|
30.7.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 203/6 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 730/2013 VAN DE COMMISSIE
van 29 juli 2013
houdende enige uitvoeringsbepalingen inzake de boekhoudingen voor de constatering van de inkomens in de landbouwbedrijven
(codificatie)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1217/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Gemeenschap (1), en met name artikel 7, lid 2, en artikel 10, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EEG) nr. 1915/83 van de Commissie van 13 juli 1983 houdende enige uitvoeringsbepalingen inzake de boekhoudingen voor de constatering van de inkomens in de landbouwbedrijven (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van die verordening te worden overgegaan. |
|
(2) |
Tussen de door de lidstaat aangewezen bevoegde instantie en de bureaus voor bedrijfsboekhouding die geen deel uitmaken van een overheidsdienst, dient een overeenkomst te worden gesloten waarbij het bureau voor bedrijfsboekhouding zich ertoe verbindt bij de vervulling van zijn taak de voorschriften van de Unie in acht te nemen. Deze overeenkomst moet met name bepalingen bevatten waarin naar deze voorschriften van de Unie wordt verwezen. |
|
(3) |
Om de uitkomsten van het informatienet ieder jaar te kunnen voorleggen binnen een niet te lange tijd nadat de eerste bedrijfsformulieren aan de Commissie zijn toegezonden, moet de periode van het jaar waarin het boekjaar kan eindigen, worden beperkt. |
|
(4) |
Om budgettaire redenen en ter vergemakkelijking van het financiële beheer dient het aantal bedrijfsformulieren per lidstaat waarvoor moet worden betaald, te worden beperkt tot ten hoogste het in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1291/2009 van de Commissie van 18 december 2009 betreffende de keuze van de bedrijven met boekhouding voor de constatering van de inkomens van de landbouwbedrijven (4) vermelde aantal. Voor lidstaten met meer dan één streek dient ten aanzien van het aantal voor betaling in aanmerking komende bedrijfsformulieren per streek enige flexibiliteit te worden toegestaan binnen het maximumaantal bedrijven met boekhouding per lidstaat zoals vastgesteld in die bijlage. |
|
(5) |
In het geval dat het aantal tijdig ingediende naar behoren ingevulde bedrijfsformulieren per streek of per lidstaat minder bedraagt dan 80 % van het voor de betrokken streek of lidstaat vastgestelde aantal, dient de forfaitaire vergoeding voor de bedrijfsformulieren uit die streek of lidstaat te worden verlaagd. |
|
(6) |
Voor de inzending van de bedrijfsformulieren moet een zodanige tijd worden ingesteld dat de bureaus voor bedrijfsboekhouding, de verbindingsorganen en de Commissie hun taak kunnen vervullen. |
|
(7) |
De termijn voor de inzending van de bedrijfsformulieren kan het beste worden aangegeven door te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarop zij betrekking hebben. |
|
(8) |
Om te kunnen spreken van naar behoren ingevulde bedrijfsformulieren, dienen deze met de feiten overeenkomende gegevens te bevatten die zijn bepaald en weergegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 868/2008 van de Commissie van 3 september 2008 betreffende het bedrijfsformulier dat moet worden gebruikt met het oog op de constatering van de inkomens in de landbouwbedrijven en de bedrijfseconomische analyse van die bedrijven (5). |
|
(9) |
De ten laste van de Commissie komende forfaitaire vergoeding moet worden overgemaakt voor de naar behoren ingevulde en binnen de gestelde termijn toegezonden bedrijfsformulieren. |
|
(10) |
Deze vergoeding moet periodiek worden herzien in verband met de stijging van het kostenpeil en de weerslag daarvan op de kosten van het invullen van het bedrijfsformulier. |
|
(11) |
Voor een goede spreiding in de tijd van de financiële verrichtingen die verband houden met de toekenning van de forfaitaire vergoeding, is het wenselijk een voorschot uit te keren. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Gemeenschappelijk Comité van het informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De overeenkomsten bedoeld in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1217/2009 behelzen ten minste de in bijlage I bij de onderhavige verordening opgenomen clausules.
Artikel 2
Het boekjaar van twaalf opeenvolgende maanden als bedoeld in bijlage II, deel I, onder a), van Verordening (EG) nr. 868/2008 eindigt in de periode van 31 december tot en met 30 juni.
Artikel 3
Het verbindingsorgaan zendt alle bedrijfsformulieren in de in Verordening (EG) nr. 868/2008 voorgeschreven vorm aan de Commissie.
De bedrijfsformulieren worden uiterlijk twaalf maanden na het einde van het boekjaar waarop zij betrekking hebben, toegezonden.
Een bedrijfsformulier wordt geacht aan de Commissie te zijn toegezonden wanneer het verbindingsorgaan, nadat de gegevens zijn ingevoerd in het systeem voor levering en beheer van gegevens van de Commissie en nadat de daaropvolgende computercontroles zijn verricht, bevestigt dat de gegevens in de databank van de Commissie kunnen worden ingevoerd.
Artikel 4
Het bedrijfsformulier is naar behoren ingevuld wanneer zijn inhoud overeenkomt met de feiten en de erin vervatte boekhoudkundige gegevens zijn bepaald en weergegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 868/2008.
Artikel 5
1. De Commissie betaalt de lidstaten een forfaitaire vergoeding voor elk naar behoren ingevuld bedrijfsformulier dat binnen de in artikel 3 gestelde termijn aan haar is toegezonden.
2. Het totale aantal naar behoren ingevulde en ingediende bedrijfsformulieren dat per lidstaat voor de forfaitaire vergoeding in aanmerking komt, bedraagt niet meer dan het totale aantal bedrijven met boekhouding dat voor die lidstaat is vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1291/2009.
