18.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 127/55


BESLUIT VAN DE RAAD VAN GOUVERNEURS

van 20 januari 2016

betreffende de herziening van het reglement van orde van de EIB naar aanleiding van de versterking van het bestuur van de EIB [2016/772]

DE RAAD VAN GOUVERNEURS VAN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK,

GELET OP:

(1)

artikel 7, lid 3, letter h), van de statuten, op grond waarvan de Raad van gouverneurs het reglement van orde van de Bank goedkeurt,

(2)

artikel 11, lid 1, van de statuten, op grond waarvan de Raad van gouverneurs, op voorstel van de Raad van bewind, leden van de Directie benoemt, en

(3)

artikel 11, lid 2, van de statuten, op grond waarvan de Raad van gouverneurs, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, kan besluiten een lid van de Directie ambtshalve te ontslaan,

OVERWEGENDE dat de Bank de rol van haar Commissie ethiek en compliance wenst uit te breiden en haar interne regels voor de benoeming en mogelijke schorsing van leden van de Directie van de Bank wenst aan te scherpen;

OVERWEGENDE dat de rol van de Commissie ethiek en compliance dient te worden versterkt door in te voeren dat deze commissie adviezen kan geven over ethische zaken betreffende een lid van de Directie of van de Raad van bewind;

OVERWEGENDE dat de Raad van gouverneurs, die op grond van de statuten het bevoegde orgaan is voor het nemen van besluiten over het ambtshalve ontslag van leden van de Directie van de Bank, ook kan besluiten tot tijdelijke schorsing van een lid van de Directie;

OVERWEGENDE dat delegatie van deze bevoegdheid tot schorsing van leden van de Directie in bepaalde omstandigheden en voor bepaalde duur wenselijk is teneinde de Bank in staat te stellen snel te reageren op uitzonderlijke situaties; de voorgestelde procedure voorziet in deze delegatie aan de president van de Bank met instemming van de voorzitter van de Raad van gouverneurs, of, in gevallen die de president van de Bank betreffen, aan de voorzitter van de Raad van gouverneurs;

OVERWEGENDE dat een dergelijk besluit tot schorsing zal worden voorafgegaan door raadpleging van de Commissie ethiek en compliance;

OVERWEGENDE dat de desbetreffende toepasselijke procedures uiteen worden gezet in een nieuw artikel 23.b van het reglement van orde van de Bank;

OVERWEGENDE dat binnen het kader dat door bovenstaande regels wordt gevormd, het vaststellen van aanvullende procedures voor zowel schorsing als ambtshalve ontslag dient te worden gedelegeerd aan de Raad van bewind;

OVERWEGENDE dat, gelet op artikel 11, lid 2, van de statuten, voor een besluit over bovenstaande regels een gekwalificeerde meerderheid van stemmen van de Raad van gouverneurs nodig is;

OVERWEGENDE dat, teneinde de Raad van gouverneurs van de Bank te ondersteunen bij hun besluit over benoemingen van leden van de Directie, een benoemingsadviescommissie ad hoc zal worden ingesteld met als taak het geven van niet-bindende adviezen;

OVERWEGENDE dat teneinde de besluitvorming over dergelijke benoemingen te vereenvoudigen en als reactie op recente ontwikkelingen op het gebied van beste bancaire praktijken, een aantal criteria die moeten worden toegepast bij het benoemingsbesluit dienen te worden opgenomen in het reglement van orde van de Bank;

OVERWEGENDE dat een aantal technische aanpassingen nodig zijn van artikel 11, lid 3, van het reglement van orde, gericht op het bevorderen van een probleemloos functioneren van de verschillende binnen de Raad van bewind ingestelde commissies, zoals de Commissie risicobeleid,

HEBBEN HIERBIJ ALS VOLGT BESLOTEN, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen:

1.

Artikel 11, leden 3 en 4, van het reglement van orde van de Bank worden hierbij gewijzigd en twee nieuwe artikelen 23.a en 23.b worden ingevoegd in het reglement van orde van de Bank overeenkomstig het in document 16/01 bepaalde.

2.

Het gewijzigde reglement van orde treedt in werking 120 dagen na de dag waarop het besluit is genomen, of op 1 september 2016 indien die datum later valt.

3.

Het gewijzigde reglement van orde wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Namens de Raad van gouverneurs

De voorzitter

H.-J. SCHELLING

De secretaris

K. TRÖMEL


BIJLAGE

Het reglement van orde van de Europese Investeringsbank goedgekeurd op 4 december 1958 en gewijzigd op 15 januari 1973, 9 januari 1981, 15 februari 1986, 6 april 1995, 19 juni 1995, 9 juni 1997, 5 juni 2000, 7 maart 2002, 1 mei 2004, 12 mei 2010, 25 april 2012, 26 april 2013 en 20 januari 2016

HOOFDSTUK I

BOEKJAAR

Artikel 1

Het boekjaar van de Bank begint op 1 januari en eindigt op 31 december.

