|
1.2.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 27/169 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 van de Commissie van 18 maart 2016 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen voor de constructie, het testen, de installatie, de exploitatie en de reparatie van tachografen en tachograafonderdelen
( Publicatieblad van de Europese Unie L 139 van 26 mei 2016 )
Op bladzijde 427, in aanhangsel 13, bijlage 1, moet de tabel onder de titel „LIJST VAN VIA DE ITS-INTERFACE BESCHIKBARE GEGEVENS” als volgt worden gelezen:
„BIJLAGE 1
LIJST VAN VIA DE ITS-INTERFACE BESCHIKBARE GEGEVENS
|
Gegevens |
Bron |
Gegevensclassificatie (persoonlijk/niet persoonlijk) |
|
VehicleIdentificationNumber |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
CalibrationDate |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
TachographVehicleSpeed speed instant t |
Voertuigunit |
persoonlijk |
|
Driver1WorkingState Selector driver |
Voertuigunit |
persoonlijk |
|
Driver2WorkingState |
Voertuigunit |
persoonlijk |
|
DriveRecognize Speed Threshold detected |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1TimeRelatedStates Weekly day time |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2TimeRelatedStates |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
DriverCardDriver1 |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
DriverCardDriver2 |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
OverSpeed |
Voertuigunit |
persoonlijk |
|
TimeDate |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
HighResolutionTotalVehicleDistance |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
ServiceComponentIdentification |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
ServiceDelayCalendarTimeBased |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1Identification |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2Identification |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
NextCalibrationDate |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1ContinuousDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2ContinuousDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CumulativeBreakTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CumulativeBreakTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CurrentDurationOfSelectedActivity |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CurrentDurationOfSelectedActivity |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
SpeedAuthorised |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
TachographCardSlot1 |
Bestuurderskaart |
niet persoonlijk |
|
TachographCardSlot2 |
Bestuurderskaart |
niet persoonlijk |
|
Driver1Name |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2Name |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
OutOfScopeCondition |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
ModeOfOperation |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1CumulatedDrivingTimePreviousAndCurrentWeek |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CumulatedDrivingTimePreviousAndCurrentWeek |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
EngineSpeed |
Voertuigunit |
persoonlijk |
|
RegisteringMemberState |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
VehicleRegistrationNumber |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1EndOfLastDailyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2EndOfLastDailyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1EndOfLastWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2EndOfLastWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1EndOfSecondLastWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2EndOfSecondLastWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CurrentDailyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CurrentDailyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CurrentWeeklyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CurrentWeeklyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1TimeLeftUntilNewDailyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2TimeLeftUntilNewDailyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CardExpiryDate |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CardExpiryDate |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CardNextMandatoryDownloadDate |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CardNextMandatoryDownloadDate |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
TachographNextMandatoryDownloadDate |
Voertuigunit |
niet persoonlijk |
|
