|
14.3.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 74/33 |
VERORDENING (EU) Nr. 245/2014 VAN DE COMMISSIE
van 13 maart 2014
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 7, lid 5, en artikel 7, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 178/2011 (2) zijn technische en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen vastgelegd. |
|
(2) |
Een aantal lidstaten is van mening dat bepaalde eisen van Verordening (EU) nr. 1178/2011 leiden tot een onredelijke en onevenredige administratieve of economische belasting voor deze lidstaten zelf of voor belanghebbenden; zij hebben overeenkomstig artikel 14, lid 6, van Verordening (EG) nr. 216/2008 om afwijkingen van bepaalde eisen verzocht. |
|
(3) |
De verzoeken om afwijkingen zijn geanalyseerd door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart en op basis daarvan is er een aanbeveling aan de Commissie gedaan om bepaalde afwijkingen vast te stellen. |
|
(4) |
De lidstaten hebben in Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie daarnaast diverse redactionele fouten geconstateerd, die hebben geleid tot onbedoelde moeilijkheden bij de tenuitvoerlegging. |
|
(5) |
Om de afwijkingen, die duidelijke regelgevende gevolgen hebben, vast te stellen en redactionele fouten te corrigeren, dienen de bestaande eisen derhalve te worden gewijzigd. |
|
(6) |
Bijlage I (deel-FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie omvat verder eisen betreffende opleiding en controles met het oog op de bevoegdverklaring instrumentvliegen (IR). Deze eisen met betrekking tot de IR zijn gebaseerd op de voormalige JAR-FCL-eisen en er is geconstateerd dat deze herzien dienen te worden. |
|
(7) |
Dientengevolge dienen er aanvullende eisen voor de kwalificatie om in instrumentweersomstandigheden te vliegen en specifieke eisen ten aanzien van wolkenvliegen met zweefvliegtuigen te worden vastgesteld. |
|
(8) |
Om te garanderen dat instrumenttraining of ervaring die vóór de toepassing van deze verordening is gevolgd of opgedaan in aanmerking kan worden genomen voor het verkrijgen van deze bevoegdheidsverklaringen, moeten de voorwaarden voor de vrijstelling van deze training of opgedane ervaring worden vastgesteld. |
|
(9) |
Het moet mogelijk zijn voor lidstaten om de instrumentenervaring van een houder van een bevoegdverklaring uit een derde land te erkennen indien een veiligheidsniveau kan worden gegarandeerd dat gelijkwaardig is aan dat van Verordening (EG) nr. 216/2008. Ook de voorwaarden voor de erkenning van deze ervaring moeten worden vastgesteld. |
|
(10) |
Om een soepele overgang en een hoog uniform niveau van burgerluchtvaartveiligheid in de Europese Unie te waarborgen, dienen de uitvoeringsmaatregelen in overeenstemming te zijn met de laatste stand van de techniek, met inbegrip van de geldende huidige praktijk en de wetenschappelijke en technische vooruitgang, inzake de opleiding van piloten. Dienovereenkomstig dienen de technische eisen en administratieve procedures, die door de International Civil Aviation Organization (ICAO) zijn goedgekeurd, en de reeds ontwikkelde eisen van bijlage I (deel-FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, alsmede bestaande nationale wetgeving inzake een specifieke nationale omgeving, in overweging te worden genomen; deze dienen te worden weerspiegeld in de reeks voorschriften, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften van piloten in de algemene luchtvaart in Europa. |
|
(11) |
Het Agentschap heeft overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 ontwerpuitvoeringsvoorschriften voorbereid en als advies bij de Commissie ingediend. |
|
(12) |
