tot wijziging van Beschikking 2007/777/EG wat betreft de invoer van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, bereid met vers vlees van als huisdier gehouden pluimvee, met inbegrip van vlees van gekweekt en vrij vederwild
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 1904)
(Voor de EER relevante tekst)
(2014/175/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (1), en met name artikel 10, lid 2, onder c),
Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name artikel 8, inleidende zin en punt 1, eerste alinea, artikel 8, punt 4, artikel 9, lid 2, onder b), en artikel 9, lid 4, onder b) en c),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Bij Beschikking 2007/777/EG van de Commissie (3) worden voorschriften vastgesteld voor de invoer in de Unie van zendingen van bepaalde vleesproducten voor menselijke consumptie en van behandelde magen, blazen en darmen. Die beschikking bevat ook de lijsten van derde landen en delen daarvan waaruit de invoer van dergelijke producten is toegestaan, en in bijlage III bij die beschikking is het model opgenomen van het gezondheidscertificaat voor dergelijke producten die voor verzending naar de Unie vanuit derde landen zijn bestemd.
(2)
Bij Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie (4) worden voorschriften inzake veterinaire certificering vastgesteld voor invoer in en doorvoer door de Unie van pluimvee en pluimveeproducten. Die verordening bepaalt dat de pluimveeproducten waarop zij betrekking heeft alleen mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Unie uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die in de tabel in bijlage I, deel 1, bij die verordening zijn aangegeven. Tevens bepaalt zij dat dergelijke producten bij de invoer vergezeld moeten gaan van een veterinair certificaat, zoals voor het betrokken pluimveeproduct in die tabel is aangegeven, dat is ingevuld met inachtneming van de opmerkingen en de modellen van veterinaire certificaten in deel 2 van die bijlage.
(3)
Bovendien wordt in de in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 opgenomen modellen van de veterinaire certificaten voor vlees van pluimvee (POU), voor vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie (RAT) en voor vlees van vrij vederwild (WGM) gesteld dat het verse vlees verkregen moet zijn van pluimvee of loopvogels afkomstig van inrichtingen waarvoor geen veterinairrechtelijke beperkende maatregelen gelden in verband met een ziekte waarvoor pluimvee of loopvogels gevoelig zijn, of van vrij vederwild dat is gedood in gebieden waarrond zich binnen een straal van 10 km — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan.
(4)
De veterinairrechtelijke voorschriften voor de bereiding van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, met vers vlees van als huisdier gehouden pluimvee, waaronder gekweekt en vrij vederwild, zoals vastgesteld in punt II.1.3 van het in bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG opgenomen model van het gezondheidscertificaat, hebben betrekking op aviaire influenza en Newcastle disease. De in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 opgenomen modellen van de veterinaire certificaten (POU), (RAT) en (WGM) hebben echter alleen betrekking op hoogpathogene aviaire influenza. Het in bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG opgenomen model van het gezondheidscertificaat moet derhalve worden gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met de voorschriften voor vers vlees zoals vastgesteld in de in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 opgenomen modellen van de veterinaire certificaten (POU), (RAT) en (WGM).
(5)
Daarnaast wordt in het in bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG opgenomen model van het gezondheidscertificaat verwezen naar Richtlijn 90/539/EEG van de Raad (5), die is vervangen door Richtlijn 2009/158/EG van de Raad (6), en naar Beschikking 2006/696/EG van de Commissie (7), die is vervangen door Verordening (EG) nr. 798/2008. Die verwijzingen moeten derhalve worden bijgewerkt.
(6)
Bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(7)
Om verstoring van het handelsverkeer te vermijden, moet het gebruik van gezondheidscertificaten voor bepaalde voor verzending naar de Unie vanuit derde landen bestemde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, die zijn ingevuld volgens het in bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG opgenomen model van het gezondheidscertificaat in de versie die vóór de bij dit besluit aangebrachte wijzigingen gold, tijdens een overgangsperiode toegestaan blijven.
