|
23.3.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 77/53 |
VERORDENING (EU) 2016/400 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 9 maart 2016
tot uitvoering van de vrijwaringsclausule en het antiontwijkingsmechanisme die zijn opgenomen in de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 15 juni 2009 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen met de Republiek Moldavië te starten met het oog op de sluiting van een overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië. |
|
(2) |
Deze onderhandelingen zijn afgerond en de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (2) („de overeenkomst”) is op 27 juni 2014 ondertekend en wordt sinds 1 september 2014 voorlopig toegepast. |
|
(3) |
Er moet worden voorzien in procedures die een doeltreffende toepassing waarborgen van de met de Republiek Moldavië overeengekomen vrijwaringsclausule. |
|
(4) |
De overeenkomst bevat tevens een antiontwijkingsmechanisme voor de tijdelijke opschorting van de tariefpreferenties voor specifieke producten. Er moeten ook procedures worden vastgesteld voor de daadwerkelijke toepassing van dit mechanisme. |
|
(5) |
Zoals in artikel 165, lid 1, van de overeenkomst is bepaald, mogen vrijwaringsmaatregelen alleen worden overwogen indien het betrokken product in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de productie in de Unie, en onder zodanige voorwaarden in de Unie wordt ingevoerd dat de producenten in de Unie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen, ernstige schade ondervinden of dreigen te ondervinden. |
|
(6) |
Er moet een definitie worden gegeven van bepaalde begrippen, zoals „ernstige schade”, „dreiging van ernstige schade” en „overgangsperiode” zoals bedoeld in artikel 169 van de overeenkomst. |
|
(7) |
De taken bestaande in het monitoren en herzien van de overeenkomst, het verrichten van onderzoeken en indien nodig het instellen van vrijwaringsmaatregelen moeten op zo transparant mogelijke wijze worden uitgevoerd. |
|
(8) |
De lidstaten moeten de Commissie informatie, waaronder beschikbaar bewijsmateriaal, verstrekken over ontwikkelingen van de invoer die de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kunnen vereisen. |
|
(9) |
Betrouwbare statistieken over alle invoer uit de Republiek Moldavië in de Unie zijn bijgevolg van cruciaal belang om te kunnen vaststellen of aan de voorwaarden voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen is voldaan. |
|
(10) |
Indien er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om inleiding van een procedure te rechtvaardigen, maakt de Commissie daartoe een bericht bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(11) |
Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld over het instellen van onderzoeken, de toegang van belanghebbenden tot vergaarde informatie en hun inzage in die informatie, alsmede over het horen van de belanghebbenden en de gelegenheden die zij krijgen om hun standpunt uiteen te zetten. |
|
(12) |
Ingevolge artikel 166, lid 1, van de overeenkomst moet de Commissie de Republiek Moldavië schriftelijk in kennis stellen van de instelling van een onderzoek en met haar overleg plegen. |
|
(13) |
Tevens moeten termijnen worden vastgesteld om een onderzoek in te stellen en om vast te stellen of vrijwaringsmaatregelen wenselijk zijn om een snelle afhandeling van de procedures te waarborgen en daardoor de rechtszekerheid voor de betrokken marktdeelnemers te vergroten. |
|
(14) |
Vrijwaringsmaatregelen mogen alleen na een onderzoek worden ingesteld, doch de Commissie moet de mogelijkheid hebben in de in artikel 167 van de overeenkomst bedoelde kritieke omstandigheden voorlopige vrijwaringsmaatregelen toe te passen. |
|
(15) |
Vrijwaringsmaatregelen mogen enkel worden toegepast voor zover en zo lang zij noodzakelijk zijn om ernstige schade te voorkomen of te verhelpen en aanpassingen te vergemakkelijken. Er moet een maximumduur voor vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld en er moet worden voorzien in specifieke bepalingen inzake verlenging en herziening van die maatregelen. |
|
(16) |
Artikel 148 van de overeenkomst voorziet in een antiontwijkingsmechanisme voor bepaalde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten. Deze verordening moet tevens voorzien in de mogelijkheid de toepassing van de preferentiële douanerechten voor een periode van ten hoogste zes maanden te schorsen wanneer de invoer van deze producten de in de bijlagen XV-C bij de overeenkomst vastgelegde jaarlijkse invoervolumes bereikt. |
|
(17) |
Omwille van de transparantie moet de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag indienen over de uitvoering van de overeenkomst en de toepassing van de vrijwaringsmaatregelen en het antiontwijkingsmechanisme. |
|
(18) |
Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de vaststelling van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, voor de instelling van voorafgaande toezichtmaatregelen, voor de beëindiging van een onderzoek zonder maatregelen en voor de uitvoering van het antiontwijkingsmechanisme waarin de overeenkomst voorziet, moet de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(19) |