Lidstaten die een nationale regeling hebben vastgesteld op basis waarvan piloten de autorisatie krijgen om in instrumentweersomstandigheden (IMC) te vliegen met bevoegdheden die beperkt zijn tot het nationale luchtruim van de lidstaat, en die kunnen aantonen dat deze regeling veilig is en aan een specifieke lokale behoefte voldoet, moeten toestemming krijgen om dergelijke autorisaties gedurende een beperkte periode te blijven verstrekken, mits er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. |
|
(13) |
Overeenkomstig Verordening (EU) 965/2012 (3) mogen bepaalde vluchten, zoals cost-sharingvluchten en kennismakingsvluchten, worden uitgevoerd in overeenstemming met de voor niet-commerciële activiteiten van niet-complexe luchtvaartuigen geldende voorschriften. Het moet derhalve worden gewaarborgd dat de in Verordening (EU) nr. 1178/2011 vastgelegde bevoegdheden van piloten in overeenstemming met deze benadering zijn. |
|
(14) |
Het moet derhalve worden toegestaan dat vluchten van deze categorieën, die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 965/2012, worden uitgevoerd door PPL-, SPL-, BPL- of LAPL-houders. |
|
(15) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 65 van Verordening (EG) nr. 216/2008 opgerichte comité van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart. |
|
(16) |
Verordening (EU) nr. 1178/2011 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 3 wordt vervangen door: „Artikel 3 Bewijzen van bevoegdheid als piloot en medische certificaten 1. Onverminderd artikel 8 van deze verordening moeten piloten van de in artikel 4, lid 1, onder b) en c), en artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde luchtvaartuigen voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures die in bijlage I en bijlage IV bij deze verordening zijn vastgesteld. 2. Ongeacht de bevoegdheden van de houders van bewijzen van bevoegdheid als vastgelegd in bijlage I bij deze verordening, mogen houders van overeenkomstig subdeel B of C van bijlage I bij deze verordening afgegeven bewijzen van bevoegdheid als piloot de in artikel 6, lid 4 bis, van Verordening (EU) nr. 965/2012 genoemde vluchten uitvoeren. Dit doet geen afbreuk aan de naleving van eventuele aanvullende voorschriften ten aanzien van het vervoeren van passagiers of het ontwikkelen van commerciële vluchtuitvoeringen zoals vastgelegd in subdeel B of C van bijlage I bij deze verordening.” |
|
2) |
Aan artikel 4 wordt het volgende lid 8 toegevoegd: „8. Tot 8 april 2019 mag een lidstaat een autorisatie aan piloten afgeven, waarmee deze over gespecificeerde, beperkte bevoegdheden beschikken om met vliegtuigen onder instrumentvliegvoorschriften te vliegen, voordat deze hebben voldaan aan alle voorschriften die noodzakelijk zijn voor het afgeven van een bevoegdverklaring voor instrumentvliegen overeenkomstig deze verordening, waarbij aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan:
|
|
3) |
In artikel 12 wordt lid 4 vervangen door: „4. Bij wijze van uitzondering op lid 1 mogen de lidstaten beslissen de bepalingen van deze verordening tot 8 april 2015 niet toe te passen op piloten die houder zijn van een bewijs van bevoegdheid en bijbehorend medisch certificaat dat is afgegeven door een derde land dat betrokken is bij de niet-commerciële exploitatie van de in artikel 4, lid 1, onder b) of c), van Verordening (EG) nr. 216/2008 vermelde luchtvaartuigen.” |
|
4) |
De bijlagen I, II, III en VI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlagen bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 maart 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 143 van 30.4.2004, blz. 76.
(2) PB L 311 van 25.11.2011, blz. 1.
(3) Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1).