Driver1TimeLeftUntilNewWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2TimeLeftUntilNewWeeklyRestPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1NumberOfTimes9hDailyDrivingTimesExceeded |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2NumberOfTimes9hDailyDrivingTimesExceeced |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1CumulativeUninterruptedRestTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2CumulativeUninterruptedRestTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1MinimumDailyRest |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2MinimumDailyRest |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1MinimumWeeklyRest |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2MinimumWeeklyRest |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1MaximumDailyPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2MaximumDailyPeriod |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1MaximumDailyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2MaximumDailyDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1NumberOfUsedReducedDailyRestPeriods |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2NumberOfUsedReducedDailyRestPeriods |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver1RemainingCurrentDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
Driver2RemainingCurrentDrivingTime |
Bestuurderskaart |
persoonlijk |
|
GNSS position |
Voertuigunit |
persoonlijk” |
Op bladzijde 462, in aanhangsel 14, moet tabel 14.1 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.1
Downlinkparameters
|
Item nr. |
Parameter |
Waarde(n) |
Opmerking |
||||||||
|
D1 |
Draaggolffrequenties van downlinkkanaal |
Een REDCR kan vier alternatieve frequenties gebruiken:
|
Overeenkomstig ERC-aanbeveling 70-03. Draaggolffrequenties kunnen worden gekozen door de uitvoerder van het wegkantsysteem en hoeven niet bekend te zijn in de DSRC-VU. (Conform EN 12253 en EN 13372) |
||||||||
|
D1a (*1) |
Tolerantie van draaggolffrequenties |
Binnen ± 5 ppm |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D2 (*1) |
Zenderspectrummasker RSU (REDCR) |
Overeenkomstig ERC-aanbeveling 70-03. REDCR voldoet aan klasse B en C, als bedoeld in EN 12253. Geen ander specifiek voorschrift in deze bijlage. |
Parameter gebruikt voor storingsonderdrukking tussen nabijgelegen ondervragingssystemen (als bedoeld in EN 12253 en EN 13372). |
||||||||
|
D3 |
Minimaal frequentiebereik OBU (DSRC-VU) |
5,795 - 5,815 GHz |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D4 (*1) |
Maximaal equivalent isotroop uitgestraald vermogen (EIRP) |
Overeenkomstig ERC-aanbeveling 70-03 (zonder licentie) en nationale regelgeving Maximaal + 33 dBm |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D4a |
Hoekscheidend EIRP-masker |
Zoals in aangegeven en bekendgemaakte specificatie van ontwerper ondervragingssysteem |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D5 |
Polarisatie |
Cirkelvormig linksdraaiend |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D5a |
Kruispolarisatie |
Kruispolarisatiediscriminatie (XPD): in as van de antenne: (REDCR) RSU t ≥ 15 dB (DSRC-VU) OBU r ≥ 10 dB In gebied van – 3 dB: (REDCR) RSU t ≥ 10 dB (DSRC-VU) OBU r ≥ 6 dB |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D6 (*1) |
Modulatie |
Amplitudemodulatie met twee niveaus |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D6a (*1) |
Modulatie-index |
0,5 … 0,9 |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D6b |
Oogpatroon |
≥ 90 % (tijd)/≥ 85 % (amplitude) |
|
||||||||
|
D7 (*1) |
Gegevenscodering |
FM0 Bit „1” heeft alleen overgang bij het begin en einde van het bitinterval. Bit „0” heeft een extra overgang in het midden van het bitinterval vergeleken met bit „1”. |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D8 (*1) |
Bitsnelheid |
500 kBit/s |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D8a |
Bitkloktolerantie |
Beter dan ± 100 ppm |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D9 (*1) |
Bitfoutenkans voor communicatie |
≤ 10– 6 indien invallend vermogen van OBU (DSRC-VU) ligt binnen het bereik van [D11a t/m D11b] |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D10 |
Startsignaal voor activering OBU (DSRC-VU) |
OBU (DSRC-VU) wordt geactiveerd bij ontvangst van een frame van 11 bytes of meer (inclusief blokvoorloper) |
Geen bijzonder activeringspatroon is vereist. DSRC-VU kan ook worden geactiveerd bij ontvangst van een frame met minder dan 11 bytes. (Conform EN 12253) |
||||||||
|
D10a |
Maximale aanlooptijd |
≤ 5 ms |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D11 |
