|
6.10.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 271/7 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1774 VAN DE COMMISSIE
van 4 oktober 2016
tot wijziging van Besluit 2010/381/EU van de Commissie betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit India ingevoerde zendingen aquacultuurproducten voor menselijke consumptie
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 6280)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 zijn op het niveau van de Unie en op nationaal niveau de algemene beginselen vastgesteld inzake levensmiddelen en diervoeders in het algemeen en de voedsel- en voederveiligheid in het bijzonder. De verordening voorziet in noodmaatregelen wanneer blijkt dat een uit een derde land ingevoerd levensmiddel of diervoeder waarschijnlijk een ernstig risico voor het milieu of de gezondheid van mens of dier vormt en dat het risico niet op afdoende wijze door de lidstaten kan worden beheerst. |
|
(2) |
Richtlijn 96/23/EG van de Raad (2) bepaalt dat toezicht moet worden uitgeoefend op het productieproces van dieren en primaire producten van dierlijke oorsprong met het oog op de opsporing van bepaalde residuen en stoffen bij levende dieren, in de excreta en biologische vloeistoffen daarvan, alsmede in weefsel, dierlijke producten, diervoeders en drinkwater. |
|
(3) |
Besluit 2010/381/EU van de Commissie (3) bepaalt dat ten minste 10 % van de uit India ingevoerde zendingen aquacultuurproducten die bestemd zijn voor menselijke consumptie moet worden getest op de aanwezigheid van farmacologisch werkzame stoffen zoals gedefinieerd in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad (4), en met name van chlooramfenicol, tetracycline, oxytetracycline en chloortetracycline, en metabolieten van nitrofuranen. |
|
(4) |
Uit de resultaten van analytische tests door officiële controlelaboratoria blijkt dat het niveau van naleving wat betreft de aanwezigheid van residuen van chlooramfenicol, tetracycline, oxytetracycline, chloortetracycline en metabolieten van nitrofuranen bij aquacultuurproducten uit India die bestemd zijn voor menselijke consumptie niet afdoende is. |
|
(5) |
De resultaten van een inspectie die door de inspectiedienst van de Commissie in maart 2014 in India werd uitgevoerd, hebben bevestigd dat de garanties van India met betrekking tot de residustatus van aquacultuurproducten in belangrijke mate steunen op de beschikbare aanvullende testprogramma's voorafgaand aan de oogst en voorafgaand aan de uitvoer, die in zekere mate de langdurige tekortkomingen bij officiële controles op bedrijven en met name de zeer ontoereikende officiële controles op het gebruik van diergeneesmiddelen verbeteren. De relatief beperkte groep stoffen waarop in deze aanvullende programma's wordt getest, beperkt echter de betrouwbaarheid van deze garanties. Op dit ogenblik is aan de aanbevelingen uit het inspectieverslag met betrekking tot het officiële toezicht op aquacultuurbedrijven geen bevredigend gevolg gegeven. |
|
(6) |
De maatregelen van Besluit 2010/381/EU met betrekking tot alle uit India ingevoerde aquacultuurproducten die bestemd zijn voor menselijke consumptie moeten worden aangepast. De verbintenis van verplichte tests moet worden versterkt om producenten in India er verder van te weerhouden misbruik te maken van die stoffen en om het risico voor de menselijke gezondheid in de Europese Unie te beperken. |
|
(7) |
Wegens de tenuitvoerlegging van het geïntegreerd veterinair computersysteem (Traces) overeenkomstig artikel 3 van Beschikking 2004/292/EG van de Commissie (5) en de verbetering van het gebruik van de invoermodule in Traces wat betreft gegevens over de resultaten van de laboratoriumtests, moeten de lidstaten van de driemaandelijkse rapportageverplichtingen van artikel 5, lid 2, van Besluit 2010/381/EU worden ontheven. |
|
(8) |
Besluit 2010/381/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2010/381/EU wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 3, lid 1, wordt vervangen door: „1. De lidstaten zorgen er met behulp van adequate bemonsteringsplannen voor dat van minstens 50 % van de zendingen die in grensinspectieposten op hun grondgebied voor invoer worden aangeboden, officiële monsters worden genomen. Bij zendingen aquacultuurproducten die afkomstig zijn van meer dan één inrichting van herkomst moeten monsters worden genomen voor elke afzonderlijke inrichting.”. |
|
2) |
Artikel 5, lid 2, wordt geschrapt. |
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 4 oktober 2016.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(2) Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).
(3) Besluit 2010/381/EU van de Commissie van 8 juli 2010 betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit India ingevoerde zendingen aquacultuurproducten voor menselijke consumptie (PB L 174 van 9.7.2010, blz. 51).
(4) Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11).
(5) Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63).