(8)
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Beschikking 2007/777/EG
Bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Overgangsbepalingen
Tijdens een overgangsperiode die loopt tot 30 september 2014 blijft het binnenbrengen in de Unie van zendingen van vleesproducten en van behandelde magen, blazen en darmen, die vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat dat is ingevuld volgens het in bijlage III bij Beschikking 2007/777/EG opgenomen model in de versie die vóór de op grond van artikel 1 aangebrachte wijzigingen gold, toegestaan, mits dat gezondheidscertificaat vóór 30 juli 2014 werd ondertekend.
(3) Beschikking 2007/777/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG (PB L 312 van 30.11.2007, blz. 49).
(4) Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1).
(5) Richtlijn 90/539/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PB L 303 van 31.10.1990, blz. 6).
(6) Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 74).
(7) Beschikking 2006/696/EG van de Commissie van 28 augustus 2006 tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit pluimvee, broedeieren, eendagskuikens, vlees van pluimvee, loopvogels en vrij vederwild, eieren en eiproducten en van specifieke pathogenen vrije eieren (SPF-eieren) kunnen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap en van de toepasselijke voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 295 van 25.10.2006, blz. 1).
BIJLAGE
„BIJLAGE III
Model van het gezondheidscertificaat voor bepaalde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor verzending uit een derde land naar de Europese Unie
II.1.1. De in dit certificaat beschreven vleesproducten/behandelde magen, blazen en darmen (1) bevatten de volgende vleessoorten en voldoen aan onderstaande criteria:
Soort (A)
Behandeling (B)
Oorsprong (C)
(A) Code voor de desbetreffende vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen: BOV = als landbouwhuisdier gehouden runderen (Bos Taurus, Bison bison, Bubalus bubalisen kruisingen daarvan); OVI = als huisdier gehouden schapen (Ovis aries) en geiten (Capra hircus); EQI = als huisdier gehouden paardachtigen (Equus caballus, Equus asinus en kruisingen daarvan); POR = als huisdier gehouden varkens (Sus scrofa); RAB = tamme konijnen; PFG = als huisdier gehouden pluimvee en gekweekt vederwild; RUF = gekweekte niet als huisdier gehouden dieren (met uitzondering van varkens en eenhoevigen); RUW = vrije niet als huisdier gehouden dieren (met uitzondering van varkens en eenhoevigen); SUW = vrije niet als huisdier gehouden varkens; EQW = vrije niet als huisdier gehouden eenhoevigen; WLP = vrije lagomorfen; WGB = vrij vederwild.
(B) A, B, C, D, E of F naargelang de vereiste behandeling, als gespecificeerd en omschreven in bijlage II, delen 2, 3 en 4, bij Beschikking 2007/777/EG.
(C) De ISO-code van het land van oorsprong en, in geval van regionalisatie overeenkomstig de wetgeving van de Unie voor de betrokken vleessoorten, de regio zoals aangegeven in bijlage II, deel 1, bij Beschikking 2007/777/EG.
(2) II.1.2. De in punt II.1.1. omschreven vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen zijn bereid met vers vlees van als huisdier gehouden runderen (Bos taurus, Bison bison, Bubalus bubalis en kruisingen daarvan); als huisdier gehouden schapen (Ovis aries) en geiten (Capra hircus); als huisdier gehouden paardachtigen (Equus caballus, Equus asinus en kruisingen daarvan); als huisdier gehouden varkens (Sus scrofa); gekweekte niet als huisdier gehouden dieren (met uitzondering van varkens en eenhoevigen); vrije niet als huisdier gehouden dieren (met uitzondering van varkens en eenhoevigen); vrije niet als huisdier gehouden varkens; vrije niet als huisdier gehouden eenhoevigen en het verse vlees gebruikt in de productie van de vleesproducten:
(2) hetzij [II.1.2.1. heeft een niet-specifieke behandeling als gespecificeerd en omschreven in bijlage II, deel 4, onder A, bij Beschikking 2007/777/EG ondergaan, en:
(2) hetzij[II.1.2.1.1.voldoet aan de veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften in de desbetreffende gezondheidscertificaten in bijlage II, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 206/2010, en is van oorsprong uit een derde land, of een deel daarvan in geval van regionalisatie overeenkomstig de wetgeving van de Unie, zoals beschreven in de desbetreffende kolom van bijlage II, deel 2, bij Beschikking 2007/777/EG].
