12.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 357/112


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 29 april 2014

betreffende de steunmaatregelen SA.34825 (2012/C), SA.34825 (2014/NN), SA.36006 (2013/NN), SA.34488 (2012/C) (ex-2012/NN) en SA.31155 (2013/C) (2013/NN) (ex-2010/N) die door Griekenland zijn uitgevoerd ten behoeve van de Eurobank Groep met betrekking tot de herkapitalisatie en herstructurering van Eurobank Ergasias SA; de herstructureringssteun aan Proton Bank door middel van de oprichting en kapitalisatie van Nea Proton en de aanvullende herkapitalisatie van New Proton Bank door het Griekse fonds voor financiële stabiliteit en de afwikkeling van de Hellenic Postbank middels het oprichten van een overbruggingsbank

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 2933)

(Slechts de versie in de Engelse taal is authentiek)

(2014/885/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de eerste alinea van artikel 108, lid 2,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de lidstaten en andere belanghebbenden te hebben opgeroepen om hun opmerkingen te maken overeenkomstig deze bepalingen (1),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   PROCEDURES MET BETREKKING TOT DE EUROBANK GROEP (2) (DE „BANK”) (3)

(1)

Bij besluit van 19 november 2008 heeft de Commissie een regeling goedgekeurd met de naam „Steunmaatregelen voor de kredietinstellingen in Griekenland” (de „steunregeling voor Griekse banken”), die is opgesteld om de stabiliteit van het Griekse financiële stelsel te waarborgen. De steunregeling voor Griekse banken zorgt voor steun die wordt verleend op grond van de drie maatregelen die ten grondslag liggen aan de regeling: een herkapitalisatiemaatregel, een garantiemaatregel en een maatregel voor staatsobligatieleningen (4). In mei 2009 werd de EFG Eurobank Ergasias SA (5) door Griekenland geherkapitaliseerd op grond van de herkapitalisatiemaatregel.

(2)

In overweging 14 van het besluit van 19 november 2008 werd vastgelegd dat er een herstructureringsplan betreffende de begunstigden van de herkapitalisatiemaatregel aan de Commissie zou worden meegedeeld.

(3)

Op 2 augustus 2010 hebben de Griekse autoriteiten een herstructureringsplan betreffende de Eurobank Groep bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft dat plan en daaropvolgende actualiseringen, alsmede aanvullende informatie die door de Griekse autoriteiten is ingediend, geregistreerd onder nummer SA.30342 (PN 26/2010) en vervolgens onder nummer SA.32789 (2011/PN).

(4)

De Bank heeft herhaaldelijk gebruikgemaakt van staatsgaranties op schuldinstrumenten en overheidsobligatieleningen op grond van de steunregeling voor Griekse banken (6). Zij heeft ook gebruikgemaakt van noodliquiditeitssteun met staatsgarantie („door de staat gegarandeerde ELA”).

(5)

Op 20 april 2012 heeft het Griekse fonds voor financiële stabiliteit (hierna „HFSF” genoemd) een toezeggingsbrief aan de Nationale Bank van Griekenland gezonden waarin het toezegt te zullen deelnemen aan de geplande verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank. Op 28 mei 2012 heeft het HFSF de Bank een overbruggingsherkapitalisatie van 3 970 miljoen EUR verleend („eerste overbruggingsherkapitalisatie”).

(6)

In mei 2012 hebben de Griekse autoriteiten de Commissie in kennis gesteld van de toezeggingsbrief die het HFSF aan de Bank had verzonden. Aangezien de maatregel al was uitgevoerd heeft de Commissie deze als een niet-aangemelde steun ingeschreven (nummer SA.34825 (2012/NN).

(7)

Op 27 juli 2012 heeft de Commissie een formele onderzoeksprocedure ingeleid met betrekking tot de eerste overbruggingsherkapitalisatie („het besluit tot inleiding Eurobank”) (7).

(8)

In december 2012 heeft het HFSF de Bank een tweede overbruggingsherkapitalisatie van 1 341 miljoen EUR verleend („tweede overbruggingsherkapitalisatie”). Op 21 december 2012 heeft het HFSF de Bank ook een toezeggingsbrief verstrekt betreffende haar deelname aan een verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank en aan uit te geven converteerbare kapitaalinstrumenten, voor een totaalbedrag van maximaal 528 miljoen EUR (8). De Griekse autoriteiten hebben deze maatregelen op 27 december 2012 bij de Commissie aangemeld.

(9)

In mei 2013 heeft het HFSF deelgenomen aan de verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank, die in december 2012 was overeengekomen. De eerste en tweede overbruggingsherkapitalisatie werden omgezet in eigen vermogen en er werd een verdere 528 miljoen EUR aan kapitaal in de Bank geïnjecteerd (de „herkapitalisatie van voorjaar 2013”).

(10)

Op 19 december 2013 hebben de Griekse autoriteiten aan de Commissie informatie verstrekt over de voorwaarden van de herkapitalisatie van voorjaar 2013.

(11)

Op 31 maart 2014 heeft het HFSF aan de Bank een toezeggingsbrief verzonden betreffende haar deelname aan een voorgenomen verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank.

(12)

Op 16 april 2014 hebben de Griekse autoriteiten een definitief herstructureringsplan voor de Bank („het herstructureringsplan”) bij de Commissie ingediend. Zij stelden de Commissie ook in kennis van de toezegging van het HFSF tot het volledig inschrijven op de komende herkapitalisatie van de Bank. Op dezelfde datum werd informatie verstrekt over de door de staat gegarandeerde ELA. Zij gaven aan verder te willen gaan met het verstrekken van deze liquiditeitssteun aan de Bank, alsook van staatsgaranties op schuldinstrumenten en overheidsobligatieleningen op grond van de steunregeling voor Griekse banken (9).

(13)

De Commissie had talrijke vergaderingen, teleconferenties en elektronische briefwisselingen met vertegenwoordigers van de Griekse autoriteiten en de Bank.

(14)

Griekenland accepteert dat dit besluit bij wijze van uitzondering alleen in de Engelse taal wordt vastgesteld.

1.2.   PROCEDURE MET BETREKKING TOT DE OVERGENOMEN BEDRIJVEN

1.2.1.   Procedure met betrekking tot Nea Proton Bank

(15)

Op 26 juli 2012 heeft de Commissie een besluit betreffende steunmaatregel SA. 34488 (2012/C) aangenomen, Steun ten behoeve van Nea Proton Bank door de oprichting en kapitalisatie van Nea Proton Bank (10) („Besluit tot inleiding Nea Proton”). Met dit besluit heeft de Commissie een formele onderzoeksprocedure ingeleid ten aanzien van: i) de financiering op grond van de afwikkelingsregeling van het Griekse garantiefonds voor deposito’s en beleggingen („HDIGF”) en het HFSF van het financieringsverschil van 1 121,6 miljoen EUR als gevolg van de overdracht van de activa en passiva van Proton Bank aan Nea Proton Bank; ii) een injectie van beginaandelenkapitaal van 250 miljoen EUR door het HFSF in Nea Proton Bank; en iii) een injectie van aanvullend aandelenkapitaal van 300 miljoen EUR door het HFSF in Nea Proton Bank, die vooruit werd betaald op het moment dat het besluit tot inleiding Nea Proton werd aangenomen. De Commissie verzocht Griekenland om opmerkingen in te dienen en alle informatie te verstrekken die zou kunnen helpen bij het beoordelen van de steunmaatregelen. In deel 1 van het besluit tot inleiding Nea Proton werd in detail de procedure ten aanzien van Proton Bank beschreven, waaronder de afwikkeling van Proton Bank, de oprichting van Nea Proton Bank, de financiering van het financieringstekort en het beginaandelenkapitaal dat door het HFSF in Nea Proton Bank werd geïnjecteerd.

(16)

Op 1 augustus 2012 schreef het HFSF in op aanvullend aandelenkapitaal in Nea Proton Bank, een verhoging ten bedrage van 230 miljoen EUR.

(17)

Op 5 september 2012 diende Griekenland schriftelijke opmerkingen over het Besluit tot inleiding NEA Proton in die door de Bank van Griekenland en het HFSF waren opgesteld.

(18)

Op maandag 31 december 2012 schreef het HFSF in op nog meer aandelenkapitaal bij Nea Proton Bank voor een bedrag van 35 miljoen EUR.

(19)

In mei 2013 zette het HFSF het verkoopproces van Nea Proton Bank in gang.

(20)

Op 12 juli 2013 meldden de Griekse autoriteiten het voornemen tot verwerving van de Nea Proton Bank bij de Commissie. De Commissie antwoordde op 15 juli 2013.

(21)

Op 15 juli 2013 ondertekende de Bank een bindende overeenkomst met het HFSF om 100 % van de aandelen en stemrechten van de Nea Proton Bank over te nemen voor een aankoopprijs van 1 EUR en deed het HFSF de toezegging om de Nea Proton Bank voorafgaand aan de verkoop te herkapitaliseren met 395 miljoen EUR in contanten.

(22)

Op 29 juli 2013 stelden de Griekse autoriteiten de Commissie in kennis van deze kapitaalinjectie van 395 miljoen EUR in Nea Proton Bank.

1.2.2.   Procedure met betrekking tot New TT Bank

(23)

Op 6 mei 2013 nam de Commissie een besluit met betrekking tot steunmaatregel SA. 31155 (2013/C), „Staatssteun aan TT Hellenic Postbank SA middels oprichting en kapitalisatie van de brugbank New TT Hellenic Postbank SA” (het „besluit tot inleiding New TT”) (11). In dit besluit leidde de Commissie een formele onderzoeksprocedure in met betrekking tot: i) een kapitaalinjectie van 500 miljoen EUR door het HFSF in New TT Hellenic Postbank SA („New TT Bank”); ii) een financiering van 4,1 miljard EUR (12) van het financieringstekort (13) dat is ontstaan door de overdracht van activiteiten van Hellenic Postbank SA („TT Bank”) aan New TT Bank; iii) een kapitaalinjectie door Griekenland van 224,96 miljoen EUR op grond van de steunregeling voor Griekse banken in TT Bank in de vorm van preferente aandelen; en iv) een steunverlening van 0,68 miljard EUR door het HDIGF ten gunste van de activa van T Bank SA („T Bank”) die waren overgedragen aan TT Bank. De Commissie verzocht Griekenland om opmerkingen in te dienen en alle informatie te verstrekken die zou kunnen helpen bij het beoordelen van de herstructureringssteun. In deel 1 van het besluit tot inleiding New TT worden de procedures met betrekking tot de afwikkeling van T Bank door verkoop aan TT Bank en de afwikkeling van TT Bank door de oprichting van New TT Bank gedetailleerd beschreven.

(24)

In juni 2013 zette het HFSF het verkoopproces van New TT Bank in gang.

(25)

Op 15 juli 2013 deelden de Griekse autoriteiten aan de Commissie het voornemen van het HFSF tot verkoop van New TT Bank aan de Bank en de redenen voor deze beslissing mee.

(26)

Op 15 juli 2013 ondertekende de Bank een bindende overeenkomst met het HFSF om 100 % van de aandelen en stemrechten van New TT Bank over te nemen.

(27)

Op 19 juli 2013 diende Griekenland opmerkingen in over het besluit tot inleiding New TT.

2.   BESCHRIJVING

2.1.   DE BANK EN HAAR PROBLEMEN

2.1.1.   Algemene context van het Griekse bankwezen

(28)

Het reële bruto binnenlands product („bbp”) in Griekenland is tussen 2008 en 2012 met 20 % gedaald, zoals aangegeven in tabel 1. Daardoor hadden de Griekse banken te kampen met een snel stijgend wanbetalingspercentage bij leningen aan Griekse huishoudens en bedrijven (14). Deze ontwikkelingen hadden een negatieve invloed op de resultaten van de activa van Griekse banken en deden kapitaalbehoeften ontstaan.

Tabel 1

Reële bbp-groei in Griekenland, 2008-2013

Griekenland

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Reële bbp-groei, %

–0,2

–3,1

–4,9

–7,1

–6,4

– 4 (schatting)

Bron:

Eurostat, online beschikbaar op http://epp.eurostat.ec.europa.eu/tgm/table.do?tab=table&init=1&plugin=1&language=en&pcode=tec00115

(29)

Bovendien heeft Griekenland in februari 2012 een obligatieruil met de particuliere sector uitgevoerd, onder de naam Inbreng van de particuliere sector („het PSI-programma”). Griekse banken waren betrokken bij het PSI-programma, waarbij de Griekse regering bestaande particuliere obligatiehouders nieuwe effecten aanbood (met inbegrip van nieuwe Griekse staatsobligaties („GGB’s”), aan het bbp gekoppelde effecten en PSI-promesses uitgegeven door het Europees Financieel Stabiliteitsfonds („EFSF”)) in ruil voor bestaande GGB’s, met een nominale korting van 53,5 % en langere looptijden (15). De Griekse autoriteiten kondigden de resultaten van die obligatieruil op 9 maart 2012 aan (16). De ruil resulteerde in zware verliezen voor de obligatiehouders (door de Bank van Griekenland geschat op gemiddeld 78 % van het nominale bedrag van de oude GGB’s voor de Griekse banken) en kapitaalbehoeften die met terugwerkende kracht op de jaarrekening van 2011 van de Griekse banken werden geboekt.

Tabel 2

Totale PSI-verliezen van de belangrijkste Griekse banken (in miljoen EUR)

Banken

Nominaal bedrag van GGB’s

Nominale waarde van staatsgerelateerde leningen

Totale nominale waarde

PSI-verlies van GGB’s

PSI-verlies van staatsgerelateerde leningen

Totaal bruto PSI- verlies

Totaal bruto PSI-verlies/tier 1-kernkapitaal (17) (%)

Totaal bruto PSI-verlies/Totaal activa (%)

NBG

13 748

1 001

14 749

10 985

751

11 735

161,0

11,0

Eurobank

7 001

335

7 336

5 517

264

5 781

164,5

7,5

Alpha

3 898

2 145

6 043

3 087

1 699

4 786

105,7

8,1

Piraeus

7 063

280

7 343

5 686

225

5 911

226,0

12,0

Postbank (TT Bank)

4 197

175

4 372

3 306

138

3 444

618,3

24,8

Nea Proton Bank

934

0

934

216

0

216

378,8

12,6

Bron:

Bank van Griekenland, Report on the Recapitalisation and the Restructuring of the Greek Banking Sector, december 2012, blz. 14.

(30)

Aangezien de Griekse banken geconfronteerd werden met aanzienlijke kapitaaltekorten als gevolg van het PSI-programma en de aanhoudende recessie, stelde het Memorandum betreffende het economische en financiële beleid („MEFP”) van het tweede aanpassingsprogramma voor Griekenland van de Griekse regering, de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds („IMF”) en de Europese Centrale Bank („ECB”) van 11 maart 2012 fondsen beschikbaar voor de herkapitalisatie van die banken. De Griekse autoriteiten schatten de totale bancaire herkapitalisatiebehoeften en afwikkelingskosten ten laste van dit programma op 50 miljard EUR (18). Dat bedrag werd berekend op basis van een stresstest, uitgevoerd door de Bank van Griekenland, voor de periode van december 2011 tot december 2014 („de stresstest van 2012”), die gebruik maakte van de prognose voor kredietverliezen uitgevoerd door Blackrock (19). De middelen voor de herkapitalisatie van de Griekse banken zijn beschikbaar via het HFSF. Tabel 3 geeft een overzicht van de berekening van de kapitaalbehoeften voor de belangrijkste Griekse banken, zoals deze uit de stresstest van 2012 naar voren zijn gekomen.

Tabel 3

Stresstest 2012: Kapitaalbehoeften van de belangrijkste Griekse banken (in miljoen EUR)

Banken

Referentie tier 1-kernkapitaal (december 2011)

Totaal bruto PSI-verlies

(dec 2011)

Voorzieningen met betrekking tot PSI

(juni 2011)

Bruto cumulatief verlies

Prognoses voor kredietrisico

Reserves kredietverliezen

(dec 2011)

Interne kapitaal opbouw

Doelstelling tier 1-kernkapitaal (december 2014)

Kapitaalbehoeften

NBG

7 287

–11 735

1 646

–8 366

5 390

4 681

8 657

9 756

Eurobank

3 515

–5 781

830

–8 226

3 514

2 904

2 595

5 839

Alpha

4 526

–4 786

673

–8 493

3 115

2 428

2 033

4 571

Piraeus

2 615

–5 911

1 005

–6 281

2 565

1 080

2 408

7 335

Postbank (TT Bank)

557

–3 444

566

–1 482

1 284

– 315

903

3 737

Nea Proton Bank

57

– 216

48

– 482

368

34

115

305

Bron:

Bank van Griekenland, Report on the Recapitalisation and the Restructuring of the Greek Banking Sector, december 2012, blz. 8.

(31)

Volgens het MEFP van maart 2012 wordt aan „banken die levensvatbare plannen voor kapitaalopbouw indienen de mogelijkheid geboden om overheidssteun aan te vragen en te ontvangen op een zodanige wijze dat de particuliere sector wordt gestimuleerd tot kapitaalinjectie, zodat de lasten voor de belastingbetaler worden beperkt” (20). De Bank van Griekenland constateerde dat alleen de vier grootste banken (Eurobank, NBG, Piraeus Bank en Alpha Bank) levensvatbaar zijn (21). Zij ontvingen in mei 2012 een eerste herkapitalisatie van het HFSF.

(32)

De binnenlandse deposito’s bij de banken in Griekenland daalden met in totaal 37 % tussen eind 2009 en juni 2012, als gevolg van de recessie en de politieke onzekerheid. Deze banken moesten een hogere rente betalen om hun deposito’s te behouden. De kosten van de deposito’s stegen, waardoor de netto rentemarge van de banken werd verlaagd. Aangezien Griekse banken werden uitgesloten van de markten voor wholesalefinanciering, werden zij volledig afhankelijk van Eurosysteem (22) -financiering, waarvan een groeiend deel de vorm had van noodliquiditeitssteun („ELA”), verleend door de Bank van Griekenland. De bedragen die deze banken in de tweede helft van 2012 ontvingen waren bijzonder hoog.

(33)

Na de verkiezingen in juni 2012 begon de hoeveelheid deposito’s weer toe te nemen. De totale Eurosysteem-financiering voor Griekse banken is sinds 31 december 2012 afgenomen.

(34)

Op 3 december 2012 startte Griekenland een terugkoopprogramma voor de nieuwe GGB’s die in het kader van het PSI-programma werden ontvangen, tegen prijzen variërend van 30,2 % tot 40,1 % van hun nominale waarde (23). De Griekse banken namen deel aan dat terugkoopprogramma, hetgeen leidde tot verdere verliezen op hun balansen, aangezien het boekhoudkundige verlies (dat wil zeggen het verschil tussen de marktwaarde en de nominale waarde) dat tijdens het PSI-programma werd geboekt definitief en onomkeerbaar werd (24).

(35)

In december 2012 ontvingen de vier grootste Griekse banken een tweede herkapitalisatie van het HFSF.

(36)

In het najaar van 2013 startte de Bank van Griekenland een nieuwe stresstest, ter beoordeling van de robuustheid van de kapitaalpositie van de Griekse banken op grond van een basisscenario en een ongunstig scenario.

(37)

In juli 2013 gaf de Bank van Griekenland aan een adviseur opdracht tot het uitvoeren van een diagnostische studie betreffende de kredietportefeuilles van alle Griekse banken. Deze adviseur stelde prognoses voor kredietverliezen („CLP’s”) op voor alle binnenlandse kredietportefeuilles van de Griekse banken, alsook voor leningen met Grieks risico bij buitenlandse bijkantoren en dochterondernemingen, uitgaande van een termijn van drieënhalf jaar en de levensduur van de lening. De analyse leverde CLP’s op bij twee macro-economische scenario’s: een basisscenario en een ongunstig scenario. De Bank van Griekenland maakte een schatting van de CLP’s voor buitenlandse kredietportefeuilles, met enige inhoudelijke inbreng van de adviseur.

(38)

Op basis van de beoordeling van de CLP’s door de adviseur voerde de Bank van Griekenland met technische ondersteuning van een tweede adviseur een beoordeling van de kapitaalbehoeften uit.

(39)

De belangrijkste onderdelen van de beoordeling van de kapitaalbehoeften op grond van de stresstest van 2013 waren: i) de CLP’s (25) over kredietportefeuilles van banken op een geconsolideerde basis voor Grieks risico en buitenlands risico, na aftrek van de bestaande kredietreserves en ii) de geschatte operationele rentabiliteit van de banken voor de periode van juni 2013 tot december 2016, op basis van een conservatieve aanpassing van de herstructureringsplannen die in het vierde kwartaal van 2013 aan de Bank van Griekenland waren voorgelegd. Tabel 4 geeft een overzicht van de berekening van de kapitaalbehoeften voor de belangrijkste Griekse banken, op een geconsolideerde basis voor het basisscenario van die stresstest van 2013.

Tabel 4

Stresstest 2013: Kapitaalbehoeften van de Griekse banken op geconsolideerde basis bij het basisscenario (in miljoen EUR)

Banken

Referentie tier 1-kernkapitaal (juni 2013) (1)

Reserves kredietverliezen

(juni 2013) (2)

CLP’s voor Grieks risico (3)

CLP’s voor buitenlands risico (26) (4)

Interne kapitaalopbouw (5)

Stresstest tier 1-kernkapitaalratio (december 2016) (6)

Kapitaalbehoeften

(7) = (6) – (1) – (2) – (3) – (4) – (5)

NBG (27)

4 821

8 134

–8 745

–3 100

1 451

4 743

2 183

Eurobank (28)

2 228

7 000

–9 519

–1 628

2 106

3 133

2 945

Alpha

7 380

10 416

14 720

–2 936

4 047

4 450

262

Piraeus

8 294

12 362

–16 132

–2 342

2 658

5 265

425

Attica

225

403

– 888

0

106

243

397

Panellinia

61

66

– 237

0

–26

31

169

Bron:

Bank van Griekenland, 2013 Stress Test of the Greek Banking Sector, maart 2014, blz. 42.

(40)

Op 6 maart 2013 kondigde de Bank van Griekenland de resultaten aan van de stresstest van 2013 en verzocht de banken om medio april 2014 hun plannen voor het aantrekken van kapitaal ter dekking van de kapitaalbehoeften op grond van het basisscenario in te dienen.

2.1.2.   De economische activiteiten van de Bank

(41)

De Bank biedt universele bankdiensten aan, voornamelijk in Griekenland en in Oost- en Zuidoost-Europa (Cyprus, Roemenië, Bulgarije, Servië en Oekraïne). Zij biedt huishoudens en bedrijven een volledig assortiment bancaire en financiële producten en diensten aan. Zij is actief in de detailhandels-, zakelijke en private bankactiviteiten, vermogensbeheer, verzekeringen, kasbeheer, kapitaalmarkten en andere diensten. De Bank is als rechtspersoon opgericht in Griekenland en haar aandelen noteren op de effectenbeurs van Athene. Op 31 december 2012 werkten in totaal 17 427 mensen bij de Bank, waarvan ongeveer de helft in Oost- en Zuidoost-Europa en de andere helft in Griekenland (29).

(42)

De Bank nam aan het PSI-programma deel met de uitruil van GGB’s en staatsgerelateerde leningen met een nominale waarde van 7 336 miljoen EUR. De totale PSI-gerelateerde kosten bedroegen ongeveer 5 781 miljoen EUR vóór belastingen en werden volledig geboekt op de jaarrekening van 2011 (30). De Bank verkocht tijdens het terugkoopprogramma van december 2012 de nieuwe GGB’s die zij had ontvangen in het kader van het PSI met een groot disagio ten opzichte van de nominale waarde. Deze verkoop maakte haar verliezen op de nieuwe GGB’s definitief.

(43)

De kerngetallen van de Bank per december 2010, december 2011, december 2012 en december 2013 (geconsolideerde gegevens) worden in tabel 5 weergegeven.

Tabel 5

Kerngetallen Eurobank 2010, 2011, 2012 en 2013

Winst-en-verliesrekening

(in miljoen EUR)

2010

2011

2012

2013

(inclusief New TT Bank en Nea Proton Bank vanaf de datum van overname)

Netto rentebaten

2 103

2 965

1 461

1 294

Totale bedrijfsopbrengsten

2 730

2 226

1 755

1 587

Totale bedrijfslasten

–1 280

–1 123

–1 052

–1 071

Opbrengsten voor voorzieningen

1 450

1 103

703

516

Verliezen kredietrisico

–1 273

–1 328

–1 655

–1 920

PSI-verliezen

 

–6 012

– 363

 

Overige verliezen

 

– 737

– 373

– 522

Nettowinst/-verlies

84

–5 496

–1 440

–1 157

Geselecteerde volumegegevens (in miljoen EUR)

31 december 2010

31 december 2011

31 december 2012

31 december 2013 (inclusief New TT Bank en Nea Proton Bank)

Totaal leningen en voorschotten aan cliënten

53 412

48 094

43 171

45 610

Totaal deposito’s

41 173

32 459

30 752

41 535

Totaal activa

87 188

76 822

67 653

77 586

Totaal eigen vermogen (31)

6 094

875

– 685

4 523

Bronnen:

2013: Financiële resultaten 2013 — geconsolideerde jaarrekening, blz. 3 en 4: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/EN%20Consol%20AR%202013.pdf; 2012 en 2011: Financiële resultaten 2012 — geconsolideerde jaarrekening, blz. 3 en 4: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Annual%20Report%202012.pdf; 2010: EFG Eurobank-persbericht, resultaten volledig jaar 2011, blz. 5 en 6: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Annual%20Report%20AQ2011.pdf

(44)

Uit tabel 5 blijkt dat, naast de enorme verliezen die in 2011 als gevolg van het PSI-programma (5 781 miljoen EUR (32)) zijn geboekt, de Bank te kampen had met afnemende inkomsten (onder andere vanwege de hogere kosten van deposito’s) en met hoge en stijgende bijzondere waardeverminderingsverliezen op haar kredietportefeuilles in Griekenland en in het buitenland. De liquiditeitspositie van de Bank werd zwaar getroffen door de uitstroom van deposito’s en de krediet/deposito-ratio bereikte op 31 december 2011 het niveau van 148 %, terwijl op die datum 42 % van haar balans werd gefinancierd door het Eurosysteem.

(45)

Op grond van de stresstest van 2013, waarvan de resultaten op 6 maart 2014 werden bekendgemaakt, werden de kapitaalbehoeften van de Bank door de Bank van Griekenland geraamd op 2 945 miljoen EUR voor het basisscenario. In dat bedrag waren de risicobeperkende maatregelen al meegenomen, dat wil zeggen dat er reeds vanuit werd gegaan dat de Bank risicobeperkende maatregelen in de vorm van desinvesteringen zou uitvoeren, waarvan werd aangenomen dat zij zouden bijdragen aan een verminderde kapitaalbehoefte.

(46)

Ter dekking van de vastgestelde behoefte van 2 945 miljoen EUR aan kapitaal heeft de Bank versterkte risicobeperkende maatregelen voorgesteld, die echter in totaliteit slechts iets meer opleveren dan door de Bank van Griekenland bij de berekening van de kapitaalbehoeften werd aangenomen. Deze risicobeperkende maatregelen omvatten de verkoop van aanvullende activa (verkoop van […] (*1), verkoop van […] % van de verzekeringsdochter en vermindering van de deelname aan vastgoedactiviteiten tot 20 % door […] (33).

(47)

Aangezien die versterkte risicobeperkende maatregelen slechts een zeer klein deel van de vastgestelde kapitaalbehoeften kunnen dekken, is er op de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders op 12 april 2014 besloten om door te gaan met een kapitaalverhoging van 2 864 miljoen EUR. Deze krijgt de vorm van een voorkeurvrij eigenvermogensaanbod (dat wil zeggen, een kapitaalverhoging met annulering van voorkeurrechten) voor internationale beleggers en een openbare emissie in Griekenland. Als de vraag van particuliere beleggers onvoldoende is ter dekking van de gehele kapitaalverhoging, zal het HFSF het gat dichten door in te schrijven op de resterende nieuwe aandelen, behoudens voorafgaande omzetting van de bestaande achtergestelde kapitaalinstrumenten van de Bank in aandelen.

2.2.   OVERNAMES DOOR DE BANK VAN GRIEKSE BANCAIRE ACTIVITEITEN

(48)

Op 15 juli 2013 ondertekende de Bank twee bindende overeenkomsten met het HFSF om 100 % van de aandelen en stemrechten van Nea Proton Bank en New TT Bank over te nemen.

2.2.1.   Overname van Nea Proton Bank

Afwikkeling van Proton Bank en Nea Proton Bank

(49)

Op 9 oktober 2011 ging de Bank van Griekenland over tot de afwikkeling van de Proton Bank. De vergunning van de Proton Bank werd door de Bank van Griekenland ingetrokken en de bank werd in liquidatie gebracht (34).

(50)

Op voorstel van de Bank van Griekenland en op grond van het besluit van de minister van Financiën (35) werd Nea Proton Bank als een tussentijdse kredietinstelling opgericht en werden alle deposito’s (particulieren, banken en overheid), de vestigingen en bepaalde activa (krediet- en effectenportefeuille) van Proton Bank aan haar overgedragen. De eigenvermogensvorderingen, achtergestelde schuld en hoge-risicokredieten bleven bij Proton Bank. HFSF bracht initieel aandelenkapitaal van 250 miljoen EUR in (36) bij Nea Proton Bank en was haar enige aandeelhouder. De openingsbalans van Nea Proton Bank bedroeg circa 3 miljard EUR.

(51)

Eind 2011 bedroegen de risicogewogen activa van Nea Proton Bank („RWA” (37)) 1,2 miljard EUR.

Overname van Nea Proton Bank door de Bank

(52)

De Griekse wet betreffende het afwikkelen van banken vereist dat het HFSF afstand doet van zijn aandelen in een tussentijdse kredietinstelling, binnen twee jaar vanaf de datum van het ministerieel besluit tot oprichting van die tussentijdse kredietinstelling (38). In overeenstemming met deze verplichting en overeenkomstig het MEFP ging HFSF over tot de verkoop van haar aandelen in Nea Proton Bank. De financiële adviseur van het HFSF nam contact op met een breed scala aan potentiële beleggers (met inbegrip van Griekse banken, buitenlandse banken en financiële sponsors), maar slechts twee partijen, de Bank en een Amerikaans hedgefonds, brachten een definitief bod uit. Alleen het bod dat door de Bank werd uitgebracht werd als in overeenstemming met de „procesbrief” van het HFSF en dus als geldig beschouwd.

(53)

Op 31 mei 2013 bedroegen de RWA van Nea Proton Bank 811 miljoen EUR en haar kapitaalvereiste op basis van de regelgeving-203 miljoen EUR. Op dezelfde datum had Nea Proton Bank een totale herkapitalisatie van 276 miljoen EUR nodig om een tier 1-kernkapitaalratio van 9 % te bereiken. De Bank betaalde contant het bedrag van 1 EUR in ruil voor 100 % van de aandelen en stemrechten van Nea Proton Bank. De Bank verzocht het HFSF om Nea Proton Bank met 395 miljoen EUR te herkapitaliseren, waardoor, afgezien van de 276 miljoen EUR die nodig was om de solvabiliteitsratio van de Nea Proton Bank terug te brengen tot 9 %, een aanvullend bedrag van 119 miljoen EUR voor voorzieningen beschikbaar kwam om aanvullende kredietverliezen en verwachte verliezen vóór belastingen tot 2016 te compenseren. Op grond van de verkoopvoorwaarden zegde het HFSF toe om ter dekking van de kapitaalbehoeften van Nea Proton Bank, voorafgaand aan de voltooiing van de transactie, 395 miljoen EUR in contanten bij te dragen.

2.2.2.   Overname van New TT Bank

Afwikkeling van TT Bank en New TT Bank

(54)

Op 18 januari 2013 gingen de Griekse autoriteiten over tot de afwikkeling van TT Bank. De vergunning van TT Bank werd door de Bank van Griekenland ingetrokken en de bank werd in liquidatie gebracht (39).

(55)

Op voorstel van de Bank van Griekenland en na de beslissing van de minister van Financiën (40) werd New TT Bank opgericht als een tussentijdse kredietinstelling en er werd 10,8 miljard EUR aan activa (in de vorm van contant geld, schatkistpapier, inbare leningen, particuliere deposito’s, centrale financiering en GGB’s (41)) overgedragen aan New TT Bank. Er bleef een totaalbedrag van 1,2 miljard EUR aan netto activa in TT Bank: „in de vorm van” eigenvermogensvorderingen, oninbare leningen, belastingvorderingen en -verplichtingen van TT, en diverse heffingen en accijnzen. HFSF bracht initieel aandelenkapitaal van 500 miljoen EUR in bij New TT Bank en was de enige aandeelhouder. De openingsbalans van New TT Bank bedroeg na de kapitaalinjectie circa 15,1 miljard EUR.

Overname van New TT Bank door de Bank

(56)

Als onderdeel van de MEFP-toezeggingen ging het HFSF over tot de verkoop van zijn aandelen in New TT Bank. Op die manier voldeed het ook aan zijn verplichting om binnen twee jaar na oprichting van deze laatste afstand te doen van zijn aandelen in die tussentijdse kredietinstelling. Zijn financieel adviseur nam contact op met een groot aantal potentiële beleggers, met inbegrip van Griekse banken, buitenlandse banken en financiële sponsors. Alleen de vier grootste Griekse banken brachten een definitief bod uit, waarbij de voorkeur uitging naar het bod van de Bank.

(57)

De Bank ging akkoord met het betalen van in totaal 681 miljoen EUR in de vorm van nieuw uitgegeven gewone aandelen voor de aankoop van New TT Bank. Volgens de inschrijvingsovereenkomst was de aanvankelijk door de Bank betaalde vergoeding behoudens verdere bijstellingen op basis van een waardering van de nettowaarde van de activa (42).

(58)

Bijgevolg heeft de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Bank van 26 augustus 2013 de verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank met 425 625 000 EUR goedgekeurd, door de uitgifte van 1 418 750 000 nieuwe gewone aandelen (43) met een nominale waarde van 0,3 EUR per stuk en een biedprijs van 0,48 EUR per stuk. Op de kapitaalverhoging werd door het HFSF volledig ingeschreven middels bijdrage in natura. Deze bijdrage in natura bestond uit alle aandelen van New TT Bank die in het bezit waren van het HFSF, met een totale waarde van 681 miljoen EUR. Na deze transactie steeg de deelneming van HFSF in de Bank van 93,5 % tot 95,2 %.

2.3.   STEUNMAATREGELEN

(59)

De Bank heeft gebruikgemaakt van de kapitaalsteunmaatregelen A, B1, B2, B3, B4 en C en liquiditeitssteunmaatregelen L1 en L2. Proton Bank en Nea Proton Bank hebben gebruikgemaakt van de volgende maatregelen: Pr1, Pr2 Pr3, NP1, NP2 en NP3. T Bank, TT bank en New TT bank hebben gebruikgemaakt van de maatregelen T, TT, NTT1 en NTT2.

2.3.1.   Steunmaatregel t.b.v. de Bank op grond van de steunregeling voor Griekse banken

(60)

De Bank heeft verschillende vormen van steun gekregen krachtens de steunregeling voor Griekse banken, de maatregel tot herkapitalisatie, de garantiemaatregel en maatregel voor staatsobligatieleningen.

2.3.1.1.   Staatsliquiditeitssteun verleend op grond van de garantiemaatregel en de maatregel voor staatsobligatieleningen (maatregel L1)

(61)

De Bank heeft gebruikgemaakt en blijft gebruikmaken van steun op grond van de garantiemaatregel en de maatregel voor staatsobligatieleningen. Die steun zal in dit besluit worden omschreven als „maatregel L1”. Vanaf 30 november 2013 (44) bedroegen de aan de Bank verleende garanties ongeveer 13,9 miljard EUR. Op die datum waren er geen uitstaande staatsobligatieleningen aan de Bank. Per 15 april 2011 had de Bank staatsobligatieleningen ten bedrage van 1 737 miljoen EUR ontvangen en gebruikgemaakt van 13,6 miljard EUR aan staatsgaranties, verleend op grond van de steunregeling voor Griekse banken.

(62)

In het herstructureringsplan voor de Bank dat door de Griekse autoriteiten op 16 maart 2014 bij de Commissie werd ingediend, hebben de Griekse autoriteiten hun voornemen kenbaar gemaakt om tijdens de herstructureringsperiode op grond van de regeling garanties en staatsobligatieleningen te blijven verstrekken.

2.3.1.2.   Herkapitalisatie door de staat verleend op grond van de herkapitalisatiemaatregel van de steunregeling voor Griekse banken (maatregel A)

(63)

In mei 2009 ontving de Bank een kapitaalinjectie van 950 miljoen EUR (45) (maatregel A) op grond van de herkapitalisatiemaatregel van de steunregeling voor Griekse banken. Die kapitaalinjectie stond gelijk aan ongeveer 2 % van de RWA die de Bank op dat moment had.

(64)

De herkapitalisatie vond plaats in de vorm van preferente aandelen, waarop door Griekenland werd ingeschreven, met een coupon van 10 % en een looptijd van vijf jaar. In 2010 werd de duur van de preferente aandelen verlengd en hun vergoeding verhoogd. Vanaf dat moment zal, indien de preferente aandelen niet binnen vijf jaar na hun uitgifte worden afgelost en er geen beslissing is genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders met betrekking tot de aflossing van deze aandelen, de Griekse minister van Financiën de coupon verhogen met 2 % per jaar op cumulatieve basis (dat wil zeggen, een coupon van 12 % voor het zesde jaar, 14 % voor het zevende jaar enz…).

2.3.2.   Door de staat gegarandeerde ELA (maatregel L2)

(65)

ELA is een uitzonderlijke maatregel waarmee een solvabele financiële instelling die met tijdelijke liquiditeitsproblemen te kampen heeft, Eurosysteemfinanciering kan ontvangen zonder dat deze transactie deel uitmaakt van het gemeenschappelijke monetaire beleid. De rente die door een dergelijke financiële instelling voor ELA wordt betaald is […] basispunten hoger dan de reguliere herfinancieringsrente van een centrale bank.

(66)

De Bank van Griekenland is verantwoordelijk voor het ELA-programma, wat betekent dat alle kosten en de risico’s die voortvloeien uit de ELA-voorziening door de Bank van Griekenland gedragen worden (46). Griekenland heeft de Bank van Griekenland een staatsgarantie verleend die geldt voor de totale hoeveelheid ELA die door de Bank van Griekenland wordt toegekend. Door de aanname van artikel 50, lid 7, van Wet 3943/2011, waarmee artikel 65, lid 1, van Wet 2362/1995 werd gewijzigd, werd het de minister van Financiën toegestaan om namens de staat garanties toe te kennen aan de Bank van Griekenland, ter waarborging van de vorderingen van de Bank van Griekenland op kredietinstellingen. De banken die gebruikmaken van ELA moeten aan de staat een garantievergoeding betalen ten bedrage van […] basispunten.