Voor lidstaten met meer dan één streek kan het aantal naar behoren ingevulde en ingediende bedrijfsformulieren dat per streek voor de forfaitaire vergoeding in aanmerking komt, maximaal 20 % hoger zijn dan het voor de betrokken streek vastgestelde aantal, mits het totale aantal naar behoren ingevulde en ingediende bedrijfsformulieren van de betrokken lidstaat niet hoger is dan het totale aantal dat in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1291/2009 voor die lidstaat is vastgesteld.
Indien het aantal naar behoren ingevulde en ingediende bedrijfsformulieren voor een streek of lidstaat minder bedraagt dan 80 % van het aantal bedrijven met boekhouding dat voor die streek of lidstaat is vastgesteld, wordt de forfaitaire vergoeding voor de bedrijfsformulieren uit die streek of lidstaat verlaagd met 20 %.
Indien de bovenbedoelde onderschrijding tegelijk een streek en de lidstaat als geheel betreft, wordt de verlaging alleen op nationaal niveau toegepast.
3. De forfaitaire vergoeding wordt uitbetaald in twee gedeelten:
|
a) |
een voorschot ten belope van 50 % van de vergoeding, wordt aan het begin van het boekjaar van elke lidstaat uitgekeerd voor het in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1291/2009 vastgestelde aantal bedrijven met boekhouding; |
|
b) |
het saldo, dat wordt berekend door de vergoeding te vermenigvuldigen met het aantal naar behoren ingevulde en aan de Commissie toegezonden bedrijfsformulieren onder aftrek van het onder a) bedoelde voorschot, wordt uitgekeerd binnen zes maanden te rekenen vanaf de dag waarop de Commissie de bedrijfsformulieren heeft ontvangen. |
4. Het bedrag van de forfaitaire vergoeding wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1217/2009 bedoelde procedure.
Artikel 6
Verordening (EEG) nr. 1915/83 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 juli 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 328 van 15.12.2009, blz. 27.
(2) PB L 190 van 14.7.1983, blz. 25.
(3) Zie bijlage II.
BIJLAGE I
Bepalingen van de overeenkomst bedoeld in artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1217/2009
De overeenkomsten die worden gesloten tussen de door de lidstaat aangewezen bevoegde instantie en elk overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1217/2009 gekozen bureau voor bedrijfsboekhouding dat geen deel uitmaakt van een overheidsdienst, bevatten ten minste en op expliciete wijze de volgende clausules:
|
— |
de verbintenis van het bureau voor bedrijfsboekhouding om de bedrijfsformulieren overeenkomstig de voorschriften van de Unie in te vullen; |
|
— |
de verbintenis van het bureau voor bedrijfsboekhouding om de bedrijfsformulieren binnen zodanige termijnen te verzenden dat de voorschriften van de Unie in acht kunnen worden genomen; |
|
— |
de verbintenis van het bureau voor bedrijfsboekhouding om aan het verbindingsorgaan alle gegevens te verstrekken die dat orgaan vraagt met betrekking tot de vervulling van de taken van het bureau; |
|
— |
de verbintenis van het bureau voor bedrijfsboekhouding om zich te houden aan het verbod op de verspreiding van verzamelde individuele boekhoudkundige gegevens en van alle andere individuele inlichtingen waarvan het bij de uitoefening van zijn taken met betrekking tot het informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen kennis heeft gekregen, alsmede de verbintenis om zijn bij deze taken betrokken werknemers aan dezelfde verplichtingen te onderwerpen en alle daartoe vereiste maatregelen te nemen. |
BIJLAGE II
Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
|
Verordening (EEG) nr. 1915/83 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 1388/2004 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 2204/2004 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 1192/2005 van de Commissie |
BIJLAGE III
Concordantietabel
|
Verordening (EEG) nr. 1915/83 |
De onderhavige verordening |
|
Artikelen 1 en 2 |
Artikelen 1 en 2 |
|
Artikel 3, eerste alinea |
Artikel 3, eerste alinea |
|
Artikel 3, tweede alinea |
— |
|
Artikel 3, derde alinea |
Artikel 3, tweede alinea |
|
Artikel 3, vierde alinea |
Artikel 3, derde alinea |
|
Artikel 4, aanhef |
Artikel 4 |
|
Artikel 4, eerste streepje |
Artikel 4 |
|
Artikel 4, tweede streepje |
Artikel 4 |
|
Artikel 5, lid 1 |
Artikel 5, lid 1 |
|
Artikel 5, lid 1 bis, eerste en tweede alinea |
Artikel 5, lid 2, eerste en tweede alinea |
|
Artikel 5, lid 1 bis, derde alinea, aanhef |
Artikel 5, lid 2, derde alinea |
|
Artikel 5, lid 1 bis, derde alinea, eerste en tweede streepje |
— |
|
Artikel 5, lid 1 bis, vierde alinea |
Artikel 5, lid 2, vierde alinea |
|
Artikel 5, lid 1 bis, vijfde alinea |
— |
|
Artikel 5, lid 2, aanhef |
Artikel 5, lid 3, aanhef |
|
Artikel 5, lid 2, eerste streepje |
Artikel 5, lid 3, onder a) |
|
Artikel 5, lid 2, tweede streepje |
Artikel 5, lid 3, onder b) |
|
Artikel 5, lid 3 |
Artikel 5, lid 4 |
|
— |
Artikel 6 |
|
Artikel 6, eerste alinea |
Artikel 7 |
|
Artikel 6, tweede en derde alinea |
— |
|
Bijlage |
Bijlage I |
|
— |
Bijlage II |
|
— |
Bijlage III |