(2) of [II.1.2.1.1. is van oorsprong uit een lidstaat van de Europese Unie].
(2) of [II.1.2.1. voldoet aan de in het kader van Richtlijn 2002/99/EG overeengekomen eisen, is verkregen van dieren die afkomstig zijn van een bedrijf dat niet onderworpen is aan beperkingen voor de specifieke ziekten, als vermeld in het gezondheidscertificaat van bijlage II, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 206/2010 en binnen een straal van 10 km waarvan in de laatste 30 dagen geen uitbraken van deze ziekten hebben plaatsgevonden, en heeft de specifieke behandeling ondergaan die voor het derde land van oorsprong of een deel daarvan in deel 2 of 3 (naargelang het geval) van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG is vastgesteld voor de desbetreffende vleessoort].
(2) II.1.3. De in punt II.1.1. omschreven vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen zijn bereid met vers vlees van als huisdier gehouden pluimvee, waaronder gekweekt of vrij vederwild, dat:
(2) hetzij [II.1.3.1. een niet-specifieke behandeling als gespecificeerd en omschreven in bijlage II, deel 4, onder A, bij Beschikking 2007/777/EG heeft ondergaan], en:
(2) hetzij [II.1.3.1.1. voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Verordening (EG) nr. 798/2008.]
(2) of [II.1.3.1.1. van oorsprong is uit een van de lidstaten van de Europese Unie en voldoet aan de voorschriften in artikel 3 van Richtlijn 2002/99/EG.]
Vleesproducten/behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor invoer
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(2) of [II.1.3.1. van oorsprong is uit een derde land, als bedoeld in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008, afkomstig is uit een bedrijf of, in geval van vrij vederwild, gedood is in gebieden waarrond zich binnen een straal van 10 km — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan, en de specifieke behandeling heeft ondergaan die voor het derde land van oorsprong of een deel daarvan in deel 2 of 3 (naargelang het geval) van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG is vastgesteld voor het vlees van de desbetreffende vleessoort.]
(2) of [II.1.3.1. van oorsprong is uit een derde land, als bedoeld in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008, afkomstig is uit een bedrijf of, in geval van vrij vederwild, gedood is in gebieden waarrond zich binnen een straal van 10 km — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan, en de specifieke behandeling heeft ondergaan, als bedoeld in punt B, C of D in deel 4 van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG, mits deze behandeling strenger is dan die welke is aangegeven in de delen 2 en 3 van bijlage II bij die beschikking.]
(2) [II.1.4. Wanneer het gaat om vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen die zijn vervaardigd van vers vlees van lagomorfen en andere landzoogdieren:
voldoet het vlees aan de desbetreffende veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften in Verordening (EG) nr. 119/2009 en is het afkomstig van een bedrijf dat niet is onderworpen aan beperkingen voor dierziekten die de betrokken dieren treffen en binnen een straal van 10 km waarvan in de laatste 30 dagen geen uitbraken van deze ziekten hebben plaatsgevonden.]
II.1.5. De vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen:
(2) hetzij II.1.5.1. [bestaan uit vlees en/of vleesproducten van een enkele diersoort en hebben de behandeling ondergaan die is voorgeschreven in bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG.]
(2) of II.1.5.1. [bestaan uit vlees van meer dan één diersoort en nadat het vlees is gemengd, heeft het product in zijn geheel een behandeling ondergaan die ten minste even streng is als die welke is voorgeschreven voor de vleesbestanddelen van het vleesproduct, zoals vastgesteld in bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG.]
