31.1.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 30/1


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 11 december 2013

ter bevestiging van door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde maatregelen voor de bescherming van mariene ecosystemen in de beschermingszones Haisborough, Hammond & Winterton, Start Point to Plymouth Sound & Eddystone, en Land's End & Cape Bank

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 9003)

Slechts de teksten in de Engelse, Franse en Nederlandse taal zijn authentiek

(2014/13/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name artikel 9, in samenhang met artikel 8, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (2) voorziet in de mogelijkheid om op EU-niveau speciale beschermingszones aan te wijzen. Krachtens artikel 3 en artikel 4 van die richtlijn moeten de lidstaten speciale beschermingszones instellen, en krachtens artikel 6 de nodige maatregelen nemen om deze gebieden te beschermen tegen storende factoren en tegen verslechtering van de kwaliteit.

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2012/13/EU (3) van de Commissie zijn de gebieden Haisborough, Hammond & Winterton (UK0030369), Start Point to Plymouth Sound & Eddystone (UK0030373) en Land's End & Cape Bank (UK0030375) opgenomen in de lijst van gebieden van communautair belang krachtens artikel 4, lid 2, van Richtlijn 92/43/EEG.

(3)

Maatregelen op het gebied van instandhouding, beheer en exploitatie van levende aquatische hulpbronnen moeten in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk visserijbeleid.

(4)

Krachtens artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad kunnen lidstaten niet-discriminerende maatregelen nemen om het effect van visserij op de instandhouding van mariene ecosystemen binnen de zone van 12 zeemijl tot een minimum te beperken, op voorwaarde dat er specifiek voor die zone geen instandhoudings- of beheersmaatregelen zijn vastgesteld door de Unie. Op grond van Richtlijn 92/43/EEG moeten de voor deze gebieden noodzakelijke instandhoudingsmaatregelen worden getroffen. De maatregelen van de lidstaten moeten in overeenstemming zijn met de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en mogen niet minder strikt zijn dan de bestaande wetgeving van de Unie. Maatregelen die van toepassing zijn op vissersvaartuigen van andere lidstaten, moeten aan de Commissie, de betrokken lidstaten en de betrokken regionale adviesraden worden gemeld en vervolgens door de Commissie worden bevestigd.

(5)

Op 18 november 2013 heeft het Verenigd Koninkrijk de maatregelen die het voornemens is te nemen in de drie bovengenoemde beschermingszones, meegedeeld aan België en Frankrijk als zijnde de lidstaten die de gevolgen van die maatregelen zouden ondervinden, en aan de regionale adviesraad voor de Noordzee, de regionale adviesraad voor de noordwestelijke wateren en de Europese Commissie.

(6)

Bij de door het Verenigd Koninkrijk op basis van Richtlijn 92/43/EEG voorgestelde maatregelen wordt een zonering van de drie beschermingszones vastgesteld, evenals een verbod om gesleepte bodemvistuigen te gebruiken binnen gespecificeerde gebieden in elk van de drie aangewezen speciale beschermingszones. Voor de doeleinden van de in dit besluit bedoelde maatregelen verstaat het Verenigd Koninkrijk onder gesleepte bodemvistuigen alle door het water geduwde of getrokken vistuigen die in aanraking komen met de zeebodem. Hieronder vallen demersale bordentrawls, demersale boomkorren, sleepnetten en profielzuigers.

(7)

De door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde maatregelen beogen bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van Richtlijn 92/43/EEG en zijn in overeenstemming met de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde doelstellingen, met name met de voorzorgsaanpak die moet worden gevolgd bij het nemen van maatregelen die erop zijn gericht de levende aquatische hulpbronnen te beschermen en in stand te houden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage opgenomen, door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde maatregelen voor de bescherming van mariene ecosystemen in de beschermingszones Haisborough, Hammond & Winterton, Start Point to Plymouth Sound & Eddystone en Land's End & Cape Bank worden hierbij bevestigd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 11 december 2013.

Voor de Commissie

Maria DAMANAKI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)   PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7.

(3)   PB L 11 van 13.1.2012, blz. 1.


BIJLAGE

TOELICHTING OP DE KENNISGEVING VAN DRIE VERORDENINGEN OM HET GEBRUIK VAN GESLEEPTE BODEMVISTUIGEN IN GESPECIFICEERDE GEBIEDEN VAN DE TERRITORIALE WATEREN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK TE VERBIEDEN

Kennisgeving krachtens artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59).

INHOUD

1.

Inleiding

2.

Het rechtskader van de Unie

3.

Het Engelse rechtskader

4.

De herziene aanpak van het visserijbeheer in Europese mariene zones (Natura 2000-gebieden)

5.

Voorgestelde maatregelen

6.

Handhaving van maatregelen

7.

Raadpleging van betrokken lidstaten, regionale adviesraden en de Europese Commissie

BIJLAGEN

Bijlage I:

De verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerd gebied) Land’s End & Cape Bank, met kaart.

Bijlage II:

De verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Start Point to Plymouth Sound & Eddystone, met kaart.

Bijlage III:

De verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Haisborough, Hammond & Winterton, met kaart.

Bijlage IV:

Effectbeoordeling van de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerd gebied) Land’s End & Cape Bank.

Bijlage V:

Effectbeoordeling van de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Start Point to Plymouth Sound & Eddystone.

Bijlage VI:

Effectbeoordeling van de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Haisborough, Hammond & Winterton.

1.   INLEIDING

De regering van het Verenigd Koninkrijk is voornemens maatregelen te nemen tot instelling van een verbod op visserijactiviteiten met behulp van gesleepte bodemvistuigen in gespecificeerde gebieden teneinde kenmerken van riffen als bedoeld in bijlage I van bepaalde mariene Natura 2000-gebieden in het Verenigd Koninkrijk te beschermen. Om deze maatregelen op alle vaartuigen van toepassing te laten zijn, met inbegrip van vaartuigen van andere lidstaten van de EU, volgt het Verenigd Koninkrijk de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 beschreven procedures. De maatregelen die het Verenigd Koninkrijk voornemens is te nemen en de betrokken lidstaten zijn de volgende:

de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerd gebied) Land’s End & Cape Bank – Frankrijk en België (bijlage I)

de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Start Point to Plymouth Sound & Eddystone – Frankrijk en België (bijlage II)

de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Haisborough, Hammond & Winterton – België (bijlage III)

2.   HET EU-RECHTSKADER

2.1.   Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (basisverordening voor het gemeenschappelijk visserijbeleid)

Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 staat de lidstaten toe om niet-discriminerende maatregelen te nemen om het effect van visserij op de instandhouding van mariene ecosystemen tot een minimum te beperken binnen twaalf zeemijl gerekend vanaf zijn basislijnen, op voorwaarde dat er specifiek voor die zone geen instandhoudings- en beheersmaatregelen zijn vastgesteld door de Unie.

De maatregelen van de lidstaat moeten verenigbaar zijn met de in artikel 2 omschreven doelstellingen en mogen niet minder strikt zijn dan de bestaande wetgeving van de Unie.

Indien door een lidstaat te nemen maatregelen mogelijk gevolgen hebben voor vaartuigen van een andere lidstaat, worden dergelijke maatregelen pas genomen nadat de Commissie, de betrokken lidstaat en de betrokken regionale adviesraden zijn geraadpleegd over een ontwerp van de maatregelen, vergezeld van een toelichting.

Het doel van de door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde maatregelen is om het effect van visserij op de instandhouding van mariene ecosystemen tot een minimum te beperken door kenmerken van riffen als bedoeld in bijlage I van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad te beschermen tegen achteruitgang ten gevolge van het effect van het gebruik van gesleepte bodemvistuigen.

Voorts heeft de Unie voor deze specifieke mariene Natura 2000-gebieden geen instandhoudings- en beheersmaatregelen vastgesteld.

2.2.   Toegang tot de territoriale wateren van het Verenigd Koninkrijk

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn de rechten op toegang tot Engelse territoriale wateren (tussen zes en twaalf zeemijl gerekend vanaf de basislijnen van 1983) voor vaartuigen uit andere lidstaten vastgesteld.

Franse en Belgische vaartuigen hebben toegang tot visserij op demersale soorten in gebieden waaronder ook het gebied van communautair belang (1) Land’s End & Cape Bank en het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone vallen. Voorts hebben Belgische vaartuigen ook toegang tot visserij op demersale soorten in het gebied dat ook het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton omvat.

3.   HET ENGELSE RECHTSKADER

3.1   Marine and Coastal Access Act 2009 (MaCCA)

De artikelen 129 tot en met 133 van de MaCCA verlenen de Marine Management Organisation (MMO) de bevoegdheid in Engeland verordeningen uit te vaardigen om de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor een mariene instandhoudingszone (een type mariene beschermingszone) (met inbegrip van territoriale wateren tot twaalf zeemijl gerekend vanaf de basislijn voor het Verenigd Koninkrijk) te bevorderen.

3.2   Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 (Habitats Regulations)

Regulation 38 van de Habitats Regulations voorziet in de uitbreiding van de bevoegdheid van de MMO om verordeningen uit te vaardigen voor de bescherming van een Europese mariene zone (marien Natura 2000-gebied) in Engeland.

4.   DE HERZIENE AANPAK VAN HET BEHEER VAN COMMERCIËLE VISSERIJ IN EUROPESE MARIENE ZONES (NATURA 2000-GEBIEDEN)

Op 14 augustus 2012 heeft het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken een herziene aanpak van het beheer van commerciële visserij in Europese mariene zones (2) (mariene Natura 2000-gebieden) in Engelse wateren bekendgemaakt. De herziene aanpak is ontwikkeld en wordt ten uitvoer gelegd in nauw overleg met de Fisheries in European Marine Site Implementation Group, waarin vertegenwoordigers van de visserijsector, milieu-ngo’s en wetenschappelijk adviseurs op het gebied van visserij en mariene wetenschappen zitting hebben.

In het kader van de herziene aanpak is een generieke risicobeoordeling van de interacties tussen alle commerciële visserijactiviteiten en alle specifieke kenmerken van mariene Natura 2000-gebieden in Engelse wateren ondernomen. De resultaten van deze beoordeling zijn samengebracht in een matrix (3). In deze matrix zijn alle interacties tussen activiteiten en kenmerken ingedeeld in een categorie waaraan de kleur rood, amber, groen of blauw is toegekend. Een indeling in de categorie rood houdt in dat er een hoog risico van achteruitgang van het kenmerk bestaat. Om ervoor te zorgen dat het risico van achteruitgang van het kenmerk wordt weggenomen en op die manier tevens de naleving van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (de "habitatrichtlijn") wordt veiliggesteld, moeten de toezichthoudende autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk uiterlijk eind 2013 beheersmaatregelen vaststellen die leiden tot een verbod op het verrichten van de activiteiten die in deze interacties resulteren. De resultaten van de matrix werden onderworpen aan een onafhankelijke beoordeling door het Centrum voor milieu, visserij en aquacultuur (Centre for Environment, Fisheries, and Aquaculture Science (Cefas)) (4).

De voorgestelde maatregelen die in deze kennisgeving zijn opgenomen, hebben betrekking op het beheer van interacties met een hoog risico (d.w.z. rode interacties). Voor interacties die de kleur amber hebben gekregen bestaat er meer onzekerheid over het risico, en als zodanig zullen beoordelingen op het niveau van de zone nodig zijn om te bepalen of beheer van een activiteit noodzakelijk is om kenmerken te beschermen. De beoordelingen zullen plaatsvinden in de periode 2014-2016, en mochten er beheersmaatregelen nodig zijn, dan zullen deze tegen eind 2016 worden ingevoerd. Bij het beoordelen van interacties in de categorie amber moet rekening worden gehouden met gecombineerde effecten van verschillende interacties die op zichzelf waarschijnlijk geen invloed hebben op de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstelling voor het kenmerk (deze hebben in de matrix de kleur groen gekregen). Een indeling in de categorie blauw betekent dat er geen sprake is van een aannemelijke interactie en dat er om die reden geen nadere beoordeling hoeft te worden uitgevoerd.

5.   VOORGESTELDE MAATREGELEN

De voorgestelde maatregelen verbieden het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in gespecificeerde gebieden (bijlagen I t/m III). Onder gesleepte bodemvistuigen worden verstaan alle vistuigen die door het water worden geduwd of getrokken en daarbij de zeebodem raken. Deze definitie omvat demersale bordentrawls, demersale boomkorren, sleepdreggen en dreggen met zuiger.

De interacties tussen de rifkenmerken en gesleepte bodemvistuigen zijn geselecteerd voor bescherming omdat is vastgesteld dat ze een hoog risico van achteruitgang van de kenmerken met zich meebrengen. Andere interacties die in deze mariene Natura 2000-gebieden plaatsvinden (bijvoorbeeld tussen gesleepte bodemvistuigen en zandbanken), zullen per gebied (zoals hierboven omschreven) aan een effectbeoordeling worden onderworpen. Passende beheersmaatregelen voor deze interacties zullen tegen eind 2016 worden ingevoerd.

Voor elke voorgestelde maatregel is een effectbeoordeling opgesteld om eventuele economische effecten vast te stellen (bijlage IV t/m VI).

6.   HANDHAVING VAN MAATREGELEN

De MMO zal een op inlichtingen en risico’s gebaseerde handhavingsaanpak toepassen voor het beheer van Europese mariene zones.

Indien inlichtingen erop wijzen dat een beheersmaatregel niet wordt nageleefd of het risico bestaat dat de maatregel niet wordt nageleefd, zal de MMO een handhavingsstrategie ontwikkelen die aansluit op de behoeften van de specifieke mariene beschermingszone en indien nodig alle voor handhaving vereiste middelen inzetten. Dit kan aanwezigheid van de marine, toezicht vanuit de lucht of gezamenlijke operaties met andere instanties (de Britse autoriteiten voor toezicht op de kust (Inshore Fisheries and Conservation Authorities – IFCA’s), de Britse grensautoriteiten (Border Force), het Britse Milieuagentschap (Environmental Agency) of toezichthouders van andere lidstaten) omvatten. De MMO zal eventuele gezamenlijke operaties coördineren, en de frequentie en intensiteit van de handhavingsactiviteiten zullen worden bepaald op basis van risico’s en inlichtingen. Ook kunnen monitoringmaatregelen worden gebruikt waarbij vaartuigen worden verplicht om hun positie door te geven.

Nadere informatie over het op risico’s gebaseerde handhavingsproces van de MMO is te vinden op: http://www.marinemanagement.org.uk/about/documents/risk-based-enforcement.pdf

De beginselen die ten grondslag liggen aan de regulering van de mariene beschermingszones door de MMO, worden beschreven in de Legislative and Regulatory Reform Act 2006 en de Regulators' Compliance Code en moeten waarborgen dat elke handhavingsactie door de MMO evenredig, consistent, transparant en doelgericht is en kan worden verantwoord. Nadere informatie is te vinden in de nalevings- en handhavingsstrategie van de MMO: http://www.marinemanagement.org.uk/about/documents/compliance_enforcement.pdf

7.   RAADPLEGING VAN DE BETROKKEN LIDSTATEN, REGIONALE ADVIESRADEN (RAR) EN DE EUROPESE COMMISSIE

De bij de voorgestelde maatregelen betrokken lidstaten zijn Frankrijk en België. De betrokken regionale adviesraden zijn de Noordzee-RAR (voor het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton) en de RAR voor de noordwestelijke wateren (voor de gebieden van communautair belang Land’s End & Cape Bank en Start Point to Plymouth Sound & Eddystone).

Er is contact gezocht met de Franse en Belgische visserijautoriteiten om de voorstellen van het Verenigd Koninkrijk tijdens een informele raadpleging te bespreken. De beide visserijautoriteiten, de betrokken vertegenwoordigers van de Franse en Belgische visserijsector en de betrokken regionale adviesraden zijn allemaal geraadpleegd als onderdeel van een formele raadpleging over deze maatregelen, die heeft plaatsgevonden van 10 september tot en met 22 oktober 2013.

7.1   Raadplegingsdata

Voorafgaand aan de raadpleging over de voorgestelde maatregelen hebben er van 9 juni tot en met 15 augustus 2013 informele bijeenkomsten plaatsgevonden. De krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk vereiste openbare raadpleging over deze maatregelen vond plaats van 10 september tot en met 22 oktober 2013. De formele kennisgeving, zoals vereist op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, zal op 18 november 2013 plaatsvinden.

De Marine Management Organisation (MMO) heeft de visserijautoriteiten van Frankrijk (Direction des pêches maritimes et de l'aquaculture, en Agence des aires marine protégées) en van België (Dienst Zeevisserij) op 7 juni 2013 schriftelijk uitgenodigd met vertegenwoordigers van de autoriteiten en de visserijsector onze voorstellen te bespreken.

Op 12 juli 2013 is er een bijeenkomst georganiseerd met de MMO, de Dienst Zeevisserij (de Belgische visserijautoriteiten), de Rederscentrale (de Belgische producentenorganisatie voor de reders ter zeevisserij) en andere vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector.

De Franse autoriteiten hebben in een antwoord aan de MMO van 9 juli 2013 voorgesteld om in september bijeen te komen. Er is op 27 september 2013 een bijeenkomst gehouden met de MMO, de direction des pêches maritimes et de l'aquaculture (de Franse visserijautoriteiten), de Comité National des Pêches Maritimes et des élevages marins (CNPMEM: de vertegenwoordigers van de Franse nationale visserijsector) en verschillende vertegenwoordigers van de Franse regionale visserij.

De MMO heeft de twee regionale adviesraden op 10 september 2013 schriftelijk uitgenodigd om een reactie te geven op de openbare raadpleging. Uit telefonische gesprekken met het secretariaat van elke regionale adviesraad werd vervolgens duidelijk dat de beide regionale adviesraden geen geconsolideerde reactie op de openbare raadpleging zouden geven, maar dat zij de informatie over de raadpleging aan hun leden zouden doorgeven, die dan desgewenst individueel een reactie zouden kunnen geven.

7.2   Reacties op de openbare raadpleging en antwoorden van de MMO

Van de Franse en Belgische autoriteiten of de betrokken regionale adviesraden zijn geen reacties op de openbare raadpleging ontvangen. Van de Rederscentrale en de CNPMEM zijn reacties ontvangen op de openbare raadpleging met betrekking tot vaartuigen van andere lidstaten.

7.3   Correspondentie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie

Het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken heeft de Europese Commissie in een schrijven van 20 juni 2013 de meest recente informatie over de voorgestelde maatregelen van de MMO verstrekt. Deze bevatte ook een plattegrond van de kenmerken van riffen als bedoeld in bijlage I die beschermd dienen te worden. Op 18 september 2013 werd een bijeenkomst van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, de MMO en de Europese Commissie georganiseerd om de voorstellen van de MMO verder uit te werken.

BIJLAGE I

MARINE MANAGEMENT ORGANISATION

MARINE AND COASTAL ACCESS ACT 2009 (2009 c.23)

DE VERORDENING INZAKE HET GEBRUIK VAN GESLEEPTE BODEMVISTUIGEN IN DE EUROPESE MARIENE ZONE (GESPECIFICEERD GEBIED) LAND’S END & CAPE BANK

De Marine Management Organisation (5), in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden die haar zijn toegekend bij Regulation 38 van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 (6) en artikel 129 van de Marine and Coastal Access Act 2009 (7), en na:

kopieën van de ontwerpverordening ter inzage te hebben gelegd op daarvoor geschikte plekken, overeenkomstig artikel 130, lid 3, van deze wet;

een kopie van de ontwerpverordening te hebben verstrekt aan eenieder die daarom heeft verzocht, overeenkomstig artikel 130, lid 4, van deze wet;

een kennisgeving van haar voorstel te hebben gepubliceerd om de verordening in overeenstemming te brengen met artikel 130, leden 6 en 7, van deze wet;

de Europese Commissie, de regering van het Koninkrijk België, de regering van de Franse Republiek en de regionale adviesraad voor de noordwestelijke wateren (NWWRAC) te hebben geraadpleegd en vervolgens van de Commissie bevestiging te hebben ontvangen van de ontwerpverordening, overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 9, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (8),

stelt de volgende verordening vast:

Interpretatie

(1)

In deze verordening wordt verstaan onder "het gespecificeerde gebied": Cape Bank als omschreven in het onderstaande aanhangsel.

Verbod

(2)

Geen enkele persoon mag in het gespecificeerde gebied enig gesleept bodemvistuig gebruiken.

Uitzondering voor wetenschappelijke, inventarisatie- en voortplantingsdoeleinden

(3)

Deze verordening is niet van toepassing op personen die een handeling verrichten die anders een inbreuk op deze verordening zou vormen indien deze handeling wordt verricht conform een door de Marine Management Organisation afgegeven schriftelijke vergunning voor het verrichten van de bedoelde handeling voor wetenschappelijke, inventarisatie- of voortplantingsdoeleinden.

Aanhaling

(4)

Deze verordening kan worden aangehaald als de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerd gebied) Land’s End & Cape Bank.

Gedaan met het stempel van de Marine Management Organisation

deze [ ]e dag van [ ] 2013

LS

Het stempel van de Marine Management Organisation is op deze verordening aangebracht in aanwezigheid van:

[Naam]

Chief Executive Officer van de Marine Management Organisation

De minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, in uitoefening van de bevoegdheid die hem is toegekend bij artikel 130, lid 8 van de Marine and Coastal Access Act 2009, bevestigt de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerd gebied) Land’s End & Cape Bank als vastgesteld door de Marine Management Organisation op [ ] [ ] 2013 en heeft bepaald dat de verordening van kracht wordt op [ ] [ ] 2013.

[Naam]

[Functie]

Een hogere ambtenaar voor en namens de minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken

Datum:

AANHANGSEL

Omschrijving van Cape Bank

De coördinaten die in dit aanhangsel worden gebruikt, zijn gebaseerd op WGS 84 datum, waarbij "WGS 84" staat voor het Wereld Geodetisch Systeem, dat is herzien in 1984.

"Cape Bank" is het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf:

 

punt A (50 graden 19,969 minuten Noord, 5 graden 43,216 minuten West) naar

 

punt B (50 graden 16,913 minuten Noord, 5 graden 48,820 minuten West) naar

 

punt C (50 graden 8,500 minuten Noord, 5 graden 47,338 minuten West) naar

 

punt D (50 graden 4,747 minuten Noord, 5 graden 48,929 minuten West) naar

 

punt E (50 graden 11,468 minuten Noord, 5 graden 57,977 minuten West) naar

 

punt F (50 graden 19,129 minuten Noord, 5 graden 52,099 minuten West) naar

 

punt G (50 graden 21,159 minuten Noord, 5 graden 44,468 minuten West)

en van punt G naar punt A.

Toelichting

(Deze toelichting maakt geen deel uit van de verordening)

De Marine Management Organisation heeft deze verordening uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat visserijactiviteiten worden beheerd op een wijze die naleving van de eisen van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna waarborgt.

Deze verordening beschermt staande rifgemeenschappen in zee door het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in een gespecificeerd gebied van de Europese mariene zone Lands End & Cape Bank te verbieden.

Het gespecificeerde gebied is omschreven in lid 1 van en in dit aanhangsel bij de verordening.

Het gespecificeerde gebied wordt, uitsluitend ter illustratie, weergegeven op de onderstaande kaart.

Image 1

Marine Management Organisation

Lands End & Cape Bank SCI

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

12 Nautical Mile Limit (UKHO)

MMO management area

Cape Bank upstanding reef offshore

Land's End and Cape Bank SCI

CIFCA management area

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Natural England Copyright 2008. © Crown Copyright. All rights reserved 2008. © Marine Management Organisation. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright [2013] and database right. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee. Not to be used for navigation.

BIJLAGE II

MARINE MANAGEMENT ORGANISATION

MARINE AND COASTAL ACCESS ACT 2009 (2009 c.23)

DE VERORDENING INZAKE HET GEBRUIK VAN GESLEEPTE BODEMVISTUIGEN IN DE EUROPESE MARIENE ZONE (GESPECIFICEERDE GEBIEDEN) START POINT TO PLYMOUTH SOUND & EDDYSTONE

De Marine Management Organisation (9), in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden die haar zijn toegekend bij Regulation 38 van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 (10) en artikel 129 van de Marine and Coastal Access Act 2009 (11), en na:

kopieën van de ontwerpverordening ter inzage te hebben gelegd op daarvoor geschikte plekken, overeenkomstig artikel 130, lid 3, van deze wet;

een kopie van de ontwerpverordening te hebben verstrekt aan eenieder die daarom heeft verzocht, overeenkomstig artikel 130, lid 4, van deze wet;

een kennisgeving van haar voorstel te hebben gepubliceerd om de verordening in overeenstemming te brengen met artikel 130, leden 6 en 7, van deze wet;

de Europese Commissie, de regering van het Koninkrijk België, de regering van de Franse Republiek en de regionale adviesraad voor de noordwestelijke wateren (NWWRAC) te hebben geraadpleegd en vervolgens van de Commissie bevestiging te hebben ontvangen van de ontwerpverordening, overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 9, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (12);

stelt de volgende verordening vast:

Interpretatie

(1)

In deze verordening:

a)   wordt verstaan onder "de basislijnen van 1983": de basislijnen voor de meting van de breedte van de territoriale zee van het Verenigd Koninkrijk zoals deze bestonden op 25 januari 1983 overeenkomstig de Territorial Waters Order in Council 1964 (13);

b)   wordt verstaan onder "de gespecificeerde gebieden": Hatt Rock en Brentons als omschreven in het onderstaande aanhangsel.

Verbod

(2)

Geen enkele persoon mag in de gespecificeerde gebieden enig gesleept bodemvistuig gebruiken.

Uitzondering voor wetenschappelijke, inventarisatie- en voortplantingsdoeleinden

(3)

Deze verordening is niet van toepassing op personen die een handeling verrichten die anders een inbreuk op deze verordening zou vormen indien deze handeling wordt verricht conform een door de Marine Management Organisation afgegeven schriftelijke vergunning voor het verrichten van de bedoelde handeling voor wetenschappelijke, inventarisatie- of voortplantingsdoeleinden.

Aanhaling

(4)

Deze verordening kan worden aangehaald als de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Start Point to Plymouth Sound & Eddystone.

Gedaan met het stempel van de Marine Management Organisation

deze [ ]e dag van [ ] 2013

LS

Het stempel van de Marine Management Organisation is op deze verordening aangebracht in aanwezigheid van:

[Naam]

Chief Executive Officer van de Marine Management Organisation

De minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, in uitoefening van de bevoegdheid die hem is toegekend bij artikel 130, lid 8 van de Marine and Coastal Access Act 2009, bevestigt de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Start Point to Plymouth Sound & Eddystone als vastgesteld door de Marine Management Organisation op [ ] [ ] 2013 en heeft bepaald dat de verordening van kracht wordt op [ ] [ ] 2013.