HOOFDSTUK II

RAAD VAN GOUVERNEURS

Artikel 2

1.   De Raad van gouverneurs wordt opgeroepen door zijn voorzitter en vergadert wanneer hij dan wel een der leden zulks noodzakelijk achten. De president van de Bank kan op eigen initiatief of op verzoek van de Raad van bewind aan de voorzitter van de Raad van gouverneurs verzoeken de raad bijeen te roepen.

2.   De Raad van gouverneurs houdt jaarlijks een jaarvergadering teneinde zich uit te spreken over het jaarverslag en het vaststellen van de algemene richtsnoeren voor de Bank.

3.   De Raad van gouverneurs kan besluiten tot goedkeuring van het jaarverslag met daarin de jaarrekeningen (bestaande uit de balans, de winst-en-verliesrekening, de rekening van de speciale sectie, de toelichting bij de jaarrekeningen, ook in geconsolideerde vorm, en alle overige informatie die noodzakelijk wordt geacht voor een juiste waardering van de financiële positie van de Bank en van haar resultaten) buiten de jaarvergadering, ook via een schriftelijke procedure.

4.   Aan de leden van de Directie kan worden verzocht aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de Raad van gouverneurs. De leden van de Raad van bewind, alsmede de leden van de Directie en van het Comité ter controle van de boekhouding wonen de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs bij.

Artikel 3

1.   De oproepen voor de vergaderingen van de Raad van gouverneurs moeten ten minste dertig dagen vóór de vergaderdatum worden verzonden.

2.   De leden van de Raad van gouverneurs moeten ten minste twintig dagen vóór de vergadering in het bezit zijn van de agenda en de daarop betrekking hebbende stukken.

3.   Iedere gouverneur kan verlangen dat er onderwerpen op de agenda van een vergadering van de raad worden geplaatst, mits het desbetreffende verzoek ten minste vijftien dagen vóór de vergadering schriftelijk bij de voorzitter van de Raad van gouverneurs wordt ingediend.

4.   Van de in de bovenstaande leden gestelde termijnen kan worden afgezien wanneer alle leden van de raad daarmee instemmen dan wel wanneer de voorzitter van de Raad van gouverneurs hiertoe in dringende gevallen op verzoek van de president van de Bank besluit.

Artikel 4

De besluiten van de Raad van gouverneurs worden genomen overeenkomstig artikel 8 van de statuten van de Europese Investeringsbank (hierna te noemen de „statuten”).

Artikel 5

1.   De voorzitter van de Raad van gouverneurs en de voorzitter van de Raad van bewind kunnen per post dan wel elektronisch oproepen tot stemming over besluiten.

2.   Een besluit wordt geacht te zijn goedgekeurd wanneer het secretariaat van de Raad van gouverneurs een voldoende aantal positieve stemmen heeft ontvangen.

3.   Stemming per post of elektronisch, eventueel via een procedure van stilzwijgende goedkeuring, is de gebruikelijke procedure bij de benoeming van de leden van de Raad van bewind, de Directie en het Comité ter controle van de boekhouding.

4.   Behalve via procedures waarbij eenparigheid van stemmen of een gekwalificeerde meerderheid vereist is, kan de Raad van gouverneurs op voorstel van de Raad van bewind besluiten nemen via een procedure van stilzwijgende goedkeuring. Voor de procedure van stilzwijgende goedkeuring geldt dat een besluit geacht wordt te zijn genomen binnen zes weken na kennisgeving ervan, tenzij de helft van de leden van de raad dan wel een aantal leden dat ten minste de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt, heeft bekendgemaakt niet akkoord te gaan.

Iedere gouverneur kan verlangen dat de procedure van stilzwijgende goedkeuring wordt gestaakt.

Artikel 6

Een gouverneur kan slechts van één van zijn collega's schriftelijk volmacht krijgen om hem op een vergadering van de Raad van gouverneurs te vertegenwoordigen en in zijn plaats te stemmen.

Artikel 7

1.   Het voorzitterschap wordt door ieder lid van de raad bij toerbeurt uitgeoefend, overeenkomstig de protocollaire volgorde van de lidstaten zoals vastgesteld door de Raad van de Europese Unie.

2.   De periode gedurende welke een der leden van de raad het voorzitterschap uitoefent, eindigt aan het einde van de dag van de jaarvergadering, of van de dag waarop de jaarrekeningen van het voorgaande boekjaar zijn goedgekeurd indien die datum later valt. De zittingsperiode van de nieuwe voorzitter gaat in op de volgende dag.

Artikel 8

Van de besprekingen van de Raad van gouverneurs worden notulen gemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.

Artikel 9

leder lid van de Raad van gouverneurs heeft het recht zich van een der officiële talen van de Unie te bedienen en kan verlangen dat een document dat door de raad wordt besproken, in de door hem gewenste taal is opgesteld.

Artikel 10

De correspondentie bestemd voor de Raad van gouverneurs dient aan het secretariaat van de Raad van gouverneurs te worden gericht, dat is gehuisvest in de hoofdvestiging van de Bank.

