12.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 355/55


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 10 december 2014

tot vaststelling van het formaat voor het mededelen van informatie van de lidstaten over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 9335)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/896/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2012/18/EU moeten de lidstaten uiterlijk op 30 september 2019, en vervolgens om de vier jaar, verslag uitbrengen over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

(2)

De Commissie heeft een vragenlijst opgesteld waarin wordt verduidelijkt welke informatie de lidstaten met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de richtlijn moeten verstrekken.

(3)

De eerste rapportageperiode loopt van 1 juni 2015, de datum waarop de richtlijn volledig van toepassing wordt in de lidstaten, t.e.m. 31 december 2018 om de lidstaten voldoende tijd te geven de verzamelde informatie te evalueren en uiterlijk op 30 september 2019 aan de Commissie voor te leggen. De daaropvolgende vierjaarlijkse rapportageperioden beginnen op 1 januari van het eerste jaar van de rapportageperiode en eindigen op 31 december van het vierde jaar van de rapportageperiode.

(4)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het door het comité van artikel 22 van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (2) uitgebrachte advies,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2012/18/EU brengen de lidstaten verslag uit over de tenuitvoerlegging van die richtlijn door de vragenlijst in de bijlage bij dit besluit te beantwoorden (3).

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 10 december 2014.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1.

(2)  Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13).

(3)  Ook beschikbaar via de website van de Europese Commissie op: http://ec.europa.eu/environment/seveso/


BIJLAGE

VRAGENLIJST

1.   ALGEMENE INFORMATIE

1.

Gelieve informatie te verstrekken over de belangrijkste autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van Richtlijn 2012/18/EU. Vermeld ten minste de contactgegevens en de belangrijkste taken (monitoring van veiligheidsrapporten, ruimtelijke ordening, domino-effecten, vaststelling en tenuitvoerlegging van externe noodplannen, inspecties, voorlichting van het publiek, sancties). U kunt ook gewoon naar het vorige verslag verwijzen, indien er intussen geen belangrijke wijzigingen hebben plaatsgevonden.

2.

Vermeld wanneer informatie over inrichtingen het laatst is bijgewerkt, zodat de informatie in de SPIRS-databank kan worden opgenomen.

2.   DOMINO-EFFECTEN (ARTIKEL 9 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

Hoeveel groepen inrichtingen zijn er aan het einde van de rapportageperiode geïdentificeerd waar het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval groter kunnen zijn ten gevolge van de geografische situatie, de nabijheid van die inrichtingen en hun voorraden gevaarlijke stoffen, overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2012/18/EU?

3.   VEILIGHEIDSRAPPORTEN (ARTIKEL 10 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Hebben alle hogedrempelinrichtingen die tijdens de rapportageperiode een veiligheidsrapport moesten indienen daadwerkelijk een veiligheidsrapport ingediend? Hoeveel hogedrempelinrichtingen hebben dit niet gedaan?

2.

Zijn alle veiligheidsrapporten de afgelopen vijf jaar bijgewerkt? Hoeveel hogedrempelinrichtingen die hun veiligheidsrapport moesten bijwerken, hebben dit niet gedaan?

4.   NOODPLANNEN (ARTIKEL 12 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Zijn er tijdens de rapportageperiode externe noodplannen opgesteld voor alle hogedrempelinrichtingen waarvoor dit vereist was? Voor hoeveel hogedrempelinrichtingen is er geen extern noodplan opgesteld?

2.

Voor hoeveel hogedrempelinrichtingen hebben de autoriteiten overeenkomstig artikel 12, lid 8, van Richtlijn 2012/18/EU besloten dat het niet nodig was een extern noodplan op te stellen?

3.

Indien het antwoord op vraag 4.2 één of meer is, gelieve te vermelden welke rechtvaardiging de bevoegde autoriteit voor elk geval heeft gegeven.

4.

Zijn de externe noodplannen de afgelopen drie jaar voor alle hogedrempelinrichtingen getest? In hoeveel gevallen werd het externe noodplan niet getest?

5.

Gelieve informatie te verstrekken over de belangrijkste regelingen voor de raadpleging van het betrokken publiek over externe noodplannen.

6.

Gelieve kort toe te lichten hoe externe noodplannen worden getest (bijvoorbeeld gedeeltelijke test, volledige test, samen met hulpdiensten of theoretisch). Specificeer de criteria die worden gehanteerd om te bepalen of een extern noodplan adequaat is.

5.   RUIMTELIJKE ORDENING (ARTIKELEN 13 EN 15 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Is het betrokken publiek tijdens de rapportageperiode geraadpleegd over alle specifieke afzonderlijke projecten (nieuwe inrichtingen, aanzienlijke wijzigingen van inrichtingen en nieuwe ontwikkelingen rond bestaande inrichtingen) en over algemene plannen of programma's voor nieuwe inrichtingen en nieuwe ontwikkelingen rond bestaande inrichtingen? Zo niet, vermeld bondig waarom het publiek niet werd geraadpleegd.

2.

Facultatief: Voorziet uw nationale wetgeving in gecoördineerde of gezamenlijke procedures om te voldoen aan de voorschriften inzake ruimtelijke ordening van Seveso en voorschriften die voortvloeien uit andere wetgeving, zoals Richtlijnen 2011/92/EU (1) en 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (2)?

