|
3.12.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 322/23 |
VERORDENING (EU) Nr. 1236/2013 VAN DE COMMISSIE
van 2 december 2013
betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem „rollend materieel — goederenwagens” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 321/2013
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem binnen de Gemeenschap (1), met name artikel 6, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 12 van Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (2) dient het Europees Spoorwegbureau (hierna: „het Bureau”) toe te zien op de aanpassing van de technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI’s) aan de technische vooruitgang, marktontwikkelingen en maatschappelijke eisen en de Commissie de voorstellen te doen voor aanpassingen van TSI’s die het noodzakelijk acht. |
|
(2) |
Bij Beschikking C(2007)3371 van 13 juli 2007 heeft de Commissie het Bureau een kadermandaat gegeven om bepaalde werkzaamheden uit te voeren op grond van Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem (3) en Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (4). Op grond van dat kadermandaat heeft het Bureau de opdracht gekregen de TSI goederenwagens te herzien. |
|
(3) |
Op 25 maart 2013 heeft het Bureau een aanbeveling gepubliceerd betreffende aanpassingen aan de TSI voor goederenwagens (ERA/REC/01-2013/INT). |
|
(4) |
Derhalve moet Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie van 13 maart 2013 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem „rollend materieel - goederenwagens” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (5) worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 321/2013 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 8, lid 4, wordt vervangen door: „4. Na een overgangsperiode van een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening is voor nieuw geproduceerde interoperabiliteitsonderdelen van „sluitseinen” een EG-verklaring van conformiteit vereist.”. |
|
2) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 2 december 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1.
(2) PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1.
(3) PB L 235 van 17.9.1996, blz. 6.
BIJLAGE
De bijlage bij Verordening (EU) nr. 321/2013 (TSI WAG) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt 1.2 „Geografisch toepassingsgebied” wordt vervangen door: „Het geografisch toepassingsgebied van deze TSI is het netwerk van het volledige spoorwegsysteem, bestaande uit:
en met uitzondering van de gevallen als bedoeld in artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2008/57/EG.”. |
|
2) |
In punt 4.2.3.5.2 „Rijdynamicagedrag” wordt de vierde alinea vervangen door: „Het rijdynamicagedrag mag worden beoordeeld op het niveau van het interoperabiliteitsonderdeel overeenkomstig punt 6.1.2.1. In dit geval is geen specifieke test of simulatie op het niveau van het subsysteem vereist.”. |
|
3) |
In punt 4.2.3.6.1 „Constructieontwerp van draaistelframe” wordt de tweede alinea vervangen door: „De integriteit van de constructie van een draaistelframe mag worden beoordeeld op het niveau van het interoperabiliteitsonderdeel overeenkomstig punt 6.1.2.1. In dit geval is geen specifieke test of simulatie op het niveau van het subsysteem vereist.”. |
|
4) |
In punt 4.2.4.3.2.1 „Dienstrem”
|
|
5) |
In punt 4.2.4.3.2.2 „Parkeerrem” wordt de tekst van de tweede alinea, derde streepje, vervangen door:
|
|
6) |
In punt 4.2.4.3.3 „Warmtecapaciteit” wordt de tweede alinea vervangen door: „De warmtebelasting die de eenheid kan weerstaan zonder verlies van remwerking door thermische of mechanische effecten moet worden gedefinieerd en uitgedrukt in snelheid, aslast, helling en remafstand.”. |
|
7) |
In punt 4.2.4.3.4 „Antiblokkeerinrichting” wordt de tekst van de vierde alinea vervangen door: „De volgende typen eenheden moeten worden uitgerust met een antiblokkeerinrichting:
|
|
8) |
Punt 4.2.6.3 „Bevestigingsinrichtingen voor sluitseinen” wordt vervangen door: „Op alle eenheden die zijn ontworpen om een sluitsein te ontvangen moet in elk van twee inrichtingen aan het eind van de eenheid een lamp of reflecterende plaat als beschreven in bijlage E worden geïnstalleerd op dezelfde hoogte boven het spoor en niet hoger dan 2 000 mm. De afmetingen van en tussenruimte tussen deze bevestigingsinrichtingen moeten overeenstemmen met de beschrijving in hoofdstuk 1 van het technisch document ERA/TD/2012-04/INT, versie 1.2 van 18 januari 2013, van het Bureau; zie de website van het Bureau (http://www.era.europa.eu).”. |
|
9) |
In punt 4.3.3 „Interface met het subsysteem besturing en seingeving” wordt tabel 7 „Interface met het subsysteem „besturing en seingeving” vervangen door de volgende tabel:
|
|
10) |
In punt 4.4 „Bedrijfsvoorschriften” wordt de derde alinea, eerste streepje, vervangen door:
|
|
11) |
In punt 4.7 „Gezondheids- en veiligheidsomstandigheden” wordt de eerste alinea vervangen door: „De bepalingen inzake gezondheid en veiligheid van personeel die zijn vereist voor de exploitatie en het onderhoud van eenheden worden behandeld in de essentiële eisen 1.1.5, 1.3.1, 1.3.2, 2.5.1 en 2.6.1 van bijlage III bij Richtlijn 2008/57/EG.”. |
|
12) |
Punt 4.8 „In het technisch dossier vast te leggen parameters” wordt als volgt gewijzigd:
