14.2.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/232 VAN DE COMMISSIE

van 13 februari 2015

tot wijziging en rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof koperverbindingen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alternatief, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Koperverbindingen zijn bij Richtlijn 2009/37/EG van de Commissie (2) als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3), onder de voorwaarde dat de betrokken lidstaten ervoor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek koperverbindingen in die bijlage zijn opgenomen, nadere bevestigende informatie verstrekt over het risico van inhalering en de risicobeoordeling voor niet tot de doelsoorten behorende organismen en voor bodem en water.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De kennisgever heeft binnen de daarvoor voorziene termijn aan de als rapporteur optredende lidstaat Frankrijk aanvullende informatie verstrekt in de vorm van studies naar het risico van inhalering en de risicobeoordeling voor niet tot de doelsoorten behorende organismen en voor bodem en water.

(4)

Frankrijk heeft de door de kennisgever ingediende aanvullende informatie beoordeeld. Op 8 juni 2012 heeft Frankrijk zijn beoordeling, in de vorm van een addendum bij het ontwerpbeoordelingsverslag, aan de andere lidstaten, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overgelegd.

(5)

De Commissie heeft de EFSA geraadpleegd en die heeft haar advies over de risicobeoordeling voor koperverbindingen op 22 mei 2013 gepresenteerd (5).

(6)

De Commissie heeft de kennisgever verzocht zijn opmerkingen over het evaluatieverslag voor koperverbindingen in te dienen.

(7)

Gezien de door de kennisgever ingediende aanvullende informatie was de Commissie van mening dat de vereiste nadere bevestigende informatie niet volledig was verstrekt en dat met name de specifieke bepaling in deel A, rij 277, van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 met betrekking tot monitoringprogramma's inzake verontreiniging met koper, niet toereikend is voor een beoordeling van de risico's voor het milieu.

(8)

Er wordt bevestigd dat de werkzame stof koperverbindingen geacht moet worden krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 te zijn goedgekeurd. Om na te gaan of verdere gebruiksbeperkingen noodzakelijk zijn ter voorkoming van onaanvaardbare effecten voor het milieu, moet met name worden vereist dat de kennisgever bij de Commissie, de EFSA en de lidstaten een monitoringprogramma indient voor gebieden waar de verontreiniging van bodem en water (met inbegrip van sedimenten) met koper problematisch is of kan worden. De resultaten van dat monitoringprogramma moeten eveneens worden ingediend.

(9)

De maximumgehalten voor bepaalde zware metalen, zoals vermeld in deel A, rij 277, van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, zijn in afwijking van de desbetreffende specificaties van de FAO bij vergissing met een foutieve meeteenheid vermeld. Het maximumgehalte in de bijlage bij die uitvoeringsverordening moet daarom worden gerectificeerd.

(10)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De lidstaten moet voldoende tijd worden gegund om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die koperverbindingen bevatten, te wijzigen of in te trekken.

(12)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die koperverbindingen bevatten, moet deze periode uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aflopen.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 moeten de lidstaten indien nodig de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die koperverbindingen als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 6 september 2015 wijzigen of intrekken.

Artikel 3

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode moet zo kort mogelijk zijn en uiterlijk op 6 september 2016 aflopen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 februari 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2009/37/EG van de Commissie van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde chloormequat, koperverbindingen, propaquizafop, quizalofop-P, teflubenzuron en zèta-cypermethrin op te nemen als werkzame stoffen (PB L 104 van 24.4.2009, blz. 23).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of confirmatory data submitted for the active substance Copper (I), copper (II) variants namely copper hydroxide, copper oxychloride, tribasic copper sulfate, copper (I) oxide, Bordeaux mixture. EFSA Journal 2013;11(6):3235 [40 blz.] doi:10.2903/j.efsa.2013.3235. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu/efsajournal.htm


BIJLAGE

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt rij 277 over de werkzame stof koperverbindingen vervangen door:

Nummer

Benaming,

identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

„277

Koperverbindingen:

 

 

1 december 2009

31 januari 2018

DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als bactericide en fungicide.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die koper bevatten voor andere toepassingen dan voor tomaten in kassen, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over koperverbindingen dat op 23 januari 2009 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, die bevestigd en met passende analytische gegevens onderbouwd moet worden. Het in de toxiciteitsdossiers gebruikte testmateriaal moet worden vergeleken met deze specificatie van het technische materiaal en aan de hand daarvan worden gecontroleerd;

de veiligheid van de toedieners en werknemers, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de gebruiksvoorwaarden indien nodig de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de bescherming van in het water levende en niet tot de doelsoorten behorende organismen. Ten aanzien van deze risico's moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen, zoals bufferzones, worden toegepast;

de hoeveelheid toegediende werkzame stof, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toegelaten hoeveelheden, wat dosering en aantal toedieningen betreft, de laagste zijn waarmee het gewenste effect kan worden bereikt en geen onaanvaardbare effecten voor het milieu veroorzaken, rekening houdend met de achtergrondniveaus van koper op de plaats van toediening.

De kennisgevers moeten bij de Commissie, de EFSA en de lidstaten een monitoringprogramma indienen voor kwetsbare gebieden waar de verontreiniging van bodem en water (met inbegrip van sedimenten) met koper problematisch is of kan worden.

Dat monitoringprogramma moet uiterlijk op 31 juli 2015 worden ingediend. De tussentijdse resultaten van dat monitoringprogramma moeten uiterlijk op 31 december 2016 in de vorm van een tussentijds verslag bij de lidstaat-rapporteur, de Commissie en de EFSA worden ingediend. De eindresultaten moeten uiterlijk op 31 december 2017 worden ingediend.”

koperhydroxide

CAS-nr.: 20427-59-2

CIPAC-nr.: 44.305

koper(II)hydroxide

≥ 573 g/kg

koperoxychloride

CAS-nr.: 1332-65-6 of 1332-40-7

CIPAC-nr.: 44.602

dikoperchloridetrihydroxide

≥ 550 g/kg

koperoxide

CAS-nr.: 1317-39-1

CIPAC-nr.: 44.603

koperoxide

≥ 820 g/kg

Bordeauxse pap

CAS-nr.: 8011-63-0

CIPAC-nr.: 44.604

niet toegekend

≥ 245 g/kg

tribasisch kopersulfaat

CAS-nr.: 12527-76-3

CIPAC-nr.: 44.306

niet toegekend

≥ 490 g/kg

De volgende onzuiverheden zijn uit toxicologisch oogpunt van belang en mogen de onderstaande niveaus niet overschrijden (uitgedrukt in g/g):

 

lood: max. 0,0005 g/g (kopergehalte);

 

cadmium: max. 0,0001 g/g (kopergehalte);

 

arseen: max. 0,0001 g/g (kopergehalte).