(2) of II.1.5.1. [zijn bereid met vlees van meer dan één diersoort, waarbij de behandeling die elk vleesbestanddeel vóór de vermenging heeft ondergaan, voldoet aan de desbetreffende voorschriften voor vlees van de betrokken diersoort, zoals vastgesteld in bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG.]
II.1.6. Na de behandeling zijn alle voorzorgen genomen om besmetting te voorkomen.
(2) [II.1.7. Aanvullende garanties:
in het geval van vleesproducten van pluimvee die geen specifieke behandeling hebben ondergaan en die bestemd zijn voor lidstaten of gebieden daarvan die overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2009/158/EG zijn erkend als lidstaat of gebied waar niet tegen de ziekte van Newcastle wordt ingeënt, was het pluimveevlees afkomstig van pluimvee dat in de laatste 30 dagen voor de slacht niet met een levend vaccin tegen de ziekte van Newcastle was ingeënt.]
(2) II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende verklaart dat hij kennis heeft van de desbetreffende bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004 en dat de hierboven omschreven vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen overeenkomstig deze voorschriften zijn geproduceerd en met name dat:
II.2.1. zij afkomstig zijn van een of meer inrichtingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 een op de HACCP-beginselen gebaseerd programma toepassen;
II.2.2. zij geproduceerd zijn met grondstoffen die voldoen aan de voorschriften van bijlage III, secties I tot en met VI, bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
(2) II.2.3.1. de vleesproducten vervaardigd zijn uit vlees van als huisdier gehouden varkens dat met negatieve resultaten op trichinose is onderzocht of dat een koudebehandeling heeft ondergaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2075/2005;
(2) II.2.3.2. de vleesproducten vervaardigd zijn uit paardenvlees of vlees van wilde varkens dat met negatieve resultaten op trichinose is onderzocht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2075/2005;
(2) II.2.3.3. de behandelde magen, blazen en darmen geproduceerd zijn overeenkomstig bijlage III, sectie XIII, bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
II.2.4. zij van een identificatiemerk zijn voorzien overeenkomstig bijlage II, sectie I, bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
II.2.5. op het etiket (de etiketten) op de verpakking van de hierboven omschreven vleesproducten een keurmerk is aangebracht waaruit blijkt dat het vleesproduct uitsluitend vervaardigd is met vers vlees van dieren die zijn geslacht in slachthuizen die zijn erkend voor uitvoer naar de Europese Unie, dan wel van dieren die speciaal voor de levering van vlees voor de vereiste behandeling als bedoeld in bijlage II, delen 2 en 3, bij Beschikking 2007/777/EG in een slachthuis zijn geslacht;
Vleesproducten/behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor invoer
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
II.2.6. zij voldoen aan de desbetreffende criteria van Verordening (EG) nr. 2073/2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen;
II.2.7. met betrekking tot levende dieren en producten daarvan alle garanties worden geboden die zijn vervat in de overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG, en met name artikel 29 daarvan, ingediende plannen betreffende residuen;
II.2.8. het vervoermiddel en de omstandigheden waaronder deze zending is geladen, in overeenstemming zijn met de hygiënevoorschriften die voor de uitvoer naar de Europese Unie van kracht zijn;
II.2.9. indien zij materiaal van runderen, schapen of geiten bevatten, het verse vlees dat en/of de darmen die voor de bereiding van de vleesproducten en/of de behandelde darmen is/zijn gebruikt, voldoet/voldoen aan de volgende voorwaarden naargelang van de BSE-risicocategorie van het land van oorsprong:
(2) II.2.9.1. voor invoer uit een land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico volgens de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG, zoals gewijzigd:
1. het land of gebied overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001 is ingedeeld als land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico;
2. de dieren waarvan de producten van runderen, schapen en geiten zijn afgeleid, zijn geboren, ononderbroken gehouden en geslacht in het land met een verwaarloosbaar BSE-risico en zijn bij een ante- en een postmortemkeuring geschikt bevonden;
(2) 3. als er in het land of gebied inheemse gevallen van BSE geweest zijn:
(2) a) zijn de dieren geboren na de datum met ingang waarvan het verbod op het vervoederen aan herkauwers van vleesbeendermeel en kanen, afkomstig van herkauwers, daadwerkelijk wordt toegepast, of