6.   INFORMATIE OVER VEILIGHEIDSMAATREGELEN (ARTIKEL 14 EN BIJLAGE V VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Is er tijdens de afgelopen vijf jaar voor alle hogedrempelinrichtingen actief informatie aan het publiek verstrekt over de veiligheidsmaatregelen en de te volgen procedures bij een zwaar ongeval? Voor hoeveel hogedrempelinrichtingen is dit niet het geval geweest?

2.

Gelieve aan te geven door wie (exploitant, autoriteiten) en, indien mogelijk, op welke manier (bijvoorbeeld brochures van de exploitant of de autoriteiten, flyers, e-mails, sms) de in punt 6.1 bedoelde informatie beschikbaar is gesteld.

3.

Is de informatie in bijlage V bij Richtlijn 2012/18/EU permanent voor alle inrichtingen beschikbaar, onder meer elektronisch, en waar nodig bijgewerkt? Zo niet, geef het percentage inrichtingen aan waarvoor dit niet het geval is en de maatregelen die worden genomen om tekortkomingen te verhelpen.

4.

Gelieve aan te geven door wie (exploitant, autoriteiten) en, indien mogelijk, op welke manier (bijvoorbeeld kennisgevingen van de exploitant of de autoriteiten, websites) de in punt 6.3 bedoelde informatie permanent beschikbaar wordt gesteld.

5.

Van hoeveel inrichtingen is op het einde van de rapportageperiode geoordeeld dat ze een zwaar ongeval met grensoverschrijdende effecten kunnen veroorzaken? In hoeveel gevallen is er relevante informatie verstrekt aan een potentieel getroffen lidstaat?

7.   INSPECTIES (ARTIKEL 20 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Op welk niveau/welke niveaus zijn er inspectieplannen opgesteld? Zijn die plannen ter beschikking gesteld van het publiek of is het publiek elektronisch meegedeeld waar men op verzoek meer gedetailleerde gegevens over het inspectieplan kan verkrijgen? Facultatief: Indien de plannen online gepubliceerd zijn, zorg dan voor een link naar de website.

2.

Zijn er voor alle inrichtingen programma's voor routine-inspecties opgesteld met inbegrip van de frequentie van de bezoeken ter plaatse? Is de datum van het laatste bezoek ter plaatse, of een verwijzing naar waar die informatie elektronisch kan worden geraadpleegd, openbaar gemaakt? Facultatief: Indien de informatie online gepubliceerd is, zorg dan voor een link naar de website.

3.

Voor hoeveel hogedrempelinrichtingen is het inspectieprogramma, met inbegrip van de frequentie van de bezoeken ter plaatse, opgesteld op basis van een systematische beoordeling van de gevaren voor zware ongevallen in de betrokken inrichtingen? Hoeveel inrichtingen worden jaarlijks ter plaatse bezocht?

4.

Voor hoeveel lagedrempelinrichtingen is het inspectieprogramma, met inbegrip van de frequentie van de bezoeken ter plaatse, opgesteld op basis van een systematische beoordeling van de gevaren voor zware ongevallen in de betrokken inrichtingen? Hoeveel inrichtingen worden ten minste om de drie jaar ter plaatse bezocht?

5.

Voorzien de nationale wetgeving of administratieve richtsnoeren in gecoördineerde of gezamenlijke inspecties met inspecties die krachtens andere wetgeving van de Unie (bv. de richtlijn inzake industriële emissies) worden uitgevoerd?

8.   EXPLOITATIEVERBOD, SANCTIES EN ANDERE DWANGMIDDELEN (ARTIKEL 19 EN 28 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

1.

Voor hoeveel inrichtingen was de exploitatie of de inbedrijfstelling verboden tijdens de rapportageperiode?

2.

Hoeveel andere dwangmaatregelen zijn er genomen tijdens de rapportageperiode? Geef een indicatie van de maatregelen die het meest worden genomen (bv. exploitatieverbod, administratieve sanctie, boete of andere maatregel). Indien mogelijk, geef een statistisch overzicht.

9.   TOEGANG TOT DE RECHTER (ARTIKEL 23 VAN RICHTLIJN 2012/18/EU)

Gelieve uiteen te zetten hoe de naleving van artikel 23 van Richtlijn 2012/18/EU betreffende de toegang tot de rechter is gewaarborgd en beschrijf de ervaringen met de toepassing van dit artikel tijdens de rapportageperiode.

10.   VERDERE INFORMATIE

Facultatief: Verstrek aanvullende algemene informatie in verband met Seveso, informatie over ervaringen met de uitvoering van de richtlijn, verslagen enz. die van belang kunnen zijn en met het publiek kunnen worden gedeeld en betrekking hebben op:

a)

Lessen die uit ongevallen en incidenten zijn getrokken om herhaling te voorkomen;

b)

IT-hulpmiddelen die worden gebruikt om de toepassing van de richtlijn te controleren en gegevens uit te wisselen;

c)

Indien relevant, alle Seveso-achtige bepalingen (in termen van kennisgeving van activiteiten met betrekking tot veiligheidsbeheer, veiligheidsrapporten, informatie aan het publiek, noodplannen en inspecties) voor installaties en activiteiten die niet onder Richtlijn 2012/18/EU vallen, zoals pijpleidingen, havens, spoorwegemplacementen, offshore-installaties, gasexploratie en -winning enz.


(1)  Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1).

(2)  Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PB L 197 van 21.7.2001, blz. 30).