23.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 16/23


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/98 VAN DE COMMISSIE

van 18 november 2014

betreffende de uitvoering van de internationale verplichtingen van de Unie, als bedoeld in artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad, in het kader van het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen en van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (1), en met name artikel 15, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 1380/2013 voorziet in de aanlanding van alle vangsten van soorten waarvoor vangstbeperkingen gelden, en in de Middellandse Zee, ook van vangsten van soorten waarvoor minimummaten gelden („de aanlandingsverplichting”). Artikel 15, lid 1, van deze verordening is van toepassing op visserijactiviteiten die plaatsvinden in Uniewateren of door Unievissersvaartuigen in wateren buiten de Unie, in wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallen.

(2)

De aanlandingsverplichting zal vanaf 1 januari 2015 gelden voor kleine en grote pelagische visserij, visserij voor industriële doeleinden en visserij op zalm in de Oostzee.

(3)

De Unie is overeenkomstsluitende partij bij een aantal regionale organisaties voor visserijbeheer („ROVB's”) en de maatregelen die door de betrokken ROVB's zijn vastgesteld, zijn derhalve bindend voor de Unie.

(4)

Volgens bepaalde ROVB-maatregelen dienen vissersvaartuigen die vissen in het gebied waarvoor de betrokken ROVB's verantwoordelijk zijn, bepaalde vangsten die in principe onder de aanlandingsverplichting vallen, terug te gooien.

(5)

Artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 verleent de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde internationale verplichtingen in het Unierecht te implementeren, met inbegrip van, in het bijzonder, afwijkingen van de aanlandingsverplichting.

(6)

Derhalve moet worden verduidelijkt in welke gevallen de aanlandingsverplichting niet geldt, om ervoor te zorgen dat de Unie haar internationale verplichtingen naleeft en om rechtszekerheid te creëren voor vissers.

(7)

Overeenkomstig aanbeveling 11-01 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan („ICCAT”) over een meerjarig programma voor de instandhouding en het beheer van grootoogtonijn en geelvintonijn, zou sommige vissersvaartuigen niet mogen worden toegestaan om grootoogtonijn te vissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen in de Atlantische Oceaan.

(8)

In ICCAT-aanbeveling 13-07 wordt een teruggooiverplichting vastgesteld voor vaartuigen en tonnara's die Oost-Atlantische blauwvintonijn vangen in bepaalde situaties. Met name in punt 29 van deze aanbeveling wordt gesteld dat blauwvintonijn onder een minimaal gewicht of maat moet worden teruggegooid. Die minimummaat is momenteel vastgesteld in Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (2). Die teruggooiverplichting geldt voor alle Oost-Atlantische blauwvintonijnvisserij, met inbegrip van recreatie-en sportvisserij.

(9)

Voorts wordt in punt 31 van ICCAT-aanbeveling 13-07 een teruggooiverplichting vastgesteld voor blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 en 30 kg of met een vorklengte tussen 75 en 115 cm die als bijvangst wordt gevangen door vaartuigen en tonnara's die actief vissen op deze soorten en die verantwoordelijk zijn voor meer dan 5 % van de totale blauwvintonijnvangsten.

(10)

De gewichtsklasse voor de bijvangst van blauwvintonijn, zoals vastgesteld in artikel 9, lid 12, van Verordening (EG) nr. 302/2009, verschilt van de in punt 31 van de ICCAT-aanbeveling 13-07 vastgestelde gewichtsklasse, welke is vastgesteld na de inwerkingtreding van deze verordening. In afwachting van de herziening van Verordening (EG) nr. 302/2009, dient lid 31 van die ICCAT-aanbeveling door deze verordening in het recht van de Unie te worden omgezet.

(11)

In punt 32 van ICCAT-aanbeveling 13-07 wordt bepaald dat op vaartuigen die niet actief op blauwvistonijn vissen, de totale vangst in gewicht of aantal stuks niet voor meer dan 5 % uit blauwvistonijn mag bestaan.

(12)

De punten 34 en 41 van ICCAT-aanbeveling 13-07 bepalen dat blauwvintonijn moet worden teruggegooid als deze levend wordt gevangen in het kader van recreatie-en sportvisserij.