HOOFDSTUK III

RAAD VAN BEWIND

Artikel 11

1.   De Raad van bewind vergadert ten minste zesmaal per jaar en stelt bij iedere vergadering de datum van de volgende zitting vast.

2.   Bovendien roept de voorzitter de Raad van bewind bijeen wanneer een derde van de stemgerechtigde leden dit verlangt of wanneer de voorzitter dit noodzakelijk acht.

3.   In het kader van de bevoegdheden van de raad en ingevolge artikel 18 van dit reglement wordt binnen de Raad van bewind een Commissie personeelsbezoldiging en begroting ingesteld die belast wordt met vooraf bepaalde onderwerpen waarover zij aan de Raad van bewind niet-bindende adviezen uitbrengt ter vereenvoudiging van de besluitvormingsprocedure.

In het kader van de bevoegdheden van de raad en ingevolge artikel 18 van dit reglement kan de Raad van bewind besluiten tot de instelling van een Commissie risicobeleid en een Commissie kapitaalparticipatiebeleid. Bij instelling van de commissies worden de leden van de commissies benoemd en de werkwijze vastgesteld. Deze commissies kunnen in voorkomende gevallen gezamenlijk vergaderen en het Comité ter controle van de boekhouding voor een vergadering uitnodigen. Deze commissies doen aanbevelingen en brengen niet-bindende regels uit aan de Raad van bewind, gericht op de vereenvoudiging van de besluitvormingsprocedure.

De in dit lid bedoelde commissies bestaan uit een aantal bewindvoerders dan wel hun plaatsvervangers.

De president oefent het voorzitterschap uit van bovengenoemde commissies en is bevoegd dit voorzitterschap te delegeren aan een lid van de Raad van bewind of aan een vicepresident. De secretaris-generaal vervult het secretariaat van bovengenoemde commissies.

4.   Er wordt een Commissie ethiek en compliance ingesteld, die bestaat uit de vier bewindvoerders met de meeste anciënniteit die zich hiervoor vrijwillig beschikbaar stellen alsmede uit de voorzitter van het Comité ter controle van de boekhouding. De commissie wordt voorgezeten door de bewindvoerder met de meeste anciënniteit. De periode gedurende welke het voorzitterschap van de commissie wordt uitgeoefend is drie jaar en wordt verlengd overeenkomstig de regels voor de werkwijze van de commissie. De Commissie ethiek en compliance:

spreekt zich uit over mogelijke gevallen van belangenverstrengeling van een lid of voormalig lid van de Raad van bewind of de Directie en, ingevolge een vrijwillig verzoek daartoe, over mogelijke belangenverstrengeling van een lid van het Comité ter controle van de boekhouding;

geeft adviezen over ethische zaken betreffende een lid van de Raad van bewind of van de Directie;

oefent alle overige in dit reglement genoemde bevoegdheden uit.

Zij past de juridische maatregelen toe die door de Raad van gouverneurs zijn getroffen ter zake van onverenigbaarheid van functies. De commissie informeert de Raad van bewind en de Raad van gouverneurs over de getroffen besluiten.

De Chief compliance officer neemt zonder stemrecht deel aan de vergaderingen van de commissie.

De inspecteur-generaal neemt zonder stemrecht deel aan de vergaderingen van de commissie wanneer aan fraude gerelateerde onderwerpen worden besproken, zoals onderwerpen die betrekking hebben op het geldende antifraudebeleid van de EIB.

De Raad van gouverneurs stelt de regels voor de werkwijze van de Commissie ethiek en compliance vast.

Artikel 12

1.   De oproepen voor de vergaderingen van de Raad van bewind worden als regel ten minste vijftien dagen vóór de vergaderdatum verzonden, met opgave van de agenda.

2.   De leden van de Raad van bewind dienen ten minste tien werkdagen vóór de vergadering inzage in de documenten te hebben. De Bank kan hierbij gebruikmaken van elektronische post.

3.   Ieder lid van de Raad van bewind kan verlangen dat er onderwerpen aan de agenda van een vergadering van de raad worden toegevoegd, mits dit verzoek ten minste vijf dagen vóór de zitting schriftelijk bij de voorzitter van de Raad van bewind wordt ingediend.

4.   In dringende gevallen kan de voorzitter de raad onverwijld bijeenroepen. Hij kan ook per post of elektronisch oproepen tot het nemen van een besluit. Daarnaast kan de voorzitter onder door de Raad van bewind vastgestelde voorwaarden gebruikmaken van de procedure van stilzwijgende goedkeuring.

Artikel 13

Ieder lid van de Raad van bewind heeft het recht zich van een der officiële talen van de Unie te bedienen en kan verlangen dat een document dat door de raad wordt besproken, in de door hem gewenste taal is opgesteld.