Voor de vaststelling van toezichtmaatregelen en voorlopige vrijwaringsmaatregelen moet, gelet op de effecten van die maatregelen en de sequentiële logica daarvan met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen, de raadplegingsprocedure worden toegepast. Voor de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen en voor de herziening van die maatregelen moet de onderzoeksprocedure worden toegepast. Er moeten voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld wanneereen vertraging bij het instellen van deze maatregelen moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, of om negatieve gevolgen voor de markt van de Unie wegens een toename van de invoer te voorkomen. De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij, in naar behoren gemotiveerde gevallen, voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, wanneer dit in om dwingende redenen van urgentie noodzakelijk is. |
|
(20) |
Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen voor het besluit tot opschorting van de preferentiële tarieven in het kader van het antiontwijkingsmechanisme moet de raadplegingsprocedure ook worden toegepast, aangezien die handelingen snel moeten worden uitgevoerd zodra de relevante drempel voor de in bijlage XV-C bij de overeenkomst vermelde categorieën producten is bereikt, daar zij slechts gedurende een zeer beperkte periode kunnen worden toegepast. Om negatieve gevolgen voor de markt van de Unie wegens een toename van de invoer te voorkomen, moet de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen, om dwingende redenen van urgentie vereist is. |
|
(21) |
Voor de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen en voor de herziening van die maatregelen moet de onderzoeksprocedure worden toegepast, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
1. In deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de vrijwaringsclausule en het antiontwijkingsmechanisme die zijn opgenomen in de overeenkomst.
2. Deze verordening is van toepassing op producten van oorsprong uit de Republiek Moldavië.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„product”: een goed van oorsprong uit de Unie of uit de Republiek Moldavië; een aan een onderzoek onderworpen product kan een of meer tariefposten of een onderverdeling daarvan omvatten, afhankelijk van de specifieke marktomstandigheden, of een productsegmentatie die de bedrijfstak van de Unie gewoonlijk toepast; |
|
2. |
„belanghebbenden”: partijen die gevolgen ondervinden van de invoer van het betrokken product; |
|
3. |
„bedrijfstak van de Unie”: het geheel van producenten in de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten die op het grondgebied van de Unie hun actief zijn, of producenten in de Unie wier gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten een groot deel van de totale productie in de Unie van die producten uitmaakt; indien een soortgelijk of rechtstreeks concurrerend product slechts een van diverse producten is die worden vervaardigd door de producenten in de Unie, geldt deze definitie uitsluitend met betrekking tot de specifieke werkzaamheden voor de productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten; |
|
4. |
„ernstige schade”: een aanmerkelijke algemene achteruitgang van de toestand van de bedrijfstak van de Unie; |
|
5. |
„dreiging van ernstige schade”: een duidelijk risico op ernstige schade in de nabije toekomst voor de toestand van de bedrijfstak van de Unie; |
|
6. |
„overgangsperiode”: een periode van tien jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst. |
HOOFDSTUK II
VRIJWARINGSBEPALINGEN
Artikel 3
Beginselen
1. In overeenstemming met deze verordening kan een vrijwaringsmaatregel worden ingesteld wanneer een product van oorsprong uit de Republiek Moldavië, wegens de verlaging of afschaffing van de douanerechten op dat product, in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de productie in de Unie, en onder zodanige voorwaarden in de Unie wordt ingevoerd dat de bedrijfstak van de Unie ernstige schade ondervindt of dreigt te ondervinden.
2. Een vrijwaringsmaatregel kan bestaan in:
|
a) |
opschorting van de verdere verlaging van het douanerecht op het betrokken product zoals voorzien in de lijst inzake tariefafschaffing van de overeenkomst; |
|
b) |
verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten:
|
Artikel 4
Inleiding van een procedure
1. Op verzoek van een lidstaat, van een rechtspersoon of van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, of op initiatief van de Commissie wordt een procedure door de Commissie ingeleid wanneer het de Commissie duidelijk is dat er, zoals vastgesteld op basis van de in artikel 5, lid 5, vermelde factoren, voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om dat onderzoek te rechtvaardigen.