Communicatiegebied |
Ruimtelijk gebied waarin een bitfoutenkans volgens D9a wordt bereikt |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D11a (*1) |
Bovenste vermogensgrens voor communicatie |
– 24 dBm |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D11b (*1) |
Onderste vermogensgrens voor communicatie |
Invallend vermogen:
|
(Conform EN 12253) Uitgebreidere vereisten voor horizontale hoeken tot ± 45° als gevolg van de in deze bijlage vastgestelde gebruiksgevallen. |
||||||||
|
D12 (*1) |
Grensvermogens-niveau van (DSRC-VU) |
– 60 dBm |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D13 |
Blokvoorloper |
Verplicht |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D13a |
Lengte en patroon van blokvoorloper |
16 bits ± 1 bit van FM0-gecodeerde bits „1” |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D13b |
Golfvorm van blokvoorloper |
Afwisselende reeks voorloopsignalen van laag en hoog niveau met een pulsduur van 2 μs. De tolerantie wordt bepaald door D8a |
(Conform EN 12253) |
||||||||
|
D13c |
Staartbits |
De RSU (REDCR) mag na de eindvlag ten hoogste 8 bits verzenden. Een OBU (DSRC-VU) is niet vereist om deze extra bits in rekening te brengen. |
(Conform EN 12253) |
Op bladzijde 464, in aanhangsel 14, moet tabel 14.2 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.2
Uplinkparameters
|
Item nr. |
Parameter |
Waarde(n) |
Opmerking |
||||||
|
U1 (*2) |
Subdraaggolffrequenties |
Een OBU (DSRC-VU) ondersteunt 1,5 MHz en 2,0 MHz Een RSU (REDCR) ondersteunt 1,5 MHz of 2,0 MHz of allebei. U1-0: 1,5 MHz U1-1: 2,0 MHz |
Keuze van subdraaggolffrequentie (1,5 MHz of 2,0 MHz) hangt af van het gekozen EN 13372-profiel. |
||||||
|
U1a (*2) |
Tolerantie van subdraaggolffrequenties |
Binnen ± 0,1 % |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U1b |
Gebruik van zijbanden |
Dezelfde gegevens aan beide zijden |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U2 (*2) |
Zenderspectrummasker OBU (DSRC-VU) |
Conform EN 12253
|
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U4a (*2) |
Maximaal EIRP enkelzijband (as van de antenne) |
Twee opties:
|
Zoals in aangegeven en bekendgemaakte specificatie van ontwerper apparatuur |
||||||
|
U4b (*2) |
Maximaal EIRP enkelzijband (35°) |
Twee opties:
|
Zoals in aangegeven en bekendgemaakte specificatie van ontwerper apparatuur |
||||||
|
U5 |
Polarisatie |
Cirkelvormig linksdraaiend |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U5a |
Kruispolarisatie |
XPD: in as van de antenne: (REDCR) RSU r ≥ 15 dB (DSRC-VU) OBU t ≥ 10 dB Op -3 dB: (REDCR) RSU r ≥ 10 dB (DSRC-VU) OBU t ≥ 6 dB |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U6 |
Subdraaggolfmodulatie |
2-PSK Gecodeerde gegevens gesynchroniseerd op subdraaggolf: overgangen van gecodeerde gegevens vallen samen met overgangen van subdraaggolf |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U6b |
Bedrijfscyclus |
Bedrijfscyclus: 50 % ± α, α ≤ 5 % |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U6c |
Modulatie op draaggolf |
Vermenigvuldiging van gemoduleerde subdraaggolf met draaggolf |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U7 (*2) |
Gegevenscodering |
NRZI (Non-Return to Zero, Inverted) (geen overgang bij begin van bit „1”, overgang bij begin van bit „0”, geen overgang binnen bit) |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U8 (*2) |
Bitsnelheid |
250 kBit/s |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U8a |
Bitkloktolerantie |
Binnen ± 1 000 ppm |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U9 |
Bitfoutenkans voor communicatie |
≤ 10– 6 |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U11 |
Communicatiegebied |
Het ruimtelijk gebied waarin de DSRC-VU zich bevindt, wordt zodanig gekozen dat de REDCR de door de DSRC-VU verzonden gegevens kan ontvangen met een bitfoutenkans die kleiner is dan bepaald in U9a. |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U12a (*2) |
Conversieversterking (ondergrens) |
1 dB voor elke zijband Hoekbereik: cirkelvormig symmetrisch tussen as van antenne en ± 35° en binnen – 45° t/m + 45° volgens het horizontale vlak (azimut) evenwijdig aan het wegdek indien de DSRC-VU later in het voertuig wordt gemonteerd. |
Groter dan het gespecificeerde waardebereik voor horizontale hoeken tot ± 45°, als gevolg van de in deze bijlage vastgestelde gebruiksgevallen. |
||||||
|
U12b (*2) |
Conversieversterking (bovengrens) |
10 dB voor elke zijband |
Kleiner dan het gespecificeerde waardebereik voor elke zijband binnen een cirkelkegel rond de as van de antenne met een openingshoek van ± 45° |