[Naam]

[Functie]

Een hogere ambtenaar voor en namens de minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken

Datum:

AANHANGSEL

Omschrijvingen van Hatt Rock en Brentons

De coördinaten die in dit aanhangsel worden gebruikt, zijn gebaseerd op WGS 84 datum, waarbij "WGS 84" staat voor het Wereld Geodetisch Systeem, dat is herzien in 1984 en opnieuw is herzien in 2004.

"Hatt Rock" is het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf:

 

punt A (50 graden 10,320 minuten Noord, 4 graden 28,388 minuten West) naar

 

punt B (50 graden 10,170 minuten Noord, 4 graden 29,413 minuten West) naar

 

punt C (50 graden 10,568 minuten Noord, 4 graden 29,755 minuten West) naar

 

punt D (50 graden 10,832 minuten Noord, 4 graden 29,227 minuten West) naar

 

punt E (50 graden 10,782 minuten Noord, 4 graden 28,543 minuten West)

en vandaar van punt E naar punt A.

"Brentons" is het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf:

 

punt A (50 graden 10,714 minuten Noord, 4 graden 25,325 minuten West) naar

 

punt B (50 graden 10,651 minuten Noord, 4 graden 25,599 minuten West) naar

 

punt C (50 graden 10,632 minuten Noord, 4 graden 25,870 minuten West) naar

 

punt D (50 graden 12,167 minuten Noord, 4 graden 26,709 minuten West) naar

 

punt E (50 graden 12,330 minuten Noord, 4 graden 26,505 minuten West) naar

 

punt F (50 graden 12,398 minuten Noord, 4 graden 26,1972 minuten West) naar

 

punt G (50 graden 12,750 minuten Noord, 4 graden 25,251 minuten West) naar

 

Punt H (50 graden 12,956 minuten Noord, 4 graden 24,723 minuten West) naar

en van punt H naar punt A langs een lijn die zes zeemijl zeewaarts van de basislijnen van 1983 loopt.

Toelichting

(Deze toelichting maakt geen deel uit van de verordening)

De Marine Management Organisation heeft deze verordening uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat visserijactiviteiten worden beheerd op een wijze die naleving van de eisen van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna waarborgt.

Deze verordening beschermt riffen van vast gesteente door het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in gespecificeerde gebieden van de Europese mariene zone Start Point to Plymouth Sound & Eddystone te verbieden.

De gespecificeerde gebieden zijn omschreven in lid 1 van en in dit aanhangsel bij de verordening.

De gespecificeerde gebieden worden, uitsluitend ter illustratie, weergegeven op de onderstaande kaart.

Image 2

Marine Management Organisation

Start Point to Plymouth Sound & Eddystone SCI (Eddystone)

6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

Reef Features

Start Point to Plymouth Sound and Eddystone Reef SCI

Managements Areas

CIFCA

MMO

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee Not to be used for navigation.

BIJLAGE III

MARINE MANAGEMENT ORGANISATION

MARINE AND COASTAL ACCESS ACT 2009 (2009 c.23)

DE VERORDENING INZAKE HET GEBRUIK VAN GESLEEPTE BODEMVISTUIGEN IN DE EUROPESE MARIENE ZONE (GESPECIFICEERDE GEBIEDEN) HAISBOROUGH, HAMMOND & WINTERTON

De Marine Management Organisation (14), in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden die haar zijn toegekend bij Regulation 38 van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 (15) en artikel 129 van de Marine and Coastal Access Act 2009 (16), en na:

kopieën van de ontwerpverordening ter inzage te hebben gelegd op daarvoor geschikte plekken, overeenkomstig artikel 130, lid 3, van deze wet;

een kopie van de ontwerpverordening te hebben verstrekt aan eenieder die daarom heeft verzocht, overeenkomstig artikel 130, lid 4, van deze wet;

een kennisgeving van haar voorstel te hebben gepubliceerd om de verordening in overeenstemming te brengen met artikel 130, leden 6 en 7, van deze wet;

de Europese Commissie, de regering van het Koninkrijk België en de regionale adviesraad voor de Noordzee te hebben geraadpleegd en vervolgens van de Commissie bevestiging te hebben ontvangen van de ontwerpverordening, overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 9, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (17);

stelt de volgende verordening vast:

Interpretatie

(1)

In deze verordening wordt verstaan onder "de gespecificeerde gebieden": Gebied 1 en Gebied 2 als omschreven in het onderstaande aanhangsel.

Verbod

(2)

Geen enkele persoon mag in de gespecificeerde gebieden enig gesleept bodemvistuig gebruiken.

Uitzondering voor wetenschappelijke, inventarisatie- en voortplantingsdoeleinden

(3)

Deze verordening is niet van toepassing op personen die een handeling verrichten die anders een inbreuk op deze verordening zou vormen indien deze handeling wordt verricht conform een door de Marine Management Organisation afgegeven schriftelijke vergunning voor het verrichten van de bedoelde handeling voor wetenschappelijke, inventarisatie- of voortplantingsdoeleinden.

Aanhaling

(4)

Deze verordening kan worden aangehaald als de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Haisborough, Hammond & Winterton.

Gedaan met het stempel van de Marine Management Organisation

deze [ ]e dag van [ ] 2013

LS

Het stempel van de Marine Management Organisation is op deze verordening aangebracht in aanwezigheid van:

[Naam]

Chief Executive Officer van de Marine Management Organisation

De minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, in uitoefening van de bevoegdheid die hem is toegekend bij artikel 130, lid 8 van de Marine and Coastal Access Act 2009, bevestigt de verordening inzake het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de Europese mariene zone (gespecificeerde gebieden) Haisborough, Hammond & Winterton als vastgesteld door de Marine Management Organisation op [ ] [ ] 2013 en heeft bepaald dat de verordening van kracht wordt op [ ] [ ] 2013.

[Naam]

[Functie]

Een hogere ambtenaar voor en namens de minister van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken

Datum:

AANHANGSEL

Omschrijvingen van Gebied 1 en Gebied 2

De coördinaten die in dit aanhangsel worden gebruikt, zijn gebaseerd op WGS 84 datum, waarbij "WGS 84" staat voor het Wereld Geodetisch Systeem, dat is herzien in 1984 en opnieuw is herzien in 2004.

"Gebied 1" is het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf:

 

punt A (52 graden 47,792 minuten Noord, 1 graden 58,661 minuten Oost) naar

 

punt B (52 graden 47,919 minuten Noord, 1 graden 58,179 minuten Oost) naar

 

punt C (52 graden 48,229 minuten Noord, 1 graden 58,065 minuten Oost) naar

 

punt D (52 graden 48,267 minuten Noord, 1 graden 58,114 minuten Oost) naar

 

punt E (52 graden 48,442 minuten Noord, 1 graden 57,900 minuten Oost) naar

 

punt F (52 graden 48,705 minuten Noord, 1 graden 57,942 minuten Oost) naar

 

punt G (52 graden 48,876 minuten Noord, 1 graden 58,277 minuten Oost) naar

 

punt H (52 graden 48,814 minuten Noord, 1 graden 58,920 minuten Oost) naar

 

punt I (52 graden 48,615 minuten Noord, 1 graden 59,207 minuten Oost) naar

 

punt J (52 graden 48,465 minuten Noord, 1 graden 59,173 minuten Oost) naar

 

punt K (52 graden 48,397 minuten Noord, 1 graden 59,328 minuten Oost) naar

 

punt L (52 graden 48,123 minuten Noord, 1 graden 59,400 minuten Oost) naar

 

punt M (52 graden 47,926 minuten Noord, 1 graden 59,179 minuten Oost)

en van punt M naar punt A.

"Gebied 2" is het gebied dat wordt begrensd door een lijn vanaf:

 

punt A (52 graden 50,804 minuten Noord, 1 graden 48,365 minuten Oost) naar

 

punt B (52 graden 50,617 minuten Noord, 1 graden 48,178 minuten Oost) naar

 

punt C (52 graden 50,698 minuten Noord, 1 graden 47,043 minuten Oost) naar

 

punt D (52 graden 51,027 minuten Noord, 1 graden 46,490 minuten Oost) naar

 

punt E (52 graden 51,133 minuten Noord, 1 graden 46,633 minuten Oost) naar

 

punt F (52 graden 51,013 minuten Noord, 1 graden 48,138 minuten Oost)

en van punt F naar punt A.

Toelichting

(Deze toelichting maakt geen deel uit van de verordening)

De Marine Management Organisation heeft deze verordening uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat visserijactiviteiten worden beheerd op een wijze die naleving van de eisen van artikel 6 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna waarborgt.

Deze verordening beschermt biogene riffen van borstelworm (Sabellaria spinulosa) door het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in gespecificeerde gebieden van de Europese mariene zone Haisborough, Hammond & Winterton te verbieden.

De gespecificeerde gebieden zijn omschreven in lid 1 van en in dit aanhangsel bij de verordening.

De gespecificeerde gebieden worden, uitsluitend ter illustratie, weergegeven op de onderstaande kaart.

Image 3

Marine Management Organisation

Haisborough, Hammond & Winterton SCI

Total proposed closed area = 3.726533 sq km

6 Nautical Mile Limit (1983)

12 Nautical Mile Limit (1983)

Sabellaria reef

Video habitat lines reef

MMO management areas

Haisborough Hammond and Winterton SCI

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. © Marine Management Organisation. © ICES (http://geo.ices.dk/) Not to be used for navigation.

BIJLAGE IV

Image 4

Tekst van het beeld

Image 5

Tekst van het beeld

Image 6

Tekst van het beeld

Image 7

Tekst van het beeld

FEITENBASIS

1.   Inleiding

1.1

Gebied: gebied van communautair belang Land’s End & Cape Bank (18).

1.2

Het gebied van communautair belang Land’s End & Cape Bank is aangewezen vanwege de gemeenschappen van riffen van vast gesteente binnen het gebied. Gemeenschappen van riffen van vast gesteente zijn gebieden met uitstekend gesteente dat is gekoloniseerd door een reeks flora en fauna. Een overgang van gemeenschappen kan plaatsvinden van door zonlicht beschenen wateren vlak onder het wateroppervlak, gedomineerd door planten, zoals kelpbossen en rood zeewier, naar diepere wateren, waar een variëteit aan fauna de riffen van vast gesteente bewoont, waaronder stekelhuidigen, sponzen, koralen, anemonen, mosdieren en schaaldieren (19).

1.3

De riffen van gesteente binnen dit gebied behoren tot de biologisch meest diverse van het land en spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van soorten die worden beschouwd als zeldzaam of die aan de grenzen van hun biogeografische verspreidingsgebied voorkomen.

1.4

Het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken (Department for Environment, Food, and Rural Affairs – Defra) heeft een herziene aanpak van het beheer van visserij in Europese mariene zones ingevoerd (zie punt 2.1). Dit heeft erin geresulteerd dat de MMO maatregelen moet vaststellen om de riffen van vast gesteente te beschermen tegen het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het onderdeel Cape Bank van het gebied van communautair belang tussen nul en twaalf zeemijl om volledig te voldoen aan artikel 6 van de habitatrichtlijn (20).

1.5

Onder gesleepte bodemvistuigen worden verstaan alle vistuigen die door zee worden geduwd of getrokken en contact hebben met de zeebodem. Dit omvat demersale bordentrawls, demersale boomkorren en schelpdierdreggen. Daarom moeten beheersmaatregelen worden vastgesteld die deze interactie tussen activiteiten en kenmerken beperken.

1.6

Deze effectbeoordeling is uitgevoerd om de kosten en baten te berekenen van de voorgestelde verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen, die als oogmerk heeft om deze kenmerken te beschermen. In de effectbeoordeling wordt ook vermeld waarom de aanbevolen optie de voorkeursoptie is voor het beheer van het gebied. Een ontwerp van deze effectbeoordeling is onderworpen aan een openbare raadpleging.

1.7

De gegevens en het bewijs die zijn gebruikt voor deze effectbeoordeling, zijn verzameld van Natural England (NE), IFCA’s en de MMO. Daarnaast heeft de MMO samen met de IFCA voor Cornwall op 10 juni 2013 in Looe, en samen met de IFCA voor Devon & Severn op 11 juni 2013 in Plymouth, inloopbijeenkomsten georganiseerd waar belanghebbenden rechtstreeks vragen konden stellen en waar bewijs kon worden verzameld voor de economische effecten van de voorgestelde verboden gebieden (zie figuur 1). Op 12 juli 2013 is in België een bijeenkomst met de Belgische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector gehouden, en op 27 september 2013 is in Parijs een bijeenkomst met de Franse autoriteiten en vertegenwoordigers van de Franse visserijsector gehouden. De vertegenwoordigers van de Franse visserijsector hebben daarbij gewezen op het gebruik van Franse bordentrawls in het voorgestelde verboden gebied van Cape Bank, alsmede op de noodzaak om technologische vooruitgang op het gebied van vistuig in aanmerking te nemen bij het beheer van het gebied. Informatie en verklaringen uit interviews met commerciële vissers zijn in deze effectbeoordeling vastgelegd en opgenomen als anekdotisch bewijs.

1.8

Als onderdeel van het wetgevingsproces zijn ontwerpen van de voorgestelde verordening en de effectbeoordeling voor dit gebied op 10 september 2013 t/m 22 oktober 2013 onderworpen aan een formele raadpleging. Opmerkingen van vertegenwoordigers van de Franse visserijsector hebben bevestigd dat er visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen plaatsvinden in het westelijke gedeelte van het voorgestelde verboden gebied van Cape Bank. De respons van de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector bevestigde dat er visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen plaatsvinden in het noordelijke gedeelte van het voorgestelde verboden gebied van Cape Bank.

2.   Reden voor optreden

2.1

In augustus 2012 heeft het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones geëvalueerd om vast te stellen aan welke eisen het toekomstige beheer moet voldoen om ervoor te zorgen dat de toestand van de gebiedskenmerken op een gunstig niveau in stand wordt gehouden. Dit heeft geresulteerd in een herziene aanpak (21) van het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones.

2.2

De herziene aanpak is gebaseerd op empirisch bewijs en prioritering van risico’s en wordt gefaseerd ten uitvoer gelegd. De prioritering van risico’s is gebaseerd op een matrix (22) waarin de risico’s van interacties tussen visserijactiviteiten en ecologische kenmerken in categorieën zijn ingedeeld. Alle interacties tussen activiteiten en kenmerken zijn ingedeeld in een categorie waaraan de kleur rood, amber, groen of blauw is toegekend. De interacties die als rood zijn aangemerkt hebben prioriteit gekregen, en eind 2013 zullen er (ongeacht het dan geldende activiteitenniveau) beheersmaatregelen ten uitvoer worden gelegd om de achteruitgang van de aangewezen kenmerken te voorkomen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn. Voor interacties die de kleur amber hebben gekregen is een beoordeling ter plaatse nodig om te bepalen of beheer van een activiteit noodzakelijk is om kenmerken te beschermen. Ook "groene" interacties vereisen een beoordeling ter plaatse om te zien of er sprake is van "in combinatie"-effecten. Een indeling in de categorie blauw betekent dat er geen sprake is van een aannemelijke interactie en dat er om die reden geen nadere beoordeling hoeft te worden uitgevoerd.

2.3

Artikel 6, leden 1 en 2, van de habitatrichtlijn (23) vereist dat, binnen speciale instandhoudingszones en speciale beschermingszones (24), de lidstaten:

de nodige instandhoudingsmaatregelen treffen die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II die in die gebieden voorkomen

passende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale zones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen

2.4

In Regulation 8, lid 1, van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 wordt onder een Europese mariene zone verstaan (onder meer): elke speciale instandhoudingszone of speciale beschermingszone of elk gebied van communautair belang. In deel 6 van deze regulations zijn de beheersvereisten voor Europese mariene zones neergelegd in overeenstemming met artikel 6, leden 2 tot en met 4, van de habitatrichtlijn.

2.5

Het gebied van communautair belang Land’s End & Cape Bank bevat riffen van vast gesteente die zijn ingedeeld in de risicocategorie rood voor gesleepte bodemvistuigen, reden waarom er beheersmaatregelen nodig zijn om dit risico weg te nemen. De MMO is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de beheersmaatregelen om de interactie tussen de riffen van vast gesteente en gesleepte bodemvistuigen te verbieden. De interactie van andere typen vistuig met het vaste gesteente van de riffen zal tijdens de beoordeling van de amberkleurige en groene risico’s worden beoordeeld.

2.6

Dit gebied bestrijkt twee administratieve gebieden: Het gebied tussen 0 en 6 zeemijl en het gebied tussen 6 en 12 zeemijl. Er zijn twee hoofdgebieden van vast gesteente binnen het gebied, een in Land’s End en een in Cape Bank. Het rif binnen Land’s End ligt binnen 6 zeemijl en zal worden beheerd door middel een verordening van de IFCA voor Cornwall. Het rif binnen Cape Bank ligt in het gebied tussen binnen 6 zeemijl en binnen het gebied tussen 6 en 12 zeemijl en zal worden beheerd door middel van een verordening van de MMO.

2.7

De specifieke locatie en de omvang van de riffen van vast gesteente zijn verstrekt door Natural England (25). De buffer is gebaseerd op de ontwerprichtlijnen van Natural England (26), waarin aanbevelingen worden gedaan voor de omvang van de buffer op basis van de diepte van het beschermde kenmerk. Het vaste gesteente van de riffen in dit gebied bereiken een diepte tot 100 m. Voor diepten tussen 25 m en 200 m wordt in de richtsnoeren van Natural England een buffer van drie keer de diepte van het kenmerk aanbevolen. Daarom wordt een buffer van 300 m toegepast (3 x 100 m).

2.8

Optreden is vereist om het marktfalen in het mariene milieu te corrigeren door passende beheersmaatregelen voor de instandhouding van kenmerken (zoals deze verordening) ten uitvoer te leggen teneinde negatieve externe effecten te verminderen of op passende wijze te beperken. De tenuitvoerlegging van deze verordening zal zorgen voor een voortgezette beschikbaarheid van publieke goederen in het mariene milieu.

2.9

Er is sprake van marktfalen als de markt geen efficiënt resultaat oplevert. (27) In verband met het mariene milieu kan dit falen als volgt worden beschreven:

Publieke goederen en diensten: bepaalde goederen en diensten waarin wordt voorzien door het mariene milieu, zoals klimaatregulering en biodiversiteit, zijn ‘publieke goederen’ (niemand kan worden uitgesloten van de baten ervan en consumptie van het goed of de dienst vermindert de beschikbaarheid van het goed of de dienst voor anderen niet). De kenmerken van publieke goederen brengen met zich mee dat individuele personen niet noodzakelijkerwijs een economische prikkel hebben om vrijwillig moeite te doen of geld bij te dragen voor het voortbestaan van deze goederen, wat tot onderaanbod of in dit geval tot onderbescherming leidt.

Negatieve externe effecten: er is sprake van negatieve externe effecten wanneer schade aan mariene milieus niet volledig wordt gedragen door de gebruikers die deze schade hebben veroorzaakt. In veel gevallen hebben mariene goederen en diensten geen monetaire prijs en worden de kosten van schade daarom niet rechtstreeks ingeprijsd door de markt. Zelfs voor de goederen die worden verhandeld (zoals in het wild levende vis) weerspiegelt de marktprijs vaak niet de volledige economische kosten, die uiteindelijk worden gedragen door andere personen en de samenleving als geheel.

2.10

Overheidsoptreden is noodzakelijk als gevolg van het bestaan van deze beide bronnen van marktfalen in het mariene milieu. Beheersmaatregelen zijn nodig om de aangewezen kenmerken van de Europese mariene zone in stand te houden en zullen ervoor zorgen dat negatieve externe effecten worden verminderd en op passende wijze worden beperkt. Ook zullen beheersmaatregelen zorgen voor een duurzame voorziening van publieke goederen in het mariene milieu, bijvoorbeeld door de biodiversiteit in de Engelse zeeën in stand te houden.

3.   Beleidsdoelstellingen en beoogde effecten

3.1

In het kader van de Marine and Coastal Access Act 2009 (28) (MaCAA) is de MMO (Marine Management Organisation/Organisatie voor het beheer van het mariene milieu) ingesteld om leiding en steun te geven aan en het beheer te voeren over een duurzaam marien milieu en een duurzame kustvisserij, door te zorgen voor een juist evenwicht tussen sociale, milieu- en economische voordelen ten behoeve van een gezonde zee, duurzame visserij en een levensvatbare sector.

3.2

De beleidsdoelstelling met betrekking tot deze effectbeoordeling is de bevordering van de instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied, door ervoor te zorgen dat riffen van vast gesteente worden beschermd tegen het risico van schade door gesleepte bodemvistuigen.

3.3

De instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied zijn:

afhankelijk van natuurlijke veranderingen, de instandhouding van:

de omvang van de rifhabitat en de diversiteit van de habitat en de soorten die er deel van uitmaken

de gemeenschapsstructuur van de habitat (bv. populatiestructuur van individuele bijzondere soorten en hun bijdrage aan het functioneren van het ecosysteem)

de kwaliteit van het natuurlijk milieu (bv. waterkwaliteit, niveaus van sedimenten in suspensie, etc.);

de processen van het natuurlijk milieu (bv. biologische en fysieke processen die van nature in het milieu plaatsvinden, zoals watercirculatie en afzettingen, mogen niet afwijken van de uitgangssituatie ten tijde van de aanwijzing tot beschermd gebied)

3.4

De beoogde effecten zijn dat het risico van aantasting van de riffen van vast gesteente wordt verlaagd en dat de vereisten in de zin van artikel 6 van de habitatrichtljn worden nageleefd. Bovendien zullen de economische gevolgen van de interventies indien mogelijk worden geminimaliseerd.

4.   De opties

4.1   Als onderdeel van de herziene aanpak van Defra (het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken (Department for Environment, Food and Rural Affairs), zijn de voorkeursinstrumenten voor beheer de MMO-verordeningen voor het gebied tussen 6 tot 12 zeemijl en verordeningen voor de MMO om het beheer te voeren over gebieden aan beide zijden van de grens van 6 zeemijl. Na besprekingen tussen de MMO en de IFCA van Cornwall is afgesproken dat er, hoewel dit gebied van communautair belang (GCB) aan beide zijden van de grens van 6 zeemijl ligt, IFCA-verordeningen zullen worden ingesteld voor het beheer van het gedeelte binnen 6 zeemijl en dat een MMO-verordening zal worden toegepast voor het beheer van het Cape Bank-gedeelte van het gebied tussen 0 en 12 zeemijl. Daarom is een MMO-verordening voor het gedeelte van het GCB tussen 0 en 12 zeemijl de aanbevolen optie.

4.1.1   Optie 1: niets doen

Bij deze optie worden geen permanente beheermaatregelen getroffen. Dit zou betekenen dat de risico's voor het gebied wegens schadelijke activiteiten niet worden aangepakt en dat niet wordt voldaan aan de vereisten op grond van de herziene aanpak van Defra en artikel 6, lid 2 van de habitatrichtlijn.

4.1.2   Optie 2: vrijwillige overeenkomst

Bij deze optie worden vrijwillige gedragscodes ter bescherming van bepaalde natuurkenmerken ontwikkeld. De MMO heeft deze optie overwogen in het licht van de beginselen van betere regelgeving op grond waarvan nieuwe regelgeving alleen als laatste redmiddel dient te worden ingevoerd, en de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken (defra), op grond waarvan wordt verwacht dat beheermaatregelen regelgevend van aard dienen te zijn om een adequate bescherming te kunnen waarborgen. Krachtens de herziene aanpak van Defra dienen er ook maatregelen te worden getroffen om tegen het einde van december 2013 risicovolle (rood) interacties tussen aangewezen natuurkenmerken en vistuig aan te pakken. De MMO is van mening dat vrijwillige maatregelen in dit geval niet gepast zijn, omdat natuurkenmerken snel beschermd moeten worden en er een risico bestaat dat zelfs beperkte interactie tot achteruitgang van het kenmerk zou kunnen leiden.

4.1.3   Optie 3: verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het hele gebied van communautair belang ("volledige sluiting van het gebied")

Een verbod op gesleepte bodemvistuigen in het gehele Cape Bank-gedeelte van het gebied van communautair belang is niet nodig voor de bescherming van riffen van vast gesteente en zou leiden tot onnodig economisch verlies voor vissers die gebruikmaken van andere delen van het gebied. Het geschatte totale verlies van aanlandingen zoals beschreven in tabel 1 zou GBP 15 971,20 bedragen in plaats van GBP 11 788,83 bij de voorkeursoptie en de handhavingskosten zouden veel hoger zijn.

4.1.4   Optie 4: verordening van de MMO voor een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in een gebied met Sabellaria spinulosa-riffen, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer").

Deze optie geniet de voorkeur en wordt hierna volledig geanalyseerd.

4.1.5   Beheer van activiteiten door middel van een wettelijk instrument, een bestuursrechtelijke maatregel ("Regulating Order") of een visvergunningenstelsel

Deze beheermechanismen worden in dit geval niet toepasselijk geacht. De bevoegdheden van de MMO voor het creëren van verordeningen krachtens de MaCAA zijn toepasselijker, omdat die zijn ontworpen voor het beheer van activiteiten in beschermde mariene gebieden en het juiste niveau van bevoegdheid, flexibiliteit, raadpleging en snelheid bieden.

4.2   Aanbevolen optie:

4.2.1   Verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven riffen van vast gesteente, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer").

4.2.2   Deze optie wordt aanbevolen omdat het de kosteneffectiefste optie is. De MMO is de meest geschikte instantie voor het nemen van beheermaatregelen voor het rifkenmerk van Cape Bank tussen 0 en 12 zeemijl, omdat zij de bevoegdheid heeft om verordeningen vast te stellen in dit hele gebied ter bevordering van de instandhoudingsdoelstellingen voor gebieden van communautair belang. Bij het bepalen van de grens van het voorgestelde verboden gebied is rekening gehouden met het beste beschikbare bewijs over de omvang van de natuurkenmerken en de behoefte aan een 'bufferzone' tussen deze kenmerken en de grens voor de verordening. Ook werd bij het vaststellen van de vorm van het verboden gebied rekening gehouden met het handhavingsgemak en de behoefte aan een duidelijke afbakening om naleving van het verbod te bevorderen.