(67)

Vanaf 31 december 2011 had de Bank gebruikgemaakt van 14,95 miljard EUR aan door de staat gegarandeerde ELA (47), terwijl de Bank per 31 december 2012 gebruik had gemaakt van 12 miljard EUR aan door de staat gegarandeerde ELA.

2.3.3.   Steunmaatregel t.b.v. de Bank via het HFSF

(68)

De Bank heeft vanaf 2012 gebruikgemaakt van verschillende kapitaalsteunmaatregelen van het HFSF. Tabel 6 geeft een overzicht van de steunmaatregelen.

Tabel 6

Kapitaalsteunmaatregel t.b.v. de Bank via het HFSF

 

1e overbruggingsherkapitalisatie — mei 2012 (in miljoen EUR)

2e overbruggingsherkapitalisatie — dec 2012 (in miljoen EUR)

Toezeggingsbrief — dec 2012

(in miljoen EUR)

Herkapitalisatie voorjaar 2013 — mei 2013 (in miljoen EUR)

Toezegging herkapitalisatie — april 2014 (in miljoen EUR)

Maatregel

B1

B2

B3

B4

C

Bedrag

(in miljoen EUR)

3 970

1 341

528

5 839

2 864

2.3.3.1.   De eerste overbruggingsherkapitalisatie (maatregel B1)

(69)

De overwegingen 15 tot en met 32 van het besluit tot inleiding Eurobank geven een gedetailleerde beschrijving van de eerste overbruggingsherkapitalisatie van mei 2012 (maatregel B1). De achtergrond en de belangrijkste kenmerken van die maatregel worden in dit deel uiteengezet.

(70)

Op 20 april 2012 heeft het HFSF aan de Bank een brief verzonden met toezegging van deelname aan een geplande verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank voor een bedrag tot 4,2 miljard EUR.

(71)

In het kader van maatregel B1 heeft het HFSF op 28 mei 2012 3,97 miljard EUR aan EFSF-obligaties aan de Bank overgedragen, overeenkomstig de bepalingen betreffende overbruggingsherkapitalisaties die zijn vastgelegd in de Wet 3864/2010 tot oprichting van het HFSF („HFSF-wet”). De EFSF-obligaties die aan de Bank zijn overgedragen, waren floating notes met looptijden van zes en tien jaar en hadden als uitgiftedatum 19 april 2012. De Commissie heeft in overweging 48 van het besluit tot inleiding Eurobank reeds vastgesteld „De overbruggingsherkapitalisatie die op 28 mei 2012 werd voltooid, vormt de nakoming van een verplichting uit de toezeggingsbrief en daarmee een voortzetting van dezelfde steun”. Zowel de bedragen van de toezeggingsbrief als die van de eerste overbruggingsherkapitalisatie werden berekend door de Bank van Griekenland om ervoor te zorgen dat de Bank een totale kapitaalratio van 8 % zou bereiken per 31 december 2011, de datum waarop de overbruggingsherkapitalisatie met terugwerkende kracht door de Bank werd geboekt. Zoals blijkt uit tabel 3 dekt maatregel B1 slechts een beperkt gedeelte van de totale kapitaalbehoeften die bij de stresstest van 2012 werden vastgesteld. De Bank werd geacht het kapitaal door middel van een toekomstige kapitaalverhoging op te halen; de overbruggingsherkapitalisatie was alleen bedoeld om ervoor te zorgen dat de Bank voor ECB-financiering in aanmerking zou blijven komen totdat die kapitaalverhoging had plaatsgevonden.

(72)

Voor de periode tussen de datum van de eerste overbruggingsherkapitalisatie en de datum van de omzetting van de eerste overbruggingsherkapitalisatie in gewone aandelen en andere converteerbare financiële instrumenten is in de voorinschrijvingsovereenkomst tussen de Bank en het HFSF bepaald dat de Bank aan het HFSF een jaarlijkse vergoeding van 1 % van de nominale waarde van de EFSF-notes zou betalen en dat alle couponbetalingen en lopende rente op de EFSF-notes voor die periode zouden gelden als een aanvullende kapitaalinjectie door het HFSF (48).

2.3.3.2.   De tweede overbruggingsherkapitalisatie (maatregel B2)

(73)

De Bank boekte in de herfst van 2012 nog meer verliezen. Het kapitaal daalde daarom opnieuw onder de minimumkapitaalvereisten om in aanmerking te blijven komen voor herfinanciering door de ECB.

(74)

Een tweede overbruggingsherkapitalisatie werd daardoor noodzakelijk. Op 21 december 2012 voerde het HFSF een tweede overbruggingsherkapitalisatie van 1 341 miljoen EUR uit (maatregel B2), die weer werd betaald door de overdracht van EFSF-obligaties aan de Bank.

2.3.3.3.   De toezeggingsbrief van 21 december 2012 (maatregel B3)

(75)

Naast de tweede overbruggingsherkapitalisatie zond het HFSF op 21 december 2012 aan de Bank ook een toezeggingsbrief betreffende zijn deelname aan de verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank en aan de uit te geven converteerbare instrumenten, voor een totaalbedrag van maximaal 528 miljoen EUR (maatregel B3).

(76)

Het totaal van de twee overbruggingsherkapitalisaties (maatregelen B1 en B2) en het aanvullende bedrag dat in december 2012 werd toegezegd (maatregel B3) betekende dat het HFSF de totale kapitaalbehoeften die op grond van de stresstest van 2012 werd vastgesteld (5 839 miljoen EUR (49)) had toegezegd.

2.3.3.4.   De herkapitalisatie van voorjaar 2013 (maatregel B4)

(77)

Op 30 april 2013 stemde de algemene vergadering van aandeelhouders in met een verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank met een bedrag van 5 839 miljoen EUR („de herkapitalisatie van voorjaar 2013”). De Bank heeft daarom 3 789 317 357 nieuwe aandelen uitgegeven met een nominale waarde van 0,30 EUR tegen een prijs van 1,54 EUR per aandeel.

(78)

Op dezelfde datum besloot de algemene vergadering van aandeelhouders ook dat het volledige bedrag aan kapitaal door het HFSF zou worden verstrekt en in natura zou worden uitbetaald in de vorm van EFSF-obligaties.

(79)

Derhalve bracht het HFSF in mei 2013 een totaal van 5 839 miljoen EUR bij de Bank in, in de vorm van gewone aandelen (maatregel B4). Dit bedrag is gelijk aan de som van de maatregelen B1, B2 en B3.

(80)

Door middel van de herkapitalisatie van voorjaar 2013 werden de eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisatie (maatregelen B1 en B2) omgezet in een permanente herkapitalisatie, en werd de toezegging tot het verlenen van aanvullende kapitaalsteun (maatregel B3) uitgevoerd.

(81)

De prijs van de nieuwe aandelen werd vastgesteld op 50 % van de naar volume gewogen gemiddelde aandelenkoers over de 50 handelsdagen voorafgaand aan de vaststelling van de biedprijs. Als gevolg van een omgekeerde aandelensplitsing waartoe door de algemene vergadering van aandeelhouders op 30 april 2012 werd besloten (50), werd de prijs van de nieuwe aandelen vastgesteld op 1,54 EUR per aandeel.

(82)

Onmiddellijk na de herkapitalisatie van voorjaar 2013 werd het HFSF de grootste aandeelhouder van de Bank, met een belang van 98,56 %. Nadat de Bank echter nog een passivabeheerronde had afgerond, daalde het belang in juni 2013 tot 93,55 % (zie punt 2.4.5). In augustus 2013 gaf de Bank nieuwe aandelen uit aan het HFSF voor de aankoop van New TT Bank, waardoor het HFSF-belang steeg tot 95,23 % (51).

2.3.3.5.   De toezegging tot herkapitalisatie van 2014 (maatregel C)

(83)

Op 6 maart 2014 meldde de Bank van Griekenland de resultaten van een stresstest die werd uitgevoerd in de tweede helft van 2013. De Bank van Griekenland gaf aan dat de kapitaalbehoeften van de Bank voor de periode 2014-2016 in het basisscenario 2 945 miljoen EUR zouden bedragen.

(84)

Op 31 maart 2014 stuurde het HFSF een brief aan de Bank waarin het aangaf dat het de bedoeling en de mogelijkheid had om voor een achtervangmechanisme te zorgen voor elke verhoging van het aandelenkapitaal die op grond van HFSF-wet 3864/2010, als gewijzigd op 30 maart 2014, werd uitgevoerd om te voldoen aan de kapitaalbehoeften die tijdens de stresstest waren vastgesteld. De HFSF-wet bepaalt dat als er aan het einde van de inschrijvingsperiode onvoldoende vraag van particuliere beleggers is tegen de prijs die door de Algemene Raad van het HFSF is vastgesteld op basis van twee onafhankelijke waarderingen, het HFSF zal inschrijven op alle resterende aandelen, behoudens de voorafgaande omzetting van het bestaande achtergestelde kapitaalinstrument van de Bank in aandelen, zoals bepaald in artikel 6 bis.

(85)

Op 12 april 2014 stemde de buitengewone vergadering van aandeelhouders in met een verhoging van het aandelenkapitaal ten bedrage van 2 864 miljoen EUR op grond van de HFSF-wet en stelde dat de biedprijs niet lager kon zijn dan de nominale prijs van 0,30 EUR per aandeel en de door het HFSF te bepalen minimumprijs. (52).

(86)

In overeenstemming met de HFSF-wet heeft het HFSF twee onafhankelijke adviseurs benoemd om de waarde van de Bank te bepalen. Op 10 april 2014 rondden de twee adviseurs hun werkzaamheden af door elk een bandbreedte voor de waarde van de Bank aan te geven. De twee bandbreedtes overlappen elkaar aanzienlijk. Op basis van deze waarderingen stelde de Algemene Raad van het HFSF op 14 april 2014 de minimumprijs vast waartegen de nieuwe aandelen van de Bank aan beleggers konden worden aangeboden, alsook de prijs waartegen het zo nodig de emissie zou ondersteunen (53). Op 15 april 2014 keurde het het aanbod van een consortium van beleggers goed om in te schrijven op 1,3 miljard EUR aan nieuwe aandelen tegen een prijs van 0,30 EUR per aandeel („hefboominvesteerder” (54) (55)).

(87)

Op 24 april 2014 kondigde Eurobank de start van de „bookbuilding” aan, tegen een prijs variërend van 0,30 EUR tot 0,33 EUR (56). Als er voldoende vraag is om de gehele 2 864 miljoen EUR te dekken tegen een prijs die hoger is dan 0,30 EUR, moet de hefboominvesteerder zijn prijs aan de hogere prijs aanpassen of zijn orders annuleren, in welk geval hij een vergoeding ontvangt. Als er voldoende vraag is van particuliere beleggers (met inbegrip van de vraag van de hefboominvesteerder) om de gehele 2 864 miljoen EUR te dekken tegen een prijs van 0,30 EUR, krijgt de hefboominvesteerder voorrang bij de toewijzing. Als er onvoldoende vraag is (met inbegrip van de vraag van de hefboominvesteerder) bij een prijs van 0,30 EUR, zal de achtergestelde schuld worden omgezet in nieuwe aandelen. Zoals bepaald in de HFSF-wet zal op alle aandelen waarop niet is ingeschreven na de conversie van de achtergestelde schuld door het HFSF tegen dezelfde prijs worden ingeschreven, te weten 0,30 EUR per aandeel.

2.3.4.   Steunmaatregelen voor de overgenomen bedrijven

2.3.4.1.   Steunmaatregelen voor Proton Bank en Nea Proton Bank

(88)

Sinds 2008 hebben Proton Bank en Nea Proton Bank van verschillende steunmaatregelen gebruikgemaakt. Tabel 7 geeft een overzicht van deze steunmaatregelen.

Tabel 7

Overzicht van de kapitaalsteun aan Proton Bank en Nea Proton Bank

Begunstigde van de steun

Maatregel

Aard van de steun

Entiteit die de steun heeft verleend

Datum van uitbetaling

Bedrag (in miljoen EUR)

Activiteiten van Proton Bank

Pr1

Kapitaal op grond van de herkapitalisatiemaatregel: Preferente aandelen van de Griekse staat

Staat

Mei 2009

80

Pr2

Uitlenen van Grieks schatkistpapier op grond van de maatregel betreffende Griekse obligatieleningmaatregel

Staat

April 2009

78

Pr3

Staatsgarantie voor uitgegeven obligaties op grond van de Griekse garantiemaatregel

Staat

Juli 2010

149,4

Activiteiten van Nea Proton Bank

NP1

Financieringstekort door overgang van PB naar NPB

Financiering van financieringstekort door overgang van PB naar NPB (deel 1)

HDIGF

9.10.2011

862

Na de berekening van het financieringstekort, financiering van het saldo van het financieringstekort door de overgang van PB naar NPB (deel 2)

HFSF

14.5.2012

259,6

Totaalbedrag NP1

 

 

1 121,6

NP2

Injecties aandelenkapitaal NPB in 2011 en 2012

Aanvankelijk aandelenkapitaal

HFSF

9.10.2011

220

Aanvankelijk aandelenkapitaal

HFSF

3.2.2012

30

Totaal beginkapitaal

 

 

250

Aanvullend aandelenkapitaal

HFSF

1.8.2012

230

Aanvullend aandelenkapitaal

HFSF

31.12.2012

35

Totaal aanvullend kapitaal

 

 

265

Totaalbedrag NP2

 

 

515

NP3

Herkapitalisatie voorafgaand aan verkoop aan Eurobank

Aandelenkapitaal

HFSF

28.8.2013

395

2.3.4.1.1   Steunmaatregelen voor Proton Bank

i)   Door Proton Bank ontvangen herkapitalisatie van de staat (maatregel Pr1)

(89)

In mei 2009 heeft Griekenland 80 miljoen EUR bij Proton Bank geïnjecteerd, wat gelijkstond aan ongeveer 4,6 % van haar RWA op dat moment. Deze kapitaalinjectie werd uitgevoerd op grond van de herkapitalisatiemaatregel die deel uitmaakt van de steunregeling voor Griekse banken. De herkapitalisatie vond plaats in de vorm van preferente aandelen.

ii)   Door Proton Bank ontvangen liquiditeitssteun van de staat (maatregelen Pr2 en Pr3)

(90)

Proton Bank heeft ook gebruikgemaakt van steunmaatregelen op grond van de maatregelen voor garanties en staatsobligatieleningen, die deel uitmaken van de steunregeling voor Griekse banken. In april 2009 ontving Proton Bank Griekse staatsobligaties ten bedrage van 78 miljoen EUR (maatregel Pr2) en in juli 2010 ontving zij een staatsgarantie voor uitgegeven obligaties met een nominale waarde van 149,4 miljoen EUR (maatregel Pr3). De obligaties met staatsgarantie werden op de dag van afwikkeling overgedragen aan Nea Proton Bank, maar zij werden ingetrokken op 5 januari 2012. De Griekse staatsobligaties vervielen in december 2011 en werden niet verlengd.

2.3.4.1.2   Steunmaatregelen voor Nea Proton Bank

i)   Dekking van het financieringstekort van Nea Proton Bank van 1 121,6 miljoen EUR (maatregel NP1)

(91)

In het kader van de afwikkeling van Proton Bank hebben de Griekse autoriteiten een financieringstekort bij Nea Proton Bank vastgesteld. Overeenkomstig een besluit van de Bank van Griekenland van 9 oktober 2011 werd op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF in december 2011 862 miljoen EUR aan Nea Proton Bank betaald. Nadat de Bank van Griekenland het financieringstekort op 19 januari 2012 definitief had vastgesteld op 1 121,6 miljoen EUR, werd overeenkomstig een besluit van de Bank van Griekenland van 9 april 2012 (57) door het HFSF (58) op 14 mei 2012 het resterende bedrag van 259,6 miljoen EUR betaald. Het financieringstekort werd hiermee op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF en het HFSF gedicht.

ii)   Kapitaalinjectie door het HFSF in Nea Proton Bank in 2011 en 2012 (maatregel NP2)

(92)

Het HFSF verstrekte staatssteun aan Nea Proton Bank in de vorm van een beginaandelenkapitaal (gewone aandelen) van 250 miljoen EUR, uitbetaald in twee tranches op 9 oktober 2011 en op 3 februari 2012.

(93)

Volgens het geactualiseerde herstructureringsplan van Nea Proton Bank dat op 16 juli 2012 werd ingediend, te weten de meest recente versie van het plan dat aan de Commissie werd meegedeeld op het moment van het Besluit tot inleiding Nea Proton, had Nea Proton Bank aanvullend kapitaal van 300 miljoen EUR nodig. Dat aanvullende kapitaal was gedeeltelijk vereist omdat Nea Proton Bank verliezen had geleden als gevolg van het PSI-programma (de bijzondere waardeverminderingsverliezen voor 2011 met betrekking tot de GGB’s bedroegen 146,5 miljoen EUR en er werden extra waardeverminderingen van 22 miljoen EUR opgenomen in de resultaten van het eerste kwartaal van 2012). Nea Proton Bank had ook aanvullend kapitaal nodig omdat de voorzieningskosten van 2011 tot 2016 hoger uitvielen dan verwacht op het moment dat Nea Proton Bank werd opgericht.

(94)

Volgens het geactualiseerde herstructureringsplan van Nea Proton Bank dat op 16 juli 2012 werd ingediend, moest in de verwachte kapitaalbehoeften worden voorzien door een geschatte kapitaalinjectie van 285 miljoen EUR in 2012 en een geschatte kapitaalinjectie van 15 miljoen EUR in 2014. Uiteindelijk heeft het HFSF op 1 augustus 2012 230 miljoen EUR en op 31 december 2012 35 miljoen EUR bij Nea Proton Bank geïnjecteerd.

iii)   Kapitaalinjectie van het HFSF bij Nea Proton Bank vóór de verkoop aan Eurobank (maatregel NP3)

(95)

Op grond van de verkoopovereenkomst van 15 juli 2013 had het HFSF al toegezegd een bedrag van 395 miljoen EUR in Nea Proton Bank in te brengen (59). Het HFSF betaalde op 28 augustus 2013 het bedrag van 395 miljoen EUR uit.

2.3.4.2.   Steunmaatregelen voor New TT Bank

(96)

T Bank, TT Bank en New TT Bank hebben sinds 2008 van verschillende steunmaatregelen gebruikgemaakt. Tabel 8 geeft een overzicht van deze steunmaatregelen.

Tabel 8

Overzicht van de steunmaatregelen voor T Bank en TT Bank

Begunstigde van de steun

Maatregel

Beschrijving

Entiteit die de steun heeft verleend

Datum

Bedrag van de staatssteun (in miljoen EUR)

Activiteiten van T Bank overgedragen aan TT Bank (60)

T

Financiering van het financieringstekort door overgang van T Bank naar TT Bank (deel 1)

HDIGF

December 2011

450

Na de berekening van het financieringstekort, financiering van het saldo van het financieringstekort door overgang van T Bank naar TT Bank (deel 2)

HFSF

14.2.2013

227

Totaalbedrag T

 

 

677

TT Bank

TT

Kapitaalinjectie

Kapitaal op grond van de herkapitalisatiemaatregel: Preferente aandelen van de Griekse staat

Staat

Mei 2009

224,96

New TT Bank (brugbank)

NTT1

Financieringstekort door overgang van TT naar NTT

Financiering van het financieringstekort door overgang van TT Bank naar New TT Bank (deel 1)

HFSF

29.1.2013

2 730,8

Na de berekening van het financieringstekort, financiering van het saldo van het financieringstekort door overgang van TT Bank naar New TT Bank (deel 2)

HFSF

14.6.2013

1 001,7

Totaalbedrag van NTT1

 

 

3 732,6

NTT2

Aanvankelijke injectie aandelenkapitaal

Beginaandelenkapitaal New TT Bank

HFSF

29.1.2013

500

2.3.4.2.1.   Steunmaatregel voor T-Bank

Steunverlening op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF ten gunste van T Bank van 677 miljoen EUR (maatregel T)

(97)

Met de afwikkelingsregeling van het HDIGF en het HFSF is het financieringstekort ten gevolge van de overdracht van activiteiten van T Bank aan TT Bank gefinancierd, bestaande in het verschil tussen de reële waarde van de activa die van T Bank aan TT Bank zijn overgedragen en de reële waarde van de overgedragen passiva. Overeenkomstig een besluit van de Bank van Griekenland van 17 december 2011 is op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF het bedrag van 450 miljoen EUR betaald (61), d.w.z. ongeveer twee derde van het geschatte financieringstekort. Nadat de Bank van Griekenland het financieringstekort had vastgesteld op 677 miljoen EUR, betaalde het HFSF (62) op 14 februari 2013 in overeenstemming met een besluit van de Bank van Griekenland van 9 april 2012 (63) het saldo van 227 miljoen EUR (64) aan New TT Bank.

2.3.4.2.2.   Steunmaatregel voor TT Bank

Door TT Bank ontvangen herkapitalisatie van de staat (maatregel TT)

(98)

In mei 2009 ontving TT Bank een kapitaalinjectie van 224,96 miljoen EUR, gelijk aan ongeveer 2,9 % van haar RWA op dat moment. TT Bank ontving de kapitaalinjectie van Griekenland op grond van de herkapitalisatiemaatregel die deel uitmaakt van de steunregeling voor Griekse banken. De kapitaalinjectie bestond uit preferente aandelen.

2.3.4.2.3.   Steunmaatregelen voor New TT Bank

i)   Dekking van het financieringstekort van New TT Bank van 3 732,6 miljoen EUR (maatregel NTT1)

(99)

Het HFSF financierde het financieringstekort bij New TT Bank, het verschil tussen de waarde van de activa die van TT Bank aan New TT Bank waren overgedragen en de nominale waarde van de overgedragen passiva. Overeenkomstig een besluit van de Bank van Griekenland van 18 januari 2013 werd door het HFSF op 29 januari 2013 het bedrag van 2 730,8 miljoen EUR betaald (65), ongeveer twee derde van het geschatte financieringstekort. Nadat de Bank van Griekenland de berekening van het financieringstekort had afgerond en vastgesteld op 3 732,6 miljoen EUR (66), betaalde het HFSF op 14 juni 2013 in overeenstemming met een besluit van de Bank van Griekenland van 21 mei 2013 het resterende bedrag van 1 001,7 miljoen EUR aan New TT Bank.

ii)   Kapitaalinjecties van het HFSF in New TT Bank (maatregel NTT2)

(100)

Het HFSF was de enige aandeelhouder van New TT Bank en verleende de bank staatssteun in de vorm van beginaandelenkapitaal (gewone aandelen) ten bedrage van 500 miljoen EUR.

2.4.   HET HERSTRUCTURERINGSPLAN EN HET NIEUWE ONDERNEMINGSMODEL

(101)

Griekenland diende op 16 april 2014 het herstructureringsplan van de Bank in, waarin wordt uitgelegd hoe de Bank, als een gecombineerde entiteit ontstaan door de overname van Nea Proton Bank en New TT Bank, van plan is om op lange termijn weer levensvatbaar te worden.

2.4.1.   Binnenlandse activiteiten

(102)

Middels het herstructureringsplan zal de Bank zich richten op haar kernactiviteiten op bancair gebied in Griekenland. Terwijl haar internationale activiteiten in 2010 (67) goed waren voor ongeveer 26 % van de leningen, was dat aandeel eind 2012 al gedaald tot 20 % en zal het tegen eind 2018 (68) verder zijn gedaald tot […] %.

(103)

De belangrijkste prioriteit van de Bank is om haar Griekse bankactiviteiten tegen het einde van de herstructureringsperiode (31 december 2018) weer winstgevend en levensvatbaar te maken. Daarom bevat het herstructureringsplan een aantal maatregelen ter verbetering van de operationele efficiëntie en de netto rentemarge van de Bank, alsmede maatregelen ter verbetering van de kapitaalpositie en de balansstructuur.

(104)

Wat betreft de operationele efficiëntie was de Bank al begonnen met een omvangrijk rationaliseringsprogramma, ruim vóór de overnames van New TT Bank en Nea Proton Bank. Sinds 2010 heeft de Bank haar fysieke voetafdruk in Griekenland verminderd. Op autonome basis (exclusief de overname van New TT Bank en Nea Proton Bank), heeft zij het aantal bijkantoren teruggebracht van 564 in juni 2008 tot […] in 2014; ook heeft zij het Griekse personeelsbestand verlaagd (van 10 142 in 2008 tot 9 037 in 2012) (69).

(105)

De Bank wil tot het einde van het herstructureringsplan verder zowel het aantal bijkantoren verlagen van 645 pro-forma op 31 december 2012 t […] op 31 december 2018, en het aantal werknemers van 12 430 tot […] op een pro-forma-basis, waarbij derhalve rekening wordt gehouden met Nea Proton Bank en New TT Bank (70).

(106)

De grotere efficiëntie wat betreft bijkantoren en personeel zal helpen om de totale kosten van de gecombineerde Griekse bankactiviteiten met[…] % terug te brengen, van 913 miljoen EUR op jaarbasis in 2013 (71) tot […] miljoen EUR in 2018 (72). Daardoor zal de verwachte kosten-inkomstenratio van de Griekse bankactiviteiten van de Bank aan het einde van de herstructureringsperiode onder […] % komen, vergeleken met 60 % in 2012.

(107)

Het herstructureringsplan beschrijft ook hoe de Bank de financieringskosten zal verbeteren, wat belangrijk is om weer levensvatbaar te worden. De Bank verwacht dat zij lagere rente over haar deposito’s kan betalen vanwege de meer stabiele omstandigheden en met name vanwege de verwachte stabilisatie en het verwachte herstel van de Griekse economie, die naar verwachting vanaf 2014 opnieuw zal groeien. Spreads op deposito’s (gemiddelde van termijndeposito’s, zichtdeposito’s en spaarquote) zullen in Griekenland naar verwachting dalen van 223 basispunten in 2012 tot […] basispunten in 2018 (73). Deze daling in de spreads zou vooral worden bereikt door het betalen van een veel lagere rente op termijndeposito’s. Ook zal de afhankelijkheid van de Bank van de noodliquiditeitssteun en de bredere Eurosysteemfinanciering dalen van 42,9 % van haar totale activa op groepsniveau in 2012 tot […] % in 2018 (74).

(108)

In het herstructureringsplan wordt ervan uitgegaan dat de Bank ook haar balans zal versterken. De netto lening-depositoverhouding in Griekenland zal dalen tot […] % in 2018 (van 160 % in 2012 en 115 % in 2013) (75), terwijl de solvabiliteit zal verbeteren met een tier 1-kapitaalratio van […] % op groepsniveau in 2018 (76) (in plaats van een negatief eigen vermogen vóór de eerste overbruggingsherkapitalisatie).

(109)

Een andere strategische prioriteit van de Bank is het beheer van de oninbare leningen. Naast verbeterde kredietprocessen met betrekking tot de productie van leningen en de herstructurering van oninbare leningen richt het herstructureringsplan zich op de aanpak van probleemblootstellingen door de oprichting van een nieuwe remediërende eenheid. Deze eenheid zal zich bezighouden met de herstructurering van probleemblootstellingen. Zij zal gebruikmaken van de expertise van 30 tot 50 remediërende relatiebeheerders (77). Het percentage oninbare leningen zal in 2015 op groepsniveau […] % bedragen ([…] % voor de Griekse binnenlandse markt (78)) en zal vervolgens beginnen te dalen, met een verwacht percentage van […] % aan het einde van de herstructureringsperiode (79) (30 % in Griekenland voor de afschrijving van schulden). De bijzondere waardeverminderingen op leningen van de Bank in Griekenland zullen dalen van 1 652 miljoen EUR in 2013 tot […] miljoen EUR in 2018 (80), vanwege het herstel van de Griekse economie.

(110)

Door de verbetering van de operationele efficiëntie, de vermindering van de netto rentemarge en de dalende risicokosten zal de Bank in Griekenland vanaf 2015 winstgevend kunnen zijn. De Bank verwacht dat de verliezen op geconsolideerd niveau […] miljoen EUR in 2014 en […] miljoen EUR in 2015 zullen bedragen, terwijl haar winst in 2016, 2017 en 2018 respectievelijk […] miljoen EUR, […] miljoen EUR en […] miljoen EUR zal bedragen (81). Het geconsolideerde rendement op eigen vermogen zal in 2018 […] % bedragen (82). Dat niveau van winstgevendheid zal voornamelijk door de Griekse markt worden bepaald (met een rendement op eigen vermogen van […] % aan het einde van de herstructureringsperiode) terwijl […] en […] lagere niveaus van rentabiliteit te zien zullen geven (respectievelijk […] % en […] %).

2.4.2.   Internationale bankactiviteiten

(111)

De Bank is al begonnen met het afbouwen en herstructureren van haar internationale netwerk. Zij heeft al dochterondernemingen in Turkije (Eurobank Tefken) en Polen (EFG Polen) verkocht. Het commerciële deficit, dat wil zeggen het verschil tussen het uitstaande bedrag aan deposito’s en het uitstaande bedrag aan kredieten voor een bepaalde dochteronderneming, van het resterende internationale netwerk is gedaald van 1,7 miljard EUR in 2010 tot 0,8 miljard EUR, terwijl de operationele kosten tussen 2010 en 2012 met 9 % zijn teruggebracht (83).

(112)

De Bank zal haar internationale netwerk blijven herstructureren en afbouwen. De Bank heeft met name toegezegd de grootte van haar portefeuille van internationale activa uiterlijk op 30 juni 2017 te zullen hebben verlaagd tot 8,77 miljard EUR. De Bank heeft ook toegezegd die portefeuille verder te zullen inkrimpen tot 3,5 miljard EUR, mocht het HFSF meer dan 1 miljard EUR aan de komende verhoging van het aandelenkapitaal moeten bijdragen.

(113)

Eén optie die door de Bank in het herstructureringsplan wordt onderzocht om aan dat doel te voldoen, is het verkopen van haar activiteiten in […] (84).

(114)

Deze desinvesteringen vertegenwoordigen […] % van de buitenlandse activa van de Bank per 31 december 2012. De buitenlandse activa zouden daarom per 31 december 2018 […] miljard EUR bedragen, met een internationaal netwerk dat is gericht op […] en […].

(115)

Het herstructureringsplan wijst op de noodzaak om de afhankelijkheid van de buitenlandse dochterondernemingen van hun Griekse moederbedrijf te verminderen voor wat betreft hun financieringsbehoeften en om de kapitaalpositie van de Bank te blijven waarborgen.

(116)

Daarom heeft de Bank het voornemen om een aanzienlijk kostenbesparingsplan in het internationale netwerk uit te voeren, […]. In […] bijvoorbeeld, zullen […] bijkantoren worden gesloten, terwijl het personeelsbestand vanaf 31 december 2012 tot de verkoop van de dochteronderneming in […] zal dalen met […] werknemers (85).

(117)

De Bank zal de totale financiering voor buitenlandse dochterondernemingen verlagen van 2 miljard EUR in 2012 tot […] in 2018 (86), terwijl het rendement op eigen vermogen in […] en […] respectievelijk […] % en […] % zal bereiken.

2.4.3.   Niet-bancaire activiteiten: verkoop van verzekeringsbedrijf en vastgoedactiviteiten

(118)

De Bank heeft haar eigendom in haar vastgoeddochter Eurobank Properties tot minder dan 35 % verlaagd door middel van een verhoging van het aandelenkapitaal, met een positief effect op de tier 1-kernkapitaalratio van de Bank (87). De Bank zal die dochteronderneming per 31 december 2018 volledig afstoten.

(119)

De Bank is ook van plan om tegen […] haar verzekeringsdochters te verkopen.

2.4.4.   Aantrekken van privaat kapitaal en bijdrage van bestaande aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld

(120)

De Bank is erin geslaagd op de markt kapitaal aan te trekken en heeft daardoor de staatssteun die de Bank nodig had verminderd.

(121)

De aandeelhouders werden door de herkapitalisatie van voorjaar 2013 sterk verwaterd, aangezien het HFSF 98,56 % van de aandelen van de Bank heeft ontvangen, waardoor er voor de bestaande aandeelhouders slechts een belang van 1,44 % is overgebleven. Daarom heeft het HFSF vanaf juni 2013 volledige zeggenschap over de Bank. Sinds 2008 is geen dividend in contanten uitbetaald.

(122)

In februari 2012 bood de Bank aan om hybride instrumenten van particuliere beleggers terug te kopen tegen een prijs tussen 40 % en 50 % van hun nominale waarde. Die terugkoopprijs werd vastgesteld op basis van de marktwaarde van de instrumenten en bevatte een premie van niet meer dan tien procentpunten, die werd toegevoegd om beleggers aan te moedigen aan de terugkoop deel te nemen. Het aanbod werd aanvaard tegen bijna 50 % van de totale nominale waarde van de instrumenten. Na verrekening van de transactiekosten boekte de Bank een winst van 248 miljoen EUR (88).

(123)

In mei 2013 kondigde de Bank een andere passivabeheerronde aan. De Bank bood crediteuren de mogelijkheid om hun lower tier 1- en lower tier 2-effecten, met een uitstaand bedrag van 662 miljoen EUR, om te zetten in gewone aandelen, tegen de nominale waarde. De conversieprijs werd zo vastgesteld dat deze gelijk was aan de inschrijfprijs die door het HFSF betaald was bij de herkapitalisatie van voorjaar 2013 (89). Het aanvaardingspercentage was 48 %. Aangezien de lower tier 1- en lower tier 2-obligatiehouders hun effecten omzetten in lagere achtergestelde instrumenten zonder vergoeding in contanten bedroeg het aangetrokken kapitaal 317 miljoen EUR.

(124)

Door de twee terugkoopacties daalde de hoeveelheid achtergestelde en hybride schuld van 1 045 miljoen EUR op 31 december 2011 tot 283 miljoen EUR op 31 december 2013 (90).

2.5.   TOEZEGGINGEN VAN DE GRIEKSE AUTORITEITEN

(125)

Griekenland deed de toezegging dat de Bank en haar bijkantoren het herstructureringsplan dat op 16 april 2014 werd ingediend zullen uitvoeren en deed verdere toezeggingen met betrekking tot de uitvoering van het herstructureringsplan („de toezeggingen”). De toezeggingen, vermeld in de bijlage, worden in dit deel samengevat.

(126)

Allereerst deed Griekenland de toezegging dat de Bank haar commerciële activiteiten in Griekenland zal herstructureren, waarbij een maximumaantal bijkantoren en medewerkers en een maximumbedrag aan totale kosten zal worden vastgesteld, waaraan tegen 31 december 2017 moet zijn voldaan (91).

(127)

Griekenland heeft ook toegezegd dat de Bank de kosten van de deposito’s die in Griekenland zijn aangetrokken zal verlagen en tegen 31 december 2017 aan een maximale ratio netto leningen-deposito’s zal voldoen (92).

(128)

Met betrekking tot de buitenlandse dochters van de Bank heeft Griekenland de toezegging gedaan dat de Bank geen aanvullende kapitaalsteun zal verstrekken, tenzij aan vooraf gestelde voorwaarden is voldaan. Griekenland heeft ook toegezegd dat de Bank tegen 30 juni 2018 haar internationale activa significant zal afbouwen (93).

(129)

Griekenland heeft de toezegging gedaan dat de Bank haar verzekeringsactiviteiten, haar vastgoeddochter en een aantal effecten zal afstoten en de omvang van haar private equity-portefeuille zal verlagen. Bovendien zal de Bank geen niet-investment grade effecten kopen, met beperkte uitzonderingen (94).

(130)

Griekenland deed een aantal toezeggingen wat betreft de corporate governance van de Bank. Het deed de toezegging dat de beloning van de werknemers en managers van de Bank zal worden beperkt, waarmee de Bank zal voldoen aan de Griekse wetgeving inzake corporate governance, en dat er een efficiënte en toereikende organisatiestructuur zal worden opgezet (95).

(131)

Griekenland heeft ook de toezegging gedaan dat de Bank haar kredietbeleid zal versterken om iedere vorm van discriminatie in elk stadium van het kredietproces te voorkomen en om te garanderen dat besluiten over de toekenning en herstructurering van leningen gericht zijn op een maximale winstgevendheid voor de Bank. Griekenland heeft toegezegd dat de Bank de bewaking van kredietrisico’s en de herstructurering van leningen zal verbeteren (96).

(132)

Een aantal toezeggingen heeft betrekking op de activiteiten van de Bank met verbonden kredietnemers. Die toezeggingen beogen te waarborgen dat de Bank niet van voorzichtige bankpraktijken afwijkt bij het verlenen of herstructureren van leningen aan haar werknemers, managers en aandeelhouders, alsook aan overheidsentiteiten, politieke partijen en mediabedrijven (97).

(133)

Tot slot deed Griekenland een toezegging om verdere beperkingen op te leggen aan de Bank, zoals een verbod op coupon- en dividenduitkeringen, een overnameverbod en een verbod op reclame (98).

(134)

Tot 31 december 2018 zullen deze toezeggingen door een monitoring trustee worden gemonitord.

(135)

In het kader van de huidige kapitaalverhoging van de Bank deed Griekenland, aangezien het HFSF als achtervang fungeert voor de kapitaalverhoging, afzonderlijk de toezegging dat het de maatregelen van artikel 6 bis van de HFSF-wet, zoals gewijzigd op 30 maart 2014, zou uitvoeren, een bepaling die gericht is op de toewijzing van het resterende bedrag van het kapitaaltekort van een kredietinstelling aan de houders van haar kapitaalinstrumenten en andere achtergestelde passiva, zo nodig vóór enige kapitaalinjectie door het HFSF.

3.   REDENEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURES

3.1.   REDENEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT DE EERSTE OVERBRUGGINGSHERKAPITALISATIE

(136)

Op 27 juli 2012 heeft de Commissie de formele onderzoeksprocedure ingeleid om na te gaan of aan de voorwaarden van de Bankenmededeling van 2008 (99) werd voldaan met betrekking tot de geschiktheid, noodzaak en evenredigheid van de eerste overbruggingsherkapitalisatie die door het HFSF werd verstrekt ten gunste van de Bank (maatregel B1).

(137)

Wat betreft de geschiktheid van de maatregel, gezien het feit dat de steun na eerdere herkapitalisatie- en liquiditeitssteun werd verleend en gezien de langdurige reddingsperiode, sprak de Commissie haar twijfels uit of de Bank alle mogelijke stappen had ondernomen om de noodzaak van hulp in de toekomst te voorkomen (100). Bovendien was het de Commissie niet duidelijk wie zeggenschap over de bank zou uitoefenen wanneer de eerste overbruggingsherkapitalisatie werd vervangen door een permanente herkapitalisatie (101), aangezien de Bank onder zeggenschap van de staat of van particuliere minderheidseigenaars zou komen te staan. De Commissie merkte op dat zij wilde voorkomen dat het bestuur van de bank, en met name het kredietverleningsproces, aan kwaliteit zou inboeten.