(2) b) bevatten de producten van runderen, schapen en geiten geen gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of separatorvlees van beenderen van runderen, schapen en geiten en zijn zij daar niet van afgeleid;
(2) II.2.9.2. voor invoer uit een land of gebied met een gecontroleerd BSE-risico volgens de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG, zoals gewijzigd:
1. het land of gebied is overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001 ingedeeld als land respectievelijk gebied met een gecontroleerd BSE-risico;
2. de dieren waarvan de producten van runderen, schapen en geiten zijn afgeleid, zijn bij een ante- en een postmortemkeuring geschikt bevonden;
3. de dieren waarvan de voor uitvoer bedoelde producten van runderen, schapen of geiten zijn afgeleid, zijn niet geslacht met gebruikmaking van de methode waarbij de dieren worden bedwelmd of onmiddellijk gedood door middel van een gasinjectie in de schedelholte, of waarbij, na bedwelming van het dier, het weefsel van het centrale zenuwstelsel met een lang staafvormig, in de schedelholte ingebracht instrument wordt beschadigd;
(2)(3) 4. de producten van runderen, schapen en geiten bevatten geen gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 of separatorvlees van beenderen van runderen, schapen en geiten en zijn daar niet van afgeleid;
(2)(4) 5. als het gaat om darmen van oorsprong uit een land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico, gelden voor de invoer van behandelde darmen de volgende voorwaarden:
a) het land of gebied is overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001 ingedeeld als land respectievelijk gebied met een gecontroleerd BSE-risico;
b) de dieren waarvan de producten van runderen, schapen en geiten zijn afgeleid, zijn geboren, ononderbroken gehouden en geslacht in het land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico en zijn bij een ante- en een postmortemkeuring geschikt bevonden;
(2) c) als de darmen van oorsprong zijn uit een land of gebied waar inheemse gevallen van BSE geweest zijn:
hetzij
(2) i) zijn de dieren geboren na de datum met ingang waarvan het verbod op het vervoederen aan herkauwers van vleesbeendermeel en kanen, afkomstig van herkauwers, daadwerkelijk wordt toegepast, of
Vleesproducten/behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor invoer
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(2) ii) bevatten de producten van runderen, schapen en geiten geen gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en zijn zij daar niet van afgeleid.
(2) II.2.9.3. voor invoer uit een land of gebied met een onbepaald BSE-risico volgens de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG:
1. aan de dieren waarvan de producten van runderen, schapen en geiten zijn afgeleid, zijn geen vleesbeendermeel en kanen, afkomstig van herkauwers, vervoederd en zij zijn bij een ante- en een postmortemkeuring geschikt bevonden;
2. de dieren waarvan de producten van runderen, schapen of geiten zijn afgeleid, zijn niet geslacht met gebruikmaking van de methode waarbij de dieren worden bedwelmd of onmiddellijk gedood door middel van een gasinjectie in de schedelholte, of waarbij, na bedwelming van het dier, het weefsel van het centrale zenuwstelsel met een lang staafvormig, in de schedelholte ingebracht instrument wordt beschadigd;
(2)(5) 3. de producten van runderen, schapen en geiten zijn niet afgeleid van:
i) gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001;
ii) zenuw- en lymfeweefsel dat bij het ontbenen is vrijgelegd;
iii) separatorvlees van beenderen van runderen, schapen en geiten;
(2)(4) 4. als het gaat om darmen van oorsprong uit een land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico, gelden voor de invoer van behandelde darmen de volgende voorwaarden:
a) het land of gebied is overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2001 ingedeeld als land respectievelijk gebied met een onbepaald BSE-risico;
b) de dieren waarvan de producten van runderen, schapen en geiten zijn afgeleid, zijn geboren, ononderbroken gehouden en geslacht in het land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico en zijn bij een ante- en een postmortemkeuring geschikt bevonden;
(2) c) als de darmen van oorsprong zijn uit een land of gebied waar inheemse gevallen van BSE geweest zijn:
(2) i) zijn de dieren geboren na de datum met ingang waarvan het verbod op het vervoederen aan herkauwers van vleesbeendermeel en kanen, afkomstig van herkauwers, daadwerkelijk wordt toegepast, of
(2) ii) bevatten de producten van runderen, schapen en geiten geen gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 en zijn zij daar niet van afgeleid.
