|
5.3.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 60/90 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/321 VAN DE COMMISSIE
van 3 maart 2016
tot aanpassing van het geografische toepassingsgebied van de vergunning voor de teelt van genetisch gemodificeerde mais (Zea mays L.) MON 810 (MON-ØØ81Ø-6)
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1231)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (1), en met name artikel 26 quater, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor de teelt van genetisch gemodificeerde mais MON 810 is aanvankelijk uit hoofde van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (2) een vergunning verleend bij Beschikking 98/294/EG van de Commissie (3). Op 3 augustus 1998 heeft Frankrijk toestemming gegeven aan Monsanto Europe nv (hierna „Monsanto” genoemd) voor het in de handel brengen van MON 810-maisproducten. |
|
(2) |
In juli 2004 heeft Monsanto MON 810-maiszaden aangemeld als „bestaande producten” overeenkomstig de overgangsbepalingen zoals vastgelegd in artikel 20, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (4). Bijgevolg konden zij verder in de handel worden gebracht op grond van het stelsel van „bestaande producten” van Verordening (EG) nr. 1829/2003. |
|
(3) |
In april 2007 heeft Monsanto overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een verlenging van de vergunning voor de teelt van mais MON 810 aangevraagd. Overeenkomstig artikel 23, lid 4, van die verordening wordt de geldigheidsduur van de vergunning automatisch verlengd tot het moment waarop een besluit is genomen. |
|
(4) |
Bij Richtlijn (EU) 2015/412 van het Europees Parlement en de Raad (5) is voor de lidstaten de mogelijkheid ingevoerd om te eisen dat het geografische toepassingsgebied van een reeds verleende vergunning voor de teelt wordt aangepast zodat het gehele of een gedeelte van het grondgebied van die lidstaat wordt uitgesloten van de teelt. Dergelijke eisen moesten worden ingediend in de periode van 2 april 2015 tot en met 3 oktober 2015. |
|
(5) |
Negentien lidstaten eisten overeenkomstig artikel 26 quater van Richtlijn 2001/18/EG dat de teelt van MON 810 op hun gehele grondgebied of een deel daarvan zou worden verboden. Deze eisen zijn door de Commissie ontvangen vóór 3 oktober 2015: op 3 juli 2015 van Letland; op 27 juli 2015 van Griekenland; op 15 september 2015 van Frankrijk; op 17 september 2015 van Kroatië; op 18 september 2015 van Oostenrijk; op 21 september 2015 van Hongarije; op 23 september 2015 van Nederland en België; op 24 september 2015 van Polen; op 25 september 2015 van Litouwen en het Verenigd Koninkrijk; op 30 september 2015 van Bulgarije, Duitsland en Cyprus; op 1 oktober 2015 van Denemarken en Italië; en op 2 oktober 2015 van Luxemburg, Malta en Slovenië. |
|
(6) |
Alle door de Commissie ontvangen eisen betreffen het gehele grondgebied van de betrokken lidstaten, behalve voor België, dat een eis indiende die enkel het grondgebied van Wallonië betrof, en voor het Verenigd Koninkrijk, dat een eis indiende die enkel de grondgebieden van Noord-Ierland, Schotland en Wales betrof. De eis van Duitsland heeft geen betrekking op de teelt voor onderzoeksdoeleinden. |
|
(7) |
De Commissie heeft de eisen van de betrokken lidstaten voorgelegd aan Monsanto. Monsanto heeft tegen geen enkele van deze eisen bezwaren gemaakt binnen de overeenkomstig artikel 26 quater, lid 3, van Richtlijn 2001/18/EG gestelde termijn van dertig dagen en heeft zodoende het geografische toepassingsgebied van de vergunning voor de teelt van mais MON 810 niet bevestigd. Overeenkomstig artikel 26 quater, lid 3, van die richtlijn moet het geografische toepassingsgebied van de voor MON 810-maiszaden verleende teeltvergunning daarom worden aangepast aan de eisen van de betrokken lidstaten, zonder de in artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde procedure toe te passen. |
|
(8) |
Dit besluit doet geen afbreuk aan het te nemen besluit over de verlenging van de vergunning overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003. |
|
(9) |
Alle relevante informatie over de vergunning van mais MON 810 moet worden opgenomen in het bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoerders, en de lidstaten zullen van dit besluit in kennis worden gesteld, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De teelt van genetisch gemodificeerde mais (Zea mays L.) MON 810 is verboden in de grondgebieden die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
De informatie in dit besluit wordt opgenomen in het bij artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot Monsanto Europe nv, Tervurenlaan 270-272, 1150 Brussel, België.
Gedaan te Brussel, 3 maart 2016.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1.
(2) Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB L 117 van 8.5.1990, blz. 15).
(3) Beschikking 98/294/EG van de Commissie van 22 april 1998 betreffende het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde maïs (Zea mays L., lijn MON 810) overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 131 van 5.5.1998, blz. 32).
(4) Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).
(5) Richtlijn (EU) 2015/412 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om de teelt van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) op hun grondgebied te beperken of te verbieden (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 1).
BIJLAGE
GRONDGEBIEDEN WAAR DE TEELT VAN MAIS MON 810 VERBODEN IS
|
1. |
Wallonië (België) |
|
2. |
Bulgarije |
|
3. |
Denemarken |
|
4. |
Duitsland (tenzij voor onderzoeksdoeleinden) |
|
5. |
Griekenland |
|
6. |
Frankrijk |
|
7. |
Kroatië |
|
8. |
Italië |
|
9. |
Cyprus |
|
10. |
Letland |
|
11. |
Litouwen |
|
12. |
Luxemburg |
|
13. |
Hongarije |
|
14. |
Malta |
|
15. |
Nederland |
|
16. |
Oostenrijk |
|
17. |
Polen |
|
18. |
Slovenië |
|
19. |
Noord-Ierland (Verenigd Koninkrijk) |
|
20. |
Schotland (Verenigd Koninkrijk) |
|
21. |
Wales (Verenigd Koninkrijk) |