2. Het verzoek bevat gewoonlijk de volgende informatie: het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers, het door de toegenomen invoer ingenomen deel van de binnenlandse markt en de wijzigingen in de omvang van de verkoop, de productie, de productiviteit, de bezettingsgraad, winst en verlies en de werkgelegenheid met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie.
3. Een procedure kan ook worden ingeleid wanneer de toename van de invoer geconcentreerd is in een of meer lidstaten, op voorwaarde dat er, zoals vastgesteld op basis van de in artikel 5, lid 5, vermelde factoren, voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om dat onderzoek te rechtvaardigen.
4. Indien de invoer uit de Republiek Moldavië zich dusdanig ontwikkelt dat vrijwaringsmaatregelen noodzakelijk lijken, stelt de lidstaat de Commissie daarvan in kennis. Deze informatie omvat het bewijsmateriaal als bedoeld in de leden 1 en 2 en, in voorkomend geval, in lid 3.
5. De Commissie licht de lidstaten in wanneer zij overeenkomstig lid 1 een verzoek tot inleiding van een procedure ontvangt of overweegt een procedure op eigen initiatief in te leiden.
6. Wanneer blijkt dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen, leidt de Commissie die procedure in en maakt zij een bericht van inleiding van een procedure bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. De procedure wordt ingeleid binnen een maand na ontvangst van het verzoek door de Commissie overeenkomstig lid 1.
7. Het in lid 6 bedoelde bericht:
|
a) |
bevat een samenvatting van de ontvangen informatie en het verzoek de Commissie alle nuttige informatie toe te zenden; |
|
b) |
vermeldt de termijn waarbinnen belanghebbenden hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken en informatie kunnen verstrekken aan de Commissie, indien die standpunten en informatie tijdens de procedure in aanmerking moeten worden genomen; |
|
c) |
vermeldt de termijn waarbinnen belanghebbenden kunnen vragen om overeenkomstig artikel 5, lid 9, door de Commissie te worden gehoord. |
Artikel 5
Onderzoeken
1. Na de bekendmaking van het in artikel 4, lid 6, bedoelde bericht begint de Commissie met een onderzoek.
2. De Commissie kan de lidstaten verzoeken informatie te verstrekken en de lidstaten nemen alle nodige maatregelen om aan een dergelijk verzoek te voldoen. Als deze informatie van algemeen belang is en als zij niet vertrouwelijk is overeenkomstig artikel 11, wordt zij toegevoegd aan het niet-vertrouwelijke dossier als bedoeld in lid 8 van dit artikel.
3. Het onderzoek wordt zo mogelijk binnen zes maanden na de instelling ervan afgesloten. In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld bij de betrokkenheid van een ongewoon hoog aantal belanghebbenden of complexe marktsituaties, kan deze termijn met drie maanden worden verlengd. De Commissie informeert alle belanghebbenden over deze verlenging en zet de redenen daarvoor uiteen.
4. De Commissie wint alle informatie in die zij nodig acht om na te gaan of sprake is van de in artikel 3, lid 1, bedoelde omstandigheden en tracht, indien nodig, deze informatie te controleren.
5. Tijdens het onderzoek naar de vraag of er door de toegenomen invoer sprake is van ernstige schade dan wel dreiging van ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie, beoordeelt deCommissie alle ter zake dienende factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de situatie van de bedrijfstak van de Unie, met name het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers, het door de toegenomen invoer ingenomen deel van de binnenlandse markt en de wijzigingen in de omvang van de verkoop, de productie, de productiviteit, de bezettingsgraad, winst en verlies en de werkgelegenheid. Deze lijst is niet uitputtend en de Commissie kan voor haar vaststelling of er sprake is van ernstige schade dan wel dreiging van ernstige schade ook rekening houden met andere ter zake dienende factoren, zoals de voorraden, de prijzen, het rendement van geïnvesteerd kapitaal en de kasstroom.