Opmerkingen
DEEL I:
Vak I.8: gebied (indien van toepassing) zoals vermeld in bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG (zoals laatstelijk gewijzigd).
Vak I.11: plaats van oorsprong: naam en adres van de inrichting van verzending.
Vak I.15: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer (vliegtuig) of naam (schip). In geval van overslag moet afzonderlijke informatie worden verstrekt.
Vak I.19: gebruik de juiste code van het geharmoniseerd systeem (GS) onder de volgende rubrieken: 02.10, 16.01, 16.02 en 05.04.
Vak I.23: identificatie van container/zegelnummer: alleen waar van toepassing.
Vak I.28: „Soort”: kies uit de in punt II.1.1 onder (A) beschreven diersoorten;
Vleesproducten/behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor invoer
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
„Soort product”: een van de volgende producten invullen: vleesproduct, behandelde magen, blazen en darmen;
„Slachthuis”: erkenningsnummer van slachthuis of wildverwerkingsinrichting;
„Koelhuis”: opslagvoorziening;
„Verwerkingsbedrijf”: erkenningsnummer.
DEEL II:
(1) Vleesproducten als bedoeld in bijlage I, punt 7.1, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en behandelde magen, blazen en darmen die een van de in bijlage II, deel 4, bij Beschikking 2007/777/EG genoemde behandelingen hebben ondergaan.
(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(3) In afwijking van punt 4 mogen karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie delen zijn verdeeld en voor- en achtervoeten, die geen ander gespecificeerd risicomateriaal dan wervelkolom, inclusief achterwortelganglia, bevatten, worden ingevoerd.
Wanneer de wervelkolom niet hoeft te worden verwijderd, worden runderkarkassen met wervelkolom en delen van dergelijke karkassen gekenmerkt door middel van een duidelijk zichtbare blauwe streep op het in bijlage V, punt 11.3, onder a), bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bedoelde etiket.
In geval van invoer wordt in het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 136/2004 bedoelde document het aantal runderkarkassen of delen daarvan vermeld waaruit de wervelkolom moet worden verwijderd en het aantal runderkarkassen of delen daarvan waarbij dit niet hoeft te gebeuren.
(4) Alleen van toepassing op behandelde darmen.
(5) In afwijking van punt 3 mogen karkassen, halve karkassen, halve karkassen die in ten hoogste drie delen zijn verdeeld en voor- en achtervoeten, die geen ander gespecificeerd risicomateriaal dan wervelkolom, inclusief achterwortelganglia, bevatten, worden ingevoerd.
Wanneer de wervelkolom niet hoeft te worden verwijderd, worden runderkarkassen met wervelkolom en delen van dergelijke karkassen gekenmerkt door middel van een duidelijk zichtbare blauwe streep op het in bijlage V, punt 11.3, onder a), bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bedoelde etiket.
In geval van invoer wordt in het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 136/2004 bedoelde document het aantal runderkarkassen of delen daarvan vermeld waaruit de wervelkolom moet worden verwijderd en het aantal runderkarkassen of delen daarvan waarbij dit niet hoeft te gebeuren.
De kleur van de handtekening moet verschillen van die van de gedrukte tekst. Dat geldt ook voor stempels, met uitzondering van reliëfstempels en watermerken.