||||||
|
U13 |
Blokvoorloper |
Verplicht |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U13a |
Blokvoorloper Lengte en patroon |
32 tot 36 μs, alleen gemoduleerd met subdraaggolf, gevolgd door 8 bits van NRZI-gecodeerde bits „0” |
(Conform EN 12253) |
||||||
|
U13b |
Staartbits |
De DSRC-VU mag na de eindvlag ten hoogste 8 bits verzenden. Een RSU (REDCR) is niet vereist om deze extra bits in rekening te brengen. |
(Conform EN 12253) |
Op bladzijde 469, in aanhangsel 14, moet de tabel onder punt 5.4.3 als volgt worden gelezen:
|
„DSC_36 |
Rekening houdend met de volgorde van commando's en antwoorden kan de transactie als volgt worden omschreven:
Punten 5.4.7 en 5.4.8 bevatten een voorbeeld van de transactievolgorde en de inhoud van de uitgewisselde frames.”. |
Op bladzijde 472, in aanhangsel 14, moet tabel 14.3 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.3
Elementen van RtmData, uitgevoerde acties en definities
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
RTM1 Kenteken van het voertuig |
De VU stelt de waarde van het gegevenselement RTM1 tp15638VehicleRegistrationPlate in op basis van de geregistreerde waarde van het gegevenstype VehicleRegistrationIdentification zoals gedefinieerd in aanhangsel 1 VehicleRegistrationIdentification |
Kenteken van het voertuig, uitgedrukt als tekenreeks (string) |
|
||||||||||||||||
|
RTM2 Snelheidsoverschrijding |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM2 tp15638SpeedingEvent. De VU berekent de waarde van tp15638SpeedingEvent op basis van het aantal in de VU geregistreerde snelheidsoverschrijdingen tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien er ten minste één tp15638SpeedingEvent is tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de waarde van tp15638SpeedingEvent ingesteld op TRUE (waar). Indien er geen dergelijke voorvallen hebben plaatsgehad tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt tp15638SpeedingEvent ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) — onregelmatigheden in snelheid tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad |
|
||||||||||||||||
|
RTM3 Rijden zonder geldige kaart |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM3 tp15638DrivingWithoutValidCard. De VU wijst de waarde TRUE (waar) toe aan de variabele tp15638DrivingWithoutValidCard indien de VU tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad ten minste één voorval heeft geregistreerd van het type „Rijden zonder geldige kaart”, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien er geen dergelijke voorvallen hebben plaatsgehad tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de variabele tp15638DrivingWithoutValidCard ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = gebruik van een ongeldige kaart |
|
||||||||||||||||
|
RTM4 Geldige bestuurderskaart |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM4 tp15638DriverCard op basis van de in de VU opgeslagen gegevens, zoals gedefinieerd in aanhangsel 1. Indien er geen geldige bestuurderskaart is, stelt de VU de variabele in op TRUE (waar). Indien er een geldige bestuurderskaart is, stelt de VU de variabele in op FALSE (onwaar). |
0 (FALSE) = geldige bestuurderskaart |
|
||||||||||||||||
|
RTM5 Inbrengen van de kaart tijdens het rijden |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM5. De VU wijst de waarde TRUE (waar) toe aan de variabele tp15638CardInsertion indien de VU tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad ten minste één voorval heeft geregistreerd van het type „Inbrengen van de kaart tijdens het rijden”, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien er geen dergelijke voorvallen hebben plaatsgehad tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de variabele tp15638CardInsertion ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad is de kaart ingebracht tijdens het rijden |
|
||||||||||||||||
|
RTM6 Fout in de bewegingsgegevens |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM6. De VU wijst de waarde TRUE (waar) toe aan de variabele tp15638MotionDataError indien de VU tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad ten minste één voorval heeft geregistreerd van het type „Fout in de bewegingsgegevens”, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien er geen dergelijke voorvallen hebben plaatsgehad tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de variabele tp15638MotionDataError ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = fout in de bewegingsgegevens tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad |
|
