|
25.3.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 89/45 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 21 maart 2014
tot wijziging van Beschikking 2005/381/EG wat betreft de vragenlijst voor de rapportage over de toepassing van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 1726)
(Voor de EER relevante tekst)
(2014/166/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 21, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG moeten de lidstaten elk jaar bij de Commissie verslag uitbrengen over de toepassing van die richtlijn. Sinds de vaststelling van Richtlijn 2003/87/EG is deze ingrijpend gewijzigd en heeft de Commissie diverse wetgevingsinstrumenten ter verdere uitvoering ervan vastgesteld. |
|
(2) |
Bij Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) en Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) is Richtlijn 2003/87/EG gewijzigd teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en om de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Unie te verbeteren en uit te breiden. Bij Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (4) zijn regels vastgesteld voor de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen en activiteitsgegevens, terwijl in Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie (5) voorschriften zijn opgenomen voor de verificatie van broeikasgasemissieverslagen, de accreditatie en de wederzijdse erkenning van verificateurs en de collegiale toetsing van accreditatie-instanties. |
|
(3) |
Bovendien zijn bij Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie (6) de algemene, operationele en onderhoudsvoorschriften met betrekking tot het EU-register vastgesteld en is bij Besluit 2011/278/EU van de Commissie (7) een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG vastgesteld. |
|
(4) |
Bij Beschikking 2005/381/EG van de Commissie (8) is een vragenlijst opgesteld die de lidstaten moeten gebruiken voor de opstelling van jaarverslagen met het oog op een gedetailleerde rapportage over de toepassing van Richtlijn 2003/87/EG. Bij Beschikking 2006/803/EG van de Commissie (9) is deze vragenlijst gewijzigd in het licht van de ervaring die de lidstaten en de Commissie hadden opgedaan bij het gebruik ervan. |
|
(5) |
Bij de toepassing van de gewijzigde Richtlijn 2003/87/EG en de door de Commissie goedgekeurde wetgevingsinstrumenten alsmede uit verdere ervaring die de lidstaten en de Commissie bij het gebruik van de vragenlijst hebben opgedaan, is gebleken dat de synergieën en de samenhang van de gerapporteerde informatie moeten worden versterkt. |
|
(6) |
Met name moeten de rapportagevereisten in die vragenlijst overeenkomstig de vermelde wetgevingsinstrumenten worden gewijzigd; zij moeten op een geharmoniseerde manier worden verbeterd teneinde de doeltreffendheid van het rapportageproces en de kwaliteit van de door de lidstaten verstrekte informatie te vergroten. |
|
(7) |
De bijlage bij Beschikking 2005/381/EG moet daarom worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering dat is ingesteld overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) nr. 525/2013/EG van het Europees Parlement en de Raad (10), |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Beschikking 2005/381/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 21 maart 2014.
Voor de Commissie
Connie HEDEGAARD
Lid van de Commissie
(1) PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.
(2) Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PB L 8 van 13.1.2009, blz. 3).
(3) Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 63).
(4) Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 181 van 12.7.2012, blz. 30).
(5) Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de verificatie van broeikasgasemissie- en tonkilometerverslagen en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 181 van 12.7.2012, blz. 1).
(6) Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie (PB L 122 van 3.5.2013, blz. 1).
(7) Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 130 van 17.5.2011, blz. 1).
(8) Beschikking 2005/381/EG van de Commissie van 4 mei 2005 tot vaststelling van een vragenlijst voor de rapportage over de toepassing van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 43).
(9) Beschikking 2006/803/EG van de Commissie van 23 november 2006 houdende wijziging van Beschikking 2005/381/EG tot vaststelling van een vragenlijst voor de rapportage over de toepassing van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 329 van 25.11.2006, blz. 38).
(10) Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 13).
BIJLAGE
„BIJLAGE
VRAGENLIJST OVER DE UITVOERING VAN RICHTLIJN 2003/87/EG
1. Gegevens betreffende de rapporterende instelling
Naam en afdeling van de organisatie:
Naam van de contactpersoon:
Functie van de contactpersoon:
Adres:
Internationaal telefoonnummer:
E-mailadres:
2. Verantwoordelijke autoriteiten inzake de EU-regeling voor de emissiehandel (EU ETS) en coördinatie tussen de autoriteiten
De in dit deel gestelde vragen moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
2.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel de naam, de afkorting en de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van de EU ETS voor installaties en luchtvaartactiviteiten in uw lidstaat. Voeg zo nodig extra regels toe.
Vermeld in de onderstaande tabel de naam, de afkorting en de contactgegevens van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2) aangewezen nationale accreditatie-instantie.
Hebt u een nationale certificeringsinstantie opgezet om verificateurs te certificeren overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie (3)? Ja/Neen Zo ja, vermeld dan de naam, de afkorting en de contactgegevens van de nationale certificeringsinstantie in de onderstaande tabel.