(13)

Bij ICCAT-aanbeveling 13-02 voor de instandhouding van Noord-Atlantische zwaardvis is een teruggooiverplichting vastgesteld voor vaartuigen die op Noord-Atlantische zwaardvis vissen in bepaalde situaties. Met name in punt 9 wordt gesteld dat blauwvintonijn onder een minimaal referentiegewicht of maat moet worden teruggegooid. Deze minimummaat is momenteel vastgesteld in Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (3).

(14)

Bovendien wordt er in hetzelfde punt van aanbeveling 13-02 een teruggooiverplichting vastgesteld voor zwaardvis van minder dan 25 kg levend gewicht of met een vorklengte van de onderkaak van 125 cm, die gevangen is als bijvangst en meer dan 15 % uitmaakt van het totale door het vaartuig aantal gevangen zwaardvissen per aanlanding.

(15)

Met het oog op de samenhang tussen ICCAT-aanbevelingen 11-01, 13-07 en 13-02 en het recht van de Unie, mag de aanlandingsverplichting niet van toepassing zijn op Unievaartuigen die deelnemen aan de visserij waarop deze aanbevelingen betrekking hebben.

(16)

In artikel 5, artikel 6.3 en bijlage I.A van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan („NAFO”), wordt een teruggooiverplichting vastgesteld voor de vangst van lodde boven de vastgestelde quota of boven het toegestane percentage bijvangst. In bijlage I.A wordt voor lodde momenteel een totale toegestane vangst („TAC”) van nul vastgesteld. Bovendien is loddebijvangst in andere visserijtakken die ook onder de aanlandingsverplichting vallen, onder bepaalde voorwaarden, ook onderworpen aan een teruggooiverplichting overeenkomstig NAFO-voorschriften.

(17)

Met het oog op de samenhang tussen de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO en het recht van de Unie, mag de aanlandingsverplichting niet van toepassing zijn op visserijtakken die onder deze maatregelen vallen.

(18)

Met het oog op de termijn die is vastgesteld in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening bevat afwijkingen van de aanlandingsverplichting, als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, teneinde de internationale verplichtingen van de Unie te implementeren in het kader van het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen en van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan. Zij is van toepassing op visserijactiviteiten die plaatsvinden in Uniewateren of door Unievissersvaartuigen in wateren buiten de Unie, in wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „NAFO-gebied”: de geografische gebieden bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad (4);

2.   „visserijtakken onder de werkingssfeer van NAFO”: de visserijtakken in het NAFO-verdragsgebied van alle visbestanden, met de volgende uitzonderingen: zalm, tonijn en zeilvis, walvisachtigen die onder beheer van de Internationale Walvisvaartcommissie of een andere opvolgerorganisatie vallen, en sedentaire soorten van het continentaal plat, dat wil zeggen, organismen die ten tijde dat ze kunnen worden geoogst, hetzij zich onbeweeglijk op of onder de zeebodem bevinden, hetzij zich niet kunnen verplaatsen dan in voortdurend fysiek contact met de zeebodem of de ondergrond;

3.   „Noord-Atlantische Oceaan”: het gebied van de Atlantische Oceaan ten noorden van 5° NB;

4.   „recreatievisserij”: niet-commerciële visserij waarbij de betrokkenen niet zijn aangesloten bij een nationale sportorganisatie of niet in het bezit zijn van een nationale sportvergunning;

5.   „sportvisserij”: niet-commerciële visserij door leden van een nationale sportorganisatie of houders van een nationale sportvergunning.

HOOFDSTUK II

ICCAT-VERDRAGSGEBIED

Artikel 3

Grootoogtonijn

1.   Dit artikel is van toepassing op grootoogtonijn (Thunnus obesus) in de Atlantische Oceaan.

2.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mogen vaartuigen met een lengte van 20 m of meer die niet zijn opgenomen in het register van geautoriseerde grootoogtonijnvaartuigen van de ICCAT geen grootoogtonijn vissen, aan boord houden, overladen, vervoeren, overbrengen, verwerken of aanlanden in de Atlantische Oceaan.