||||||||||||||||
|
RTM7 Tegenstrijdige bewegingsgegevens |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM7. De VU wijst de waarde TRUE (waar) toe aan de variabele tp15638vehicleMotionConflict indien de VU tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad ten minste één voorval heeft geregistreerd van het type „Tegenstrijdige bewegingsgegevens”, (waarde „0A”H). Indien er geen dergelijke voorvallen hebben plaatsgehad tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de variabele tp15638vehicleMotionConflict ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = tegenstrijdige bewegingsgegevens tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad |
|
||||||||||||||||
|
RTM8 Tweede bestuurderskaart |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM8 op basis van bijlage 1C („Gegevens over de bestuurdersactiviteiten” BEMANNING en BIJRIJDER). Indien er een tweede geldige bestuurderskaart is, stelt de VU de variabele in op TRUE (waar). Indien er geen tweede geldige bestuurderskaart is, stelt de VU de variabele in op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = er is een tweede bestuurderskaart ingebracht |
|
||||||||||||||||
|
RTM9 Lopende activiteit |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM9. De VU stelt deze variabele in op TRUE (waar) indien in de VU een andere lopende activiteit dan „RIJDEN” is geregistreerd, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien de in de VU geregistreerde lopende activiteit „RIJDEN” is, stelt de VU deze variabele in op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = andere activiteit gekozen; 0 (FALSE) = gekozen activiteit is „rijden” |
|
||||||||||||||||
|
RTM10 Afsluiting van laatste sessie |
De VU genereert een booleaanse waarde voor het gegevenselement RTM10. De VU stelt deze variabele in op TRUE (waar) indien de laatste rijsessie niet juist is afgesloten, zoals gedefinieerd in bijlage 1C. Indien de laatste rijsessie juist is afgesloten, wordt de variabele ingesteld op FALSE (onwaar). |
1 (TRUE) = niet juist afgesloten 0 (FALSE) = juist afgesloten |
|
||||||||||||||||
|
RTM11 Onderbreking in stroomvoorziening |
De VU genereert een integerwaarde voor het gegevenselement RTM11. De VU wijst aan de variabele tp15638PowerSupplyInterruption een waarde toe gelijk aan de langste stroomstoring in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 165/2014, voor een voorval van het type „Onderbreking in stroomvoorziening”, als bedoeld in bijlage 1C. Indien er geen enkele onderbreking in stroomvoorziening is opgetreden tijdens de laatste tien dagen waarop een voorval heeft plaatsgehad, wordt de integerwaarde ingesteld op 0. |
|
|
||||||||||||||||
|
RTM12 Fout in de sensor |
De VU genereert een integerwaarde voor het gegevenselement RTM12. De VU wijst aan de variabele sensorFault de volgende waarde toe:
Indien er tijdens de laatste tien dagen geen voorvallen zijn geregistreerd, wordt aan de variabele de waarde 0 toegekend. |
|
|
||||||||||||||||
|
RTM13 Tijdafstelling |
De VU genereert voor het gegevenselement RTM13 een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1) op basis van de aanwezigheid van tijdafstellingsgegevens, als bedoeld in bijlage 1C. De VU kent de waarde toe van het laatste tijdstip waarop het voorval „Tijdafstelling” heeft plaatsgehad. Indien in de VU-gegevens geen voorval „Tijdafstelling” in de zin van bijlage 1C is geregistreerd, wordt de variabele ingesteld op 0. |
Tijdstip van laatste tijdafstelling |
|
||||||||||||||||
|
RTM14 Poging tot inbreuk op de beveiliging |
De VU genereert voor het gegevenselement RTM14 een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1) op basis van de aanwezigheid van een poging tot inbreuk op de beveiliging, als bedoeld in bijlage 1C. De VU stelt de waarde in van het laatste tijdstip waarop de VU het voorval „Poging tot inbreuk op de beveiliging” heeft geregistreerd. Indien in de VU-gegevens geen voorval „Poging tot inbreuk op de beveiliging” in de zin van bijlage 1C is geregistreerd, wordt de variabele ingesteld op een waarde van 0x00FF. |
Tijdstip van Iaatste poging tot inbreuk op de beveiliging
|
|
||||||||||||||||
|
RTM15 Laatste kalibrering |
De VU genereert voor het gegevenselement RTM15 een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1) op basis van de aanwezigheid van laatste kalibreringsgegevens, als bedoeld in bijlage 1C. De VU stelt de tijdwaarde in van de laatste twee kalibreringen (RTM15 en RTM16), die worden ingesteld in VuCalibrationData, als bedoeld in aanhangsel 1. De VU stelt de waarde voor RTM15 in op de timeReal van het voorval „Laatste kalibrering”. |