Artikel 14

1.   Plaatsvervangers kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van bewind. Voor zover plaatsvervangers door één staat, in onderling overleg door meerdere staten of door de Commissie zijn aangewezen, kunnen zij de bewindvoerders vervangen die respectievelijk door deze staat, een van voornoemde meerdere staten of door de Commissie werden aangewezen. Plaatsvervangers hebben geen stemrecht, tenzij zij een of meer bewindvoerders vervangen of in dit verband een stem aan hen is gedelegeerd ingevolge de bepalingen van lid 5 van dit artikel.

2.   In de gevallen waarin artikel 9, lid 2, van de statuten bepaalt dat een staat één bewindvoerder en twee plaatsvervangers aanwijst, bepaalt de bewindvoerder in kwestie wie van zijn plaatsvervangers hem in geval van verhindering bij voorrang vervangt; in andere gevallen zijn de in het volgende lid vermelde regels van toepassing.

3.   In de gevallen waarin artikel 9, lid 2, van de statuten bepaalt dat meerdere lidstaten enerzijds ieder een bewindvoerder en anderzijds gezamenlijk meerdere plaatsvervangers aanwijzen, wordt bij de vaststelling welke plaatsvervanger een bewindvoerder in geval van verhindering zal vervangen de onderstaande volgorde gehanteerd ingeval er geen sprake is van een expliciete delegatie:

a)

degene die als plaatsvervanger is genoemd bij de aanwijzing of benoeming van de plaatsvervangers;

b)

degene met de meeste anciënniteit;

c)

de oudste in leeftijd.

4.   Bij functiebeëindiging of overlijden van een bewindvoerder wordt diens plaats ingenomen door de plaatsvervanger die overeenkomstig de in de punten a), b) en c) van het voorgaande lid genoemde regels als waarnemer van de bewindvoerder optreedt, totdat door de Raad van gouverneurs een nieuwe bewindvoerder is benoemd.

5.   Indien een bewindvoerder bij verhindering niet door een plaatsvervanger kan worden vervangen, kan hij een ander lid van de Raad van bewind schriftelijk volmacht verlenen in zijn plaats te stemmen.

6.   Een lid van de Raad van bewind kan niet beschikken over meer dan twee stemmen.

Artikel 15

1.   Het quorum bedoeld in artikel 10, lid 2, van de statuten wordt vastgesteld op achttien stemmen van aanwezige stemgerechtigde leden.

2.   De besluiten van de Raad van bewind worden genomen ingevolge artikel 10, lid 2, van de statuten.

3.   Onder de in artikel 19, leden 5 en 6, van de statuten bedoelde eenparigheid van stemmen wordt verstaan het totale aantal positieve stemmen van aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden.

Artikel 16

1.   Ingevolge artikel 9, lid 2, vierde alinea, van de statuten coöpteert de Raad van bewind zes deskundigen zonder stemrecht: drie als volwaardig lid en drie als plaatsvervanger.

2.   De president draagt de kandidaat-leden en de kandidaat-plaatsvervangers voor bij de Raad van bewind, voor een periode die afloopt aan het einde van het mandaat van de bewindvoerders.

3.   Deze kandidaten zijn personen met aantoonbare kwalificaties en ervaring op een terrein dat van belang is voor de activiteiten van de Bank.

4.   De Raad van bewind verleent goedkeuring aan de voordracht van de voorzitter onder de voorwaarden genoemd in artikel 10, lid 2, eerste zin, van de statuten.

5.   De gecoöpteerde deskundigen hebben dezelfde rechten als de niet-stemgerechtigde leden van de Raad van bewind en zijn onderworpen aan dezelfde verplichtingen.

Artikel 17

Van de besprekingen van de Raad van bewind worden notulen gemaakt, die worden ondertekend door de voorzitter van de desbetreffende vergadering en van de vergadering waarin deze worden goedgekeurd, alsmede door de secretaris van de vergadering.

Artikel 18

1.   Ingevolge artikel 9, lid 1, van de statuten beschikt de Raad van bewind over de volgende bevoegdheden:

de raad stelt, op voorstel van de Directie, de algemene voorwaarden vast welke voor de Bank gelden bij het verstrekken van kredieten en garanties en het aangaan van leningen, met name door vaststelling van de criteria voor de hoogte van de rentevoeten, provisies en overige verplichtingen;

de raad neemt, op voorstel van de Directie, de besluiten inzake het algemene beleid dat ten grondslag ligt aan het bestuur van de Bank;

de raad ziet erop toe dat het beleid en de activiteiten van de EIB-groep goed op elkaar zijn afgestemd;

de raad verleent zijn goedkeuring aan de door de Directie voorgestelde financierings- en garantieactiveiten;

de raad verleent de Directie toestemming om in het kader van door de raad vastgestelde globale programma's middelen op te nemen en de daarmee samenhangende treasury- en derivatenactiviteiten uit te voeren;

de raad houdt toezicht op het financieel evenwicht en het risicobeheer van de Bank;

de raad spreekt zich uit over de door de Directie gepresenteerde fundamentele beheersdocumenten van de Bank, met name het Activiteitenplan, de jaarlijkse begroting en de jaarrekeningen in geconsolideerde en niet-geconsolideerde vorm en, indien van toepassing, over de uitvoering hiervan;

de raad onderwerpt alle aan de Raad van gouverneurs voor te leggen voorstellen van de Directie aan een analyse;

de raad hecht zijn goedkeuring aan de bijzondere bepalingen van de Bank inzake de toegang tot documenten;

de raad stelt vast welke bepalingen van toepassing zijn op de gecoöpteerde deskundigen;

de raad hecht, na raadpleging van het Comité ter controle van de boekhouding, zijn goedkeuring aan de grondslagen voor verslaglegging die worden gehanteerd bij het opstellen van de jaarrekeningen van de Bank.