BIJLAGE I
Bijlage I (deel FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel van FCL.015 wordt vervangen door: „ FCL.015 Aanvraag en afgifte, verlenging en hernieuwde afgifte van bevoegdheidsbewijzen, bevoegdverklaringen en certificaten ” |
|
2) |
FCL.020 wordt vervangen door: „ FCL.020 Leerling-piloot
|
|
3) |
FCL.025 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
FCL.035 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
FCL.055 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
In FCL.060 wordt punt b), punt 3) vervangen door:
|
|
7) |
In FCL.105.A wordt punt b) vervangen door:
|
|
8) |
In FCL.105.S wordt punt b) vervangen door:
|
|
9) |
FCL.105.B wordt vervangen door: „ FCL.105.B LAPL(B) — Bevoegdheden Houders van een LAPL voor luchtballonnen zijn bevoegd om op te treden als PIC op luchtballonnen of luchtschepen met hete lucht met een maximale balloncapaciteit van 3 400 m3 of gasballonnen met een maximale balloncapaciteit van 1 260 m3, en het vervoeren van maximaal 3 passagiers, zodat nooit meer dan 4 personen aan boord van het luchtvaartuig zijn.” |
|
10) |
De titel van FCL.110.B wordt vervangen door: „ FCL.110.B LAPL(B) — Ervaringseisen en vrijstellingen ” |
|
11) |
In punt c) van FCL.235 wordt punt 2) vervangen door:
|
|
12) |
In punt b) van FCL.205.A wordt punt 3) vervangen door:
|
|
13) |
In punt b) van FCL.205.H wordt punt 3) vervangen door:
|
|
14) |
In punt b) van FCL.205.As wordt punt 3) vervangen door:
|
|
15) |
In FCL.205.S wordt punt c) vervangen door:
|
|
16) |
FCL.205.B wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
In punt a) van FCL.230.B wordt punt 2) vervangen door:
|
|
18) |
In punt c) van FCL.510.A wordt punt 2) vervangen door:
|
|
19) |
FCL.600 wordt vervangen door: „ FCL.600 IR — Algemeen Behalve als voorzien in FCL.825 mogen vliegbewegingen onder IFR op een vleugelvliegtuig, helikopter, luchtschip of powered-lift luchtvaartuig enkel worden uitgevoerd door houders van een PPL, CPL, MPL en ATPL met een IR die toepasselijk is voor de categorie van luchtvaartuig of tijdens het afleggen van vaardigheidstests of dubbelbesturing.” |
|
20) |
FCL.610 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
21) |
In FCL.615 wordt punt b) vervangen door:
|
|
22) |
In punt a) van FCL.625.H wordt punt 2) vervangen door:
|
|
23) |
In FCL.710 wordt punt b) vervangen door:
|
|
24) |
In punt b) van FCL.725 wordt punt 4) vervangen door:
|
|
25) |
In FCL.720.A wordt punt e) vervangen door:
|
|
26) |
In punt a) van FCL.740.A wordt punt 4) vervangen door:
|
|
27) |
In FCL.735.As wordt punt a) vervangen door:
Er moet gebruik worden gemaakt van een FNPT II of III gekwalificeerd voor MCC, een FTD 2/3 of een FFS.” |
|
28) |
Punt 1) van punt a) van FCL.810 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
29) |
De volgende nieuwe hoofdstukken FCL.825 en FLC.830 worden toegevoegd: „ FCL.825 Bevoegdverklaring voor „en route”-instrumentvliegen (EIR)
„ FCL.830 Bevoegdverklaring voor wolkenvluchten met zweefvliegtuigen
|
|
30) |
In punt 2 van punt b) van FCL.915 wordt punt i) vervangen door:
|
|
31) |
FCL.905.FI wordt als volgt gewijzigd:
|
|
32) |
In punt a) van FCL.910.FI wordt punt 3) vervangen door:
|
|
33) |
In FCL.915.FI wordt punt e) vervangen door:
|
|
34) |
In punt b) van FCL.930.FI wordt punt 3) als volgt gewijzigd:
|
|
35) |
In FCL.905.TRI wordt punt a) na de inleidende zin vervangen door:
|
|
36) |
FCL.905.CRI wordt als volgt gewijzigd:
|
|
37) |
In FCL.905.IRI wordt punt a) vervangen door:
|
|
38) |
In punt a) van FCL.915.IRI wordt punt 2) vervangen door:
|
|
39) |
In punt d) van FCL.905.SFI wordt punt 2) vervangen door:
|
|
40) |
In punt b) van FCL.915.MCCI wordt punt 1) vervangen door:
|
|
41) |