Vermeld in de onderstaande tabel de naam, de afkorting en de contactgegevens van de registeradministrateur in uw lidstaat.
|
|
2.2. |
Vermeld in de onderstaande tabel welke bevoegde autoriteit is belast met de volgende taken. Gebruik hierbij de afkorting van die autoriteit. Voeg zo nodig extra regels toe.
Er zij op gewezen dat indien een vak in de tabel hieronder grijs is, de taak niet relevant is voor installaties of de luchtvaart.
|
|
2.3. |
Indien in uw lidstaat overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2003/87/EG meer dan één bevoegde autoriteit is aangewezen, welke bevoegde autoriteit is dan uw contactpunt als bedoeld in artikel 69, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2012? Gebruik voor uw antwoord in de onderstaande tabel de desbetreffende afkorting.
Indien in uw lidstaat voor de uitvoering van de in Verordening (EU) nr. 601/2012 bedoelde activiteiten meer dan één bevoegde autoriteit is aangewezen, welke maatregelen zijn dan genomen om de werkzaamheden van deze bevoegde autoriteiten te coördineren overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 601/2012? Beantwoord de vragen in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2.4. |
Welke doeltreffende uitwisseling van informatie en samenwerking in de zin van artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2012 bestaat er tussen de nationale accreditatie-instantie of, in voorkomend geval, de nationale certificeringsinstantie en de bevoegde autoriteit in uw lidstaat? Beantwoord de vragen in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||
3. Betrokken activiteiten, installaties en exploitanten van luchtvaartuigen
De tweede subvraag van vraag 3.1 en de tweede en de derde subvraag van vraag 3.2 in dit deel moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
3A. Installaties
|
3.1. |
In hoeveel installaties worden activiteiten verricht en worden broeikasgassen uitgestoten als vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG? Hoeveel van deze installaties zijn installaties van categorie A, B en C als bedoeld in artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Hoeveel van deze installaties zijn installaties met geringe emissies als bedoeld in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Beantwoord de vragen in de onderstaande tabel.
Voor welke activiteiten als bedoeld in bijlage I heeft uw lidstaat vergunningen afgegeven uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG? Beantwoord de vragen in de onderstaande tabel.
|
|
3.2. |
Hebt u installaties uitgesloten op grond van artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG? Ja/Neen
Zo ja, vul dan de onderstaande tabel en vragen in.
Welke controlemaatregelen zijn getroffen overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG? Gelieve hieronder te specificeren. Zijn vereenvoudigde voorschriften inzake monitoring, rapportage en verificatie vastgesteld voor installaties waarvan de jaarlijkse geverifieerde emissies tussen 2008 en 2010 minder dan 5 000 ton CO2(e) per jaar bedroegen? Ja/Neen Zo ja, vermeld welke vereenvoudigde voorschriften van toepassing zijn. |
3B. Vliegtuigexploitanten
|
3.3. |
Hoeveel vliegtuigexploitanten voeren activiteiten uit die zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG waarvoor u als administrerende lidstaat verantwoordelijk bent en hebben een monitoringplan ingediend? Hoeveel van deze vliegtuigexploitanten zijn commerciële vliegtuigexploitanten en hoeveel zijn niet-commerciële vliegtuigexploitanten? Hoeveel van het totale aantal vliegtuigexploitanten zijn kleine emittenten als bedoeld in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Omschrijf in de onderstaande tabel.
Heeft u weet van andere vliegtuigexploitanten waarvoor u als administrerende lidstaat verantwoordelijk bent en die een monitoringplan hadden moeten indienen en hadden moeten voldoen aan andere voorschriften van Richtlijn 2003/87/EG? Ja/Neen Zo ja, vermeld het aantal vliegtuigexploitanten in de onderstaande tabel.
Indien u wilt ingaan op aspecten in verband met het aantal van deze extra vliegtuigexploitanten, gelieve hieronder te specificeren. |
4. Vergunningen voor installaties
Vraag 4.1 en het eerste onderdeel van vraag 4.2 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
4.1. |
Zijn de in de artikelen 5, 6 en 7 van Richtlijn 2003/87/EG gestelde eisen geïntegreerd in de bij Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) voorgeschreven procedures? Ja/Neen
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabel aan hoe de integratie is uitgevoerd. Voeg zo nodig extra regels toe.
Zo neen, vermeld in de onderstaande tabel hoe de voorwaarden en procedures voor de afgifte van de ETS-vergunning en de RIE-vergunning worden gecoördineerd. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4.2. |
Wanneer is naar nationaal recht vereist dat de vergunning wordt bijgewerkt overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2003/87/EG? Geef in de onderstaande tabel details van de nationaalrechtelijke bepalingen. Voeg zo nodig extra regels toe.