2.   In algemene zin is de Raad van bewind verantwoordelijk voor het goede bestuur van de Bank en ziet hij toe op de naleving van het Verdrag, de statuten, de richtsnoeren van de Raad van gouverneurs en de andere teksten die betrekking hebben op de activiteit van de Bank in het kader van de haar ingevolge het Verdrag toevertrouwde missie. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden kan de Raad van bewind de Directie verzoeken met initiatieven en voorstellen te komen.

3.   De raad kan, op basis van een bij gekwalificeerde meerderheid genomen besluit, een aantal van zijn bevoegdheden delegeren aan de Directie. Hij stelt vast onder welke voorwaarden deze delegatie plaatsvindt en ziet toe op de tenuitvoerlegging hiervan.

4.   De Raad van bewind oefent alle overige in de statuten genoemde mandaten uit en draagt aan de Directie, in het kader van de door hem vastgestelde regels en besluiten, de hiermee samenhangende uitvoeringsbevoegdheden over, met dien verstande dat de Directie, ingevolge artikel 11, lid 3, van de statuten, verantwoording draagt voor de lopende zaken van de Bank, onder leiding van de president en onder toezicht van de Raad van bewind.

Artikel 19

1.   De leden van de Raad van bewind hebben recht op vergoeding van hun reis- en verblijfkosten in verband met hun deelname aan de vergaderingen van de Raad van bewind.

2.   De Raad van gouverneurs stelt het bedrag van het presentiegeld van de bewindvoerders en de plaatsvervangers vast.

HOOFDSTUK IV

DIRECTIE

Artikel 20

1.   De Directie is het permanente vertegenwoordigende en besluitvormingsorgaan van de Bank, met inachtneming van het in de statuten bepaalde.

2.   Zij komt bijeen wanneer het beheer van de Bank dit noodzakelijk maakt.

Artikel 21

1.   Willen de besluiten en standpunten van de Directie rechtsgeldig zijn, dan dienen deze te zijn geformuleerd in aanwezigheid van ten minste vijf van haar leden.

2.   De president oefent het voorzitterschap uit van de Raad van bewind, van de in artikel 11, lid 3, van dit reglement ingestelde commissies en van de Directie. In geval van verhindering, ziekte of een belangenconflict wordt de president vervangen door de vicepresident met de meeste anciënniteit. Bij gelijke anciënniteit wordt de president vervangen door de in leeftijd oudste vicepresident.

3.   Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van de door de aanwezige leden uitgebrachte stemmen. Ieder lid van de Directie beschikt hierbij over één stem. Bij staking van stemmen in de Directie is de stem van de president doorslaggevend.

4.   De Directie kan het treffen van beheers- of bestuursmaatregelen delegeren aan de president of aan een of meer vicepresidenten, zulks onder de bij het delegatiebesluit vastgestelde voorwaarden. De Directie wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van alle aldus genomen besluiten.

In gevallen dat het door omstandigheden niet mogelijk is om ter vergadering een besluit te nemen, kan de Directie het treffen van andere maatregelen dan bovengenoemd delegeren aan de president en aan een of meer vicepresidenten gezamenlijk, zulks onder de bij het delegatiebesluit vastgestelde voorwaarden. De Directie wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van alle aldus genomen besluiten.

5.   De Directie kan besluiten doen nemen door middel van stemming per post of elektronisch. De Directie kan eveneens gebruikmaken van de procedure van stilzwijgende goedkeuring of, in uitzonderlijke gevallen, onder door haar vastgestelde condities, gebruikmaken van teleconferencing.

Artikel 22

De besprekingen van de Directie worden door de secretaris samengevat in notulen, die worden goedgekeurd door de Directie en ondertekend door de president van de Bank en de secretaris-generaal.

Artikel 23

1.   Ingevolge artikel 11, leden 3 en 7, van de statuten is de Directie bevoegd tot de vaststelling en tenuitvoerlegging van de bestuurlijke regels met betrekking tot de organisatie en het functioneren van de diensten van de Bank, met inbegrip van het personeelsbeleid, de bestuurlijke bepalingen die op het personeel van toepassing zijn en de hiermee samenhangende rechten en plichten, zulks onverminderd de geldende personele regelingen. De Directie stelt de Raad van bewind hiervan in kennis.

