26.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 309/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2179 VAN DE COMMISSIE

van 25 november 2015

tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, met het oog op de vaststelling of een Koreaanse exporteur van die maatregelen kan worden vrijgesteld, of het antidumpingrecht ten aanzien van de invoer afkomstig van die exporteur kan worden ingetrokken en of die invoer moet worden geregistreerd

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (de basisverordening), en met name artikel 11, lid 4, artikel 13, lid 4, en artikel 14, lid 5,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   VERZOEK OM EEN NIEUW ONDERZOEK

(1)

De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen om vrijstelling van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot de invoer verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, overeenkomstig artikel 11, lid 4 en artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

(2)

Het verzoek is op 7 september 2015 ingediend door Daechang Steel Co. Ltd („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur van stalen kabels in de Republiek Korea („het betrokken land”) en betreft enkel de indiener van het verzoek.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT

(3)

Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op stalen kabels (gesloten kabels daaronder begrepen), met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea („het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81 , ex 7312 10 83 , ex 7312 10 85 , ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 (Taric-codes 7312 10 81 13, 7312 10 83 13, 7312 10 85 13, 7312 10 89 13 en 7312 10 98 13).

3.   BESTAANDE MAATREGELEN

(4)

Bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 (2) heeft de Raad antidumpingmaatregelen ingesteld op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China („de oorspronkelijke maatregelen”). Naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 (3), de oorspronkelijke maatregelen gehandhaafd. Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 (4) heeft de Raad de maatregelen uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea („de uitgebreide maatregelen”), met uitzondering van stalen kabels die worden geproduceerd door ondernemingen die uitdrukkelijk in artikel 1 van die verordening worden vermeld.

(5)

Momenteel geldt een definitief antidumpingrecht, dat naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad (5), zoals laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 493/2014 (6) van de Commissie; krachtens die verordening is onder meer de invoer in de Europese Unie van het onderzochte product verzonden uit de Republiek Korea onderworpen aan een definitief antidumpingrecht van 60,4 %, met uitzondering van het product dat wordt vervaardigd door ondernemingen die vrijstelling hebben gekregen.

4.   MOTIVERING VAN HET NIEUWE ONDERZOEK

(6)

De indiener van het verzoek heeft voorlopig bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat:

(7)

hij het onderzochte product in het onderzoektijdvak dat is gebruikt bij het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009, niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

(8)

hij geen banden heeft met de producenten-exporteurs van het onderzochte product die aan de geldende antidumpingrechten onderworpen zijn, en dat hij de maatregelen ten aanzien van stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China niet heeft ontweken, en

(9)

een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren.

5.   DE PROCEDURE

5.1.   Inleiding

(10)

Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening, teneinde vast te stellen of de indiener van het verzoek kan worden vrijgesteld van de uitgebreide maatregelen. De bekende betrokken producenten in de Unie zijn van het verzoek om een nieuw onderzoek in kennis gesteld en zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

5.2.   Intrekking van de bestaande maatregelen en registratie van de invoer

(11)

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het geldende antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van het onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Unie wordt uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd, zodat eventueel antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van registratie van deze invoer, indien uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek de maatregelen heeft ontweken. In dit stadium van het onderzoek kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

5.3.   Onderzoek naar de indiener van het verzoek

(12)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden. Ingevolge artikel 6, lid 2, van de basisverordening moet de indiener van het verzoek, tenzij anders vermeld, de ingevulde vragenlijst binnen 37 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening indienen.

5.4.   Andere schriftelijke opmerkingen

(13)

Alle belanghebbenden wordt hierbij verzocht om onder de voorwaarden van deze verordening hun standpunten kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen. Tenzij anders aangegeven, moeten deze informatie en dit bewijsmateriaal uiterlijk 37 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.

5.5.   Mogelijkheid om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord

(14)

Alle belanghebbenden kunnen een verzoek indienen om door de onderzoeksdiensten van de Commissie te worden gehoord. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om een hoorzitting over kwesties die betrekking hebben op de inleidende fase van het onderzoek, moet binnen 15 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen vermeldt.

5.6.   Instructies voor schriftelijke opmerkingen en de verzending van ingevulde vragenlijsten en correspondentie

(15)

Informatie die aan de Commissie wordt verstrekt in het kader van handelsbeschermingsonderzoeken is vrij van auteursrechten. Alvorens aan de Commissie informatie en/of gegevens te verstrekken die onderworpen zijn aan het auteursrecht van derden, moeten belanghebbenden de houder van het auteursrecht specifiek verzoeken de Commissie uitdrukkelijk toestemming te verlenen om: a) voor deze handelsbeschermingsprocedure gebruik te maken van de informatie en gegevens, en b) de informatie en/of gegevens te verstrekken aan belanghebbenden in dit onderzoek, in een vorm die hun de mogelijkheid biedt hun recht van verweer uit te oefenen.