Hoeveel bijwerkingen van vergunningen vonden in de verslagperiode plaats? Vermeld, voor zover dit bij de bevoegde autoriteit bekend is, in de onderstaande tabel hoe vaak vergunningen zijn bijgewerkt.
|
5. Toepassing van de monitoring- en rapportageverordening
5A. Algemeen
De vragen 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
5.1. |
Is aanvullende nationale wetgeving ten uitvoer gelegd als hulpmiddel bij de toepassing van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, omschrijf dan hieronder voor welke gebieden aanvullende nationale wetgeving ten uitvoer is gelegd. Zijn aanvullende nationale richtsnoeren ontwikkeld voor een beter begrip van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen Zo ja, vermeld hieronder voor welke gebieden aanvullende nationale richtsnoeren zijn ontwikkeld. |
|
5.2. |
Welke maatregelen zijn er genomen ter aanvulling op de rapportagevoorschriften van andere bestaande rapportagemechanismen zoals de rapportage van broeikasgasinventarissen en EPRTR-rapportage? Gelieve hieronder te specificeren. |
|
5.3. |
Hebt u op maat van de lidstaat elektronische modellen of specifieke bestandsformaten voor monitoringplannen, emissieverslagen, verificatieverslagen en/of verbeteringsverslagen ontwikkeld? Ja/Neen
Zo ja, gelieve de onderstaande tabellen in te vullen.
Welke maatregelen zijn genomen om te voldoen aan de eisen in artikel 74, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Gelieve hieronder te specificeren. |
|
5.4. |
Hebt u een geautomatiseerd systeem ontwikkeld voor de elektronische uitwisseling van gegevens tussen exploitanten of vliegtuigexploitanten en de bevoegde autoriteit en andere partijen? Ja/Neen
Zo ja, omschrijf dan hieronder welke bepalingen u ten uitvoer hebt gelegd om te voldoen aan de eisen in artikel 75, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012. |
5B. Installaties
De vragen 5.7 en 5.9, de tweede subvraag van vraag 5.17 en de vragen 5.19 en 5.20 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
5.5. |
Vermeld in de onderstaande tabel voor de genoemde brandstoffen het totale brandstofverbruik en de totale jaarlijkse emissies, gebaseerd op de gegevens in het emissieverslag van de exploitant voor het verslagjaar.
|
|
5.6. |
Vermeld in de onderstaande tabel de totale emissies voor elke gerapporteerde categorie van het gemeenschappelijke IPCC-rapportageformaat (CRF), op basis van de gegevens in het emissieverslag van de exploitant overeenkomstig artikel 73 van Verordening (EU) nr. 601/2012.
|
|
5.7. |
Vermeld in de onderstaande tabel:
Hoeveel van de type I-standaardwaarden zijn waarden die zijn opgenomen in bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 601/2012 als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder a), van die verordening?
|
|
5.8. |
Zijn bemonsteringsplannen opgesteld in alle gevallen waarin dat krachtens artikel 33 van Verordening (EU) nr. 601/2012 vereist is? Ja/Neen
Zo neen, vermeld hieronder de gevallen waarin en de redenen waarom geen bemonsteringsplan is opgesteld. Bent u op de hoogte van specifieke problemen of vraagstukken inzake bemonsteringsplannen die zijn opgezet door de exploitanten? Ja/Neen Zo ja, geef dan hieronder meer informatie over de problemen of vraagstukken die zich hebben voorgedaan. |
|
5.9. |
Vermeld in de onderstaande tabel het aantal installaties waarvoor de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 35, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 601/2012 een andere frequentie heeft toegestaan, alsmede de bevestiging dat het bemonsteringsplan in die gevallen volledig wordt gedocumenteerd en nageleefd.
|
|
5.10. |
Wanneer voor de werkwijze bij grote bronstromen van categorie C-installaties als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 601/2012 niet het hoogste niveau wordt toegepast, vermeld dan in onderstaande tabel voor elke installatie waarvoor dat het geval is wat de betrokken bronstromen zijn, wat de betrokken bewakingsparameter is, wat het hoogste vereiste niveau is krachtens Verordening (EU) nr. 601/2012 en welk niveau is toegepast.
|
|
5.11. |
Vermeld in de onderstaande tabel het aantal installaties van categorie B als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 601/2012, waarvoor niet het hoogste niveau wordt toegepast dat geldt voor alle grote bronstromen en alle grote emissiebronnen (16) overeenkomstig Verordening (EU) nr. 601/2012.
|
|
5.12. |
Is voor installaties in uw lidstaat de fall-back-monitoringmethode toegepast overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, vul dan de tabel hieronder in.
|
|
5.13. |
Vermeld in onderstaande tabel het aantal installaties van de categorieën A, B en C waarvoor overeenkomstig artikel 69 van Verordening (EU) nr. 601/2012 een verbeteringsverslag moest worden ingediend en waarvoor dit ook daadwerkelijk is gedaan. De informatie in de tabel hieronder heeft betrekking op de voorgaande verslagperiode.
