30.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 116/37


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/678 VAN DE COMMISSIE

van 29 april 2016

ingevolge artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende een in de handel gebracht mottenwerend product bestaande uit gedroogde lavendelbloesems in een kussentje

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 3, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 28 mei 2015 heeft Duitsland krachtens artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 de Commissie verzocht te besluiten of een in de handel gebracht mottenwerend product bestaande uit gedroogde lavendelbloesems in een kussentje een biocide dan wel een behandeld voorwerp is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a) of l), van die verordening.

(2)

Volgens overeengekomen richtsnoeren van de Unie (2) worden hele levende of onbewerkte dode organismen (bv. gist, gevriesdroogde bacteriën) of delen daarvan (bv. lichaamsdelen, bloed, takken, bladeren, bloemen enz.) niet als stoffen, mengsels of voorwerpen in de zin van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) beschouwd. Gedroogde lavendelbloesems worden daarom niet als een stof, mengsel of voorwerp in de zin van die verordening beschouwd en worden daarom noch als een biocide, noch als een behandeld voorwerp overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 beschouwd.

(3)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Een product bestaande uit gedroogde lavendelbloesems in een kussentje is noch een biocide, noch een behandeld voorwerp in de zin van artikel 3, lid 1, onder a) en l), van Verordening (EU) nr. 528/2012.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Guidance for Annex V Exemptions from the obligation to register (blz. 19), beschikbaar op http://echa.europa.eu/documents/10162/13632/annex_v_en.pdf

(3)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).