6. Belanghebbenden die overeenkomstig artikel 4, lid 7, onder b), informatie hebben ingediend en vertegenwoordigers van de Republiek Moldavië kunnen op schriftelijk verzoek inzage krijgen in alle in het kader van het onderzoek aan de Commissie verstrekte informatie, met uitzondering van door de autoriteiten van de Unie of haar lidstaten opgestelde interne documenten, voor zover deze informatie relevant is voor de presentatie van hun dossier, niet vertrouwelijk is in de zin van artikel 11 en door de Commissie bij het onderzoek wordt gebruikt. Belanghebbenden kunnen hun standpunt over de verstrekte informatie aan de Commissie meedelen. Indien deze standpunten met voldoende voorlopig bewijsmateriaal worden onderbouwd, dan neemt de Commissie deze in aanmerking.
7. De Commissie draagt er zorg voor dat alle gegevens en statistieken die voor het onderzoek worden gebruikt, representatief, beschikbaar, begrijpelijk, transparant en verifieerbaar zijn.
8. Zodra het noodzakelijke technische kader voorhanden is, zorgt de Commissie voor met een wachtwoord beveiligde onlinetoegang tot het niet-vertrouwelijke dossier op een onlineplatform dat zij beheert en via hetwelk alle relevante, niet-vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 11 wordt verspreid. Aan het Europees Parlement, belanghebbenden en lidstaten wordt toegang tot dit platform verleend.
9. De Commissie hoort belanghebbenden, met name wanneer zij hierom schriftelijk hebben verzocht binnen de termijn vermeld in het in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte bericht en hebben aangetoond dat zij belang kunnen hebben bij het resultaat van het onderzoek en dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. De Commissie hoort belanghebbenden opnieuw als daarvoor bijzondere redenen zijn.
10. Wanneer informatie niet binnen de door de Commissie gestelde termijn wordt verstrekt, of wanneer het onderzoek ernstig wordt belemmerd, kan de Commissie conclusies trekken aan de hand van de beschikbare gegevens. Wanneer de Commissie constateert dat een belanghebbende of een derde haar onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, laat zij deze buiten beschouwing en kan zij de beschikbare gegevens gebruiken.
11. De Commissie stelt de Republiek Moldavië schriftelijk in kennis van de instelling van een onderzoek.
Artikel 6
Voorafgaande toezichtmaatregelen
1. De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, met betrekking tot de invoer uit de Republiek Moldavië, voorafgaande toezichtmaatregelen vaststellen wanneer de invoer van een product zich dusdanig ontwikkelt dat zich een van de situaties als bedoeld in de artikelen 3, lid 1, en 4, leden 1 en 3, zou kunnen voordoen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde raadplegingsprocedure.
2. Voorafgaande toezichtmaatregelen gelden gedurende beperkte tijd. Behoudens andersluidende bepalingen vervallen zij aan het einde van de tweede periode van zes maanden volgende op de eerste periode van zes maanden na de invoering ervan.
Artikel 7
Instelling van voorlopige vrijwaringsmaatregelen
1. In kritieke omstandigheden waarin een vertraging bij het vaststellen van vrijwaringsmaatregelen moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, neemt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen, voorlopige vrijwaringsmaatregelen nadat zij op basis van de in artikel 5, lid 5, vermelde factoren voorlopig heeft vastgesteld dat er voldoende voorlopig bewijsmateriaal voorhanden is waaruit blijkt dat de invoer van een product van oorsprong uit de Republiek Moldavië is toegenomen ten gevolge van de verlaging of afschaffing van een douanerecht op grond van artikel 147 van de overeenkomst, overeenkomstig de lijsten in bijlage XV, en die invoer ernstige schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan de bedrijfstak van de Unie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, van deze verordening bedoelde raadplegingsprocedure.
2. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie, inclusief het geval bedoeld in lid 3, stelt de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast waarbij voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden opgelegd volgens de in artikel 13, lid 5, bedoelde procedure.
3. Als een lidstaat om een onmiddellijk optreden van de Commissie verzoekt en aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, neemt de Commissie binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek een besluit.
4. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn niet langer dan 200 kalenderdagen van toepassing.
5. Wanneer de voorlopige vrijwaringsmaatregelen worden ingetrokken omdat uit het onderzoek blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, worden de douanerechten die uit hoofde van die voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn geïnd, automatisch terugbetaald.
6. Voorlopige vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing op elk product dat na de datum van inwerkingtreding van deze maatregelen in het vrije verkeer wordt gebracht.
Artikel 8
Beëindiging van onderzoeken en procedures zonder maatregelen
1. Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat niet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, is voldaan, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot beëindiging van het onderzoek en de procedure vast en maakt zij dit besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde onderzoeksprocedure.