|
|
5.14. |
Is inherent CO2 overeenkomstig artikel 48 of CO2 overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EU) nr. 601/2012 overgebracht naar uw lidstaat? Ja/Neen
Zo ja, vul dan de tabel hieronder in.
|
|
5.15. |
Zijn er naast de innovatieve technologieën die zijn toegestaan krachtens artikel 49 van Verordening (EU) nr. 601/2012 nog andere innovatieve technologieën voorzien die kunnen worden toegepast voor permanente opslag en die u onder de aandacht van de Commissie wilt brengen wegens de relevantie ervan voor toekomstige wijzigingen van Verordening (EU) nr. 601/2012? |
|
5.16. |
Is in een van de installaties in uw lidstaat continue emissiemeting toegepast overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in onderstaande tabel dan het totaal aan emissies van elke installatie, de emissies waarop continue emissiemeting van toepassing is, en of het gemeten gas biomassa-CO2 bevat.
|
|
5.17. |
Vermeld in de onderstaande tabel voor elk van de belangrijkste activiteiten bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG:
Welke methoden om de naleving van duurzaamheidscriteria aan te tonen worden in uw lidstaat in het algemeen toegepast? Beschrijf hieronder de belangrijkste elementen als nationale systemen worden gebruikt om aan te tonen dat aan deze criteria is voldaan. |
|
5.18. |
Wat was, voor elke afvalsoort, de totale hoeveelheid fossiele CO2-emissies uit afval die is gebruikt als brandstof of inputmateriaal, als gerapporteerd door exploitanten in hun geverifieerde emissieverslag? Geef uw antwoord in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|
5.19. |
Heeft uw lidstaat toestemming gegeven voor vereenvoudigde monitoringplannen overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in onderstaande tabel wat voor soort risicobeoordeling werd uitgevoerd en op welke uitgangspunten deze was gebaseerd.
|
|
5.20. |
Zijn innovatieve methoden gebruikt om de naleving te vereenvoudigen voor installaties met geringe emissies als bedoeld in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, geef dit dan per methode aan in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|||||||||||
5C. Vliegtuigexploitanten
De vragen 5.26 en 5.27 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
5.21. |
Hoeveel vliegtuigexploitanten maken gebruik van methode A of B om het brandstofverbruik te bepalen? Geef uw antwoord in de onderstaande tabel.
|
|
5.22. |
Vermeld in onderstaande tabel het totaal aan emissies van alle vluchten en binnenlandse vluchten die in de verslagperiode zijn uitgevoerd door vliegtuigexploitanten waarvoor u de administrerende lidstaat bent.
|
|
5.23. |
Vermeld in de onderstaande tabel:
|
|
5.24. |
Vermeld in de onderstaande tabel:
|
|
5.25. |
Vermeld in onderstaande tabel het aantal vliegtuigexploitanten dat overeenkomstig artikel 69 van Verordening (EU) nr. 601/2012 een verbeteringsverslag moest indienen en dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. De informatie in de onderstaande tabel heeft betrekking op de voorgaande verslagperiode.
|
|
5.26. |
Heeft uw lidstaat toestemming gegeven voor vereenvoudigde monitoringplannen overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in onderstaande tabel wat voor soort risicobeoordeling werd uitgevoerd en op welke beginselen deze was gebaseerd.
|
|
5.27. |
Zijn innovatieve methoden gebruikt om de naleving te vereenvoudigen voor kleine emittenten als bedoeld in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) nr. 601/2012? Ja/Neen
Zo ja, geef dit dan per methode aan in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|||||||||||
6. Regelingen voor verificatie
6A. Algemeen
|
6.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel het aantal verificateurs dat is geaccrediteerd voor een specifiek accreditatiedoel in de zin van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 600/2012. Als lidstaten overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2012 de certificatie van natuurlijke personen hebben toegestaan, vermeld dan ook het aantal natuurlijke personen-verificateurs dat is gecertificeerd voor een specifiek certificatiedoel in de zin van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 600/2012.
|
|
6.2. |
Geef in de onderstaande tabel informatie over de toepassing van de voorschriften voor de uitwisseling van informatie als bedoeld in hoofdstuk VI van Verordening (EU) nr. 600/2012.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
6B. Installaties
|
6.3. |
Voor welke installaties heeft de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 70, lid 1, van Verordening (EU) nr. 601/2012 een conservatieve schatting van de emissies gemaakt? Geef uw antwoord in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|
6.4. |
Bevat enig verificatieverslag niet-beduidende onjuistheden of afwijkingen die niet hebben geleid tot een negatief verificatieadvies, niet naleving van Verordening (EU) nr. 601/2012 of aanbevelingen tot verbetering? Ja/Neen
Zo ja, vermeld de informatie in de onderstaande tabel:
|
|
6.5. |
Heeft de bevoegde autoriteit geverifieerde emissieverslagen gecontroleerd? Ja/Neen
Zo ja, vermeld dan in de onderstaande tabel welke controles werden uitgevoerd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6.6. |
Is in het geval van installaties met een emissie van meer dan 25 000 ton CO2(e) per jaar afgezien van bezoeken ter plaatse? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in de onderstaande tabel het aantal installaties waarvoor is afgezien van een bezoek ter plaatse en de specifieke omstandigheid waaronder dat is gebeurd. Voeg zo nodig extra regels toe.
