|
19.12.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 343/9 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1362/2013 VAN DE COMMISSIE
van 11 december 2013
tot vaststelling van de methoden voor sensorisch onderzoek naar niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee met het oog op de indeling in de gecombineerde nomenclatuur
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name artikel 9, lid 1, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In aanvullende aantekening 6 a) op hoofdstuk 2 van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is gevoegd wordt „niet-gekookt en niet-gebakken, gekruid vlees” gedefinieerd als „vlees, niet gekookt en niet gebakken dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid”. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat douaneautoriteiten een uniforme aanpak toepassen voor de indeling voor douanedoeleinden, dienen methoden te worden vastgesteld om te bepalen of niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee is gekruid in de zin van aanvullende aantekening 6 a) op hoofdstuk 2 van de gecombineerde nomenclatuur. |
|
(3) |
Uit studies van de Groep Europese douanelaboratoria komt naar voren dat de methoden om te bepalen of niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee al dan niet gekruid is, ten eerste uit een visueel onderzoek en ten tweede uit een smaaktest moeten bestaan. |
|
(4) |
De smaaktest wordt alleen uitgevoerd indien de visuele onderzoeksmethode geen uitsluitsel geeft. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De methoden om te bepalen of niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee is gekruid met het oog op de indeling in de gecombineerde nomenclatuur, worden in de bijlage vastgelegd.
Artikel 2
1. Het visuele onderzoek van het pluimveevlees wordt uitgevoerd aan de hand van de methode en onder de voorwaarden die in deel I van de bijlage zijn vermeld.
Het doel van het visuele onderzoek is om na te gaan of het pluimveevlees over de totale oppervlakte is gekruid en of met het blote oog waarneembaar is dat het vlees is gekruid.
2. Het proeven van het pluimveevlees geschiedt aan de hand van de methode en onder de voorwaarden die in deel II van de bijlage zijn vermeld.
Er zal alleen een smaaktest worden uitgevoerd als op basis van het visuele onderzoek niet is vastgesteld dat het monster over de totale oppervlakte is gekruid en dat met het blote oog waarneembaar is dat het vlees is gekruid.
Het doel van het proeven is om na te gaan of het pluimveevlees inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid en of duidelijk aan de smaak waarneembaar is dat het vlees is gekruid.
De voorbereidingen voor de smaaktest worden alleen uitgevoerd in ruimten die aan de in punt 2 van deel II van de bijlage vermelde minimale uitrustingsvereisten voldoen.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 11 december 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Algirdas ŠEMETA
Lid van de Commissie
BIJLAGE
DEEL I: VISUEEL ONDERZOEK VAN GEKRUID PLUIMVEEVLEES
1. Doelstelling en definitie
Het doel van deze methode is om na te gaan of niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee onder hoofdstuk 2 of hoofdstuk 16 van de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld omdat kan worden vastgesteld dat:
|
1. |
de totale oppervlakte van het monster is gekruid en |
|
2. |
met het blote oog waarneembaar is dat het vlees is gekruid. |
De methode bestaat uit een visueel onderzoek van één of meer monsters van niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee.
2. Voorbereiding van de monsters
Elk monster wordt uit een aangegeven partij genomen. Enkel een ongeopende originele verpakking wordt bemonsterd. Het monster kan in een doos worden verpakt of in luchtdicht verpakt kunststof.
Niet-gekookt en niet-gebakken vlees dat is bevroren, moet worden ontdooid (bijvoorbeeld in een koelkast op een lage temperatuur van 4 °C). Vloeistofverlies moet tot een minimum worden beperkt.
Relevante informatie over de verpakking en/of de monsters moet worden geregistreerd of gefotografeerd en worden opgenomen in het keuringsverslag waarnaar in punt 4 wordt verwezen.
3. Uitvoering van het visuele onderzoek
Het monster wordt visueel onderzocht nadat de verpakking is verwijderd.
Het monster wordt door ten minste twee beoordelaars onderzocht.
Bij het uitvoeren van het visuele onderzoek moeten de beoordelaars rekening houden met de volgende factoren:
|
a) |
niet elk deel van het oppervlakte van het monster hoeft in dezelfde mate te zijn gekruid; |
|
b) |
het ontbreken van kruiden op vouwen of plooien van de losgemaakte binnenste filet is onbelangrijk bij het bepalen of de totale oppervlakte is gekruid; |
|
c) |
de waarneming van witte peper is moeilijker dan die van zwarte peper; |
|
d) |
de waarneming van peper op een oppervlakte van licht gekleurd vlees (bijvoorbeeld vlees van de borst) is eenvoudiger dan de waarneming van peper op een oppervlakte van donker gekleurd vlees (bijvoorbeeld vlees van het dijbeen). |
4. Evaluatie van de resultaten
Alle beoordelaars moeten tot dezelfde conclusie komen met betrekking tot de vraag of de totale oppervlakte van het monster is gekruid en of met het blote oog waarneembaar is dat het vlees is gekruid.