Tijdstip van laatste kalibreringsgegevens |
|
||||||||||||||||
|
RTM16 Vorige kalibrering |
De VU genereert een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1) voor het gegevenselement RTM16 van de geregistreerde kalibrering die voorafgaat aan de laatste kalibrering. Indien er geen vorige kalibrering is, stelt de VU de waarde van RTM16 in op 0. |
Tijdstip van vorige kalibreringsgegevens |
|
||||||||||||||||
|
RTM17 Datum van aansluiting tachograaf |
Voor het gegevenselement RTM17 genereert de VU een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1). De VU stelt de waarde in van het tijdstip waarop de VU voor het eerst is geïnstalleerd. De VU leidt dit gegeven af van VuCalibrationData (aanhangsel 1) in vuCalibrationRecords waarbij CalibrationPurpose gelijk is aan: „03”H |
Datum van aansluiting tachograaf |
|
||||||||||||||||
|
RTM18 Effectieve snelheid |
De VU genereert een integerwaarde voor het gegevenselement RTM18. De VU stelt de waarde voor RTM18 in op de laatste effectieve snelheid die is geregistreerd op het ogenblik dat de RtmData voor het laatst zijn geactualiseerd. |
Laatste effectieve snelheid die is geregistreerd |
|
||||||||||||||||
|
RTM19 Tijdaanduiding |
Voor het gegevenselement RTM19 genereert de VU een integerwaarde (timeReal volgens aanhangsel 1). De VU stelt de waarde voor RTM19 in op het tijdstip waarop de RtmData voor het laatst zijn geactualiseerd. |
Tijdaanduiding van huidige TachographPayload |
|
Op bladzijde 477, in aanhangsel 14, moet tabel 14.4 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.4
Initialisatie: instellingen BST-frame
|
Veld |
Instellingen |
|
Link Identifier |
Broadcast-adres |
|
Beacon ID |
Conform EN 12834 |
|
Time |
Conform EN 12834 |
|
Profile |
Geen extensie, 0 of 1 te gebruiken |
|
MandApplications |
Geen extensie, EID niet aanwezig, parameter niet aanwezig, AID = 2 Freight&Fleet |
|
NonMandApplications |
Niet aanwezig |
|
ProfileList |
Geen extensie, aantal profielen in lijst = 0 |
|
Fragmentation header |
Geen fragmentatie |
|
Layer 2 Settings |
PDU commando, UI-commando” |
Op bladzijde 477, in aanhangsel 14, moet tabel 14.5 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.5
Initialisatie: voorbeeld inhoud BST-frame
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Broadcast ID |
|
Broadcast-adres |
|
3 |
MAC Control Field |
|
PDU commando |
|
4 |
LLC Control Field |
|
UI-commando |
|
5 |
Fragmentation header |
|
Geen fragmentatie |
|
6 |
BST |
|
Verzoek om initialisatie |
|
SEQUENCE { |
|
|
|
|
OPTION indicatorBeaconID SEQUENCE { ManufacturerId INTEGER (0..65535) |
|
NonMand-toepassingen niet aanwezig |
|
|
|
|
|
|
|
|
Fabrikant-ID |
||
|
7 |
|
|
|
|
8 |
|
|
|
|
IndividualID INTEGER (0..134217727) } |
|
27-bits ID beschikbaar voor fabrikant |
|
|
9 |
|
||
|
10 |
|
||
|
11 |
|
||
|
12 |
Time INTEGER (0..4294967295) |
|
32-bits UNIX realtime |
|
13 |
|
||
|
14 |
|
||
|
15 |
|
||
|
16 |
Profile INTEGER (0..127,…) |
|
Geen extensie. Voorbeeldprofiel 0 |
|
17 |
MandApplications SEQUENCE (SIZE(0..127,…)) OF { |
|
Geen extensie, aantal mand-toepassingen = 1 |
|
18 |
SEQUENCE { |
|
|
|
OPTION indicator |
|
EID niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Parameter niet aanwezig |
|
|
AID DSRCApplicationEntityID}} |
|
Geen extensie. AID = 2 Freight&Fleet |
|
|
19 |
ProfileList SEQUENCE (0..127,…) OF Profile} |
|
Geen extensie, aantal profielen in lijst = 0 |
|
20 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
21 |
|
||
|
22 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 479, in aanhangsel 14, moet tabel 14.6 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.6
Initialisatie: frame-inhoud verzoek om toewijzing van tijdvenster
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
Verzoek om toewijzing particulier tijdvenster |
|
7 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
8 |
|
||
|
9 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 480, in aanhangsel 14, moet tabel 14.7 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.7
Initialisatie: frame-inhoud toewijzing van tijdvenster
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
Toewijzing particulier tijdvenster |
|
7 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
8 |
|
||
|
9 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 480, in aanhangsel 14, moet tabel 14.8 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.8
Initialisatie: instellingen VST-frame
|
Veld |
Instellingen |
|
Private LID |
Conform EN 12834 |
|
VST parameters |
