28.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 343/31


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2014

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/747/EU, Euratom waarbij aan het Verenigd Koninkrijk toestemming wordt gegeven om voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen ramingen te gebruiken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 8924)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2014/843/EU, Euratom)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Gezien Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 6, lid 3, tweede streepje,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de eigen middelen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 371 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (2) mag het Verenigd Koninkrijk de in deel B, van bijlage X, bij deze richtlijn vermelde handelingen blijven vrijstellen, indien het aan die handelingen op 1 januari 1978 vrijstelling verleende; die handelingen moeten in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de btw-grondslag van de eigen middelen.

(2)

In zijn antwoord van 22 april 2014 op het schrijven van 4 februari 2014 van de Commissie met betrekking tot de vereenvoudiging van de inspecties inzake de eigen middelen uit de btw (3) verzocht het Verenigd Koninkrijk om een machtiging van de Commissie om vaste percentages van de intermediaire grondslag te gebruiken voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen voor de in de punten 7 en 9 van deel B, van bijlage X, bij Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen voor de begrotingsjaren 2014 tot 2020. Het Verenigd Koninkrijk heeft aangetoond dat het historische percentage door de jaren heen stabiel bleef. Derhalve moet het Verenigd Koninkrijk de machtiging krijgen om bij de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen vaste percentages te gebruiken overeenkomstig het schrijven van de Commissie.

(3)

Uit overwegingen van doorzichtigheid en rechtszekerheid is het aangewezen de geldigheidsduur van de machtiging in de tijd te beperken.

(4)

Het is derhalve passend om Uitvoeringsbesluit 2013/747/EU, Euratom van de Commissie (4) dienovereenkomstig te wijzigen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit 2013/747/EU, Euratom wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 komt als volgt te luiden:

„Artikel 1

Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de grondslag van de btw-middelen van 1 januari tot en met 31 december 2013 te berekenen aan de hand van ramingen voor de volgende categorieën handelingen zoals omschreven in deel B, van bijlage X, bij Richtlijn 2006/112/EG:

 

de levering van een bouwterrein (punt 9).”

.

2)

Na artikel 1 worden de volgende artikelen 1 bis en 1 ter ingevoegd:

„Artikel 1 bis

Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd voor de berekening van de grondslag van de btw-middelen van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 0,01 % van de intermediaire grondslag te gebruiken met betrekking tot de in punt 7 van deel B, van bijlage X (ziekenhuizen), bij Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen.

Artikel 1 ter

Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd voor de berekening van de grondslag van de btw-middelen van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 0,004 % van de intermediaire grondslag te gebruiken met betrekking tot de in punt 9 van deel B, van bijlage X (gebouwen en bouwterreinen), bij Richtlijn 2006/112/EG vermelde handelingen.”

.

3)

Artikel 2 wordt geschrapt.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 26 november 2014.

Voor de Commissie

Kristalina GEORGIEVA

Vicevoorzitter


(1)   PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9.

(2)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

(3)  Ares(2014)261136.

(4)  Uitvoeringsbesluit 2013/747/EU, Euratom van de Commissie van 10 december 2013 waarbij aan het Verenigd Koninkrijk toestemming wordt gegeven om voor de berekening van de btw-grondslag van de eigen middelen ramingen te gebruiken (PB L 333 van 12.12.2013, blz. 79).