5.   Feitenbasis

5.1   Gevolgen van het gebruik van gesleepte bodemvistuigen voor riffen van vast gesteente:

5.1.1

Het beschikbare bewijs (29) is beperkt en bestaat uit empirische onderzoeken waarin de gevolgen van de visserij voor habitats met een harde ondergrond worden gekwantificeerd. Het is echter bekend dat het gebruik van gesleepte vistuigen over een rotsachtige ondergrond leidt tot schade aan of de dood van een aanzienlijk aantal grote, staande soorten zoals sponzen en koraal (Løkkeborg 2005). Door één gesleept vistuig in de Golf van Alaska werd in één keer 67 % van de sponzen gedood (Freese et al 1999). Andere soorten zoals hydroïden, anemonen, bryozoën, tunicaten en echinodermen zijn kwetsbaar voor mobiel vistuig (McConnaughey et al 2000, Sewell en Hiscock 2005). Door het gebruik van gesleepte vistuigen kan de complexiteit van de habitat ook verminderen, omdat keien en steentjes in de harde ondergrond worden verplaatst (Engel en Kvitek 2008, Freese et al 1999). Bestandheid tegen fysieke schade varieert naar gelang van de soort ondergrond, waarbij in het bijzonder riffen van kleisteen snel structurele schade kunnen oplopen (Attrill et al 2011). Het risico van aanzienlijke gevolgen wordt dusdanig groot geacht dat hiervoor de indeling 'hoog risico' vereist is, op grond waarvan dit jaar beheermaatregelen moeten worden getroffen.

5.2   Verspreiding van riffen van vast gesteente

Onderstaande figuur 1 toont de locatie van riffen van vast gesteente in het Cape Bank-gedeelte van het gebied van communautair belang.

Figuur 1

Plattegrond van het gebied en het kenmerk

Image 8

Marine Management Organisation

Lands End & Cape Bank SCI

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

12 Nautical Mile Limit (UKHO)

MMO Management area

Cape Bank upstanding reef offshore

Land's End and Cape Bank SCI

CIFCA Management area

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Natural England Copyright 2008. © Crown Copyright. All rights reserved 2008. © Marine Management Organisation. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright [2013] and database right. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee. Not to be used for navigation.

6.   Getroffen sectoren

6.1

Visserijsector: De vaartuigen die het meest worden getroffen door het verbod zijn boomkortrawlers, vaartuigen voor de dregnetvisserij en andere demersale trawlers, waarbij het vooral gaat om schepen die in Newlyn aanlanden. Franse en Belgische schepen hebben toegangsrechten tot demersale vissoorten, maar het grootste deel van deze vangsten wordt niet in het Verenigd Koninkrijk aangeland. Tijdens het vooroverleg over deze voorgestelde beheermaatregel kwam uit de dialoog met belanghebbenden en vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector naar voren dat beperkt gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen. Een aantal Franse schepen met bodemtrawl vist in het westen van het voorgestelde verboden gebied van Cape Bank en verschillende Belgische schepen vissen in het noordelijk gedeelte van dit gebied. De interventie heeft naar verwachting geen gevolgen voor andere dan de visserijsector.

6.2

Lokale economieën en de samenleving: De potentiële sociale en economische kosten voor de Engelse, Franse en Belgische lokale gemeenschappen ten gevolge van een mogelijk verlies aan aanlegplaatsen zijn laag en de gevolgen voor de lokale visserij zijn gering. Dit komt omdat er toegang is tot alternatieve visgronden waardoor verplaatsing van activiteiten zeer weinig zal voorkomen. Waarschijnlijk heeft de voorkeursoptie weinig gevolgen aangezien bij de visserij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van staand vistuig door schepen met als thuishaven Newlyn, Mousehole, Sennen Cove, Penwith Coves, St Ives en Hayle. De verdere voordelen van de bescherming van de riffen van vast gesteente worden in paragraaf 7 geschetst.

6.3

Handhavingsinstanties: De MMO zal de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de handhaving van het voorgestelde verbod in het gebied tussen 0 en 12 zeemijl en daarom zal de MMO te maken krijgen met extra handhavingskosten. De geschatte kosten worden in paragraaf 7 beschreven.

7.   Analyse van de kosten en baten

7.1   Kosten van de aanbevolen optie

7.1.1   Het verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het voorgestelde gebied zou kunnen leiden tot de volgende kosten:

directe kosten voor de visserijsector doordat er minder visgronden zijn

kosten voor de visserijsector in verband met verplaatsing naar andere visgronden

potentiële gevolgen voor het milieu omdat er door verplaatsing meer schade kan ontstaan aan habitats in andere gebieden

kosten voor de MMO voor administratie en handhaving

7.1.2   Kosten voor de visserijsector, met inbegrip van mogelijke verplaatsingskosten, en administratieve en handhavingskosten voor de MMO kunnen worden gemonetiseerd en deze geschatte waarden zijn gerangschikt en gepresenteerd als onderdeel van deze effectbeoordeling (onderstaande tabel 1 en 2). Milieukosten vanwege mogelijke grotere schade aan habitats zijn moeilijk te bepalen en zijn hier daarom beschreven als niet-gemonetiseerde kosten.

7.2   Analyse van de visserijkosten

7.2.1   Informatie voor het onderzoek naar de gevolgen van de voorgestelde afsluiting is gebaseerd op:

Aanlandingsgegevens voor vaartuigen van 2008 tot en met 2011 verstrekt via statistieken van de MMO op basis van logboek- en verkoopgegevens

Aanlandingsgegevens voor ICES-vakken. Verdere analyse om vangsten en aanlandingen te schatten voor het gebied van communautair belang en het rif-/buffergebied voor het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten (tabel 1 en 2)

Door de MMO verzamelde informatie die tijdens het vooroverleg in de periode juni-augustus 2013 door vissers is verstrekt

Tijdens de formele raadpleging van de MMO over de verordening, van 10 september tot 22 oktober 2013, van belanghebbenden verkregen informatie.

Kennis van lokale kustambtenaren van de MMO en IFCA.

7.3   Onzekerheid en aannames met betrekking tot gegevens

7.3.1   De schattingen van de gemiddelde kosten zijn gebaseerd op waarden van aanlandingen in het Verenigd Koninkrijk in het gebied van communautair belang, binnen het statistische vak 29E4 van ICES (zie figuur 2). Het is niet bekend welk aandeel van de totale waarde van de aanlandingen echt rechtstreeks is afgeleid van het voorgestelde verboden gebied, dat minder dan 5,79 % van een ICES-vak beslaat. De statistische gegevens zijn verzameld aan de hand van gerapporteerde activiteiten binnen de ICES-vakken waarvan de vastgestelde GCB-gebieden deel uitmaken. Informatie over de gerapporteerde activiteiten (hoeveelheid en waarde van aanlandingen met informatie over het toegepaste vistuig) is afkomstig van de Ifish-databank van de MMO. Informatie over Belgische en Franse vaartuigen is verkregen via uittreksels van aanlandingsgegevens die de lidstaten hebben verstrekt aan de werkgroep inzake visserij-inspanningsregelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV). Een meer gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methoden om de kosten te berekenen wordt gegeven in bijlagen A en B.

7.3.2   De waarden voor het voorgestelde verboden gebied in tabel 1 zijn afgeleid door uit te gaan van de geschatte waarden binnen het gebied van communautair belang en hiervan een percentage te nemen op basis van de oppervlakte van het verboden gebied in het GCB. In de meeste gevallen is de oppervlakte van de voorgestelde verboden gebieden relatief klein in vergelijking met het gehele GCB. Daarom moet behoedzaam worden omgegaan met de schatting, deze geeft niet de werkelijke waarde in het voorgestelde verboden gebied weer. Ook wordt erkend dat een mogelijk grotere biodiversiteit rond het rif betekent dat er misschien sprake is van een relatief rijke visgrond en dat hierdoor in de analyse de mate van de achteruitgang van de visgrond onderschat kan worden.

7.3.3   De informatie die is vergaard van vissers en andere belanghebbenden tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging, is gebruikt om de feitenbasis en de aannamen te ondersteunen, met het voorbehoud dat het slechts anekdotisch bewijs betreft. De verzamelde informatie is opportunistisch en biedt slechts een momentopname van de respondenten die op de desbetreffende dag beschikbaar waren om opmerkingen te maken. Het aantal respondenten weerspiegelt slechts degenen die onafhankelijk informatie hebben verstrekt en zegt niet noodzakelijkerwijs iets over het aantal belanghebbenden dat het al dan niet met een bewering eens is.

7.3.4   Er zijn weinig aanlandingsgegevens van andere lidstaten, omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt. Door middel van het VMS (satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen), ontvangen in het visserijcontrolecentrum (FMC) van het Verenigd Koninkrijk, kunnen er echter enkele aannames worden gemaakt op grond van schepen die langer zijn dan 15 m van andere lidstaten, wat wordt beschreven in 7.4

Figuur 2

Plattegrond van het statische vak 29E4 van de ICES en het gebied van communautair belang in Land’s End en Cape Bank

Image 9

Marine Management Organisation

Lands End & Cape Bank SCI (ICES Statistical rectangles 29E4)

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

12 Nautical Mile Limit (UKHO)

Land's End and Cape Bank SCI

Cape Bank upstanding reef offshore

MMO Management area

CIFCA Management area

Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee. © ICES (http://geo.ices.dk/) © Marine Management Organisation. © Natural England Copyright 2008. © Crown Copyright. All rights reserved 2008. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Not to be used for navigation.

7.4   Visserijactiviteiten in het gebied van communautair belang van Land’s End en Cape Bank

7.4.1   Het grootste deel van de vaartuigen van het VK die binnen ICES-vak 29E4 opereerden, zijn minder dan 10 meter lang en hoofdzakelijk staandwantvissers (165 schepen), met de handlijn vissende vaartuigen (146 schepen), korvenvissers (71 schepen) en andere demersale trawlers (11 schepen). Er zijn af en toe boomkortrawlers in het gebied die meer dan 15 meter lang zijn (25 vaartuigen).

7.4.2   De soorten die het meest worden aangeland, zijn diepzeevis, schaaldieren, demersale vis en weekdieren.

7.4.3   Franse en Belgische schepen hebben wettige visrechten in het deel van het gebied van communautair belang dat buiten 6 zeemijl ligt.

7.4.4   Het grootste deel van de Franse en Belgische vaartuigen die binnen de ICES-gebieden opereren, is meer dan 15 meter lang, terwijl enkele vaartuigen minder dan 10 meter lang zijn. Er zijn weinig aanlandingsgegevens van andere lidstaten, omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt. VMS-gegevens (30) van de Franse en Belgische vloot laten zien dat er weinig tot geen activiteiten worden ontplooid binnen de voorgestelde verboden gebieden van het GCB waarvoor ze toegangsrechten bezitten (figuur 3 en 4).

7.4.5   Op 12 juli 2013 werd in Oostende met hulp van de Belgische visserijautoriteiten een vooroverleg met de Belgische visserijsector gehouden. Het doel hiervan was de betrokkenen informatie te verschaffen over het mogelijke beheer van de commerciële visserij in het gebied van communautair belang in Engeland in verband met de Belgische visrechten in de zone tussen 6 en 12 zeemijl. Vertegenwoordigers van de sector die bij deze bijeenkomst van 12 juli aanwezig waren, gaven te kennen dat de huidige voorgestelde maatregelen ter bescherming van riffen van vast gesteente in het gebied van communautair belang niet veel gevolgen hebben voor hun activiteiten. Deze riffen van vast gesteente werden vooral als schadelijk voor gesleepte bodemvistuigen gezien. Op 27 september 2013 is in Parijs een raadplegingsbijeenkomst met de Franse autoriteiten en vertegenwoordigers van de visserijsector gehouden, waarin werd bevestigd dat er twaalf 15-24 meter lange ottertrawlers vanuit Normandië in het voorgestelde verboden gebied van Cape Bank vissen.

7.4.6   In reacties in het kader van de formele raadpleging van vertegenwoordigers van zowel de Franse als de Belgische visserijsector werd bevestigd dat er enkele visserijactiviteiten in het voorgestelde verboden gebied plaatsvinden.

Figuur 3

Franse VMS-positiemeldingen voor 2012

Image 10

Marine Management Organisation

2012 French VMS (Lands End & Cape Bank SCI)

6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

12 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

2012 French VMS (15+ metres)

Speed (knots)

0.00 - 6.00

>=6.01

MMO Management area

Cape Bank upstanding reef offshore

Land's End and Cape Bank SCI

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data. ©Marine Management Organisation. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee. Not to be used for navigation.

Figuur 4

Belgische VMS-positiemeldingen voor 2012

Image 11

Marine Management Organisation

2012 Belgian VMS (Lands End & Cape Bank SCI)

12 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

>6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

MMO Management area

>Cape Bank upstanding reef offshore

Land's End and Cape Bank SCI

2012 Belgian VMS (15+ meters)

Speed (knots)

0.00 - 6.00

>=6.01

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. ©Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee. Contains UKHO Law of the Sea data ©Crown copyright and database right. ©Marine Management Organisation Not to be used for navigation.

7.5   Waardering van de betrokken aanlandingen

Verenigd Koninkrijk

7.5.1   Het directe gevolg voor visserijvaartuigen zou een lagere vangst en dus een vermindering van de aanlandingen van gesleepte bodemvistuigen in het voorgestelde verboden gebied zijn. Voor een schatting van de potentiële gevolgen zijn de door de MMO verzamelde aanlandingsgegevens geanalyseerd.

7.5.2   De berekening van de betrokken aanlandingen van het statistische vak 29E4 van ICES (voor VK-vaartuigen waarvan is aangetoond dat ze sinds januari 2008 in dit gebied vissen) wordt getoond in tabel 1. De schattingen in tabel 1 zijn gebaseerd op de gemiddelde aanlandingen van januari 2008 tot december 2011.

Tabel 1

Gemiddelde van de VK-aanlandingen uit het ICES-vak 29E4 per jaar en geschatte gemiddelde aanlandingen binnen het gebied van communautair belang (januari 2008 – december 2011)

Soort vistuig

Aangeland gewicht

(ton)

Waarde voor ICES 29E4

(GBP)

Waarde voor GCB

(GBP)

Waarde binnen het verboden gebied (73,813 % van het GCB)

(GBP)

Boomkortrawlers

209

830 886

2 492,30

1 839,65

Schepen voor de dregnetvisserij

86

120 294

Geen

Geen

Bodemtrawls voor de visserij op Noorse kreeft

3

3 753

141,90

104,74

Overige demersale trawlers

161

342 297

13 337

9 844,44

Totaal

459

1 297 230

15 971,20

11 788,83

7.5.3   Geschatte waarden van aanlandingen binnen het gebied van communautair belang zijn berekend door verbanden te leggen tussen beschikbare aanlandingsgegevens (verstrekt door elk visserijvaartuig in het ICES-vak) en gegevens over visserijactiviteiten (op basis van VMS-meldingen) binnen het GCB. In deze aanpak wordt een deel van de aanlandingen voor elk ICES-vak toegepast op het GCB, op basis van het activiteitenniveau binnen het gebied van communautair belang.

Voor het GCB van Land’s End en Cape Bank, zijn aanlandingsgegevens voor het ICES-vak (29E4) gebruikt en gecategoriseerd naar lengte van het vaartuig (meer dan 15 meter, 10 tot 15 meter en minder dan 10 meter).

Aanlandingswaarden van het voorgestelde verboden gebied werden vervolgens geschat als percentage (op basis van de omvang van de respectieve gebieden) van de geschatte waarde van het gebied van communautair belang.

Zie de aanvullende statistische tabellen voor de visserij in 2008-2011 voor een volledige analyse van de activiteiten binnen de ICES-vakken in verband met het gebied van communautair belang.

Naar schatting bedraagt het gemiddelde jaarinkomen voor de meer dan 15 meter lange vaartuigen met gesleepte bodemvistuigen in het GCB GBP 2 434,6. De waarde voor meer dan 15 meter lange vaartuigen voor de dregnetvisserij en ook voor andere demersale trawlers wordt weergegeven als zijnde nul. Voor de vloot van boomkortrawlers met een lengte van minder dan 10 meter bedraagt het geschatte gemiddelde jaarinkomen GBP 10,90. Voor de vloot van boomkortrawlers met een lengte van tussen 10 en 15 meter bedraagt het geschatte gemiddelde jaarinkomen GBP 46,80. (Zie tabel 5 van de statistische tabellen voor de visserij in 2008-2011 voor een volledige analyse).

Uitgaande van ons vooroverleg met belanghebbenden zullen voornamelijk de visserij met bodemtrawls en de visserij met korren op mantelschelpen financiële gevolgen ondervinden van de invoering van deze verordening.

7.5.4   Naar schatting zou het totale verlies aan aanlandingen binnen het voorgestelde verboden gebied (dat 73,813 % van het GCB uitmaakt) GBP 11 788,83 bedragen.

7.5.5   Omdat er geen rekening is gehouden met verplaatsingen worden de totale geschatte kosten waarschijnlijk overschat.

Frankrijk en België

7.5.6   Uit de analyse van de VMS-gegevens blijkt dat de overgrote meerderheid van de Belgische visserijactiviteiten in ICES-vak 29E4 buiten het GCB zelf plaatsvindt. In 2012 waren 26 Belgische vaartuigen actief in het noordelijke deel van het ICES-vak.

Het grootste deel van de Franse visserijactiviteiten in het ICES-vak 29E4 vindt plaats ten noordwesten van het GCB. In 2012 rapporteerden 46 Franse vaartuigen een VMS-positie met een snelheid van 1-6 knopen in het westelijk deel van het Cape Bank-gedeelte van het GCB.

7.5.7   De Belgische vissers vissen voornamelijk op tong in dit gebied en de Franse vissers op schelvis en kabeljauw. Met de methode waarnaar in bijlage B wordt verwezen "Analyse van vaartuigen die niet uit het VK afkomstig zijn in ICES-vakken" wordt geschat dat in 2012:

de hoeveelheid aangelande vis op basis van Belgische activiteiten in het toegankelijke deel van het GCB 0,44 ton bedraagt. Dit vertegenwoordigt een waarde van naar schatting GBP 1 749

de hoeveelheid aangelande vis op basis van Franse activiteiten in het toegankelijke deel van het GCB 24,98 ton bedraagt. Dit vertegenwoordigt een waarde van naar schatting GBP 44 036

7.5.8   In figuur 3 en 4 is echter te zien dat de meeste visserijactiviteiten plaatsvinden in de noordwestelijke corridor van het gebied, die buiten het voorgestelde verboden gebied (rifkenmerk en bufferzone) ligt. Het daadwerkelijke verlies van aanlandingen wordt daarom verondersteld veel lager te zijn dan de hierboven vermelde schattingen. Zie bijlage B voor verdere informatie over visserijactiviteiten van vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn in en rond de voorgestelde verboden gebieden.

7.6   Waarschijnlijke gevolgen van de afsluiting voor de visserijvloot

7.6.1   Aangezien het totale verlies aan aanlandingen naar verwachting overschat wordt (vanwege de beperkte visactiviteiten met gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven riffen van vast gesteente) zullen de gevolgen van deze afsluiting voor de visserijvloot waarschijnlijk gering zijn. Een aantal van de betrokken vissers verklaarde tijdens het vooroverleg boven riffen van vast gesteente geen gebruik te maken van gesleepte bodemvistuigen, omdat hun vistuig hierdoor beschadigd zou worden. De vertegenwoordigers van de Franse en Belgische visserijsector bevestigden dat er rond het westelijk en noordelijk deel van het verboden gebied van Cape Bank visgronden verloren zullen gaan, maar dat er gemakkelijk toegankelijke alternatieve visgronden zijn.

7.7   Aanpassingsvermogen

7.7.1   Om te kunnen beoordelen wat de waarschijnlijke gevolgen van de voorgestelde afsluiting voor de visserijactiviteiten zijn, moet worden onderzocht in hoeverre vaartuigen de waarde van de vangst zouden kunnen handhaven door hun inspanningen naar andere gebieden te verplaatsen.

7.7.2   De vissers is verzocht een vragenlijst in te vullen ten behoeve van dit onderzoek en hierin is rechtstreeks gevraagd in welke mate zij te maken zouden hebben met verplaatsing naar andere gebieden als gevolg van de voorgestelde afsluiting en naar hun vermogen om zich aan te passen en gebruik te maken van andere visgronden om de waarde van de vangst te handhaven. Een aantal van de betrokken vissers verklaarde niet van andere visgronden of ander vistuig gebruik te kunnen maken, maar omdat door de voorgestelde optie alleen visserijactiviteiten boven riffen van vast gesteente en in de bufferzone worden beperkt, is het potentieel voor verplaatsing minimaal.

7.7.3   Ten gevolge van de invoering van de voorkeursoptie (een verordening voor een specifiek verboden gebied) in plaats van de afsluiting van het gehele gebied, zullen verplaatsingen met betrekking tot vaartuigen die gebruikmaken van gesleepte bodemvistuigen tot een minimum beperkt blijven. Vertegenwoordigers van de Franse en Belgische visserijsector bevestigden tijdens het vooroverleg en de formele raadpleging dat er in het voorgestelde verboden gebied visserijactiviteiten plaatsvinden. Er is echter niets specifieks gezegd over de mate waarin verplaatsingen en alternatieve visgronden aan de orde zouden zijn.

7.7.4   Het is de bedoeling dat tijdens de beoordeling van de amberkleurige en groene risico's wordt gekeken naar bewijs van vooruitgang in vistuigtechnologie en de gevolgen voor kwetsbare natuurkenmerken.

7.8   Indirecte kosten

7.8.1   Milieukosten

De mogelijke kostenstijgingen in verband met brandstof voor vaartuigen die verder moeten varen om alternatieve visgronden te bereiken, zijn bij de aanbevolen optie minimaal omdat de meeste vissers hebben aangegeven dat ze niet in dit gebied vissen en dat alternatieve visgronden gemakkelijk te bereiken zijn.

7.9   Administratieve en handhavingskosten

7.9.1   De MMO zal bij de handhaving een inlichtingengestuurde, op risico gebaseerde aanpak hanteren, zoals wordt toegepast bij een aantal regelgevende overheidsinstanties in overeenstemming met het National Intelligence Model (31). Indien op niet-naleving of een risico van niet-naleving wordt gewezen, zal de MMO een speciaal op de behoefte van de beschermde mariene zone (Marine Protected Area - MPA) toegesneden handhavingsstrategie ontwikkelen en waar nodig dienovereenkomstig middelen inzetten. Dit kan inhouden: de aanwezigheid van de marine, toezicht vanuit de lucht of gezamenlijke operaties met andere instanties (bijvoorbeeld de IFCA, de Border Force (grensmacht) van het Verenigd Koninkrijk of de EA). De MMO zal alle gezamenlijke acties coördineren. De MMO zal toezicht houden op MPA's op grond van de beginselen die zijn vastgelegd in de "Legislative and Regulatory Reform Act 2006" en de "Regulators' Compliance Code", met als doel dat alle door de MMO ondernomen handhavingsacties evenredig zijn en dat zij daarbij verantwoordelijk, consistent, transparant en doelgericht te werk gaat (32).

7.9.2   De handhaving van de voorgestelde verordening zal binnen de lopende begroting worden gedekt. Het VMS van de EU wordt gebruikt als beheerinstrument voor handhaving op zee en vanuit de lucht met betrekking tot meer dan 12 meter lange vaartuigen. Aangezien er weinig visserijactiviteiten plaatsvinden in het gebied zal het risico van niet-naleving gering of minimaal zijn (33). Tabel 2 toont de geschatte handhavingskosten voor het beheer van deze voorkeursoptie.

Tabel 2

Jaarlijkse extra kosten voor de handhaving van de aanbevolen optie  (34)

Activiteit

Kosten per eenheid

(GBP)

Geschatte aantal eenheden per jaar

Totale kosten per jaar

(GBP)

Toezicht van de Royal Navy per gebied

4 000 per dag

1

4 000

Gezamenlijke handhavingspatrouilles met lokale SFC/IFCA per gebied

800-1 000 per dag

5

4 000 -5 000

Toezicht vanuit de lucht per gebied

2 050 per uur

2

4 100

Onderzoek/vervolging per gebied

10 375 per geval

1

10 375

Totaal

 

9

22 475 – 23 475


Tabel 3

Jaarlijks profiel van gemonetiseerde kosten van de aanbevolen optie- (GBP m) constante prijzen

 

J0

J1

J2

J3

J4

J5

J6

J7

J8

J9

Overgangskosten

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Jaarlijks terugkomende kosten – beste schatting

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Laagst

0,022475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Hoogst

0,023475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

7.10   Baten van de aanbevolen optie

7.10.1   Door de uitsluiting van gesleepte bodemvistuigen in het voorgestelde verboden gebied zou hiervan geen gebruik meer worden gemaakt boven riffen van vast gesteente, wat de volgende voordelen zou opleveren:

Milieubaten in verband met het behoud van rifhabitats

Milieubaten worden hier beschreven als niet-gemonetiseerde voordelen.

7.11   Milieubaten

7.11.1   Het rif van vast gesteente in het gebied van communautair belang behoort tot de biologisch meest diverse van het land en spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van soorten die worden beschouwd als zeldzaam of die aan de grenzen van hun biogeografische verspreidingsgebied voorkomen. Hoewel de individuele riffen relatief klein zijn (zowel op nationale als op lokale schaal), zijn ze ecologisch divers en vertegenwoordigen ze een lokaal significant gebied (wat betreft hun omvang) van permanent onder water staande habitats in zee (35).

7.11.2   Het gebied van communautair belang bestaat uit twee grote rifgebieden die vrijwel geheel van graniet zijn (Axelsson & Dewey, 2011; Birchenough et al., 2008); een rifgebied langs de kust (het Land's End-gedeelte van het GCB – het sub-kenmerk opstaand kustrif) en een gebied met opstaande riffen verder in zee in een brede halvemaansvorm die min of meer de kustlijn volgt (het Cape Bank-gedeelte van het GCB – het sub-kenmerk opstaand rif in open zee). Het opstaand rif in open zee zal door de MMO worden beheerd. In dit gebied komt zeer veel zeewier voor en er zijn verzamelingen van bryozoën en hydroïden en plaatsen waar echinodermen leven, alsmede de mosdiertjessoort Pentapora fascialis, de echinoderm Echinus esculentus en de borende spons Cliona celata (Birchenough et al., 2008a). Waterbewegingen door stromingen en golven bevorderen ook de dichte groei van sponzen, manteldieren, anemonen en zachte koralen (Irving, 1996) (36).

7.11.3   Riffen bieden ook een zekere mate van kustbescherming en zijn belangrijke gebieden voor de nutriëntenkringloop, kool- en stikstofbinding en sedimentstabilisering.

7.11.4   Een beschermde rifhabitat is een natuurlijk toevluchtsoord voor populaties van soorten waarop doelgericht wordt gevist en voor bijvangstsoorten.

