|
1.11.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 315/3 |
VERORDENING (EU) Nr. 1171/2014 VAN DE COMMISSIE
van 31 oktober 2014
tot wijziging en rectificatie van de bijlagen I, III, VI, IX, XI en XVII bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (1), en met name artikel 39, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2007/46/EG is een geharmoniseerd kader vastgesteld dat de administratieve bepalingen en algemene technische voorschriften voor nieuwe voertuigen omvat. Bij Richtlijn 2007/46/EG werd de EG-typegoedkeuring van gehele voertuigen verplicht gesteld voor alle voertuigcategorieën, met inbegrip van in meer fasen gebouwde voertuigen, overeenkomstig het tijdschema in bijlage XIX bij die richtlijn. |
|
(2) |
Het is noodzakelijk om de voorschriften van bijlage XVII bij Richtlijn 2007/46/EG inzake de procedure voor de EG-meerfasentypegoedkeuring aan te vullen om deze procedure volledig operationeel te maken. De bijlagen I, III en IX bij Richtlijn 2007/46/EG moeten eveneens worden gewijzigd om het verband tussen de verschillende bouwfasen van een in meer fasen gebouwd voertuig te waarborgen. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad (2) voorzag in de intrekking van een aantal richtlijnen en hun vervanging door de overeenkomstige reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE). Aangezien het merendeel van deze richtlijnen met ingang van 1 november 2014 bij Verordening (EG) nr. 661/2009 wordt ingetrokken, moeten de relevante gegevens in bijlage VI bij Richtlijn 2007/46/EG worden bijgewerkt. |
|
(4) |
Het is passend bijlage IX bij Richtlijn 2007/46/EG te rectificeren om te zorgen voor samenhang in de nummering die in de verschillende modellen van het certificaat van overeenstemming wordt gebruikt voor de vermeldingen betreffende de massa in rijklare toestand en de feitelijke massa. Daarnaast is het noodzakelijk om in bijlage XI te verduidelijken dat hoofdsteunen alleen verplicht zijn voor voertuigen van categorie M1. |
|
(5) |
Richtlijn 2007/46/EG moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Het is noodzakelijk om de fabrikanten voldoende tijd te geven voor de aanpassing van hun voertuigen aan de nieuwe voorschriften betreffende de meerfasentypegoedkeuringsprocedure en het wijzigen van het certificaat van overeenstemming, zoals voorgeschreven in deze verordening. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De bijlagen I, III, VI, IX en XI bij Richtlijn 2007/46/EG worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.
2. Bijlage XVII bij Richtlijn 2007/46/EG wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.
Artikel 2
Typegoedkeuringen van nieuwe voertuigtypen worden verleend overeenkomstig Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij deze verordening.
De fabrikanten geven voor alle nieuwe voertuigen certificaten van overeenstemming af overeenkomstig Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2016. Zij kan vóór deze datum van toepassing zijn indien de fabrikanten daarom verzoeken bij de goedkeuringsinstantie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 oktober 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1).
BIJLAGE I
Richtlijn 2007/46/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) Overeenkomstig bijlage IV bij deze richtlijn”
BIJLAGE II
„BIJLAGE XVII
PROCEDURES VOOR DE MEERFASEN-EG-TYPEGOEDKEURING
1. VERPLICHTINGEN VAN FABRIKANTEN
|
1.1. |
Het goede verloop van een meerfasen-EG-typegoedkeuring hangt af van samenwerking door alle betrokken fabrikanten. Met het oog hierop zorgen de goedkeuringsinstanties ervoor dat er, voordat goedkeuring aan de eerste of latere fase wordt verleend, goede afspraken zijn gemaakt tussen de desbetreffende fabrikanten wat betreft de levering en uitwisseling van documenten en gegevens, zodat het voltooide voertuigtype voldoet aan de technische voorschriften van alle relevante regelgevingen zoals voorgeschreven in bijlage IV of XI. Dergelijke informatie omvat gegevens met betrekking tot relevante goedkeuringen van systemen, onderdelen en afzonderlijke technische eenheden, alsmede van voertuigdelen die bij het incomplete voertuig behoren, maar nog niet zijn goedgekeurd. De fabrikant van de voorafgaande fase verstrekt informatie aan de fabrikant van de volgende fase over elke wijziging die invloed kan hebben op de typegoedkeuringen van een systeem of de typegoedkeuringen van gehele voertuigen. Dergelijke informatie wordt verstrekt zodra de nieuwe uitbreiding van het gehele voertuigtype is afgegeven en uiterlijk op de startdatum van de productie van het incomplete voertuig. |
|
1.2. |
Iedere bij een meerfasen-EG-typegoedkeuring betrokken fabrikant is verantwoordelijk voor de goedkeuring en overeenstemming van de productie van alle systemen, onderdelen of afzonderlijke technische eenheden die door hem zijn vervaardigd dan wel door hem aan de vorige bouwfase zijn toegevoegd. De fabrikant van de volgende fase is niet verantwoordelijk voor aspecten die in een vroegere fase zijn goedgekeurd, behalve wanneer hij de desbetreffende delen zo sterk wijzigt dat de eerder verleende goedkeuring ongeldig wordt. |
|