(138)

Wat betreft de noodzaak van de eerste overbruggingsherkapitalisatie heeft de Commissie in overweging 66 van het besluit tot inleiding Eurobank gevraagd of alle mogelijke maatregelen waren genomen om te voorkomen dat de Bank in de toekomst opnieuw steun nodig zou hebben. Bovendien kon de Commissie, aangezien de duur van de overbruggingsherkapitalisatieperiode onzeker was, niet bepalen of deze toereikend was en voldeed aan de beginselen voor beloning en deling in de lasten op basis van de regels inzake staatssteun. Verder kon de Commissie, aangezien de voorwaarden voor de omzetting van de eerste overbruggingsherkapitalisatie in een permanente herkapitalisatie niet bekend waren op het moment dat het besluit tot inleiding Eurobank werd vastgesteld, deze niet beoordelen.

(139)

Wat betreft de evenredigheid van de maatregel heeft de Commissie twijfels geuit over de vraag of de waarborgen (verbod op reclame, verbod op coupon- en dividenduitkeringen, call-optieverbod en verbod op terugkoop, zoals beschreven in overweging 71 van het besluit tot inleiding Eurobank) voldoende waren met betrekking tot de eerste overbruggingsherkapitalisatie. Bovendien gaf de Commissie in overweging 72 van het besluit tot inleiding Eurobank aan dat de mededinging zou kunnen worden verstoord door het ontbreken van regels om te voorkomen dat het HFSF alle vier de grootste Griekse banken (namelijk de Bank, Alpha Bank, NBG en Piraeus) zou coördineren en door het ontbreken van voldoende waarborgen om te vermijden dat zij commercieel gevoelige informatie zouden delen. De Commissie stelde daarom voor om een monitoring trustee te benoemen, die fysiek in de Bank aanwezig zou zijn.

3.2.   REDENEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT NEA PROTON BANK

(140)

Op 26 juli 2012 heeft de Commissie de formele onderzoeksprocedure ingeleid om te verifiëren of de 1 122 miljoen EUR steunverlening onder de afwikkelingsregeling van het HDIGF (maatregel NP1), de kapitaalinjectie van 250 miljoen EUR door het HFSF en de kapitaalinjecties van het HFSF voor een totaalbedrag van 300 miljoen EUR (maatregel NP2) ten gunste van Nea Proton Bank voldeden aan de algemene verenigbaarheidscriteria en de eisen van de Bankenmededeling 2008, de Herkapitalisatiemededeling (102) en de Herstructureringsmededeling (103) (herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, deling in de lasten en beperking van de steun tot het noodzakelijke minimum, en beperking van verstoringen van de mededinging).

(141)

Wat betreft de geschiktheid van de maatregelen gaf de Commissie aan dat die maatregelen geschikt waren als reddingssteun.

(142)

Wat betreft de noodzaak van de maatregelen merkte de Commissie op dat de steunverlening op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF nodig was, zowel wat betreft het bedrag als de vorm, terwijl de kapitaalinjectie door het HFSF alleen qua vorm nodig was. Wat betreft de hoogte van de kapitaalinjectie door het HFSF uitte de Commissie in overweging 59 van het besluit tot inleiding Nea Proton echter twijfels of Nea Proton Bank haar levensvatbaarheid op lange termijn op zelfstandige basis zou kunnen herstellen en of een zelfstandige herstructurering de goedkoopste optie was. Bovendien gaf de Commissie in overwegingen 60 en 61 van het besluit tot inleiding Nea Proton aan dat het onvermogen van Nea Proton Bank om de herkapitalisatie van het HFSF voldoende te vergoeden twijfels opriep voor wat betreft het feit of de bank fundamenteel gezond was en er daarom reden was tot diepgaande herstructurering.

(143)

Wat betreft de evenredigheid van de maatregelen was de Commissie van mening dat ze evenredig waren als reddingssteun.

(144)

Wat betreft het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn van Nea Proton Bank sprak de Commissie in overweging 65 van het besluit tot inleiding Nea Proton twijfels uit of die bank op zelfstandige basis levensvatbaar kon worden gemaakt.

(145)

De Commissie betwijfelde of de voorgestelde herstructurering voldoende was vergeleken met de diepte van de vereiste herstructurering, gezien het ontbreken van voldoende vergoeding.

3.3.   REDENEN VOOR HET INLEIDEN VAN DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT NEW TT BANK

(146)

Op 6 mei 2013 leidde de Commissie de formele onderzoeksprocedure in om te verifiëren of de financiering van het financieringstekort van 4,1 miljard EUR door de overdracht van activiteiten van TT Bank aan New TT Bank (maatregel NTT1), de kapitaalinjectie van 500 miljoen EUR door het HFSF in New TT Bank (maatregel NTT2), de kapitaalinjectie van 224,96 miljoen EUR in de vorm van preferente aandelen op grond van de steunregeling voor Griekse banken voor TT Bank (maatregel TT) en de 0,68 miljard EUR uit de afwikkelingsregeling van het HDIGF ten bate van de activa van T Bank die aan TT Bank waren overgedragen (maatregel T) voldeden aan de algemene verenigbaarheidscriteria en de eisen van de Bankenmededeling 2008, de Herkapitalisatiemededeling en de Herstructureringsmededeling (herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, deling in de lasten en beperking van de steun tot het noodzakelijke minimum, en beperking van verstoringen van de mededinging).

(147)

De Commissie was van mening dat beide maatregelen NTT2 en NTT1 geschikt en noodzakelijk waren in de vorm van reddingssteun. Wat betreft de noodzaak van maatregel NTT2 ten aanzien van het bedrag was de Commissie van mening, nu zij twijfels had aan de levensvatbaarheid van New TT Bank op lange termijn op zelfstandige basis, dat herstructurering op zelfstandige basis wellicht niet de enige en de goedkoopste optie was (104). Wat betreft de vergoeding van beide maatregelen gaf de Commissie aan dat de dekking van het financieringstekort een definitieve kostenpost was die niet door toekomstige inkomsten gecompenseerd kon worden, waardoor een diepgaande herstructurering noodzakelijk was (105).

(148)

Wat betreft de evenredigheid van beide maatregelen was de Commissie van mening dat de maatregelen NTT2 en NTT1 op korte termijn evenredig waren als reddingssteun, maar vereiste zij in overweging 79 van het besluit tot inleiding New TT snel uit te voeren maatregelen om de negatieve overloopeffecten te beperken.

(149)

Wat betreft de verenigbaarheid van maatregel T had de Commissie deze op 16 mei 2012 al tijdelijk als reddingssteun goedgekeurd in haar besluit over de afwikkeling van T Bank („Besluit T Bank”) (106), maar kon zij geen definitieve goedkeuring geven aan de steun voor de activiteiten van T Bank die aan TT Bank werden overgedragen. De Commissie heeft in het besluit tot inleiding New TT (107) de goedkeuring van de maatregel als reddingssteun verlengd, zo lang als nodig was om tot een definitief besluit over een geactualiseerde versie van het herstructureringsplan voor TT Bank te komen.

(150)

Wat betreft de verenigbaarheid van die maatregelen met de Herstructureringsmededeling had de Commissie twijfels of New TT Bank op lange termijn op zelfstandige basis weer levensvatbaar kon worden. Die scepsis was gebaseerd op het beperkte aantal voorgestelde maatregelen van New TT Bank om in de toekomst winst te genereren, de onzekerheid over de vrijwillige pensioenregeling voor wat betreft de timing en het aanvaardingspercentage door de werknemers, het gebrek aan verdere maatregelen om de personeelskosten te verminderen, het gebrek aan maatregelen voor rationalisering van het kantorennetwerk na de overname van T Bank en een daarmee gepaarde onderbenutting van potentiële synergieën (108).

(151)

In de overwegingen 90 en 91 van het besluit tot inleiding New TT sprak de Commissie haar bezorgdheid uit of de ambitieuze daling van rentemarges op bestaande deposito’s en de toename van de kredietmarges op nieuwe leningen zouden kunnen worden uitgevoerd zonder dat New TT Bank een aanzienlijk aantal klanten zou verliezen en zonder de leningen risicovoller te maken. De Commissie betwijfelde bovendien of New TT Bank zoals gepland haar zakelijke kredietportefeuille zou verdubbelen en of zij, gezien het gebrek aan deskundigheid, de geplande sterke groei van de netto rentebaten zou kunnen verwezenlijken.

(152)

Daarom was de Commissie in overweging 95 van het besluit tot inleiding New TT van mening dat de re-integratie van TT Bank in een groter levensvatbaar financieel bedrijf de vooruitzichten voor de levensvatbaarheid van New Bank TT zou vergroten, aangezien hierdoor rationalisering van de kosten, herprijzing van deposito’s en nieuwe leningen, en het aanbod van een breder assortiment van producten mogelijk zou worden.

(153)

Aangezien New TT Bank de economische activiteiten die eerder door TT Bank werden uitgevoerd had overgenomen, waaronder die van T Bank, leidde de Commissie een formele onderzoeksprocedure in betreffende de vraag of de maatregelen T en TT een oplossing op lange termijn boden voor de levensvatbaarheid van New TT Bank en werden belanghebbenden uitgenodigd om opmerkingen in te dienen.

(154)

Wat betreft de deling in de lasten was de Commissie van mening dat een herstructurering op zelfstandige basis de herstructureringskosten zou opdrijven en betwijfelde zij daarom of de staatssteun tot het minimum beperkt was. Bovendien merkte de Commissie op dat, ondanks het feit dat de aandeelhouders en de houders van achtergestelde schuld voldoende in de lasten zouden delen, wat waarschijnlijk het maximaal haalbare was, door het ontbreken van vergoeding een ingrijpende herstructurering noodzakelijk was, zowel wat betreft levensvatbaarheidsmaatregelen als wat betreft maatregelen om de verstoring van de mededinging te beperken. De Commissie merkte ook op dat het feit dat de verliezen grotendeels het gevolg waren van kwijtschelding van schulden ten gunste van de staat een lagere vergoeding rechtvaardigde (109).

(155)

Wat betreft verstoringen van de mededinging merkte de Commissie op dat het enorme bedrag aan door TT Bank ontvangen steun en de overgedragen activiteiten van T Bank en het ontbreken van een vergoeding een grondige herstructurering en een meer beperkte aanwezigheid op de markt van New TT Bank vereisten. Bovendien merkte de Commissie op dat, terwijl de verliezen voornamelijk het gevolg waren van het bezit van GGB’s, TT Bank meer GGB’s had bezeten dan andere Griekse banken in verhouding tot haar omvang, iets wat volgens haar blijk gaf van het nemen van ongepaste risico’s (110). Ten slotte merkte zij op dat, ook al zou New TT Bank bijna zoals TT Bank daarvoor op de markt blijven, de verstoringen van de mededinging beperkt zouden zijn gezien haar betrekkelijk geringe omvang en de afwezigheid van buitenlandse activiteiten. De Commissie betwijfelde echter of er voldoende maatregelen waren genomen om overmatige verstoringen van de mededinging te voorkomen en meende dat wellicht een verbod op prijsleiderschap en andere gedragsmaatregelen nodig zouden zijn (111).

4.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN OVER DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE BETREFFENDE DE EERSTE OVERBRUGGINGSKAPITALISATIE

OPMERKINGEN VAN EEN GRIEKSE BANK

(156)

Op 3 januari 2013 ontving de Commissie opmerkingen van een Griekse bank over het besluit tot inleiding Eurobank. Die Griekse bank merkte op dat de herkapitalisatie van Griekse banken door het HFSF in principe een welkome stap was op weg naar een gezonder en meer levensvatbaar bancair systeem. Zij had geen bezwaar tegen de herkapitalisatie van Eurobank.

(157)

Hoewel zij haar volledige steun uitsprak voor het beginsel van herkapitalisatie van Griekse banken door het HFSF, verduidelijkte die Griekse bank echter dat zij, om de verstoringen van de mededinging te minimaliseren en om discriminatie te vermijden, verwachtte dat de herkapitalisatie door het HFSF beschikbaar zou zijn voor alle banken die in Griekenland onder vergelijkbare omstandigheden actief zijn.

5.   OPMERKINGEN VAN GRIEKENLAND OVER DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURES

5.1.   OPMERKINGEN VAN GRIEKENLAND OVER DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT DE EERSTE OVERBRUGGINGSHERKAPITALISATIE

(158)

Op 5 september 2012 diende Griekenland opmerkingen in over het besluit tot inleiding Eurobank, die door de Bank van Griekenland en het HFSF waren opgesteld.

5.1.1.   Opmerkingen opgesteld door de Bank van Griekenland

(159)

Wat betreft de geschiktheid van de eerste overbruggingsherkapitalisatie merkte de Bank van Griekenland op dat het bedrag van 18 miljard EUR van het kapitaal waarmee het HFSF de vier grootste Griekse banken in mei 2012 herkapitaliseerde minder was dan het uiteindelijke bedrag dat die banken nodig hadden om geleidelijk aan in juni 2012 een tier 1-kernkapitaalratio van 10 % en een tier 1-kernkapitaalratio van 7 % op grond van een scenario van drie jaar ongunstig stress te bereiken en te behouden. Zij merkte ook op dat de eerste overbruggingsherkapitalisatie tijdelijk was, aangezien het herkapitalisatieproces door deze vier banken zou worden uitgevoerd met verhogingen van het aandeelkapitaal.

(160)

De Bank van Griekenland merkte ook op dat de herkapitalisatie van de grootste Griekse banken deel uitmaakt van de herstructurering op langere termijn van het Griekse bankwezen. Zij merkte op dat indien een bank in particuliere handen blijft het management waarschijnlijk hetzelfde zal blijven, terwijl als een bank een staatsbedrijf wordt (dat wil zeggen, eigendom van het HFSF), het HFSF een nieuwe directie kan benoemen, die in ieder geval door de Bank van Griekenland zal worden beoordeeld. De Bank van Griekenland wees erop dat zij het kader voor corporate governance, de toereikendheid van het management en het risicoprofiel van iedere bank doorlopend beoordeelt om ervoor te zorgen dat er geen buitensporige risico’s worden genomen. Zij wees er ook op dat het HFSF al vertegenwoordigers in de raad van bestuur van de geherkapitaliseerde banken had benoemd.

(161)

Wat betreft de noodzaak van de eerste overbruggingsherkapitalisatie constateerde de Bank van Griekenland dat de herkapitalisatie van de Bank beperkt was om ervoor te zorgen dat aan de op dat moment geldende minimumkapitaalvereisten (8 %) werd voldaan. Zij gaf ook aan dat de langdurige periode voorafgaand aan de herkapitalisaties te wijten was aan de sterke verslechtering van het ondernemingsklimaat in Griekenland en de effecten van het PSI-programma, aan de complexiteit van het hele project en aan de noodzaak om de deelname van particuliere beleggers aan de verhogingen van het aandelenkapitaal te maximaliseren.

(162)

Wat betreft de evenredigheid van de eerste overbruggingsherkapitalisatie wees de Bank van Griekenland erop dat de volledige uitvoering van het bij de Commissie in te dienen herstructureringsplan wordt gewaarborgd door het feit dat de opschorting van de stemrechten van het HFSF onder andere zal worden opgeheven indien het herstructureringsplan op wezenlijke punten niet wordt gevolgd. De Bank van Griekenland merkte tevens op dat de problemen van de Bank niet te wijten waren aan een onderschatting van de risico’s door het management van de Bank of aan commercieel agressieve acties.

5.1.2.   Opmerkingen opgesteld door het HFSF

(163)

Wat betreft de geschiktheid van de eerste overbruggingsherkapitalisatie gaf het HFSF met betrekking tot de kwestie van mogelijke staatsinmenging als de staat hoge bedragen aan staatssteun verleent via het HFSF en het HFSF volledige stemrechten heeft, aan dat de door het HSF gefinancierde banken niet beschouwd worden als publieke of door de staat gecontroleerde entiteiten, en dat zij ook niet onder zeggenschap van de staat zouden komen nadat zij permanent door het HFSF zouden zijn geherkapitaliseerd. Het HFSF wees erop dat het een volledig onafhankelijke privaatrechtelijke entiteit is met zelfstandige beslissingsbevoegdheid. Het staat niet onder zeggenschap van de overheid, overeenkomstig artikel 16C, lid 2, van de HFSF-wet, volgens welke de kredietinstellingen waaraan het HFSF kapitaalsteun heeft verstrekt geen deel uitmaken van de publieke sector in ruime zin. Het wees ook op de bestuursstructuur van het HFSF.

(164)

Met betrekking tot de inmenging van het HFSF in het management van de Bank, merkte het HFSF op dat het de autonomie van de Bank zou respecteren en zich niet in het dagelijkse management zou mengen, gezien het feit dat zijn rol beperkt is tot de activiteiten bepaald in de HFSF-wet. Het gaf aan dat er geen inmenging of coördinatie door de staat zou plaatsvinden en dat de beslissingen van de Bank met betrekking tot het kredietverleningsproces (o.a. over zekerheden, prijzen en solvabiliteit van leners) op basis van commerciële criteria genomen zouden worden.

(165)

Het HFSF wees erop dat de HFSF-wet en de voorinschrijvingsovereenkomst toereikende waarborgen bevat om te voorkomen dat bestaande particuliere aandeelhouders buitensporige risico’s nemen. Het wees op aspecten als i) de benoeming van vertegenwoordigers van het HFSF als onafhankelijke niet-uitvoerende leden van de raad van bestuur van de Bank en hun aanwezigheid in de commissies, ii) de uitvoering van due diligence bij de Bank door HFSF, en iii) het feit dat na de laatste herkapitalisatie zijn stemrecht slechts beperkt zou zijn zolang de Bank aan de voorwaarden van het herstructureringsplan voldeed.

(166)

Wat betreft de noodzaak van de eerste overbruggingsherkapitalisatie en specifiek met betrekking tot het niveau van de vergoeding van de steun, gaf het HFSF aan dat de vergoeding was overeengekomen met de vertegenwoordigers van de Commissie, de ECB en het IMF. Dat afgesproken niveau hield er rekening mee dat de eerste overbruggingsherkapitalisatie vóór 30 september 2012 zou worden omgezet in een permanente herkapitalisatie, een termijn die in maart 2012 in het MEFP tussen de Commissie, de ECB, het IMF en Griekenland was vastgesteld.

(167)

Wat betreft de evenredigheid van de eerste overbruggingsherkapitalisatie merkte het HFSF op dat de maatregelen die het heeft genomen, zoals beschreven in overweging 165 van dit besluit, voldoende waarborgen bieden gelet op de grote hoeveelheden ontvangen steun en de langdurige reddingsperiode. Bovendien stelde het HFSF dat er geschikte maatregelen zijn ingevoerd om ervoor te zorgen dat de banken waarin het HFSF deelneemt geen commercieel gevoelige informatie uitwisselen. Deze maatregelen omvatten de benoeming van verschillende vertegenwoordigers van het HFSF bij deze banken, de mandaten van deze vertegenwoordigers die specifiek de doorgifte van informatie van één vertegenwoordiger aan een ander moeten voorkomen, alsook duidelijke interne instructies aan deze functionarissen om geen commercieel gevoelige informatie van de banken door te geven. Het HFSF stelde bovendien dat het zijn rechten met betrekking tot de banken niet zal uitoefenen op een wijze die daadwerkelijke concurrentie kan voorkomen, beperken, verstoren of aanzienlijk verminderen of belemmeren. Ten slotte wees het HFSF erop dat de leden van zijn raad van bestuur en zijn werknemers gehouden zijn aan strenge geheimhoudingsregels en fiduciaire verplichtingen en gebonden zijn door de bepalingen inzake het beroepsgeheim betreffende hun activiteiten.

5.2.   OPMERKINGEN VAN GRIEKENLAND OVER DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT NEA PROTON BANK

(168)

Op 5 september 2012 diende Griekenland opmerkingen in over het Besluit tot inleiding Nea Proton, die door de Bank van Griekenland en het HFSF waren opgesteld.

5.2.1.   Opmerkingen opgesteld door de Bank van Griekenland

(169)

De Bank van Griekenland constateerde dat Nea Proton Bank, als een tussentijdse kredietinstelling, eigendom van het HFSF, niet op zelfstandige basis een ondernemingsplan voor de langere termijn kon leveren. De Bank van Griekenland merkte bovendien op dat zij de uitvoering van het door het HFSF voor Nea Proton Bank opgestelde en bij de Commissie ingediende ondernemingsplan nauwlettend volgt om ervoor te zorgen dat Nea Proton Bank binnen de door de wet gestelde termijn kan worden verkocht.

(170)

Wat betreft het groeipercentage van de winstgevendheid wees de Bank van Griekenland erop dat het grootste deel van de groei zich naar verwachting in 2013 zou voordoen (wanneer de netto rentebaten naar verwachting zouden stijgen tot 55,3 miljoen EUR, vergeleken met 22,7 miljoen EUR voor 2012) en voornamelijk het gevolg zou zijn van de verlaging van de totale rentelasten en het resultaat zou zijn van twee factoren: een doorrol tegen betere voorwaarden van termijndeposito’s waarover vroeger een hoge rente betaald werd en een vermindering met 30 % van het totale uitstaande bedrag aan deposito’s in het eerste halfjaar van 2012. Daarnaast benadrukte de Bank van Griekenland het feit dat met ingang van 2013 de netto rentebaten een gunstige ontwikkeling zouden laten zien en geen twijfels zouden laten bestaan over het vermogen van Nea Proton Bank om de doelstelling te verwezenlijken.

5.2.2.   Opmerkingen opgesteld door het HFSF

(171)

Wat betreft de noodzaak van de maatregelen ten gunste van Nea Proton Bank merkte het HFSF op dat de Bank van Griekenland de bevoegde autoriteit is om te beslissen over alle afwikkelingsmaatregelen en dat het HFSF het ten behoeve van de regelgeving vereiste kapitaal had geïnjecteerd.

(172)

Wat betreft het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn van Nea Proton Bank verwees het HFSF naar het afwikkelingskader, op grond waarvan het HFSF Nea Proton Bank binnen twee jaar moest verkopen, en ging het akkoord met de Commissie dat Nea Proton Bank deel zou kunnen uitmaken van een grotere en levensvatbare entiteit. Hoewel bij het herstructureringsplan voor Nea Proton Bank van een „zelfstandigheids”-model uitgegaan werd, stelde het HFSF dat het ernaar streefde de verkoop van de bank te vergemakkelijken door haar aantrekkelijkheid voor beleggers en haar financiële resultaten te verbeteren. Het HFSF merkte op dat Nea Proton Bank door de kapitaalinjectie niet alleen aan de minimumsolvabiliteitsratio kon voldoen, maar dat haar financiële positie en haar aantrekkelijkheid voor elke toekomstige fusie met andere kleine banken was verbeterd. Het HFSF merkte ook op dat de aanvullende kapitaalinjectie nodig was ter dekking van aan het PSI-programma gerelateerde bijzonderewaardeverminderingsverliezen en de gestegen kosten van voorzieningen voor leningen.

(173)

Het HFSF constateerde dat Nea Proton Bank haar financieringskosten en de trouw van de depositohouders had verbeterd. De afhankelijkheid van Nea Proton Bank van het Eurosysteem daalde in 2012; ook had zij haar liquiditeitspositie verbeterd. De aanvullende kapitaalinjectie had geholpen om de rentevoeten op deposito’s te verlagen en de rentemarges te verbeteren. Nea Proton Bank had een aantal van haar kredietportefeuilles al opnieuw geprijsd aan de hand van een op risicoanalyse gebaseerde prijsstelling, met rentes die ruim boven de financieringskosten lagen. Bovendien zou de geplande groei van de netto rentebaten plaatsvinden met een beperkte uitbreiding in het zakelijke marktsegment en door verbetering van de kwaliteit van de portefeuille.

(174)

Het HFSF merkte op dat Nea Proton Bank in 2012 haar operationele kosten aanzienlijk had verlaagd, dat haar twee enige dochterondernemingen hun activiteiten zouden staken, dat haar deelneming in assurantietussenpersonen sterk was verminderd en dat zij haar eigenhandel zou beëindigen.

(175)

Tot slot merkte het HFSF op dat verstoringen van de mededinging beperkt zouden zijn gezien het kleine aandeel van Nea Proton Bank in de totale bancaire activa in Griekenland en het feit dat zij geen agressief aantrekken van deposito’s overwoog.

5.3.   OPMERKINGEN VAN GRIEKENLAND OVER DE FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE MET BETREKKING TOT NEW TT BANK

(176)

Op 19 juli 2013 diende het ministerie van Financiën opmerkingen in over het besluit tot inleiding New TT.

(177)

Wat betreft de noodzaak van maatregel NTT1 voegde het ministerie van Financiën toe dat de exacte waarde van de activa en passiva die aan New TT Bank werden overgedragen werd vastgesteld op basis van het verslag van de externe auditors overeenkomstig artikel 63E, lid 6, van Wet 3601/2007.

(178)

Wat betreft de noodzaak van maatregel NTT2 merkte het ministerie van Financiën op dat in het tweede aanpassingsprogramma voor Griekenland (tweede herziening-mei 2013) werd vereist dat New TT Bank uiterlijk op 15 juli 2013 aan een derde partij zou worden verkocht.

(179)

Wat betreft de vergoeding van de maatregelen NTT1 en NTT2 merkte het ministerie van Financiën op dat het HFSF, dat in plaats van het HDIGF het financieringstekort tot 31 december 2013 aanvult, een preferente vordering krijgt boven andere ongedekte schuldeisers in geval van liquidatie van de activa die eigendom van TT Bank zijn gebleven en dat alleen de vorderingen van de werknemers om 50 % van hun vergoeding te ontvangen van hogere rang zijn dan de vordering van het HFSF. Het merkte daarom op dat de opbrengst van de liquidatie van deze activa hoofdzakelijk aan het HFSF ten goede zal komen en daarmee de kosten die door de staat worden gedragen zal beperken.

(180)

Wat betreft het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn van New TT Bank merkte het ministerie van Financiën op dat New TT Bank, als tussentijdse kredietinstelling, binnen twee jaar na haar oprichting moest worden verkocht, overeenkomstig artikel 63E van Wet 3601/2007. De verkoop van New TT Bank zou, in overeenstemming met het MEFP van mei 2013, voor 15 juli 2013 worden afgerond, om ervoor te zorgen dat haar activiteiten op lange termijn levensvatbaar zouden zijn.

6.   BEOORDELING VAN DE STEUN MET BETREKKING TOT DE OVERGENOMEN ONDERNEMINGEN

6.1.   BEOORDELING VAN DE STEUN MET BETREKKING TOT NEA PROTON BANK

6.1.1.   Bestaan en hoogte van de steun

(181)

De Commissie moet het bestaan van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag vaststellen. Volgens deze bepaling wordt staatssteun gevormd door alle steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

6.1.1.1.   Aanwezigheid van steun in de maatregelen genomen op grond van de steunregeling voor Griekse banken (maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3)

(182)

De kapitaalinjectie van 80 miljoen EUR door de Griekse staat in Proton Bank in mei 2009 (maatregel Pr1), de Griekse staatseffecten ten bedrage van 78 miljoen EUR die Proton Bank in april 2009 verkreeg (maatregel Pr2) en de staatsgarantie die aan Proton Bank werd gegeven voor uitgegeven obligaties met een nominale waarde van 149,4 miljoen EUR in juli 2010 (maatregel Pr3) werden verstrekt op grond van de steunregeling voor Griekse banken (112). In het besluit tot goedkeuring van die regeling concludeerde de Commissie dat maatregelen op grond van die regeling staatssteun zijn.

(183)

Zoals geconcludeerd in overweging 38 van het besluit tot inleiding Nea Proton heeft Nea Proton Bank de economische activiteiten van Proton Bank overgenomen. Nea Proton Bank heeft baat gehad bij maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3, aangezien deze hebben bijgedragen aan de stabilisering en de voortzetting van de economische activiteiten die aan haar zijn overgedragen en die anders niet langer zouden bestaan. Daarom is de Commissie van oordeel dat zij de economische activiteiten die zijn overgedragen aan Nea Proton Bank ten goede zijn gekomen.

6.1.1.2.   Aanwezigheid van steun in de dekking van het financieringstekort van Nea Proton Bank (maatregel NP1)

(184)

In de overwegingen 31 tot 37 van het besluit tot inleiding Nea Proton stelde de Commissie al vast dat maatregel NP1, de steunverlening middels de afwikkelingsregeling van het HDIGF en het HFSF ter dekking van het financieringstekort, staatssteun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. In overweging 38 van hetzelfde besluit merkte de Commissie Nea Proton Bank aan als de economisch begunstigde van die maatregel, aangezien Nea Proton Bank de economische activiteiten van Proton Bank heeft overgenomen, die vanwege de ontvangen steun blijven bestaan.

6.1.1.3.   Aanwezigheid van steun in de eerste aandelenkapitaalinjectie door het HFSF en de aanvullende aandelenkapitaalinjectie door het HFSF in 2012 (maatregel NP2)

(185)

In de overwegingen 41 tot 43 van het besluit tot inleiding Nea Proton stelde de Commissie al vast dat de kapitaalinjectie door het HFSF van 250 miljoen EUR en de aanvullende kapitaalinjecties die ten tijde van dat besluit werden voorzien, samen goed voor 300 miljoen EUR, staatssteun vormden in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. Zoals vermeld in overweging 93 van dit besluit heeft het HFSF van de mogelijke aanvullende 300 miljoen EUR aan kapitaal in 2012 uiteindelijk 265 miljoen EUR extra bijgedragen, wat de totale herkapitalisatiesteun in 2011 en 2012 op 515 miljoen EUR brengt (maatregel NP2).

6.1.1.4.   Aanwezigheid van steun in de kapitaalinjectie van het HFSF in Nea Proton Bank vóór de verkoop ervan aan de Bank (NP3)

(186)

De Commissie is van mening dat de kapitaalinjectie door het HFSF in Nea Proton Bank vóór de verkoop ervan aan de Bank, ten bedrage van 395 miljoen EUR, staatssteun is in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

(187)

De kapitaalinjectie werd verstrekt door het HFSF, een door Griekenland opgerichte en gefinancierde entiteit ter ondersteuning van banken, en vond dus plaats aan de hand van staatsmiddelen. Bovendien is de maatregel selectief van aard, aangezien de kapitaalinjectie alleen Nea Proton Bank ten goede komt.

(188)

Daarnaast biedt de steunverlening Nea Proton Bank een duidelijk voordeel, omdat haar bankactiviteiten hierdoor kunnen blijven bestaan. Zonder de kapitaalinjectie zou Nea Proton Bank, die een sterk negatief kapitaal had, failliet zijn gegaan. Alsdan zou het niet mogelijk zijn geweest om Nea Proton Bank te verkopen en te laten opgaan in een grotere entiteit. Bovendien voldoet deze herkapitalisatie niet aan het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie. Integendeel, door de herkapitalisatie van 395 miljoen EUR kon Nea Proton Bank voor 1 EUR worden verkocht. Een particuliere investeerder zou ervoor hebben gekozen niet te herkapitaliseren en Nea Proton Bank failliet te laten gaan, en zou daarmee 395 miljoen EUR hebben bespaard.

(189)

Nea Proton Bank concurreert met andere banken, inclusief dochterondernemingen van buitenlandse banken, die actief zijn in Griekenland of mogelijk ook geïnteresseerd zijn om de Griekse markt te betreden. Daarom heeft de kapitaalinjectie een effect op de handel tussen de lidstaten en leidt mogelijk tot mededingingsvervalsing.

(190)

De Commissie concludeert derhalve dat de kapitaalinjectie van 395 miljoen EUR in Nea Proton Bank staatssteun is in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

Begunstigde van maatregel NP3

(191)

Zoals reeds uiteengezet in overweging 188 beschouwt de Commissie Nea Proton Bank als de begunstigde van de kapitaalinjectie van 395 miljoen EUR in Nea Proton Bank, aangezien de steun de voortzetting van haar economische activiteiten binnen de Bank mogelijk heeft gemaakt.

(192)

Voor wat betreft de vraag of de verkoop van Nea Proton Bank staatssteun aan de Bank vormt overeenkomstig punt 49 van de Bankenmededeling uit 2008, moet de Commissie beoordelen of aan bepaalde eisen is voldaan. Zij moet met name onderzoeken of: i) het verkoopproces open en niet-discriminerend was; ii) de verkoop plaatsvond tegen marktvoorwaarden; en iii) de financiële instelling of de regering de verkoopprijs voor de betrokken activa en passiva heeft gemaximaliseerd.

(193)

De Bank heeft de aandelen in Nea Proton Bank verworven omdat zij het enige geldige bod uitbracht in het kader van een niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die open stond voor andere banken en financiële instellingen. Een financieel adviseur van het HFSF heeft contact opgenomen met een groot aantal banken, financiële instellingen en sponsors. Slechts vier toonden belangstelling voor overname van Nea Proton Bank, waarvan er slechts twee, de Bank en een hedgefonds (113), een definitief bod uitbrachten. Het bod van de Bank was het enige dat voldeed aan de procesbrief van het HFSF.

(194)

Omdat de financieel adviseur contact had opgenomen met een groot aantal banken en op voorhand de eisen en de termijnen had vastgesteld waaraan biedingen moesten voldoen om geldig te zijn, is de Commissie van mening dat de aanbesteding open en niet-discriminerend was. De Commissie concludeert derhalve dat er gezien de aanbestedingsprocedure geen sprake is van steun aan de koper.

(195)

De Bank betaalde de prijs van 1 EUR en het HFSF deed een toezegging Nea Proton Bank voorafgaand aan de verkoop ervan te herkapitaliseren. Deze negatieve prijs (dat wil zeggen, rekening houdend met de herkapitalisatie van Nea Proton Bank net voor de verkoop) sluit niet uit dat de verkoopprijs de marktwaarde van het bedrijf weergeeft (114), aangezien het netto eigen vermogen van Nea Proton Bank duidelijk negatief was en zij naar verwachting verliezen zou blijven lijden. De Commissie heeft geen reden om aan te nemen dat het uitgebrachte bod en de betaalde prijs niet de marktprijs van het bedrijf weergeven. Dientengevolge concludeert de Commissie overeenkomstig punt 49 van de Bankenmededeling uit 2008, punt 20 van de Herstructureringsmededeling en haar eigen beschikkingspraktijk (115), dat de verkoopprijs de marktprijs was en dat steun aan de Bank kan worden uitgesloten.

6.1.1.5.   Conclusie inzake het bestaan en het totaalbedrag van de ontvangen steun

(196)

Op basis van overwegingen 182 tot en met 190 is de Commissie van mening dat maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3, NP1, NP2 en NP3 alle voldoen aan de voorwaarden in artikel 107, lid 1 van het Verdrag en staatssteun zijn. Wat betreft maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3 concludeert de Commissie dat, aangezien zij hebben bijgedragen tot het voortbestaan van de activiteiten van Proton Bank die later werden overgedragen aan Nea Proton Bank, aangenomen mag worden dat ook Nea Proton Bank, waar deze activiteiten nu zijn ondergebracht, daarbij baat heeft gehad. Zoals reeds vermeld in overweging 184 is de begunstigde van maatregel NP1 Nea Proton Bank, die de activiteiten van Proton Bank heeft overgenomen. Nea Proton Bank is verder ook de begunstigde van de maatregelen NP2 en NP3.

(197)

De Commissie concludeert derhalve dat de activiteiten van Nea Proton Bank staatssteun hebben ontvangen in de vorm van kapitaalsteun van 2 111,6 miljoen EUR (maatregel Pr1, NP1, NP2 en NP3), naast staatsgaranties van 149,4 miljoen EUR (maatregel Pr3) en Griekse overheidseffecten ter waarde van 78 miljoen EUR (maatregel Pr2), zoals samengevat in tabel 9.

Tabel 9

Overzicht van de totale door Proton Bank en Nea Proton Bank ontvangen steun

Begunstigde van de steun

Maatregel

Aard van de steun

Steunbedrag (in miljoen EUR)

Activiteiten van Proton Bank

Pr1

Herkapitalisatie

80

Activiteiten van Nea Proton Bank

NP1

Financiering van het financieringstekort door overgang van PB naar NPB

1 121,6

NP2

Herkapitalisatie

515

NP3

Herkapitalisatie

395

Totaal verleende kapitaalsteun

2 111,6

Begunstigde van de steun

Maatregel

Aard van de steun

 

Activiteiten van Proton Bank

Pr2

Obligatielening

78

Pr3

Garantie

149,4

Totale liquiditeitssteun die werd verleend

227,4

6.1.2.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling

(198)

Artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag machtigt de Commissie om steun als verenigbaar met de interne markt te beschouwen als deze bedoeld is om „een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”.

(199)

De Commissie heeft erkend dat de wereldwijde financiële crisis een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat kan veroorzaken en dat maatregelen ter ondersteuning van banken die verstoring kunnen verhelpen. Dit werd bevestigd in de Bankenmededeling uit 2008, de Herkapitalisatiemededeling en de Herstructureringsmededeling. De Commissie is nog steeds van mening dat is voldaan aan de eisen voor goedkeuring van staatssteun overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag, gezien de terugkeer van spanningen op de financiële markten. De Commissie heeft dat standpunt bevestigd door het aannemen van de Verlengingsmededeling 2011 (116) en de Bankenmededeling 2013 (117).

(200)

Met betrekking tot de Griekse economie heeft de Commissie in haar besluiten ter goedkeuring en verlenging van de steunregeling voor Griekse banken en in haar goedkeuringen van de maatregelen voor staatssteun van Griekenland t.b.v. afzonderlijke banken (118), erkend dat er een ernstige verstoring van de Griekse economie dreigt en dat staatssteun voor banken een geschikt middel is om die verstoring te verhelpen. De rechtsgrondslag voor de beoordeling van de steunmaatregelen moet daarom artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag zijn.

(201)

Om verenigbaar te zijn op grond van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag moet de steun voldoen aan de algemene criteria voor verenigbaarheid:

a)   geschiktheid: de steun moet doelgericht zijn, zodat daarmee daadwerkelijk de doelstelling van het opheffen van een ernstige verstoring in de economie kan worden bereikt; dit is niet het geval indien de maatregel niet geschikt is om deze verstoring op te heffen;

b)   noodzaak: de steunmaatregel moet, wat bedrag en vorm betreft, noodzakelijk zijn om de doelstelling te behalen. De maatregel moet dan ook een bedrag vertegenwoordigen dat minimaal vereist is om de doelstelling te verwezenlijken, en in de meest geschikte vorm worden gegoten om de verstoring op te heffen,

c)   evenredigheid: de positieve effecten van de maatregel moeten naar behoren worden afgewogen tegen de concurrentieverstoringen, opdat de verstoringen worden beperkt tot het noodzakelijke minimum om de doelstellingen van de maatregel te verwezenlijken.