7.11.5   De baten van deze verordening bestaan erin dat passende bescherming wordt geboden en de ecologische kenmerken worden beschermd, hetgeen mogelijk kan leiden tot een grotere biodiversiteit vergeleken met de overige visgronden.

7.11.6   De milieubaten van de invoering van deze verordening zullen aanzienlijk zijn, aangezien hierdoor de riffen van vast gesteente in het gebied tegen gesleepte bodemvistuigen worden beschermd. Dit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstelling. Het voorgestelde verbod zal een toegevoegd effect hebben op andere kenmerken binnen het gebied van communautair belang en zal een algeheel positief effect hebben op de rifhabitats. Dit kan meer recreatief gebruik van het gebied bevorderen, bijvoorbeeld door duikers en hengelaars, hetgeen potentieel gunstig kan zijn voor de lokale economie.

7.12   Sociaaleconomische voordelen

7.12.1   De mogelijkheid bestaat dat de in stand gehouden riffen van vast gesteente en habitats de aantrekkingskracht voor recreatieve gebruikers zal verhogen, waaronder duikers en hengelaars (S.E.Rees et al, 2013 (37); D.R. Chae et al, 2012 (38)). Dit zou op zijn beurt het toerisme kunnen bevorderen en tot hogere uitgaven in lokale bedrijven kunnen leiden (S.E.Rees et al, 2013).

7.12.2   De toepassing van een gezoneerde aanpak van het beheer in plaats van sluiting van het hele gebied beperkt de verdringing door vissersvaartuigen die gesleepte bodemvistuigen gebruiken.

7.13   Verdeling van de kosten en baten

7.13.1   De verdeling van de sociale en economische kosten vindt voornamelijk plaats op lokaal niveau in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België (met uitzondering van de handhavingskosten), terwijl de totale milieubaten een breder gebied beslaan en meer een nationaal effect hebben.

Bijlage A: kanttekeningen bij het gebruik van uittreksels uit visserijstatistieken van het VK en tabellen

Op de website van de MMO (39) zijn tabellen beschikbaar waarin een samenvatting wordt gegeven van de gerapporteerde activiteit binnen de ICES-vakken die samen de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene zone vormen.

De gedetailleerdheid van de gegevens weerspiegelt de sterkste mate van detail die beschikbaar is voor de visserijadministraties in het Verenigd Koninkrijk.

Deze gegevens bieden informatie over de kwantiteit en de waarde van de aanlandingen uit de vakken die het gebied bestrijken, samen met gedetailleerde gegevens over de vaartuigen, de gebruikte vistuigen en de gevangen soorten.

Daarnaast melden vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m elke twee uur hun exacte positie in het kader van de vaartuigenmonitoringsystemen van het Verenigd Koninkrijk.

Voor deze vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m is het mogelijk gebleken om de relatief ruwe ruimtelijke gegevens van de activiteitenrapportagesystemen te combineren met de gedetailleerde positieverslagen van het satellietvolgsysteem om een fijnere schatting van de visserijactiviteit te maken. Deze gedetailleerde herschikking van de gegevens over activiteiten maakt het mogelijk om een schatting te maken van de omvang van de activiteit in de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene zone voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m.

Indien beschikbaar, wordt dit gegeven gepresenteerd in de tabellen van gegevens, samen met het totale activiteitenniveau binnen de ICES-vakken voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m; de ratio tussen deze twee reeksen gegevens is vervolgens toegepast op de gegevens voor vaartuigen met andere lengten om de activiteit binnen de voorgestelde verboden gebieden door deze vaartuigen met een totale lengte van minder dan 15 m bij benadering te schatten.

N.B.: Het voorgestelde verboden gebied ligt in wateren dicht bij de kust, en het gebruik van het percentage activiteiten door vaartuigen van 15 m of meer binnen de gebieden om de activiteiten van andere vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk te schatten kan daarom onnauwkeurige resultaten opleveren, aangezien de grotere vaartuigen verder buiten de kust plegen te vissen dan andere vaartuigen, met name de vloot van vaartuigen met een lengte van meer dan 10 m.

Deze cijfers worden in de tabellen in grijze vakken weergegeven om aan te geven dat het om schattingen gaat die alleen met de nodige terughoudendheid zouden moeten worden gebruikt.

Hieronder volgt een lijst van de kustgebieden van de Europese mariene zone waarop deze analyse betrekking heeft – enkele vakken beslaan meer dan één gebied – deze zijn geel gemarkeerd.

Deze overlapping betekent dat de totale potentiële dekking van de voorgestelde verboden gebieden niet kan worden geschat door de analyses van de individuele gebieden bij elkaar op te tellen. De onderstaande tabel bevat gedetailleerde gegevens over het percentage van de totale activiteit in de betrokken ICES-vakken voor elk voorgesteld verboden gebied met betrekking tot vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m (voor deze vaartuigen zijn gedetailleerde satellietgegevens beschikbaar).

Als zodanig zijn, voor vaartuigen met een hoog aandeel in de activiteit in de gebieden van de Europese mariene zone, de schattingen van de activiteit door vaartuigen met een andere lengte op basis van de door het satellietvolgsysteem gemeten activiteit waarschijnlijk betrouwbaarder dan die voor de gebieden waarin deze vaartuigen een laag aandeel hebben.

Bijlage B: kanttekeningen bij gegevens uit visserijstatistieken van buiten het VK

Deze tabellen zijn gebaseerd op aanlandingsgegevens die door de lidstaten zijn gemeld aan de werkgroep inzake visserij-inspanningsregelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

In het kader van de activiteiten van deze groep zijn verschillende groepen gegevens vergaard, met inbegrip van gedetailleerde informatie voor elke lidstaat van de aanlandingen per soort met betrekking tot een ICES-vak met de daarbij betrokken groepen vaartuigen.

Deze groep gegevens is samengesteld ten behoeve van de WTECV-groep en moet als zodanig behoedzaam worden behandeld om het dubbel tellen van activiteitengegevens te voorkomen. De gegevens zijn afkomstig van de website van het WTECV (40).

Ter controle van de gerapporteerde gegevens zijn de totalen vergeleken met de activiteit die is vastgelegd in de FIDES-systemen van de EU voor bepaalde quota's van visbestanden.

Er blijven echter verschillen bestaan in de totalen die gemeld zijn voor soort/gebied-combinaties in de gegevensbestanden van het WTECV en totalen die gemeld zijn op een zelfde niveau van gedetailleerdheid als onderdeel van de vangstrapportagesystemen bij FIDES voor het monitoren van de benutting van de quota. Dit zijn geen harde cijfers maar ze geven een indicatie voor het niveau van activiteiten van de betrokken lidstaten in het gebied.

Met behulp van de gemiddelde waarde van aanlandingen van vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk van het desbetreffende ICES-vak of vergelijkbare gebieden zijn indicatieve monetaire waarden geconstrueerd.

Indien er gegevens voor bepaalde jaren ontbreken, kan dit erop wijzen dat er geen activiteiten zijn gerapporteerd, maar het kan ook betekenen dat er geen gegevens zijn verstrekt.

ANALYSE VAN VMS-ACTIVITEITEN VAN VAARTUIGEN DIE NIET UIT HET VERENIGD KONINKRIJK AFKOMSTIG ZIJN IN ICES-VAKKEN DIE HET GEBIED VAN COMMUNAUTAIR BELANG BESTRIJKEN DAT BETREKKING HEEFT OP DEZE EFFECTBEOORDELING

Gebruikte methode:

Deze analyse is het resultaat van de toepassing van de standaardmethode waarmee wordt vastgesteld of er al dan niet vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald omschreven gebied actief zijn geweest, op informatie die is verkregen over vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn, vooral vaartuigen uit Frankrijk en België die historische toegangsrechten bezitten tot bepaalde delen van de kustwateren van het VK.

Hierbij worden de visserijactiviteiten geschat aan de hand van VMS-gegevens op basis van de snelheid van het vaartuig die is gemeld in de VMS-berichten ("Pings").

Gegevens voor elke VMS-ping die in het vak/de vakken die het omschreven gebied bestrijken van niet uit het VK afkomstige vaartuigen zijn ontvangen, worden geselecteerd uit het VMS-systeem van het VK, waaruit informatie wordt gehaald over het vaartuig zoals het identificatienummer (CFR), de positie en snelheid en de datum en het tijdstip van de ping.

Elke ping wordt beoordeeld en geclassificeerd als aanwijzing voor visserijactiviteiten, indien de snelheid is >=1 of <=6 knopen.

Deze visserij-pings van het desbetreffende vak of de vakken worden vervolgens verwerkt in GIS-software om vast te stellen of de positie binnen of buiten het desbetreffende omschreven gebied lag.

Hiermee kan voor elke lidstaat het percentage van visserij-pings binnen het vak in het omschreven gebied worden berekend. Deze factor wordt dan toegepast op het totale niveau van aanlandingen dat is af te lezen van de WTECV-gegevensgroepen voor de betrokken lidstaat, zodat schattingen kunnen worden gemaakt van de activiteit van niet uit het VK afkomstige vaartuigen in het omschreven gebied.

SAMENVATTING VAN ACTIVITEITEN VAN BELGISCHE EN FRANSE VAARTUIGEN IN HET ICES-VAK 29E4 DAT HET GEBIED LANDS END & CAPE BANK BESTRIJKT

Dit is een samenvatting van de activiteiten van vaartuigen van lidstaten in termen van de hoeveelheid en waarde van de aangelande vis met betrekking tot:

(1)

de totale activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen de ICES-vakken die het desbetreffende gebied bestrijken.

(2)

schattingen van de activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen het desbetreffende gespecificeerde gebied.

Deel A – het totale gewicht van de activiteit in tonnen

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (tonnen) in ICES-vak 29E4

Geschatte activiteit (tonnen) binnen het GCB op basis van maximale VMS-activiteit in 2010-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

BT2 (*1)

105,77

76,81

121,77

352,38

0,13

0,10

0,15

0,44

 

TR2 (*2)

0,00

0,00

0,00

0,35

0,00

0,00

0,00

0,00

 

29E4 Totaal

105,77

76,81

121,77

352,73

0,13

0,10

0,15

0,44

FRANS

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte 0 tot 15m

Boomkorren

0,00

0,00

0,00

2,15

 

 

 

0,05

 

Bodemtrawls

0,00

0,00

3,00

0,17

 

 

0,07

 

 

Dreggen

0,00

0,00

9,63

0,00

 

 

0,23

 

Lengte meer dan 15m

Bodemtrawls

0,00

0,00

940,59

1 055,57

 

 

22,21

24,93

 

Dreggen

0,00

0,00

13,26

0,00

 

 

0,31

 

 

29E4 Totaal

0,00

0,00

966,48

1 057,89

0,00

0,00

22,82

24,98


Deel B - totale waarde van de activiteit

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (GBP) in ICES-vak 29E4

Geschatte activiteit (GBP) binnen het GCB op basis van maximale VMS-activiteit in 2009-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

BT2 (*3)

442 857

404 990

705 959

1 409 228

549

502

876

1 748

 

TR2 (*4)

0

0

0

522

0

0

0

1

 

29E4 Totaal

442 857

404 990

705 959

1 409 751

549

502

876

1 749

FRANS

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte 0 tot 15m

Boomkorren

0

0

0

8 116

0

0

0

192

 

Bodemtrawls

0

0

4 898

1 452

0

0

116

34

 

Dreggen

0

0

15 722

0

0

0

371

0

Lengte meer dan 15m

Bodemtrawls

0

0

1 804 373

1 855 331

0

0

42 607

43 810

 

Dreggen

0

0

21 648

0

0

0

511

0

 

29E4 Totaal

0

0

1 846 641

1 864 899

0

0

43 605

44 036

Zie de statistische visserijgegevens van buiten het Verenigd Koninkrijk voor een volledige samenvatting van de activiteiten.

BIJLAGE V

Image 12

Tekst van het beeld

Image 13

Tekst van het beeld

Image 14

Tekst van het beeld

Image 15

Tekst van het beeld

FEITENBASIS

1.   Inleiding

1.1

Gebied: Gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone (41)

1.2

Het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone is aangewezen vanwege de gemeenschappen van riffen van vast gesteente binnen het gebied. Gemeenschappen van riffen van vast gesteente zijn gebieden met uitstekend gesteente dat is gekoloniseerd door een reeks flora en fauna. Een overgang van gemeenschappen kan plaatsvinden van door zonlicht beschenen wateren vlak onder het wateroppervlak, gedomineerd door planten, zoals kelpbossen en rood zeewier, naar diepere wateren, waar een variëteit aan fauna de riffen van vast gesteente bewoont, waaronder stekelhuidigen, sponzen, koralen, anemonen, mosdieren en schaaldieren (42).

1.3

De riffen van vast gesteente binnen dit gebied behoren tot de biologisch meest diverse van het land en spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van soorten die worden beschouwd als zeldzaam of die aan de grenzen van hun biogeografische verspreidingsgebied voorkomen.

1.4

Het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken (Department for Environment, Food, and Rural Affairs – Defra) heeft een herziene aanpak van het beheer van visserij in Europese mariene zones ingevoerd. Dit heeft erin geresulteerd dat de MMO maatregelen moet vaststellen om de riffen van vast gesteente te beschermen tegen het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het onderdeel van het gebied van communautair belang tussen zes en twaalf zeemijl om volledig te voldoen aan artikel 6 van de habitatrichtlijn (43).

1.5

Onder gesleepte bodemvistuigen worden verstaan alle vistuigen die door zee worden geduwd of getrokken en contact hebben met de zeebodem. Dit omvat demersale bordentrawls, demersale boomkorren en schelpdierdreggen. Daarom moeten beheersmaatregelen worden vastgesteld die deze interactie tussen activiteiten en kenmerken beperken.

1.6

Deze effectbeoordeling is uitgevoerd om de kosten en baten te berekenen van de voorgestelde verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen, die als oogmerk heeft om deze kenmerken te beschermen. In de effectbeoordeling wordt ook vermeld waarom de aanbevolen optie de voorkeursoptie is voor het beheer van het gebied. Een ontwerp van deze effectbeoordeling is onderworpen aan een openbare raadpleging.

1.7

De gegevens en het bewijs die zijn gebruikt voor deze effectbeoordeling zijn verzameld van Natural England (NE), IFCA’s en de MMO. Daarnaast heeft de MMO samen met de IFCA voor Cornwall op 10 juni 2013 in Looe, en samen met de IFCA voor Devon & Severn op 11 juni 2013 in Plymouth, inloopbijeenkomsten georganiseerd waar belanghebbenden rechtstreeks vragen konden stellen en waar bewijs kon worden verzameld voor de economische effecten van de voorgestelde verboden gebieden. Op 12 juli 2013 is in België een bijeenkomst met de Belgische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector gehouden, en op 27 september 2013 is in Parijs een bijeenkomst met de Franse autoriteiten en vertegenwoordigers van de Franse visserijsector gehouden. De vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector hebben er daarbij op gewezen dat, hoewel er, behalve in de voorgestelde bufferzones, binnen de voorgestelde verboden gebieden zeer weinig gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen, er visserijactiviteiten plaatsvinden in de doorgangen tussen de rifkenmerken, met name tussen Eddystone en Hatt rock, die toegankelijk zullen blijven. Informatie en verklaringen uit interviews met commerciële vissers zijn in deze effectbeoordeling vastgelegd en opgenomen als anekdotisch bewijs.

1.8

Als onderdeel van het wetgevingsproces zijn ontwerpen van de voorgestelde verordening en de effectbeoordeling voor dit gebied op 10 september 2013 t/m 22 oktober 2013 onderworpen aan een formele raadpleging. Opmerkingen van vertegenwoordigers van de Franse visserijsector hebben bevestigd dat er visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen plaatsvinden in het voorgestelde verboden gebied van Hatt rock. De respons van de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector bevestigde dat de Belgische visserij in dit gebied weinig actief is.

2.   Reden voor optreden

2.1

In augustus 2012 heeft het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones geëvalueerd om vast te stellen aan welke eisen het toekomstige beheer moet voldoen om ervoor te zorgen dat de toestand van de gebiedskenmerken op een gunstig niveau in stand wordt gehouden. Dit heeft geresulteerd in een herziene aanpak (44) van het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones.

2.2

De herziene aanpak is gebaseerd op empirisch bewijs en prioritering van risico’s en wordt gefaseerd ten uitvoer gelegd. De prioritering van risico’s is gebaseerd op een matrix (45) waarin de risico’s van interacties tussen visserijactiviteiten en ecologische kenmerken in categorieën zijn ingedeeld. Alle interacties tussen activiteiten en kenmerken zijn ingedeeld in een categorie waaraan de kleur rood, amber, groen of blauw is toegekend. De interacties die als rood zijn aangemerkt hebben prioriteit gekregen, en eind 2013 zullen er (ongeacht het dan geldende activiteitenniveau) beheersmaatregelen ten uitvoer worden gelegd om de achteruitgang van de aangewezen kenmerken te voorkomen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn. Voor interacties die de kleur amber hebben gekregen is een beoordeling ter plaatse nodig om te bepalen of beheer van een activiteit noodzakelijk is om kenmerken te beschermen. Ook "groene" interacties vereisen een beoordeling ter plaatse om te zien of er sprake is van "in combinatie"-effecten. Een indeling in de categorie blauw betekent dat er geen sprake is van een aannemelijke interactie en dat er om die reden geen nadere beoordeling hoeft te worden uitgevoerd (46).

2.3

Artikel 6, leden 1 en 2, van de habitatrichtlijn (47) vereist dat, binnen speciale instandhoudingszones en speciale beschermingszones (48), de lidstaten:

de nodige instandhoudingsmaatregelen treffen die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II die in die gebieden voorkomen

passende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale zones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.

2.4

In Regulation 8, lid 1, van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 wordt onder een Europese mariene zone verstaan (onder meer): elke speciale instandhoudingszone of speciale beschermingszone of elk gebied van communautair belang. In deel 6 van deze regulations zijn de beheersvereisten voor Europese mariene zones neergelegd in overeenstemming met artikel 6, leden 2 tot en met 4, van de habitatrichtlijn.

2.5

Het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone bevat riffen van vast gesteente die zijn ingedeeld in de risicocategorie rood voor gesleepte bodemvistuigen, reden waarom er beheersmaatregelen nodig zijn om dit risico weg te nemen. De MMO is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de beheersmaatregelen om de interactie tussen de riffen van vast gesteente en gesleepte bodemvistuigen te verbieden. De interactie van andere typen vistuig met het vaste gesteente van de riffen zal tijdens de beoordeling van de amberkleurige en groene risico’s worden beoordeeld.

2.6

Het Eddystone-gedeelte van dit gebied bestrijkt twee administratieve gebieden: het gebied tussen 0 en 6 zeemijl en het gebied tussen 6 en 12 zeemijl. Het rif van vast gesteente binnen 6 zeemijl zal worden beheerd door middel van een verordening van de IFCA voor Cornwall en het rif binnen het gebied tussen 6 en 12 zeemijl zal worden beheerd door middel van een verordening van de MMO.

2.7

De specifieke locatie en de omvang van de riffen van vast gesteente zijn verstrekt door Natural England (49). De buffer is gebaseerd op de ontwerprichtlijnen van Natural England (50), waarin aanbevelingen worden gedaan voor de omvang van de buffer op basis van de diepte van het beschermde kenmerk. De riffen van vast gesteente in dit gebied bereiken een diepte tot ongeveer 60 m. Voor diepten tussen 25 m en 200 m wordt in de richtsnoeren van Natural England een buffer van drie keer de diepte van het kenmerk aanbevolen. Daarom wordt een buffer van 180 m toegepast (3 x 60 m). Aangezien niet bekend is wat de exacte diepte van het kenmerk is en deze iets meer dan 60 m kan zijn, wordt een buffer van 200 m toegepast. Vervolgens werd de grenslijn van de buffer regelmatig gemaakt om de naleving en handhaving te vergemakkelijken.

2.8

Optreden is vereist om het marktfalen in het mariene milieu te corrigeren door passende beheersmaatregelen voor de instandhouding van kenmerken (zoals deze verordening) ten uitvoer te leggen teneinde negatieve externe effecten te verminderen of op passende wijze te beperken. De tenuitvoerlegging van deze verordening zal zorgen voor een voortgezette beschikbaarheid van publieke goederen in het mariene milieu.

2.9

Er is sprake van marktfalen als de markt geen efficiënt resultaat oplevert. (51) In verband met het mariene milieu kan dit falen als volgt worden beschreven:

publieke goederen en diensten: bepaalde goederen en diensten waarin wordt voorzien door het mariene milieu, zoals klimaatregulering en biodiversiteit, zijn "publieke goederen" (niemand kan worden uitgesloten van de baten ervan en consumptie van het goed of de dienst vermindert de beschikbaarheid van het goed of de dienst voor anderen niet). De kenmerken van publieke goederen brengen met zich mee dat individuele personen niet noodzakelijkerwijs een economische prikkel hebben om vrijwillig moeite te doen of geld bij te dragen voor het voortbestaan van deze goederen, wat tot onderaanbod of in dit geval tot onderbescherming leidt.

negatieve externe effecten: er is sprake van negatieve externe effecten wanneer schade aan mariene milieus niet volledig wordt gedragen door de gebruikers die deze schade hebben veroorzaakt. In veel gevallen hebben mariene goederen en diensten geen monetaire prijs en worden de kosten van schade daarom niet rechtstreeks ingeprijsd door de markt. Zelfs voor de goederen die worden verhandeld (zoals in het wild levende vis) weerspiegelt de marktprijs vaak niet de volledige economische kosten, die uiteindelijk worden gedragen door andere personen en de samenleving als geheel.

2.10

Overheidsoptreden is noodzakelijk als gevolg van het bestaan van deze beide bronnen van marktfalen in het mariene milieu. Beheersmaatregelen zijn nodig om de aangewezen kenmerken van de Europese mariene zone in stand te houden en zullen ervoor zorgen dat negatieve externe effecten worden verminderd en op passende wijze worden beperkt. Ook zullen beheersmaatregelen zorgen voor een duurzame voorziening van publieke goederen in het mariene milieu, bijvoorbeeld door de biodiversiteit in de Engelse zeeën in stand te houden.

3.   Beleidsdoelstellingen en beoogde effecten

3.1

In het kader van de Marine and Coastal Access Act 2009 (52) (MaCAA) is de MMO ingesteld om leiding en steun te geven aan en het beheer te voeren over een duurzaam marien milieu en een duurzame kustvisserij, door te zorgen voor een juist evenwicht tussen sociale, milieu- en economische voordelen ten behoeve van een gezonde zee, duurzame visserij en een levensvatbare sector.

3.2

De beleidsdoelstelling met betrekking tot deze effectbeoordeling is het bevorderen van de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied, door ervoor te zorgen dat het rif van vast gesteente wordt beschermd tegen het risico van schade door gesleepte bodemvistuigen.

3.3

De instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied zijn:

natuurlijke verandering buiten beschouwing latend, de instandhouding van:

de omvang van de riffen van vast gesteente en de diversiteit van de habitat en de soorten die hier deel van uitmaken

de gemeenschapsstructuur van de habitat (bv. populatiestructuur van individuele bijzondere soorten en hun bijdrage aan het functioneren van het ecosysteem)

de kwaliteit van het natuurlijke milieu (bv. waterkwaliteit, niveaus van sedimenten in suspensie, etc.)

de processen van het natuurlijke milieu (bv. biologische en fysieke processen die van nature in het milieu plaatsvinden, zoals watercirculatie en afzettingen, mogen niet afwijken van de uitgangssituatie ten tijde van de aanwijzing tot beschermd gebied) (53).

3.4

De beoogde effecten zijn dat het risico van aantasting van de riffen van vast gesteente wordt verlaagd en dat de vereisten in de zin van artikel 6 van de habitatrichtljn worden nageleefd. Bovendien zullen de economische gevolgen van het optreden indien mogelijk tot een minimum worden beperkt.

4.   De opties

4.1   Als onderdeel van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zijn de voorkeursinstrumenten voor beheer verordeningen van de MMO voor het gebied tussen 6 en 12 zeemijl en een verordening voor de MMO voor het beheer over gebieden aan beide zijden van de grens van 6 zeemijl. Na besprekingen tussen de MMO en de IFCA's van Devon and Severn en Cornwall is afgesproken dat er, hoewel dit gebied van communautair belang aan beide zijden van de grens van 6 zeemijl ligt, IFCA-verordeningen zullen worden ingesteld voor het beheer van het gedeelte van het gebied binnen 6 zeemijl en dat een verordening van de MMO zal worden toegepast voor het beheer van het gedeelte van het gebied tussen 6 en 12 zeemijl. Daarom is een MMO-verordening voor het gedeelte van het gebied van communautair belang tussen 6 en 12 zeemijl de aanbevolen optie.

4.1.1   Optie 1: niets doen

Bij deze optie worden geen permanente beheermaatregelen getroffen. Dit zou betekenen dat de risico's voor het gebied vanwege schadelijke activiteiten niet worden aangepakt en dat niet wordt voldaan aan de vereisten op grond van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken en artikel 6, lid 2 van de habitatrichtlijn.

4.1.2   Optie 2: vrijwillige overeenkomst

Bij deze optie worden vrijwillige gedragscodes ter bescherming van bepaalde kenmerken ontwikkeld. De MMO heeft deze optie overwogen in het licht van de beginselen van betere regelgeving op grond waarvan nieuwe regelgeving alleen als laatste redmiddel dient te worden ingevoerd, en de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, op grond waarvan wordt verwacht dat beheermaatregelen regelgevend van aard dienen te zijn om een adequate bescherming te kunnen waarborgen. Op grond van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken dienen er ook maatregelen te worden getroffen om tegen het einde van december 2013 risicovolle (categorie rood) interacties tussen aangewezen kenmerken en vistuig aan te pakken. De MMO is van mening dat vrijwillige maatregelen in dit geval niet gepast zijn, omdat de kenmerken snel beschermd moeten worden en er een risico bestaat dat zelfs beperkte interactie tot achteruitgang van het kenmerk zou kunnen leiden.

4.1.3   Optie 3: verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het hele gebied van communautair belang ("volledige sluiting van het gebied")

Een verbod op gesleepte bodemvistuigen in het gehele gebied van communautair belang is niet nodig voor de bescherming van het rif van vast gesteente en zou leiden tot onnodig economisch verlies voor vissers die gebruikmaken van andere delen van het gebied van communautair belang. Het geschatte totale verlies van aanlandingen zoals beschreven in tabel 1 zou GBP 80 671 bedragen in plaats van GBP 1 428 bij de voorkeursoptie en de handhavingskosten zouden veel hoger uitvallen.

4.1.4   Optie 4: verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven het rifkenmerk Sabellaria spinulosa-riffen, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer").