Is in het geval van installaties met geringe emissies als bedoeld in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 601/2012 afgezien van een bezoek ter plaatse? Ja/Neen Zo ja, vermeld in de onderstaande tabel het aantal installaties waarvoor is afgezien van een bezoek ter plaatse.
|
6C. Vliegtuigexploitanten
|
6.7. |
Voor welke vliegtuigexploitanten heeft de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 70, lid 1, van Verordening (EU) nr. 601/2012 een conservatieve schatting van de emissies gemaakt? Geef uw antwoord in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|
6.8. |
Is er een verificatierapport met niet-beduidende onjuiste opgaven, afwijkingen die niet hebben geleid tot een negatief verificatieadvies, niet-naleving van Verordening (EG) nr. 601/2012 of aanbevelingen voor verbetering? Ja/Neen
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabellen informatie over emissies en tonkilometergegevens. Tabel voor gegevens met betrekking tot de emissieverslagen
Tabel voor gegevens met betrekking tot de tonkilometerverslagen
|
|
6.9. |
Heeft de bevoegde autoriteit geverifieerde emissieverslagen gecontroleerd? Ja/Neen
Zo ja, vermeld dan in de onderstaande tabellen welke controles werden uitgevoerd met betrekking tot gegevens over emissies en tonkilometers. Tabel voor gegevens met betrekking tot de emissieverslagen
Tabel voor gegevens met betrekking tot de tonkilometerverslagen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6.10. |
Is in het geval van kleine emittenten als bedoeld in artikel 54, lid 1, van Verordening (EU) nr. 601/2012 afgezien van bezoeken ter plaatse? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in de onderstaande tabel het aantal kleine emittenten waarvoor is afgezien van een bezoek ter plaatse.
|
7. Registers
|
7.1. |
Sluit een kopie bij van de specifieke voorwaarden die de rekeninghouders in uw lidstaat moeten ondertekenen. |
|
7.2. |
Vermeld voor alle gevallen waarin een rekening in het register gesloten is omdat er redelijkerwijs geen verdere inlevering van emissierechten door de exploitant van de installatie of de vliegtuigexploitant mocht worden verwacht, waarom dat vooruitzicht niet bestond en meld het bedrag aan uitstaande rechten. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|
7.3. |
Hoe vaak hebben vliegtuigexploitanten gedurende het verslagjaar gebruikgemaakt van de machtiging zoals bedoeld in artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie (48)? Vermeld hieronder het aantal gevallen.
Welke vliegtuigexploitanten hebben tijdens de verslagperiode gebruikgemaakt van een machtiging als bedoeld in artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) nr. 389/2013? Vul in de onderstaande tabel de gegevens in. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
8. Toewijzing
|
8.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel het aantal wijzigingen dat plaatsvond bij installaties en de toewijzingen van die wijzigingen sinds het begin van de derde handelsperiode en tijdens de verslagperiode.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8.2. |
Zijn er geplande of effectieve veranderingen van de capaciteit, de activiteitsniveaus of de werking van een installatie, als bedoeld in artikel 24 van Besluit 2011/278/EU, niet gemeld aan de bevoegde autoriteit? Ja/Neen
Zo ja, vermeld in de onderstaande tabel om hoeveel installaties het ging en hoe deze veranderingen zijn vastgesteld.
|
|
8.3. |
Hebt u artikel 10 quater van Richtlijn 2003/87/EG toegepast? Ja/Neen
Zo ja, vermeld dan in de onderstaande tabel voor de verslagperiode het totale aantal afgegeven emissierechten en de totale waarde van de investeringen als bedoeld in artikel 10 quater van Richtlijn 2003/87/EG.
|
9. Gebruik van emissiereductie-eenheden (ERU’s) en gecertificeerde emissiereducties (CER’s) in de communautaire regeling
Vraag 9.1 moet worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
9.1. |
Welke maatregelen zijn genomen, voorafgaand aan de verlening van een schriftelijke goedkeuring voor een project, om ervoor te zorgen dat de relevante internationale criteria en richtsnoeren, met inbegrip van de criteria en richtsnoeren in het eindverslag van de Wereldcommissie stuwdammen (WCD) van 2000, zullen worden nageleefd bij de ontwikkeling van waterkrachtprojecten met een opwekkingscapaciteit van meer dan 20 MW? Geef uw antwoord in de onderstaande tabel. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
10. Vergoedingen en heffingen
De vragen 10.1, 10.2 en 10.3 hoeven alleen te worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
10A. Installaties
|
10.1. |
Wordt van de exploitanten een vergoeding verlangd? Ja/Neen
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabel een nadere specificatie van de vergoedingen voor de afgifte en bijwerking van vergunningen en de goedkeuring en bijwerking van de monitoringplannen.
