12.8.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 217/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1369 VAN DE COMMISSIE

van 11 augustus 2016

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/388 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op buizen en pijpen van nodulair gietijzer (eveneens bekend als gietijzer met bolgrafiet) van oorsprong uit India

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisantidumpingverordening”), en met name artikel 9, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Commissie („de Commissie”) heeft op 20 december 2014 een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van buizen en pijpen van nodulair gietijzer (eveneens bekend als gietijzer met bolgrafiet), van oorsprong uit India. Daarnaast heeft de Commissie op 11 maart 2015 een antisubsidieonderzoek geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van hetzelfde product van oorsprong uit India.

(2)

Op 18 september 2015 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1559 (2) vastgesteld („de voorlopige antidumpingverordening”). De Commissie heeft geen voorlopig compenserend recht ingesteld op buizen en pijpen van nodulair gietijzer van oorsprong uit India.

(3)

Op 17 maart 2016 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2016/388 (3) vastgesteld („de definitieve antidumpingverordening”) alsook Uitvoeringsverordening (EU) 2016/387 (4) („de definitieve verordening compenserend recht”).

(4)

Overeenkomstig de antidumpingbasisverordening en Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (5) („de antisubsidiebasisverordening”) mogen uitvoersubsidies en dumpingmarges niet worden gecumuleerd aangezien uitvoersubsidies dumping veroorzaken. Uitvoersubsidies leiden tot een verlaging van de uitvoerprijzen en een verhoging van de dumpingmarges. Daarom heeft de Commissie rekening gehouden met het feit dat drie van de onderzochte subsidieregelingen uitvoersubsidies waren. De Commissie heeft de definitieve antidumpingrechten in het antidumpingonderzoek verlaagd met de bedragen van de in het parallelle antisubsidieonderzoek vastgestelde uitvoersubsidies (6).

(5)

De definitieve antidumpingrechten werden in de definitieve antidumpingverordening (7) vastgesteld op 0 % voor Electrosteel Castings Ltd („ECL”) en 14,1 % voor Jindal Saw Ltd („Jindal”) en alle andere ondernemingen. In diezelfde verordening (8) werd de dumpingmarge vastgesteld op 4,1 % voor ECL en 19,0 % voor Jindal en alle andere ondernemingen. Daarom was het definitieve antidumpingrecht lager dan de definitieve dumpingmarges voor de twee ondernemingen.

(6)

Artikel 2 van de definitieve antidumpingverordening bepaalde dat de als zekerheid gestelde bedragen die de som van het bedrag van het antidumpingrecht en het bedrag van het compenserende recht overschreden, werden vrijgegeven. Een aantal nationale douaneautoriteiten heeft de Commissie echter meegedeeld dat deze bepaling in haar huidige formulering verwarring schept op het vlak van de daadwerkelijke uitvoering in de specifieke omstandigheden van het geval.

(7)

Daarom moet artikel 2 van de definitieve antidumpingverordening worden gewijzigd om duidelijk te maken dat de als zekerheid gestelde bedragen die enkel het bedrag van de dumpingmarge overschrijden moeten worden vrijgegeven, aangezien geen voorlopige compenserende rechten waren ingesteld.

(8)

Indien het bedrag van de voorlopige rechten die definitief zijn geïnd uit hoofde van artikel 2 van de definitieve antidumpingverordening hoger is dan het op grond van de onderhavige verordening verschuldigde bedrag, moet dat bedrag worden terugbetaald of kwijtgescholden.

(9)

Met betrekking tot het betrokken product heeft de Commissie buizen en pijpen van nodulair gietijzer zonder inwendige en uitwendige bekleding („kale buizen”) van het betrokken product uitgesloten in de definitieve antidumpingverordening en in de definitieve verordening compenserend recht (9). De Commissie acht het passend toezicht te houden op de invoer van kale buizen in de Unie. Derhalve worden aparte Taric-codes vastgesteld voor kale buizen.

(10)

Deze wijziging is aan de belanghebbenden meegedeeld. Zij werden in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken. Er werden geen bezwaren tegen de wijziging ontvangen.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/388 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

De krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1559 als zekerheid voor de voorlopige antidumpingrechten gestelde bedragen worden definitief geïnd op basis van de volgende tarieven, die gelijk zijn aan de definitieve dumpingmarges:

Onderneming

 

Electrosteel Castings Ltd

4,1 %

Jindal Saw Limited

19 %

Alle andere ondernemingen

19 %”

2)

De volgende artikelen 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:

„Artikel 1 bis

Buizen en pijpen van nodulair gietijzer zonder inwendige en uitwendige bekleding („kale buizen”) vallen onder Taric-codes 7303001020 en 7303009020.

Artikel 1 ter

De bedragen die uit hoofde van artikel 2 zijn betaald of geboekt en die de overeenkomstig artikel 1 vastgestelde bedragen te boven gaan, worden terugbetaald of kwijtgescholden.

Om de terugbetaling of de kwijtschelding wordt bij de nationale douaneautoriteiten verzocht overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving binnen een termijn zoals bepaald in artikel 236 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (*1) en in artikel 121 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*2).

(*1)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1)."

(*2)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Ze is met terugwerkende kracht van toepassing met ingang van 19 maart 2016, met uitzondering van de vaststelling van de Taric-codes 7303001020 en 7303009020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 augustus 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1559 van de Commissie van 18 september 2015 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op buizen en pijpen van nodulair gietijzer (eveneens bekend als gietijzer met bolgrafiet), van oorsprong uit India (PB L 244 van 19.9.2015, blz. 25).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/388 van de Commissie van 17 maart 2016 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op buizen en pijpen van nodulair gietijzer (eveneens bekend als gietijzer met bolgrafiet), van oorsprong uit India (PB L 73 van 18.3.2016, blz. 53).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/387 van de Commissie van 17 maart 2016 tot instelling van een definitief compenserend recht op buizen en pijpen van nodulair gietijzer (eveneens bekend als gietijzer met bolgrafiet), van oorsprong uit India (PB L 73 van 18.3.2016, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55).

(6)  Zie overweging 160 van de definitieve antidumpingverordening.

(7)  Zie artikel 1, lid 2, van de definitieve antidumpingverordening.

(8)  Zie overweging 160 van de definitieve antidumpingverordening.

(9)  Zie artikel 1 en de overwegingen 13-18 van de definitieve antidumpingverordening en artikel 1 en de overwegingen 24-29 van de definitieve verordening compenserend recht.