Zij moeten het keuringsverslag over het visuele onderzoek naar niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee invullen. In aanhangsel 1 is het model van het keuringsverslag opgenomen.
Wanneer er geen gelijkluidende conclusie wordt getrokken door alle beoordelaars met betrekking tot een bepaald monster of wanneer alle beoordelaars concluderen dat niet de totale oppervlakte van het monster is gekruid of dat niet met het blote oog waarneembaar is dat het vlees is gekruid, moet het monster overeenkomstig deel II worden getest.
5. Verklarende foto's
De bijgevoegde foto's laten zien hoe de monsters moeten worden beoordeeld tijdens het visuele onderzoek.
Het zijn foto's van gepeperd pluimveevlees maar de uitleg eronder is ook van toepassing op andere specerijen.
Het woord „Top” op de foto's verwijst naar de buitenzijde van de borst van het pluimvee en het woord „Underside” verwijst naar de zijde van de borst van het pluimvee die blootligt als het vlees van het bot is gesneden.
Foto 1A
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 1B
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 2A
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 2B
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 3A
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 3B
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 4A
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 4B
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 5A
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 5B
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 6
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn op de totale oppervlakte van het monster aangebracht en met het blote oog waarneembaar.
Foto 7
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 8
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 9
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 10
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 11
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
Foto 12
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster.
Foto 13
Resultaat van het visuele onderzoek: de kruiden zijn met het blote oog waarneembaar maar NIET op de totale oppervlakte van het monster aangebracht.
DEEL II: HET PROEVEN VAN GEKRUID PLUIMVEEVLEES
1. Doelstelling en definitie
Het doel van deze methode is om na te gaan of niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee onder hoofdstuk 2 of hoofdstuk 16 van de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld omdat kan worden vastgesteld dat:
|
1. |
het pluimveevlees inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid en |
|
2. |
het duidelijk aan de smaak waarneembaar is dat het vlees is gekruid. |
De methode bestaat uit het proeven van één of meer monsters van het pluimveevlees nadat het is gegaard.
2. Benodigdheden in de testruimten
In de ruimten waarin de smaaktest wordt uitgevoerd, dient minimaal het volgende aanwezig te zijn:
|
— |
een magnetron, |
|
— |
snijplanken, |
|
— |
scherpe messen, |
|
— |
platte borden (bv. van polystyreen of aardewerk), geëtiketteerd met willekeurige driecijferige codes, |
|
— |
vorken om het te serveren, |
|
— |
een sonde (voedselthermometer), |
|
— |
wegwerphandschoenen. |
3. Bereiding van de monsters
Een monster bestaat uit een representatief deel van het pluimveevlees dat bestemd is voor consumptie.
Als er twijfel bestaat over een monster, bijvoorbeeld met betrekking tot de toevoeging van atypische bestanddelen of mogelijke biologische verontreiniging, moet een risicobeoordeling of een aan de test voorafgaande microbiologische analyse worden uitgevoerd.
Het monster moet volledig worden gegaard in een magnetron. Het monster moet tijdens het testen geschikt zijn voor menselijke consumptie.
Het monster moet een inwendige temperatuur van minstens 77 °C bereiken. De temperatuur wordt aan het eind van de kooktijd gecontroleerd met een sonde (voedselthermometer). Indien volgens de gebruiksaanwijzing van de magnetron een „wachttijd” is vereist, wordt de temperatuur gemeten nadat deze wachttijd is beëindigd. Door de wachttijd kan het vlees na het uitschakelen van het apparaat door de al gegenereerde warmte verder garen zolang de deur van de magnetron gesloten is.
De buitenzijde van het monster moet met een scherp mes worden verwijderd om het gegaarde vlees in het binnenste bloot te leggen. Er moet zorg voor worden gedragen het binnenste deel van het vlees niet met de buitenzijde te besmetten.
Het binnenste deel van het vlees wordt in stukjes van ongeveer 2 cm3 gesneden.
De monsters moeten minstens 10 minuten worden gekoeld.