2. De Commissie publiceert een verslag met haar bevindingen en gemotiveerde conclusies over alle relevante feitelijke en juridische kwesties, waarbij zij naar behoren rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie in de zin van artikel 11.
Artikel 9
Instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen
1. Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, is voldaan, verzoekt de Commissie de autoriteiten van de Republiek Moldavië om overleg te plegen overeenkomstig artikel 160, lid 2, van de overeenkomst. Indien er binnen 30 dagen geen bevredigende oplossing is gevonden, kan de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, definitieve vrijwaringsmaatregelen vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.
2. De Commissie publiceert een verslag met een samenvatting van de voor het besluit relevante concrete feiten en overwegingen, waarbij zij overeenkomstig artikel 11 naar behoren rekening houdt met de bescherming van vertrouwelijke informatie.
Artikel 10
Duur en herziening van vrijwaringsmaatregelen
1. Een vrijwaringsmaatregel blijft niet langer van kracht dan nodig is om ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie te voorkomen of te verhelpen en aanpassingen te vergemakkelijken. De geldigheidsduur ervan mag niet meer dan twee jaar bedragen, tenzij deze overeenkomstig lid 3 wordt verlengd.
2. Een vrijwaringsmaatregel blijft van kracht totdat de resultaten van het in lid 3 bedoelde nieuwe onderzoek bekend zijn.
3. De oorspronkelijke geldigheidsduur van een vrijwaringsmaatregel kan met maximaal twee jaar worden verlengd, mits de Commissie bij een herziening bepaalt dat de maatregel nodig blijft om ernstige schade aan de bedrijfstak van de Unie te voorkomen of te verhelpen en er bewijzen zijn dat de bedrijfstak van de Unie zich aanpast.
4. Een verlenging overeenkomstig lid 3 wordt voorafgegaan door een onderzoek dat is gestart op verzoek van een lidstaat of van een rechtspersoon of van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt namens de bedrijfstak van de Unie, of op initiatief van de Commissie, indien er op basis van de in artikel 5, lid 5, van deze verordening vermelde factoren voldoende voorlopig bewijsmateriaal voorhanden is dat aan de voorwaarden van lid 3 is voldaan.
5. Het bericht van de instelling van een onderzoek wordt mutatis mutandis overeenkomstig artikel 4, leden 6 en 7, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Op de uitvoering van het onderzoek en het eventuele besluit over een verlenging overeenkomstig lid 3 van dit artikel zijn mutatis mutandis de artikelen 5, 8 en 9 van toepassing.
6. De totale geldigheidsduur van een vrijwaringsmaatregel bedraagt, met inbegrip van de periode waarin eventuele voorlopige vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn, de oorspronkelijke toepassingsduur en de verlenging daarvan, niet meer dan vier jaar.
7. Na het verstrijken van de overgangsperiode mogen geen vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, tenzij de Republiek Moldavië hiervoor toestemming verleent.
Artikel 11
Vertrouwelijkheid
1. De op grond van deze verordening ontvangen informatie wordt slechts gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd.
2. Vertrouwelijke of op vertrouwelijke basis verstrekte informatie die op grond van deze verordening werd ontvangen, wordt niet bekendgemaakt zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die deze informatie heeft verstrekt.
3. Bij elk verzoek om vertrouwelijke behandeling wordt aangegeven waarom de informatie vertrouwelijk is. Indien degene die de informatie heeft verstrekt, evenwel verzoekt dat deze informatie in haar geheel of in samengevatte vorm toegankelijk noch bekend wordt gemaakt, en indien blijkt dat dit verzoek niet gegrond is, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.
4. Informatie wordt in elk geval als vertrouwelijk beschouwd wanneer de bekendmaking daarvan ernstige nadelige gevolgen kan hebben voor degene die de informatie heeft verstrekt of van wie deze informatie afkomstig is.
5. De leden 1 tot en met 4 staan er niet aan in de weg dat de autoriteiten van de Unie algemene informatie vermelden en in het bijzonder verwijzen naar de motivering van de op grond van deze verordening genomen besluiten. Zij moeten echter rekening houden met het rechtmatige belang dat de betrokken natuurlijke en rechtspersonen erbij hebben dat hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt.