(202)

De Commissie heeft tijdens de financiële crisis verenigbaarheidscriteria voor verschillende soorten steunmaatregelen ontwikkeld. De beginselen voor de beoordeling van steunmaatregelen werden voor het eerst vastgelegd in de Bankenmededeling 2008.

(203)

De Herkapitalisatiemededeling (119) bevat verdere richtsnoeren inzake het niveau van de vergoeding die vereist is voor kapitaalinjectie door de staat.

(204)

Tot slot heeft de Commissie in de Herstructureringsmededeling (120) uiteengezet hoe zij de herstructureringsplannen zal beoordelen. Bij haar beoordeling van het herstructureringsplan voor de Bank op grond van de Herstructureringsmededeling zal de Commissie rekening houden met alle maatregelen die in tabel 7 staan vermeld.

6.1.3.   Verenigbaarheidsbeoordeling van de steunmaatregelen op grond van de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

6.1.3.1.   Verenigbaarheid van de maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3 met de Bankenmededeling 2008

(205)

De maatregelen Pr1, Pr2 en Pr3 werden genomen op grond van de steunregeling voor Griekse banken. De maatregelen die onder deze regeling vallen werden in het besluit van de Commissie van 19 november 2008 reeds als verenigbaar met de interne markt beoordeeld.

6.1.3.2.   Verenigbaarheid van de maatregelen NP1 en NP2 met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

(206)

De Commissie heeft de maatregelen NP1 en NP2 in het besluit tot inleiding Nea Proton als reddingssteun goedgekeurd. Zoals vermeld in overweging 142, sprak de Commissie bezorgdheid uit betreffende de noodzaak van het bedrag van maatregel NP2 en betreffende de vraag of Nea Proton Bank in staat zou zijn zelfstandig op lange termijn weer levensvatbaar te worden. Zij vroeg zich daarom af of de zelfstandigheidsoptie de goedkoopste optie zou zijn. Aan deze punten van zorg werd tegemoet gekomen door de verkoop van Nea Proton Bank aan de Bank op 15 juli 2013. Aangezien Nea Proton Bank in een open, transparant en niet-discriminerend proces aan de Bank werd verkocht, wordt de door de Bank betaalde prijs beschouwd als de marktprijs. Bijgevolg was het vóór de verkoop door de staat geïnjecteerde eigen vermogen noodzakelijk voor het welslagen van de verkoop. Door Nea Proton Bank in de activiteiten van de Bank te laten opgaan, zullen de problemen met de levensvatbaarheid van Nea Proton Bank op lange termijn worden opgelost gezien het herstructureringsplan dat door de Bank bij de Commissie is ingediend.

6.1.3.3.   Verenigbaarheid van maatregel NP3 met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

6.1.3.3.1.   Geschiktheid

(207)

Wat betreft de geschiktheid van maatregel NP3, te weten de kapitaalinjectie door het HFSF van 395 miljoen EUR in de Nea Proton Bank vóór de verkoop aan de Bank, is de Commissie van mening dat de maatregel geschikt is omdat deze heeft geholpen om de bankactiviteiten van Nea Proton Bank in stand te houden. Deze activiteiten hadden niet kunnen worden voortgezet zonder de steun van het HFSF, aangezien de Nea Proton Bank een negatief eigen vermogen had op het moment van de verkoop ervan aan de Bank en verliezen bleef optekenen. Geen bank zou Nea Proton Bank hebben gekocht zonder een voorafgaande herkapitalisatie. De maatregel zorgt er daarom voor dat de financiële stabiliteit in Griekenland wordt gehandhaafd. Op grond hiervan beschouwt de Commissie de maatregel als geschikt als reddingssteun.

6.1.3.3.2.   Noodzaak

(208)

Volgens de Bankenmededeling 2008 moet de steunmaatregel wat bedrag en vorm betreft noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelstelling van de maatregel. Dit impliceert dat een kapitaalinjectie het minimale bedrag moet zijn dat nodig is om die doelstelling te bereiken.

(209)

Zoals de Bank van Griekenland in haar brief van 19 juli 2013 stelde, zou liquidatie van de Nea Proton Bank mogelijk tot besmetting hebben geleid, waardoor een nieuwe systemische crisis had kunnen ontstaan en het vertrouwen in het bankwezen dat zojuist was hersteld na voltooiing van het herkapitalisatieproces weer had kunnen worden ondergraven. De Commissie is van mening dat deze elementen van financiële stabiliteit de noodzaak van maatregel NP3 ondersteunen.

(210)

Wat betreft de omvang van de steunverlening werd het bedrag van 395 miljoen EUR bepaald door middel van een open en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure. De Bank had een due diligence-onderzoek van Nea Proton Bank afgerond. Het bod van de Bank, dat een herkapitalisatie van 395 miljoen EUR voorafgaand aan de koop van Nea Proton Bank vereiste, werd zo berekend dat werd voldaan aan de minimumsolvabiliteitsratio van 9 % en voorzieningen wegens verwachte extra kredietverliezen en verwachte verliezen voor belastingen tot 2016 konden worden aangelegd voor een aanvullend bedrag van 119 miljoen EUR. De Commissie concludeert dat de steun van 395 miljoen EUR noodzakelijk was.

(211)

Wat betreft de vergoeding van de steun zal het HFSF, gezien het feit dat de verkoopprijs is vastgesteld op 1 EUR, geen geld terugkrijgen. Zijn bijdrage is vergelijkbaar met een subsidie. Zoals aangegeven in punt 44 van de Herkapitalisatiemededeling kan een onvoldoende vergoede herkapitalisatie alleen worden geaccepteerd in het geval van noodlijdende banken die geen vergoeding kunnen betalen. De Commissie is van oordeel dat dit voor Nea Proton Bank het geval is. Door het ontbreken van vergoeding is een ingrijpende herstructurering noodzakelijk, overeenkomstig de Herkapitalisatiemededeling.

(212)

Tot besluit, de maatregel is wat bedrag en vorm betreft noodzakelijk als reddingssteun om de doelstelling, te weten een beperking van de verstoring van het Griekse banksysteem en de economie als geheel, te verwezenlijken.

6.1.3.3.3.   Evenredigheid

(213)

De Commissie stelt vast dat na de fusie door de opname van Nea Proton Bank in de Bank de economische activiteiten van Nea Proton Bank zijn overgedragen aan de Bank. Het feit dat de steun deze economische activiteiten heeft gered kan in theorie mededingingsvervalsing veroorzaken. De Commissie wijst echter op de geringe omvang van de Nea Proton Bank en de aard van het verkoopproces, waarbij concurrenten de gelegenheid kregen om op Nea Proton Bank te bieden. Bovendien zullen de economische activiteiten van Nea Proton Bank onmiddellijk na de overdracht volledig opgaan in de Bank en ophouden te bestaan als afzonderlijke economische activiteit of concurrent. De Commissie concludeert derhalve dat de steun geen overmatige verstoringen van de mededinging met zich meebrengt.

6.1.3.3.4   Conclusie over de overeenstemming van maatregel NP3 met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

(214)

De Commissie concludeert derhalve dat maatregel NP3 geschikt, noodzakelijk en, gezien de ingrijpende herstructurering die gepland is voor de Bank waarin de economische activiteiten van Nea Proton Bank nu zijn opgenomen, evenredig is met het beoogde doel.

6.1.4.   Verenigbaarheid van de steunmaatregelen met de Herstructureringsmededeling

(215)

In de overwegingen 60, 61, 78 en 79 van het besluit tot inleiding Nea Proton betreffende maatregelen NP1 en NP2 merkte de Commissie op dat Nea Proton Bank waarschijnlijk de staatssteun die zij heeft ontvangen niet zou kunnen vergoeden en onderstreepte dat het ontbreken van vergoeding een ingrijpende herstructurering noodzakelijk maakte. In overweging 211 merkte de Commissie ten aanzien van de vergoeding van maatregel NP3 op dat, gezien het feit dat de verkoopprijs van Nea Proton is vastgesteld op 1 EUR, het HFSF niets van de 395 miljoen EUR die net voor de verkoop (maatregel NP3) is geïnjecteerd zal terugkrijgen. Bovendien zal Griekenland niets terugkrijgen van de preferente aandelen die in mei 2009 voor het land zijn uitgegeven, aangezien de daarmee verband houdende eigenvermogensvorderingen bij de geliquideerde Proton Bank zijn achtergebleven. De Commissie concludeert derhalve dat het ontbreken van vergoeding een ingrijpende herstructurering noodzakelijk maakt, zowel door middel van levensvatbaarheidsmaatregelen als van maatregelen tot beperking van mededingingsvervalsing.

6.1.4.1.   Levensvatbaarheid op lange termijn van de activiteiten van Nea Proton Bank middels verkoop

(216)

Punt 21 van de Herstructureringsmededeling stelt dat indien de kredietinstelling in moeilijkheden op lange termijn niet op geloofwaardige wijze weer levensvatbaar kan worden, ordelijke liquidatie of e veiling ervan moet worden overwogen. lidstaten kunnen daarom het uittreden van niet-levensvatbare spelers stimuleren, waarbij mogelijk wordt gemaakt dat het uittredingsproces binnen een geschikt tijdsbestek plaatsvindt, zodat de financiële stabiliteit gehandhaafd blijft.

(217)

In het besluit tot inleiding Nea Proton uitte de Commissie ernstige twijfels of Nea Proton Bank zelfstandig op lange termijn weer levensvatbaar kon worden en wees zij op de synergieën die kunnen worden bereikt door haar integratie in een grote financieel entiteit.

(218)

In dat opzicht verduidelijkt punt 17 van de Herstructureringsmededeling dat de verkoop van een noodlijdende bank aan een andere financiële instelling kan bijdragen aan het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, als de koper levensvatbaar is en de overdracht van de noodlijdende bank kan verwerken, en het vertrouwen in de markt kan helpen herstellen. Bovendien moest er, in overeenstemming met het MEFP, een verdere consolidatie van het bankwezen worden tot stand gebracht en moest het HFSF Nea Proton Bank uiterlijk op 15 juli 2013 verkopen.

(219)

Zoals vermeld in punt 7.5.2 kan de Bank op basis van haar herstructureringsplan worden beschouwd als een levensvatbare entiteit. Derhalve kan, doordat de activiteiten van Nea Proton Bank aan de Bank zijn overgedragen, hun levensvatbaarheid op lange termijn worden hersteld. Bovendien vormt het feit dat Nea Proton Bank volledig is geïntegreerd in de Bank en als een zelfstandige concurrent verdwijnt een diepgaande herstructurering, zoals vereist bij onvoldoende vergoeding van de staatssteun.

6.1.4.2.   Eigen bijdrage en deling in de lasten

(220)

In het besluit tot inleiding Nea Proton uitte de Commissie de twijfel of de herstructureringskosten tot het minimum beperkt waren. Die twijfels kwamen voort uit de observatie dat Nea Proton Bank niet zonder hoge kosten zelfstandig op lange termijn weer levensvatbaar zou kunnen worden. Met de integratie van Nea Proton Bank in de Bank, een grotere entiteit met IT-infrastructuur en een risicomanagementstructuur, worden deze punten van zorg aangepakt. De verkoop aan de Bank draagt ertoe bij dat de herstructureringskosten tot het minimum worden beperkt.

(221)

Wat betreft de bijdrage van de aandeelhouders en de houders van achtergestelde schuld in de herstructureringskosten stelde de Commissie reeds in overweging 77 van het besluit tot inleiding Nea Proton vast dat de aandeelhouders en de houders van achtergestelde schuld niet aan Nea Proton Bank werden overgedragen, maar bij Proton Bank, dat wil zeggen, de entiteit in liquidatie bleven. Daarom was de Commissie van mening dat de aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld voldoende in de lasten hebben gedeeld.

6.1.4.3.   Maatregelen ter beperking van de mededingingsvervalsing

(222)

Wat betreft maatregelen tot beperking van mededingingsvervalsing bepaalt punt 30 van de Herstructureringsmededeling: „de Commissie neemt als uitgangspunt voor de beoordeling van de behoefte aan dergelijke maatregelen de omvang, schaal en reikwijdte van de activiteiten die de bank in kwestie zou hebben na de uitvoering van een geloofwaardig herstructureringsplan. De aard en de vorm van dergelijke maatregelen zal afhangen van twee criteria: enerzijds het steunbedrag en de voorwaarden waarop en de omstandigheden waarin die steun is toegekend, en anderzijds de kenmerken van de markt of markten waarop de begunstigde bank actief zal zijn.”.

(223)

Wat betreft het bedrag van de ontvangen steun wijst de Commissie op de totale ontvangen steun in de vorm van kapitaal ten bedrage van 2 111,6 miljoen EUR (Pr1, NP1, NP2, NP3), naast de liquiditeitssteun van de staat van 149,4 miljoen EUR (Pr3) en de Griekse overheidseffecten van 78 miljoen EUR (Pr2). Maatregel Pr1 kwam overeen met 4,6 % van de RWA van Proton Bank op dat moment. Maatregel NP1, de financiering van het financieringstekort door de overdracht van activiteiten van Proton Bank aan Nea Proton Ban, kwam overeen met ongeveer 36 % van de RWA van Proton Bank eind 2010 of 84 % van de RWA van Nea Proton Bank op het moment van oprichting ervan. De eerste injectie van aandelenkapitaal door het HFSF in Nea Proton Bank, die deel uitmaakte van maatregel NP2, kwam overeen met ongeveer 18,8 % van de RWA van deze laatste op het moment van oprichting ervan. De aanvullende kapitaalinjecties, die deel uitmaakten van maatregel NP2, kwamen overeen met ongeveer 34,2 % van de RWA van Nea Proton Bank (op basis van de gegevens van 31 december 2012 (121)). Zoals vermeld in overweging 80 van het Besluit tot inleiding New Proton vertegenwoordigden maatregelen NP1 en NP2 meer dan 50 % van de RWA van Proton Bank of meer dan 130 % van de RWA van Nea Proton Bank. De injectie van aandelenkapitaal vóór de verkoop aan de Bank, dat wil zeggen, maatregel NP3, kwam overeen met ongeveer 48,7 % van de RWA van Nea Proton Bank (gebaseerd op de gegevens van 31 mei 2013). Dergelijke steunbedragen, in combinatie met het gebrek aan vergoeding, vereisen een sterke vermindering van de aanwezigheid op de markt van de begunstigde.

(224)

Wat betreft de markt waarop Nea Proton Bank opereerde wees de Commissie in overweging 82 van het besluit tot inleiding Nea Proton erop dat Proton Bank een zeer kleine bank was (ongeveer 1 % marktaandeel op basis van de totale activa van de Griekse banken). Bijgevolg waren de activa en passiva van Proton Bank die aan Nea Proton Bank werden overgedragen relatief klein vergeleken met de omvang van het Griekse bankwezen. Derhalve werd geconcludeerd dat ondanks het uitzonderlijk grote steunbedrag de mededingingsvervalsing, veroorzaakt door de steun aan Nea Proton Bank, als beperkt kon worden beschouwd.

(225)

Bovendien werden de activiteiten van Nea Proton Bank aan concurrenten aangeboden door middel van een openbare veiling. Na de verkoop ervan hield Nea Proton Bank op te bestaan als een zelfstandige concurrent, omdat zij volledig in de Bank was opgegaan.

(226)

De Commissie concludeert dat, gezien de geringe omvang van Nea Proton Bank, het openbare verkoopproces, en het feit dat Nea Proton Bank niet als een zelfstandige concurrent blijft voortbestaan, er geen sprake is van overmatige mededingingsverstoringen, ondanks het zeer grote bedrag aan steun en het gebrek aan vergoeding.

6.1.4.4.   Conclusie over de verenigbaarheid met de Herstructureringsmededeling

(227)

Op basis van de analyse in de overwegingen 216 tot en met 226 concludeert de Commissie dat de verkoop van Nea Proton Bank en de integratie in de Bank zorgt voor levensvatbaarheid op lange termijn van Nea Proton Bank, dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt is en dat er geen sprake is van overmatige mededingingsverstoring.

(228)

Alle in tabel 7 vermelde steunmaatregelen moeten daarom verenigbaar met de interne markt verklaard worden.

6.2.   BEOORDELING VAN DE STEUN MET BETREKKING TOT NEW TT BANK

6.2.1.   Bestaan en hoogte van de steun

(229)

De Commissie moet beoordelen of de maatregelen staatssteun vormen in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

6.2.1.1.   Aanwezigheid van steun in de dekking van het financieringstekort door de overdracht van activa en passiva van T Bank (maatregel T)

(230)

In de overwegingen 26 tot en met 32 van het Besluit T Bank stelde de Commissie al vast dat maatregel T, de steunverlening op grond van de afwikkelingsregeling van het HDIGF en het HFSF ter dekking van het financieringstekort bij de activa en passiva die zijn overgedragen aan TT Bank, staatssteun is in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. In overweging 33 van dat besluit constateerde de Commissie dat de economische activiteiten van T Bank die werden overgedragen aan TT Bank door de staatssteun begunstigd werden, aangezien deze konden blijven bestaan vanwege de ontvangen steun.

6.2.1.2.   Aanwezigheid van steun in de herkapitalisatie die aan TT Bank is toegestaan op grond van de maatregel tot herkapitalisatie (maatregel TT)

(231)

De kapitaalinjectie van 224,96 miljoen EUR door de Griekse staat in TT Bank (maatregel TT) werd toegekend op grond van de herkapitalisatiemaatregel die deel uitmaakt van de steunregeling voor Griekse banken (122). In het besluit tot goedkeuring van die regeling heeft de Commissie geconcludeerd dat de maatregelen die op grond van die regeling zijn genomen staatssteun vormen. Maatregel TT vormde daarom steun aan TT Bank.

(232)

Zoals de Commissie in overweging 98 van het besluit tot inleiding New TT al opmerkte, heeft New TT Bank de economische activiteiten overgenomen die eerder binnen TT Bank, met inbegrip van T Bank, werden verricht.

6.2.1.3.   Aanwezigheid van steun in de financiering van het financieringstekort van New TT Bank (maatregel NTT1)

(233)

In de overwegingen 53 tot en met 57 van het besluit tot inleiding New TT stelde de Commissie al vast dat maatregel NTT1, de steunverlening van het HFSF ter dekking van het financieringstekort van New TT Bank, staatssteun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. In overweging 54 van dat besluit was de Commissie van oordeel dat New TT Bank de economisch begunstigde is, aangezien New TT Bank de economische activiteiten van TT Bank heeft overgenomen, die vanwege de ontvangen steun blijven bestaan.

6.2.1.4.   Aanwezigheid van steun bij de eerste injectie van aandelenkapitaal (maatregel NTT2)

(234)

In de overwegingen 49 tot en met 52 van het besluit tot inleiding New TT stelde de Commissie al vast dat maatregel NTT2, de eerste injectie van aandelenkapitaal door het HFSF ten bedrage van 500 miljoen EUR ten gunste van New TT Bank, staatssteun vormt aan New TT Bank in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

6.2.1.5.   Bestaan van steun aan de Bank als overnemer van New TT Bank

(235)

De Bank heeft de aandelen in New TT Bank verworven in het kader van een open en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure. Volgens informatie van de Griekse autoriteiten die op 15 juli 2013 werd ontvangen, nam een financieel adviseur contact op met een groot aantal buitenlandse en Griekse banken en beleggers en brachten alleen de vier grootste Griekse banken een definitief bod uit. Uit het feit dat de financieel adviseur met een groot aantal banken contact heeft opgenomen, maakt de Commissie op dat de aanbestedingsprocedure open en niet-discriminerend was. Het bod van de Bank werd als het beste bod beschouwd, gezien de hoogte en de aard van de geboden vergoeding.

(236)

Meer specifiek ging de Bank ermee akkoord het HFSF in totaal 681 miljoen EUR te betalen in de vorm van nieuw uitgegeven gewone aandelen. Het op een na hoogste bod was een bod in contanten van 500 miljoen EUR. Dit was dus 26,58 % lager dan het bod van de Bank. Volgens de brief van de Bank van Griekenland van 8 juli 2013 kon een bod in contanten door een binnenlandse bank niet worden aanvaard aangezien de Bank nog steeds afhankelijk was van Eurosysteem-financiering en vooral niet zolang deze noodliquiditeitssteun ontving. Het op een na hoogste bod voldeed dus niet aan de eisen van de Bank van Griekenland.

(237)

Ook moet worden opgemerkt dat het HFSF op grond van het verkoopcontract 1 418,75 miljoen EUR nieuwe gewone aandelen van de Bank ontving, tegen een biedprijs van 0,48 EUR per stuk (123). Het aandeel van het HFSF in de Bank steeg van 93,55 % tot 95,23 %.

(238)

De Commissie concludeert derhalve dat de overname geen steun aan de koper vormt.

6.2.1.6.   Conclusie over het bestaan van steun

(239)

Op basis van het voorgaande is de Commissie van mening dat de maatregelen T, TT, NTT1 en NTT2 alle staatssteun vormen. Met betrekking tot maatregel T concludeert de Commissie dat de steun ten goede is gekomen aan de activiteiten van T Bank, aangezien deze werden overgedragen aan TT Bank en later aan New TT Bank. Met betrekking tot maatregel TT concludeert de Commissie dat deze ten goede is gekomen aan de activiteiten van TT Bank, die aan New TT Bank werden overgedragen. De begunstigde van de maatregelen NTT1 en NTT2 is New TT Bank.

(240)

De Commissie concludeert derhalve dat de economische activiteiten van T Bank, aangezien deze aan TT Bank en vervolgens aan New TT Bank werden overgedragen, herkapitalisatiesteun hebben genoten ten bedrage van 677 miljoen EUR, terwijl de activiteiten van TT Bank die door New TT Bank zijn overgenomen, staatssteun hebben ontvangen in de vorm van kapitaalsteun ten bedrage van 4 457,96 miljoen EUR (maatregelen TT, NTT1 en NTT2).

Tabel 10

Overzicht van de totale door T Bank, TT Bank en New TT Bank ontvangen steun

Begunstigde van de steun

Maatregel

Beschrijving

Steunbedrag (in miljoen EUR)

Activiteiten van T-Bank

T

Financiering van het financieringstekort door de overgang van T naar TT

677

Activiteiten van TT Bank

TT

Herkapitalisatie

224,96

Activiteiten van New TT Bank

NTT1

Financiering van het financieringstekort door de overgang van TT Bank naar New TT Bank

3 732,6

NTT2

Aanvankelijke aandelenkapitaal

500

6.2.2.   Rechtsgrondslag voor beoordeling van de verenigbaarheid

(241)

Artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag machtigt de Commissie om steun als verenigbaar met de interne markt te beschouwen als deze bedoeld is om „een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”.

(242)

Zoals in de overwegingen 199 en 200 wordt uiteengezet, moet de rechtsgrondslag voor de beoordeling van steunmaatregelen voor Griekse banken momenteel artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag zijn.

(243)

Zoals uiteengezet in overweging 201 moet steun, om verenigbaar te zijn op grond van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag, voldoen aan de algemene criteria voor verenigbaarheid: geschiktheid, noodzaak en evenredigheid.

(244)

De beginselen voor de beoordeling van steunmaatregelen werden voor het eerst vastgelegd in de Bankenmededeling 2008.

(245)

De Herkapitalisatiemededeling (124) bevat verdere richtsnoeren inzake het niveau van de vergoeding die vereist is voor kapitaalinjecties door de staat.

(246)

Tot slot heeft de Commissie in de Herstructureringsmededeling (125) uiteengezet hoe zij de herstructureringsplannen zal beoordelen. Bij haar beoordeling van het herstructureringsplan voor de Bank op grond van de Herstructureringsmededeling zal de Commissie rekening houden met alle maatregelen die in tabel 8 staan vermeld.

6.2.3.   Verenigbaarheid van de steunmaatregelen met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

6.2.3.1.   Verenigbaarheid van maatregel T met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

(247)

Wat betreft maatregel T heeft de Commissie in haar T Bank-besluit vastgesteld dat de steunverlening voldoet aan de eisen van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag en besloten dat zij, om redenen van financiële stabiliteit, verenigbaar was met de interne markt voor een periode van zes maanden vanaf de datum van aanneming van dat besluit. De Griekse autoriteiten hebben vóór het einde van die periode van zes maanden geen geactualiseerd herstructureringsplan voor TT Bank ingediend, waarin rekening werd gehouden met de integratie van de activiteiten van T Bank in TT Bank. In overweging 83 van het besluit tot inleiding New TT oordeelde de Commissie echter dat dit verzuim begrijpelijk was, aangezien intussen het besluit was genomen dat TT Bank zou worden afgewikkeld. Aangezien de Griekse autoriteiten in januari 2013 een herstructureringsplan voor New TT Bank en in maart 2013 een bijgewerkte versie indienden, die beide de van T Bank aan TT Bank overgedragen activiteiten behelzen, keurde de Commissie in het besluit tot inleiding New TT maatregel T voorlopig als reddingssteun goed, in afwachting van een definitieve beslissing over maatregelen T, TT, NTT1 en NTT2.

6.2.3.2.   Verenigbaarheid van maatregel TT met de Bankenmededeling 2008

(248)

In haar besluit van 19 november 2008 (126) besloot de Commissie al dat maatregel TT, die in mei 2009 werd genomen op grond van de herkapitalisatiemaatregel in het kader van de steunregeling voor Griekse banken, verenigbare reddingssteun vormt op grond van de Bankenmededeling 2008. Het besluit van 19 november 2008 verwees niet naar de Herkapitalisatiemededeling, die op dat moment niet was aangenomen.

6.2.3.3.   Verenigbaarheid van de maatregelen NTT1 en NTT2 met de Bankenmededeling 2008 en de Herkapitalisatiemededeling

(249)

De Commissie heeft de maatregelen NTT1 en NTT2 al tijdelijk als reddingssteun goedgekeurd in het besluit tot inleiding New TT.

6.2.4.   Verenigbaarheid van steunmaatregelen T, TT, NTT1 en NTT2 met de Herstructureringsmededeling

6.2.4.1.   Ontbreken van gepaste vergoeding van de steun: in de beoordeling op grond van de Herstructureringsmededeling moet hier rekening mee worden gehouden

(250)

In overweging 45 van het Besluit T Bank merkte de Commissie op dat het HDIGF en het HFSF waarschijnlijk geen geld zullen terugkrijgen en dat de financiering van het financieringstekort door de overgang van T Bank op TT Bank daarom vergelijkbaar is met een subsidie. Zoals in overweging 101 van het besluit tot inleiding New TT werd geconcludeerd, kon het HFSF bovendien verwachten dat het slechts een deel van zijn eerste kapitaalinjectie van 500 miljoen EUR zou terugkrijgen (maatregel NTT2). De Commissie merkte bovendien op dat het HFSF geen vergoeding zal ontvangen voor het dekken van het financieringstekort door de overgang van TT Bank naar New TT Bank (maatregel NTT1) en dat er een zeer kleine kans is dat het HFSF een belangrijk deel van de 3,7 miljard EUR zal terugkrijgen. Tenslotte merkt de Commissie op dat de staat in verband met maatregel TT hoogstwaarschijnlijk niets zal terugkrijgen, aangezien haar eigenvermogensvorderingen met betrekking tot de preferente aandelen die in mei 2009 werden uitgegeven, bij de in liquidatie gebrachte TT Bank zijn gebleven.

(251)

Zoals aangegeven in de overwegingen 77 en 102 van het besluit tot inleiding New TT maakt het ontbreken van een vergoeding een ingrijpende herstructurering noodzakelijk, zowel door middel van levensvatbaarheidsmaatregelen als door middel van maatregelen tot beperking van concurrentieverstoringen.

6.2.4.2.   Levensvatbaarheid op lange termijn van de activiteiten van New TT Bank middels verkoop

(252)

Punt 21 van de Herstructureringsmededeling stelt dat wanneer een kredietinstelling in moeilijkheden op lange termijn niet op geloofwaardige wijze weer levensvatbaar kan worden, een ordelijke liquidatie of de veiling ervan moet worden overwogen.

(253)

In punt 3.2.4.1 van het besluit tot inleiding New TT uitte de Commissie ernstige twijfels of New TT Bank op lange termijn zelfstandig weer levensvatbaar kon worden en of New TT Bank de geplande inkomstengroei zou kunnen halen. Bovendien merkte zij op dat New TT Bank slechts een beperkt aantal maatregelen had genomen om winst te genereren en dat er door New TT Bank onvoldoende maatregelen werden genomen om de personeelskosten te verlagen en het kantorennetwerk te rationaliseren. Zij verwees ook naar de synergie die zou kunnen worden behaald door New TT Bank te laten opgaan in een grote financiële instelling.

(254)

In dat opzicht verduidelijkt punt 17 van de Herstructureringsmededeling dat de verkoop van een noodlijdende bank aan een andere financiële instelling kan bijdragen aan het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, als de koper levensvatbaar is en de overdracht van de noodlijdende bank kan verwerken en het vertrouwen in de markt kan helpen herstellen. Bovendien was de verkoop van New TT Bank overeenkomstig het MEFP een prioritaire actie, met het oog op het algemeen belang en de financiële stabiliteit, alsmede de bescherming van de activa van het HFSF.

(255)

Zoals vermeld in punt 7.5.2 kan de Bank op basis van haar herstructureringsplan worden beschouwd als een levensvatbare entiteit. Daarom kan door het feit dat de activiteiten van New TT Bank nu zijn opgenomen in de Bank hun levensvatbaarheid op lange termijn worden hersteld. New TT Bank houdt op te bestaan als zelfstandige concurrent. De operationele fusie tussen New TT Bank en de Bank was op 14 april 2014 voltooid. Het kantorennetwerk met het merk „Hellenic Postbank” zal worden ingekrompen (de Bank wil het merk „Hellenic Postbank” voor bepaalde bijkantoren behouden, terwijl het merk „T-bank” niet zal worden behouden en het kantorennetwerk van „T-bank” bijna geheel gesloten wordt), in combinatie met de volledige operationele integratie van de backoffice en andere taken van het hoofdkantoor in de Bank. De Commissie concludeert dat het herstructureringsplan ervoor zorgt dat er tot een diepgaande herstructurering zal worden overgegaan, zoals vereist in geval van onvoldoende vergoeding.

6.2.4.3.   Eigen bijdrage en deling in de lasten

(256)

Aan de bezorgdheid die de Commissie in overweging 99 van het besluit tot inleiding New TT uitsprak over de vraag of de herstructureringskosten werden opgedreven door de herstructurering van New TT Bank op zelfstandige basis, werd tegemoet gekomen door de vrijwillige uittredingsregeling (127), die door New TT Bank op zelfstandige basis in juli 2013 werd uitgevoerd, en door de verkoop van New TT Bank aan de Bank. Meer specifiek blijven door de rationalisering van het kantorennetwerk, de volledige integratie van T Bank en de volledige operationele integratie van New TT Bank in de Bank de herstructureringskosten tot een minimum beperkt.

(257)

Wat betreft de deling in de lasten door aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld, stelde de Commissie reeds in overweging 100 van het besluit tot inleiding New TT vast dat de aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld niet aan New TT Bank werden overgedragen maar bij TT Bank, dat wil zeggen, de entiteit in liquidatie, zijn gebleven. Daarom is de Commissie van mening dat de aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld voldoende in de lasten hebben gedeeld.

(258)

De Commissie is daarom van mening dat de herstructureringskosten tot het minimum beperkt zijn gebleven en dat er sprake is van voldoende deling in de lasten. Zoals echter al is geconcludeerd in overweging 251 maakte het ontbreken van een vergoeding een diepgaande herstructurering, zowel door middel van levensvatbaarheidsmaatregelen als door maatregelen tot beperking van mededingingsverstoringen, noodzakelijk.

6.2.4.4.   Maatregelen ter beperking van de mededingingsvervalsing

(259)

Wat betreft maatregelen tot beperking van mededingingsvervalsing bepaalt punt 30 van de Herstructureringsmededeling: „de Commissie neemt als uitgangspunt voor de beoordeling van de behoefte aan dergelijke maatregelen de omvang, schaal en reikwijdte van de activiteiten die de bank in kwestie zou hebben na de uitvoering van een geloofwaardig herstructureringsplan. De aard en de vorm van dergelijke maatregelen zal afhangen van twee criteria: enerzijds het steun bedrag en de voorwaarden waarop en de omstandigheden waarin die steun is toegekend, en anderzijds de kenmerken van de markt of markten waarop de begunstigde bank actief zal zijn.”.

(260)

Wat betreft de hoogte van de ontvangen steun herinnert de Commissie eraan dat in overweging 104 van het besluit tot inleiding New TT werd opgemerkt dat New TT Bank 4,6 miljard EUR aan steun (maatregelen NTT1 en NTT2) had ontvangen, hetgeen meer dan 70 % van de RWA van TT Bank en meer dan 90 % van de RWA van New TT Bank vertegenwoordigt. Verder merkte de Commissie op dat TT Bank (de juridische entiteit die voorheen de activiteiten uitvoerde die bij New TT Bank zijn ondergebracht) daarvoor al steun op grond van de steunregeling voor Griekse banken had ontvangen (128). TT Bank ontving een eerste kapitaalinjectie van 224,96 miljoen EUR in de vorm van preferente aandelen (maatregel TT), gelijk aan 2,9 % van haar RWA op dat moment. Bovendien ontvingen de activiteiten van T Bank die aan TT Bank waren overgedragen bij de afwikkeling van T Bank steun ten bedrage van ongeveer 678 miljoen EUR (maatregel T), wat gelijk was aan 37,7 % van de RWA van T Bank op het moment van de fusie (31 maart 2011). Dergelijke steunbedragen in combinatie met de afwezigheid van een vergoeding vragen om een grondige herstructurering.

(261)

Aan de andere kant wees de Commissie in overweging 104 van het besluit tot inleiding New TT op de omstandigheden waaronder de steun werd verleend. Meer specifiek lijkt een aanzienlijk deel van de verliezen die TT Bank in de afgelopen jaren heeft opgelopen niet voort te vloeien uit risicovolle activiteiten, maar uit het bezit van GGB’s. De Commissie merkte tevens op dat de hoge kredietverliezen op leningen aan huishoudens en ondernemingen voornamelijk aan de uitzonderlijk zware en lange recessie zijn toe te schrijven en niet aan risicovolle kredietverstrekking. Daarom lijkt de steun weinig concurrentieverstoringen op te leveren. De Commissie merkte echter op dat TT Bank, in verhouding tot haar omvang, veel meer GGB’s bezat dan de andere banken in Griekenland, een factor die aangeeft dat er zekere ongepaste risico’s werden genomen.

(262)

Zoals reeds is opgemerkt, houdt New TT Bank op te bestaan als zelfstandige concurrent die haar beleid op zelfstandige basis bepaalt. Het herstructureringsplan van de Bank is gebaseerd op de veronderstelling van de volledige integratie van New TT Bank, ook al blijft de Bank het merk „Hellenic Postbank” voor een aantal bijkantoren en producten gebruiken.

(263)

Wat betreft de markt waarop New TT Bank opereerde, heeft de Commissie in overweging 106 van Besluit tot Inleiding New TT erop gewezen dat TT Bank een middelgrote bank was in Griekenland (ongeveer 6 % wat deposito’s betreft) en dat de activa en passiva van TT Bank die aan New TT Bank werden overgedragen relatief klein waren vergeleken met de omvang van het Griekse bankwezen. Derhalve werd geconcludeerd dat ondanks het uitzonderlijk grote steunbedrag de mededingingsvervalsing die door de steun aan New TT Bank werd veroorzaakt, redelijk beperkt was gebleven.

(264)

De geplande inkrimping van het kantorennetwerk met het merk „Hellenic Postbank”, bestaande uit een vermindering met ongeveer 50 bijkantoren (129) op een totaal van 196, vormt een verdere bevestiging van de vaststelling in overweging 263 dat de mededingingsvervalsing door de steun aan New TT Bank als vrij beperkt kan worden beschouwd.

(265)

Bovendien werden de activiteiten van New TT Bank door middel van een openbare en niet-discriminerende veiling aan concurrenten aangeboden.

(266)

Een aanzienlijk deel van steunmaatregelen NTT1 en NTT2 was nodig vanwege een kwijtschelding van schulden ten gunste van de staat (in de vorm van het PSI-programma) en vanwege de uitzonderlijk lange recessie, en niet als gevolg van ongepaste praktijken bij de kredietverstrekking. Bovendien was de omvang van de activiteiten van New TT Bank gering, was het verkoopproces open, transparant en niet-discriminerend, en zal New TT Bank niet als een zelfstandige concurrent blijven bestaan. De Commissie concludeert derhalve dat, ondanks het hoge steunbedrag en het ontbreken van een gepaste vergoeding voor de verleende staatssteun, er geen sprake is van overmatige mededingingsvervalsing.

6.2.4.5.   Conclusie over de verenigbaarheid van steunmaatregelen T, TT, NTT1 en NTT2 met de Herstructureringsmededeling

(267)

De Commissie concludeert dat de verkoop van New TT Bank aan de Bank en de bijbehorende herstructurering zorgen voor de levensvatbaarheid van New TT Bank op lange termijn, voor beperking van de steun tot het noodzakelijke minimum en voor de afwezigheid van overmatige mededingingsverstoringen.

(268)

Alle in tabel 8 vermelde steunmaatregelen moeten verenigbaar met de interne markt verklaard worden.

7.   BEOORDELING VAN DE AAN DE BANK VERLEENDE STEUN

7.1.   BESTAAN EN HOOGTE VAN DE STEUN

(269)

De Commissie moet het bestaan van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag vaststellen.

7.1.1.   Aanwezigheid van steun in de maatregelen die zijn genomen op grond van de steunregeling voor Griekse banken

7.1.1.1.   Liquiditeitssteun die door de staat is verleend op grond van de garantiemaatregel en de maatregel voor staatsobligatieleningen (maatregel L1)

(270)

De Commissie heeft reeds in de besluiten ter goedkeuring en verlenging van de steunregeling voor Griekse banken (130) vastgesteld dat liquiditeitssteun op grond van de regeling staatssteun vormt. Het uitstaande bedrag aan garanties per 15 april 2011 was 13 600 miljoen EUR en 13 932 miljoen EUR per 30 november 2013. Eventuele toekomstige liquiditeitssteun die op grond van deze regeling wordt verleend, zou ook staatssteun zijn.

7.1.1.2.   Herkapitalisatie die door de staat is verstrekt op grond van de herkapitalisatieregeling (maatregel A)

(271)

De Commissie stelde al in het besluit van 19 november 2008 betreffende de steunregeling voor Griekse banken vast dat herkapitalisaties die op grond van de herkapitalisatiemaatregel verleend worden in het kader van deze regeling staatssteun vormen. De Bank heeft 950 miljoen EUR ontvangen in de vorm van preferente aandelen, wat overeenkomt met 2 % van de RWA van de Bank (131).

