|
15.1.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 10/11 |
VERORDENING (EU) Nr. 32/2014 VAN DE COMMISSIE
van 14 januari 2014
tot opening van een nieuw onderzoek voor een nieuwe exporteur in verband met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad, tot intrekking van het recht ten aanzien van één exporteur in dat land en tot registratie van deze invoer
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap („de basisverordening”) (1), en met name artikel 11, lid 4,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening,
Overwegende hetgeen volgt:
A. VERZOEK
|
(1) |
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft een verzoek ontvangen om op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening een nieuw onderzoek voor een nieuwe exporteur te openen. |
|
(2) |
Het verzoek is op 3 mei 2013 ingediend door Ningbo Logitrans Handling Equipment Co., Ltd („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan in de Volksrepubliek China („het betrokken land”). |
B. PRODUCT
|
(3) |
Het onderzochte product betreft handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427 90 00 11 en 8427 90 00 19) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431 20 00 11 en 8431 20 00 19), van oorsprong uit de Volksrepubliek China. |
C. BESTAANDE MAATREGELEN
|
(4) |
Momenteel geldt een definitief antidumpingrecht van 70,8 %, dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad (2), als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad (3), is ingesteld op het onderzochte product, met inbegrip van het door de indiener van het verzoek vervaardigde product, dat in de Unie wordt ingevoerd. De maatregelen zijn krachtens Verordening (EG) nr. 499/2009 van de Raad (4) ook van toepassing op de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand. |
D. MOTIVERING
|
(5) |
De indiener van het verzoek argumenteert dat hij op marktvoorwaarden opereert in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. |
|
(6) |
Hij voert aan het onderzochte product niet naar de Unie te hebben uitgevoerd in het onderzoektijdvak waarop de antidumpingmaatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen in de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 („het oorspronkelijke onderzoektijdvak”). |
|
(7) |
Hij verklaart verder dat hij geen banden heeft met een producent-exporteur van het onderzochte product waarvoor bovengenoemde antidumpingmaatregelen gelden. |
|
(8) |
Voorts beweert hij dat hij pas na het oorspronkelijke onderzoektijdvak begonnen is met de uitvoer van het onderzochte product naar de Unie. |
E. PROCEDURE
|
(9) |
Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om een nieuw onderzoek voor een nieuwe exporteur te openen overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening, teneinde de individuele dumpingmarge voor de indiener van het verzoek vast te stellen en, indien dumping wordt geconstateerd, de hoogte van het recht vast te stellen dat op het onderzochte product bij invoer in de Unie moet worden geheven. Na ontvangst van het verzoek om behandeling als marktgerichte onderneming zal worden vastgesteld of de indiener van het verzoek op marktvoorwaarden opereert in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. |
|
(10) |
Indien blijkt dat de indiener van het verzoek voldoet aan de voorwaarden voor de vaststelling van een individueel recht, kan het noodzakelijk zijn het recht te wijzigen dat momenteel van toepassing is krachtens artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013. |
a) Vragenlijsten
|
(11) |
Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden. |
b) Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
|
(12) |
Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. |
|
(13) |
De bekende betrokken producenten in de Unie zijn van het verzoek om een nieuw onderzoek in kennis gesteld en hebben daarop kunnen reageren. |
|
(14) |
Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. |
c) Behandeling als marktgerichte onderneming
|
(15) |
De normale waarde wordt overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening vastgesteld indien de indiener van het verzoek voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat hij op marktvoorwaarden opereert, dat wil zeggen indien hij voldoet aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. Hiertoe moet hij een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek indienen binnen de in artikel 4 van deze verordening vermelde bijzondere termijn. De Commissie zal een aanvraagformulier toezenden aan de indiener van het verzoek en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China. |
d) Selectie van het land met een markteconomie
|
(16) |
Indien de indiener van het verzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, zal een geschikt land met een markteconomie worden geselecteerd om de normale waarde voor de Volksrepubliek China vast te stellen overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. De Commissie is voornemens hiervoor Brazilië te gebruiken, zoals bij het onderzoek dat heeft geleid tot de instelling van maatregelen ten aanzien van de invoer uit de Volksrepubliek China. Opmerkingen over deze keuze moeten binnen de in artikel 4 van deze verordening vermelde bijzondere termijn worden toegezonden. |
|
(17) |
Indien de indiener van het verzoek behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, maar geen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn in de Volksrepubliek China, kan de Commissie, indien nodig, ook gebruikmaken van bevindingen inzake de normale waarde in een geschikt land met markteconomie, bijvoorbeeld voor de vervanging van onbetrouwbare gegevens over kosten of prijzen in de Volksrepubliek China die nodig zijn om de normale waarde vast te stellen. De Commissie is voornemens ook hiervoor Brazilië te gebruiken. |
F. INTREKKING VAN HET GELDENDE RECHT EN REGISTRATIE VAN DE INVOER
|
(18) |
Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het geldende antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van het onderzochte product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Unie wordt uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd zodat eventueel antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van registratie van deze invoer, indien uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek het betrokken product met dumping naar de Unie uitvoert. In dit stadium van het onderzoek kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn. |
G. TERMIJNEN
|
(19) |
Met het oog op behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:
|
|
(20) |
De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de in artikel 4 van deze verordening vermelde termijn bij de Commissie kenbaar maakt. |
H. NIET-MEDEWERKING
|
(21) |