(16)

Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie die door de belanghebbenden worden verstrekt en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (7).

(17)

Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze informatie buiten beschouwing worden gelaten.

(18)

Belanghebbenden wordt verzocht alle opmerkingen en verzoeken met inbegrip van gescande volmachten en certificaten per e-mail in te dienen, met uitzondering van uitgebreide antwoorden, die persoonlijk of per aangetekend schrijven moeten worden ingediend op een cd-rom of dvd. Door e-mail te gebruiken, stemmen belanghebbenden in met de geldende voorschriften inzake elektronisch ingediende opmerkingen, zoals bepaald in het document „CORRESPONDENCE WITH THE EUROPEAN COMMISSION IN TRADE DEFENCE CASES” (Correspondentie met de Europese Commissie in handelsbeschermingszaken) op de website van het directoraat-generaal Handel: http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2011/june/tradoc_152578.pdf Belanghebbenden moeten hun naam, adres, telefoon en een geldig e-mailadres vermelden en ervoor zorgen dat het verstrekte e-mailadres een actief, officieel en zakelijk e-mailadres is dat iedere dag wordt gecontroleerd. Zodra contactgegevens zijn verstrekt, verloopt de communicatie van de Commissie met belanghebbenden uitsluitend per e-mail, behalve indien zij er uitdrukkelijk om verzoeken alle documenten van de Commissie via een ander communicatiemiddel te ontvangen, of het document wegens de aard ervan per aangetekend schrijven moet worden verzonden. Voor nadere voorschriften en informatie over de correspondentie met de Commissie, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op per e-mail verzonden opmerkingen, moeten belanghebbenden de genoemde instructies over communicatie met belanghebbenden raadplegen.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer CHAR 04/039

1040 Brussel

BELGIË

E-mail: TRADE-SWR-R636-DUMP@ec.europa.eu

6.   NIET-MEDEWERKING

(19)

Wanneer belanghebbenden geen toegang tot de nodige gegevens verlenen, deze niet binnen de gestelde termijn verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening conclusies worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens, zowel in positieve als in negatieve zin.

(20)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, kunnen deze buiten beschouwing worden gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

(21)

Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.

(22)

Indien de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie.

7.   RAADADVISEUR-AUDITEUR

(23)

Belanghebbenden kunnen erom vragen dat de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende beleggen en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbenden hun recht van verweer ten volle kunnen uitoefenen. De raadadviseur-auditeur kan ook een hoorzitting voor belanghebbenden beleggen waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht.

(24)

Een verzoek om door de raadadviseur-auditeur te worden gehoord, moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed. Een verzoek om te worden gehoord over kwesties in verband met de initiële fase van het onderzoek, moet binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend. Daarna moet een verzoek om te worden gehoord, worden ingediend binnen de specifieke termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de partijen heeft vastgesteld.

(25)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de raadadviseur-auditeur op de website van DG Handel: http://ec.europa.eu/trade/trade-policy-and-you/contacts/hearing-officer/

8.   TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK

(26)

Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden afgesloten.

9.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(27)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (8),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 wordt een nieuw onderzoek geopend in verband met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad, zoals laatstelijk gewijzigd door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 493/2014 teneinde vast te stellen of stalen kabels (gesloten kabels daaronder begrepen), met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81 , ex 7312 10 83 , ex 7312 10 85 , ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 (Taric-codes 7312 10 81 13, 7312 10 83 13, 7312 10 85 13, 7312 10 89 13 en 7312 10 98 13), verzonden uit de Republiek Korea en geproduceerd en uitgevoerd naar de Unie door Daechang Steel Co. Ltd, moeten worden onderworpen aan het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 ingestelde antidumpingrecht.

Artikel 2

Het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012, zoals laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 493/2014, wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product.

Artikel 3

De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 de nodige maatregelen om de invoer in de Unie van de in artikel 1 van onderhavige verordening omschreven goederen te registreren.

De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 november 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad van 12 augustus 1999 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, Hongarije, India, Mexico, Polen, Zuid-Afrika en Oekraïne, tot definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige antidumpingrecht en tot beëindiging van de antidumpingprocedure in verband met deze invoer uit de Republiek Korea (PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1858/2005 van de Raad van 8 november 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, India, Zuid-Afrika en Oekraïne naar aanleiding van een herzieningsonderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 299 van 16.11.2005, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad van 26 april 2010 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de invoer van stalen kabels verzonden vanuit Maleisië (PB L 117 van 11.5.2010, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad van 27 januari 2012 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit Marokko, Moldavië en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 en tot beëindiging van de procedure van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen betreffende de invoer van stalen kabels uit Zuid-Afrika overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 36 van 9.2.2012, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 493/2014 van de Commissie van 13 mei 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels, verzonden uit onder meer de Republiek Korea en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea (PB L 139 van 14.5.2014, blz. 7).

(7)  Een „Limited”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(8)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).