(272)

In 2010 introduceerde Griekenland diverse wijzigingen met betrekking tot de technische parameters van die preferente aandelen. Gezien het feit dat de wijzigingen de vergoeding van de staat verhogen, met een automatische verhoging van de coupon met 2 % per jaar indien de preferente aandelen niet binnen vijf jaar afgelost worden, concludeert de Commissie dat de wijzigingen van de technische parameters de Bank geen voordeel opleveren en dus geen aanvullende staatssteun inhouden.

7.1.2.   Aanwezigheid van steun in door de staat gegarandeerde ELA (maatregel L2)

(273)

De Commissie verduidelijkte in punt 51 van de Bankenmededeling 2008 dat de verstrekking van fondsen van centrale banken aan financiële instellingen geen staatssteun vormt indien aan vier cumulatieve voorwaarden wordt voldaan betreffende de solvabiliteit van de financiële instelling, de zekerheidsstelling voor de voorziening, de rentevoet die de financiële instelling in rekening wordt gebracht en het ontbreken van een tegengarantie van de staat. Aangezien door de staat gegarandeerde ELA aan de Bank niet aan de vier cumulatieve voorwaarden voldoet, met name omdat zij door de staat wordt gegarandeerd en in combinatie met andere steunmaatregelen wordt verleend, vormt het staatssteun.

(274)

De door de staat gegarandeerde ELA voldoet aan de voorwaarden die in artikel 107, lid 1, van het Verdrag zijn vastgelegd. Ten eerste omdat deze maatregel een staatsgarantie ten gunste van de Bank van Griekenland bevat, waardoor alle verliezen worden gedragen door de staat. De maatregel betreft dus staatsmiddelen. Met de ELA kunnen banken financiering krijgen op een moment dat zij geen toegang hebben tot de markt voor wholesalefinanciering en tot de reguliere herfinancieringstransacties van het Eurosysteem. Met de door de staat gegarandeerde ELA heeft de Bank dus een voordeel. Aangezien de ELA zich beperkt tot het bankwezen is de maatregel selectief. En aangezien de door de staat gegarandeerde ELA het voor de Bank mogelijk maakt om op de markt te blijven opereren en voorkomt dat zij haar verplichtingen niet kan nakomen en de markt moet verlaten, verstoort dit de mededinging. Aangezien de Bank actief is in andere lidstaten en aangezien financiële instellingen uit andere lidstaten in Griekenland actief of potentieel geïnteresseerd zouden zijn om daar actief te zijn, beïnvloedt het aan de Bank verleende voordeel het handelsverkeer tussen de lidstaten.

(275)

De door de staat gegarandeerde ELA (maatregel L2) is staatssteun. Het bedrag van de door de staat gegarandeerde ELA varieerde in de loop der tijd. Op 31 december 2012 bedroeg het ongeveer 12 miljard EUR.

7.1.3.   Aanwezigheid van steun in de maatregelen die zijn genomen via het HFSF

7.1.3.1.   Eerste overbruggingsherkapitalisatie (maatregel B1)

(276)

In punt 5.1 van het besluit tot inleiding Eurobank concludeerde de Commissie al dat de eerste overbruggingsherkapitalisatie staatssteun vormt. Het ontvangen kapitaal bedroeg 3 970 miljoen EUR.

7.1.3.2.   Tweede overbruggingsherkapitalisatie (maatregel B2)

(277)

Maatregel B2 werd uitgevoerd met HFSF-middelen, waarbij het, zoals uiteengezet in overweging 47 van het besluit tot inleiding Eurobank, staatsmiddelen betreft.

(278)

Wat betreft het bestaan van een voordeel, deed maatregel B2 het kapitaalratio van de Bank toenemen tot een niveau waarop zij op de markt kon blijven functioneren en toegang kon krijgen tot financiering van het Eurosysteem. Bovendien bestaat de vergoeding van maatregel B2 uit de opgebouwde rente op EFSF-notes en een aanvullend tarief van 1 %. Omdat deze vergoeding duidelijk lager is dan de vergoeding van soortgelijke kapitaalinstrumenten op de markt, zou de Bank zeker niet in staat zijn geweest om op dergelijke voorwaarden op de markt kapitaal aan te trekken. Daarom heeft maatregel B2 aan de Bank een voordeel verleend met gebruik van staatsmiddelen. Aangezien de maatregel alleen voor de Bank beschikbaar was, is deze selectief van aard.

(279)

Als gevolg van maatregel B2 werd de positie van de Bank versterkt, aangezien de Bank werd voorzien van de noodzakelijke financiële middelen om te blijven voldoen aan de kapitaalvereisten, hetgeen derhalve leidt tot mededingingsvervalsing. Aangezien de Bank ook op andere Europese bancaire markten actief is en financiële instellingen uit andere lidstaten in Griekenland actief zijn, met name op de verzekeringsmarkt, is het waarschijnlijk dat maatregel B2 de handel tussen lidstaten beïnvloedt.

(280)

De Commissie is van mening dat maatregel B2 staatssteun is. Het werd door de nationale autoriteiten als steun aangemeld. Het ontvangen kapitaal bedroeg 1 341 miljoen EUR.

7.1.3.3.   Toezeggingsbrief (maatregel B3)

(281)

Met maatregel B3 zegde het HFSF toe het benodigde aanvullende kapitaal te verstrekken voor de herkapitalisatie van de Bank, tot maximaal het bedrag waarom door de Bank van Griekenland werd gevraagd in het kader van de stresstest van 2012. Het HFSF ontvangt zijn middelen van de staat. De Commissie concludeert derhalve dat de brief staatsmiddelen toezegt. De omstandigheden waaronder het HFSF steun aan financiële instellingen kan verlenen, zijn nauwkeurig vastgesteld en zijn wettelijk beperkt. Daardoor is het gebruik van deze staatsmiddelen toerekenbaar aan de staat. Het HFSF deed een toezegging om maximaal 528 miljoen EUR aan aanvullend kapitaal te verstrekken.

(282)

De toezeggingsbrief verleende de Bank een voordeel omdat het depositohouders de zekerheid bood dat de Bank in staat zou zijn om het gehele benodigde kapitaal aan te trekken, dat wil zeggen dat het HFSF het kapitaal zou verstrekken indien de Bank er niet in slaagde om het op de markt bijeen te brengen. Deze toezegging vergemakkelijkt ook het aantrekken van particulier kapitaal op de markt, aangezien de beleggers de zekerheid hebben dat, als de Bank een deel van het kapitaal niet op de markt kan vinden, het door het HFSF zal worden verstrekt. Geen enkele particuliere belegger zou anders bereid zijn geweest zich vast te leggen voordat de voorwaarden van de herkapitalisatie bekend waren, en de Bank had op dat moment geen toegang tot de kapitaalmarkt.

(283)

Aangezien de Bank ook op andere Europese bancaire markten actief is en financiële instellingen uit andere lidstaten in Griekenland actief zijn, met name op de verzekeringsmarkt, is het waarschijnlijk dat maatregel B3 de handel tussen de lidstaten beïnvloedt en de mededinging verstoort.

(284)

Maatregel B3 is daarom staatssteun en werd door de Griekse autoriteiten op 27 december 2012 als zodanig aangemeld.

7.1.3.4.   De herkapitalisatie van voorjaar 2013 (maatregel B4)

(285)

De herkapitalisatie van voorjaar 2013 (maatregel B4) betreft de omzetting van de eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisatie (maatregelen B1 en B2) en van de toezeggingsbrief (maatregel B3) in een permanente herkapitalisatie van 5 839 miljoen EUR in gewone aandelen. Aangezien maatregel B4 de omzetting van reeds toegekende steun betreft, gaat het nog steeds om staatsmiddelen, maar wordt het nominale bedrag van de steun niet verhoogd. Het vergroot echter wel het voordeel van de Bank (en daarmee de mededingingsvervalsing), omdat het een permanente herkapitalisatie is en geen tijdelijke herkapitalisatie, zoals het geval was bij maatregelen B1 en B2. Vergeleken met maatregel B3, die slechts een toezegging en geen werkelijke herkapitalisatie is, deed maatregel B4 de solvabiliteit van de Bank toenemen en is daarmee gunstiger.

(286)

De Commissie merkt op dat een dergelijke steun niet aan alle banken die in Griekenland opereren verleend werd. Wat betreft mededingingsvervalsing en het effect op de handel constateert de Commissie bijvoorbeeld dat de steun de Bank in staat heeft gesteld om haar activiteiten in andere lidstaten, zoals Roemenië of Bulgarije, te ontplooien. Een liquidatie van de Bank zou hebben geleid tot de beëindiging van haar activiteiten in het buitenland, door liquidatie van die activiteiten of de verkoop van de ondernemingen. Daarnaast concurreren de verzekeringsactiviteiten van de Bank in Griekenland met de activiteiten van dochterondernemingen van verzekeringsmaatschappijen uit andere lidstaten. De maatregel verstoort derhalve de concurrentie en heeft een invloed op het handelsverkeer tussen de lidstaten. Maatregel B4 vormt daarom staatssteun.

7.1.3.5.   Conclusie over de maatregelen B1, B2, B3 en B4

(287)

Maatregelen B1, B2, B3 en B4 vormen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. Het bedrag aan staatssteun dat door de maatregelen B1, B2, B3 en B4 wordt verleend, is 5 839 miljoen EUR. Dat was ook het steunbedrag dat daadwerkelijk door het HFSF aan de Bank is uitbetaald.

(288)

Punt 31 van de Herstructureringsmededeling geeft aan dat de Commissie, naast het absolute bedrag aan steun, ook de steun beoordeelt „ten opzichte van de naar risicogewogen activa van de bank”. De maatregelen B1, B2, B3 en B4 zijn genomen tijdens een periode van één jaar, van april 2012 tot mei 2013. In die periode waren de RWA van de Bank aan verandering onderhevig. Dit roept de vraag op welk niveau van RWA moet worden gebruikt, dat wil zeggen, de RWA aan het begin van de periode of die aan het einde van de periode. De maatregelen B1, B2, B3 en B4 beogen aan een kapitaalbehoefte te voldoen die door de Bank van Griekenland in maart 2012 werd vastgesteld (de stresstest van 2012). Met andere woorden, de kapitaalbehoeften waarin door deze maatregelen werden voorzien, bestonden al in maart 2012. De Commissie is daarom van mening dat het steunbedrag dat deel uitmaakt van de maatregelen B1, B2, B3 en B4 moet worden afgezet tegen de RWA van de Bank op 31 maart 2012. Er wordt ook aan herinnerd dat de Bank van Griekenland, na maart 2012 en tot de herkapitalisatie van voorjaar 2013, geen rekening heeft gehouden met overnames door Griekse banken om hun kapitaalbehoeften — naar boven of naar beneden — bij te stellen. Dit aspect toont verder aan dat de maatregelen B1, B2, B3 en B4 steunmaatregelen waren die afgestemd waren op de toestand van de Bank per 31 maart 2012.

(289)

De eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisatie en de toezeggingsbrief waren samen goed voor 5 839 miljoen EUR. Dat bedrag vertegenwoordigt 13,8 % van de RWA van de Bank op 31 maart 2012.

7.1.3.6.   De toezegging tot herkapitalisatie voor 2014 (maatregel C)

(290)

Op 31 maart 2014 ontving de Bank een toezeggingsbrief van het HFSF, waarin het HFSF de toezegging deed deel te nemen aan de verhoging van het aandelenkapitaal van de Bank voor een bedrag van maximaal 2 864 miljoen EUR (maatregel C). Om de redenen uiteengezet in overweging 277 wordt bij deze maatregel gebruikgemaakt van staatsmiddelen. Die maatregel biedt een voordeel aan de Bank, aangezien het garandeert dat de Bank het benodigde kapitaal zal vinden, wat depositohouders geruststelt en het aantrekken van kapitaal van particuliere beleggers makkelijker maakt.

(291)

Als particuliere beleggers niet op het volledige bedrag van de kapitaalverhoging inschrijven, moet het HFSF op grond van de toezeggingsbrief daadwerkelijk kapitaal in de Bank injecteren. Een dergelijke kapitaalinjectie zou de Bank, vergeleken met de toezeggingsbrief, een groter voordeel opleveren. In tegenstelling tot de toezeggingsbrief verhoogt de daadwerkelijke kapitaalinjectie de solvabiliteit van de Bank.

(292)

De toezeggingsbrief noch de potentiële uitvoering ervan in de vorm van een daadwerkelijke kapitaalinjectie is in overeenstemming met het beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie. Zelfs als het HFSF de nieuwe aandelen tegen dezelfde prijs zou kopen als particuliere beleggers zijn de omstandigheden van de deelname van het HFSF zeer verschillend van die van de particuliere beleggers die op nieuwe aandelen zullen inschrijven. Het HFSF heeft toegezegd om indien nodig op de gehele kapitaalverhoging in te schrijven voordat particuliere beleggers formeel hebben toegezegd aandelen te kopen. Particuliere beleggers die nieuwe aandelen kopen kunnen er in ieder geval zeker van zijn dat de Bank het gehele bedrag aan benodigd kapitaal bijeen zal brengen, omdat het HFSF als achtervang zal fungeren en alle aandelen zal kopen waarop niet door particuliere beleggers is ingeschreven. In de tweede plaats zal het HFSF alleen deelnemen als er onvoldoende vraag van particuliere beleggers is bij de bodemprijs van de aangekondigde bandbreedte. Hiermee zal het HFSF kapitaal verstrekken dat de Bank niet op de markt kan krijgen tegen dezelfde prijs per aandeel. Het HFSF verstrekt bijgevolg kapitaal voor een bedrag of tegen een prijs waarvoor de markt niet bereid is kapitaal te verstrekken.

(293)

Omdat zij alleen t.b.v. de Bank werd genomen, is maatregel C selectief. De positie van de Bank werd versterkt, aangezien de Bank werd voorzien van de noodzakelijke financiële middelen om te blijven voldoen aan de kapitaalvereisten op basis van de regelgeving, vastgesteld door de Bank van Griekenland. Zij biedt daarom een voordeel dat de concurrentie verstoort. Aangezien de Bank ook op andere Europese bancaire markten actief is en financiële instellingen uit andere lidstaten in Griekenland actief zijn, met name op de verzekeringsmarkt, is het waarschijnlijk dat maatregel C de handel tussen de lidstaten beïnvloedt.

(294)

De toezegging tot herkapitalisatie voor 2014 vormt staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. Het bedrag aan steun geboden door die maatregel is 2 864 miljoen EUR, 7,5 % van de RWA van de Bank op 31 december 2013 (132).

(295)

Als het HFSF ter uitvoering van die toezegging daadwerkelijk extra kapitaal in de Bank injecteert zullen het voordeel van de Bank en de mededingingsverstoringen toenemen, maar zal het nominale bedrag van de steun niet worden verhoogd (133).

7.1.4.   Conclusie inzake het bestaan en het totaalbedrag van de ontvangen steun

(296)

Maatregelen A, B1, B2, B3, B4 en C vormen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

Table 11

Overview of the total aid received by the Bank

Ref.

Maatregel

Soort maatregel

Steunbedrag

Steun/RWA

A

Preferente aandelen

Kapitaalsteun

950 miljoen EUR

2  %

B1 B2 B3 B4

Eerste overbruggingsherkapitalisatie

Tweede overbruggingsherkapitalisatie

Toezeggingsbrief

Herkapitalisatie voorjaar 2013

Kapitaalsteun

5 839 miljoen EUR

13,8  %

C

Toezegging herkapitalisatie 2014

Toezegging tot verstrekken kapitaalsteun

2 864 miljoen EUR

7,5  %

Totale aan de Bank toegekende kapitaalsteun

9 653 miljoen EUR

15,8  %

Totaal aan de Bank uitbetaald kapitaal

6 789 miljoen EUR [zou naar 9 653 miljoen EUR kunnen gaan als het HFSF voor het volledige bedrag van de kapitaalverhoging van april 2014 moet zorgen]

23,7  %

Ref.

Maatregel

Soort maatregel

Nominaal steunbedrag

 

L1

Liquiditeitssteun

Garantie

13 932 miljoen EUR

Per 30 november 2013

L2

Door de staat gegarandeerde ELA

Financiering en garantie

12 000 miljoen EUR

Per 31 december 2012

Totale aan de Bank toegekende liquiditeitssteun

25 932 miljoen EUR

 

7.2.   RECHTSGRONDSLAG VOOR DE VERENIGBAARHEIDSBEOORDELING

(297)

Zoals in de overweging 200 wordt geconcludeerd, moet de rechtsgrondslag voor de beoordeling van de steunmaatregelen artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag zijn (134).

(298)

De Commissie heeft tijdens de financiële crisis verenigbaarheidscriteria voor verschillende soorten steunmaatregelen ontwikkeld. De beginselen voor de beoordeling van steunmaatregelen werden voor het eerst vastgelegd in de Bankenmededeling 2008.

(299)

Richtsnoeren voor herkapitalisatiemaatregelen zijn te vinden in de Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011.

(300)

De Herstructureringsmededeling stelt de aanpak van de Commissie met betrekking tot de beoordeling van herstructureringsplannen vast, in het bijzonder de noodzaak om de levensvatbaarheid te herstellen, een goede bijdrage van de begunstigde te waarborgen en mededingingsverstoringen te beperken.

(301)

Dat kader werd aangevuld met de Bankenmededeling 2013, die van toepassing is op steunmaatregelen die na 1 augustus 2013 zijn aangemeld.

7.2.1.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling van de liquiditeitssteun aan de Bank (maatregel L1)

(302)

De liquiditeitssteun die al door de Bank is ontvangen is definitief goedgekeurd door de opeenvolgende besluiten ter goedkeuring van de maatregelen op grond van de steunregeling voor Griekse banken en de wijzigingen en verlengingen daarvan (135). Alle toekomstige liquiditeitssteun voor de Bank zal moeten worden verleend op grond van een regeling die naar behoren is goedgekeurd door de Commissie. De voorwaarden voor dergelijke steun moeten door de Commissie worden goedgekeurd voordat deze wordt toegekend en hoeven daarom in dit besluit niet verder te worden beoordeeld.

7.2.2.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling van de preferente aandelen (maatregel A)

(303)

De herkapitalisatie in 2009 in de vorm van preferente aandelen (maatregel A) werd toegekend op grond van de herkapitalisatiemaatregel die in 2008 werd goedgekeurd als onderdeel van de steunregeling voor Griekse banken op grond van de Bankenmededeling 2008. Deze hoeft daarom niet opnieuw op grond van de Bankenmededeling 2008 te worden beoordeeld, maar moet alleen op grond van de Herstructureringsmededeling worden beoordeeld.

7.2.3.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling van de door de staat gegarandeerde ELA (maatregel L2)

(304)

De verenigbaarheid van de door de staat gegarandeerde ELA (maatregel L2) moet eerst worden beoordeeld op basis van de Bankenmededeling 2008 en de Verlengingsmededeling 2011. Elke door de staat gegarandeerde ELA die na 1 augustus 2013 is toegekend, valt onder de Bankenmededeling 2013.

7.2.4.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling van de herkapitalisaties van het HFSF (maatregelen B1, B2, B3 en B4)

(305)

De verenigbaarheid van de herkapitalisaties door het HFSF (maatregelen B1, B2, B3 en B4) moet, vooral ten aanzien van de vergoeding, eerst worden beoordeeld op basis van de Bankenmededeling 2008, de Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011. In het besluit tot inleiding Eurobank uitte de Commissie twijfels over de verenigbaarheid van maatregel B1 met deze mededelingen. Aangezien zij vóór 1 augustus 2013 werden uitgevoerd, vallen deze maatregelen niet onder de Bankenmededeling 2013. De verenigbaarheid van de herkapitalisaties van het HFSF (maatregelen B1, B2, B3 en B4) moet ook worden beoordeeld op basis van de Herstructureringsmededeling.

7.2.5.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheidsbeoordeling van de toezegging tot herkapitalisatie voor 2014 (maatregel C)

(306)

De verenigbaarheid van de toezegging tot herkapitalisatie voor 2014 (maatregel C) moet worden beoordeeld op basis van de Bankenmededeling 2013, waarin nieuwe vereisten met betrekking tot de bijdrage van achtergestelde crediteuren en de vergoeding van managers worden vastgesteld, alsook op basis van de Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011. De verenigbaarheid van maatregel C moet ook op basis van de Herstructureringsmededeling worden beoordeeld.

7.3.   OVEREENSTEMMING VAN MAATREGEL L2 MET DE BANKENMEDEDELING 2008, DE VERLENGINGSMEDEDELING 2011 EN DE BANKENMEDEDELING 2013

(307)

Om verenigbaar te zijn op grond van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag moet de steun voldoen aan de algemene criteria voor verenigbaarheid: geschiktheid, noodzaak en evenredigheid.

(308)

Omdat de Griekse banken waren buitengesloten van de wholesalemarkten en volledig afhankelijk werden van financiering van de centrale bank, zoals aangegeven in overweging 32, en aangezien de Bank niet voldoende financiële middelen via de normale herfinancieringstransacties kon lenen, had de Bank door de staat gegarandeerde ELA nodig om voldoende liquiditeit te verkrijgen en wanbetaling te voorkomen. De Commissie is van mening dat maatregel L2 een geschikt mechanisme is voor het verhelpen van een ernstige verstoring, die door de wanbetaling van de Bank zou zijn veroorzaakt.

(309)

Aangezien de door de staat gegarandeerde ELA voor de Bank relatief hoge financieringskosten met zich meebrengt, heeft de Bank voldoende prikkels om voor de ontwikkeling van haar activiteiten niet op die bron van financiering te steunen. De Bank moest een rentevoet betalen die […] basispunten hoger was dan bij de normale herfinancieringstransacties met het Eurosysteem. Bovendien moest de Bank een garantievergoeding van […] basispunten aan de staat betalen. Daardoor zijn de totale kosten van door de staat gegarandeerde ELA voor de Bank veel hoger dan de normale kosten voor herfinanciering door de ECB. Meer specifiek is het verschil tussen de eerste en de laatste hoger dan de garantievergoeding die door de Verlengingsmededeling 2011 wordt gevraagd. Daarom kan de totale vergoeding die door de staat in rekening wordt gebracht als voldoende worden beschouwd. Wat betreft de hoogte van de door de staat gegarandeerde ELA: deze wordt regelmatig herzien door de Bank van Griekenland en de ECB, op basis van de werkelijke behoeften van de Bank. Zij houden nauwlettend toezicht op het gebruik ervan en zorgen ervoor dat deze tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft. Maatregel L2 voorziet de Bank daarom niet van liquiditeitsoverschotten, die gebruikt kunnen worden voor de financiering van activiteiten die de mededinging vervalsen. Hij blijft beperkt tot het minimaal noodzakelijke bedrag.

(310)

Een dergelijke strikte controle op het gebruik van door de staat gegarandeerde ELA en regelmatige verificatie dat het gebruik ervan tot het minimum beperkt blijft, zorgt er ook voor dat deze liquiditeit evenredig is en niet tot overmatige mededingingsverstoring leidt. De Commissie merkt ook op dat Griekenland heeft toegezegd een aantal maatregelen te zullen uitvoeren die gericht zijn op vermindering van de negatieve overloopeffecten, zoals geanalyseerd in punt 7.6, wat verder garandeert dat het gebruik van liquiditeitssteun zo spoedig mogelijk wordt beëindigd en dat deze steun evenredig is.

(311)

Maatregel L2 is derhalve in overeenstemming met de Bankenmededeling 2008 en de Verlengingsmededeling 2011. Aangezien de Bankenmededeling 2013 geen verdere eisen met betrekking tot garanties heeft ingesteld, is maatregel L2 ook in overeenstemming met de Bankenmededeling 2013.

7.4.   OVEREENSTEMMING VAN MAATREGELEN B1, B2, B3 EN B4 MET DE BANKENMEDEDELING 2008, DE HERKAPITALISATIEMEDEDELING EN DE VERLENGINGSMEDEDELING 2011

(312)

Zoals aangegeven in overweging 201, moet steun om verenigbaar te zijn op grond van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag voldoen aan de algemene verenigbaarheidscriteria (136): geschiktheid, noodzaak en evenredigheid.

(313)

De Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011 bevatten verdere richtsnoeren betreffende de hoogte van de vereiste vergoeding voor kapitaalinjecties van de staat.

7.4.1.   Geschiktheid van de maatregelen

(314)

De Commissie is van mening dat de herkapitalisaties van het HFSF (maatregelen B1, B2, B3 en B4) geschikt zijn, omdat zij het faillissement van de Bank voorkomen. Zonder deze herkapitalisaties zou de Bank haar activiteiten niet hebben kunnen voortzetten, omdat de Bank eind 2012 een negatief eigen vermogen had (137).

(315)

In dat verband merkte de Commissie in het besluit tot inleiding Eurobank op dat de Bank een van de grootste bankinstellingen in Griekenland is, wat betreft kredietverlening en de omvang van de deposito’s. Als zodanig is de Bank een systeemrelevante bank voor Griekenland. Daarom zou een wanbetaling van de Bank een ernstige verstoring van de Griekse economie teweeg hebben gebracht. Onder de toen heersende omstandigheden hadden financiële instellingen in Griekenland moeilijkheden om toegang te krijgen tot financiering. Dat gebrek aan financiering beperkte hun vermogen om krediet aan de Griekse economie te verstrekken. In dat verband zou de verstoring van de economie zijn verergerd door de wanbetaling van de Bank. Bovendien kwamen maatregelen B1, B2, B3 en B4 voornamelijk voort uit het PSI-programma, een zeer uitzonderlijke en onvoorspelbare gebeurtenis, en niet uit wanbeheer of het nemen van buitensporige risico’s door de Bank. De maatregelen houden voornamelijk verband met de resultaten van het PSI-programma en dragen bij aan de handhaving van de financiële stabiliteit in Griekenland.

(316)

In het besluit tot inleiding Eurobank betwijfelde de Commissie of onmiddellijk alle mogelijke stappen waren ondernomen om te voorkomen dat de Bank in de toekomst opnieuw hulp nodig zou hebben. Zoals aangegeven in de overwegingen 130 tot 132 van dit besluit, heeft Griekenland de toezegging gedaan een aantal acties uit te voeren met betrekking tot de corporate governance en de commerciële activiteiten van de Bank. Zoals beschreven in de overwegingen 102 tot en met 104, alsook in overweging 111, heeft de Bank haar activiteiten ook uitgebreid geherstructureerd, onder meer door grote kostenbesparingen en al uitgevoerde desinvesteringen. Derhalve zijn de twijfels van de Commissie weggenomen.

(317)

In het besluit tot inleiding Eurobank uitte de Commissie ook twijfels of er voldoende waarborgen bestonden in het geval dat de Bank onder controle van de staat kwam, of ingeval particuliere aandeelhouders de zeggenschap behielden terwijl de meerderheid van de aandelen in handen van de staat bleef. De Commissie merkt op dat de toezeggingen zoals beschreven in de overwegingen 131 en 132 ervoor zorgen dat de krediettransacties van de Bank op commerciële basis worden uitgevoerd en dat de dagelijkse bedrijfsvoering tegen staatsinmenging wordt beschermd. Het kader betreffende de onderlinge verhoudingen dat tussen het HFSF en de Bank is overeengekomen, zorgt er ook voor dat de belangen van de staat als hoofdaandeelhouder worden beschermd tegen buitensporige risiconeming door het management van de Bank.

(318)

Maatregelen B1, B2, B3 en B4 zorgen er daarom voor dat de financiële stabiliteit in Griekenland wordt gehandhaafd. Er zijn belangrijke maatregelen genomen om toekomstige verliezen tot een minimum te beperken en om ervoor te zorgen dat de activiteiten van de Bank niet in gevaar worden gebracht door ongepast beleid. Op grond hiervan is de Commissie van oordeel dat maatregelen B1, B2, B3 en B4 geschikt zijn.

7.4.2.   Noodzaak — beperking van de steun tot het minimum

(319)

Volgens de Bankenmededeling 2008 moet de steunmaatregel wat bedrag en vorm betreft noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelstelling. Dit betekent dat een kapitaalinjectie het minimumbedrag moet zijn noodzakelijk om de doelstelling te behalen.

(320)

Het bedrag aan kapitaalsteun werd berekend door de Bank van Griekenland in het kader van een stresstest, om ervoor te zorgen dat het tier 1-kernkapitaal in de periode 2012-2014 boven een bepaald niveau bleef, zoals blijkt uit tabel 3. Het levert de Bank daarom geen kapitaaloverschot op. Zoals uiteengezet in overweging 316, zijn er maatregelen genomen om het risico te beperken dat de Bank in de toekomst wellicht aanvullende steun nodig heeft.

(321)

Wat betreft de vergoeding van de eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisaties (maatregelen B1 en B2), herinnert de Commissie eraan dat zij in mei 2012 en december 2012 werden toegekend en in natura werden betaald in de vorm van EFSF-notes. Het HFSF heeft als vergoeding de opgebouwde rente op de EFSF-notes ontvangen, vermeerderd met een vergoeding van 1 %, vanaf het moment van uitbetaling van de EFSF-notes tot het moment van de herkapitalisatie voorjaar 2013 (138). Zoals benadrukt in het besluit tot inleiding Eurobank ligt die vergoeding lager dan de bandbreedte van 7 % tot 9 %, zoals bepaald in de Herkapitalisatiemededeling. De lage vergoedingsperiode was echter beperkt tot één jaar voor maatregel B1 en vijf maanden voor maatregel B2 (dat wil zeggen, tot de omzetting van de overbruggingsherkapitalisatie in een standaard herkapitalisatie in gewone aandelen, te weten maatregel B4). Terwijl de eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisatie niet tot een verwatering van de aandeelhouders hebben geleid, heeft de herkapitalisatie van voorjaar 2013, bestaande in de omzetting van de eerste en de tweede overbruggingsherkapitalisatie, de aandeelhouders sterk verwaterd, aangezien hun aandeel in het eigen vermogen van de Bank is gedaald tot 1,4 %. De abnormale situatie die vanaf het moment van de eerste overbruggingsherkapitalisatie heerste, werd daarmee beëindigd. Daardoor zijn de in het besluit tot inleiding Eurobank verwoorde twijfels weggenomen.

(322)

Bovendien kan de Commissie, gezien de atypische bron van de moeilijkheden van de Bank, waar de verliezen voornamelijk voortkwamen uit een kwijtschelding van schulden ten gunste van de staat (het PSI-programma en de terugkoop van schulden, die de staat een aanzienlijk voordeel opleveren, te weten een schuldvermindering) en uit de gevolgen van een langdurige recessie op de binnenlandse markt, akkoord gaan met een dergelijke tijdelijke afwijking van de eisen voor standaardvergoeding, zoals vastgesteld in de Herkapitalisatiemededeling (139).

(323)

Maatregel B3 was een toezegging tot het verstrekken van kapitaal. Deze in december 2012 gedane toezegging werd uitgevoerd door middel van een daadwerkelijke kapitaalinjectie in mei-juni 2013, slechts vijf maanden later. Om die reden en om de redenen die zijn uiteengezet in overweging 322 is het aanvaardbaar dat er geen vergoeding voor deze toezegging werd betaald.

(324)

Wat betreft maatregel B4 moet overeenkomstig punt 8 van de Verlengingsmededeling 2011 op kapitaalinjecties worden ingeschreven met een voldoende korting ten opzichte van de aandelenprijs, na correctie voor het verwateringseffect, zodat er een redelijke zekerheid is dat de staat een toereikende vergoeding ontvangt. Hoewel er bij deze herkapitalisatie geen sprake was van een aanzienlijke korting op de aandelenkoers na correctie voor het verwateringseffect, was het in feite onmogelijk om een aanzienlijke korting toe te passen op de theoretische ex-rechten prijs (140). Voorafgaand aan de herkapitalisatie van voorjaar 2013 was het kapitaal van de Bank negatief en bedroeg haar marktkapitalisatie slechts een paar honderd miljoen euro. In dergelijke omstandigheden rijst de vraag of de bestaande aandeelhouders alles hadden moeten verliezen. De Commissie merkt op dat de uitgifteprijs werd vastgesteld met een korting van 50 % op de gemiddelde marktprijs gedurende de vijftig dagen voorafgaand aan de vaststelling van de uitgifteprijs. De Commissie merkt ook op dat de verwatering van de bestaande aandeelhouders enorm was, want na die herkapitalisatie bezaten zij slechts 1,4 % van de aandelen van de Bank. Daardoor zou het toepassen van een verdere korting op de marktprijs een te verwaarlozen effect hebben gehad op de vergoeding van het HFSF. Gezien de specifieke situatie van de Griekse banken, uiteengezet in overweging 322, en gezien het feit dat de noodzaak van steun voortvloeit uit een kwijtschelding van schulden ten gunste van de staat, is de Commissie van mening dat de uitgifteprijs laag genoeg is.

(325)

Tot besluit, maatregelen B1, B2, B3 en B4 zijn wat bedrag en vorm betreft noodzakelijk als reddingssteun.

7.4.3.   Evenredigheid — maatregelen ter beperking van negatieve overloopeffecten

(326)

De Bank heeft een zeer groot bedrag aan staatssteun ontvangen. Die situatie kan daarom leiden tot ernstige mededingingsvervalsing. Griekenland heeft echter de toezegging gedaan om een aantal maatregelen uit te voeren die gericht zijn op beperking van de negatieve overloopeffecten. De toezeggingen bepalen specifiek dat de activiteiten van de Bank op commerciële basis uitgevoerd blijven worden, zoals uiteengezet in de overwegingen 131 en 132. Griekenland heeft zich ook verbonden tot een overnameverbod, alsmede tot een aantal desinvesteringen in het buitenland en op niet-bancair gebied in Griekenland, zoals uiteengezet in overweging 133. De beperkingen op mededingingsvervalsing zullen verder worden beoordeeld in punt 7.6.

(327)

Er is ook een monitoring trustee bij de Bank benoemd om toezicht te houden op de correcte uitvoering van de toezeggingen inzake corporate governance en commerciële activiteiten. Hiermee worden nadelige wijzigingen in de commerciële praktijk van de Bank voorkomen en mogelijke negatieve overloopeffecten verminderd.

(328)

Tot slot werd er op 16 april 2014 een nieuw uitgebreid herstructureringsplan bij de Commissie ingediend. Dit herstructureringsplan zal worden beoordeeld in punt 7.6.

(329)

Om te besluiten, de twijfels als geformuleerd in het besluit tot inleiding Eurobank zijn weggenomen. De maatregelen B1, B2, B3 en B4 zijn evenredig gezien punt 15 van de Bankenmededeling 2008.

7.4.4.   Conclusie inzake de overeenstemming van de herkapitalisaties door het HFSF met de Bankenmededeling 2008, de Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011

(330)

De Commissie concludeert derhalve dat de herkapitalisaties door het HFSF (maatregelen B1, B2, B3 en B4) geschikt, noodzakelijk en evenredig zijn gezien punt 15 van de Bankenmededeling 2008, de Herkapitalisatiemededeling en de Verlengingsmededeling 2011.

7.5.   OVEREENSTEMMING MET DE HERSTRUCTURERINGSMEDEDELING VAN DE AANKOPEN VAN NEW TT BANK EN NEA PROTON BANK DOOR DE BANK

(331)

In de punten 23 en 40 van de Herstructureringsmededeling wordt gesteld dat overnames van ondernemingen door gesteunde banken normaal gesproken tegenstrijdig zijn met de verplichtingen tot het beperken van de herstructureringskosten en het beperken van mededingingsvervalsing. Bovendien kunnen zij het herstel van de levensvatbaarheid in gevaar brengen of compliceren. De Commissie moet dan ook nagaan of de overnames door de Bank met de Herstructureringsmededeling in overeenstemming gebracht kunnen worden kunnen.

7.5.1.   Overeenstemming van de overname van New TT Bank met de Herstructureringsmededeling

7.5.1.1.   Effect van de overname van New TT Bank op de levensvatbaarheid op lange termijn van de Bank

(332)

Voor wat betreft de operationele winstgevendheid zullen de overnames door de Bank het herstel van de levensvatbaarheid van de Bank op lange termijn bevorderen, aangezien het samenvoegen van twee banken in dezelfde geografische markt de mogelijkheid geeft zinvolle synergieën tot stand te brengen, bijvoorbeeld in de vorm van personeelsinkrimping, sluiting van bijkantoren en lagere overheadkosten. De Bank neemt de klanten en depositohouders over, terwijl de distributiekosten aanzienlijk lager worden. De meeste bijkantoren met het merk „T-Bank” en een aantal van de bijkantoren met het merk „Hellenic Postbank” zullen worden gesloten, naast rationalisering van de taken van het hoofdkantoor.

(333)

Wat betreft de liquiditeitsposities heeft de transactie ook een gunstige invloed op de lening-depositoverhouding van de Bank, door een aanzienlijke verlaging van het overmatige hoge niveau, aangezien New TT Bank aanzienlijk meer deposito’s dan leningen had. De Bank van Griekenland merkte in haar brief aan het HFSF, gedateerd 8 juli 2013, met name op dat de Bank in de twee jaar voorafgaand aan de transactie onder grote druk heeft gestaan. De Bank van Griekenland stelde dat de Bank in Griekenland marktaandelen had verloren en dat zij in aanzienlijke mate een beroep moest doen op Eurosysteem-financiering en noodliquiditeitssteun. De Bank van Griekenland verwees in haar brief naar het grote financieringstekort, naar de geconsolideerde lening-depositoverhouding van 132 % en het verslechterde imago van de Bank bij klanten. In die brief gaf de Bank van Griekenland aan dat de overname van New TT Bank door de Bank zou leiden tot „een aanzienlijke toename van de deposito’s van [de Bank], en daardoor een verbetering van het algehele financieringsprofiel, de perceptie van depositohouders en haar vermogen tot het aantrekken van nieuwe deposito’s tegen aantrekkelijker voorwaarden dan de huidige”.

(334)

De overname draagt daarom bij aan het herstel van de liquiditeitspositie van de Bank, wat essentieel is voor het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn. De Commissie erkende het positieve effect van de overname in een brief van haar diensten aan het HFSF, gedateerd 8 juli 2013. In die brief gaf de Commissie aan dat het ontwerpherstructureringsplan van de Bank, dat door Griekenland voorafgaand aan de overname van New TT Bank was ingediend, niet voldeed aan de eis tot herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, als gevolg van de kwetsbare balans van de Bank aan het einde van de herstructureringsperiode. In dezelfde brief gaf de Commissie aan dat de „overname van de deposito-rijke [New TT Bank] een zeer belangrijke bijdrage aan het herstel van de balans van [de Bank] en daarmee het herstel van de levensvatbaarheid ervan op lange termijn zou vormen”. Die beoordeling was gerechtvaardigd gezien de gevolgen van een dergelijke overname op de liquiditeitspositie van de Bank: „Op basis van de cijfers van eind 2012 zou de overname [de] lening-depositoverhouding onmiddellijk doen dalen van 155 % tot 123 %, zodat het mogelijk moet zijn om [tegen] eind 2017 te voldoen aan de eisen [van de Commissie]”.