HOOFDSTUK III
ANTIONTWIJKINGSMECHANISME
Artikel 12
Antiontwijkingsmechanisme voor bepaalde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten
1. Er wordt een gemiddeld jaarlijks invoervolume vastgesteld voor de invoer van de in bijlage XV-C bij de overeenkomst vermelde producten, waarop het antiontwijkingsmechanisme bedoeld in artikel 148 van de overeenkomst van toepassing is. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met het invoervolume voor een of meer categorieën producten dat in een bepaald kalenderjaar het in bijlage XV-C bij de overeenkomst aangegeven volume bereikt, stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 13, lid 5, van deze verordening een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandeling vast, tenzij zij van de Republiek Moldavië een deugdelijke motivering heeft ontvangen. Bij deze handeling kan de Commissie besluiten hetzij de toepassing van het voor het betrokken product of de betrokken producten geldende preferentiële recht tijdelijk op te schorten, hetzij te bepalen dat een dergelijke opschorting niet passend is.
2. De tijdelijke opschorting van het preferentiële recht geldt voor een periode van ten hoogste zes maanden met ingang van de datum van bekendmaking van het besluit tot opschorting van het preferentiële recht. De Commissie kan vóór het einde van deze periode van zes maanden en om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de opschorting van de preferentiële rechten, volgens de procedure van artikel 13, lid 5, een onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandeling vaststellen teneinde de tijdelijke opschorting van het preferentiële recht op te heffen, indien zij ervan overtuigd is dat het invoervolume voor de betrokken categorie producten dat het in bijlage XV-C bij de overeenkomst aangegeven volume te boven gaat, voortvloeit uit een wijziging van de productie- en uitvoercapaciteit van de Republiek Moldavië voor het betrokken product of de betrokken producten.
3. De toepassing van het in dit hoofdstuk uiteengezette mechanisme laat de toepassing van de maatregelen als bedoeld in hoofdstuk II onverlet. Maatregelen die zijn vastgesteld krachtens bepalingen van beide hoofdstukken mogen evenwel niet tegelijkertijd op hetzelfde product of dezelfde producten worden toegepast.
HOOFDSTUK IV
COMITÉPROCEDURE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 13
Comitéprocedure
1. Voor de toepassing van de artikelen 6 tot en met 10, wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad (4) ingestelde Comité Vrijwaringsmaatregelen („het comité”). Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Voor de toepassing van artikel 12 wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 229, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) ingestelde Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en, voor verwerkte landbouwproducten, door het bij artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad (6) ingestelde Comité voor horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer in verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I vallen. Deze comités zijn comités in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
5. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 4 daarvan, van toepassing.
6. Ingevolge artikel 3, lid 5, van Verordening (EU) nr. 182/2011 wordt, wanneer een schriftelijke procedure wordt gevolgd voor de vaststelling van maatregelen overeenkomstig lid 3 van dit artikel, die procedure zonder gevolg beëindigd wanneer binnen de door de voorzitter gestelde termijn door de voorzitter daartoe wordt besloten of door een meerderheid van de leden van het comité zoals omschreven in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 182/2011 daarom wordt verzocht.
Artikel 14
Verslag
1. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag in over de toepassing en uitvoering van deze verordening en titel V van de overeenkomst en naleving van de daarin vervatte verplichtingen.
2. Het verslag omvat onder meer informatie over de toepassing van voorlopige en definitieve vrijwaringsmaatregelen, voorafgaande toezichtmaatregelen, de beëindiging van onderzoeken en procedures zonder dat maatregelen worden ingesteld, alsmede over de toepassing van het antiontwijkingsmechanisme.
3. Het verslag bevat een samenvatting van de statistieken en een bericht over de ontwikkeling van de handel met de Republiek Moldavië.
4. Het Europees Parlement kan de Commissie binnen een maand nadat zij haar verslag heeft ingediend, uitnodigen op een ad-hocvergadering van zijn bevoegde commissie om alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.
5. Uiterlijk drie maanden na de indiening van haar verslag bij het Europees Parlement en de Raad maakt de Commissie het verslag openbaar.
Artikel 15
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 9 maart 2016.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
M. SCHULZ
Voor de Raad
De voorzitter
J. A. HENNIS-PLASSCHAERT
(1) Standpunt van het Europees Parlement van 3 februari 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 29 februari 2016.
(2) Besluit 2014/492/EU van de Raad van 16 juni 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (PB L 260 van 30.8.2014, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(4) Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16).
(5) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).
(6) Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 1).