|
29.9.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 357/9 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 28 september 2016
tot vaststelling van een werkprogramma voor de beoordeling van aanvragen voor de verlenging van goedkeuringen van werkzame stoffen die verstrijken in 2019, 2020 en 2021, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad
(2016/C 357/05)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 18,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor een groot aantal werkzame stoffen die worden beschouwd als zijnde goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 en die in deel A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 540/2011 (2) zijn opgenomen, ligt de datum voor het verstrijken van de goedkeuring tussen 1 januari 2019 en 31 december 2021. In deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie (3) zijn die werkzame stoffen opgenomen en wordt de beoordeling van die werkzame stoffen aan de lidstaten toevertrouwd, waarbij voor elke werkzame stof in het kader van de verlengingsprocedure een lidstaat-rapporteur en een lidstaat-corapporteur zijn aangewezen. |
|
(2) |
Gezien de tijd en de middelen die de lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid nodig hebben om de beoordeling te voltooien van de aanvragen voor de verlenging van de goedkeuring van een dergelijk groot aantal werkzame stoffen, is het noodzakelijk een werkprogramma op te stellen waarin soortgelijke werkzame stoffen worden gegroepeerd en prioriteiten worden gesteld op basis van veiligheidsrisico’s voor de gezondheid van mens en dier of het milieu, zoals in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald. |
|
(3) |
Zoals aangegeven in overweging 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moeten stoffen met een laag risico worden geïnventariseerd en moet het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen die deze stoffen bevatten, worden vergemakkelijkt. Bovendien moet, in overeenstemming met de doelstellingen van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met de minst schadelijke effecten voor de gezondheid van mens, dier of het milieu worden bevorderd. Daarom moeten stoffen met een laag risico in het programma worden gegroepeerd zodat prioriteit kan worden gegeven aan de beoordeling van deze stoffen met het oog op een tijdige verlenging van de goedkeuring ervan. |
|
(4) |
Daarnaast moeten de stoffen waarvan op basis van hun eigenschappen wordt verwacht dat zij mogelijk niet aan de in de punten 3.6.2 tot en met 3.6.5 en in punt 3.7 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 opgenomen goedkeuringscriteria zouden voldoen, ook worden geïnventariseerd. Het programma moet die stoffen groeperen zodat prioriteit wordt gegeven aan de beoordeling ervan. |
|
(5) |
Gezien de beschikbare middelen van de autoriteiten die de beoordeling van aanvragen voor de verlenging van goedkeuringen uitvoeren, kan niet worden uitgesloten dat, als gevolg van de in dit besluit vastgestelde prioritering van de beoordeling van stoffen, de goedkeuring van sommige andere werkzame stoffen mogelijk verstrijkt alvorens over de verlenging van de goedkeuring van dergelijke stoffen een beslissing is genomen. In dergelijke gevallen moet de goedkeuringsperiode voor dergelijke werkzame stoffen tijdig worden verlengd overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. |
|
(6) |
Naast de bepaling dat soortgelijke werkzame stoffen moeten worden gegroepeerd op basis van de prioriteiten voor de beoordeling ervan, bevat artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 de bepaling dat het werkprogramma specifieke elementen moet bevatten. De Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 844/2012 (5) en (EU) nr. 686/2012 van de Commissie bevatten de tenuitvoerlegging van respectievelijk artikel 18, tweede alinea, punten a) tot en met e), en punt f), van Verordening (EG) nr. 1107/2009, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het werkprogramma zoals vervat in de bijlage bij dit besluit wordt hierbij vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 28 september 2016.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie van 26 juli 2012 waarbij de beoordeling van de werkzame stoffen in het kader van de verlengingsprocedure aan de lidstaten is toevertrouwd (PB L 200 van 27.7.2012, blz. 5).
(4) Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).
BIJLAGE
|
1. |
Het werkprogramma betreft werkzame stoffen die worden beschouwd als zijnde goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 en die zijn opgenomen in deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012. |
|
2. |
De prioriteiten voor de beoordeling van de aanvragen voor de verlenging van goedkeuringen van de werkzame stoffen en de groepering van soortgelijke werkzame stoffen, zoals in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald, zijn als volgt:
|