Opvulling = 0, daarna voor elke ondersteunde toepassing: EID aanwezig, parameter aanwezig, AID = 2, EID zoals gegenereerd door OBU |
|
Parameter |
Geen extensie, bevat de RTM-contextmarkering |
|
ObeConfiguration |
Het facultatieve veld OBE-status kan aanwezig zijn, maar wordt niet gebruikt door de REDCR |
|
Fragmentation header |
Geen fragmentatie |
|
Layer 2 settings |
PDU commando, UI-commando” |
Op bladzijde 481, in aanhangsel 14, moet tabel 14.9 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.9
Initialisatie: voorbeeld inhoud VST-frame
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
PDU commando |
|
7 |
LLC Control Field |
|
UI-commando |
|
8 |
Fragmentation header |
|
Geen fragmentatie |
|
9 |
VST SEQUENCE { |
|
Antwoord op initialisatie |
|
Fill BIT STRING (SIZE(4)) |
|
Niet gebruikt en ingesteld op 0 |
|
|
10 |
Profile INTEGER (0..127,…) Applications SEQUENCE OF { |
|
Geen extensie. Voorbeeldprofiel 0 |
|
11 |
|
Geen extensie, 1 toepassing |
|
|
12 |
SEQUENCE { |
|
|
|
OPTION indicator |
|
EID aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Parameter aanwezig |
|
|
AID DSRCApplicationEntityID |
|
Geen extensie. AID = 2 Freight&Fleet |
|
|
13 |
EID Dsrc-EID |
|
Gedefinieerd in OBU en identificeert het toepassingsexemplaar. |
|
14 |
Parameter Container { |
|
Geen extensie, gekozen container = 02, Bytestring |
|
15 |
|
|
Geen extensie, lengte Rtm-contextmarkering = 8 |
|
16 |
Rtm-ContextMark::= SEQUENCE { Standaard-ID StandardIdentifier standardIdentifier |
|
Object-ID van ondersteunde norm, deel en versie. Voorbeeld: ISO (1) Standard (0) TARV (15638) Part 9 (9) Version 1 (1). Eerste byte is 06H, zijnde de object-ID, tweede byte is 06H, zijnde de lengte ervan. De volgende 6 bytes bevatten het voorbeeld van de object-ID. Merk op dat slechts één element van de sequentie aanwezig is (het facultatieve element RtmCommProfile is weggelaten) |
|
17 |
|
||
|
18 |
|
||
|
19 |
|
||
|
20 |
|
||
|
21 |
|
||
|
22 |
|
||
|
23 |
|
||
|
24 |
ObeConfiguration Sequence { |
|
|
|
OPTION indicator |
|
ObeStatus niet aanwezig |
|
|
eEquipmentClass INTEGER (0..32767) |
|
|
|
|
25 |
|
|
|
|
26 |
ManufacturerId INTEGER (0..65535) |
|
Fabrikant-ID voor DSRC-VU, zoals beschreven in register ISO 14816 |
|
27 |
|
||
|
28 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
29 |
|
||
|
30 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 482, in aanhangsel 14, moet tabel 14.10 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.10
Overzicht: instellingen GET.request-frame
|
Veld |
Instellingen |
|
Invoker Identifier (IID) |
Niet aanwezig |
|
Link Identifier (LID) |
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
Chaining |
Neen |
|
Element Identifier (EID) identificatie (EID) |
Zoals opgegeven in de VST. Geen extensie |
|
Access Credentials Toegangsreferenties |
Neen |
|
AttributeIdlist |
Geen extensie, 1 attribuut, AttribuetId = 1 (RtmData) |
|
Fragmentation |
Neen |
|
Layer 2 settings |
PDU commando, Polled ACn-commando” |
Op bladzijde 483, in aanhangsel 14, moet tabel 14.11 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.11
Voorstelling: voorbeeld GET.request-frame
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
PDU commando |
|
7 |
LLC Control Field |
|
Polled ACn-commando, n-bit |
|
8 |
Fragmentation header |
|
Geen fragmentatie |
|
9 |
Get.request SEQUENCE { |
|
Verzoek om gegevens op te halen (GET) |
|
OPTION indicator |
|
Toegangsreferenties niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
IID niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
AttributeIdList aanwezig |
|
|
Fill BIT STRING(SIZE(1)) |
|
Ingesteld op 0 |
|
|
10 |
EID INTEGER (0..127,…) |
|
De EID van het RTM-toepassingsexemplaar, zoals opgegeven in de VST. Geen extensie |
|
11 |
AttributeIdList'SEQUENCE OF { AttributeId}} |
|
Geen extensie, aantal attributen = 1 |
|
12 |
|
|
Attribuut-ID = 1, RtmData. Geen extensie |
|
13 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
14 |
|
||
|
15 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 484, in aanhangsel 14, moet tabel 14.12 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.12
Voorstelling: instellingen GET.response-frame
|
Veld |
Instellingen |
|
Invoker Identifier (IID) |
Niet aanwezig |
|
Link Identifier (LID) |
Conform EN 12834 |
|
Chaining |
Neen |
|
Element Identifier (EID) |
Zoals opgegeven in de VST |
|
Access Credentials |
Neen |
|
Fragmentation |
Neen |
|
Layer2 Settings |
Antwoord PDU, antwoord beschikbaar en commando geaccepteerd, ACn-commando” |
Op bladzijde 484, in aanhangsel 14, moet tabel 14.13 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.13