2.   Onder dezelfde voorwaarden is de Directie eveneens bevoegd overeenkomsten af te sluiten met het personeel van de Bank.

3.   In het kader van het voorgaande is de president ingevolge artikel 11, lid 7, van de statuten bevoegd besluiten te nemen over alle individuele personele vraagstukken, geschillen te beslechten, te bemiddelen, akkoorden te sluiten en, in algemene zin, alles te doen wat voor de Bank nuttig of noodzakelijk is.

Artikel 23.a

1.   Leden van de Directie zijn onafhankelijke, deskundige personen die ervaring hebben met financiële en bancaire zaken en/of met zaken die de Europese Unie betreffen. Te allen tijde:

zijn zij zeer integer en hebben zij een uitstekende reputatie;

beschikken zij over voldoende kennis, vakbekwaamheid en deskundigheid voor het uitvoeren van hun taken.

Bij de samenstelling van de Directie als geheel dient te worden gestreefd naar een breed scala aan deskundigheid alsmede naar genderdiversiteit.

2.   Er wordt een Benoemingsadviescommissie ingesteld die, voordat de Raad van gouverneurs overgaat tot de benoemingen als bedoeld in artikel 11, lid 1, van de statuten, een niet-bindend advies geeft over de geschiktheid van kandidaten voor het uitvoeren van de taken van een lid van de Directie in het licht van de criteria als vermeld in het vorige lid en nader omschreven in de regels voor de werkwijze van deze commissie.

De commissie bestaat uit vijf leden van buiten de Bank, benoemd door de Raad van gouverneurs op voordracht van de president, die onafhankelijk, deskundig en zeer integer zijn en een uitstekende reputatie hebben. Leden van de commissie beschikken over relevante professionele ervaring, in het bijzonder bancaire deskundigheid, waaronder deskundigheid over bancair toezicht en/of financiële zaken in de particuliere of publieke sector en/of gedegen kennis van zaken die de Europese Unie betreffen. Bij de samenstelling van de commissie als geheel dient te worden gestreefd naar een breed scala aan deskundigheid alsmede naar genderdiversiteit. Leden van de commissie worden benoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar en kunnen eenmaal worden herbenoemd.

De Bank organiseert het secretariaat van de commissie. De Raad van gouverneurs stelt de regels vast voor de werkwijze van de commissie.

Artikel 23.b

1.   Ingeval van (gesteld) ernstig wangedrag van een lid van de Directie, hetzij door een ernstige tekortkoming bij het nakomen van zijn/haar professionele verplichtingen, een schending van de wet of een ander gebeurtenis die de reputatie van de Bank ernstig kan schaden en/of tot gevolg heeft dat het desbetreffende lid niet langer in staat is zijn/haar taken naar behoren uit te voeren, kan de president, met instemming van de voorzitter van de Raad van gouverneurs, het desbetreffende lid van de Directie schorsen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel 23.b.

In gevallen die de president betreffen, kan de voorzitter van de Raad van gouverneurs overgaan tot schorsing van de president.

2.   Een besluit tot schorsing:

wordt genomen na raadpleging van de Commissie ethiek en compliance en na ontvangst van eventuele bevindingen ter zake van het desbetreffende lid van de Directie;

wordt onverwijld medegedeeld aan de Raad van bewind en de Raad van gouverneurs;

geldt voor een periode die is beperkt tot drie maanden; gedurende deze periode neemt de Raad van gouverneurs een besluit, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, over bekrachtiging van de schorsing voor een aanvullende periode van ten hoogste negen maanden. Hiertoe ontvangt de Raad van gouverneurs een advies van de Commissie ethiek en compliance en de bevindingen ter zake van het desbetreffende lid van de Directie. De Raad van gouverneurs zal worden gevraagd te stemmen voor het einde van de schorsingsperiode van drie maanden, waarna de stemming zal worden gesloten.

3.   Indien de Raad van gouverneurs binnen drie maanden besluit de schorsing te bekrachtigen voor een aanvullende periode, dan wordt het desbetreffende lid van de Directie geschorst tot het einde van deze aanvullende schorsingsperiode tenzij:

de Raad van gouverneurs, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluit het desbetreffende lid van de Directie in zijn functie te herstellen;

de Raad van gouverneurs, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluit tot ambtshalve ontslag ingevolge artikel 11, lid 2, van de statuten.

4.   Indien de Raad van gouverneurs niet binnen drie maanden besluit de schorsing te bekrachtigen voor een aanvullende periode, dan wordt het desbetreffende lid van de Directie automatisch in zijn/haar functie hersteld.

5.   Na afloop van de schorsingsperiode wordt het desbetreffende lid van de Directie automatisch in zijn/haar functie hersteld, tenzij op hem/haar een besluit tot ambtshalve ontslag van toepassing is ingevolge artikel 11, lid 2, van de statuten.