(335)

De Commissie is daarom van mening dat de overname positief is voor het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn van de Bank.

7.5.1.2.   Effect van de overname op het steunbedrag dat de Bank nodig heeft

(336)

In overeenstemming met punt 23 van de Herstructureringsmededeling mag herstructureringssteun niet worden gebruikt voor de overname van andere bedrijven, maar alleen voor de dekking van herstructureringskosten die noodzakelijk zijn voor het herstel van de levensvatbaarheid van de Bank.

(337)

De Bank heeft de koopprijs voldaan in nieuwe aandelen, zodat de overname niet is gefinancierd met staatssteun. Daardoor werd de kapitaalbehoefte die ontstond door de betaling van de koopprijs onmiddellijk gedekt door de uitgifte van nieuwe aandelen, zodat de betaling van de koopprijs niet tot een netto stijging van de kapitaalbehoeften van de Bank heeft geleid. Bovendien was het HFSF voor 100 % eigenaar van New TT Bank, wat impliceert dat alle door de Bank uitgegeven nieuwe aandelen aan het HFSF, dat wil zeggen, aan de staat werden gegeven.

(338)

De overname als zodanig zal niet leiden tot aanvullende staatssteun, aangezien New TT Bank aan haar kapitaalvereisten op basis van de regelgeving heeft voldaan. Bovendien was die tussentijdse kredietinstelling slechts een paar maanden voor haar overname opgericht. Aangezien de activa van een failliet gaande bank tegen hun reële waarde worden beoordeeld en gewaardeerd voordat ze aan een tussentijdse kredietinstelling worden overgedragen, mag worden aangenomen dat de kredietportefeuille van New TT Bank geen verborgen verliezen of verliezen waarvoor onvoldoende voorzieningen waren getroffen bevatte.

(339)

Tot besluit, gezien de specifieke omstandigheden van dit geval is de overname van New TT Bank bij wijze van uitzondering niet strijdig met het beginsel dat alleen de minimaal noodzakelijke steun mag worden verleend.

7.5.1.3.   Verstorend effect van de overname op de mededinging

(340)

In overeenstemming met de punten 39 en 40 van de Herstructureringsmededeling mag staatssteun niet ten koste van niet-gesteunde bedrijven voor de overname van concurrerende bedrijven gebruikt worden. Punt 41 van de Herstructureringsmededeling stelt verder dat overnames toegestaan kunnen worden als zij deel uitmaken van een consolidatieproces dat noodzakelijk is om de financiële stabiliteit te herstellen of daadwerkelijke mededinging te garanderen, dat het overnameproces eerlijk moet zijn en dat de overname de voorwaarden voor daadwerkelijke mededinging op de betrokken markt dient te verzekeren.

(341)

New TT Bank was op zelfstandige basis geen levensvatbare bank. Om consolidatie van die bank was op grond van het MEFP van 15 mei 2013 verzocht. De transactie kan daarom worden gezien als onderdeel van een consolidatieproces dat noodzakelijk is voor het herstel van het soort financiële stabiliteit dat beschreven wordt in punt 41 van de Herstructureringsmededeling.

(342)

Er heeft geen enkele niet-gesteunde bieder een geldig bod voor de overname van New TT Bank uitgebracht en het verkoopproces was open, transparant en niet-discriminerend. Er was dus geen sprake van verdringing van een niet-gesteunde bieder door de Bank. Aangezien deze overname door de Griekse mededingingsautoriteit werd toegestaan (141), gaat de Commissie ervan uit dat de resultaten van het verkoopproces de voorwaarden voor daadwerkelijke mededinging in Griekenland waarborgen.

(343)

Tegen die achtergrond kan worden geconcludeerd dat de overname van New TT Bank verenigbaar is met deel 4 van de Herstructureringsmededeling.

7.5.1.4.   Conclusie betreffende de overname van New TT Bank

(344)

De Commissie concludeert dat, gezien de unieke situatie van Griekse banken (142) en de specifieke kenmerken van de overname van New TT Bank, die overname verenigbaar is met de vereisten als vastgesteld in de Herstructureringsmededeling.

7.5.2.   Overeenstemming van de overname van Nea Proton Bank met de Herstructureringsmededeling

7.5.2.1.   Effect van de overname van Nea Proton Bank op de levensvatbaarheid op lange termijn van de Bank

(345)

Voor wat betreft de operationele winstgevendheid moet de overname van Nea Proton Bank het herstel van de levensvatbaarheid van de Bank op lange termijn bevorderen, aangezien het samenvoegen van twee bedrijven in dezelfde geografische markt de mogelijkheid geeft zinvolle synergieën tot stand te brengen, bijvoorbeeld in de vorm van personeelsinkrimping, sluiting van bijkantoren en lagere overheadkosten.

(346)

Door de overname van Nea Proton Bank kan de Bank profiteren van synergieën. De Bank zal de klanten en depositohouders overnemen en daarbij het merendeel van de bijkantoren sluiten en het informatiesysteem en de taken van het hoofdkantoor rationaliseren. De transactie heeft ook de lening-depositoratio van de Bank verlaagd, aangezien Nea Proton Bank een lagere lening-depositoratio had. De netto lening-depositoratio van de Bank lag eind juni 2013 rond 135,79 %, terwijl de netto lening-depositoratio van Nea Proton Bank rond 52,68 % lag.

(347)

Tot besluit, de overname had een positief effect op de levensvatbaarheid van de Bank.

7.5.2.2.   Effect van de overname van Nea Proton Bank op het steunbedrag dat de Bank nodig heeft

(348)

In overeenstemming met punt 23 van de Herstructureringsmededeling mag herstructureringssteun niet worden gebruikt voor de overname van andere bedrijven, maar alleen voor de dekking van herstructureringskosten die noodzakelijk zijn voor het herstel van levensvatbaarheid.

(349)

De Bank heeft een symbolische prijs voor de aankoop van Nea Proton Bank betaald (1 EUR), terwijl de overgenomen instelling voorafgaand aan de verkoop voldoende was geherkapitaliseerd. Die herkapitalisatie omvatte ook voorzieningen voor toekomstige kredietverliezen en exploitatieverliezen (143). Derhalve zijn door de overname voor 1 EUR van een voldoende gekapitaliseerde bank de kapitaalbehoeften van de Bank niet verhoogd.

(350)

Tot besluit, de overname van Nea Proton Bank is niet strijdig met het beginsel dat steun tot het noodzakelijke minimum beperkt moet zijn.

7.5.2.3.   Verstorend effect van de overname van Nea Proton Bank op de mededinging

(351)

In overeenstemming met de punten 39 en 40 van de Herstructureringsmededeling mag staatssteun niet ten koste van niet-gesteunde bedrijven voor de overname van concurrerende bedrijven gebruikt worden.

(352)

Nea Proton Bank was op zelfstandige basis geen levensvatbare bank. Om consolidatie van de bank is op grond van het MEFP van 15 mei 2013 verzocht. De overname kan daarom worden gezien als onderdeel van een consolidatieproces, dat noodzakelijk is voor het herstel van het soort financiële stabiliteit dat beschreven wordt in punt 41 van de Herstructureringsmededeling.

(353)

De Commissie merkt ook op dat geen enkele niet-gesteunde bieder een geldig bod voor de overname van de Nea Proton Bank uitbracht en dat het verkoopproces open, transparant en niet-discriminerend was. Er was dus geen sprake van verdringing van een niet-gesteunde bieder door de Bank. Aangezien deze overname door de Griekse mededingingsautoriteit werd toegestaan (144), gaat de Commissie ervan uit dat de resultaten van het verkoopproces de voorwaarden voor daadwerkelijke mededinging in Griekenland waarborgen.

(354)

Tegen die achtergrond kan worden geconcludeerd dat de overname van New Proton Bank verenigbaar is met deel 4 van de Herstructureringsmededeling.

7.5.2.4.   Conclusie inzake de overname van de Nea Proton Bank

(355)

De Commissie concludeert dat, gezien de specifieke kenmerken van de overname van Nea Proton Bank, de overname in overeenstemming is met de vereisten van de Herstructureringsmededeling.

7.6.   OVEREENSTEMMING VAN MAATREGELEN A, B1, B2, B3, B4 EN C MET DE HERSTRUCTURERINGSMEDEDELING EN VAN MAATREGEL C MET DE BANKENMEDEDELING 2013

7.6.1.   Bronnen van moeilijkheden en gevolgen voor de beoordeling op grond van de Herstructureringsmededeling

(356)

Zoals aangegeven in de punten 2.1.1 en 2.1.2 komen de moeilijkheden die de Bank het hoofd moet bieden hoofdzakelijk voort uit de Griekse staatsschuldencrisis en de diepe recessie in Griekenland en Zuid-Europa. Wat betreft de eerste factor, raakte de Griekse regering de toegang tot de financiële markten kwijt en moest zij uiteindelijk een akkoord met haar binnenlandse en buitenlandse crediteuren afsluiten, het PSI-programma, wat resulteerde in een afwaardering van de vorderingen op de staat met 53,3 %. Bovendien werd 31,5 % van de vorderingen omgeruild voor nieuwe GGB’s met lagere rentes en langere looptijden. Die nieuwe GGB’s werden in december 2012 door de staat van de Griekse banken teruggekocht voor een prijs die lag tussen 30,2 % en 40,1 % van hun nominale waarde, wat resulteerde in een verder verlies voor de Griekse banken. Naast de impact op de kapitaalpositie van het PSI-programma en de schuldterugkoop kende de Bank tussen 2010 en medio 2012 ook enorme deposito-uitstromen vanwege het risico dat Griekenland uit de eurozone zou treden als gevolg van een onhoudbare staatsschuld en de economische recessie.

(357)

Maatregelen B1, B2, B3 en B4 bedragen 5 839 miljoen EUR, wat ongeveer gelijk is aan het bedrag van het geboekte verlies na het PSI-programma (5 781 miljoen EUR). In een dergelijk geval, en indien de problemen niet hoofdzakelijk uit het nemen van buitensporige risico’s voortkomen, bepaalt punt 14 van de Verlengingsmededeling 2011 dat de Commissie haar eisen zal versoepelen.

(358)

De Commissie erkent dat een deel van de kapitaalbehoeften voortvloeit uit regelmatige blootstelling van een financiële instelling aan het overheidsrisico van het land zelf ervan. In de overwegingen 58 en 69 van het besluit tot inleiding Eurobank werd ook op dit feit gewezen. Daarom moet de Bank minder dan andere gesteunde financiële instellingen die overmatige risico’s hadden opgebouwd kwesties i.v.m. moreel risico aanpakken. Aangezien de steunmaatregelen minder verstorend zijn, moeten de genomen maatregelen ter beperking van de mededingingsvervalsing derhalve naar verhouding worden afgezwakt. Aangezien het PSI-programma en de terugkoop van schuld een kwijtschelding van schulden ten gunste van de staat vormen, kan de vergoeding van de staat bij herkapitalisering van banken lager zijn.

(359)

Aangezien de Griekse economie echter sinds 2008 met ongeveer 25 % is gekrompen, moet de Bank haar organisatie, kostenstructuur en commerciële netwerk aan deze nieuwe context aanpassen om de winstgevendheid te herstellen. Daarom moet de Bank, ondanks het ontbreken van een moreelrisicoprobleem, haar activiteiten in Griekenland herstructureren om haar levensvatbaarheid op lange termijn veilig te stellen.

(360)

De Commissie wijst er ook op dat de blootstelling van de Bank aan het Griekse overheidsrisico groter was dan dat van een aantal andere banken in Griekenland. Daardoor kunnen niet alle verliezen op GGB’s (het verlies op het PSI-programma) aan de regelmatige blootstelling van de financiële instelling aan het overheidsrisico van het land zelf ervan worden toegeschreven.

(361)

De tweede bron van verliezen voor de Bank zijn de verliezen op haar kredieten aan Griekse huishoudens en ondernemingen. De Commissie is van mening dat deze verliezen voornamelijk aan de uitzonderlijk sterke en langdurige inkrimping van het bbp van circa 25 % gedurende vijf jaar, en niet aan riskante kredietpraktijken van de Bank toe te schrijven zijn. Daarom creëert de steun die is verleend ter dekking van deze verliezen geen moreel risico, wat wel het geval is wanneer steun een bank afschermt van de gevolgen van risicogedrag uit het verleden. De steun is daarom minder verstorend (145).

(362)

Een deel van de kapitaalbehoeften en kredietverliezen van de Bank is echter afkomstig van een aantal internationale dochterondernemingen (Roemenië, Bulgarije, Polen en Oekraïne). De Bank heeft bijvoorbeeld in 2012 verliezen geboekt in Roemenië, Bulgarije en Oekraïne, terwijl die dochterondernemingen gebruik hebben gemaakt van intragroepsfinanciering ten bedrage van 1,8 miljard EUR.

(363)

Uit de stresstesten die in 2012 zijn uitgevoerd om de kapitaalbehoeften van de Bank te bepalen bleek ook dat een deel van de kapitaalbehoeften het resultaat was van verliezen op buitenlandse kredieten. De verwachte kredietverliezen op deze leningen bedroegen 1 228 miljoen EUR in het basisscenario en 1 622 miljoen EUR in het ongunstige scenario.

(364)

Tot besluit, punt 14 van de Verlengingsmededeling 2011 is van toepassing op een aanzienlijk deel van de verliezen en de daaruit voortvloeiende noodzaak van steun, zodat de Commissie haar eisen kan versoepelen. Een deel van de behoefte aan steun vloeit uit de Griekse kredietverliezen ten gevolge van de uitzonderlijk zware en lange recessie en niet uit riskante kredietverstrekking voort. Onder dergelijke omstandigheden verleende steun schept geen moreel risico en is daarom minder verstorend.

(365)

Tot slot is een deel van de behoefte aan steun het resultaat van de door de Bank zelf genomen risico’s, met name wat betreft haar buitenlandse dochterondernemingen en het relatief grotere aantal GGB’s dat zij bezat.

7.6.2.   Levensvatbaarheid

(366)

Een herstructureringsplan moet ervoor zorgen dat de financiële instelling in staat is om tegen het einde van de herstructureringsperiode haar levensvatbaarheid op lange termijn te herstellen (punt 2 van de Herstructureringsmededeling). In het onderhavige geval geldt als herstructureringsperiode de periode tussen de datum van aanneming van dit besluit en 31 december 2018.

(367)

In overeenstemming met de punten 9 tot 11 van de Herstructureringsmededeling heeft Griekenland een uitgebreid en gedetailleerd herstructureringsplan ingediend dat volledige informatie geeft over het ondernemingsmodel van de Bank. Het plan stelt ook de oorzaken vast van de problemen waarmee de Bank te kampen heeft en de maatregelen die zijn genomen om alle levensvatbaarheidskwesties waarmee zij werd geconfronteerd aan te pakken. Het herstructureringsplan beschrijft vooral de strategie die is gekozen voor het behoud van de operationele efficiëntie van de Bank en het aanpakken van het hoge niveau van oninbare leningen, de lage operationele efficiëntie, haar kwetsbare liquiditeits- en kapitaalpositie en haar buitenlandse bedrijven, die voor hun financiering en kapitaal afhankelijk waren van het moederbedrijf.

7.6.2.1.   Griekse bancaire activiteiten

(368)

Wat betreft de liquiditeit en de afhankelijkheid van de Bank van Eurosysteem-financiering voorziet het herstructureringsplan in een beperkte groei van de balans in Griekenland, terwijl de depositobasis weer moet groeien. De afhankelijkheid van de ELA, die al is gedaald, zal blijven dalen, wat de Bank ook zal helpen om haar financieringskosten te verlagen.

(369)

De toezegging betreffende de lening-depositoratio, beschreven in overweging 127, zorgt ervoor dat de balansstructuur van de Bank aan het einde van de herstructureringsperiode houdbaar zal zijn. De verkoop van effecten en andere niet-kernactiviteiten zal ook de liquiditeitspositie van de Bank versterken en ervoor zorgen zij niet afhankelijk is van wholesalemarkten. Als gevolg van de nog steeds krappe liquiditeitspositie van de Bank kan de Commissie het verzoek van de Griekse autoriteiten accepteren om liquiditeit aan de Bank te mogen verschaffen op grond van de garantiemaatregel en de maatregel voor staatsobligatieleningen in het kader van de steunregeling voor Griekse banken.

(370)

Om haar financieringskosten te verlagen, heeft de Bank ook een toezegging gedaan tot blijvende vermindering van de rentes die zij op deposito’s betaalt, zoals beschreven in overweging 127. De Commissie wijst erop dat een dergelijke daling van de kosten van deposito’s een zeer belangrijke bijdrage vormt aan de verbetering van de winstgevendheid van de Bank vóór voorzieningen.

(371)

Sinds het begin van de crisis heeft de Bank haar commerciële netwerk in Griekenland aanzienlijk gerationaliseerd door vermindering van het aantal bijkantoren en medewerkers. Tegen 2018 zullen de totale kosten van de Bank verder zijn gedaald met […] % ten opzichte van 2013 (146). Om dat doel te bereiken heeft de Bank toegezegd uiterlijk per 31 december 2017 haar bijkantoren en medewerkers in Griekenland te zullen verminderen tot een maximum van respectievelijk […] en […], waarbij de maximale totale kosten in Griekenland 800 miljoen EUR zullen bedragen. De verwachte kosten-inkomstenverhouding zal aan het einde van de herstructureringsperiode minder dan […] % zijn. De Commissie is van mening dat de efficiëntie van de Bank in de nieuwe marktomgeving door het herstructureringsplan behouden zal blijven.

(372)

Een ander belangrijk gebied is het beheer van oninbare leningen, aangezien deze per 31 december 2013 29,4 % van de portefeuille bedroegen (147). De Bank heeft het voornemen om een speciale afdeling op te richten voor het beheer van oninbare leningen. Ook heeft zij de toezegging gedaan te zullen voldoen aan strikte normen met betrekking tot haar kredietbeleid, teneinde de waarde voor de Bank in elk stadium van het kredietproces te maximaliseren, zoals beschreven in de overwegingen 131 en 132.

7.6.2.2.   Corporate governance

(373)

Een ander punt van aandacht is de governance van de Bank, gezien het feit dat het HFSF op 31 december 2013 95,23 % van de aandelen van de Bank in handen had. Gezien het trackrecord van de staatsbanken in Griekenland, is er in 2013 een specifiek relatiekader afgesproken tussen de Bank en het HFSF. Dat akkoord beschermt de dagelijkse bedrijfsvoering van de Bank tegen overmatige inmenging van haar belangrijkste aandeelhouder, en garandeert door middel van geschikte overlegprocedures dat het HFSF kan toezien op de uitvoering van het herstructureringsplan en kan voorkomen dat het management van de Bank buitensporige risico’s neemt. De Bank heeft ook toegezegd haar blootstelling aan verbonden kredietnemers nauwlettend te zullen bewaken.

(374)

De HFSF-wet, zoals gewijzigd in 2014, bepaalt dat de aandelen waarop door het HFSF bij de herkapitalisatie voorjaar 2013 is ingeschreven, niet stemgerechtigd zullen worden als op ten minste 50 % van de kapitaalverhoging van 2014 door particuliere beleggers wordt ingetekend. Wat betreft het herstel van de levensvatbaarheid van de Bank op lange termijn zou de Commissie niet afwijzend staan tegenover de toekenning van zeggenschap aan particuliere aandeelhouders, als zij een aanzienlijke hoeveelheid eigen geld in de Bank investeren. De Commissie merkt op dat de beperking van de stemrechten van het HFSF niet zal gelden voor stemmingen die verband houden met de statuten van de Bank of met beheersdaden of andere strategische beslissingen. De Commissie staat positief tegenover het feit dat het HFSF automatisch weer zijn volledige stemrechten zal terugkrijgen als de Bank haar herstructureringsplan niet uitvoert. Deze bepalingen zorgen ervoor dat, hoewel het HFSF zich niet zal mengen in de dagelijkse activiteiten van de Bank, het zijn belangen als aandeelhouder en als autoriteit die verantwoordelijk is voor de juiste uitvoering van het herstructureringsplan kan veilig stellen.

7.6.2.3.   Internationale activiteiten

(375)

Een aantal van de internationale activiteiten van de Bank hebben haar kapitaal, liquiditeit en winstgevendheid in het verleden doen verdwijnen, zoals werd uiteengezet in de overwegingen 362 en 363.

(376)

Het herstructureringsplan voorziet in een verschuiving in het ondernemingsmodel van de Bank naar dat van een bank die meer is gericht op […]. De Bank heeft haar niet-winstgevende dochteronderneming in Polen, EFG Polen, al verkocht. Zij is ook begonnen met het rationaliseren van de andere dochterondernemingen, om het kredietverleningsproces te versterken en het financieringstekort bij de dochterondernemingen te verkleinen. Zij is van plan de […] dochteronderneming […] af te stoten (148). Zij zal ook de activiteiten van de […] en […] dochterondernemingen verder herstructureren, vóór hun potentiële verkoop in een later stadium, zoals vermeld in overweging 116.

(377)

De totale winstgevendheid van de buitenlandse activiteiten zal met ingang van […] zijn hersteld. Op dezelfde datum zal de toegekende financiering aan de buitenlandse dochterondernemingen zijn verlaagd met […] ten opzichte van het niveau op 31 december 2012.

(378)

De Commissie is derhalve van mening dat de Bank die buitenlandse vestigingen voldoende zal hebben geherstructureerd en verminderd om te voorkomen dat zij in de toekomst te maken krijgt met aanvullende kapitaalbehoeften en liquiditeitstekorten. De toezegging beschreven in overweging 128 om zich te onthouden van het injecteren van grote bedragen aan kapitaal in de internationale dochterondernemingen van de Bank zorgt er ook voor dat buitenlandse dochterondernemingen geen bedreiging voor het kapitaal of de liquiditeit zullen vormen.

7.6.2.4.   Conclusie inzake levensvatbaarheid

(379)

Het basisscenario zoals beschreven in punt 2.4 toont aan dat de Bank aan het einde van de herstructureringsperiode in staat zal zijn een rendement te behalen waarmee zij al haar kosten kan dekken en een geschikt rendement op eigen vermogen kan bieden, gelet op haar risicoprofiel. In feite zal het rendement op eigen vermogen van de Bank volgens het basisscenario in 2018 oplopen tot […] %. Tegelijkertijd zal de kapitaalpositie van de Bank naar schatting op een bevredigend niveau blijven, aangezien de solvabiliteitsratio vanaf 2014 niet lager zal zijn dan […] %.

(380)

Tot slot neemt de Commissie ook nota van het ongunstige scenario, dat is beschreven in het herstructureringsplan van de Bank, zoals voorgelegd door de Griekse autoriteiten. Dat ongunstige scenario is gebaseerd op een aantal veronderstellingen die met het HFSF zijn overeengekomen. Het houdt rekening met een langere en zwaardere recessie, evenals een ernstigere deflatie van de vastgoedprijzen (149). Het herstructureringsplan toont aan dat de Bank een redelijke hoeveelheid druk kan weerstaan, aangezien de Bank bij het ongunstige scenario aan het einde van de herstructureringsperiode winstgevend blijft, met een rendement op eigen vermogen van […] % en een tier 1-kernkapitaalratio van […] % in 2018.

(381)

De stresstesten van 2013, uitgevoerd door de Bank van Griekenland, bevestigen dat het bedrag aan aanvullend kapitaal dat in 2014 zal worden aangetrokken, te weten 2 864 miljoen EUR, volstaat om het hoofd te bieden aan het basisscenario tijdens de herstructureringsperiode. De Bank zal ook een noodplan indienen bij de Bank van Griekenland, dat maatregelen bevat die zullen worden uitgevoerd als het economische klimaat nog verder verslechtert. De Commissie wijst erop dat de Bank van Griekenland in de beoordeling van de kapitaalbehoeften op grond van het basisscenario al tot verschillende bijstellingen kwam die resulteerden in een toename van de geraamde kapitaalbehoeften in vergelijking met de kapitaalbehoeften die door de Bank in haar eigen basisscenario waren geraamd. De basiskapitaalbehoeften die door de Bank van Griekenland waren voorzien, kunnen derhalve als een soort stresstest worden gezien. Om te concluderen dat de Bank levensvatbaar is, eist de Commissie niet dat de Bank vooraf voldoende kapitaal heeft om de kapitaalbehoeften volgens het tegenvallende scenario te dekken die door de Bank van Griekenland werden vastgesteld, aangezien die laatste schattingen een hoog stressniveau impliceren.

(382)

Bovendien is het positief dat de Bank geen aanvullende beleggingen in niet-investment grade papier zal doen, wat zal bijdragen aan het behoud van haar kapitaal- en liquiditeitspositie.

(383)

De Commissie kan daarom concluderen dat de Bank voldoende maatregelen heeft genomen om de problemen voor de levensvatbaarheid van de Griekse binnenlandse bancaire activiteiten en de buitenlandse activiteiten aan te pakken.

7.6.3.   Eigen bijdrage en deling in de lasten

7.6.3.1.   Beoordeling van de overeenstemming van de maatregelen A, B1, B2, B3 en B4 met de Herstructureringsmededeling

(384)

Zoals vermeld in de Herstructureringsmededeling is het nodig dat banken en hun belanghebbenden zo veel mogelijk bijdragen aan de herstructurering om ervoor te zorgen dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft. Banken moeten derhalve hun eigen middelen voor de financiering van de herstructurering gebruiken, bijvoorbeeld door de verkoop van activa, terwijl de belanghebbenden de verliezen van de bank daar waar mogelijk op moeten vangen. De door de Bank gedane toezeggingen moeten ervoor zorgen dat eigen middelen worden gebruikt en dat de oorspronkelijke aandeelhouders en particuliere beleggers, die hybride kapitaal van de Bank in bezit hebben, aan de herstructurering bijdragen.

7.6.3.1.1.   Eigen bijdrage van de Bank: desinvesteringen en kostenbeperking

(385)

De Bank heeft belangrijke bedrijfsonderdelen afgestoten om haar solvabiliteit te versterken. De verkoop van haar grote Poolse en Turkse dochterondernemingen heeft haar kapitaalpositie met ongeveer 750 miljoen EUR verbeterd. Deze verkopen hebben ook de liquiditeitspositie van de Bank verbeterd. Door de verhoging van het aandelenkapitaal van Eurobank Properties kon de Bank haar kapitaal met 200 miljoen EUR vergroten.

(386)

Het herstructureringsplan zorgt voor de verdere verkoop van activa in […] en […]. De Bank heeft met name toegezegd dat zij de omvang van haar buitenlandse activa tot 8,77 miljard EUR zal terugbrengen. Gezien de al uitgevoerde schuldafbouw en desinvesteringen zal de geografische voetafdruk in […] van de Bank na de uitvoering van deze aanvullende inkrimping aanzienlijk zijn teruggebracht.

(387)

Bovendien heeft de Bank de toezegging gedaan dat zij de omvang van haar buitenlandse activiteiten verder zal beperken als zij een kapitaalinjectie van het HFSF van meer dan 1 miljard EUR nodig heeft. In dat geval zou de Bank haar portefeuille met internationale activa verlagen tot hooguit 3,5 miljard EUR. Als de kapitaalinjectie op grond van maatregel C minder dan 1 miljard EUR is, zullen particuliere beleggers ten minste 1,5 miljard EUR hebben geïnjecteerd, dat wil zeggen meer dan het HFSF. Door deze grotere deelname van particuliere beleggers zou het benodigde bedrag aan steun aanzienlijk dalen en zouden de lasten beter verdeeld zijn.

(388)

De Bank heeft ook toegezegd dat zij haar grote en winstgevende verzekeringsdochter zal verkopen.

(389)

Ter beperking van haar kapitaalbehoeften heeft de Bank de toezegging gedaan dat zij geen kapitaal zal gebruiken voor het ondersteunen of vergroten van de omvang van haar buitenlandse dochterondernemingen, zoals beschreven in overweging 128. Bovendien zal op grond van de toezeggingen de Bank geen verdere overnames doen.

(390)

De Bank heeft ook een vergaand kostenbesparingsprogramma in gang gezet, zoals aangegeven in punt 2.4.2. Haar kosten zullen tot 2018 verder dalen.

(391)

Griekenland heeft met name toegezegd dat de Bank tot […] aan geen enkele werknemer of manager een totale jaarlijkse vergoeding (loon, pensioenbijdrage, bonus) van meer dan […] zal betalen. Griekenland heeft bovendien toegezegd dat als het HFSF op aandelen van de Bank moet inschrijven, er een salarisgrens zal worden toegepast overeenkomstig de Bankenmededeling 2013 (150).

7.6.3.1.2.   Deling in de lasten door de historische aandeelhouders en op de markt aangetrokken nieuw kapitaal.

(392)

De bestaande aandeelhouders van de Bank werden sterk verwaterd door de herkapitalisatie van voorjaar 2013 (maatregel B4). Het aandeel van de bestaande aandeelhouders is inderdaad teruggelopen van 100 % vóór de herkapitalisatie van voorjaar 2013 tot slechts 1,44 %. De Commissie merkt ook op dat de Bank sinds 2008 geen contant dividend heeft betaald. Tot slot staat de Commissie positief tegenover het feit dat het HFSF alleen aanvullend kapitaal zal injecteren als het de Bank niet lukt om dit op de markt aan te trekken tegen een prijs die redelijk wordt geacht en door twee onafhankelijke taxateurs is vastgesteld.

7.6.3.1.3.   Deling in de lasten door de houders van achtergestelde schuld

(393)

De houders van achtergestelde schuld van de Bank hebben bijgedragen aan de herstructureringskosten van de Bank. De Bank heeft verscheidene maatregelen voor passivabeheer uitgevoerd om kapitaal te genereren. Het totale bedrag aan omgewisselde passiva bedroeg 748 miljoen EUR, met een kapitaalswinst van 565 miljoen EUR, zoals beschreven in de overwegingen 122 en 123.

(394)

De nog uitstaande instrumenten zijn onderworpen aan het couponverbod beschreven in overweging 133. Daarom is de Commissie van oordeel dat voor een gepaste deling in de lasten door de particuliere hybride beleggers van de bank is gezorgd en dat in dat opzicht aan de eisen van de Herstructureringsmededeling is voldaan.

(395)

Concluderend is de Commissie, gezien de elementen als ontwikkeld in punt 7.6.1, van mening dat door Griekenland voldoende maatregelen voor de eigen bijdrage en deling in de lasten zijn uitgevoerd om het bedrag van de steunmaatregelen A, B1, B2, B3 en B4 tot het strikt noodzakelijke te beperken.

7.6.3.2.   Beoordeling van de verenigbaarheid van maatregel C met de Bankenmededeling 2013

(396)

De Bankenmededeling 2013 vormt een aanvulling op de Herstructureringsmededeling en roept op tot verhoogde deling in de lasten en de verwerving van kapitaalsteun door banken zodat zij aanvullende maatregelen kunnen nemen om de steun tot het minimum te beperken. Punt 29 van de Bankenmededeling 2013 vereist dat de lidstaat aantoont dat alle maatregelen om dergelijke steun tot het minimum te beperken tot het uiterste zijn benut. Hiertoe moet de lidstaat een plan voor het aantrekken van kapitaal presenteren, zorgen voor toereikende deling in de lasten door de aandeelhouders en de houders van achtergestelde schuld en voorkomen dat middelen voorafgaand aan het besluit tot herstructurering wegstromen. Volgens de Bankenmededeling 2013 moet het plan voor het aantrekken van kapitaal rechtenemissies, vrijwillige maatregelen voor passivabeheer, kapitaal verhogende desinvesteringen, maatregelen voor schuldafbouw en winstinhoudingen behelzen, alsook andere maatregelen zoals bijvoorbeeld een strikt kosten- en beloningsbeleid.

(397)

Punt 47 van de Bankenmededeling 2013 zorgt ervoor dat zodra er kapitaaltekorten zijn vastgesteld een bank de uitstroom van middelen moet voorkomen door middel van een aantal maatregelen die beogen hetzelfde resultaat te waarborgen als reguliere dividend- en couponverboden, overnameverboden, verboden op prijsleiderschap of reclameverboden. De Commissie merkt op dat de Bank al aan dergelijke verboden heeft voldaan, omdat deze zijn opgenomen in de lijst van toezeggingen die door Griekenland is ingediend, zoals beschreven in overweging 133, en dat de Bank sinds 2008 geen contant dividend heeft betaald.

(398)

De toezegging tot herkapitalisatie van 2014 (maatregel C) biedt een buffer voor het opvangen van toekomstige verliezen, zoals bepaald door de stresstest die door de Bank van Griekenland in 2013 is uitgevoerd en op 6 maart 2014 is gepubliceerd. Uit de resultaten van de stresstest blijkt dat de Bank 2 945 miljoen EUR aanvullend kapitaal nodig heeft voor de dekking van haar toekomstige verliezen in een stressscenario. Maatregel C dekt alleen de kapitaalbehoefte die overblijft wanneer i) deze niet kan worden gedekt door middel van verdere desinvesteringen of kapitaalverbeteringsmaatregelen (de Commissie is van mening dat de Bank alle mogelijke desinvesteringen heeft geanalyseerd en alle desinvesteringen heeft toegezegd die de kapitaalbehoeften kunnen verminderen in het kader van het kapitaalplan ingediend bij de Bank van Griekenland) en ii) deze niet wordt gedekt door particuliere investeerders in het kader van de verhoging van het aandelenkapitaal die in april 2014 zal plaatsvinden. Zij levert de Bank daarom geen kapitaaloverschot op.

(399)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 385 tot en met 395 heeft de Bank al vóór de stresstest maatregelen getroffen om de hoeveelheid benodigd kapitaal tot een minimum te beperken. Als het de Bank, in het kader van het huidige ronde voor het aantrekken van kapitaal, lukt om het merendeel van het benodigde kapitaal van particuliere beleggers en de aanvullende steun die door het HFSF wordt uitbetaald onder de 1 miljard EUR te houden, is er geen verdere eigen bijdrage door de Bank nodig. Als de steun die wordt uitbetaald op grond van maatregel C echter boven dat niveau komt, zou het passend zijn dat de Bank meer activiteiten afstoot.

(400)

Wat betreft de deling in de lasten bepaalt de Bankenmededeling 2013 dat voldoende deling in de lasten bijdragen van aandeelhouders, hybride kapitaalhouders en houders van achtergestelde schuld vergt voordat er staatssteun in de vorm van kapitaalsteun wordt verleend. De Commissie wijst erop dat Griekenland haar nationaal wetgevingskader heeft gewijzigd om ervoor te zorgen dat houders van achtergestelde schuld in de herstructureringskosten van de Bank bijdragen voordat enig aanvullend kapitaal in de Bank wordt geïnjecteerd. De Commissie merkt ook op dat Griekenland de toezegging heeft gedaan de maatregelen uit te voeren bedoeld in artikel 6 bis van de HFSF-wet, zoals gewijzigd in 2014, dat voorziet in de toerekening, voor zover nodig, van het kapitaaltekort aan de houders van de kapitaalinstrumenten en andere achtergestelde passiva van de bank. Hoewel een dergelijke deling in de lasten pas plaatsvindt na de datum van toezegging tot herkapitalisatie van 2014 (maatregel C), is de Commissie op basis van punt 45 van de Bankenmededeling 2013 van mening dat er een onevenredige situatie zou ontstaan als de verplichte omzetting van achtergestelde schuld- en hybride kapitaalinstrumenten al moest gebeuren op het moment van de toezegging. Als de Bank voldoende particulier kapitaal zou aantrekken om haar volledige kapitaalbehoefte als bepaald door de stresstest van de Bank van Griekenland te dekken, zou de omzetting van de houders van achtergestelde schuld onevenredig zijn. De toezegging van Griekenland voor een bail-in van de houders van achtergestelde schuld voordat er daadwerkelijk kapitaalsteun aan de Bank is uitbetaald, is dus voldoende om een correcte deling in de lasten te waarborgen.

(401)

Bovendien deed Griekenland, om te garanderen dat de eigenaars van de Bank maximaal deelnemen aan het herstel van een voldoende kapitaalbasis tijdens de herstructureringsperiode, de toezegging dat de Bank tot het einde van de herstructureringsperiode de dividenden zal inhouden en geen coupons zal uitbetalen die niet wettelijk verplicht zijn. Derhalve zal de Bank, in overeenstemming met punt 26 van de Herstructureringsmededeling en punt 47 van de Bankenmededeling 2013, geen staatssteun gebruiken om het eigen vermogen te vergoeden als er onvoldoende winst voor dergelijke betalingen wordt behaald.

(402)

De Bank heeft ook toegezegd dat zij tot 31 december 2017 aan geen enkele werknemer of manager een totale jaarlijkse beloning zal betalen (loon, pensioenbijdrage, bonus) die hoger is dan de totale jaarlijkse vergoeding van de gouverneur van de Bank van Griekenland (als de gouverneur vrijwillig van een gedeelte van zijn beloning zou afzien, wordt hiermee geen rekening gehouden). Griekenland heeft bovendien toegezegd dat als het HFSF op aandelen van de Bank moet inschrijven, er een salarisgrens zal worden toegepast overeenkomstig de Bankenmededeling 2013 (151).

(403)

De Commissie moet beoordelen of deze toezegging, die betrekking heeft op twee scenario’s, voldoet aan de eisen van de Bankenmededeling 2013.

(404)

In het eerste scenario, waar het HFSF niet daadwerkelijk nieuw kapitaal in de Bank injecteert, zal de steun die is vastgelegd in maatregel C worden beperkt tot de garantie van een kapitaalverhoging en zal het HFSF geen euro uitbetalen, aangezien op alle nieuwe aandelen door particuliere beleggers zal worden ingeschreven. In de Bankenmededeling 2013 wordt bepaald dat de beperking van de vergoeding beëindigd kan worden wanneer de steun is terugbetaald. De steun die gepaard gaat met een dergelijke garantie voor een toekomstige kapitaalverhoging kan echter niet worden terugbetaald wanneer de betrokken toezegging nooit is uitgevoerd (aangezien door de staat nooit geld aan de Bank is betaald). Onder dergelijke omstandigheden kan de Commissie aanvaarden dat gedurende een vastgestelde tijdsperiode een beperking van de vergoeding geldt. De Commissie is van mening dat de toezegging van Griekenland, die tot 31 december 2017 geldt (dat wil zeggen gedurende drie jaar en acht maanden en eindigend één jaar vóór het einde van het herstructureringsplan), een correcte toepassing is van het laatste lid van punt 38 van de Bankenmededeling 2013. Omdat de jaarlijkse vergoeding van de gouverneur van de Bank van Griekenland lager is dan het maximum als vastgesteld in de tweede alinea van punt 38 van de Bankenmededeling 2013, en omdat die toezegging voor de hele groep geldt, meent de Commissie dat de door Griekenland voorgestelde toezegging voor het geval waarin het HFSF niet op aandelen intekent in het kader van de geplande kapitaalverhoging in overeenstemming is met punt 38 van de Bankenmededeling 2013.