|
|
13) |
In punt 6.1.2.1 „Loopwerk” wordt de eerste alinea vervangen door: „Het aantonen van de conformiteit van het loopwerk wordt uiteengezet in hoofdstuk 2 van het technisch document ERA/TD/2013/01/INT, versie 1.0 van 11 februari 2013, van het Bureau; zie de website van het Bureau (http://www.era.europa.eu);”. |
|
14) |
In punt 6.1.2.3 „Wiel” wordt de tekst onder b), tweede alinea vervangen door: „Er moet een controleprocedure bestaan om te voorkomen dat defecten tijdens de productiefase de veiligheid negatief beïnvloeden vanwege veranderingen in de mechanische eigenschappen van de wielen. De treksterkte van het materiaal in het wiel, de hardheid van de wielflens, de breuktaaiheid (alleen voor op het loopvlak remmende wielen), de schokbestendigheid, de eigenschappen van het materiaal en de mate van zuiverheid van het materiaal moeten worden gecontroleerd. In de controleprocedure moet voor elke te controleren eigenschap worden vermeld welke partijbemonstering is gebruikt.”. |
|
15) |
De tekst van punt 6.1.2.4 „As” wordt vervangen door: „In aanvulling op de bovenstaande eis inzake de montage, dient conformiteit met de eisen inzake de mechanische weerstands- en vermoeidheidskarakteristieken van de as te worden aangetoond op basis van de punten 4, 5 en 6 van EN 13103:2009 + A2:2012. De beslissingscriteria voor de toegestane spanning zijn gegeven in punt 7 van EN13103:2009 + A2:2012. Er moet een controleprocedure bestaan om te voorkomen dat defecten tijdens de productiefase de veiligheid negatief beïnvloeden door veranderingen in de mechanische eigenschappen van de assen. De treksterkte van het materiaal in de as, de schokbestendigheid, de integriteit van het oppervlak, de eigenschappen van het materiaal en de mate van zuiverheid van het materiaal moeten worden gecontroleerd. In de controleprocedure moet voor elke te controleren eigenschap worden vermeld welke partijbemonstering is gebruikt.”. |
|
16) |
In punt 6.2.2.3 „Rijdynamicagedrag” wordt de vierde alinea vervangen door: „Wanneer een proef op het spoor met een normale meetmethode is vereist, moet de eenheid worden getoetst aan de waarden in de punten 1.2 en 1.3 van het technisch document ERA/TD/2013/01/INT versie 1.0 van 11 februari 2013, dat op de website van het Bureau staat (http://www.era.europa.eu).”. |
|
17) |
In punt 6.2.2.5 „Loopwerk voor handmatige omstelling van wielstellen” wordt de tekst onder „omstelling tussen spoorwijdten van 1 435 en 1 668 mm” vervangen door: „De technische oplossingen die worden beschreven in de volgende figuren van UIC-fiche 430-1:2012 worden geacht te voldoen aan de eisen van punt 4.2.3.6.7:
|
|
18) |
De titel van punt 6.3 wordt vervangen door „Subsysteem met componenten die overeenstemmen met interoperabiliteitsonderdelen waarvoor geen EG-verklaring beschikbaar is” en de eerste alinea wordt vervangen door: „Een aangemelde instantie mag een EG-keuringsverklaring afgeven voor een subsysteem, ook als voor één of meerdere componenten die overeenstemmen met interoperabiliteitsonderdelen die er deel van uitmaken geen EG-verklaring van conformiteit overeenkomstig deze TSI is afgegeven (niet-gecertificeerde interoperabiliteitsonderdelen), indien die onderdelen νόόr de inwerkingtreding van deze TSI zijn vervaardigd en het type onderdeel:
|
|
19) |
In punt 6.5 „Interoperabiliteitsonderdelen met een EG-verklaring van conformiteit” wordt de tekst onder b) als volgt vervangen: „Op grond van deze TSI blijven de EG-certficaten van overeenstemming, certificaten van EG-typeonderzoek en certificaten van EG-ontwerponderzoek van de volgende interoperabiliteitsonderdelen geldig tot hun vervaldag:
|
|
20) |
Aanhangsel B „Specifieke procedures voor rijdynamica” wordt vervangen door: „Aanhangsel B Niet gebruikt.” |
|
21) |
Aanhangsel C „Aanvullende facultatieve voorschriften” wordt als volgt gewijzigd:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
22) |
Aanhangsel D „Normen of normatieve documenten waarnaar in deze TSI wordt verwezen” wordt als volgt gewijzigd:
|
(*1) PB L 264 van 8.10.2011, blz. 32.”.”
(*2) Alleen voor lastdrukrem met twee fasen (omstellingsopdracht) en P10 (gietijzeren blokken met 10 ‰ fosfor)- of LL-remblokken.
(1)
(2) Een eenheid „S1” is een eenheid met leeg/belasting installatie. De maximumbelasting per as is 22,5 t.
(3) Een eenheid „S2” is een eenheid met een variabele belastingrelais. De maximumbelasting per as is 22,5 t.
(4) Een eenheid „SS” moet worden uitgerust met een variabele belastingrelais. De maximumbelasting per as is 22,5 t.
(5) De maximaal toegestane gemiddelde vertragingskracht (voor een rijsnelheid van 100 km/h) is
(6) De maximaal toegestane gemiddelde vertragingskracht (voor een rijsnelheid van 100 km/h) is
(7) De maximaal toegestane gemiddelde vertragingskracht (voor een rijsnelheid van 120 km/h) is
(8) λ mag niet hoger zijn dan 125 %, waarbij voor remmen alleen op wielen (remblokken) de maximaal toegestane vertragingskracht van 16 kN/as (voor een rijsnelheid van 120 km/h) in acht moet worden genomen.
(9) Omstelling overeenkomstig EN 15624:2008 + A1:2010.
(10) Variabele belastingrelais overeenkomstig EN 15611:2008 + A1:2010 in combinatie met een variabel lastafhankelijk ventiel overeenkomstig EN 15625:2008 + A1:2010.”.