6.   Ingeval van een procedure tot ambtshalve ontslag ingevolge artikel 11, lid 2, van de statuten, wordt de Commissie ethiek en compliance geraadpleegd. Het advies van de Commissie ethiek en compliance wordt overgebracht aan de Raad van bewind samen met de bevindingen ter zake van het desbetreffende lid van de Directie.

7.   De Raad van bewind legt de bijzonderheden vast van de schorsingsprocedure en van de procedure tot ambtshalve ontslag.

HOOFDSTUK V

COMITÉ TER CONTROLE VAN DE BOEKHOUDING

Artikel 24

1.   Ingevolge het bepaalde in artikel 12 van de statuten onderzoekt een Comité ter controle van de boekhouding (hierna te noemen het „comité”) jaarlijks de regelmatigheid van de verrichtingen en van de boeken van de Bank.

2.   Het is belast met de controle van de rekeningen van de Bank.

3.   Het gaat na of de verrichtingen van de Bank in overeenstemming zijn met de voor haar relevante beste bancaire praktijken.

Artikel 25

1.   Het comité vergadert ten minste eenmaal per jaar met de Directie voor de bespreking van de resultaten van zijn werkzaamheden in het voorgaande boekjaar en van zijn werkplan voor het lopende boekjaar.

2.   Na de afsluiting van ieder boekjaar, uiterlijk twee weken vóór de indiening bij de Raad van gouverneurs, moet het comité het ontwerpjaarverslag van de Raad van bewind, met inbegrip van de ontwerpjaarrekeningen, hebben ontvangen.

3.   Uiterlijk drie weken na ontvangst van deze documenten moet het comité na uitvoering van de noodzakelijk geachte werkzaamheden, na van de Directie zekerheid te hebben verkregen met betrekking tot de doelmatigheid van de interne controlestructuur, het risicobeheer en de interne administratie, en na het verslag van de externe accountants aan een onderzoek te hebben onderworpen, een verklaring aan de president van de Bank doen toekomen waarin het bevestigt dat het, naar beste weten en kunnen, heeft vastgesteld:

dat de verrichtingen van de Bank op adequate wijze zijn uitgevoerd, met name op het gebied van risicobeheer en toezicht;

dat het de regelmatigheid van de verrichtingen en van de boeken van de Bank heeft gecontroleerd en heeft geconstateerd dat de verrichtingen van de Bank overeenkomstig de in de statuten en in het reglement van orde vastgestelde voorschriften en procedures hebben plaatsgevonden;

dat de jaarrekeningen, alsmede alle overige financiële gegevens die zijn vervat in de door de Raad van bewind opgestelde jaarrekeningen, zowel aan de actief- als aan de passiefzijde een trouwe weergave zijn van de financiële situatie van de Bank, alsmede van haar resultaten en kasstroom over het desbetreffende boekjaar. Dezelfde vaststelling doet het comité ten aanzien van de geconsolideerde jaarrekeningen.

4.   Indien het comité zich niet in staat acht het bovenstaande te bevestigen, zal het de president van de Bank hiervan eveneens binnen bovenstaande termijn in kennis stellen, met opgave van de redenen.

5.   De Raad van gouverneurs ontvangt de verklaring van het comité als bijlage bij het jaarverslag van de Raad van bewind.

6.   Het comité legt de Raad van gouverneurs een uitvoerig verslag voor van de resultaten van zijn werkzaamheden in de loop van het voorgaande boekjaar, met inbegrip van de bevindingen van het onderzoek of de verrichtingen van de Bank in overeenstemming zijn met de voor haar relevante beste bancaire praktijken. De leden van de Raad van bewind en van de Directie ontvangen een afschrift van dit verslag. Het verslag van het comité wordt tezamen met het jaarverslag van de Raad van bewind aan de Raad van gouverneurs gezonden.

Artikel 26

1.   Het comité heeft toegang tot alle boeken en boekhoudkundige bescheiden van de Bank en het kan verzoeken om inzage in alle andere documenten waarvan het kennisneming voor de uitoefening van zijn mandaat noodzakelijk acht. Het kan daarbij rekenen op de medewerking van de diensten van de Bank.

2.   Het comité kan eveneens een beroep doen op externe accountants die het na overleg met de Directie aanwijst en aan wie het lopende werkzaamheden inzake de controle van de jaarrekeningen van de Bank kan delegeren. Daartoe onderzoekt het jaarlijks de aard en reikwijdte van de voorgestelde externe controle en de toe te passen controleprocedures. Het onderzoekt tevens de resultaten en conclusies van bedoelde controle, met inbegrip van eventuele opmerkingen of aanbevelingen. Het contract met de externe accountants wordt zo spoedig mogelijk door de Bank ondertekend, met inachtneming van de door het comité vastgestelde voorwaarden.

3.   Het comité onderzoekt tevens jaarlijks het werkplan, de reikwijdte en de resultaten van de interne accountants van de Bank.

4.   Het draagt zorg voor een adequate coördinatie tussen de interne en externe accountants. Zo nodig kan het comité ook andere deskundigen inschakelen.