FCL.940.MI wordt vervangen door: „ FCL.940.MI Geldigheid van het MI-certificaat Het MI-certificaat is zo lang geldig als het certificaat van FI, TRI of CRI.” |
|
42) |
FCL.1015 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
43) |
In punt b) van FCL.1030 wordt punt 3) als volgt gewijzigd:
|
|
44) |
FCL.1005.FE wordt als volgt gewijzigd:
|
|
45) |
In punt a) van FCL.1005.TRE wordt punt 2) vervangen door:
|
|
46) |
In punt b), punt 5) van FCL.1010.TRE wordt punt ii) vervangen door:
|
|
47) |
In punt b) van FCL.1005.CRE wordt het volgende punt 3) toegevoegd:
|
|
48) |
FCL.1005.IRE wordt vervangen door: „ FCL.1005.IRE IRE — Bevoegdheden De houder van een IRE-certificaat is bevoegd tot het afnemen van vaardigheidstests voor de afgifte, en bekwaamheidsproeven voor de verlenging of hernieuwde afgifte, van EIR's of IR's.” |
|
49) |
Aanhangsel 1 van bijlage I (deel FCL) wordt als volgt gewijzigd:
|
|
50) |
Aanhangsel 3 van bijlage I (deel FCL) wordt als volgt gewijzigd:
|
|
51) |
In aanhangsel 5 van bijlage I (deel FCL) wordt punt 2 onder de titel ALGEMEEN vervangen door:
|
|
52) |
Aanhangsel 6 bij deel FCL wordt als volgt gewijzigd:
|
|
53) |
Aanhangsel 9 van bijlage I (deel FCL) wordt als volgt gewijzigd:
|
BIJLAGE II
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt 1 van sectie A. „Vleugelvliegtuigen” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Punt 1 van sectie B. „Helikopters” wordt als volgt gewijzigd:
|
(*1) Van CPL-houders die reeds in het bezit zijn van een typebevoegdverklaring voor een meerpiloot-gecertificeerd vleugelvliegtuig, wordt niet verlangd dat zij een theorie-examen voor ATPL(A) hebben gehaald, zolang zij met datzelfde type vliegtuig blijven vliegen; zij krijgen echter geen vrijstelling voor ATPL(A)-theorie ten behoeve van een deel FCL-bewijs van bevoegdheid. Indien zij een typebevoegdverklaring voor een ander meerpiloot-gecertificeerd vleugelvliegtuig behoeven, moeten ze voldoen aan kolom (3), rij (e), onder i), van bovenstaande tabel.”
(*2) Van CPL-houders die reeds in het bezit zijn van een typebevoegdverklaring voor een meerpiloot-gecertificeerd vleugelvliegtuig, wordt niet verlangd dat zij een theorie-examen voor ATPL(H) hebben gehaald, zolang zij met datzelfde type helikopter blijven vliegen; zij krijgen echter geen vrijstelling voor ATPL(H)-theorie ten behoeve van een deel FCL-bewijs van bevoegdheid. Indien zij een typebevoegdverklaring voor een andere meerpiloot-gecertificeerde helikopter behoeven, moeten ze voldoen aan kolom (3), rij (h), onder i), van bovenstaande tabel.”
BIJLAGE III
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Sectie A. „Validatie van bewijzen van bevoegdheid” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In sectie B. „CONVERSIE VAN BEWIJZEN VAN BEVOEGDHEID” wordt punt 1 vervangen door:
|
(*1) Houders van een CPL(A)/IR op meerpiloot-gecertificeerde vleugelvliegtuigen moeten vóór de aanvaarding hebben aangetoond dat zij kennis op ICAO ATPL(A)-niveau bezitten.”
BIJLAGE IV
Bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1178/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In sectie II van subdeel FCL, ARA.FCL.205, wordt punt b) vervangen door:
|
|
2) |
In sectie II van subdeel FCL wordt ARA.FCL.210 vervangen door: 'ARA.FCL.210 Informatieverstrekking aan examinatoren
|
|
3) |
SUBDEEL MED wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
In Aanhangsel II "EASA-standaardmodel voor attesten voor cabinebemanning" wordt het deel "Instructies" als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Aanhangsel V "CERTIFICAAT VOOR LUCHTVAARTGENEESKUNDIGE CENTRA (AeMC’s)" wordt vervangen door: |
|
6) |
De inhoud van aanhangsel VI wordt geschrapt en vervangen door: '(LEGE BLADZIJDE)' |