(405)

In het tweede scenario, waar het HFSF op enig aandeel van de bank zou moeten inschrijven, heeft Griekenland zich verplicht om de toezegging te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de Bankenmededeling 2013. De Commissie merkt op dat, als het HFSF op enig aandeel zou inschrijven, om in overeenstemming te blijven met de Bankenmededeling 2013, de duur van de vergoedingsbeperking zou worden gewijzigd en deze zou lopen tot het einde van het herstructureringsplan — 31 december 2018 — of, indien deze datum vroeger valt, een transactie die gelijkwaardig ia aan de terugbetaling van de steun. Aangezien gewone aandelen niet door de Bank kunnen worden terugbetaald, aanvaardt de Commissie dat een verkoop van de aandelen op de secundaire markt met winst als gelijkwaardig aan terugbetaling van de steun kan worden beschouwd.

(406)

Tot besluit, in beide scenario’s voldoet de toezegging van Griekenland betreffende de beperking van de vergoeding aan de eisen van de Bankenmededeling 2013.

(407)

Wat betreft de vergoeding van de staat vereist de Verlengingsmededeling 2011 dat nieuwe aandelen tegen een korting op de marktprijs worden uitgegeven, na correctie voor verwatering. De Commissie merkt op dat het doel van dit vereiste is te garanderen dat de staat een voldoende vergoeding voor haar belang in de Bank ontvangt en dat de historische aandeelhouders dienovereenkomstig worden verwaterd. In het geval van maatregel C is de staat al de belangrijkste aandeelhouder van de Bank, aangezien hij meer dan 90 % van de aandelen in bezit heeft. Daarom zou een overmatige korting op de marktprijs de vergoeding van de staat voor maatregel B4 doen verminderen en kan deze leiden tot steun aan de beleggers als voor de korting de waarde van de Bank wordt onderschat. Om een dergelijke situatie te voorkomen kan de inschrijfprijs niet lager zijn dan een bodemprijs vast te stellen op basis van twee beoordelingen door onafhankelijke taxateurs. De gedetailleerde regelingen betreffende de prijsbepaling beschermen het HFSF derhalve tegen overmatige verwatering door de nieuwe beleggers, en garanderen dat het HFSF op nieuwe aandelen inschrijft tegen een prijs die overeenstemt met de waarde van de Bank. Onder deze omstandigheden kan de Commissie accepteren dat de nieuwe aandelen worden uitgegeven tegen een lagere korting op de huidige marktprijs dan beoogd in de Verlengingsmededeling 2011, en meent zij dat de bodemprijs acceptabel is.

(408)

Als de aandelen waren uitgegeven tegen een hogere prijs, bestond het risico dat particuliere beleggers werden ontmoedigd om deel te nemen aan de verhoging van het aandelenkapitaal en zou het aantrekken van particuliere kapitaal zijn beperkt.

(409)

Daarom acht de Commissie het niveau van de eigen bijdrage en de deling in de lasten gepast voor maatregel C.

7.6.3.3.   Conclusie inzake eigen bijdrage en deling in de lasten

(410)

De Commissie merkt op dat, in vergelijking met de totale van de staat ontvangen herkapitalisatie, de eigen bijdrage en de deling in de lasten door de verkoop van activa veel lager is dan de niveaus die de Commissie normaal gesproken toereikend zou achten. Gezien de elementen die in punt 7.6.1 uiteen zijn gezet, op grond waarvan de Commissie een lagere eigen bijdrage en deling in de lasten kan accepteren, kan echter worden geoordeeld dat het herstructureringsplan voldoende maatregelen bevat betreffende de eigen bijdrage en de deling in de lasten.

(411)

Het herstructureringsplan is ook in overeenstemming met de eisen van de Bankenmededeling 2013 met betrekking tot maatregel C.

7.6.4.   Maatregelen ter beperking van de mededingingsvervalsing

(412)

De Herstructureringsmededeling vereist een herstructureringsplan met maatregelen ter beperking van de mededingingsvervalsing en ter waarborging van een concurrerend bankwezen. Bovendien moeten deze maatregelen ook morelerisicokwesties aanpakken en ervoor zorgen dat staatssteun niet wordt gebruikt voor de financiering van concurrentiebeperkend gedrag.

(413)

Punt 31 van de Herstructureringsmededeling stelt dat de Commissie bij de beoordeling van het steunbedrag en de daaruit voortvloeiende mededingingsvervalsing rekening dient te houden met het absolute en relatieve bedrag van de ontvangen staatssteun en met de mate van deling in de lasten en de positie van de financiële instelling op de markt na de herstructurering. In dat opzicht herinnert de Commissie eraan dat de Bank kapitaal van de staat ter hoogte van 16 % van haar RWA (exclusief maatregel C) heeft ontvangen. Met maatregel C krijgt de Bank de toezegging van een aanvullende kapitaalinjectie van 2 864 miljard EUR, waardoor de totale kapitaalsteun op 23,7 % van de RWA van de Bank uitkomt. Naast kapitaalsteun heeft de Bank ook liquiditeitssteun ontvangen. De Bank heeft liquiditeitsgaranties ontvangen die op 15 april 201113 600 miljoen EUR en 13 932 miljoen EUR op 30 november 2013 bedroegen, wat op dat moment 17 % van de balans van de Bank vertegenwoordigde. De Bank maakte ook gebruik van door de staat gegarandeerde ELA voor een bedrag van 12 miljard EUR vanaf 31 december 2012, wat op dat moment 18 % van de balans van de Bank vertegenwoordigde. De noodzaak tot het uitvoeren van maatregelen ter beperking van mogelijke mededingingsvervalsing is dus gerechtvaardigd gezien het relatief grote steunbedrag. Bovendien is het marktaandeel van de Bank in Griekenland groot, met een marktaandeel van 17 % voor kredieten en 12 % voor deposito’s op 31 december 2012. Door de overnames van New TT Bank en Nea Proton Bank steeg het marktaandeel van de Bank in september 2013 tot 20,7 % voor kredieten en 18,8 % voor deposito’s (152).

(414)

De Commissie herinnert eraan dat de moeilijkheden van de Bank voornamelijk door externe schokken zijn veroorzaakt, zoals de Griekse staatsschuldencrisis en de langdurige recessie die de Griekse economie sinds 2008 hebben ontwricht, zoals in overweging 69 van het besluit tot inleiding Eurobank werd geconstateerd. De noodzaak om morelerisicokwesties aan te pakken wordt minder, aangezien de Bank geen buitensporige risico’s lijkt te hebben genomen. Zoals besproken in punt 7.6.1 is het verstorende effect van de steunmaatregelen gezien deze factoren lager en is dus de noodzaak voor maatregelen tot beperking van concurrentieverstoringen ook minder. Om die redenen kan de Commissie bij wijze van uitzondering aanvaarden dat het herstructureringsplan, ondanks het hoge steunbedrag, niet voorziet in een verlaging van de balans en de kredieten in Griekenland.

(415)

De Commissie merkt echter op dat de Bank door de herkapitalisaties door de staat in staat was haar bancaire activiteiten op buitenlandse markten en de verzekeringsactiviteiten in Griekenland voort te zetten.

(416)

In dat verband wijst de Commissie op de toezegging van de Bank om, naast de al uitgevoerde schuldafbouw en herstructurering, haar verzekeringsactiviteiten tegen […] te verkopen, en haar toezegging om de omvang van haar internationale activa tegen 31 december 2018 te reduceren, die waarschijnlijk zal leiden tot verdere desinvesteringen in […] en […], en haar toezegging om geen gebruik te maken van steun voor het financieren van de groei van deze activiteiten. De Commissie vindt het evenredig dat de vermindering van de buitenlandse activa groter wordt als het HFSF, op grond van maatregel C, aan de Bank aanvullende kapitaalsteun van meer dan 1 miljard EUR verstrekt. Zoals aangegeven in overweging 295 zou een dergelijke betaling de steun meer verstorend maken dan een loutere toezegging tot het deelnemen aan de kapitaalverhoging. Als de aanvullende kapitaalinjectie echter minder dan 1 miljard EUR bedraagt, zou dit leiden tot een grotere participatie van particuliere beleggers voor een bedrag van ten minste 1,5 miljard EUR. Bovendien zou de grotere particuliere deelname neerkomen op een verdere deling in de lasten, zoals uiteengezet in overweging 388. Punt 31 van de Herstructureringsmededeling stelt dat er bij de beoordeling van maatregelen tot deling in de lasten rekening zal worden gehouden met de prijs die is betaald voor door de staat verleende steun en met de mate van deling in de lasten. Als het HFSF minder dan 1 miljard EUR injecteert, zullen verdere verstoringen van de mededinging daarom beperkt blijven.

(417)

Griekenland heeft ook een overnameverbod toegezegd, dat ervoor moet zorgen dat de Bank de ontvangen staatssteun niet zal gebruiken voor de overname van nieuwe activiteiten. Dat verbod draagt ertoe bij dat de steun strikt wordt gebruikt ter ondersteuning van het herstel van de levensvatbaarheid van de Griekse bancaire activiteiten en niet, bijvoorbeeld, voor groei op buitenlandse markten.

(418)

De toezegging tot het verlagen van de onhoudbaar hoge rente die werd betaald op Griekse deposito’s zorgt er ook voor dat de steun niet zal worden gebruikt voor de financiering van niet-houdbare strategieën voor het aantrekken van deposito’s, die de concurrentie op de Griekse markt verstoren. Ook de toezegging tot het uitvoeren van strikte richtsnoeren met betrekking tot de prijsstelling van nieuwe kredieten op basis van een goede kredietrisicobeoordeling, zal voorkomen dat de Bank de mededinging op de Griekse markt verstoort met ongepaste prijsstellingen voor leningen aan klanten.

(419)

Rekening houdend met de specifieke situatie die wordt beschreven in punt 7.6.1 en de maatregelen in het herstructureringsplan, is de Commissie van mening dat er voldoende waarborgen zijn voor beperking van de mededingingsvervalsing.

7.7.   VOORTGANGSRAPPORTAGE

(420)

Overeenkomstig punt 5 van de Herstructureringsmededeling zijn er periodieke verslagen vereist, zodat de Commissie kan verifiëren of het herstructureringsplan naar behoren wordt uitgevoerd. Zoals aangegeven in de toezeggingen (153) zal Griekenland ervoor zorgen dat de monitoring trustee, die al door de Bank is benoemd met goedkeuring van de Commissie, toezicht zal houden op de door Griekenland gedane toezeggingen betreffende de herstructurering van de activiteiten in Griekenland en in het buitenland, alsook betreffende corporate governance en de commerciële activiteiten. De Commissie is daarom van mening dat passend toezicht op de uitvoering van het herstructureringsplan is gewaarborgd.

8.   CONCLUSIE

(421)

De Commissie is van mening dat Griekenland de steunmaatregelen SA.34825 (2012/C), SA.34825 (2014/N), SA.36006 (2013/NN), SA.34488 (2012/C, ex 2012/NN) SA.31155 (2013/C) (2013/NN) op onrechtmatige wijze heeft uitgevoerd, in strijd met artikel 108, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezien zij vóór hun formele kennisgeving werden uitgevoerd. De Commissie is echter van mening dat het herstructureringsplan, bezien in samenhang met de toezeggingen in de bijlagen, zorgt voor het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn van de Bank, volstaat met betrekking tot de deling in de lasten en de eigen bijdrage, en geschikt en evenredig is voor de neutralisatie van de verstorende effecten op de mededinging van de steunmaatregelen die in dit besluit zijn onderzocht. Het herstructureringsplan en de ingediende toezeggingen voldoen aan de criteria van de Herstructureringsmededeling. De steunmaatregelen kunnen daarom als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De volgende door Griekenland uitgevoerde of geplande maatregelen vormen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag:

a)

de noodliquiditeitssteun verstrekt aan Eurobank Ergasias SA. („Eurobank”) door de Bank van Griekenland en gegarandeerd door de Helleense Republiek (maatregel L2);

b)

de tweede overbruggingsherkapitalisatie van 1 341 miljoen EUR die door het Griekse fonds voor financiële stabiliteit („HFSF”) in december 2012 aan Eurobank is toegekend (maatregel B2);

c)

de toezeggingsbrief van 528 miljoen EUR die op 21 december 2012 door het HFSF aan Eurobank is toegekend (maatregel B3);

d)

de herkapitalisatie van 5 839 miljoen EUR die in mei 2013 door het HFSF aan Eurobank is toegekend (maatregel B4);

e)

de door het HFSF verleende toezegging tot herkapitalisatie van 2 864 miljoen EUR naar aanleiding van de verhoging van het aandelenkapitaal van 2 864 miljoen EUR die op 12 april 2014 door de buitengewone vergadering van aandeelhouders op grond van Wet HFSL 3864/2010, als gewijzigd, werd goedgekeurd (maatregel C);

f)

de kapitaalinjectie van 395 miljoen EUR die op 28 augustus 2013 door het HFSF aan Nea Proton Bank werd toegekend (maatregel NP3);

2.   Gezien het herstructureringsplan betreffende de Eurobank Groep (Eurobank Ergasias SA en al haar dochterondernemingen (Griekse en niet-Griekse bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen en bijkantoren) ingediend op 16 april 2014 en de toezeggingen van Griekenland op 16 april 2014, is de volgende staatssteun verenigbaar met de interne markt:

a)

de kapitaalinjectie van 950 miljoen EUR die in mei 2009 door Griekenland aan Eurobank werd toegekend op grond van de herkapitalisatieregeling (maatregel A);

b)

de noodliquiditeitssteun die door de Bank van Griekenland aan Eurobank werd verstrekt en sinds juli 2011 door Griekenland werd gegarandeerd voor een bedrag van 12 miljard EUR, met ingang van 31 december 2012 (maatregel L2);

c)

de eerste overbruggingsherkapitalisatie van 3 970 miljoen EUR die door het HFSF in mei 2012 aan Eurobank werd toegekend (maatregel B1);

d)

de tweede overbruggingsherkapitalisatie van 1 341 miljoen EUR die in december 2012 door het HFSF aan Eurobank werd toegekend (maatregel B2);

e)

de toezeggingsbrief van 528 miljoen EUR die op 21 december 2012 door het HFSF aan Eurobank is toegekend (maatregel B3);

f)

de herkapitalisatie van 5 839 miljoen EUR die in mei 2013 door het HFSF aan Eurobank is toegekend (maatregel B4);

g)

de door het HFSF aan Eurobank verleende toezegging voor een herkapitalisatie van 2 864 miljoen EUR naar aanleiding van de aandelenkapitaalverhoging van 2 864 miljoen EUR die op 12 april 2014 door de buitengewone vergadering van aandeelhouders werd goedgekeurd op grond van Wet HFSL 3864/2010, als gewijzigd (maatregel C);

h)

de kapitaalinjectie van 80 miljoen EUR die in mei 2009 door Griekenland aan Proton Bank werd toegekend (maatregel Pr1);

i)

de financiering door het Griekse garantiefonds voor deposito’s en beleggingen (HDIGF) en het HFSF van het totale financieringstekort van 1 121,6 miljoen EUR, dat het gevolg was van de overdracht van activiteiten van Proton Bank aan Nea Proton Bank, in oktober 2011 en mei 2012 (maatregel NP1);

j)

de totale kapitaalinjectie van 515 miljoen EUR die in oktober 2011, februari 2012, augustus 2012 en december 2012 door het HFSF aan Nea Proton Bank werd toegekend (maatregel NP2);

k)

de kapitaalinjectie van 395 miljoen EUR die op 28 augustus 2013 door het HFSF aan Nea Proton Bank werd toegekend (maatregel NP3);

l)

de financiering door het HDIGF en het HFSF van het totale financieringstekort van 677 miljoen EUR, dat het gevolg was van de overdracht van activiteiten van T Bank aan Hellenic Postbank („TT Bank”), in december 2011 en februari 2013 (maatregel T);

m)

de kapitaalinjectie van 224,96 miljoen EUR die door Griekenland in mei 2009 aan TT Bank werd toegekend (maatregel TT);

n)

de financiering door het HDIGF van het totale financieringstekort van 3 732,6 miljoen EUR, dat het gevolg was van de overdracht van activiteiten van TT Bank aan Hellenic Postbank („New TT Bank”), in januari en februari 2013 (maatregel NTT1);

o)

de kapitaalinjectie van 500 miljoen EUR die op 29 januari 2013 door het HFSF aan New TT Bank werd toegekend (maatregel NTT2);

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.

Gedaan te Brussel, 29 april 2014.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)  Besluit van de Commissie van 27 juli 2012 betreffende steunmaatregel SA.34825 (2012/C) (ex 2012/NN) — Herkapitalisatie van EFG Eurobank door het Griekse fonds voor financiële stabiliteit (PB C 359 van 21.11.2012, blz. 31), Besluit van de Commissie van 26 juli 2012 betreffende steunmaatregel SA.34488 (2012/C) (ex 2012/NN) — Steun ten behoeve van Nea Proton Bank door de oprichting en kapitalisatie van Nea Proton Bank en inleiding van de formele onderzoeksprocedure (PB C 357 van 20.11.2012, blz. 26), Besluit van de Commissie van 6 mei 2013 betreffende steunmaatregel SA.31155 (2013/C) (ex 2013/NN (ex 2010/N) — „Staatssteun aan Hellenic Postbank SA middels de oprichting en kapitalisatie van de brugbank „New Hellenic Postbank SA” (PB C 190 van 29.6.2013, blz. 70).

(2)  Eurobank Ergasias SA en al haar dochterondernemingen (Griekse en niet-Griekse bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen en bijkantoren).

(3)  De „Bank” verwijst naar de Eurobank Groep

(4)  Besluit van de Commissie van 19 november 2008 betreffende steunmaatregel N 560/08 „ Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 125 van 5.6.2009, blz. 6). De zaak werd geregistreerd onder nummer SA.26678 (N 560/08). Deze regeling werd vervolgens verlengd en gewijzigd, zoals beschreven in voetnoot 6.

(5)  Op de jaarlijkse algemene vergadering van 29 juni 2012 werd besloten om de bedrijfsnaam EFG Eurobank Ergasias SA te wijzigen in Eurobank Ergasias S.A.

(6)  Op 2 september 2009 heeft Griekenland een aantal wijzigingen van de steunmaatregelen en een verlenging tot en met 31 december 2009 aangemeld, die op 18 september 2009 werden goedgekeurd (zie het Besluit van de Commissie van 18 september 2009 betreffende steunmaatregel N 504/09 „ Prolongation and amendment of the Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 264, 6.11.2009, blz. 3)). Op 25 januari 2010 keurde de Commissie een tweede verlenging van de steunmaatregelen tot 30 juni 2010 goed (zie het Besluit van de Commissie van 25 januari 2010 betreffende steunmaatregel N 690/09 „ Prolongation of the Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 57 van 9.3.2010, blz. 4)). Op 30 juni 2010 keurde de Commissie een aantal wijzigingen van de steunmaatregelen en een verlenging tot 31 december 2010 goed (zie het Besluit van de Commissie van 30 juni 2010 betreffende steunmaatregel N 260/10 „ Extension of the Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 238 van 3.9.2010, blz. 1)). Op 21 december 2010 keurde de Commissie een verlenging van de steunmaatregelen tot 30 juni 2011 goed (zie het Besluit van de Commissie van 21 december 2010 betreffende steunmaatregel SA.31998 (2010/N) „ Fourth extension of the Support measures for the credit Institutions in Greece ” (PB C 53 van 19.2.2011, blz. 1)). Op 4 april 2011 keurde de Commissie een wijziging goed (zie het Besluit van de Commissie van 4 april 2011 betreffende steunmaatregel SA.32767 (11/N) „ Amendment to the Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 164 van 2.6.2011, blz. 5)). Op 27 juni 2011 keurde de Commissie een verlenging van de steunmaatregelen tot 31 december 2011 goed (zie het Besluit van de Commissie van 27 juni 2011 betreffende steunmaatregel SA.33153 (11/N) „ Fifth prolongation of the Support measures for the credit Institutions in Greece ” (PB C 274 van 17.9.2011, blz. 3)). Op 6 februari 2012 keurde de Commissie een verlenging van de steunmaatregelen tot 30 juni 2012 goed (zie het Besluit van de Commissie van 6 februari 2012 betreffende steunmaatregel SA.34149 (11/N) „ Sixth prolongation of the Support Measures for the Credit Institutions in Greece ” (PB C 101 van 4.4.2012, blz. 1)). Op 6 juli 2012 keurde de Commissie een verlenging van de steunmaatregelen tot 31 december 2012 goed (zie het Besluit van de Commissie van 6 juli 2012 betreffende steunmaatregel nummer SA.35002 (12/N) „ Prolongation of the Support Scheme for Credit Institutions in Greece ” (PB C 77 van 15.3.2013, blz. 12)). Op 22 januari 2013 keurde de Commissie een verlenging van de garantieregeling en de obligatieleningsregeling tot 30 juni 2013 goed (zie het Besluit van de Commissie van 22 januari 2013 betreffende steunmaatregel nummer SA.35999 (12/N) — Griekenland „ Prolongation of the Guarantee Scheme and the Bond Loan Scheme for Credit Institutions in Greece ” (PB C 162 van 7.6.2013, blz. 3)). Op 25 juli 2013 keurde de Commissie een verlenging van de garantieregeling en de obligatieleningsregeling tot 31 december 2013 goed (zie besluit van de Commissie van 25 juli 2013 betreffende steunmaatregel nummer SA.36956 (2013/N) — Griekenland „ Prolongation of the Guarantee Scheme and the Bond Loan Scheme for Credit Institutions in Greece ” (nog niet bekendgemaakt). Op 14 januari 2014 keurde de Commissie een verlenging van de garantieregeling en de obligatieleningsregeling tot 30 juni 2014 goed (zie het Besluit van de Commissie van 14 januari 2014 betreffende steunmaatregel nummer SA. 37958 (2013/N) — Griekenland „ Prolongation of the Guarantee Scheme and the Bond Loan Scheme for Credit Institutions in Greece ’ (nog niet bekendgemaakt).

(7)  Zie het Besluit van de Commissie van 27 juli 2012 betreffende steunmaatregel SA. 34825 (2012/C), „Herkapitalisatie van EFG Eurobank door het Griekse fonds voor financiële stabiliteit” (PB C 359 van 21.11.2012, blz. 31).

(8)  Persbericht HFSF, 24 december 2012, online beschikbaar op: http://www.hfsf.gr/files/press_release_20121224_en.pdf

(9)  De kennisgeving werd ingeschreven onder nummer SA.34825 (2014/NN).

(10)   PB C 357 van 20.11.2012, blz. 26.

(11)   PB C 190 van 29.6.2013, blz. 70.

(12)  Het financieringstekort werd later opnieuw beoordeeld en volgens besluit 11/1/ 21.5.2013 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland werd het definitief vastgesteld op 3 732,6 miljoen EUR.

(13)  Het financieringstekort slaat op het verschil tussen de waarde van de activa die aan de nieuwe bank zijn overgedragen en de nominale waarde van de passiva die daaraan zijn overgedragen.

(14)  Europese Commissie — Directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken. The Second Economic Adjustment Programme for Greece — maart 2012, blz. 17, online beschikbaar op: http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/occasional_paper/2012/pdf/ocp94_en.pdf

(15)  Zie deel II „The restructuring of the Greek Sovereign Debt” van het Report on the Recapitalisation and Restructuring of the Greek Banking Sector, Bank van Griekenland, december 2012, online beschikbaar op: http://www.bankofgreece.gr/BogEkdoseis/Report_on_the_recapitalisation_and_restructuring.pdf

(16)  Persbericht van het ministerie van Financiën van 9 maart 2012, online beschikbaar op: http://www.pdma.gr/attachments/article/80/9%20MARCH%202012%20-%20RESULTS.pdf

(17)  De tier 1-kernkapitaalratio van een bank is één van de kapitaalratio’s op basis van de regelgeving die door de toezichthouder in het kader van de kapitaalvereistenrichtlijn wordt bewaakt.

(18)  Zie voetnoot 14, blz. 106.

(19)  Zie voetnoot 15.

(20)  Zie voetnoot 14, blz. 104.

(21)  Zie voetnoot 15.

(22)  De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken vormen samen het Eurosysteem, het centrale banksysteem van de eurozone.

(23)  Perscommuniqué van het ministerie van Financiën van 3 december 2012, online beschikbaar op: http://www.pdma.gr/attachments/article/248/Press%20Release%20-%20December%2003.pdf. Die terugkoop van haar eigen schuld tegen een prijs fors onder pari heeft tot een aanzienlijke schuldvermindering voor Griekenland geleid.

(24)  Als een dergelijke terugkoop niet had plaatsgevonden, had de marktwaarde van deze obligaties kunnen stijgen, afhankelijk van de evolutie van de marktparameters, zoals de rentevoeten en de kans op in gebreke blijven van Griekenland.

(25)  Inclusief het verwachte verlies van de nieuw af te sluiten kredieten in Griekenland over de periode juni 2013 tot december 2016.

(26)  Het effect van de CLP’s voor buitenlandse risico’s werd berekend na buitenlandse belastingen en rekening houdend met de op dat moment door Griekenland aan de Commissie voorgestelde toezeggingen inzake desinvesteringen.

(27)  Reserves voor kredietverliezen van NBG per juni 2013, pro-forma voor de voorzieningen van FBB en Probank.

(28)  Reserves voor kredietverliezen van Eurobank per juni 2013, pro-forma voor de voorzieningen van New Hellenic Postbank en New Proton Bank, die de Bank in augustus 2013 heeft overgenomen.

(29)  http://www.eurobank.gr/online/home/generic.aspx?id=323&mid=347&lang=en

(30)  Zie tabel 2.

(31)  Het eigen vermogen voor 2010, 2011 en 2012 is inclusief 950 miljoen EUR aan preferente aandelen die in 2009 door Griekenland werden toegekend; de bedragen zijn exclusief de twee overbruggingsherkapitalisaties die de Bank in 2012 heeft ontvangen, voor een bedrag van 5 311 miljoen EUR. Het eigen vermogen voor 31 december 2013 is inclusief de herkapitalisatie van mei 2013 (toen de twee overbruggingsherkapitalisaties werden omgezet in gewone aandelen).

(32)  Zie tabel 2.

(*1)  Vertrouwelijke informatie.

(33)  Het aanvankelijke plan voor het aantrekken van kapitaal was minder ambitieus, aangezien de Bank bijvoorbeeld van plan was een belangrijke aanwezigheid in […] te behouden en alleen de afstoting van […]% van haar verzekeringsdochter had toegezegd.

(34)  Beschikking 20/3/ 9.10.2011 van de Commissie voor kredieten en verzekeringen van de Bank van Griekenland.

(35)  Beschikking 9250/9.10.2011 van de minister van Financiën tot oprichting van de tussentijdse kredietinstelling met de naam „Nea Proton Bank SA” (Grieks Staatsblad FEK B’ 2246/2011).

(36)  Het initiële aandelenkapitaal werd overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 oktober 2011 in twee termijnen betaald; 220 miljoen EUR op 9 oktober 2011 en 30 miljoen EUR op 3 februari 2012. Zie HFSF, Annual Financial report for the period from 1.1.2012 to 31.12.2012 , augustus 2013, online beschikbaar op: http://www.hfsf.gr/files/hfsf_annual_report_2012_en.pdf

(37)  De risicogewogen activa is een regelgevingsgrootheid die de risicoblootstelling van een financiële instelling meet, en die wordt gebruikt door toezichthouders voor het bewaken van de solvabiliteit van financiële instellingen.

(38)  Zie artikel 63E, lid 9, van Wet 3601/2007.

(39)  Beschikking 7/3/ 18.1.2013 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland.

(40)  Beschikking nr. 2124/B95/18.1.2013 van de minister van Financiën tot oprichting van de tussentijdse kredietinstelling met de naam „New TT Hellenic Postbank SA”(Grieks Staatsblad, FEK B’ 74/2013).

(41)  Bijlage 1, artikel 1, ιγ (13), van Ministerieel besluit 2124/B95/2013.

(42)  Deloitte voerde op 30 augustus 2013 een waardering uit van de nettowaarde van de activa van New TT Bank, en op 15 november 2013 betaalde het HFSF het bedrag van 54,9 miljoen EUR in contanten aan de Bank uit, zoals aangegeven in het activiteitenverslag van het Griekse fonds voor financiële stabiliteit betreffende de periode juli-december 2013, blz. 2, online beschikbaar op: http://www.hfsf.gr/files/HFSF_activities_Jul_2013_Dec_2013_en.PDF

(43)  Het definitieve aantal aandelen dat door het HFSF werd ontvangen, werd vastgesteld op basis van de naar volume gewogen gemiddelde prijs van de aandelen van de Bank op de effectenbeurs van Athene over de tien werkdagen voorafgaand aan de buitengewone algemene vergadering (met een minimum van 1 418 750 000 aandelen). Zie voetnoot 31.

(44)  Volgens het rapport over de werking van de garantiemaatregel en de maatregel voor obligatiekredieten dat door het ministerie van Financiën op 13 december 2013 werd ingediend.

(45)  950 miljoen EUR is het bedrag na aftrek van de onkosten. Het bedrag was 950,125 miljoen EUR. Zie Annual Financial Report for the year ended 31 December 2009 van Eurobank, blz. 6, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/REPORTSITE %202009Final1.pdf

(46)  Volgens de brief van de Bank van Griekenland van 7 november 2011 zijn er „garanties van toepassing op het totale bedrag van de noodliquiditeitssteun (ELA)”.

(47)  Informatie verstrekt door de Bank van Griekenland op 7 april 2014.

(48)  In de voorinschrijvingsovereenkomst wordt bepaald dat: „Het daadwerkelijke aan de Bank te betalen risico omvat mede de EFSF-obligaties en alle couponbetalingen en lopende rente op de EFSF-obligaties voor de periode vanaf de uitgifte van de obligaties tot de omzetting van het voorschot in aandelenkapitaal en andere converteerbare financiële instrumenten, zoals voorgeschreven in deze overeenkomst”.

(49)  Zie tabel 3.

(50)  Aankondiging van Eurobank van 30 april 2013 over de resoluties van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Bank op 30.4.2013, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/ΑΠΟΦΑΣΕΙΣ%20ΕΓΣ%2030%204 %202013_ENG(FINAL).pdf

(51)  Zie overweging 57.

(52)  http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/EGM_12042014_RESOLUTIONSVOTING_RESULTS_ENG(FINAL).pdf

(53)  http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Press_Release_Capital_increase_ENG_(04042014)_FINAL.pdf

(54)  http://www.hfsf.gr/files/press_release_20140415_en.pdf

(55)  http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Press_Release_Commitment_Letter_ENG.pdf

(56)  http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/PRICE_RANGE_ENG_FINAL.pdf

(57)  Beschikking 2/3/ 9.4.2012 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland.

(58)  Het resterende bedrag werd door het HFSF betaald, aangezien volgens artikel 9, lid 12, van Wet 4051/2012, als van toepassing, deze laatste vanaf 29 februari 2012 het HDIGF verving in zijn rol van het dekken van het financieringstekort.

(59)  Zie overweging 53.

(60)  De maatregel werd beoordeeld als staatssteun die ten goede komt aan de activiteiten van T Bank die aan TT Bank werden overgedragen, in het besluit van de Commissie van 16 mei 2012 betreffende steunmaatregel nummer SA.34115 (12/NN) — Griekenland, „Afwikkeling van T-bank” („T Bank-besluit”), (PB C 284, 20.9.2012, blz. 6), en het besluit tot inleiding New TT.

(61)  Het aanvankelijke financieringstekort werd geschat op 700 miljoen EUR, volgens besluit 26/2/ 17.12.2011 van de Commissie voor kredieten en verzekeringen van de Bank van Griekenland.

(62)  Beschikking 2/1/ 9.4.2012 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland.

(63)  Zie voetnoot 53.

(64)  Wat betreft het bedrag van 227 miljoen EUR dat door het HFSF aan New TT Bank werd betaald, wordt in het besluit van de Commissie betreffende afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland van 3 mei 2012 bepaald dat in overeenstemming met artikel 9, lid 12, van Wet 4051/2012, het HFSF in plaats van het HDIGF verplicht was tot betaling van niet alleen de nieuwe, maar ook de lopende door het HDIGF niet-nagekomen verplichtingen, tot de vaststelling van Wet 4051/2012 op 29 februari 2012. Het HFSF heeft daarom bij de Raad van State een aanvraag ingediend voor nietigverklaring van de desbetreffende beschikking van de Bank van Griekenland. Om die reden deed New TT Bank aan het HFSF per brief van 11 februari 2013 de toezegging dat als het Hof ten gunste van het HFSF zou beslissen, New TT Bank het bedrag van 227 miljoen EUR aan het HFSF zou terugbetalen. Zie voetnoot 31, blz. 6 en 48.

(65)  Het aanvankelijke financieringstekort werd geschat op ongeveer 4 096 miljoen EUR, volgens besluit 7/1/ 18.1.2013 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland.

(66)  Beschikking 11/1/ 21.5.2013 van de Commissie afwikkelingsmaatregelen van de Bank van Griekenland.

(67)  EFG Eurobank, jaarverslag 2010, blz. 9, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Eurobank%20FIN%20AR%202010%20en.pdf

(68)  Herstructureringsplan, blz. 50, gebaseerd op netto kredieten.

(69)  Herstructureringsplan, blz. 62-63.

(70)  Herstructureringsplan, blz. 64 (cijfers 2012 op pro-formabasis).

(71)  Indiening door de Bank op 10 september 2013.

(72)  Herstructureringsplan, blz. 64.

(73)  Herstructureringsplan, blz. 61.

(74)  Financiële prognoses als bijlage bijgevoegd bij het herstructureringsplan, bij de Commissie op 16 april 2014 aangemeld.

(75)  Herstructureringsplan, blz. 76.

(76)  Zie voetnoot 69.

(77)  Herstructureringsplan, blz. 62.

(78)  Herstructureringsplan, blz. 51.

(79)  Zie voetnoot 68.

(80)  Zie voetnoot 72.

(81)  Het nettoresultaat van de Griekse activiteiten zal in 2015 positief uitvallen met respectievelijk 20 miljoen EUR, 304 miljoen EUR, 471 miljoen EUR en 554 miljoen EUR winst in 2015, 2016, 2017 en 2018.

(82)  Zie voetnoot 68.

(83)  Cijfers ingediend door de Bank op 9 mei 2013.

(84)  De Bank heeft geen toezegging gedaan tot uitvoering van dat bepaalde desinvesteringsprogramma en is, zoals in de bijlage staat beschreven, vrij om te kiezen voor een andere strategie om aan de algemene doelstelling te voldoen.

(85)  Zie voetnoot 68.

(86)  Zie voetnoot 68.

(87)  Aankondiging van Eurobank van 19 juni 2013, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/EuproVeryFinalEnglish_190613.pdf.

(88)  Aankondiging van de resultaten van de uitnodigingen tot inschrijving op de bestaande lower tier 1- en lower tier II-effecten, 20 februari 2013, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Harper%20-%20Final%20Results%20Press%20Release%20_Eng.pdf

(89)  Passivabeheerronde, online beschikbaar op: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Press%20Release_Offer%20Results_ENGLISH.pdf en Verslag van het Griekse Fonds voor financiële stabiliteit voor de periode januari-juni 2013, online beschikbaar op: http://www.hfsf.gr/files/HFSF_activities_Jan_2013_Jun_2013_en.pdf

(90)  Zie de geconsolideerde jaarrekeningen voor 2011 en 2013.

(91)  Zie de toezeggingen in de bijlage, hoofdstuk II.

(92)  Zie voetnoot 85.

(93)  Zie voetnoot 85.

(94)  Zie voetnoot 85.

(95)  Zie de toezeggingen in de bijlage, hoofdstuk III, deel A.

(96)  Zie voetnoot 89.

(97)  Zie voetnoot 89.

(98)  Zie de toezeggingen in de bijlage, hoofdstuk III, deel C.

(99)  Mededeling van de Commissie — De toepassing van de staatssteunregels op maatregelen in het kader van de huidige wereldwijde financiële crisis genomen met betrekking tot financiële instellingen (PB C 270 van 25.10.2008, blz. 8).

(100)  Overweging 59 van het besluit tot inleiding Eurobank.

(101)  Overweging 63 van het besluit tot inleiding Eurobank.

(102)  Mededeling van de Commissie — De herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededingingverstoringen (PB C 10 van 15.1.2009, blz. 2).

(103)  Mededeling van de Commissie „Het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels” (PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9).

(104)  Overweging 73 van het besluit tot inleiding New TT.

(105)  Overwegingen 75 en 77 van het besluit tot inleiding New TT.

(106)  Besluit van de Commissie van 16 mei 2012 betreffende staatssteunmaatregel SA.34115 (12/NN) „Resolution of T Bank” (PB C 284 van 20.9.2012, blz. 6).

(107)  Overweging 83 van het besluit tot inleiding New TT.

(108)  Overwegingen 88 en 89 van het besluit tot inleiding New TT.

(109)  Overweging 103 van het besluit tot inleiding New TT.

(110)  Overweging 104 van het besluit tot inleiding New TT.

(111)  Overweging 107 van het besluit tot inleiding New TT.

(112)  Zie de voetnoten 4 en 6.

(113)  Het bod van het hedgefonds voldeed niet aan de procesbrief van het HFSF. Het bod van het hedgefonds was afhankelijk van de afronding van het due diligence-onderzoek, waarvoor het extra tijd vroeg, een verzoek dat niet verenigbaar was met de deadline van het MEFP. Bovendien werden er wezenlijke verklaringen en garanties gevraagd en het hedgefonds stelde een limiet van 25 miljoen EUR aan het bedrag aan extra kapitaal dat het eventueel bereid was in te brengen, en dit slechts voor één jaar.

(114)  Zie ook overweging 82 van het besluit van de Commissie van 28 november 2012 betreffende steunmaatregel SA.34053 (12/N) — Recapitalisation and Restructuring of Banco de Valencia SA — Spain (PB C 75 van 14.3.2013, blz. 1).

(115)  Zie het besluit van de Commissie van 25 januari 2010 betreffende steunmaatregel NN 19/2009- Rescue and restructuring of Dunfermline Building Society (PB C 101 van 20.4.2010, blz. 7), overweging 47; besluit van de Commissie van 25 oktober 2010 betreffende steunmaatregel N 560/2009 — Aid for the liquidation of Fionia Bank (PB C 76 van 26.3.2011, blz. 3), overweging 55; besluit van de Commissie van 8 november 2010 betreffende steunmaatregel N 392/2010 — Restructuring of CajaSur (PB C 357 van 30.12.2010, blz. 12), overweging 52.