1.3. |
De meerfasenprocedure kan door één enkele fabrikant worden gebruikt. De meerfasenprocedure wordt echter niet gebruikt ter omzeiling van de voorschriften die van toepassing zijn op in één fase gebouwde voertuigen. Met name worden op deze manier goedgekeurde voertuigen niet beschouwd als in meer fasen gebouwde voertuigen in de context van punt 3.4 van deze bijlage en de artikelen 22, 23 en 27 van deze richtlijn (beperkingen voor kleine series en restantvoorraden). |
2. VERPLICHTINGEN VAN DE TYPEGOEDKEURINGSINSTANTIE
|
2.1. |
De typegoedkeuringsinstantie gaat als volgt te werk:
|
|
2.2. |
Het aantal in de zin van punt 2.1, onder d), te inspecteren voertuigen moet voldoende zijn om, rekening houdend met de staat van voltooiing van het voertuig en volgens onderstaande criteria, een adequate controle mogelijk te maken van de verschillende combinaties waarvoor EG-typegoedkeuring moet worden verleend:
|
3. TOEPASSELIJKE VOORSCHRIFTEN
|
3.1. |
De overeenkomstig deze bijlage verleende EG-typegoedkeuringen zijn afgestemd op de staat van voltooiing van het voertuigtype en omvatten alle voor eerdere fasen verleende goedkeuringen. |
|
3.2. |
Voor de typegoedkeuring voor het gehele voertuig is de wetgeving (met name de voorschriften van bijlage II en de specifieke regelgevingen die in bijlage IV en bijlage XI bij deze richtlijn worden genoemd) op dezelfde wijze van toepassing als wanneer de goedkeuring zou zijn verleend (of verlengd) aan de fabrikant van het basisvoertuig. |
|
3.2.1. |
Indien een voertuigsysteem/onderdeeltype niet is gewijzigd, blijft de in de voorgaande fase verleende goedkeuring voor het systeem/onderdeel geldig zolang de datum voor de eerste registratie zoals bepaald in de desbetreffende regelgeving nog niet is bereikt. |
|
3.2.2. |
Wanneer een voertuigsysteemtype in de volgende fase zodanig is gewijzigd dat het opnieuw moet worden getest ten behoeve van de typegoedkeuring, moet de beoordeling worden beperkt tot uitsluitend de delen van het systeem die zijn gewijzigd of die gevolgen hebben ondervonden van de wijzigingen. |
|
3.2.3. |
Wanneer een voertuigsysteem of een type voor een geheel voertuig door een andere fabrikant in de volgende fase dusdanig is gewijzigd dat, met uitzondering van de naam van de fabrikant, het nog steeds kan worden beschouwd als hetzelfde type, dan kunnen de voor bestaande typen geldende voorschriften nog steeds worden gebruikt zolang de datum voor de eerste registratie zoals bepaald in de desbetreffende regelgeving nog niet is bereikt. |
|
3.2.4. |
Wanneer de voertuigcategorie wordt veranderd, moet aan de desbetreffende voorschriften van de nieuwe categorie worden voldaan. De typegoedkeuringscertificaten van de voorgaande categorie kunnen worden aanvaard mits de voorschriften waaraan het voertuig voldoet hetzelfde of strenger zijn dan die van toepassing zijn op de nieuwe categorie. |
|
3.3. |
Als de goedkeuringsinstantie hiermee instemt, hoeft een aan de fabrikant van de volgende fase verleende typegoedkeuring van een geheel voertuig niet te worden verlengd of herzien wanneer een verlenging voor het voertuig van de voorgaande fase geen invloed heeft op de latere fase of de technische gegevens van het voertuig. Echter, het typegoedkeuringsnummer inclusief de verlenging van het voertuig van de voorgaande fase(n) moet worden gekopieerd in punt 0.2.2 van het certificaat van overeenstemming van het voertuig van een volgende fase. |
|
3.4. |
Wanneer de laadruimte van een compleet of voltooid voertuig van categorie N of O is gewijzigd door een andere fabrikant voor de toevoeging van verwijderbare bevestigingsmiddelen voor opslag en bevestiging van de lading (bijvoorbeeld voering van de laadbak, opslagrekken en imperialen), kunnen dergelijke onderdelen worden behandeld als deel van de nuttige massa en is een goedkeuring niet nodig, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
4. IDENTIFICATIE VAN HET VOERTUIG
|
4.1. |
Het bij Verordening (EU) nr. 19/2011 (1) voorgeschreven identificatienummer van het basisvoertuig (VIN) wordt tijdens alle daaropvolgende fasen van het typegoedkeuringsproces behouden om de „traceerbaarheid” ervan te waarborgen. |
|
4.2. |
In de tweede en latere fasen bevestigt iedere fabrikant ter aanvulling van de bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voorgeschreven plaat nog een plaat op het voertuig, waarvan in het aanhangsel bij deze bijlage een model wordt gegeven. Deze plaat wordt vast bevestigd op een in het oog springende en gemakkelijk toegankelijke plaats op een onderdeel dat normaal niet wordt vervangen zolang het voertuig in gebruik is. Hierop moeten duidelijk en onuitwisbaar in de onderstaande volgorde de volgende gegevens worden vermeld:
Tenzij hierboven anders vermeld, moet de plaat aan de voorschriften van bijlage I en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voldoen. |
„Aanhangsel
MODEL VAN DE EXTRA PLAAT VAN DE FABRIKANT
Onderstaand voorbeeld dient uitsluitend ter indicatie.
|
NAAM VAN DE FABRIKANT (fase 3) e2*2007/46*2609 Fase 3 WD9VD58D98D234560 1 500 kg 2 500 kg 1-700 kg 2-810 kg |
(1) Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).