Deze optie geniet de voorkeur en wordt hierna volledig geanalyseerd.

4.1.5   Optie 5: 4.1.6 beheer van activiteiten door middel van een wettelijk instrument, een bestuursrechtelijke maatregel (regulating order) of een visvergunningenstelsel

Deze beheersmechanismen worden in dit geval niet toepasselijk geacht. De bevoegdheden van de MMO voor het uitvaardigen van verordeningen krachtens de MaCAA zijn toepasselijker, omdat die zijn ingesteld voor het beheer van activiteiten in beschermde mariene gebieden en het juiste niveau van bevoegdheid, flexibiliteit, raadpleging en snelheid bieden.

4.2   Aanbevolen optie:

4.2.1   De MMO-verordening voor een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven de riffen van vast gesteente, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer").

4.2.2   Deze optie wordt aanbevolen omdat het de kosteneffectiefste optie is. De MMO is de meest geschikte instantie voor het nemen van beheersmaatregelen tussen 6 en 12 zeemijl, omdat zij de bevoegdheid heeft om verordeningen uit te vaardigen in dit hele gebied om de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied van communautair belang te bevorderen. Bij het bepalen van de grens van het voorgestelde verboden gebied is rekening gehouden met het beste beschikbare bewijs over de omvang van de kenmerken en de behoefte aan een "bufferzone" tussen deze kenmerken en de grens voor de verordening. Ook werd bij het vaststellen van de vorm van het verboden gebied rekening gehouden met het handhavingsgemak en de behoefte aan een duidelijke afbakening om naleving van het verbod te bevorderen.

5.   Feitenbasis

5.1   Effecten van het gebruik van gesleepte bodemvistuigen op het rif van vast gesteente

5.1.1

Het beschikbare bewijs (54) is beperkt en bestaat uit empirische onderzoeken waarin de effecten van de visserij op habitats met een harde ondergrond worden gekwantificeerd. Het is echter bekend dat het gebruik van gesleepte vistuigen over een rotsachtige ondergrond leidt tot schade aan of de dood van een aanzienlijk aantal grote, staande soorten zoals sponzen en koraal (Løkkeborg 2005). Door één gesleept vistuig in de Golf van Alaska werd in één keer 67% van de sponzen gedood (Freese et al 1999). Andere soorten zoals hydroïdpoliepen, anemonen, mosdieren, manteldieren en stekelhuidigen zijn kwetsbaar voor mobiel vistuig (McConnaughey et al 2000, Sewell en Hiscock 2005). Door het gebruik van gesleepte vistuigen kan de complexiteit van de habitat ook verminderen, doordat keien en steentjes in de harde ondergrond worden verplaatst (Engel en Kvitek 2008, Freese et al 1999). Bestandheid tegen fysieke schade varieert naar gelang van de soort ondergrond, waarbij in het bijzonder riffen van kleisteen snel structurele schade kunnen oplopen (Attrill et al 2011). Het risico van aanzienlijke effecten wordt dusdanig groot geacht dat hiervoor de indeling "hoog risico" vereist is, op grond waarvan dit jaar beheersmaatregelen moeten worden getroffen.

5.2   Verspreiding van het rif van vast gesteente

Onderstaande figuur 1 toont de locatie van de riffen van vast gesteente in het gebied van communautair belang.

Figuur 1

plattegrond van het gebied en het kenmerk

Image 16

Marine Management Organisation

Start Point to Plymouth Sound & Eddystone SCI (Eddystone)

6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

Reef Features

Start Point to Plymouth Sound and Eddystone Reef SCI

Management Areas

CIFCA

MMO

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Ordnance Survey Licence No. 100049981. Reproduced with permission of Natural England / Joint Nature Conservation Committee Not to be used for navigation.

6.   Getroffen sectoren

6.1

Visserijsector: De vaartuigen die het meest worden getroffen zijn schelpdierdreggen, boomkorren en lokale trawlers waarbij het vooral gaat om vaartuigen die aanlanden in Plymouth en Looe en nu en dan in havens als Brixham en Teignmouth. Franse en Belgische vaartuigen hebben visserijrechten voor demersale vissoorten, maar het grootste deel van deze vangsten wordt niet in het Verenigd Koninkrijk aangeland. Franse bodemtrawlers vissen in het voorgestelde verboden gebied van Hatt Rock. Er is sprake van beperkte visserijactiviteit van Belgische vissers in dit gebied. Uit de dialoog met belanghebbenden tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging over deze voorgestelde beheersmaatregel bleek dat visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen met name plaatsvinden in de doorgangen tussen de riffen van vast gesteente en de voorgestelde bufferzones. Het optreden heeft naar verwachting geen gevolgen voor andere dan de visserijsector.

6.2

Lokale economieën en de samenleving: De potentiële sociale en economische kosten voor de lokale gemeenschappen ten gevolge van een mogelijk verlies van aanlegplaatsen en de gevolgen hiervan voor de lokale visserij zijn gering. Dit komt omdat er toegang is tot alternatieve visgronden waardoor verdringing tot een minimum beperkt zal blijven. De havens die vooral getroffen kunnen worden zijn Plymouth en Looe. Vertegenwoordigers van de Franse visserijsector hebben erop gewezen dat er mogelijk gevolgen zijn voor visdiensten in gebieden die van visserijactiviteiten in kustgebieden afhankelijk zijn. De verdere voordelen van de bescherming van de riffen van vast gesteente worden in punt 7 geschetst.

6.3

Handhavingsinstanties: De MMO zal de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de handhaving van het verbod voor het voorgestelde gebied en daarom zal de MMO te maken krijgen met extra handhavingskosten. De geschatte kosten worden in punt 7 beschreven.

7.   Analyse van de kosten en baten

7.1   Kosten van de aanbevolen optie

7.1.1   Het verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het voorgestelde gebied zou leiden tot de volgende kosten:

directe kosten voor de visserijsector doordat er minder visgronden zijn

kosten voor de visserijsector in verband met verplaatsing naar andere visgronden

potentiële milieueffecten omdat er door verplaatsing meer schade kan ontstaan aan habitats in andere gebieden

kosten voor de MMO voor administratie en handhaving.

7.1.2   Kosten voor de visserijsector, met inbegrip van mogelijke verdringingskosten, en administratieve en handhavingskosten voor de MMO kunnen worden gemonetiseerd en deze geschatte waarden zijn gerangschikt en gepresenteerd als onderdeel van deze effectbeoordeling (onderstaande tabellen 1 en 2). Milieukosten vanwege mogelijke grotere schade aan habitats zijn moeilijk te bepalen en zijn hier daarom beschreven als niet-gemonetiseerde kosten.

7.2   Analyse van de visserijkosten

7.2.1   Informatie voor het onderzoek naar de effecten van de voorgestelde sluiting is gebaseerd op:

aanlandingsgegevens voor vaartuigen van 2008 tot en met 2011 verstrekt via statistieken van de MMO op basis van logboek- en verkoopgegevens

aanlandingsgegevens voor ICES-vakken. Verdere analyse om vangsten te schatten en geschatte aanlandingen voor het gebied van communautair belang en het rif-/buffergebied voor het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten (tabel 1 en 2)

door de MMO verzamelde informatie die tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging in de periode juni-augustus 2013 door vissers is verstrekt

tijdens de formele raadpleging van de MMO over de verordening, gehouden van 10 september tot en met 22 oktober 2013, van belanghebbenden verkregen informatie

kennis van lokale kustambtenaren van de MMO en IFCA.

7.3   Onzekerheid en aannamen met betrekking tot gegevens

7.3.1   De schattingen van de gemiddelde kosten zijn gebaseerd op waarden van aanlandingen in het Verenigd Koninkrijk in het gebied van communautair belang, binnen de statistische vakken 29E5 en 29E6 van ICES (zie figuur 2). Het is niet bekend welk percentage van de totale aanlandingswaarde feitelijk afkomstig is uit het voorgestelde verboden gebied, dat minder dan 0,16 % van een ICES-vak uitmaakt. De statistische gegevens zijn geproduceerd aan de hand van gerapporteerde activiteiten binnen de ICES-vakken die de omschreven gebieden van communautair belang bestrijken. Informatie over de gerapporteerde activiteiten (hoeveelheid en waarde van aanlandingen met informatie over het toegepaste vistuig) is afkomstig van de Ifish-databank van de MMO. Informatie over Belgische en Franse vaartuigen is verkregen via uittreksels van aanlandingsgegevens die de lidstaten hebben verstrekt aan de werkgroep inzake visserij-inspanningsregelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV). Een meer gedetailleerde beschrijving van de gebruikte methoden om de kosten te berekenen wordt gegeven in bijlagen A en B.

7.3.2   De waarden voor het voorgestelde verboden gebied in tabel 1 zijn berekend door uit te gaan van de geschatte waarden binnen het gebied van communautair belang en hiervan een percentage toe te passen op basis van de oppervlakte die het verboden gebied beslaat in het gebied van communautair belang. In de meeste gevallen is de oppervlakte van de voorgestelde verboden gebieden relatief klein in vergelijking met het gehele gebied van communautair belang. Daarom moet behoedzaam worden omgegaan met de schatting, deze geeft niet de werkelijke waarde in het voorgestelde verboden gebied weer. Ook wordt erkend dat een mogelijk grotere biodiversiteit rond het rif betekent dat er misschien sprake is van een relatief rijke visgrond en dat hierdoor in de analyse de waarde van de achteruitgang van de visgrond onderschat kan worden.

7.3.3   De informatie die is vergaard van vissers en andere belanghebbenden tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging, is gebruikt om de feitenbasis en de aannamen te ondersteunen, met het voorbehoud dat het slechts anekdotisch bewijs betreft. De verzamelde informatie is opportunistisch en biedt slechts een momentopname van de respondenten die op de desbetreffende dag beschikbaar waren om opmerkingen te maken. Het aantal respondenten weerspiegelt slechts degenen die onafhankelijk informatie hebben verstrekt en zegt niet noodzakelijkerwijs iets over het aantal belanghebbenden dat het al dan niet met een bewering eens is.

7.3.4   Er zijn weinig aanlandingsgegevens van andere lidstaten omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt. Op grond van de informatie over meer dan 15 meter lange vaartuigen van andere lidstaten, via het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen ontvangen in het visserijcontrolecentrum van het Verenigd Koninkrijk, kunnen er enkele aannamen worden gemaakt, wat wordt beschreven in punt 7.4.

aanlandingsgegevens voor vaartuigen van 2008 tot en met 2011 verstrekt via statistieken van de MMO op basis van logboek- en verkoopgegevens

aanlandingsgegevens voor ICES-vakken. Verdere analyse om vangsten te schatten en geschatte aanlandingen voor het gebied van communautair belang en het rif-/buffergebied voor het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten (tabel 1 en 2)

door de MMO verzamelde informatie die tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging in de periode juni-augustus 2013 door vissers is verstrekt

kennis van lokale kustambtenaren van de MMO en IFCA.

7.4   Visserijactiviteiten binnen het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone.

7.4.1   Het grootste deel van de vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk die binnen de ICES-vakken 29E5 en 29E6 opereerden, is minder dan 10 meter lang en dit zijn hoofdzakelijk staandwantvissers (261 vaartuigen), met de handlijn vissende vaartuigen (126 vaartuigen) en korvenvissers (72 vaartuigen). Er zijn af en toe boomkortrawlers in het gebied die meer dan 15 meter lang zijn (25 vaartuigen).

7.4.2   De voornaamste aangelande soorten zijn schelpdieren, krabben, sprot en sardienen.

7.4.3   Franse en Belgische vaartuigen hebben wettige visrechten in het deel van het gebied van communautair belang dat buiten 6 zeemijl ligt.

7.4.4   Het grootste deel van de buitenlandse vaartuigen die binnen de ICES-gebieden opereren, is meer dan 15 meter lang, terwijl enkele vaartuigen minder dan 10 meter lang zijn. Er zijn weinig aanlandingsgegevens van Franse en Belgische vaartuigen, omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt. Aan Frankrijk en België is verzocht uitgebreide statistische informatie te verstrekken en deze gegevens zullen, zodra ze zijn ontvangen, in de uiteindelijke effectbeoordeling worden opgenomen.

7.4.5   Gegevens van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (55) van de Franse en Belgische vloot laten zien dat er weinig tot geen activiteiten worden ontplooid binnen de voorgestelde verboden gebieden van het gebied van communautair belang waarvoor ze toegangsrechten bezitten (figuur 3 en 4).

7.4.6   Voorafgaand aan de raadpleging werd op 12 juli 2013 in Oostende met hulp van de Belgische visserijautoriteiten een vooroverleg met de Belgische visserijsector gehouden. Het doel hiervan was de betrokkenen informatie te verschaffen over het mogelijke beheer van de commerciële visserij in de Europese mariene zone in Engeland in verband met de Belgische visrechten in de zone tussen 6 en 12 zeemijl. Vertegenwoordigers van de sector die bij deze bijeenkomst van 12 juli aanwezig waren, gaven te kennen dat de huidige voorgestelde maatregelen ter bescherming van de riffen van vast gesteente in het gebied van communautair belang niet veel gevolgen hebben voor hun activiteiten. Deze riffen van vast gesteente werden vooral als schadelijk voor gesleepte bodemvistuigen gezien. Op 27 september 2013 heeft in Parijs een raadpleging met de Franse autoriteiten en vertegenwoordigers van de Franse visserijsector plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst werd door de vertegenwoordigers van de visserijsector verklaard dat de toegang tussen Eddystone en Hatt rock voor Franse vaartuigen een belangrijke toegangsroute is.

7.4.7   De respons van de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector in het kader van de formele raadpleging bevestigde dat er in dit gebied beperkte visserijactiviteit plaatsvindt, maar de vertegenwoordigers van de Franse visserijsector bevestigden dat er vooral in het gebied van Hatt Rock visserijactiviteiten plaatsvinden.

Figuur 2

Plattegrond van de statistische vakken van ICES 29E5 en 29E6 en het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone;

Image 17

Marine Management Organisation

Start Point to Plymouth Sound & Eddystone SCI

ICES statistical rectangles 29E5, 29E6

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

12 Nautical Mile Limit (UKHO)

ICES Statistical Rectangles

Start Point to Plymouth Sound and Eddystone Reef SCI

Reef Features

Management Areas

CIFCA

MMO

Sources: Esri, DeLorme, NAVTEQ, USGS, Intermap, iPC, NRCng KoAN, Esri Japan, METI, Esri (Thailand), TomTom, 2012. © Natural England Copyright 2008. © Crown Copyright. All rights reserved 2008. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data© ICES (http://geo.ices.dk/). ©Marine management Organisation. Not to be used for navigation.

Figuur 3

Franse positiemeldingen op basis van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen voor 2012

Image 18

Marine Management Organisation

2012 French VMS

(Start Point to Plymouth Sound & Eddystone SCI (Eddystone))

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

Start Point to Plymotuh Sound and Eddystone Reef SCI

Management Areas

CIFCA

MMO

2012 French VMS (15+ meters)

Speed (knots)

0.00 - 6.00

>=6.01

Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. © British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZO42010.001]. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. ©Marine Management Organisation. Natural England Copyright 2008 © Crown Copyright. All rights reserved 2008. Not to be used for navigation.

Figuur 4

Belgische positiemeldingen op basis van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen voor 2012

Image 19

Marine Management Organisation

2012 Belgian VMS

(Start Point to Plymouth Sound & Eddystone SCI (Eddystone))

6 Nautical Mile Limit (UKHO)

Reef Features

Start Point to Plymouth Sound and Eddystone Reef SCI

Management Areas

CIFCA

MMO

2012 Belgian VMS (15+ meters)

Speed (knots)

0.00 - 6.00

>= 6.01

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. ©Marine Management Organisation. Not to be used for navigation.

7.5   Waardering van de betrokken aanlandingen

Verenigd Koninkrijk

7.5.1   Het directe effect op vissersvaartuigen zou een vermindering van de hoeveelheid met gesleepte bodemvistuigen gevangen vis en derhalve van de aanlandingen uit de voorgestelde verboden gebieden zijn. Om de potentiële effecten te schatten, zijn door de MMO verzamelde gegevens over de aanlandingen geanalyseerd.

7.5.2   De berekening van de betrokken aanlandingen uit de vakken 29E5 en 29E6 van de ICES (voor de vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk waarvan is vastgesteld dat ze vanaf januari 2008 in het gebied vissen) wordt weergegeven in tabel 1. De schattingen in tabel 1 zijn gebaseerd op gemiddelde aanlandingen in de periode januari 2008 - december 2011.

Tabel 1

geschatte aanlandingen in het Verenigd Koninkrijk uit de ICES-vakken 29E5 en 29E6 als gemiddelde per jaar en gemiddelde aanlandingen binnen het gebied van communautair belang (GCB) (januari 2008 - december 2011)

Type vistuig

Aangeland gewicht

(ton)

Waarde

(GBP)

Waarde binnen het GCB

(GBP)

Waarde binnen de verboden gebieden (1,77% van het GCB)

(GBP)

Boomkorren

1 429

3 844 049

2 693

47,67

Dreggen

2 589

4 149 690

7 368

130,43

Langoustineboomkorren

7

4 873

0

0

Overige demersale boomkorren

3 211

7 334 338

70 610

1 249,78

Totaal

7 236

15 332 950

80 671

1 428

7.5.3   De geschatte waarden van de aanlandingen binnen het gebied van communautair belang zijn berekend door de beschikbare cijfers over aanlandingen (door elk vissersvaartuig verstrekt op het niveau van een ICES-vak) te combineren met gegevens over de activiteiten van vaartuigen (op basis van verslagen van het satellietvolgsysteem) binnen het gebied van communautair belang. In deze aanpak wordt een percentage van de aanlandingen voor elk ICES-vak toegepast op het gebied van communautair belang op basis van het totale activiteitenniveau binnen dit GCB.

Voor het gebied van communautair belang Start Point to Plymouth Sound & Eddystone zijn cijfers over de aanlandingen uit de ICES-vakken (29E5 en 29E6) gebruikt en gecategoriseerd op basis van de omvang van de vaartuigen (langer dan 15 m, 10 tot 15 m, korter dan 10 m).

De waarden van de aanlandingen binnen de voorgestelde verboden gebieden zijn vervolgens geschat als percentage (op basis van de omvang van de respectieve gebieden) van de geschatte waarde van de aanlandingen uit het gebied van communautair belang.

Zie de tabellen van supplementaire visserijstatistieken voor 2008-2011 voor een volledige opsplitsing van de activiteit binnen de ICES-vakken van het gebied van communautair belang.

Geschat wordt dat de gemiddelde jaarlijkse inkomsten van de vloot van boomkortrawlers met een lengte van meer dan 15 m uit het gebied van communautair belang GBP 2 551 bedragen, van de vloot van dreggen met een lengte van meer dan 15 m GBP 2 683 en van de vloot van boomkortrawlers met een lengte van meer dan 15 m GBP 6 547. Voor de vloot van demersale boomkortrawlers met een lengte van minder dan 10 m bedroegen de geschatte gemiddelde jaarlijkse inkomsten GBP 15 237. Voor de vloot van demersale boomkortrawlers met een lengte van 10-15 m bedroegen de geschatte gemiddelde jaarlijkse inkomsten GBP 54 408. (Zie tabel 5 met een uittreksel uit de supplementaire visserijstatistieken voor 2008-2011 voor een volledige opsplitsing). Uit de aan de raadpleging voorafgaande gesprekken met belanghebbenden blijkt dat het belangrijkste monetaire effect van de invoering van deze verordening betrekking zal hebben op de visserij met boomkorren en het dreggen naar schelpdieren.

7.5.4   Geschat wordt dat in de verboden gebieden (die 1,77 % van de totale oppervlakte van het gebied van communautair belang beslaan) het totale verlies aan aanlandingen GBP 1 428 zal bedragen.

7.5.5   De geschatte totale kosten zijn waarschijnlijk een overschatting, aangezien geen verdringing wordt verondersteld.

Frankrijk en België

7.5.6   Uit de analyse van de VMS-gegevens blijkt dat de overgrote meerderheid van de Belgische visserijactiviteiten in de ICES-vakken 29E5 en 29E6 buiten het gebied zelf plaatsvindt. In 2012 waren slechts 20 Belgische vaartuigen actief in de twee ICES-vakken. Het grootste deel van de Franse visserijactiviteiten in de ICES-vakken 29E5 en 29E6 vindt plaats ten westen van het gebied of tussen Hatt Rock en the Brentons. In 2012 rapporteerden 6 Franse vaartuigen een VMS-positie met een snelheid van 1-6 knopen in het Eddystone-gedeelte van het GCB.

7.5.7   De Belgische visserij is in dit gebied voornamelijk gericht op schol en de Franse visserij op schelvis en wijting. Met de methode waarnaar in bijlage B wordt verwezen "Analyse van vaartuigen die niet uit het VK afkomstig zijn in ICES-vakken" kon worden geschat dat in 2012:

de hoeveelheid aangelande vis op basis van Belgische activiteiten in het toegankelijke deel van het GCB 0,15 ton bedroeg. Dit vertegenwoordigt een waarde van naar schatting GBP 339

de hoeveelheid aangelande vis op basis van Franse activiteiten in het toegankelijke deel van het GCB 4,20 ton bedroeg. Dit vertegenwoordigt een waarde van naar schatting GBP 5 929

Niet dit hele gebied zal echter worden gesloten en in figuur 3 en 4 is te zien dat de visserijactiviteit plaatsvindt in de buiten het voorgestelde verboden gebied (rifkenmerk en bufferzone) gelegen corridors. Daarom wordt verondersteld dat het daadwerkelijke verlies van aanlandingen veel lager is dan de hierboven vermelde schattingen.

Zie bijlage B voor verdere statistische informatie over visserijactiviteiten van vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn.

7.6   Waarschijnlijke effecten van de sluiting op de vissersvloot

7.6.1   Omdat de geschatte verliezen van de vermindering van de aanlandingen laag zijn, wordt verwacht dat het effect van deze sluiting op de vissersvloot van het Verenigd Koninkrijk en de vissersvloot van België beperkt zal zijn. Tijdens de door de MMO georganiseerde bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging heeft een aantal betrokken vissers verklaard dat bodemvistuigen niet worden gebruikt boven riffen van vast gesteente, maar dat in de buffergebieden rond deze riffen potentieel inkomensverliezen zouden kunnen optreden. Deze zijn geschat in tabel 3. In de formele raadpleging hebben vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector bevestigd dat de activiteiten van de Belgische visserijsector in dit gebied beperkt zijn. De vertegenwoordigers van de Franse visserijsector bevestigden dat er visgronden verloren zullen gaan rond het verboden gebied Hatt Rock, maar dat alternatieve visgronden gemakkelijk toegankelijk zullen zijn.

7.7   Aanpassingsvermogen

7.7.1   Om de waarschijnlijke effecten van de voorgestelde sluiting op de visserijactiviteiten te schatten, moet worden gemeten in hoeverre de vaartuigen in staat zullen zijn om de waarde van de vangst op peil te houden door activiteiten naar andere gebieden te verplaatsen.

7.7.2   Daartoe is aan vissers gevraagd om een vragenformulier in te vullen en werden ze rechtstreeks gevraagd naar de verdringing die mogelijk in andere gebieden zal plaatsvinden als gevolg van de voorgestelde sluiting, evenals naar hun vermogen om te vissen in alternatieve visgronden en zich aan te passen om de waarde van hun vangsten op peil te houden. De betrokken vissers verklaarden dat ze niet van visgrond of type vistuig konden veranderen, maar dat, aangezien deze voorgestelde optie slechts visserijactiviteiten boven riffen van vast gesteente en in een standaardbufferzone aan banden zou leggen, het potentieel voor verdringing minimaal zal zijn.

7.7.3   Als gevolg van de invoering van de voorkeursoptie (een verordening tot instelling van een verbod op visserij in gespecificeerde gebieden) in plaats van een sluiting van het hele gebied, zal de verdringing door vaartuigen die gebruikmaken van bodemvistuigen tot een minimum worden beperkt. Tijdens gesprekken met de visserijsector voorafgaand aan de raadpleging had het belangrijkste verdringingsvraagstuk dat werd opgeworpen betrekking op het mogelijke effect van een sluiting van het hele gebied, waarbij een voorkeur werd uitgesproken voor corridors tussen de riffen van vast gesteente. Ook werd verklaard dat de interactie met bodemvistuigen zich niet voordoet boven de kenmerken, maar wel in de voorgestelde bufferzones.

7.7.4   Voorzien wordt dat tijdens het beoordelingsproces van de groene en amberkleurige interacties bewijs van de vooruitgang in de vistuigtechnologie en het effect op gevoelige kenmerken in aanmerking zal worden genomen.

7.8   Indirecte kosten

7.8.1   Milieukosten

7.8.2   Het potentieel voor een stijging van de brandstofkosten van vaartuigen die verder moeten varen om alternatieve visgronden te bereiken, en voor compensatie van het potentiële verlies van vangsten als gevolg van de voorgestelde instelling van het verbod, is minimaal. De reden hiervoor is dat vissers waarschijnlijk zullen blijven vissen in de corridors tussen de verboden gebieden.

7.8.3   Er is potentieel voor intensievere visserijactiviteiten binnen de corridors in de ruimtelijk afgebakende verboden gebieden, wat een effect op de biodiversiteit en habitats zou kunnen hebben (S.E.Rees et al, 2013 (56)).

7.9   Administratieve en handhavingskosten

7.9.1   De MMO zal een op inlichtingen en risico’s gebaseerde handhavingsaanpak hanteren zoals die reeds wordt toegepast door een aantal toezichthoudende instanties van de overheid overeenkomstig het nationale inlichtingenmodel (57). Indien inlichtingen erop wijzen dat een beheersmaatregel niet wordt nageleefd of dat het risico bestaat dat de maatregel niet wordt nageleefd, zal de MMO een handhavingsstrategie ontwikkelen die aansluit op de specifieke behoeften van de mariene beschermingszone en daarbij, indien nodig, alle voor handhaving vereiste middelen inzetten. Dit kan aanwezigheid van de marine, toezicht vanuit de lucht of gezamenlijke operaties met andere instanties (bv. de Inshore Fisheries and Conservation Authorities (IFCA's), de Border Force of het Britse Milieuagentschap) omvatten. De MMO zal eventuele gezamenlijke operaties coördineren. De beginselen die ten grondslag liggen aan de regulering van de mariene beschermingszones door de MMO worden beschreven in de Legislative and Regulatory Reform Act 2006 en de Regulators' Compliance Code en moeten waarborgen dat elke handhavingsactie door de MMO evenredig, consistent, transparant en doelgericht is en kan worden verantwoord (58).