Indien een belanghebbende geen toegang verleent tot de nodige gegevens, deze niet binnen de vastgestelde termijn verstrekt, dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken. |
|
(22) |
Indien een belanghebbende onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, worden deze buiten beschouwing gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt. |
|
(23) |
Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend. |
|
(24) |
Indien de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als niet-medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat verstrekking van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten met zich zou meebrengen. De belanghebbende moet onmiddellijk contact opnemen met de Commissie. |
I. TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK
|
(25) |
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 11, lid 5, van de basisverordening binnen negen maanden na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten. |
J. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(26) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5). |
K. RAADADVISEUR-AUDITEUR
|
(27) |
Belanghebbenden kunnen vragen dat de raadadviseur-auditeur van DG Handel wordt ingeschakeld. De raadadviseur-auditeur fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de onderzoeksdiensten van de Commissie. Hij behandelt verzoeken om toegang tot het dossier, geschillen over de vertrouwelijkheid van documenten, verzoeken om termijnverlenging en verzoeken van derden om te worden gehoord. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting met een individuele belanghebbende organiseren en als bemiddelaar optreden om te garanderen dat de belanghebbende zijn recht van verweer ten volle kan uitoefenen. De raadadviseur-auditeur kan een hoorzitting voor belanghebbenden organiseren waar uiteenlopende standpunten en tegenargumenten naar voren kunnen worden gebracht. |
|
(28) |
Een verzoek om een hoorzitting met de raadadviseur-auditeur moet schriftelijk worden ingediend binnen de bijzondere termijnen die de Commissie in haar correspondentie met de belanghebbenden vermeldt. De belanghebbende moet de redenen voor het verzoek aangeven. |
|
(29) |
Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina’s van de raadadviseur-auditeur op de website van directoraat-generaal Handel (http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/degucht/contact/hearing-officer/), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Krachtens artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 wordt een nieuw onderzoek in verband met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013, geopend om vast te stellen of en in welke mate handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427 90 00 11 en 8427 90 00 19) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431 20 00 11 en 8431 20 00 19), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, vervaardigd en naar de Unie uitgevoerd door Ningbo Logitrans Handling Equipment Co., Ltd (aanvullende Taric-code A070) moeten worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013, of dat een individueel antidumpingrecht moet worden ingesteld.
In deze verordening worden onder handpallettrucks toestellen verstaan met een door wielen ondersteunde hefvork die gebruikt worden om pallets te verplaatsen en die door een persoon te voet met behulp van een beweegbare dissel manueel geduwd, getrokken en gestuurd worden op een glad, vlak en hard oppervlak. De handpallettrucks zijn uitsluitend bestemd om ladingen met behulp van de als pomp gebruikte dissel hoog genoeg op te heffen om ze te kunnen verplaatsen. Zij hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals bijvoorbeeld i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks), ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars), iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks), of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).
Artikel 2
Het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013, wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product.
Artikel 3
De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 de nodige maatregelen om de invoer in de Unie van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product te registreren.
De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
Artikel 4
1. Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, nemen, tenzij anders vermeld, binnen 37 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening contact met de Commissie op, zetten hun standpunt schriftelijk uiteen en verstrekken een antwoord op de in overweging 12 van deze verordening genoemde vragenlijst en eventuele andere gegevens.
2. Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
3. Een met bewijsstukken gestaafd verzoek om behandeling als marktgerichte onderneming moet binnen 37 dagen na inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.
4. Opmerkingen over de keuze van Brazilië als derde land met markteconomie dienen binnen tien dagen na de inwerkingtreding van deze verordening te worden toegezonden.
5. Alle schriftelijke opmerkingen (met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie), ingevulde vragenlijsten en correspondentie waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding „Limited” (6).
6. Belanghebbenden die informatie met de vermelding „Limited” verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding „For inspection by interested parties”. Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze vertrouwelijke informatie buiten beschouwing worden gelaten.
7. Belanghebbenden moeten alle opmerkingen en verzoeken elektronisch (niet-vertrouwelijke opmerkingen via e-mail, vertrouwelijke op cd-r/dvd) indienen onder opgave van hun naam, adres, e-mailadres en telefoon- en fax. Volmachten en ondertekende verklaringen die bij BMO-aanvraagformulieren of antwoorden op de vragenlijst worden gevoegd, alsmede bijwerkingen daarvan moeten echter op papier, d.w.z. per post of in persoon, op onderstaand adres worden ingediend. Nadere informatie over de correspondentie met de Commissie vinden belanghebbenden op de volgende pagina van de website van directoraat-handel Handel: http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/trade-defence
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H |
|
Kamer N105 08/020 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
E-mail: TRADE-HPT-DUMPING@ec.europa.eu |
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 januari 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 268 van 13.10.2011, blz. 1.
(3) PB L 112 van 24.4.2013, blz. 1.
(4) PB L 151 van 16.6.2009, blz. 1.
(5) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(6) Een „ Limited ”-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).