Artikel 4

Blauwvintonijn

1.   Dit artikel is van toepassing op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

2.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is het verboden om blauwvintonijn onder de minimumgrootte, als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 302/2009, te vissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, te verwerken, aan te landen, over te brengen, te verkopen, uit te stallen of te koop aan te bieden in de Atlantische Oceaan

3.   In afwijking van lid 2 van dit artikel en van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag maximaal 5 % van bijvangst van blauwvintonijn tussen 8 kg of 75 cm en een minimummaat in kg of cm als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 302/2009 en die is gevangen door visserijvaartuigen en tonnara's die actief op blauwtonijn vissen, aan boord gehouden, overgeladen, vervoerd, overgebracht, aangeland, verkocht, te koop aangeboden of uitgestald worden.

4.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag op de visserijvaartuigen en tonnara's die actief op blauwvintonijn vissen, niet meer dan 5 % van blauwvistonijn aan boord een gewicht tussen 8 en 30 kg en een vorklengte tussen 75 en 115 cm hebben.

5.   Het in de leden 3 en 4 bedoelde percentage van 5 % wordt berekend op basis van de totale bijvangst van blauwvintonijn in aantal vissen, afgezet tegen de totale vangst van blauwvintonijn die op enig moment aan boord wordt gehouden na elke visserijactiviteit.

6.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, mag op visserijvaartuigen die niet actief op blauwvintonijn vissen, de totale aan boord gehouden vangst naar gewicht of aantal stuks voor niet meer dan 5 % bestaan uit blauwvintonijn. De berekening op basis van het aantal stuks is alleen van toepassing op tonijn en tonijnachtigen die onder het beheer van ICCAT vallen.

7.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt, indien de quota die aan de lidstaat of het vissersvaartuig of tonnara zijn toegewezen, reeds bereikt is:

a)

bijvangsten van blauwvintonijn vermeden, en

b)

de blauwvintonijn teruggegooid als deze als bijvangst levend wordt gevangen.

8.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt blauwvintonijn teruggegooid als deze in het kader van recreatievisserij wordt gevangen.

9.   In afwijking van artikel 15, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt blauwvintonijn teruggegooid als deze in het kader van sportvisserij wordt gevangen.

Artikel 5

Zwaardvis

1.   Dit artikel is van toepassing op zwaardvis (Xiphias gladius) in de Noord-Atlantische Oceaan.

2.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is het verboden om zwaardvis onder de minimumgrootte, als bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 520/2007 te vissen, aan boord te houden, over te laden, aan te landen, te vervoeren, op te slaan, uit te stallen of te koop aan te bieden.

3.   In afwijking van lid 2 van dit artikel en van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag maximaal 15 % van bijvangst van zwaardvis met een gewicht van minder dan 25 kg levend gewicht of 125 cm vorklengte van de onderkaak aan boord gehouden, overgeladen, aangeland, vervoerd, opgeslagen, te koop aangeboden of uitgestald worden.

4.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag op vaartuigen niet meer dan 15 % van de gevangen zwaardvis een levend gewicht van minder dan 25 kg of een vorklengte van de onderkaak van minder dan 125 cm hebben.

5.   Het in de leden 3 en 4 bedoelde percentage van 15 % wordt berekend op basis van het aantal zwaardvissen afgezet tegen de totale zwaardvisvangst per aanlanding.

HOOFDSTUK III

NAFO-VERDRAGSGEBIED

Artikel 6

Lodde

1.   Dit artikel is van toepassing op lodde (Mallotus villosus) in het NAFO-verdragsgebied.

2.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag lodde die boven de door de Unie vastgesteld quota is gevangen, niet aan boord worden gehouden.

3.   In afwijking van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag lodde die als bijvangst wordt gevangen in een visserijtak die niet onder de aanlandingsplicht valt binnen de werkingssfeer van de NAFO, niet aan boord worden gehouden.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 november 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

(2)  Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 43/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1559/2007 (PB L 96 van 15.4.2009, blz. 6).

(3)  Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 973/2001 (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3)

(4)  Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42).