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabel een nadere specificatie van de jaarlijkse verblijfsvergoedingen.
|
10B. Vliegtuigexploitanten
|
10.2. |
Wordt van de vliegtuigexploitanten een vergoeding verlangd? Ja/Neen
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabel een nadere specificatie van de vergoedingen voor de goedkeuring en bijwerking van de monitoringplannen.
Zo ja, geef dan in de onderstaande tabel een nadere specificatie van de jaarlijkse verblijfsvergoedingen.
|
10C. Installaties en vliegtuigexploitanten
|
10.3. |
Vermeld in de onderstaande tabellen de eenmalige en jaarlijkse vergoedingen die exploitanten en vliegtuigexploitanten geacht worden te voldoen in verband met registerrekeningen.
Tabel voor eenmalige vergoedingen
Tabel voor jaarlijkse vergoedingen
|
11. Aangelegenheden betreffende de naleving van de ETS-richtlijn
11A. Installaties
De vragen 11.1 en 11.2 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
11.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel welke maatregelen zijn genomen om te verzekeren dat exploitanten de vergunningsbepalingen en de Verordeningen (EU) nr. 601/2012 en (EU) nr. 600/2012 hebben nageleefd. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|||||||||||||
|
11.2. |
Vermeld in de onderstaande tabel de sancties voor inbreuken op de Verordeningen (EU) nr. 601/2012 en (EU) nr. 600/2012 en de nationale wetgeving overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
11.3. |
Vermeld in de onderstaande tabel voor de verslagperiode de gemaakte inbreuken en de opgelegde sancties overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||||||||
|
11.4. |
Vermeld in de onderstaande tabel de namen van de exploitanten aan wie tijdens de verslagperiode overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG boeten zijn opgelegd wegens overmatige emissie.
|
11B. Vliegtuigexploitanten
De vragen 11.5, 11.6, en 11.9 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
11.5. |
Vermeld in de onderstaande tabel welke maatregelen zijn genomen om te verzekeren dat vliegtuigexploitanten de Verordeningen (EU) nr. 601/2012 en (EU) nr. 600/2012 hebben nageleefd. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
|||||||||||||
|
11.6. |
Vermeld in de onderstaande tabel de sancties voor inbreuken op de Verordeningen (EU) nr. 601/2012 en (EU) nr. 600/2012 en de nationale wetgeving overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
11.7. |
Vermeld in de onderstaande tabel voor de verslagperiode de gemaakte inbreuken en de opgelegde sancties overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
||||||||||||||||||||||
|
11.8. |
Vermeld in de onderstaande tabel de namen van de vliegtuigexploitanten aan wie tijdens de verslagperiode overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG boeten zijn opgelegd wegens overmatige emissie.
|
|
11.9. |
Welke maatregelen zouden in uw lidstaat genomen moeten worden voordat uw lidstaat zou verzoeken om een exploitatieverbod van de Commissie overeenkomstig artikel 16, lid 10, van Richtlijn 2003/87/EG? Geef hieronder het soort maatregelen aan. |
12. Juridische status van de emissierechten en fiscale behandeling
De vragen 12.1, 12.2, 12.3 en 12.4 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
12.1. |
Wat is de juridische aard van de emissierechten in uw land? |
|
12.2. |
Wat is de boekhoudkundige behandeling van emissierechten in het financieel jaarverslag van de ondernemingen volgens de in de lidstaat geldende boekhoudkundige norm? |
|
12.3. |
Is btw verschuldigd over de afgifte van emissierechten? Ja/Neen
Is btw verschuldigd over emissierechttransacties op de secundaire markt? Ja/Neen Past uw land de verleggingsregeling toe voor binnenlandse transacties met betrekking tot emissierechten? Ja/Neen |
|
12.4. |
Worden emissierechten belast? Ja/Neen
Zo ja, vermeld dan in de onderstaande tabel het soort belasting en de tarieven die van toepassing zijn. Voeg zo nodig extra regels toe.
|
13. Fraude
De vragen 13.1 en 13.2 moeten worden beantwoord in het voor 30 juni 2014 in te dienen verslag en in de daaropvolgende verslagen indien er tijdens de verslagperiode wijzigingen zijn opgetreden.
|
13.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel welke regelingen van toepassing zijn in geval van frauduleuze activiteiten in verband met de kosteloze toewijzing van emissierechten.
|
|
13.2. |
Vermeld in de onderstaande tabel welke regelingen zijn getroffen om te verzekeren dat bevoegde autoriteiten die zijn betrokken bij de uitvoering van de EU ETS op de hoogte worden gesteld van frauduleuze activiteiten.