De monsters worden aan de beoordelaars geserveerd op geëtiketteerde borden.
4. Uitvoering van de smaaktest
Tussen de vijf en acht gekwalificeerde en opgeleide beoordelaars krijgen één of meer monsters aangeboden. Er mogen niet meer dan vijf monsters in één sessie worden beoordeeld.
Tussen de aangeboden monsters moet genoeg tijd zitten of er moeten geschikte producten worden verstrekt (gebotteld water en ongezouten crackers) om de smaak te neutraliseren.
De beoordelaars moeten bij de beoordeling zo min mogelijk worden afgeleid.
De beoordelaars moeten het monster proeven en een objectieve beschrijving geven van de belangrijkste smaak, de nasmaak en het mondgevoel van het monster.
De beoordelaars moeten de volgende twee formulieren invullen:
|
e) |
een formulier voor de vastlegging van de kenmerken voor douanetesten van pluimveeproducten en |
|
f) |
een formulier voor de vrije omschrijving van de verzamelde gegevens voor douanetesten van pluimveeproducten. |
In de aanhangsels 2 en 3 zijn van ieder model formulieren opgenomen.
Op het formulier om de kenmerken vast te stellen, beschrijft elke beoordelaar afzonderlijk op een schaal van 1 tot 3 de intensiteit van elk kenmerk waarbij uitsluitend de woorden „GERING” (1), „DUIDELIJK WAARNEEMBAAR” (2) en „STERK” (3) worden gebruikt.
De belangrijkste omschrijvingen van de beoordelaars worden opgenomen in het formulier dat een vrije beschrijving van de verzamelde gegevens biedt, waarbij voor elk monster het aantal beoordelaars wordt aangegeven dat deze beschrijving heeft gebruikt.
De intensiteit of de sterkte van de kenmerken wordt eveneens vermeld in het formulier voor de vrije omschrijving van de verzamelde gegevens.
Wanneer verschillende beoordelaars verschillende begrippen gebruiken die dezelfde betekenis hebben, zoals „vettig” of „vetachtig”, worden zij geacht dezelfde begrippen te hebben gebruikt.
De resultaten voor toegevoegde aroma’s of specerijen (bijvoorbeeld „zuur”, „zoet”, „heet”, „pikant”, „peper”, „knoflook” enz.) moeten in het formulier voor de vrije omschrijving van de verzamelde gegevens worden ingevuld.
5. Evaluatie van de resultaten
Indien ten minste de helft van de beoordelaars op het formulier om de kenmerken vast te stellen en op het formulier voor de vrije omschrijving van de verzamelde gegevens overeenkomstig punt 4 heeft aangegeven toegevoegde aroma's of kruiden te hebben geproefd op ten minste schaal 2 („DUIDELIJK WAARNEEMBAAR”), dan wordt het monster geacht voor de smaak duidelijk waarneembaar te zijn gekruid.
De formulieren moeten alle details over de monsters, hun (voor)bereiding en de gevolgde procedure(s) om tot de verkregen resultaten te komen en deze te interpreteren, volledig weergeven.
Aanhangsel 1
Keuringsverslag over het visuele onderzoek naar niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee
Datum: …
|
|
Code … |
Code … |
Code … |
Code … |
Code … |
|
Het product is over de totale oppervlakte gekruid |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
|
Het is met het blote oog waarneembaar dat het product is gekruid |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
JA/NEEN |
|
Relevante informatie |
|
|
|
|
|
Aanhangsel 2
Formulier voor de vaststelling van de kenmerken voor de douanetesten van pluimveeproducten
Naam: … Datum: … Product: …
|
Code |
Smaak / Nasmaak / Mondgevoel |
Intensiteit |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Schaal
|
1 |
2 |
3 |
|
GERING |
DUIDELIJK WAARNEEMBAAR |
STERK |
Aanhangsel 3
Formulier voor de vrije omschrijving van de verzamelde gegevens voor douanetesten van pluimveeproducten
Datum: …
|
|
Code |
1 |
2 |
3 |
Code |
1 |
2 |
3 |
Code |
1 |
2 |
3 |
|
Genoemde kenmerken voor: Smaak / Nasmaak / Mondgevoel |
|
Gering |
Duidelijk waarneembaar |
Sterk |
|
Gering |
Duidelijk waarneembaar |
Sterk |
|
Gering |
Duidelijk waarneembaar |
Sterk |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Opgesteld door: … Gecontroleerd door: …
Vul in de kolommen 1, 2 en 3 het aantal beoordelaars in dat het kenmerk heeft vastgesteld.