7.9.2   De handhaving van de voorgestelde verordening zal worden gefinancierd uit de huidige begroting. Het satellietvolgsysteem van de EU zal worden gebruikt als beheersinstrument voor handhaving vanuit de lucht en op zee ten aanzien van vaartuigen met een lengte van meer dan 12 m. Als gevolg van de lage visserijactiviteit binnen het gebied zal het risico van niet-naleving minimaal of laag zijn (59). In tabel 2 worden de geschatte handhavingskosten voor het beheer van de voorkeursoptie weergegeven.

Tabel 2

Jaarlijkse handhavingskosten voor de aanbevolen optie  (60)

Activiteit

Kosten per eenheid

(GBP)

Geschatte aantal eenheden per jaar

Totale kosten per jaar

(GBP)

Surveillance door de Royal Navy per gebied

4 000 per dag

1

4 000

Gezamenlijke patrouilles met de lokale IFCA per gebied

Tussen 800-1 000 per dag

5

4 000 -5 000

Surveillance vanuit de lucht per gebied

2 050 per uur

2

4 100

Onderzoeken/vervolgingen per gebied

10 375 per geval

1

10 375

Totaal

 

9

22 475 – 23 475


Tabel 3

Jaarlijks profiel van gemonetiseerde kosten van de aanbevolen optie- (GBP m) constante prijzen

 

J0

J1

J2

J3

J4

J5

J6

J7

J8

J9

Overgangskosten

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Jaarlijks terugkomende kosten – beste schatting

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Laagst

0,022475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Hoogst

0,023475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Totale contante waarde van jaarlijkse kosten (*5):

GBP 0,2 m

7.10   Baten van de aanbevolen optie

7.10.1   De uitsluiting van gesleepte bodemvistuigen van de voorgestelde verboden gebieden zal het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven de riffen van vast gesteente voorkomen en resulteren in de volgende baten:

Milieubaten van de instandhouding van habitats bestaande uit riffen van vast gesteente

De milieubaten worden hier beschreven als niet-gemonetiseerde baten.

7.11   Milieubaten

7.11.1   De riffen van vast gesteente binnen dit gebied van communautair belang behoren tot de biologisch meest diverse van het land en spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van soorten die worden beschouwd als zeldzaam of die aan de grenzen van hun biogeografische verspreidingsgebied voorkomen. Hoewel de individuele riffen relatief klein zijn (zowel op nationale als op lokale schaal), zijn ze ecologisch divers en vertegenwoordigen ze een lokaal significant gebied (wat betreft hun omvang) van permanent onder water staande habitats in zee (61).

7.11.2   De riffen voor de kust bestaan uit kustriffen die worden geassocieerd met de uitbreiding van de aan de lucht blootgestelde terrestrische ecologie in een sublitorale zone en grote gebieden van dagzomend vast gesteente, rotsblokken en zwerfkeien in de uitlopers van het gebied in zee. De riffen van Eddystone en omgeving vertegenwoordigen ongebruikelijke kenmerken in het bestudeerde gebied in de zin dat ze in diep water liggen en steil oprijzen en in het geval van Eddystone het wateroppervlak doorbreken. Deze riffen worden bewoond door een rijke biologische gemeenschap, die een klassieke rotsachtige zonering van diepe naar ondiepe wateren vertoont. Er is een breed scala aan soorten aangetroffen, waaronder zachte koralen, zeekomkommers, zee-egels, sponzen, juweelanemonen, zeeschede en kelpbossen. De zeewaaieranemoon (Amphianthus dohrnii ), geel steenkoraal (Leptopsammia pruvoti) (beide zeldzame soorten voor het Verenigd Koninkrijk) en de roze zeewaaier (Eunicella verrucosa) zijn waargenomen (Axelsson et al, 2006; Royal Haskoning, 2008; University of Plymouth, 2011) (62).

7.11.3   Riffen bieden ook een zekere mate van kustbescherming en zijn belangrijke gebieden voor de nuriëntenkringloop, kool- en stikstofbinding en sedimentstabilisering.

7.11.4   Een beschermde rifhabitat is een natuurlijk toevluchtsoord voor populaties van soorten waarop doelgericht wordt gevist en voor bijvangstsoorten.

7.11.5   De baten van deze verordening bestaan erin dat passende bescherming wordt geboden en de ecologische kenmerken worden beschermd, hetgeen mogelijk kan leiden tot een grotere biodiversiteit vergeleken met de overige visgronden.

7.11.6   De milieubaten van de invoering van deze verordening zullen aanzienlijk zijn, omdat het rif van vast gesteente binnen het gebied zal worden beschermd tegen het gebruik van gesleepte bodemvistuigen. Dit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstelling. Het voorgestelde verbod zal een toegevoegd effect hebben op andere kenmerken binnen het gebied van communautair belang en zal een algeheel positief effect hebben op de rifhabitats. Dit kan meer recreatief gebruik van het gebied bevorderen, bijvoorbeeld door duikers en hengelaars, hetgeen potentieel gunstig kan zijn voor de lokale economie.

7.12   Sociaaleconomische baten

7.12.1   De mogelijkheid bestaat dat de in stand gehouden riffen van vast gesteente en habitats de aantrekkingskracht voor recreatieve gebruikers zal verhogen, waaronder duikers en hengelaars (S.E.Rees et al, 2013 (63); D.R. Chae et al, 2012 (64)). Dit zou op zijn beurt het toerisme kunnen bevorderen en tot hogere uitgaven in lokale bedrijven kunnen leiden (S.E.Rees et al, 2013).

7.12.2   De toepassing van een gezoneerde aanpak van het beheer in plaats van sluiting van het hele gebied beperkt de verdringing door vissersvaartuigen die gesleepte bodemvistuigen gebruiken.

7.13   Verdeling van de kosten en baten

7.13.1   De verdeling van de sociale en economische kosten vindt voornamelijk plaats op lokaal niveau in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk (met uitzondering van de handhavingskosten), terwijl de totale milieubaten een breder gebied beslaan en meer een nationaal effect hebben.

Bijlage A: kanttekeningen bij het gebruik van uittreksels uit visserijstatistieken van het VK en tabellen

Op de website van de MMO (65) zijn tabellen beschikbaar waarin een samenvatting wordt gegeven van de gerapporteerde activiteit binnen de ICES-vakken die samen de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene zone vormen.

De gedetailleerdheid van de gegevens weerspiegelt de sterkste mate van detail die beschikbaar is voor de visserijadministraties in het Verenigd Koninkrijk.

Deze gegevens bieden informatie over de kwantiteit en de waarde van de aanlandingen uit de vakken die het gebied bestrijken, samen met gedetailleerde gegevens over de vaartuigen, de gebruikte vistuigen en de gevangen soorten.

Daarnaast melden vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m elke twee uur hun exacte positie in het kader van de vaartuigenmonitoringsystemen van het Verenigd Koninkrijk.

Voor deze vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m is het mogelijk gebleken om de relatief ruwe ruimtelijke gegevens van de activiteitenrapportagesystemen te combineren met de gedetailleerde positieverslagen van het satellietvolgsysteem om een fijnere schatting van de visserijactiviteit te maken. Deze gedetailleerde herschikking van de gegevens over activiteiten maakt het mogelijk om een schatting te maken van de omvang van de activiteit in de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene zone voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m.

Indien beschikbaar, wordt dit gegeven gepresenteerd in de tabellen van gegevens, samen met het totale activiteitenniveau binnen de ICES-vakken voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m; de ratio tussen deze twee reeksen gegevens is vervolgens toegepast op de gegevens voor vaartuigen met andere lengten om de activiteit binnen de voorgestelde verboden gebieden door deze vaartuigen met een totale lengte van minder dan 15 m bij benadering te schatten.

N.B.: De voorgestelde verboden gebieden liggen in wateren dicht bij de kust, en het gebruik van het percentage activiteiten door vaartuigen van 15 m of meer binnen de gebieden om de activiteiten van andere vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk te schatten kan daarom onnauwkeurige resultaten opleveren, aangezien de grotere vaartuigen verder buiten de kust plegen te vissen dan andere vaartuigen, met name de vloot van vaartuigen met een lengte van meer dan 10 m.

Deze cijfers worden in de tabellen in grijze vakken weergegeven om aan te geven dat het om schattingen gaat die alleen met de nodige terughoudendheid zouden moeten worden gebruikt.

Hieronder volgt een lijst van de kustgebieden van de Europese mariene zone waarop deze analyse betrekking heeft – enkele vakken beslaan meer dan één gebied – deze zijn geel gemarkeerd.

Deze overlapping betekent dat de totale potentiële dekking van de voorgestelde verboden gebieden niet kan worden geschat door de analyses van de individuele gebieden bij elkaar op te tellen. De onderstaande tabel bevat gedetailleerde gegevens over het percentage van de totale activiteit in de betrokken ICES-vakken voor elk voorgesteld verboden gebied met betrekking tot vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m (voor deze vaartuigen zijn gedetailleerde satellietgegevens beschikbaar).

Als zodanig zijn, voor vaartuigen met een hoog aandeel in de activiteit in de gebieden van de Europese mariene zone, de schattingen van de activiteit door vaartuigen met een andere lengte op basis van de door het satellietvolgsysteem gemeten activiteit waarschijnlijk betrouwbaarder dan die voor de gebieden waarin deze vaartuigen een laag aandeel hebben.

Bijlage B: kanttekeningen bij gegevens uit visserijstatistieken van buiten het VK

Deze tabellen zijn gebaseerd op aanlandingsgegevens die door de lidstaten zijn verstrekt aan de werkgroep inzake visserij-inspanningsregelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

In het kader van de activiteiten van deze groep zijn verschillende groepen gegevens vergaard, met inbegrip van gedetailleerde informatie voor elke lidstaat over de aanlandingen per soort met betrekking tot een ICES-vak met de daarbij betrokken groepen vaartuigen. Deze groep gegevens is samengesteld ten behoeve van de WTECV-groep en moet als zodanig behoedzaam worden behandeld om het dubbel tellen van activiteitengegevens te voorkomen. De gegevens zijn afkomstig van de website van het WTECV (66).

Ter controle van de gerapporteerde gegevens zijn de totalen vergeleken met de activiteit die is vastgelegd in de FIDES-systemen van de EU voor bepaalde quota's van visbestanden.

Er blijven echter verschillen bestaan in de totalen die gemeld zijn voor soort/gebied-combinaties in de gegevensbestanden van het WTECV en totalen die gemeld zijn op een zelfde niveau van gedetailleerdheid als onderdeel van de vangstrapportagesystemen bij FIDES voor het monitoren van de benutting van de quota. Dit zijn geen harde cijfers maar ze geven een indicatie voor het niveau van activiteiten van de betrokken lidstaten in het gebied.

Met behulp van de gemiddelde waarde van aanlandingen van vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk van het desbetreffende ICES-vak of vergelijkbare gebieden zijn indicatieve monetaire waarden geconstrueerd.

Indien er gegevens voor bepaalde jaren ontbreken, kan dit erop wijzen dat er geen activiteiten zijn gerapporteerd, maar het kan ook betekenen dat er geen gegevens zijn verstrekt.

ANALYSE VAN VMS-ACTIVITEITEN VAN VAARTUIGEN DIE NIET UIT HET VERENIGD KONINKRIJK AFKOMSTIG ZIJN IN ICES-VAKKEN DIE HET GEBIED VAN COMMUNAUTAIR BELANG BESTRIJKEN DAT BETREKKING HEEFT OP DEZE EFFECTBEOORDELING

Gebruikte methode:

Deze analyse is het resultaat van de toepassing van de standaardmethode waarmee wordt vastgesteld of er al dan niet vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald omschreven gebied actief zijn geweest, op informatie die is verkregen over vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn, vooral vaartuigen uit Frankrijk en België die historische toegangsrechten bezitten tot bepaalde delen van de kustwateren van het VK.

Hierbij worden de visserijactiviteiten geschat aan de hand van VMS-gegevens op basis van de snelheid van het vaartuig die is gemeld in de VMS-berichten ("Pings").

Gegevens voor elke VMS-ping die in het vak/de vakken die het omschreven gebied bestrijken van niet uit het VK afkomstige vaartuigen zijn ontvangen, worden geselecteerd uit het VMS-systeem van het VK, waaruit informatie wordt gehaald over het vaartuig zoals het identificatienummer (CFR), de positie en snelheid en de datum en het tijdstip van de ping.

Elke ping wordt beoordeeld en geclassificeerd als aanwijzing voor visserijactiviteiten, indien de snelheid >=1 of <=6 knopen is.

Deze visserij-pings van het desbetreffende vak of de vakken worden vervolgens verwerkt in GIS-software om vast te stellen of de positie binnen of buiten het desbetreffende omschreven gebied lag.

Hiermee kan voor elke lidstaat het percentage van visserij-pings binnen het vak in het omschreven gebied worden berekend. Deze factor wordt dan toegepast op het totale niveau van aanlandingen dat is af te lezen van de WTECV-gegevensgroepen voor de betrokken lidstaat, zodat schattingen kunnen worden gemaakt van de activiteit van niet uit het VK afkomstige vaartuigen in het omschreven gebied.

SAMENVATTING VAN ACTIVITEITEN VAN BELGISCHE EN FRANSE VAARTUIGEN IN DE ICES-VAKKEN 29E5 & 29E6 DIE HET GEBIED PLYMOUTH SOUND, START POINT & EDDYSTONE BESTRIJKEN

Dit is een samenvatting van de activiteiten van vaartuigen van lidstaten in termen van de hoeveelheid en waarde van de aangelande vis met betrekking tot:

(1)

de totale activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen de ICES-vakken die het desbetreffende gebied bestrijken.

(2)

schattingen van de activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen het desbetreffende gespecificeerde gebied.

Deel A – het totale gewicht van de activiteit in tonnen

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (tonnen) in ICES-vakken 29E5 & 29E6

Geschatte activiteit (tonnen) binnen het GCB op basis van de maximale VMS-activiteit in 2010-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

BT2 (*6)

52,05

47,86

157,01

180,61

0,04

0,03

0,11

0,13

 

DREGGEN

0,00

0,00

0,21

2,90

0,00

0,00

0,00

0,00

 

TR2 (*7)

0,00

1,55

11,06

30,58

0,00

0,00

0,01

0,02

 

29E5&6 Total

52,05

49,41

168,27

214,09

0,04

0,03

0,12

0,15

FRANS

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte 0 to15m

Bodemtrawls

0,00

0,00

5,25

1,06

0,00

0,00

0,02

0,00

 

Dreggen

0,00

0,00

3,60

0,93

0,00

0,00

0,02

0,00

Lengte meer dan 15m

Bodemtrawls

0,00

0,00

1 033,43

960,35

0,00

0,00

4,50

4,18

 

Dreggen

0,00

0,00

8,61

2,40

0,00

0,00

0,04

0,01

 

29E5&6 Totaal

0,00

0,00

1 050,89

964,74

0,00

0,00

4,57

4,20


Deel B – totale waarde van de activiteit

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (GBP) in ICES-vakken 29E5 & 29E6

Geschatte activiteit (GBP) binnen het GCB op basis van de maximale VMS-activiteit in 2009-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

BT2 (*8)

150 193

141 065

472 999

388 618

106

99

332

273

 

DREGGEN

0

0

2 363

5 776

0

0

2

4

 

TR2 (*9)

0

3 462

30 241

87 690

0

2

21

62

 

29E5&6 Totaal

150 193

144 527

505 603

482 083

106

102

355

339

FRANS

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte 0 to15m

Bodemtrawls

0

0

24 412

4 117

0

0

106

18

 

Dreggen

0

0

5 877

1 902

0

0

26

8

Lengte meer dan 15m

Bodemtrawls

0

0

1 482 281

1 351 906

0

0

6 453

5 885

 

Dreggen

0

0

14 055

3 995

0

0

61

17

 

29E5&6 Totaal

0

0

1 526 624

1 361 920

0

0

6 646

5 929

Zie de statistische visserijgegevens van buiten het Verenigd Koninkrijk voor een volledige samenvatting van de activiteiten.

BIJLAGE VI

Image 20

Tekst van het beeld

Image 21

Tekst van het beeld

Image 22

Tekst van het beeld

Image 23

Tekst van het beeld

FEITENBASIS

Inleiding

1.1

Gebied: gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton (67).

1.2

Het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton is aangewezen voor riffen (Sabellaria spinulosa) en voor zandbanken (permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken). Riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa hebben een aantal belangrijke effecten op de fysieke omgeving: vaak stabiliseren ze zand-, kiezel- en steenlagen; de schelpen of andere omhulsels van de organismen zelf vormen harde substrata waaraan sessiele organismen zich kunnen hechten; ze kunnen een diversiteit aan spleten, oppervlakken en sedimenten voor kolonisatie hebben; en geaccumuleerde faeces, pseudofaeces en andere sedimenten kunnen een belangrijke voedselbron voor andere organismen vormen (Holt et al., 1998; Hendricks et al., 2011; Limpenny et al., 2010). Om deze redenen kan op veel biogene riffen een rijke specifieke flora en fauna worden waargenomen, die althans wat macrofauna betreft, vaak veel rijker en diverser is dan in de omringende gebieden (Holt et al., 1998; Hendrick et al., 2011; Pearce et al., 2007) (68).

1.3

Het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken (Department for Environment, Food, and Rural Affairs – Defra) heeft een herziene aanpak van het beheer van visserij in Europese mariene zones ingevoerd (zie punt 2.1). Dit heeft erin geresulteerd dat de MMO maatregelen moet vaststellen om het rifkenmerk Sabellaria spinulosa te beschermen tegen het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het gebied van communautair belang tussen nul en twaalf zeemijl om volledig te voldoen aan artikel 6 van de habitatrichtlijn (69).

1.4

Onder gesleepte bodemvistuigen worden verstaan alle vistuigen die door zee worden geduwd of getrokken en contact hebben met de zeebodem. Dit omvat demersale bordentrawls, demersale boomkorren en schelpdierdreggen. Daarom moeten beheersmaatregelen worden vastgesteld die deze interactie tussen activiteiten en kenmerken beperken.

1.5

Deze effectbeoordeling is uitgevoerd om de kosten en baten te berekenen van de voorgestelde verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen, die als oogmerk heeft om deze kenmerken te beschermen. In de effectbeoordeling wordt ook vermeld waarom de aanbevolen optie de voorkeursoptie is voor het beheer van het gebied. Een ontwerp van deze effectbeoordeling is onderworpen aan een openbare raadpleging.

1.6

De gegevens en het bewijs die zijn gebruikt voor deze effectbeoordeling zijn verzameld van Natural England (NE), IFCA’s en de MMO. Daarnaast heeft de MMO samen met de Eastern IFCA op 11 juni 2013 in King’s Lynn en op 17 juni 2013 in Boston inloopbijeenkomsten georganiseerd waar belanghebbenden rechtstreeks vragen konden stellen en bewijs kon worden verzameld voor de economische effecten van het voorstel voor een verbod op visserij in de betrokken gebieden. Op 12 juli 2013 is in België een bijeenkomst met de Belgische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector gehouden. Uit de opmerkingen van de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector bleek dat er in de voorgestelde verboden gebieden zeer weinig visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen plaatsvinden. Informatie en verklaringen uit interviews met commerciële vissers zijn vastgelegd en in deze effectbeoordeling opgenomen als anekdotisch bewijs.

1.7

Als onderdeel van het wetgevingsproces zijn ontwerpen van de voorgestelde verordening en de effectbeoordeling voor dit gebied op 10 september 2013 t/m 22 oktober 2013 onderworpen aan een formele raadpleging. Opmerkingen van vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector hebben bevestigd dat er visserijactiviteiten met gesleepte bodemvistuigen plaatsvinden in de Europese mariene zone, maar niet specifiek of er activiteiten plaatsvinden in de voorgestelde verboden gebieden.

2.   Reden voor optreden

2.1

In augustus 2012 heeft het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones geëvalueerd om vast te stellen aan welke eisen het toekomstige beheer moet voldoen om ervoor te zorgen dat de toestand van de gebiedskenmerken op een gunstig niveau in stand wordt gehouden. Dit heeft geresulteerd in een herziene aanpak (70) van het beheer van visserijactiviteiten binnen Europese mariene zones.

2.2

De herziene aanpak is gebaseerd op empirisch bewijs en prioritering van risico’s en wordt gefaseerd ten uitvoer gelegd. De prioritering van risico’s is gebaseerd op een matrix (71) waarin de risico’s van interacties tussen visserijactiviteiten en ecologische kenmerken in categorieën zijn ingedeeld. Alle interacties tussen activiteiten en kenmerken zijn ingedeeld in een categorie waaraan de kleur rood, amber, groen of blauw is toegekend. De interacties die als rood zijn aangemerkt hebben prioriteit gekregen, en eind 2013 zullen er (ongeacht het dan geldende activiteitenniveau) beheersmaatregelen ten uitvoer worden gelegd om de achteruitgang van de aangewezen kenmerken te voorkomen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn. Voor interacties die de kleur amber hebben gekregen is een beoordeling ter plaatse nodig om te bepalen of beheer van een activiteit noodzakelijk is om kenmerken te beschermen. Ook "groene" interacties vereisen een beoordeling ter plaatse om te zien of er sprake is van "in combinatie"-effecten. Een indeling in de categorie blauw betekent dat er geen sprake is van een aannemelijke interactie en dat er om die reden geen nadere beoordeling hoeft te worden uitgevoerd (72).

2.3

Artikel 6, leden 1 en 2, van de habitatrichtlijn vereist dat, binnen speciale instandhoudingszones en speciale beschermingszones, de lidstaten:

de nodige instandhoudingsmaatregelen treffen die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II die in die gebieden voorkomen;

passende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale zones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.

2.4

In Regulation 8, lid 1, van de Conservation of Habitats and Species Regulations 2010 wordt onder een Europese mariene zone verstaan (onder meer): elke speciale instandhoudingszone of speciale beschermingszone of elk gebied van communautair belang. In deel 6 van deze regulations zijn de beheersvereisten voor Europese mariene zones neergelegd in overeenstemming met artikel 6, leden 2 tot en met 4, van de habitatrichtlijn.

2.5

Het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton bevat riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa, die zijn ingedeeld in de risicocategorie rood voor gesleepte bodemvistuigen, reden waarom er beheersmaatregelen nodig zijn om dit risico weg te nemen. De MMO is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de beheersmaatregelen om de interactie tussen de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa en gesleepte bodemvistuigen te verbieden. De interactie van andere typen vistuig met de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa en de interacties tussen alle typen vistuig en het kenmerk subtidale zandbanken zullen tijdens de beoordeling van de amberkleurige en groene risico's worden beoordeeld.

2.6

Dit gebied bestrijkt drie administratieve gebieden: de zone tussen 0 en 6 zeemijl, de zone tussen 6 en 12 zeemijl en de zone daarbuiten. Op het beheer van visserijactiviteiten zijn de British Fisheries Limits van 1983 van toepassing. In het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton zijn drie rifgebieden met het kenmerk Sabellaria spinulosa geïdentificeerd. Rifgebied 1 en Rifgebied 2 liggen in de zone tussen zes en twaalf zeemijl en zullen worden beheerd door middel van een verordening van de MMO. Rifgebied 3 ligt buiten de zone tot twaalf zeemijl en zal daarom worden beheerd door de Europese Commissie.

2.7

De specifieke locatie en de omvang van de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa zijn verstrekt door Natural England (73). De buffers zijn gebaseerd op de ontwerprichtlijnen van Natural England (74), waarin aanbevelingen worden gedaan voor de omvang van de buffers op basis van de diepte van het beschermde kenmerk. Voor Gebied 1 is vooralsnog de aanwezigheid van Sabellaria spinulosa vastgesteld, maar niet de omvang ervan. De buffer voor Gebied 1 is 650 m, berekend als 500 m plus drie keer de diepte (zoals aanbevolen voor het vaststellen van buffers op basis van puntgegevens) van 50 m. De buffer van Gebied 2 is 150 m, berekend als drie keer de diepte van 50 m. De grenzen van de buffers zijn vervolgens licht aangepast om de naleving en handhaving te vergemakkelijken.

2.8

Optreden is vereist om het marktfalen in het mariene milieu te corrigeren door passende beheersmaatregelen voor de instandhouding van kenmerken (zoals deze verordening) ten uitvoer te leggen teneinde negatieve externe effecten te verminderen of op passende wijze te beperken. De tenuitvoerlegging van deze verordening zal zorgen voor een voortgezette beschikbaarheid van publieke goederen in het mariene milieu.

2.9

Er is sprake van marktfalen als de markt geen efficiënt resultaat oplevert. (75) In verband met het mariene milieu kan dit falen als volgt worden beschreven:

publieke goederen en diensten: bepaalde goederen en diensten die worden verstrekt door het mariene milieu, zoals klimaatregulering en biodiversiteit, zijn "publieke goederen" (niemand kan worden uitgesloten van de baten ervan en consumptie van het goed of de dienst vermindert de beschikbaarheid van het goed of de dienst voor anderen niet). De kenmerken van publieke goederen brengen met zich mee dat individuele personen niet noodzakelijkerwijs een economische prikkel hebben om vrijwillig moeite te doen of geld bij te dragen voor het voortbestaan van deze goederen, wat tot onderaanbod of in dit geval tot onderbescherming leidt.

negatieve externe effecten: er is sprake van negatieve externe effecten wanneer schade aan mariene milieus niet volledig wordt gedragen door de gebruikers die deze schade hebben veroorzaakt. In veel gevallen hebben mariene goederen en diensten geen monetaire prijs en worden de kosten van schade daarom niet rechtstreeks ingeprijsd door de markt. Zelfs voor de goederen die worden verhandeld (zoals in het wild levende vis) weerspiegelt de marktprijs vaak niet de volledige economische kosten, die uiteindelijk worden gedragen door andere personen en de samenleving als geheel.

2.10

Overheidsoptreden is noodzakelijk als gevolg van het bestaan van deze beide bronnen van marktfalen in het mariene milieu. Beheersmaatregelen zijn nodig om de aangewezen kenmerken van de Europese mariene zone in stand te houden en zullen ervoor zorgen dat negatieve externe effecten worden verminderd en op passende wijze worden beperkt. Ook zullen beheersmaatregelen zorgen voor een duurzame voorziening van publieke goederen in het mariene milieu, bijvoorbeeld door de biodiversiteit in de Engelse zeeën in stand te houden.

3.   Beleidsdocumenten en beoogde effecten

3.1

De MMO is opgericht bij de Marine and Coastal Access Act 2009 (MaCAA) (76) om een duurzaam marien milieu en duurzame kustvisserij te bevorderen, te beheren en leiding te geven aan de ontwikkeling ervan door een goed evenwicht tot stand te brengen en te handhaven tussen sociale, economische en milieubaten met het oog op de totstandbrenging van gezonde zeeën, duurzame visserij en een levensvatbare visserijsector.