|
|
13.3. |
Vermeld in de onderstaande tabel de volgende informatie over frauduleuze activiteiten, voor zover deze bekend zijn bij de bevoegde autoriteit die is betrokken bij de uitvoering van de EU ETS in uw lidstaat:
|
14. Andere opmerkingen
|
14.1. |
Vermeld in de onderstaande tabel nadere bijzonderheden over eventuele andere kwesties die aanleiding geven tot bezorgdheid in uw lidstaat of andere relevante informatie die u wilt geven.
|
|
14.2. |
Hebt u alle eenmalige vragen in deze vragenlijst beantwoord en hebt u de antwoorden op die vragen waar relevant bijgewerkt? Ja/Neen
Zo neen, ga dan terug naar de betrokken vraag.” |
(1) Vermeld het telefoonnummer, het e-mailadres en het websiteadres.
(2) PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.
(3) PB L 181 van 12.7.2012, blz. 1.
(4) Dit vak behoeft alleen te worden ingevuld als de lidstaat activiteiten of gassen heeft opgenomen op grond van artikel 24 van Richtlijn 2003/87/EG.
(5) Dit vak behoeft alleen te worden ingevuld als de lidstaat installaties heeft uitgesloten op grond van artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG.
(6) PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17.
(7) Selecteer lidstaatspecifiek model of lidstaatspecifiek bestandsformaat.
(8) In vergelijking met de vereisten van de door de Commissie gepubliceerde modellen en specifieke bestandsformaten.
(9) Selecteer lidstaatspecifiek model of lidstaatspecifiek bestandsformaat.
(10) In vergelijking met de vereisten van de door de Commissie gepubliceerde modellen en specifieke bestandsformaten.
(11) Let wel: deze vraag is niet van toepassing op biomassa (inclusief niet duurzame biobrandstoffen en vloeibare biomassa). Informatie over biomassa, biobrandstoffen en vloeibare biomassa wordt behandeld in vraag 5.17.
(12) Kies bij soort waarde de met de bevoegde autoriteit overeengekomen waarde uit de literatuur of type I-standaardwaarde. Waarden uit de literatuur als bedoeld in artikel 31, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie zijn gerelateerd aan berekeningsfactoren voor brandstoffen.
(13) Kies bij berekeningsfactor de calorische onderwaarde, de emissiefactor, de oxidatiefactor, de conversiefactor, het koolstofgehalte of de biomassafractie.
(14) Installatie-identificatiecode erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013
(15) Kies bij betrokken bewakingsparameter: hoeveelheid brandstof, hoeveelheid materiaal, calorische onderwaarde, emissiefactor, voorlopige emissiefactor, oxidatiefactor, conversiefactor, koolstofgehalte, biomassafractie en, in het geval van een meetmethode, de jaarlijkse gemiddelde emissies per uur in kg/h uit de betrokken emissiebron.
(16) Emissiebronnen die meer dan 5 000 ton CO2(e) per jaar uitstoten of voor meer dan 10 % bijdragen aan de totale jaarlijkse emissies van de installatie, als deze waarde hoger is in termen van absolute emissies.
(17) Selecteer de rekenmethode of de meetmethode.
(18) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(19) Selecteer:
|
a) |
de toepassing van niveau 1 is technisch onhaalbaar of leidt tot onredelijke kosten voor één grote bronstroom; |
|
b) |
de toepassing van niveau 1 is technisch onhaalbaar of leidt tot onredelijke kosten voor één kleine bronstroom; |
|
c) |
de toepassing van niveau 1 is technisch onhaalbaar of leidt tot onredelijke kosten voor meer dan één grote of kleine bronstroom; of |
|
d) |
de toepassing van niveau 1 volgens de meetmethode is technisch onhaalbaar of leidt tot onredelijke kosten, als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 601/2012. |
(20) Selecteer: hoeveelheid brandstof, hoeveelheid materiaal, calorische onderwaarde, emissiefactor, voorlopige emissiefactor, oxidatiefactor, conversiefactor, koolstofgehalte, biomassafractie en, in het geval van een meetmethode, de jaarlijkse gemiddelde emissies per uur in kg/h uit de betrokken emissiebron.
(21) Selecteer: verbeteringsverslag overeenkomstig artikel 69, lid 1, verbeteringsverslag overeenkomstig artikel 69, lid 3, of verbeteringsverslag overeenkomstig artikel 69, lid 4.
(22) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(23) Selecteer: overbrenging van inherent CO2 (artikel 48) of overbrenging van CO2 (artikel 49).
(24) Vermeld de identificatiecode van de installatie die de inherente CO2 ontvangt of de identificatiecode van de installaties die CO2 ontvangen op grond van artikel 49.