Voorstelling: voorbeeld inhoud antwoordframe
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
Antwoord PDU |
|
7 |
LLC Control Field |
|
Antwoord beschikbaar, ACn-commando n-bit |
|
8 |
LLC Status Field |
|
Antwoord beschikbaar en commando geaccepteerd |
|
9 |
Fragmentation header |
|
Geen fragmentatie |
|
10 |
Get.response SEQUENCE { |
|
Antwoord GET |
|
OPTION indicator |
|
IID niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Attribuutlijst aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Retourstatus niet aanwezig |
|
|
Fill BIT STRING(SIZE(1)) |
|
Niet gebruikt |
|
|
11 |
EID INTEGER (0..127,…) |
|
Antwoord verzonden vanuit RTM- toepassingsexemplaar. Geen extensie |
|
12 |
AttributeList SEQUENCE OF { |
|
Geen extensie, aantal attributen = 1 |
|
13 |
Attributes SEQUENCE { AttributeId |
|
Geen extensie, attribuut-ID = 1 (RtmData) |
|
14 |
AttributeValue CONTAINER { |
|
Geen extensie, gekozen container = 1010 |
|
15 |
|
RtmData |
|
|
16 |
|
||
|
17 |
|
||
|
… |
… |
||
|
n |
}}}} |
|
|
|
n+1 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
n+2 |
|
||
|
n+3 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 486, in aanhangsel 14, moet tabel 14.14 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.14
Beëindiging. EVENT_REPORTinhoud Release-Frame
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
Het frame bevat een LPDU-commando |
|
7 |
LLC Control Field |
|
UI-commando |
|
8 |
Fragmentatie header |
|
Geen fragmentatie |
|
9 |
EVENT_REPORT.request SEQUENCE { |
|
EVENT_REPORT (Release) |
|
OPTION indicator |
|
Toegangsreferenties niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Voorvalparameter niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
IID niet aanwezig |
|
|
Mode BOOLEAN |
|
Geen antwoord verwacht |
|
|
10 |
EID INTEGER (0..127,…) |
|
Geen extensie, EID = 0 (System) |
|
11 |
EventType INTEGER (0..127,…)} |
|
Voorvaltype 0 = Release |
|
12 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
13 |
|
||
|
14 |
Vlag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 487, in aanhangsel 14, moet tabel 14.15 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.15
Voorbeeld van het Action, Echo-verzoekframe
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke DSRC-VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
PDU commando |
|
7 |
LLC Control Field |
|
Polled ACn-commando, n-bit |
|
8 |
Fragmentation Header |
|
Geen fragmentatie |
|
9 |
ACTION.request SEQUENCE { |
|
Verzoek om actie (ECHO) |
|
OPTION indicator |
|
Toegangsreferenties niet aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
Actieparameter aanwezig |
|
|
OPTION indicator |
|
IID niet aanwezig |
|
|
Mode BOOLEAN |
|
Antwoord verwacht |
|
|
10 |
EID INTEGER (0..127,…) |
|
Geen extensie, EID = 0 (System) |
|
11 |
ActionType INTEGER (0..127) |
|
Geen extensie, actietype ECHO-verzoek |
|
12 |
ActionParameter CONTAINER { |
|
Geen extensie, gekozen container = 2 |
|
13 |
|
Geen extensie. Stringlengte = 100 bytes |
|
|
14 |
|
|
Te echoën gegevens |
|
… |
… |
||
|
113 |
}} |
|
|
|
114614 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
115715 |
|
||
|
116816 |
Flag |
|
Eindvlag” |
Op bladzijde 489, in aanhangsel 14, moet tabel 14.16 als volgt worden gelezen:
„Tabel 14.16
Voorbeeld van het Action, Echo-antwoordframe
|
Byte nr. |
Attribuut/veld |
Bits in byte |
Omschrijving |
|
1 |
FLAG |
|
Startvlag |
|
2 |
Private LID |
|
Verbindingsadres van specifieke VU |
|
3 |
|
||
|
4 |
|
||
|
5 |
|
||
|
6 |
MAC Control Field |
|
Antwoord PDU |
|
7 |
LLC Control Field |
|
ACn-commando, n-bit |
|
8 |
LLC status field |
|
Antwoord beschikbaar |
|
9 |
Fragmentation header |
|
Geen fragmentatie |
|
10 |
ACTION.response SEQUENCE { |
|
Antwoord op ACTIE (ECHO) |
|
OPTIE-indicator |
|
IID niet aanwezig |
|
|
OPTIE-indicator |
|
Antwoordparameter aanwezig |
|
|
OPTIE-indicator |
|
Retourstatus niet aanwezig |
|
|
Fill BIT STRING (SIZE (1)) |
|
Niet gebruikt |
|
|
11 |
EID INTEGER (0..127,…) |
|
Geen extensie, EID = 0 (Systeem) |
|
12 |
ResponseParameter CONTAINER { |
|
Geen extensie, gekozen container = 2 |
|
13 |
|
Geen extensie. Stringlengte = 100 bytes |
|
|
14 |
|
|
Geëchode gegevens |
|
… |
… |
||
|
113 |
}} |
|
|
|
114 |
FCS |
|
Framecontrolevolgorde |
|
115 |
|
||
|
116 |
Flag |
|
Eindvlag” |
(*1) – Downlinkparameters moeten aan conformiteitstests worden onderworpen overeenkomstig de relevante parametertest van EN 300 674-1.”.
(*2) – Uplinkparameters moeten aan conformiteitstests worden onderworpen overeenkomstig de relevante parametertest van EN 300 674-1.”.