(116)  Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7).

(117)  Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 augustus 2013 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis („Bankenmededeling”) (PB C 216 van 30.7.2013, blz. 1).

(118)  Zie de voetnoten 9 en 11.

(119)  Zie voetnoot 96.

(120)  Zie voetnoot 97.

(121)  Financieel jaarverslag voor de verleningsperiode van 9 oktober 2011 tot en met 31 december 2012, volgens hetwelk de RWA op 31 december 2012 775,62 miljoen EUR bedroegen.

(122)  Zie voetnoot 4.

(123)  Het aantal aandelen werd vastgesteld op basis van de naar volume gewogen gemiddelde prijs van het aandeel van de Bank op de effectenbeurs van Athene over de periode van tien werkdagen voorafgaand aan de buitengewone algemene aandeelhoudersvergadering (met een minimum van 1 418,75 miljoen aandelen). Zie voetnoot 31, blz. 14 en 56. Aangezien de naar volume gewogen gemiddelde marktprijs gedurende die periode hoger dan 0,48 EUR was, ontving het HFSF het minimumaantal aandelen, dat wil zeggen 1 418,75 miljoen stuks, tegen de biedprijs van 0,48 EUR per stuk. 0,48 EUR × 1 418,75 miljoen = 681 miljoen EUR, wat overeenkomt met de door de Bank aan het HFSF betaalde vergoeding.

(124)  Zie voetnoot 96.

(125)  Zie voetnoot 97.

(126)  Zie voetnoot 2.

(127)  HFSF, Verslag van het Griekse Fonds voor financiële stabiliteit over de periode januari-juni 2013: „Een van de vereisten met betrekking tot de gerichte operationele kostenbesparing bij NHPB na haar oprichting was een vermindering van het personeelsbestand via een regeling voor vrijwillige uittreding (VUT). […] 605 werknemers hebben de aangeboden afvloeiingspakketten geaccepteerd en de totale kosten van de regeling bedroegen circa 35,7 miljoen EUR”, online beschikbaar op: http://www.hfsf.gr/files/HFSF_activities_Jan_2013_Jun_2013_en.pdf.

(128)  Zie voetnoot 4.

(129)  Eurobank, „Voorstel tot combinatie van New Hellenic Postbank met Eurobank”, 16 mei 2013.

(130)  Zie de voetnoten 4 en 6.

(131)  Zie het besluit tot inleiding Eurobank, overweging 36.

(132)  http://www.eurobank.gr/uploads/PDF/Pillar_3_2013_Final%20Values_2_310313.PDF

(133)  Zie overweging 285 van dit besluit met betrekking tot maatregel B3.

(134)  Ook wordt opgemerkt dat Griekenland de steun aan de bank heeft verleend op grond van de steunregeling voor Griekse banken, die door de Commissie is goedgekeurd op basis van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag, alsook via het HFSF waarvan de oprichting ook is goedgekeurd bij besluit van de Commissie.

(135)  Zie voetnoten 4 en 3.

(136)  Zie overweging 41 van het besluit van de Commissie van 10 oktober 2008 in zaak NN 51/2008, Garantieregeling voor banken in Denemarken, (PB C 273 van 28.10.2008, blz. 1).

(137)  http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Eurobank%20FY2012%20Results%20Press%20Release.pdf

(138)  Zie overweging 72: de opgebouwde rente telt mee als aanvullende bijdrage van het HFSF en verminderde derhalve de betaling die het HFSF aan de Bank moest doen voor de herkapitalisatie van voorjaar 2013.

(139)  Zie ook punt 7.6.1.

(140)  De theoretische ex-rechten prijs („TERP”) is een algemeen aanvaarde marktmethode om het verwateringseffect van de verhoging van het aandelenkapitaal te kwantificeren.

(141)  Besluit 584/VII/2013 van de Griekse mededingingsautoriteit, nog niet bekendgemaakt.

(142)  Zie ook punt 7.6.1.

(143)  Zie overweging 53.

(144)  Besluit 578/VII/2013 van Griekse mededingingsautoriteit, online beschikbaar op: http://www.epant.gr/img/x2/apofaseis/apofaseis715_1_1391497451.pdf

(145)  Zie punt 28 van de Herstructureringsmededeling en overweging 320 van Besluit 2011/823/EU van de Commissie van 5 april 2011 betreffende de maatregelen C 11/09 (ex NN 53b/08, NN 2/10 en N 19/10) die door de Nederlandse staat zijn uitgevoerd ten gunste van ABN AMRO Groep nv (opgericht naar aanleiding van de fusie tussen Fortis Bank Nederland en ABN AMRO N) (PB L 333 van 15.12.2011, blz. 1).

(146)  Zie overweging 106.

(147)  Resultaten voor het volledige jaar 2013, blz. 3: http://www.eurobank.gr/Uploads/pdf/Eurobank_4Q2013_Financial_Results.pdf

(148)  De dochteronderneming […] heeft sinds 2009 verlies geleden, met een klein marktaandeel (minder dan […] % op kredieten en deposito’s), een hoge kosten-inkomstenverhouding en een aanzienlijk financieringstekort.

(149)  De financiële prognoses die in het herstructureringsplan staan vermeld wijken af van het resultaat van de stresstest die door de Bank van Griekenland werd uitgevoerd, aangezien de laatste niet was gebaseerd op de dezelfde reeks aannamen en rekening hield met aanvullende bijstellingen door de Bank van Griekenland.

(150)  Zie voetnoot 85.

(151)  Zie voetnoot 85.

(152)  Herstructureringsplan, blz. 14.

(153)  Zie overweging 134.


BIJLAGE

EUROBANK — TOEZEGGINGEN DOOR DE HELLEENSE REPUBLIEK

De Helleense Republiek zorgt ervoor dat de Bank het op 16 april 2014 ingediende herstructureringsplan uitvoert. Het herstructureringsplan is gebaseerd op de macro-economische aannames als verstrekt door de Europese Commissie (de „Commissie”) in het aanhangsel, alsmede op aannames op basis van de regelgeving.

De Helleense Republiek doet hierbij de volgende toezeggingen (de „ toezeggingen ”), die een integrerend onderdeel uitmaken van het herstructureringsplan. De toezeggingen omvatten de toezeggingen met betrekking tot de uitvoering van het herstructureringsplan (de „ Herstructureringstoezeggingen ”) en de toezeggingen inzake corporate governance en commerciële activiteiten.

De toezeggingen worden van kracht op de datum van vaststelling van het besluit van de Commissie houdende goedkeuring van het herstructureringsplan (het „besluit”).

De herstructureringsperiode eindigt op 31 december 2018. De toezeggingen zijn van toepassing gedurende de herstructureringsperiode, tenzij in een afzonderlijke toezegging anders wordt bepaald.

Deze tekst moet worden uitgelegd in het licht van het besluit in het algemene kader van het Unierecht, en op basis van Verordening (EG) nr. 659/99 van de Raad.

HOOFDSTUK I

DEFINITIES

Voor de toepassing van de toezeggingen wordt verstaan onder:

1.   Bank: Eurobank Ergasias SA en al haar dochterondernemingen. Dit omvat derhalve de gehele Eurobank Groep met al haar Griekse en niet-Griekse bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen en bijkantoren.

2.   Kapitaal verhogend bod in het bankwezen: een bod dat tot een toename van de kapitaalratio op basis van de regelgeving van de Bank leidt, rekening houdend met alle relevante elementen, in het bijzonder de winst/het verlies die/dat op de transactie wordt geboekt en de afname van de RWA als gevolg van de verkoop (indien nodig gecorrigeerd voor de toename van de RWA die voortvloeit uit de resterende financieringsverbanden).

3.   Kapitaal verhogend bod in de verzekeringssector: een bod dat leidt tot een toename van de kapitaalratio op basis van de regelgeving van de Bank. Elk bod boven de boekwaarde van de verzekeringsactiviteit op de rekeningen van de Bank wordt automatisch als kapitaalverhoging beschouwd.

4.   Sluiting: de datum van overdracht van het wettelijk eigendomsrecht van de afgestoten activiteiten aan de koper.

5.   Afgestoten activiteiten: alle activiteiten en activa die de Bank toezegt te verkopen.

6.   Ingangsdatum: de datum waarop het besluit wordt aangenomen.

7.   Einde van de herstructureringsperiode: 31 december 2018.

8.   Buitenlandse activa of niet-Griekse activa: activa die verband houden met de activiteiten van klanten buiten Griekenland, onafhankelijk van het land waar de activa worden geboekt. Activa geboekt in Luxemburg maar gerelateerd aan de activiteiten van klanten in Griekenland, vallen bijvoorbeeld niet binnen het toepassingsgebied van deze definitie. Omgekeerd worden activa die in Luxemburg of in Griekenland worden geboekt, maar gerelateerd zijn aan de activiteiten van klanten in andere landen in Zuidoost-Europa als buitenlandse activa beschouwd en vallen binnen het toepassingsgebied van deze definitie.

9.   Buitenlandse bedrijven: buitenlandse bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen en bijkantoren van de Bank.

10.   Buitenlandse dochterondernemingen: alle bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen van de Bank buiten Griekenland.

11.   Griekse bancaire activiteiten: de Griekse bancaire activiteiten van de Bank, ongeacht waar de activa geboekt worden.

12.   Griekse niet-bancaire activiteiten: de Griekse niet-bancaire activiteiten van de Bank, ongeacht waar de activa geboekt worden.

13.   Griekse dochterondernemingen: alle Griekse bancaire en niet-bancaire dochterondernemingen van de Bank.

14.   Monitoring trustee: één of meer natuurlijke of rechtspersonen, onafhankelijk van de Bank, goedgekeurd door de Commissie en benoemd door de Bank; de monitoring trustee heeft als taak toezicht te houden op de naleving van de toezeggingen door de Bank.

15.   Koper: één of meer natuurlijke of rechtspersonen die geheel of gedeeltelijk de afgestoten activiteiten overneemt (overnemen).

16.   Verkoop: de verkoop van 100 % van de door de Bank gehouden aandelen, tenzij in een afzonderlijke toezegging anders wordt bepaald.

Voor de toepassing van de toezeggingen impliceert het enkelvoud van die termen ook het meervoud daarvan (en andersom), tenzij in de toezeggingen anders wordt bepaald.

HOOFDSTUK II

TOEZEGGINGEN TOT HERSTRUCTURERING

1.   Aantal bijkantoren in Griekenland: Het aantal bijkantoren in Griekenland bedraagt op 31 december 2017 maximaal […].

2.   Aantal werknemers in Griekenland: Het aantal voltijdequivalenten (VTE’s) in Griekenland (Griekse bancaire en niet-bancaire activiteiten) bedraagt op 31 december 2017 maximaal […].

3.   Totale kosten in Griekenland: De totale kosten in Griekenland (Griekse bancaire en niet-bancaire activiteiten) zullen op 31 december 2017 maximaal 800 miljoen EUR bedragen.

4.   Kosten van deposito’s in Griekenland: Om de winstgevendheid vóór voorzieningen op de Griekse markt te herstellen, verlaagt de Bank de financieringskosten door verlaging van de kosten van de deposito’s die in Griekenland zijn aangetrokken (met inbegrip van spaarproducten, zicht- en termijndeposito’s en andere vergelijkbare producten die aan klanten worden aangeboden en waarvan de kosten worden gedragen door de Bank) […].

5.   Verhouding tussen netto kredieten en deposito’s in Griekenland: Voor de Griekse bankactiviteiten bedraagt de verhouding tussen netto kredieten en deposito’s op 31 december 2017 maximaal 115 %.

6.   Steun aan buitenlandse dochterondernemingen: De Bank verstrekt, cumulatief vanaf de ingangsdatum tot 30 juni 2018, aan elke buitenlandse dochteronderneming geen aanvullend eigen vermogen of achtergesteld kapitaal voor een bedrag dat hoger is dan i) […] % van de RWA van die dochteronderneming op 31 december 2012 of ii) […] miljoen EUR als dat bedrag hoger is. Indien de Bank voornemens is om eigen vermogen of achtergestelde schuld bij de buitenlandse dochteronderneming te injecteren voor een bedrag dat hoger is dan de opgegeven drempelwaarde moet zij de Griekse autoriteiten vragen om een besluit van de Commissie tot wijziging van het herstructureringsplan te verzoeken.

[…]

a)

[…]

b)

[…].

c)

[…]

d)

[…]

e)

[…]

[…]

7.   Afbouwen van niet-Griekse activa tegen 30 juni 2018: De totale omvang van de portefeuille buitenlandse activa moet tegen 30 juni 2018 worden verminderd tot een maximumbedrag van 8,77 miljard EUR.

7.1.

Als de Bank aanvullende steun ontvangt die hoger is dan 1 miljard EUR en lager is dan het aangemelde steunbedrag, moet de totale omvang van de portefeuille buitenlandse activa tegen 30 juni 2018 worden verminderd tot een bedrag van maximaal 3,5 miljard EUR. Indien de verkoop van buitenlandse activiteiten wordt gebruikt om dat doel te bereiken, mag de sluiting van elke verkoop niet later vallen dan 31 december 2018.

7.2.

[…]

7.3.

[…]

8.   Verkoop van verzekeringsactiviteiten: De verkoop van de verzekeringsactiviteiten (leven en schade) moet voltooid (d.w.z. afgesloten) zijn tegen […].

De Bank en haar adviseurs moeten potentiële kopers uitnodigen een bod in te dienen voor een minimaal belang van 80 % en de Bank moet haar bereidheid aangeven tot het aangaan van een bank-verzekeringspartnerschap, het aanbieden van haar distributienetwerk en het behouden van een minderheidsaandeel van maximaal 20 %.

9.   Verkoop van de vastgoeddochter: De Bank vermindert haar deelname in Eurobank Properties REIC tegen 31 december 2016 tot 20 %. […]

10.   Verkoop van eigenvermogensbeleggingen, achtergestelde obligaties en hybride obligaties: De boekwaarde van de effectenportefeuille van de Bank als hieronder gedefinieerd moet (exclusief de gereglementeerde verzekeringsdochters) tegen 31 december 2015 lager zijn dan 35 miljoen EUR. […]

11.   Voor iedere verkoop doet de Helleense Republiek de toezegging dat:

a)

de koper onafhankelijk van en niet verbonden met de Bank is;

b)

de koper voor de overname van de af te stoten activiteiten niet direct of indirect gefinancierd wordt door de Bank;

c)

de Bank gedurende een periode van 5 jaar na het sluiten van de verkoop geen directe of indirecte invloed krijgt op het geheel of een deel van de af te stoten activiteiten zonder voorafgaande goedkeuring van de Commissie.

12.   Beleggingsbeleid: De Bank koopt tot 31 december 2017 geen niet-investment grade effecten.

[…]

13.   Salarisplafond: Tot […] betaalt de Bank aan geen enkele werknemer of manager een totale jaarlijkse vergoeding (loon, pensioenbijdrage, bonus) van meer dan […]. In het geval van een kapitaalinjectie van het HFSF wordt de beloningslimiet opnieuw beoordeeld volgens de Europese Bankenmededeling van 1 augustus 2013.

HOOFDSTUK III

TOEZEGGINGEN INZAKE CORPORATE GOVERNANCE EN COMMERCIËLE ACTIVITEITEN — VERLENGING EN WIJZIGINGEN

1.

De Bank gaat tot 30 juni 2018 door met het uitvoeren van de toezeggingen inzake corporate governance en commerciële activiteiten die op 20 november 2012 door de Helleense Republiek zijn ingediend, met de daaropvolgende wijzigingen als bepaald in hoofdstuk III van de toezeggingen. Wat betreft Eurobank Properties REIC zijn de toezeggingen in hoofdstuk III, afdeling A, punt 4 (d.w.z. overeenstemming met het HFSF-relatiekader), afdeling C (punt 27) (dividend-, coupon-, wederinkoop-, call en terugkoopverbod), afdeling C (punt 28) (overnameverbod), alsmede hoofdstuk IV (monitoring trustee), niet langer op de dochteronderneming van toepassing vanaf het moment dat het aandelenbelang van de Bank in Eurobank Properties REIC lager is dan […] %.

2.

In het geval dat een afzonderlijke toezegging niet van toepassing is op het niveau van de Bank mag de Bank niet van dochterondernemingen of activiteiten die niet onder die afzonderlijke toezegging vallen gebruikmaken om de toezegging te omzeilen.

Afdeling A

Opzetten van een efficiënte en toereikende interne organisatie

3.

De Bank houdt zich, met uitzondering van haar buitenlandse dochterondernemingen, te allen tijde aan het geheel van de bepalingen van Wet 3016/2002 betreffende corporate governance en Wet 2190/1920 betreffende de sociétés anonymes en met name de bepalingen die betrekking hebben op de functies van ondernemingsorganen zoals de vergadering van aandeelhouders en raad van bestuur, om een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en transparantie te waarborgen. De bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering worden beperkt tot de taken van een algemene vergadering overeenkomstig het vennootschapsrecht, in het bijzonder met betrekking tot de informatie gerelateerde rechten. Meer uitgebreide bevoegdheden, die tot ongepaste invloed op het management zouden kunnen leiden, zullen worden ingetrokken. De verantwoordelijkheid voor de dagelijkse bedrijfsvoering berust duidelijk bij de uitvoerende bestuurders van de Bank.

4.

De Bank voldoet, met uitzondering van haar buitenlandse dochterondernemingen, te allen tijde aan het Relatiekader van het Griekse fonds voor financiële stabiliteit (het „HFSF”).

5.

De Bank houdt zich aan de bepalingen van Verordening 2577/9.3.2006 van de gouverneur, zoals van kracht, om zowel bij individuele bedrijven als bij de groep een doeltreffende organisatorische structuur en een toereikend intern controlesysteem in stand te houden, inclusief de drie sleutelpijlers, te weten de functies interne controle, risicobeheer en compliance en beste internationale praktijken op het gebied van corporate governance.

6.

De Bank beschikt over een efficiënte organisatiestructuur die ervoor zorgt dat de afdelingen Interne Controle en Risicobeheer volledig onafhankelijk van de commerciële netwerken zijn en rechtstreeks aan de raad van bestuur rapporteren. Een auditcommissie en een risicocommissie (opgericht binnen de raad van bestuur) beoordeelt alle kwesties die door die afdelingen worden aangedragen. In toereikende reglementen betreffende de interne controle en het risicobeheer zullen de rollen, verantwoordelijkheden en middelen van die afdelingen worden gespecificeerd. Deze reglementen zullen voldoen aan de internationale normen en garant staan voor een volledige onafhankelijkheid van de afdelingen. Een kredietbeleid behelst richtsnoeren en instructies met betrekking tot de toekenning van kredieten, alsook de prijsstelling en de herstructurering daarvan.

7.

De Bank stelt aan de bevoegde autoriteiten de lijst ter beschikking van de aandeelhouders die ten minste 1 % van de gewone aandelen in bezit hebben.

Afdeling B

Commerciële praktijken en risicotoezicht

Algemene beginselen

8.

In het kader van het kredietbeleid wordt bepaald dat alle klanten eerlijk moeten worden behandeld door middel van niet-discriminerende procedures behalve die welke betrekking hebben op kredietrisico en betalingsvermogen. In het kader van het kredietbeleid worden de drempels vastgesteld waarboven de toekenning van kredieten door de hogere managementniveaus moet worden goedgekeurd. Er zullen vergelijkbare drempelwaarden worden vastgesteld met betrekking tot de herstructurering van leningen en de afhandeling van vorderingen en geschillen. In het kader van het kredietbeleid wordt het besluitvormingsproces op nationaal niveau in geselecteerde centra gecentraliseerd en worden duidelijke garanties gegeven om te zorgen voor een consequente uitvoering van de betrokken instructies binnen alle Griekse bankactiviteiten.

9.

Voor alle Griekse bankactiviteiten integreert de Bank de regels van het kredietbeleid volledig in de workflow van de productie en herfinanciering van leningen en de uitbetalingssystemen.

Specifieke bepalingen

10.

De specifieke bepalingen die worden genoemd in de punten 8 tot en met 18 van hoofdstuk III van de toezeggingen zijn op de Griekse bancaire activiteiten van toepassing, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.

11.

Het kredietbeleid schrijft voor dat de prijsstelling van leningen en hypotheken aan strikte richtsnoeren voldoet. Deze richtsnoeren omvatten de verplichting tot strikte eerbiediging van de standaardtabellen van rentebanden (bandbreedtes) zoals vastgesteld in het kredietbeleid, afhankelijk van de looptijd van de lening, de kredietrisicobeoordeling van de klant, de verwachte verhaalbaarheid van de gestelde zekerheden (inclusief de termijn voor een mogelijke vereffening), de algehele relatie met de Bank (bv. niveau en stabiliteit van deposito’s, tariefstructuur en andere „cross-sales”-activiteiten) en de financieringskosten van de Bank. Er worden specifieke kredietactivaklassen ontwikkeld (bv. commerciële lening, hypotheek, gedekt/ongedekt enz.) en het prijsstellingskader daarvoor wordt getabelleerd in een geschikte kredietbeleidtabel, die regelmatig door de kredietcommissie wordt bijgewerkt. Elke uitzondering moet door de kredietcommissie of op een lager hiërarchisch niveau naar behoren worden geautoriseerd wanneer het kredietbeleid dit toelaat. Voor maatwerktransacties zoals syndicaatsleningen of projectfinanciering moeten dezelfde beginselen worden geëerbiedigd, rekening houdend met het feit dat zij mogelijk niet in gestandaardiseerde kredietbeleidtabellen passen. Schendingen van dat prijsbeleid worden aan de monitoring trustee worden gerapporteerd.

12.

De afdeling Risicobeheer is verantwoordelijk voor de beoordeling van kredietrisico en de waardering van de zekerheden. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de lening handelt de afdeling Risicobeheer onafhankelijk en geeft zij schriftelijk advies, om te waarborgen dat de bij de beoordeling gehanteerde criteria consistent in de tijd en ten aanzien van alle klanten worden toegepast, onder inachtneming van het kredietbeleid van de Bank.

13.

Met betrekking tot leningen aan particulieren en rechtspersonen past de Bank voor alle Griekse bancaire activiteiten, op basis van de beste internationale praktijken, strikte individuele en geaggregeerde limieten toe betreffende het maximale leningsbedrag dat aan één enkel kredietrisico kan worden toegekend (indien überhaupt toegestaan volgens Grieks en EU-recht). Voor deze beperkingen wordt rekening gehouden met de looptijd van de lening en de kwaliteit van het geboden onderpand/de geboden zekerheid en zij worden bepaald op grond van belangrijke benchmarks, waaronder kapitaal.

14.

Het verstrekken van leningen (1) zodat kredietnemers aandelen of hybride instrumenten kunnen kopen van de Bank en andere banken (2) is verboden, ongeacht wie deze kredietnemers zijn (3). De toepassing van en het toezicht op deze bepaling gebeurt op het niveau van de Bank.

15.

Alle aanvragen voor leningen door niet-verbonden kredietnemers groter dan [[…] % van de RWA van de Bank] of een lening waarbij de blootstelling tot één groep beperkt is (gedefinieerd als een groep van verbonden kredietnemers die één enkel kredietrisico vertegenwoordigen) groter dan [[…] % van de RWA van de Bank] worden gemeld bij de monitoring trustee, die, als de vastgestelde voorwaarden niet at arm’s length lijken te zijn of als er geen voldoende informatie aan de monitoring trustee is verstrekt, de toekenning van de kredietlijn of de lening met […] werkdagen kan uitstellen. In noodgevallen kan die periode worden verkort tot […] werkdagen, mits voldoende informatie aan de monitoring trustee is verstrekt. In die periode kan de monitoring trustee het geval aan de Commissie en het HFSF melden, voordat er een definitief besluit wordt genomen door de Bank.

16.

Het kredietbeleid behelst duidelijke instructies over de herstructurering van leningen. Er wordt duidelijk omschreven welke leningen in aanmerking komen, onder welke omstandigheden, en het omvat de voorwaarden die aan in aanmerking komende klanten kunnen worden voorgesteld. De Bank zorgt er bij alle Griekse bancaire activiteiten voor dat alle herstructureringen gericht zijn op verbetering van de toekomstige terugvorderingen door de Bank, waardoor het belang van de Bank wordt gewaarborgd. In geen geval brengt het herstructureringsbeleid de toekomstige rentabiliteit van de Bank in gevaar. Met het oog hierop is de afdeling Risicobeheer van de Bank verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van toereikende meldingsmechanismen betreffende de effectiviteit van herstructureringen, voor het uitvoeren van grondige analyses van interne en/of externe beste praktijken, de rapportage van haar bevindingen minimaal ieder kwartaal aan de kredietcommissie en de risicocommissie van de raad van bestuur, waarbij zij uitvoerbare verbeteringen voorstelt voor de betrokken processen en het betrokken beleid, en het toezicht houden op en verslag doet over de uitvoering daarvan aan de kredietcommissie en de risicocommissie van de raad van bestuur.

17.

Voor alle Griekse bancaire activiteiten stelt de bank een vorderingen- en geschillenbeleid vast, gericht op verhaalsmaximalisering en het voorkomen van elke vorm van discriminatie of voorkeursbehandeling bij het beheer van geschillen. De Bank ziet erop toe dat alle nodige maatregelen worden genomen om de geïnde bedragen voor de Bank te maximaliseren en haar financiële positie op de lange termijn te beschermen. Elke inbreuk bij de uitvoering van dat beleid moet aan de monitoring trustee worden gemeld.

18.

De Bank houdt toezicht op het kredietrisico door middel van een goed ontwikkelde reeks waarschuwingen en rapporten, waarmee de afdeling Risicobeheer in staat is om: i) vroegtijdige signalen van bijzondere waardeverminderingen op leningen en wanbetalingen vast te stellen; ii) de inbaarheid te beoordelen van de leningenportefeuille (inclusief maar niet beperkt tot alternatieve terugbetalingsbronnen zoals medeschuldenaars en garantiegevers, alsook beleende of beschikbare maar niet beleende zekerheden); iii) de totale blootstelling van de Bank aan een individuele klant of portefeuille te beoordelen; en iv) indien nodig de raad van bestuur voorstellen te doen voor corrigerende en verbeteringsmaatregelen. De monitoring trustee moet toegang krijgen tot die informatie.

Bepalingen die van toepassing zijn op verbonden kredietnemers

19.

Alle bepalingen die van toepassing zijn op verbonden kredietnemers worden toegepast op het niveau van de Bank.

20.

Het kredietbeleid bevat een specifiek deel met regels over de betrekkingen met verbonden kredietnemers. Verbonden kredietnemers zijn onder meer werknemers, aandeelhouders, bestuurders, managers en hun echtgenoten, kinderen en broers en zussen, en elke juridische entiteit die direct of indirect onder toezicht staat van sleutelwerknemers (d.w.z. werknemers die betrokken zijn bij het besluitvormingsproces over het kredietbeleid), aandeelhouders, bestuurders of managers of hun echtgenoten, kinderen, broers of zussen. In het verlengde hiervan zullen alle openbare instellingen of door de overheid gecontroleerde organisaties, overheidsbedrijven of overheidsagentschappen worden beschouwd als verbonden kredietnemers. Politieke partijen zullen in het kredietbeleid ook gelijkgesteld worden met verbonden kredietnemers. Bijzondere aandacht wordt besteed aan besluiten betreffende herstructureringen en afschrijvingen op leningen aan huidige of voormalige werknemers, bestuurders, aandeelhouders, managers en hun familieleden, alsook aan het gevolgde beleid betreffende geschiktheid, waardering, registratie van pandrechten en de executie van zekerheden bij leningen. De definitie van verbonden kredietnemers wordt in een apart document nader gespecificeerd.

21.

De afdeling Risicobeheer is verantwoordelijk voor de inventarisatie van alle groepen verbonden kredietnemers die één enkel kredietrisico vertegenwoordigen, met het oog op een behoorlijk toezicht op de kredietrisicoconcentratie.

22.

Met betrekking tot leningen aan particulieren en juridische entiteiten past de Bank op basis van de beste internationale praktijken strikte individuele en geaggregeerde limieten toe voor het maximale leenbedrag dat kan worden toegekend aan één enkel kredietrisico gerelateerd aan verbonden kredietnemers (mits überhaupt toegestaan volgens Griekse en EU-wetgeving).

23.

De Bank moet apart toezicht houden op haar blootstelling aan verbonden kredietnemers, inclusief publiekrechtelijke entiteiten en politieke partijen. De nieuwe productie van leningen (4) voor verbonden kredietnemers (jaarlijks % van Y-1-stand (5)) mag niet hoger zijn dan de nieuwe productie van de totale leningenportefeuille in Griekenland (jaarlijks % van Y-1-stand). Aan deze toezegging moet afzonderlijk worden voldaan voor elk type verbonden kredietnemer (werknemers, aandeelhouders, managers, overheidsentiteiten, politieke partij). De kredietbeoordeling van de verbonden kredietnemers, en de tariefvoorwaarden en mogelijk herstructurering die hen worden aangeboden, mogen niet gunstiger zijn dan de voorwaarden die worden geboden aan soortgelijke maar niet verbonden kredietnemers, teneinde voor gelijk speelveld in de Griekse economie te zorgen. Deze verplichting geldt niet voor bestaande algemene regelingen ten behoeve van werknemers, aan wie gesubsidieerde leningen worden aangeboden. De Bank brengt maandelijks een verslag uit over de ontwikkeling van die blootstelling, het bedrag van de nieuwe productie en de recente aanvragen hoger dan [[…] % van de RWA van de Bank] die aan de kredietcommissie moeten worden gezonden.

(24)

De kredietcriteria die voor werknemers/managers/aandeelhouders gelden, zijn niet minder streng dan de criteria die gelden voor andere, niet-verbonden kredietnemers. Als de totale kredietblootstelling aan één enkele werknemer/manager/aandeelhouder groter is dan een bedrag gelijk aan een [[…]] vastgesteld salaris voor gedekte leningen en een bedrag gelijk aan een [[…]] vastgesteld salaris voor ongedekte leningen, wordt de blootstelling onmiddellijk aan de monitoring trustee gerapporteerd, die kan ingrijpen en de toekenning van de lening kan uitstellen, overeenkomstig de procedure die wordt beschreven in punt 25 van hoofdstuk III van de toezeggingen.

(25)

Alle aanvragen voor leningen van verbonden kredietnemers die groter zijn dan [[…] % van de RWA van de Bank] of leningen waardoor de blootstelling aan één groep (gedefinieerd als een groep van verbonden kredietnemers die één enkele blootstelling vertegenwoordigen) groter dan [[…] % van de RWA van de Bank] worden aan de monitoring trustee gemeld, die, als de voorwaarden niet at arm’s length lijken te zijn vastgesteld of als er niet voldoende informatie aan de monitoring trustee is verstrekt, de toekenning van het kredietlijn of de lening met […] werkdagen kan uitstellen. In noodgevallen kan die periode worden verkort tot […] werkdagen, mits er voldoende informatie aan de monitoring trustee is verstrekt. In die periode kan de monitoring trustee het geval aan de Commissie en het HFSF melden, voordat er een definitief besluit wordt genomen door de Bank.

(26)

De herstructurering van leningen met betrekking tot verbonden kredietnemers moet aan dezelfde eisen voldoen als voor niet-verbonden kredietnemers. Verder moeten de bestaande kaders en het bestaande beleid voor de behandeling van noodlijdende activa zo nodig beoordeeld en verbeterd worden. Er wordt echter verwacht dat over geherstructureerde leningen van verbonden kredietnemers afzonderlijk verslag wordt uitgebracht, in ieder geval per kredietactivaklasse en per soort verbonden kredietnemer.

Afdeling C

Overige beperkingen

(27)   Verbod op dividend, coupon, wederinkoop, call en terugkoop: Tenzij de Commissie anderszins akkoord gaat met een vrijstelling doet de Helleense Republiek de toezegging dat:

a)

De Bank geen coupons op hybride kapitaalinstrumenten (of elk ander instrument waarvoor de couponbetaling discretionair is) of dividenden op eigenvermogensinstrumenten en instrumenten voor achtergestelde schuld zal betalen, tenzij er een wettelijke verplichting bestaat om dit te doen. De Bank geen reserves zal vrijmaken om zichzelf in een dergelijke positie te plaatsen. De Bank bij twijfel over de vraag of er, voor de toepassing van de onderhavige toezegging, een wettelijke verplichting bestaat, de voorgestelde coupon- of dividenduitkering aan de Commissie ter goedkeuring zal voorleggen;

b)

De Bank haar eigen aandelen niet zal terugkopen of geen calloptie met betrekking tot die eigenvermogensinstrumenten en achtergestelde schuld zal uitoefenen;

c)

De Bank geen hybride kapitaalinstrumenten zal terugkopen.

(28)   Overnameverbod: De Helleense Republiek doet de toezegging dat de Bank geen belangen in ondernemingen zal nemen, ongeacht of het de overdracht van activa of van aandelen betreft. Dat overnameverbod heeft zowel betrekking op ondernemingen die de rechtsvorm van een vennootschap hebben als op activapakketten die een activiteit vormen (6)

i)   Vrijstelling waarvoor voorafgaande goedkeuring van de Commissie is vereist: Dit verbod laat onverlet dat de Bank, na goedkeuring van de Commissie en indien nodig op voorstel van het HFSF, activiteiten en ondernemingen kan overnemen als het in uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk is om de financiële stabiliteit te herstellen of daadwerkelijke concurrentie te waarborgen.

ii)   Vrijstelling waarvoor geen voorafgaande goedkeuring van de Commissie is vereist: De Bank kan participaties in ondernemingen nemen, op voorwaarde dat:

a)

de door de Bank voor elke overname betaalde aankoopprijs kleiner is dan [[…] %] van de omvang van de balans (7) van de Bank op de ingangsdatum van de toezeggingen (8); en

b)

de cumulatieve aankoopprijzen die door de Bank voor alle dergelijke overnames worden betaald vanaf de ingangsdatum van de toezeggingen tot het einde van de herstructureringsperiode minder bedragen dan [[…] %] van de omvang van de balans van de Bank op de ingangsdatum van de toezeggingen.

iii)   Activiteiten die niet onder het overnameverbod vallen: Het overnameverbod geldt niet voor overnames die plaatsvinden tijdens het normale verloop van de bancaire activiteiten in het kader van het beheer van bestaande vorderingen op noodlijdende bedrijven.

(29)   Verbod op reclame: De Helleense Republiek doet de toezegging dat de Bank zich zal onthouden van reclame die melding maakt van overheidssteun en geen gebruik zal maken van agressieve commerciële strategieën die zonder de steun van de Helleense Republiek niet zouden plaatsvinden.

HOOFDSTUK IV

MONITORING TRUSTEE

1.

De Helleense Republiek doet de toezegging dat de Bank het mandaat van de monitoring trustee, die door de Commissie is goedgekeurd en op 22 februari 2013 door de Bank is aangewezen, zal wijzigen en verlengen tot het einde van de herstructureringsperiode. De Bank zal ook de reikwijdte van dit mandaat verbreden tot het toezicht op i) het herstructureringsplan en ii) alle toezeggingen die in deze catalogus worden vermeld.

2.

De Helleense Republiek zal vier weken na de ingangsdatum van de toezeggingen de volledige voorwaarden van het gewijzigde mandaat bij de Commissie indienen, vergezeld van alle bepalingen die voor de monitoring trustee noodzakelijk zijn om zijn taken op grond van die toezeggingen te vervullen.

3.

De aanvullende bepalingen over de monitoring trustee worden in een apart document gespecificeerd.

(1)  Voor de toepassing van deze toezegging moet de term „kredieten” ruim worden geïnterpreteerd als elke vorm van financiering, bv. kredietfaciliteit, garantie enz.

(2)  Ter verduidelijking, „andere banken” slaat op iedere bank — financiële instelling ter wereld.

(3)  Ter verduidelijking, alle kredietnemers, met inbegrip van private banking-klanten van de Bank, vallen onder die toezegging.

(4)  Ter verduidelijking, onder de nieuwe productie van leningen vallen ook de doorrol van kredieten en de herstructurering van bestaande kredieten.

(5)  Ter verduidelijking, „jaarlijks % van Y-1-stand” slaat op de nieuwe productie als een percentage van de stand aan het einde van het voorgaande jaar. Het bedrag van de RWA betreft de waarde aan het einde van het jaar.

(6)  Ter verduidelijking, voor de toepassing van deze toezegging vallen de activiteiten van de Bank op het gebied van private equity/durfkapitaal buiten het toepassingsgebied van deze toezegging. In dat verband zal de Bank een formeel verzoek aan de Commissie richten, vergezeld van een ondernemingsplan voor die entiteit.

(7)  Ter verduidelijking, voor de toepassing van deze toezegging is de omvang van de balans gelijk aan de totale activa van de Bank.

(8)  Ter verduidelijking, indien de goedkeuring van de Commissie tot opheffing van het overnameverbod wordt verkregen overeenkomstig hoofdstuk III, punt 28, onder i), van de toezeggingen, wordt de balans van de Bank op de ingangsdatum van de toezeggingen berekend inclusief de activa van de overgenomen entiteiten of de overgenomen activa op de datum van overname.


Aanhangsel

MACRO-ECONOMISCHE PROGNOSES VOOR DE GRIEKSE BINNENLANDSE TRANSACTIES

% jaarlijkse groei (tenzij anders vermeld)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Cumulatieve groei 2013-2017

Reëel bbp

–6,4

–4,2

0,6

2,9

3,7

3,5

6,4

Nominale groei leningen Griekenland

–6,4

–4,2

0,6

2,9

3,7

3,5

6,4

Bbp-deflator

–0,8

–1,1

–0,4

0,4

1,1

1,3

1,3

Vastgoedprijzen

–11,7

–10

–5

0

2

3,5

 

Nominaal besteedbaar huishoudinkomen

–8,8

–9,5

–0,3

–0,4

2,6

3,6

–4,5

Deposito’s particuliere sector

–7

1,3

1

3,4

5

5

16,6

Werkloosheid (%)

24,2

27

26

24

21

18,6

 

ECB-herfinancieringstarief (%)

0,75

0,5

0,5

1

1,5

1,75

 

Piek wanbetalingsquote

 

 

2H2014

 

 

 

 

Euribor drie maanden (gemiddeld, %)

 

0,24

0,43

0,75

1,25

1,80

 

Toegang tot kapitaalmarkten — repo's

 

JA — ongelimiteerd

 

Toegang tot de kapitaalmarkt — gedekt/preferent ongedekt

 

JA — tot 500 miljoen EUR elk

JA — tot 1 miljard EUR elk

JA — ongelimiteerd