5.   Het comité kan uitsluitend rechtsgeldig besluiten nemen indien de meerderheid van zijn leden aanwezig is. Met uitzondering van de verklaring en het verslag als bedoeld in artikel 25 van dit reglement, die met eenparigheid van stemmen dienen te worden vastgesteld, is voor ieder ander besluit van het comité de instemming van de meerderheid van zijn leden vereist. Bij staking van stemmen in het comité is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

6.   De voorzitter van het comité kan verzoeken per post of elektronisch over besluiten te stemmen.

7.   Het comité stelt zelf alle overige regels voor zijn werkwijze vast.

8.   De leden van het comité zijn gehouden de informatie en gegevens die zij in het kader van de uitoefening van hun mandaat hebben verkregen, niet aan personen of instellingen buiten de Bank bekend te maken. Deze verplichting geldt eveneens voor de door het comité ingevolge lid 2 van dit artikel aangewezen externe accountants.

Artikel 27

1.   De leden van het comité worden door de Raad van gouverneurs benoemd. Zij hebben een mandaat van zes opeenvolgende boekjaren, dat niet kan worden verlengd. Jaarlijks wordt één der leden van het comité herbenoemd.

2.   De leden van het comité worden gekozen op grond van hun onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. Zij beschikken over ervaring op het gebied van financiën, controle of bancair toezicht in de particuliere of publieke sector en bestrijken gezamenlijk alle vereiste deskundigheden.

3.   De zittingsperiode van de leden van het comité eindigt aan het einde van de dag van de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs als bedoeld in artikel 2, lid 2, van dit reglement, of van de dag waarop de jaarrekeningen zijn goedgekeurd indien die datum later valt. De zittingsperiode van de nieuwe leden gaat in op de volgende dag.

4.   Ingeval de Raad van gouverneurs van oordeel is dat één der leden van het comité niet meer in staat is zijn mandaat uit te oefenen, kan hij dit lid met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ambtshalve ontslaan.

5.   Het voorzitterschap van het comité wordt bij toerbeurt voor een jaar uitgeoefend door het lid wiens mandaat eindigt aan het einde van de dag van de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs als bedoeld in artikel 2, lid 2, van dit reglement, of van de dag waarop de jaarrekeningen zijn goedgekeurd indien die datum later valt.

6.   De Raad van gouverneurs kan, op gezamenlijk voorstel van de president van de Bank en de voorzitter van het comité ter controle van de boekhouding, ten hoogste drie waarnemers benoemen voor een niet-verlengbaar mandaat van zes jaar. Zij worden benoemd op basis van hun specifieke kwalificaties, in het bijzonder op het gebied van bancair toezicht. Zij leveren een bijdrage aan de werkzaamheden van het comité en ondersteunen het aldus bij de uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden. De leden van het comité kunnen de waarnemers bepaalde specifieke taken toebedelen, in het bijzonder voorbereidend onderzoek ten behoeve van de vergaderingen van het comité.

Artikel 28

Indien een vacature ontstaat door overlijden, vrijwillig of ambtshalve ontslag dan wel om een andere reden, draagt de Raad van gouverneurs binnen ten hoogste drie maanden zorg voor de benoeming van een vervanger voor de verdere duur van het nog lopende mandaat.

Artikel 29

De Raad van gouverneurs stelt de aan de leden en waarnemers van het comité te verlenen vergoeding vast. De reis- en verblijfkosten die voortvloeien uit de uitoefening van hun mandaat worden vergoed volgens de regels die gelden voor de leden van de Raad van bewind.

HOOFDSTUK VI

SECRETARIAAT

Artikel 30

De secretaris-generaal van de Bank vervult het secretariaat van de Raad van gouverneurs, de Raad van bewind, de Directie en het Comité ter controle van de boekhouding. Hij vervult tevens het secretariaat van de binnen de Raad van bewind ingestelde commissies, evenals dat van de in het kader van de mandaten van de Europese Unie of andere instellingen in het leven geroepen entiteiten indien is bepaald dat de Bank het secretariaat hiervan vervult.

HOOFDSTUK VII

PERSONEEL VAN DE BANK

Artikel 31

De regelingen voor het personeel van de Bank worden door de Raad van bewind vastgesteld. De Directie stelt de uitvoeringsbepalingen van deze regelingen vast ingevolge artikel 23 van dit reglement.

Artikel 32

1.   In geval van liquidatie van de Bank ziet de Raad van gouverneurs toe op de bescherming van de rechten van het personeel van de Bank.

2.   In dringende gevallen treft de Directie zo spoedig mogelijk de door haar noodzakelijk geachte maatregelen, waarover zij zo spoedig mogelijk de Raad van bewind informeert.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALING

Artikel 33

1.   Dit reglement van orde treedt, met inbegrip van de hierin aangebrachte wijzigingen, in werking op de dag waarop het is goedgekeurd.

2.   De bepalingen van dit reglement van orde laten onverlet de regels van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en van de statuten van de Bank.