29.9.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 252/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1726 VAN DE COMMISSIE

van 28 september 2015

tot goedkeuring van 2-methylisothiazol-3(2H)-on als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 13

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die moeten worden beoordeeld met het oog op de mogelijke goedkeuring voor gebruik in biociden of opname in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(2)

Die lijst omvat 2-methylisothiazol-3(2H)-on.

(3)

2-methylisothiazol-3(2H)-on is overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) beoordeeld voor gebruik in productsoort 13 (conserveringsmiddelen voor metaalbewerkingsvloeistoffen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn, die overeenstemt met productsoort 13 zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Slovenië is als beoordelende bevoegde instantie aangewezen en heeft overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening(EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (4) op 11 april 2012 het beoordelingsrapport samen met zijn aanbevelingen bij de Commissie ingediend.

(5)

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EG) nr. 1062/2014 heeft het Comité voor biociden op 2 oktober 2014 het advies van het Europees Agentschap voor chemische stoffen geformuleerd, rekening houdend met de conclusies van de beoordelende bevoegde instantie.

(6)

Volgens dat advies kan worden verwacht van biociden die voor productsoort 13 worden gebruikt en 2-methylisothiazol-3(2H)-on bevatten, dat zij aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen, mits bepaalde voorwaarden voor het gebruik ervan in acht worden genomen.

(7)

Daarom moet 2-methylisothiazol-3(2H)-on worden goedgekeurd voor gebruik in biociden voor productsoort 13 mits de in de bijlage gespecificeerde voorwaarden in acht worden genomen.

(8)

Aangezien 2-methylisothiazol-3(2H)-on voldoet aan de criteria voor indeling als huidallergeen van subcategorie 1A zoals bepaald in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (5), moeten voorwerpen die met 2-methylisothiazol-3(2H)-on zijn behandeld of die deze stof bevatten op passende wijze worden geëtiketteerd wanneer zij op de markt worden gebracht.

(9)

Er moet een redelijke periode verstrijken voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, opdat de betrokken partijen de nodige voorbereidende maatregelen kunnen nemen om aan de nieuwe eisen te voldoen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

2-methylisothiazol-3(2H)-on wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 13, mits de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 september 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(3)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(5)  Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-naam

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Bijzondere voorwaarden

2-methylisothiazol-3(2H)-on

IUPAC-naam:

2-methylisothiazol-3(2H)-on

EG-nummer: 220-239-6

CAS-nr. 2682-20-4

95 % m/m

1 oktober 2016

30 september 2026

13

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstellingen, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

Voor biociden worden aan de toelating de volgende voorwaarden verbonden:

1.

Voor beroepsmatige gebruikers moeten veilige operationele procedures en passende organisatorische maatregelen worden vastgesteld. Wanneer de blootstelling niet op andere manieren tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt, moeten bij de toepassing van de producten passende persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt.

2.

Met het oog op de risico's voor de beroepsmatige gebruikers moet het laden van de producten in metaalbewerkingsvloeistoffen semi-automatisch of automatisch verlopen, tenzij kan worden aangetoond dat de risico's op een andere manier tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt.

3.

Met het oog op de risico's voor de beroepsmatige gebruikers moet op de etiketten en op de veiligheidsinformatiebladen van de producten, indien deze voorhanden zijn, worden aangegeven dat geconserveerde metaalbewerkingsvloeistoffen in semi-automatische of automatische machines moeten worden gebruikt, tenzij kan worden aangetoond dat de risico's op een andere manier tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt.

Voor het op de markt brengen van behandelde voorwerpen geldt de volgende voorwaarde:

Degene die verantwoordelijk is voor het op de markt brengen van een voorwerp dat is behandeld met 2-methylisothiazol-3(2H)-on of dat 2-methylisothiazol-3(2H)-on bevat, ziet erop toe dat het etiket van het behandelde voorwerp de in artikel 58, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 opgesomde informatie vermeldt.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid was de minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG uitgevoerde beoordeling is gebruikt. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, voor zover bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.