3.2

De beleidsdoelstelling waarop deze effectbeoordeling betrekking heeft is het bevorderen van de instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied door ervoor te zorgen dat de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa worden beschermd tegen het risico van beschadiging door het gebruik van gesleepte bodemvistuigen.

3.3

De instandhoudingsdoelstelling voor dit gebied is:

afhankelijk van natuurlijke veranderingen, de instandhouding of het herstel van (77):

de omvang van de habitat (met inbegrip van de ligging ten opzichte van de zeespiegel en de homogeniteit van de riffen);

de diversiteit van de habitat;

de gemeenschapsstructuur van de habitat (zoals de populatiestructuur van afzonderlijke soorten van belang en hun bijdrage aan de dynamiek van de habitat);

de kwaliteit van het natuurlijke milieu (zoals de waterkwaliteit, hangende sedimentlagen, enz.).

3.4

De beoogde effecten zijn dat het risico van achteruitgang van de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa wordt verminderd en dat de verplichtingen van artikel 6 van de habitatrichtlijn worden nageleefd. Daarnaast zullen de economische effecten van het optreden waar mogelijk tot een minimum worden beperkt.

4.   De opties

4.1   Als onderdeel van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zijn de voorkeursinstrumenten voor beheer verordeningen van de MMO voor het gebied tussen 6 en 12 zeemijl en een verordening voor de MMO voor het beheer over gebieden aan beide zijden van de grens van 6 zeemijl. Na overleg tussen de MMO en de Eastern IFCA is overeengekomen dat een verordening van de MMO zal worden gebruikt als instrument voor het beheer van het rifkenmerk Sabellaria spinulosa in de zone tussen nul en twaalf zeemijl. Daarom is een verordening van de MMO voor het deel van de Europese mariene zone tussen nul en twaalf zeemijl de voorkeursoptie.

4.1.1   Optie 1: niets doen

Bij deze optie worden geen permanente beheermaatregelen getroffen. Dit zou betekenen dat de risico's voor het gebied vanwege schadelijke activiteiten niet worden aangepakt en dat niet wordt voldaan aan de vereisten op grond van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken en artikel 6, lid 2 van de habitatrichtlijn.

4.1.2   Optie 2: vrijwillige overeenkomst

Bij deze optie worden vrijwillige gedragscodes ter bescherming van bepaalde kenmerken ontwikkeld. De MMO heeft deze optie overwogen in het licht van de beginselen van betere regelgeving op grond waarvan nieuwe regelgeving alleen als laatste redmiddel dient te worden ingevoerd, en de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, op grond waarvan wordt verwacht dat beheermaatregelen regelgevend van aard dienen te zijn om een adequate bescherming te kunnen waarborgen. Op grond van de herziene aanpak van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken dienen er ook maatregelen te worden getroffen om tegen het einde van december 2013 risicovolle (categorie rood) interacties tussen aangewezen kenmerken en vistuig aan te pakken. De MMO is van mening dat vrijwillige maatregelen in dit geval niet gepast zijn, omdat de kenmerken snel beschermd moeten worden en er een risico bestaat dat zelfs beperkte interactie tot achteruitgang van het kenmerk zou kunnen leiden.

4.1.3   Optie 3: verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het hele gebied van communautair belang ("volledige sluiting van het gebied")

Een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in het hele Cape Bank-gedeelte van het gebied van communautair belang is niet noodzakelijk om de bescherming van de riffen van vast gesteente te verwezenlijken en zou resulteren in onnodige economische verliezen voor vissers die in andere zones van het gebied van communautair belang vissen. Het geschatte totale verlies aan aanlandingen als gedocumenteerd in tabel 1 zou GBP 2 559,30 bedragen, terwijl dit verlies in de voorkeursoptie beperkt blijft tot GBP 6,40, en de handhavingskosten zouden aanzienlijk hoger uitvallen.

4.1.4   Optie 4: verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven het rifkenmerk Sabellaria spinulosa, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer")

Deze optie geniet de voorkeur en wordt hierna volledig geanalyseerd.

4.1.5   beheer van activiteiten door middel van een wettelijk instrument, een bestuursrechtelijke maatregel ("Regulating Order") of een visvergunningenstelsel

Deze beheermechanismen worden in dit geval niet toepasselijk geacht. De bevoegdheden van de MMO voor het creëren van verordeningen krachtens de MaCAA zijn toepasselijker, omdat die zijn ontworpen voor het beheer van activiteiten in beschermde mariene gebieden en het juiste niveau van bevoegdheid, flexibiliteit, raadpleging en snelheid bieden.

4.2   Aanbevolen optie:

4.2.1   Verordening van de MMO tot instelling van een verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven het rifkenmerk Sabellaria spinulosa, met inbegrip van passende buffers ("gezoneerd beheer");

4.2.2   Deze optie wordt aanbevolen omdat het de kosteneffectiefste optie is. De MMO is de meest geschikte instantie voor het nemen van beheersmaatregelen tussen 6 en 12 zeemijl, omdat zij de bevoegdheid heeft om verordeningen uit te vaardigen in dit hele gebied om de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied van communautair belang te bevorderen. Bij het bepalen van de grens van het voorgestelde verboden gebied is rekening gehouden met het beste beschikbare bewijs over de omvang van de kenmerken en de behoefte aan een "bufferzone" tussen deze kenmerken en de grens voor de verordening. Ook werd bij het vaststellen van de vorm van het verboden gebied rekening gehouden met het handhavingsgemak en de behoefte aan een duidelijke afbakening om naleving van het verbod te bevorderen.

5.   Feitenbasis

5.1   Effecten van activiteiten met gesleepte bodemvistuigen op riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa

5.1.1

Het beschikbare bewijs (78) wijst erop dat het effect van het gebruik van gesleepte demersale bodemvistuigen een significante bedreiging voor het rifkenmerk Sabellaria spinulosa vormt. Erkend wordt dat de effecten van de verschillende vistuigen waarschijnlijk uiteenlopen, en er is beperkt empirisch, "peer reviewed" bewijs beschikbaar voor deze effecten. Deze factoren worden echter niet als zwaarwegender dan de voorzorgsrating "rood" beschouwd, in het bijzonder in de context van de bekende achteruitgang van dit kenmerk in de OSPAR-regio. Er bestaan duidelijke verbanden tussen menselijke activiteit en de bedreiging voor de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa, waarvan het belangrijkste de door gesleepte demersale vistuigen veroorzaakte schade is (Jones et al. 2000, Holt et al. 1998 en OSPAR, 2010). Het effect van gesleepte demersale vistuigen is dat de wormbuizen van elkaar worden losgebroken, resulterend in directe mortaliteit (afsterven) van de wormen en in een afbraak van de structuur en de complexiteit van de habitat, die mogelijk niet langer de erin levende dier- en plantgemeenschappen zullen kunnen ondersteunen (UK BAP 2000). In één studie (Volberg 2000) die is uitgevoerd buiten de kust van Frankrijk en in de Waddenzee wordt de stelling betwist dat alle gesleepte vistuigen een groot risico voor riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa vormen; de bevindingen van deze studie hebben echter uitsluitend betrekking op kortetermijneffecten na een eenmalige verstoring en leiden tot de conclusie dat de mogelijkheid van achteruitgang als gevolg van garnalenvisserij met boomkorren op de middellange tot lange termijn niet kan worden uitgesloten in geval van intensieve visserij, ondanks het relatief lichte gewicht van de gebruikte vistuigen (79).

5.2   Verspreiding van het rifkenmerk

In figuur 1 worden de locaties van het rifkenmerk Sabellaria spinulosa binnen het gebied van communautair belang aangegeven.

Figuur 1

plattegrond van het gebied, met inbegrip van het kenmerk

Image 24

Marine Management Organisation

Haisborough, Hammond & Winterton SCI

Total proposed closed area = 3.726533 sq km

6 Nautical Mile Limit (1983)

12 Nautical Mile Limit (1983)

Sabellaria reef

Video habitat lines reef

MMO management areas

Haisborough Hammond and Winterton SCI

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. ©Marine Management Organisation. © ICES (http://geo.ices.dk/) Not to be used for navigation.

6.   Getroffen sectoren

6.1

De visserijsector: De vaartuigen die het zwaarst worden getroffen zijn boomkortrawlers, waaronder voornamelijk vaartuigen die aanlanden in Lowestoft en Great Yarmouth. Uit de dialoog met belanghebbenden voorafgaand aan de formele raadpleging is gebleken dat de voorgestelde beheersmaatregel een gering effect op de visserij met gesleepte vistuigen zal hebben. Belgische vaartuigen hebben toegangsrechten voor visserij op demersale soorten in het gebied tot de limiet van zes zeemijl van 1983, maar de meerderheid van deze vangsten wordt niet aangeland in het Verenigd Koninkrijk. Tijdens de dialoog met de Belgische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector voorafgaand aan de raadpleging werd bevestigd dat de omvang van de visserijactiviteit met gesleepte bodemvistuigen beperkt is. Tijdens de formele raadpleging hebben de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector gewezen op het belang van de visgronden binnen de hele Europese mariene zone, maar is niet specifiek vastgesteld of er visserijactiviteiten plaatsvinden in de voorgestelde verboden gebieden. Er wordt niet verwacht dat het optreden een effect zal hebben op andere sectoren dan de visserij.

6.2

Lokale economieën en de samenleving: De potentiële sociale en economische kosten voor lokale gemeenschappen in het Verenigd Koninkrijk als gevolg van het potentiële verlies aan aanlandingen en het daaruit resulterende effect op de lokale visserij is laag. Dit komt omdat er toegang is tot alternatieve visgronden waardoor verdringing tot een minimum beperkt zal blijven. De bredere baten van de bescherming van riffen met het kenmerk Sabellaria Spinulosa worden beschreven in punt 7 hieronder.

6.3

Handhavingsinstanties: De MMO zal de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de handhaving van het verbod voor het voorgestelde gebied en daarom zal de MMO te maken krijgen met extra handhavingskosten. De geschatte kosten worden in punt 7 beschreven.

7.   Analyse van de kosten en baten

7.1   Kosten van de aanbevolen optie

7.1.1   Het verbod op het gebruik van gesleepte bodemvistuigen in de verboden gebieden zal resulteren in de volgende kosten:

directe kosten voor de visserijsector doordat er minder visgronden zijn;

kosten voor de visserijsector in verband met verplaatsing naar andere visgronden;

potentiële milieueffecten omdat er door verplaatsing meer schade kan ontstaan aan habitats in andere gebieden;

kosten voor de MMO voor administratie en handhaving.

7.1.2   Kosten voor de visserijsector, met inbegrip van mogelijke verdringingskosten, en administratieve en handhavingskosten voor de MMO kunnen worden gemonetiseerd en deze geschatte waarden zijn gerangschikt en gepresenteerd als onderdeel van deze effectbeoordeling (onderstaande tabellen 1 en 2). Milieukosten vanwege mogelijke grotere schade aan habitats zijn moeilijk te bepalen en zijn hier daarom beschreven als niet-gemonetiseerde kosten.

7.2   Analyse van de visserijkosten

7.2.1   Informatie voor het onderzoek naar de effecten van de voorgestelde sluiting is gebaseerd op:

aanlandingsgegevens voor vaartuigen van 2008 tot en met 2011 verstrekt via statistieken van de MMO op basis van logboek- en verkoopgegevens;

aanlandingsgegevens voor ICES-vakken. Verdere analyse om vangsten te schatten en geschatte aanlandingen voor de Europese mariene zone en het rif-/buffergebied voor het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten (tabel 1 en 2);

door de MMO verzamelde informatie die tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging in de periode juni-augustus 2013 door vissers is verstrekt;

tijdens de formele raadpleging van de MMO over de verordening, gehouden van 10 september tot en met 22 oktober 2013, van belanghebbenden verkregen informatie;

kennis van lokale kustambtenaren van de MMO en IFCA.

7.3   Onzekerheid en aannamen met betrekking tot gegevens

7.3.1   De schattingen van de gemiddelde kosten zijn gebaseerd op de waarde van de aanlandingen in het Verenigd Koninkrijk uit de ICES-vakken 35F1, 35F2, 34F1 and 34F2 van het gebied van communautair belang (zie figuur 2). Het is niet bekend welk percentage van de totale aanlandingswaarde feitelijk rechtstreeks afkomstig is uit de voorgestelde verboden gebieden, die minder dan 0,25% van de vier ICES-vakken uitmaken. De statistische gegevens zijn geproduceerd op basis van gerapporteerde activiteiten binnen de ICES-vakken die de omschreven gebieden van communautair belang bestrijken. De gerapporteerde activiteiten (hoeveelheid en waarde van de aanlandingen, samen met gegevens over de gebruikte vistuigen) zijn afkomstig uit de iFish-gegevensbank van de MMO. Zie bijlage A voor nadere informatie over de gebruikte methode en de statistische tabellen voor dit gebied van communautair belang.

7.3.2   De waarden voor het voorgestelde verboden gebied in tabel 1 zijn berekend door uit te gaan van de geschatte waarden binnen het gebied van communautair belang en hiervan een percentage toe te passen op basis van de oppervlakte die het verboden gebied beslaat in het gebied van communautair belang. In de meeste gevallen is de oppervlakte van de voorgestelde verboden gebieden relatief klein in vergelijking met het gehele gebied van communautair belang. Daarom moet behoedzaam worden omgegaan met de schatting, deze geeft niet de werkelijke waarde in het voorgestelde verboden gebied weer. Ook wordt erkend dat een mogelijk grotere biodiversiteit rond het rif betekent dat er misschien sprake is van een relatief rijke visgrond en dat hierdoor in de analyse de waarde van de achteruitgang van de visgrond onderschat kan worden.

7.3.3   De informatie die is vergaard van vissers en andere belanghebbenden tijdens de bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging, is gebruikt om de feitenbasis en de aannamen te ondersteunen, met het voorbehoud dat het slechts anekdotisch bewijs betreft. De verzamelde informatie is opportunistisch en biedt slechts een momentopname van de respondenten die op de desbetreffende dag beschikbaar waren om opmerkingen te maken. Het aantal respondenten weerspiegelt slechts degenen die onafhankelijk informatie hebben verstrekt en zegt niet noodzakelijkerwijs iets over het aantal belanghebbenden dat het al dan niet met een bewering eens is.

7.3.4   Er zijn weinig aanlandingsgegevens van andere lidstaten omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt. Op grond van de informatie over meer dan 15 meter lange vaartuigen van andere lidstaten, via het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen ontvangen in het visserijcontrolecentrum van het Verenigd Koninkrijk, kunnen er enkele aannamen worden gemaakt, wat wordt beschreven in punt 7.4:

aanlandingsgegevens voor vaartuigen van 2008 tot en met 2011 verstrekt via statistieken van de MMO op basis van logboek- en verkoopgegevens;

aanlandingsgegevens voor ICES-vakken. Verdere analyse om vangsten te schatten en geschatte aanlandingen voor het gebied van communautair belang en het rif-/buffergebied voor het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten (tabel 1 en 2);

informatie die is verzameld van vissers tijdens bijeenkomsten voorafgaand aan de raadpleging (juni-augustus 2013) over de verordening door de MMO;

informatie die is verzameld van belanghebbenden tijdens de formele raadpleging (10 september - 22 oktober 2013) over de verordening door de MMO;

kennis van lokale kustambtenaren van de MMO en IFCA.

7.4   Visserijactiviteiten binnen het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton

7.4.1   In het gebied zijn vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk en België actief die op dezelfde demersale soorten vissen. Vaartuigen van alle andere lidstaten hebben toegangsrechten tot het deel van het gebied van communautair belang dat buiten de grens van 12 zeemijl van 1983 ligt.

7.4.2   De meerderheid van de vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk die in de ICES-vakken 35F1, 35F2, 34F1 en 34F2 vissen heeft een lengte van minder dan 10 m, en het gaat voornamelijk om netvisserij (28 vaartuigen), beugvisserij (10 vaartuigen) en korvenvisserij (22 vaartuigen). Soms wordt er gevist door boomkortrawlers met een lengte van meer dan 15 m (4 vaartuigen).

7.4.3   De meerderheid van buitenlandse vaartuigen die binnen de ICES-vakken actief zijn heeft een lengte van meer dan 15 m, en soms wordt er ook gevist door vaartuigen met een lengte van minder dan 10 m. De beschikbaarheid van aanlandingsgegevens van vaartuigen van andere lidstaten is beperkt, omdat de meerderheid van deze vaartuigen niet in het Verenigd Koninkrijk aanlandt.

7.4.4   De belangrijkste soorten die worden aangeland zijn krabben, zeekreeften, kabeljauw, rog, hondshaai en zeebaars.

7.4.5   Gegevens van het satellietvolgsysteem voor de Belgische vloot laten geen activiteit in de zone tussen zes en twaalf zeemijl binnen het gebied van communautair belang zien. Gegevens van het satellietvolgsysteem voor de vloot van vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m laten beperkte activiteit binnen het gebied van communautair belang zien (figuur 3).

7.4.6   Voorafgaand aan de raadpleging werd op 12 juli 2013 in Oostende met hulp van de Belgische visserijautoriteiten een vooroverleg met de Belgische visserijsector gehouden. Het doel hiervan was de betrokkenen informatie te verschaffen over het mogelijke beheer van de commerciële visserij in de Europese mariene zone in Engeland in verband met de Belgische visrechten in de zone tussen 6 en 12 zeemijl. Vertegenwoordigers van de sector die bij deze bijeenkomst van 12 juli aanwezig waren, gaven te kennen dat het huidige voorstel voor sluiting ter bescherming van riffen in de Europese mariene zone niet veel gevolgen heeft voor hun activiteiten.

7.4.7   In het kader van de formele raadpleging bevestigden de vertegenwoordigers van de Belgische visserijsector dat de visgronden binnen de Europese mariene zone als geheel belangrijk waren, maar dat dit niet specifiek de voorgestelde verboden gebieden gold.

Figuur 2

Plattegrond van de statistische vakken van ICES 34F1, 34F2, 35F1 en 35F2 en het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton

Image 25

Marine Management Organisation

Haisborough, Hammond & Winterton SCI

ICES Statistical rectangles 34F1, 34F2, 35F1 & 35F2

12 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

Haisborough management areas

Haisborough Hammond and Winterton SCI

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Ltd. All rights reserved. [SZ042010.001]. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown Copyright and database right [2013]. All rights reserved. Contains UKHO Law of the Sea data © Crown copyright and database right. ©Marine Management Organisation. © ICES (http://geo.ices.dk/) Not to be used for navigation.

Figuur 3

Belgische positiemeldingen op basis van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen voor 2012

Image 26

Marine Management Organisation

2012 Belgian VMS Haisborough, Hammond & Winterton SCI

(Sabellaria spp. reef locations)

12 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

6 Nautical Mile Limit (1983)(UKHO)

Haisborough Hammond and Winterton Sabellaria Reef Locations

MMO management areas

Haisborough Hammond and Winterton SCI

2012 Belgian VMS (15+ meters)

Speed (knots)

0.00 - 6.00

>= 6.01

© British Crown, NERC and SeaZone Solutions Limited, 2005. [SZ042010.001] All Rights Reserved. Contains UKHO Law of the Sea data. Reproduced with permission of the Joint Nature Conservation Commission. © Crown copyright and database right [2013]. All rights reserved. Ordnance Survey Licence No. 100049981. © Marine Management Organisation. Not to be used for navigation.

7.5   Waardering van de betrokken aanlandingen

Verenigd Koninkrijk

7.5.1   Het directe gevolg voor visserijvaartuigen zou een lagere vangst en dus een vermindering van de aanlandingen van gesleepte bodemvistuigen in het voorgestelde verboden gebied zijn. Voor een schatting van de potentiële gevolgen zijn de door de MMO verzamelde aanlandingsgegevens geanalyseerd.

7.5.2   De berekening van de betrokken aanlandingen uit de ICES-vakken 35F1, 35F2, 34F1 en 34F2 (voor de vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk waarvan is vastgesteld dat ze vanaf januari 2008 in het gebied vissen) wordt weergegeven in tabel 1. De schattingen in tabel 1 zijn gebaseerd op gemiddelde aanlandingen in de periode januari 2008 - december 2011.

Tabel 1

gemiddelde van de VK-aanlandingen uit de ICES-vakken 35F1, 35F2, 34F1 en 34F2 per jaar en geschatte gemiddelde aanlandingen binnen de Europese mariene zone (EMZ) (januari 2008 - december 2011)

Type vistuig

Aangeland gewicht

(ton)

Waarde voor 35F1, 35F2, 34F1 en 34F2

(GBP)

Waarde voor EBZ

(GBP)

Nieuwe waarde binnen de verboden gebieden (0,25% van het EBZ)

(GBP)

Boomkorren

127

336 914

32 175,29

80,44

Dreggen

601

1 548

147,84

0,37

Langoustineboomkorren

1

1 643

156,90

0,40

Overige demersale boomkorren

57

26 799

2 559,30

6,40

Totaal

786

366 904

35 039,33

87,61

7.5.3   De geschatte waarden van de aanlandingen binnen het gebied van communautair belang zijn berekend door de beschikbare cijfers over aanlandingen (door elk vissersvaartuig verstrekt op het niveau van een ICES-vak) te combineren met gegevens over de activiteiten van vaartuigen (op basis van verslagen van het satellietvolgsysteem) binnen het gebied van communautair belang. In deze aanpak wordt een percentage van de aanlandingen voor elk ICES-vak toegepast op het gebied van communautair belang op basis van het totale activiteitenniveau binnen dit gebied van communautair belang.

Voor het gebied van communautair belang Haisborough, Hammond & Winterton zijn cijfers over de aanlandingen uit de ICES-vakken (35F1, 35F2, 34F1 and 34F2 (80)) gebruikt en gecategoriseerd op basis van de omvang van de vaartuigen (langer dan 15 m, 10 tot 15 m, korter dan 10 m).

De waarden van de aanlandingen binnen de voorgestelde verboden gebieden zijn vervolgens geschat als percentage (op basis van de omvang van de respectieve gebieden) van de geschatte waarde van de aanlandingen uit het gebied van communautair belang.

Zie de tabellen van supplementaire visserijstatistieken voor 2008-2011 voor een volledige opsplitsing van de activiteit binnen de ICES-vakken van het gebied van communautair belang.

Geschat wordt dat de gemiddelde jaarlijkse inkomsten van de vloot van boomkortrawlers met een lengte van meer dan 15 m uit de ICES-vakken GBP 323 155 bedragen. Voor de vloot van vaartuigen met een lengte van minder dan 10 m zal het effect voornamelijk betrekking hebben op vaartuigen die demersale boomkorren gebruiken, waarvan de geschatte gemiddelde jaarlijkse inkomsten GBP 228 bedragen. (Zie tabel 5 met een uittreksel uit de supplementaire visserijstatistieken voor 2008-2011 voor een volledige opsplitsing).

7.5.4   Geschat wordt dat in de verboden gebieden (die 0,25 % van de totale oppervlakte van het gebied van communautair belang beslaan) het totale verlies aan aanlandingen GBP 87,61 zal bedragen.

7.5.5   De geschatte totale kosten zijn waarschijnlijk een overschatting, omdat geen verdringing wordt verondersteld.

België

7.5.6   Uit de analyse van de VMS-gegevens blijkt dat de Belgische visserijactiviteiten in de ICES-vakken 34F1, 34F2, 35F1 en 35F2 plaatsvinden in het deel van het GCB dat buiten de grens van 12 zeemijl ligt. In 2012 waren 6 Belgische vaartuigen actief in dit deel van het GCB en is geen VMS-activiteit vastgelegd in de nabijheid van de voorgestelde verboden gebieden. De Belgische visserij is in dit gebied voornamelijk gericht op tong en schol.

7.5.7   Met behulp van de methode waarnaar wordt verwezen in bijlage B "Analyse van vaartuigen die niet uit het VK afkomstig zijn in ICES-vakken" kon worden geschat dat in 2012:

de hoeveelheid aangelande vis op basis van Belgische activiteiten in het GCB 5,73 ton bedroeg. Dit vertegenwoordigt een waarde van naar schatting GBP 15 858

7.5.8   Aangezien het verboden gebied echter slechts 0,25 % van het hele gebied bestrijkt en er in de nabijheid hiervan geen VMS-activiteit werd gerapporteerd, wordt verondersteld dat het daadwerkelijke verlies van aanlandingen zeer gering is. Zie bijlagen A en B voor verdere informatie over visserijactiviteiten van vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn in en rond de voorgestelde verboden gebieden

7.6   Waarschijnlijke effecten van de sluiting op de vissersvloot

7.6.1   Omdat de geschatte verliezen van aanlandingen laag zijn, wordt verwacht dat het effect van dit verbod op de vissersvloot van het Verenigd Koninkrijk beperkt zal zijn. Er is slechts incidentele activiteit met gesleepte bodemvistuigen door vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m, die voornamelijk vanuit East Anglia opereren. Dit is verklaard tijdens de bijeenkomsten die de MMO voorafgaand aan de formele raadpleging heeft georganiseerd. De geschatte effecten hiervan zijn weergegeven in tabel 1.

7.6.2   Verwacht wordt dat het effect op de Belgische vissersvloot laag zal zijn, aangezien gegevens van het satellietvolgsysteem erop wijzen dat de activiteit van Belgische vaartuigen binnen de voorgestelde verboden gebieden beperkt is.

7.7   Aanpassingsvermogen

7.7.1   Om de waarschijnlijke effecten van de voorgestelde sluiting op de visserijactiviteiten te schatten moet de mate waarin de vaartuigen in staat zullen zijn om de waarde van de vangst op peil te houden door activiteiten naar andere gebieden te verplaatsen worden gemeten.

7.7.2   Daartoe is aan vissers gevraagd om een vragenformulier in te vullen en werden ze rechtstreeks gevraagd naar de verdringing die mogelijk in andere gebieden zal plaatsvinden als gevolg van de voorgestelde sluiting, evenals naar hun vermogen om te vissen in alternatieve visgronden en zich aan te passen om de waarde van hun vangsten op peil te houden. De meeste betrokken vissers verklaarden dat ze niet van visgrond of type vistuig konden veranderen, maar dat, aangezien deze voorgestelde optie slechts visserijactiviteiten boven riffen en in een standaardbufferzone aan banden zou leggen, het potentieel voor verdringing minimaal zal zijn.

7.7.3   Als gevolg van de invoering van de voorkeursoptie (een verordening tot instelling van een verbod op visserij in twee gespecificeerde gebieden) in plaats van een sluiting van het hele gebied, zal de verdringing door vaartuigen die gebruikmaken van bodemvistuigen tot een minimum worden beperkt.

