die van het referentie-eiwit. In ieder geval mogen aminozuren alleen dan worden toegevoegd, indien daarmee de voedingswaarde van het eiwit wordt verhoogd en dan nog uitsluitend in de voor dat doel benodigde verhoudingen. 4. Vitaminen en mineralen Het levensmiddel moet voorzien in minstens 30 % van de in bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 bepaalde hoeveelheden van de voedingswaardereferenties voor vitaminen en mineralen per maaltijd. Dit is niet van toepassing op fluoride, chroom, chloride en mylobdeen. Het levensmiddel moet minstens 172,5 mg natrium per maaltijd bevatten. Het levensmiddel moet minstens 500 mg kalium per maaltijd bevatten (*2). |
Om de claim te dragen, moet aan de consument informatie worden verstrekt dat het belangrijk is dagelijks een voldoende hoeveelheid vocht binnen te krijgen, dat de producten uitsluitend voor hun gebruiksdoel kunnen dienen wanneer zij deel uitmaken van een energiebeperkt dieet, en dat andere voedingsmiddelen een noodzakelijk deel van dit dieet dienen te vormen. Om het geclaimde effect te bereiken, moet een van de dagelijkse hoofdmaaltijden door één maaltijdvervangend product worden vervangen. |
2010;8(2):1466 2015;13(11):4287 |
1418 |
||||||||||||||||||
|
Maaltijdvervangend product voor gewichtsbeheersing |
De vervanging van twee dagelijkse hoofdmaaltijden van een energiebeperkt dieet door een maaltijdvervangend product draagt bij tot gewichtsverlies |
Om de claim te dragen, moeten de levensmiddelen aan de volgende voorschriften voldoen: 1. Energie-inhoud De energie-inhoud moet minstens 200 kcal (840 kJ) en mag hoogstens 250 kcal (1 046 kJ) per maaltijd bedragen (*1). 2. Vetgehalte en samenstelling De aan vet ontleende energie mag ten hoogste 30 % van de totale energie-inhoud van het product bedragen. De hoeveelheid linolzuur (in de vorm van glyceriden) moet minstens 1 g bedragen. 3. Eiwitgehalte en samenstelling Het in het levensmiddel aanwezige eiwit moet minstens 25 % en mag hoogstens 50 % van de totale energie-inhoud van het product bevatten. De chemische index van het eiwit moet gelijk zijn aan de index die in de „voorschriften inzake energie-inhoud en eiwit” van de Wereldgezondheidsorganisatie is bepaald. Rapport van een gemeenschappelijke FAO/WHO/UNU-vergadering. Genève: Wereldgezondheidsorganisatie. 1985 (WHO Technical Report Series; 724): Vereiste aminozuursamenstelling (g/100 g eiwit)
Onder „chemische index” wordt verstaan de laagste van de verhoudingen tussen de hoeveelheid van ieder essentieel aminozuur die het proefeiwit bevat en de hoeveelheid van ieder daarmee corresponderend aminozuur in het referentie-eiwit. Indien de chemische index lager is dan 100 % van het referentie-eiwit, moeten de minimumeiwitgehaltes dienovereenkomstig worden verhoogd. De chemische index van het eiwit moet in ieder geval minstens 80 % bedragen van die van het referentie-eiwit. In ieder geval mogen aminozuren alleen dan worden toegevoegd, indien daarmee de voedingswaarde van het eiwit wordt verhoogd en dan nog uitsluitend in de voor dat doel benodigde verhoudingen. 4. Vitaminen en mineralen Het levensmiddel moet voorzien in minstens 30 % van de in bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 bepaalde hoeveelheden van de voedingswaardereferenties voor vitaminen en mineralen per maaltijd. Dit is niet van toepassing op fluoride, chroom, chloride en mylobdeen. Het levensmiddel moet minstens 172,5 mg natrium per maaltijd bevatten. Het levensmiddel moet minstens 500 mg kalium per maaltijd bevatten (*2). |
Om de claim te dragen, moet aan de consument informatie worden verstrekt dat het belangrijk is dagelijks een voldoende hoeveelheid vocht binnen te krijgen, dat de producten uitsluitend voor hun gebruiksdoel kunnen dienen wanneer zij deel uitmaken van een energiebeperkt dieet, en dat andere voedingsmiddelen een noodzakelijk deel van dit dieet dienen te vormen. Om het geclaimde effect te bereiken, moeten twee van de dagelijkse hoofdmaaltijden door een maaltijdvervangend product worden vervangen. |
2010;8(2):1466 2015;13(11):4287 |
1417 |
(*1) Van 21 juli 2016 tot en met 14 september 2019 moet de energie-inhoud van het levensmiddel minstens 200 kcal (840 kJ) en mag deze hoogstens 400 kcal (1 680 kJ) bedragen.
(*2) Van 21 juli 2016 tot en met 14 september 2019 moet het levensmiddel voorzien in ten minste 30 % van de in onderstaande tabel vastgestelde hoeveelheden vitaminen en mineralen per maaltijd:
|
Vitamine A |
(μg RE) |
700 |
|
Vitamine D |
(μg) |
5 |
|
Vitamine E |
(mg) |
10 |
|
Vitamine C |
(mg) |
45 |
|
Thiamine |
(mg) |
1,1 |
|
Riboflavine |
(mg) |
1,6 |
|
Niacine |
(mg NE) |
18 |
|
Vitamine B6 |
(mg) |
1,5 |
|
Folaat |
(μg) |
200 |
|
Vitamine B12 |
(μg) |
1,4 |
|
Biotine |
(μg) |
15 |
|
Pantotheenzuur |
(mg) |
3 |
|
Calcium |
(mg) |
700 |
|
Fosfor |
(mg) |
550 |
|
IJzer |
(mg) |
16 |
|
Zink |
(mg) |
9,5 |
|
Koper |
(mg) |
1,1 |
|
Jodium |
(μg) |
130 |
|
Seleen |
(μg) |
55 |
|
Natrium |
(mg) |
575 |
|
Magnesium |
(mg) |
150 |
|
Mangaan |
(mg) |
1 |
Van 21 juli 2016 tot en met 14 september 2019 moet het levensmiddel minstens 500 mg kalium per maaltijd bevatten.”.