(25) Vermeld de hoeveelheid inherent CO2 of overeenkomstig artikel 49 overgebracht CO2.
(26) Selecteer:
|
— |
afvangen van broeikasgassen van installaties die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen met het oog op vervoer en geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend; |
|
— |
vervoer van broeikasgassen via pijpleidingen met het oog op geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend; of |
|
— |
geologische opslag van broeikasgassen in een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend. |
(27) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(28) Selecteer: overbrenging van inherent CO2 (artikel 48) of overbrenging van CO2 (artikel 49).
(29) Selecteer: risicobeoordeling door de bevoegde autoriteit of risicobeoordeling door de exploitant.
(30) Selecteer: risicobeoordeling door de bevoegde autoriteit of risicobeoordeling door de vliegtuigexploitant.
(31) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(32) Vermeld: geen emissieverslag ingediend vóór 31 maart, geen positieve verificatie als gevolg van materiële onjuistheden, geen positieve verificatie door beperking van de reikwijdte (artikel 27, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 600/2012), geen positieve verificatie als gevolg van artikel 27, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 600/2012, emissieverslag geweigerd omdat dit niet in overeenstemming was met Verordening (EU) nr. 601/2012, of emissieverslag niet geverifieerd in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 600/2012.
(33) Vermeld welke van de volgende maatregelen zijn genomen of worden voorgesteld: herinnering of formele waarschuwing over het opleggen van sancties toegezonden aan exploitanten, blokkering van de exploitanttegoedrekening, oplegging van boeten of andere (omschrijf). Een combinatie van maatregelen is mogelijk.
(34) Vermeld: niet-beduidende onjuiste opgaven, non-conformiteiten die niet leiden tot een negatief verificatieadvies, niet-naleving van Verordening (EU) nr. 601/2012, aanbevelingen voor verbetering.
(35) Van de belangrijkste redenen moet alleen een algemeen overzicht worden gegeven. Het is niet nodig elke onjuiste opgave, non-conformiteit, niet-naleving of aanbeveling te detailleren.
(36) Selecteer: risicogebaseerde beoordeling, % van de installaties, alle installaties van categorie C, willekeurige selectie of anders (indien anders, gelieve te specificeren).
(37) Selecteer de omstandigheid/omstandigheden bedoeld in de Handleiding van de Commissie, II.5 Bezoeken ter plaatse van installaties, deel 3; Omstandigheid I, Omstandigheid II, Omstandigheid III of Omstandigheid IV.
(38) Identificatiecode van de vliegtuigexploitant erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(39) Selecteer: geen emissieverslag ingediend vóór 31 maart, geen positieve verificatie als gevolg van materiële onjuistheden, geen positieve verificatie door beperking van de reikwijdte (artikel 27, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 600/2012), geen positieve verificatie als gevolg van artikel 27, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 600/2012, emissieverslag geweigerd omdat dit niet in overeenstemming was met Verordening (EU) nr. 601/2012, emissieverslag niet geverifieerd in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 600/2012.
(40) Vermeld welke van de volgende maatregelen zijn genomen of worden voorgesteld: herinnering of formele waarschuwing over het opleggen van sancties toegezonden aan vliegtuigexploitanten, blokkering van de tegoedrekening van de vliegtuigexploitant, oplegging van boeten of andere (omschrijf). Een combinatie van maatregelen is mogelijk.
(41) Selecteer: niet-beduidende onjuiste opgaven, non-conformiteiten die niet leiden tot een negatief verificatieadvies, niet-naleving van Verordening (EU) nr. 601/2012, of aanbevelingen voor verbetering.
(42) Van de belangrijkste redenen moet alleen een algemeen overzicht worden gegeven. Het is niet nodig elke onjuiste opgave, non-conformiteit, niet-naleving of aanbeveling te detailleren.
(43) Selecteer: niet-beduidende onjuiste opgaven, non-conformiteiten die niet leiden tot een negatief verificatieadvies, niet-naleving van Verordening (EU) nr. 601/2012, of aanbevelingen voor verbetering.
(44) Van de belangrijkste redenen moet alleen een algemeen overzicht worden gegeven. Het is niet nodig elke onjuiste opgave, non-conformiteit, niet-naleving of aanbeveling te detailleren.
(45) Selecteer: risicogebaseerde beoordeling, % van vliegtuigexploitanten, alle grote vliegtuigexploitanten, willekeurige selectie of anders (indien anders, gelieve toe te lichten).
(46) Selecteer: risicogebaseerde beoordeling, % van vliegtuigexploitanten, grote vliegtuigexploitanten, willekeurige selectie of anders (indien anders, gelieve toe te lichten).
(47) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(48) PB L 122 van 3.5.2013, blz. 1.
(49) Identificatiecode van de vliegtuigexploitant erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(50) Identificatiecode van de installatie erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.
(51) Identificatiecode van de vliegtuigexploitant erkend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2013.