7.7.4   Voorzien wordt dat tijdens de beoordeling van de amberkleurige en groene risico's bewijs van de vooruitgang in de vistuigtechnologie en het effect op gevoelige kenmerken in aanmerking zal worden genomen.

7.8   Indirecte kosten

7.8.1   Milieukosten

7.8.2   Voor de aanbevolen optie is het potentieel voor een stijging van de brandstofkosten van vaartuigen die verder moeten varen om alternatieve visgronden te bereiken, die gemakkelijk toegankelijk zijn, minimaal.

7.8.3   Er is potentieel voor intensievere visserijactiviteiten buiten de gespecificeerde verboden gebieden, wat een effect op de biodiversiteit en habitats zou kunnen hebben (S.E.Rees et al, 2013).

7.9   Administratieve en handhavingskosten

7.9.1   De MMO zal een op inlichtingen en risico's gebaseerde handhavingsaanpak hanteren zoals die reeds wordt toegepast door een aantal toezichthoudende instanties van de overheid overeenkomstig het nationale inlichtingenmodel (81). Indien inlichtingen erop wijzen dat een beheersmaatregel niet wordt nageleefd of dat het risico bestaat dat de maatregel niet wordt nageleefd, zal de MMO een handhavingsstrategie ontwikkelen die aansluit op de specifieke behoeften van de mariene beschermingszone en daarbij, indien nodig, alle voor handhaving vereiste middelen inzetten. Dit kan aanwezigheid van de marine, toezicht vanuit de lucht of gezamenlijke operaties met andere instanties (bv. de Inshore Fisheries and Conservation Authorities (IFCA's), de Border Force of het Britse Milieuagentschap) omvatten. De MMO zal eventuele gezamenlijke operaties coördineren. De beginselen die ten grondslag liggen aan de regulering van mariene beschermingszones door de MMO worden beschreven in de Legislative and Regulatory Reform Act 2006 en de Regulators' Compliance Code en moeten waarborgen dat elke handhavingsactie door de MMO evenredig, consistent, transparant en doelgericht is en kan worden verantwoord (82).

7.9.2   De handhaving van de voorgestelde verordening zal worden gefinancierd uit de huidige begroting. Het satellietvolgsysteem van de EU zal worden gebruikt als beheersinstrument voor handhaving vanuit de lucht en op zee ten aanzien van vaartuigen met een lengte van meer dan 12 m. Als gevolg van de lage visserijactiviteit binnen het deel van het gebied dat dicht bij de kust ligt (binnen twaalf zeemijl) zal het risico van niet-naleving minimaal of laag zijn. In tabel 2 worden de geschatte handhavingskosten voor het beheer van de voorkeursoptie weergegeven.

Tabel 2

jaarlijkse extra kosten voor de handhaving van de aanbevolen optie  (83)

Activiteit

Kosten per eenheid

(GBP)

Geschatte aantal eenheden per jaar

Totale kosten per jaar

(GBP)

Surveillance door de Royal Navy per gebied

4 000 per dag

1

4 000

Gezamenlijke patrouilles met de lokale IFCA per gebied

Tussen 800-1 000 per dag

5

4 000 -5 000

Surveillance vanuit de lucht per gebied

2 050 per uur

2

4 100

Onderzoeken/vervolgingen per gebied

10 375 per geval

1

10 375

Totaal

 

9

22 475 -23 475


Tabel 3

Jaarlijks profiel van gemonetiseerde kosten van de aanbevolen optie- (GBP m) constante prijzen

 

J0

J1

J2

J3

J4

J5

J6

J7

J8

J9

Overgangskosten

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Jaarlijks terugkomende kosten – beste schatting

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Laagst

0,022475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Hoogst

0,023475

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

0,022975

Totale contante waarde van jaarlijkse kosten (*10):

GBP 0,2  m

7.10   Baten van de aanbevolen optie

7.10.1   De uitsluiting van gesleepte bodemvistuigen van de voorgestelde verboden gebieden zal het gebruik van gesleepte bodemvistuigen boven de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa voorkomen en resulteren in de volgende baten:

Milieubaten van de instandhouding of het herstel van habitats bestaande uit biogene riffen van borstelworm (Sabellaria spinulosa)

De milieubaten worden hier beschreven als niet-gemonetiseerde baten.

7.11   Milieubaten

7.11.1   De riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa omvatten belangrijke harde substrata in een omgeving met voornamelijk zachte sedimentlagen en vormen een uniek toevluchtsoord voor bepaalde soorten. Biogene riffen vergroten de heterogeniteit van de habitat en bieden andere soorten een oppervlak waar ze zich aan kunnen hechten (zoals buiswormen, kwalpoliepen, mosdiertjes, sponzen en zakpijpen), en een plek om te ontsnappen aan roofdieren (Bruno & Bertness, 2001).

7.11.2   Riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa bieden ook een zekere mate van kustbescherming en zijn belangrijke gebieden voor de nuriëntenkringloop, kool- en stikstofbinding en sedimentstabilisering.

7.11.3   Een beschermde rifhabitat is een natuurlijk toevluchtsoord voor populaties van soorten waarop doelgericht wordt gevist en voor bijvangstsoorten.

7.11.4   De baten van deze verordening bestaan erin dat passende bescherming wordt geboden en dat de ecologische kenmerken worden beschermd, hetgeen mogelijk kan leiden tot een grotere biodiversiteit vergeleken met de overige visgronden.

7.11.5   De milieubaten van de invoering van deze verordening zullen aanzienlijk zijn, omdat het rifkenmerk Sabellaria spinulosa binnen het gebied zal worden beschermd tegen het gebruik van gesleepte bodemvistuigen. Dit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de "instandhouding of herstel"-doelstelling. Het voorgestelde verbod zal een toegevoegd effect hebben op andere kenmerken binnen het gebied van communautair belang en zal een algeheel positief effect hebben op de rifhabitats. Dit kan meer recreatief gebruik van het gebied bevorderen, bijvoorbeeld door duikers en recreatieve hengelaars, hetgeen potentieel gunstig kan zijn voor de lokale economie.

7.12   Sociaaleconomische voordelen

7.12.1   De mogelijkheid bestaat dat de in stand gehouden of herstelde toestand van de riffen met het kenmerk Sabellaria spinulosa en de habitats de aantrekkingskracht voor recreatieve gebruikers zal verhogen, waaronder duikers en hengelaars (S.E.Rees et al, 2013 (84); D.R. Chae et al, 2012 (85)). Dit zou op zijn beurt het toerisme kunnen bevorderen en tot hogere uitgaven in lokale bedrijven kunnen leiden (S.E.Rees et al, 2013).

7.12.2   De toepassing van een gezoneerde aanpak van het beheer in plaats van sluiting van het hele gebied beperkt de verdringing door vissersvaartuigen die gesleepte bodemvistuigen gebruiken.

7.13   Verdeling van de kosten en baten

7.13.1   De verdeling van de sociale en economische kosten vindt voornamelijk plaats op lokaal Belgisch en VK-niveau (met uitzondering van de handhavingskosten), terwijl de totale milieubaten een breder gebied beslaan en meer een nationaal effect hebben.

Bijlage A: kanttekeningen bij het gebruik van uittreksels uit visserijstatistieken en tabellen

Op de website van de MMO (86) zijn tabellen beschikbaar waarin een samenvatting wordt gegeven van de gerapporteerde activiteit binnen de ICES-vakken die samen de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene beschermingszone vormen.

De gedetailleerdheid van de gegevens weerspiegelt de sterkste mate van detail die beschikbaar is voor de visserijadministraties in het Verenigd Koninkrijk.

Deze gegevens bieden informatie over de kwantiteit en de waarde van de aanlandingen uit de vakken die het gebied bestrijken, samen met gedetailleerde gegevens over de vaartuigen, de gebruikte vistuigen en de gevangen soorten.

Daarnaast melden vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m elke twee uur hun exacte positie in het kader van de vaartuigenmonitoringsystemen van het Verenigd Koninkrijk.

Voor deze vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m is het mogelijk gebleken om de relatief ruwe ruimtelijke gegevens van de activiteitenrapportagesystemen te combineren met de gedetailleerde positieverslagen van het satellietvolgsysteem om een fijnere schatting van de visserijactiviteit te maken. Deze gedetailleerde herschikking van de gegevens over activiteiten maakt het mogelijk om een schatting te maken van de omvang van de activiteit in de gedetailleerde gebieden van de Europese mariene beschermingszone voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m.

Indien beschikbaar, wordt dit gegeven gepresenteerd in de tabellen van gegevens, samen met het totale activiteitenniveau binnen de ICES-vakken voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m; de ratio tussen deze twee reeksen gegevens is vervolgens toegepast op de gegevens voor vaartuigen met andere lengten om de activiteit binnen de voorgestelde verboden gebieden door deze vaartuigen met een totale lengte van minder dan 15 m bij benadering te schatten.

N.B.: De voorgestelde verboden gebieden liggen in wateren dicht bij de kust, en het gebruik van het percentage activiteiten door vaartuigen van 15 m of meer binnen de gebieden om de activiteiten van andere vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk te schatten kan daarom onnauwkeurige resultaten opleveren, aangezien de grotere vaartuigen verder buiten de kust plegen te vissen dan andere vaartuigen, met name de vloot van vaartuigen met een lengte van meer dan 10 m.

Deze cijfers worden in de tabellen in grijze vakken weergegeven om aan te geven dat het om schattingen gaat die alleen met de nodige terughoudendheid zouden moeten worden gebruikt.

Hieronder volgt een lijst van de kustgebieden van de Europese mariene beschermingszone waarop deze analyse betrekking heeft – enkele vakken beslaan meer dan één gebied – deze zijn geel gemarkeerd.

Deze overlapping betekent dat de totale potentiële dekking van de voorgestelde verboden gebieden niet kan worden geschat door de analyses van de individuele gebieden bij elkaar op te tellen. De onderstaande tabel bevat gedetailleerde gegevens over het percentage van de totale activiteit in de betrokken ICES-vakken voor elk voorgesteld verboden gebied met betrekking tot vaartuigen met een lengte van meer dan 15 m (voor deze vaartuigen zijn gedetailleerde satellietgegevens beschikbaar).

Als zodanig zijn voor vaartuigen met een hoog aandeel in de activiteit in de gebieden van de Europese mariene beschermingszone de schattingen van de activiteit door vaartuigen met een andere lengte op basis van de door het satellietvolgsysteem gemeten activiteit waarschijnlijk betrouwbaarder dan die voor de gebieden waarin deze vaartuigen een laag aandeel hebben.

Bijlage B: kanttekeningen bij gegevens uit visserijstatistieken van buiten het VK

Deze tabellen zijn gebaseerd op aanlandingsgegevens die door de lidstaten zijn gemeld aan de werkgroep inzake visserijinspanningsregelingen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

In het kader van de activiteiten van deze groep zijn verschillende groepen gegevens vergaard, met inbegrip van gedetailleerde informatie voor elke lidstaat over de aanlandingen per soort met betrekking tot een ICES-vak met de daarbij betrokken groepen vaartuigen.

Deze groep gegevens is samengesteld ten behoeve van de WTECV-groep en moet als zodanig behoedzaam worden behandeld om het dubbel tellen van activiteitengegevens te voorkomen. De gegevens zijn afkomstig van de website van het WTECV (87).

Ter controle van de gerapporteerde gegevens zijn de totalen vergeleken met de activiteit die is vastgelegd in de FIDES-systemen van de EU voor bepaalde quota's van visbestanden.

Er blijven echter verschillen bestaan in de totalen die gemeld zijn voor soort/gebied-combinaties in de gegevensbestanden van het WTECV en totalen die gemeld zijn op een zelfde niveau van gedetailleerdheid als onderdeel van de vangstrapportagesystemen bij FIDES voor het monitoren van de benutting van de quota. Dit zijn geen harde cijfers maar ze geven een indicatie voor het niveau van activiteiten van de betrokken lidstaten in het gebied.

Met behulp van de gemiddelde waarde van aanlandingen van vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk van het desbetreffende ICES-vak of vergelijkbare gebieden zijn indicatieve monetaire waarden geconstrueerd.

Indien er gegevens voor bepaalde jaren ontbreken, kan dit erop wijzen dat er geen activiteiten zijn gerapporteerd, maar het kan ook betekenen dat er geen gegevens zijn verstrekt.

ANALYSE VAN VMS-ACTIVITEITEN VAN VAARTUIGEN DIE NIET UIT HET VERENIGD KONINKRIJK AFKOMSTIG ZIJN IN ICES-VAKKEN DIE HET GEBIED VAN COMMUNAUTAIR BELANG BESTRIJKEN DAT BETREKKING HEEFT OP DEZE EFFECTBEOORDELING

Gebruikte methode:

Deze analyse is het resultaat van de toepassing van de standaardmethode waarmee wordt vastgesteld of er al dan niet vaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in een bepaald omschreven gebied actief zijn geweest, op informatie die is verkregen over vaartuigen die niet uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig zijn, vooral vaartuigen uit België die historische toegangsrechten bezitten tot bepaalde delen van de kustwateren van het VK.

Hierbij worden de visserijactiviteiten geschat aan de hand van VMS-gegevens op basis van de snelheid van het vaartuig die is gemeld in de VMS-berichten ("Pings").

Gegevens voor elke VMS-ping die in het vak/de vakken die het omschreven gebied bestrijken van niet uit het VK afkomstige vaartuigen zijn ontvangen, worden geselecteerd uit het VMS-systeem van het VK, waaruit informatie wordt gehaald over het vaartuig zoals het identificatienummer (CFR), de positie en snelheid en de datum en het tijdstip van de ping.

Elke ping wordt beoordeeld en geclassificeerd als aanwijzing voor visserijactiviteiten, indien de snelheid >=1 of <=6 knopen is.

Deze visserij-pings van het desbetreffende vak of de vakken worden vervolgens verwerkt in GIS-software om vast te stellen of de positie binnen of buiten het desbetreffende omschreven gebied lag.

Hiermee kan voor elke lidstaat het percentage van visserij-pings binnen het vak in het omschreven gebied worden berekend. Deze factor wordt dan toegepast op het totale niveau van aanlandingen dat is af te lezen van de WTECV-gegevensgroepen voor de betrokken lidstaat, zodat schattingen kunnen worden gemaakt van de activiteit van niet uit het VK afkomstige vaartuigen in het omschreven gebied.

SAMENVATTING VAN ACTIVITEITEN VAN BELGISCHE VAARTUIGEN IN DE ICES-VAKKEN DIE HET GEBIED HAISBOROUGH HAMMOND & WINTERTON BESTRIJKEN

Dit is een samenvatting van de activiteiten van vaartuigen van lidstaten in termen van de hoeveelheid en waarde van de aangelande vis met betrekking tot:

(1)

de totale activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen de ICES-vakken die het desbetreffende gebied bestrijken.

(2)

schattingen van de activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van gesleepte bodemvistuigen binnen het desbetreffende gespecificeerde gebied.

Deel A – het totale gewicht van de activiteit in tonnen

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (tonnen) in ICES-vakken 34F1-F2, 35F1-F2

Geschatte activiteit (tonnen) binnen het GCB op basis van de maximale VMS-activiteit in 2010-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

Boomkorren

201,39

205,30

137,13

62,24

16,95

17,28

11,54

5,24

 

Bodemtrawls

1,59

3,85

6,27

5,86

0,13

0,32

0,53

0,49

 

Totaal

202,97

209,15

143,40

68,10

17,08

17,60

12,07

5,73


Deel B – totale waarde van de activiteit

 

 

(1)

(2)

 

 

Activiteit (GBP) in ICES-vakken 29E5 & 29E6

Geschatte activiteit (GBP) binnen het GCB op basis van de maximale VMS-activiteit in 2009-2012

BELGIË

Code vistuig

2009

2010

2011

2012

2009

2010

2011

2012

Lengte meer dan 15m

BT2 (*11)

697 560

698 597

520 929

177 932

58 711

58 798

43 845

14 976

 

TR2 (*12)

3 150

3 264

10 519

10 476

265

275

885

882

 

Totaal

700 710

701 862

531 449

188 408

58 976

59 073

44 730

15 858

Zie de statistische visserijgegevens van buiten het Verenigd Koninkrijk voor een volledige samenvatting van de activiteiten.


(1)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die bij de Europese Commissie zijn voorgedragen als speciale instandhoudingszone, en maken deel uit van de mariene Natura 2000-gebieden.

(2)  Beleidsdocument van het ministerie: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/policy_and_delivery.pdf

(3)  Matrix van visserijactiviteiten in Europese mariene zones: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/populated_matrix3.xls

(4)  Onafhankelijke beoordeling door Cefas van de matrix: http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/cefas_matrix_review.pdf

(5)  De Marine Management Organisation is opgericht bij de Marine and Coastal Access Act 2009, artikel 1.

(6)  Wetgevingsinstrument (Statutory Instrument – S.I.) 2010/490, gewijzigd bij S.I. 2012/1927.

(7)  2009, c 29.

(8)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59: gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 van de Raad van 10 juli 2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1); Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1); Verordening (EU) nr. 1152/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 30).

(9)  De Marine Management Organisation is opgericht bij de Marine and Coastal Access Act 2009, artikel 1.

(10)  Wetgevingsinstrument (Statutory Instrument – S.I.) 2010/490, gewijzigd bij S.I. 2012/1927.

(11)  2009, c 29.

(12)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59: gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 van de Raad van 10 juli 2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1); Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1); Verordening (EU) nr. 1152/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 30).

(13)  1965 III p.6452A, gewijzigd bij de Territorial Waters (Amendement) Order in Council 1979, 1979 III p.2866

(14)  De Marine Management Organisation is opgericht bij de Marine and Coastal Access Act 2009, artikel 1.

(15)  Wetgevingsinstrument (Statutory Instrument – S.I.) 2010/490, gewijzigd bij S.I. 2012/1927.

(16)  2009, c 29.

(17)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59: gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 van de Raad van 10 juli 2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1); Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1); Verordening (EU) nr. 1152/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 30).

(18)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar door de regering van het Verenigd Koninkrijk nog niet formeel zijn aangewezen als speciale beschermingszone.

(19)  Formeel advies van Natural England: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted.

(20)  Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

(21)  Beleidsdocument inzake visserij in Europese mariene zones:

(22)  Matrix: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/populated_matrix3.xls

(23)  http://ec.europa.eu/environment/nature/natura2000/management/guidance_en.htm

(24)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar door de regering van het Verenigd Koninkrijk nog niet formeel zijn aangewezen als speciale beschermingszone.

(25)  Formele adviesbrief van Natural England, 2013.

(26)  NE-bufferadvies (ontwerp), april 2013. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Natural England.

(27)  Groenboek van het ministerie van Financiën (2003) https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/220541/green_book_complete.pdf

(28)  www.legislation.gov.uk/ukpga/2009/23/contents/enacted

(29)  Audit inzake sublitorale riffen van vast gesteente: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(30)  We beschikken ook over gegevens voor 2010 en 2011, die eveneens wijzen op beperkte activiteit.

(31)  www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(32)  www.marinemanagement.org.uk/about/documents/compliance_enforcement.pdf

(33)  Deze risicograad werd vastgesteld op grond van de oorspronkelijke indiening voor de herziene aanpak van Defra bij de minister.

(34)  Schattingen van de handhavingskosten op grond van de oorspronkelijke indiening voor de herziene aanpak van Defra bij de minister.

(35)  Natural England Formal advice: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted.

(36)  Natural England Formal advice: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted.

(37)  Rees, S.E., Attrill, M.J, Austen, M.C,.Mangi, S.C,. Rodwell, L.D (2013). Een thematische kosten-batenanalyse van een mariene beschermingszone. Journal of Environment management, 114, blz. 476-485.

(38)  Chae, D., Wattage, P.,Pascoe,. S (2012). Recreatieve baten van mariene beschermingszones: een reiskostenanalyse van Lundy. Tourism Management, 33, 971 – 977.

(39)  http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/ems-consultation.htm

(40)  STECF: http://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/594796/2013_App+08+landings+by+rectangle+by+country.xlsx

(*1)  

BT2= Boomkorren – maaswijdte 80-119mm

(*2)  

TR2= Demersale trawls – maaswijdte 70-99mm

(*3)  

BT2= Boomkorren – maaswijdte 80-119mm

(*4)  

TR2= Demersale trawls – maaswijdte 70-99mm

(41)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar door de regering van het Verenigd Koninkrijk nog niet formeel zijn aangewezen als speciale beschermingszone.

(42)  Formeel advies van Natural England: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(43)  Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

(44)  Beleidsdocument inzake visserij in Europese mariene zones: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(45)  Matrix: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(46)  Centre for Environment, Fisheries and Aquaculture Science (CEFAS) review of matrix and supporting evidence: http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/cefas_matrix_review.pdf

(47)  http://ec.europa.eu/environment/nature/natura2000/management/guidance_en.htm

(48)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar door de regering van het Verenigd Koninkrijk nog niet formeel zijn aangewezen als speciale beschermingszone.

(49)  Formele adviesbrief van Natural England, 2013.

(50)  NE-bufferadvies (ontwerp), april 2013. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Natural England.

(51)  Groenboek van het ministerie van Financiën (2003) https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/220541/green_book_complete.pdf

(52)  www.legislation.gov.uk/ukpga/2009/23/contents/enacted

(53)  Natural England formal site advice: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted.

(54)  Audit inzake sublitoraal rif van vast gesteente: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/subtidalbedrock.pdf

(55)  We beschikken ook over gegevens voor 2010 en 2011, die eveneens wijzen op beperkte activiteit.

(56)  Rees, S.E., Attrill, M.J, Austen, M.C, Mangi, S.C., Rodwell, L.D (2013). Een thematische kosten-batenanalyse van een mariene beschermingszone. Journal of Environment management, 114, blz. 476-485.

(57)  www.marinemanagement.org.uk/about/documents/risk-based-enforcement.pdf

(58)  www.marinemanagement.org.uk/about/documents/compliance_enforcement.pdf

(59)  De risicorating is vastgesteld op basis van het oorspronkelijke voorstel van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken voor een herziene aanpak.

(60)  De schattingen van de handhavingskosten zijn vastgesteld op basis van het oorspronkelijke voorstel van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken voor een herziene aanpak.

(*5)  Voor de schatting is gebruikgemaakt van de effectbeoordeling-calculator (https://www.gov.uk/government/publications/impact-assessment-calculator–3) rekening houdend met een disconteringsvoet van 3,5 %, een beoordelingsperiode van 10 jaar en 2013 als basisjaar voor de koerswaarde en de contante waarde.

(61)  Formeel advies van Natural England: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted

(62)  Formeel advies van Natural England: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted

(63)  Rees, S.E., Attrill, M.J, Austen, M.C,.Mangi, S.C,. Rodwell, L.D (2013). Een thematische kosten-batenanalyse van een mariene beschermingszone. Journal of Environment management, 114, blz. 476-485.

(64)  Chae, D., Wattage, P., Pascoe, S. (2012). S (2012). Recreatieve baten van mariene beschermingszones: een reiskostenanalyse van Lundy. Tourism Management, 33, blz. 971-977.

(65)  http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/ems-consultation.htm

(66)  WTECV: http://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/594796/2013_App+08+landings+by+rectangle+by+country.xlsx

(*6)  

BT2= Boomkorren – maaswijdte 80-119mm

(*7)  

TR2= Demersale trawls – maaswijdte 70-99mm

(*8)  

BT2= Boomkorren – maaswijdte 80-119mm

(*9)  

TR2= Demersale trawls – maaswijdte 70-99mm

(67)  Gebieden van communautair belang zijn gebieden die door de Europese Commissie zijn vastgesteld, maar door de regering van het Verenigd Koninkrijk nog niet formeel zijn aangewezen als speciale beschermingszone.

(68)  Formeel advies over het gebied van Natural England en JNCC: http://jncc.defra.gov.uk/pdf/HHW_Reg%2035_Conservation%20Advice_v6.0.pdf

(69)  Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.

(70)  Beleidsdocument inzake visserij in Europese mariene zones: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/policy_and_delivery.pdf

(71)  Zie de matrix: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/populated_matrix3.xls

(72)  Brits Centrum voor milieu, visserij en aquacultuurwetenschap (CEFAS), evaluatie van matrix en ondersteunend bewijs: http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/cefas_matrix_review.pdf

(73)  Formele adviesbrief van Natural England, 2013.

(74)  NE-bufferadvies (ontwerp), april 2013. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Natural England.

(75)  Groenboek van het ministerie van Financiën (2003) https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/220541/green_book_complete.pdf

(76)  www.legislation.gov.uk/ukpga/2009/23/contents/enacted

(77)  Formeel advies van Natural England: www.naturalengland.org.uk/ourwork/marine/mpa/ems/submitted.

(78)  Zie de risicoaudit voor Sabellaria spinulosa: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/policy_and_delivery.pdf

(79)  Zie de risicoaudit voor Sabellaria spinulosa: www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/documents/ems_fisheries/policy_and_delivery.pdf

(80)  Opmerking: vanwege de beperkte geschiktheid van cijfers en satellietgegevens zijn schattingen binnen deze specifieke Europese mariene zone niet mogelijk.

(81)  http://www.marinemanagement.org.uk/about/documents/risk-based-enforcement.pdf

(82)  www.marinemanagement.org.uk/about/documents/compliance_enforcement.pdf

(83)  De schattingen van de handhavingskosten zijn vastgesteld op basis van het oorspronkelijke voorstel van het ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken voor een herziene aanpak.

(*10)  Voor de schatting is gebruikgemaakt van de effectbeoordeling-calculator (https://www.gov.uk/government/publications/impact-assessment-calculator–3) rekening houdend met een disconteringsvoet van 3,5 %, een beoordelingsperiode van 10 jaar en 2013 als basisjaar voor de koerswaarde en de contante waarde.

(84)  Rees, S.E., Attrill, M.J, Austen, M.C, Mangi, S.C., Rodwell, L.D. (2013). Een thematische kosten-batenanalyse van een mariene beschermingszone. Journal of Environment management, 114, blz. 476-485.

(85)  Chae, D., Wattage, P., Pascoe, S. (2012). Recreatieve baten van mariene beschermingszones: een reiskostenanalyse van Lundy. Tourism Management, 33, blz. 971-977.

(86)  http://www.marinemanagement.org.uk/protecting/conservation/ems-consultation.htm

(87)  WTECV: http://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/594796/2013_App+08+landings+by+rectangle+by+country.xlsx

(*11)  

BT2= Boomkorren – maaswijdte 80-119mm

(*12)  

TR2= Demersale trawls – maaswijdte 70-99mm