|
11.4.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 102/13 |
VERORDENING (EU) Nr. 330/2013 VAN DE COMMISSIE
van 10 april 2013
tot onderwerping van de invoer van biodiesel van oorsprong uit Argentinië en Indonesië aan registratie
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1) („de basisverordening”), en met name artikel 16, lid 4, en artikel 24, lid 5,
Na overleg in het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 10 november 2012 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) („bericht van inleiding”) de inleiding van een antisubsidieprocedure bekendgemaakt betreffende de invoer van biodiesel van oorsprong uit Argentinië en Indonesië („de betrokken landen”) naar aanleiding van een klacht die op 26 september 2012 door de European Biodiesel Board („de klager”) was ingediend namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie van biodiesel in de Unie voor hun rekening nemen. |
A. BETROKKEN PRODUCT
|
(2) |
Deze registratie heeft betrekking op hetzelfde product als het product dat werd omschreven in het bericht van inleiding, d.w.z. door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasoliën van niet-fossiele oorsprong, in zuivere vorm of in mengsels, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 1516 20 98 , ex 1518 00 91 , ex 1518 00 95 , ex 1518 00 99 , ex 2710 19 43 , ex 2710 19 46 , ex 2710 19 47 , 2710 20 11 , 2710 20 15 , 2710 20 17 , ex 3824 90 97 , 3826 00 10 en ex 3826 00 90 , van oorsprong uit Argentinië en Indonesië. |
B. VERZOEK
|
(3) |
Na de bekendmaking van het bericht van inleiding verzocht de klager in december 2012 om registratie van de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening, zodat op deze invoer vanaf de datum van registratie achteraf maatregelen kunnen worden genomen. |
C. REDENEN VOOR DE REGISTRATIE
|
(4) |
Volgens artikel 24, lid 5, van de basisverordening kan de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat op deze invoer vanaf de datum van registratie achteraf maatregelen kunnen worden genomen. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Unie ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. |
|
(5) |
De klager voerde aan dat registratie gerechtvaardigd is, aangezien het betrokken product met subsidiëring werd verkocht en de schade voor de bedrijfstak van de Unie, die moeilijk te herstellen is, werd veroorzaakt door een zeer sterke toename van invoer met subsidiëring in vrij korte tijd. |
|
(6) |
De Commissie beschikt over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de invoer van het betrokken product uit de betrokken landen gesubsidieerd wordt. In de antisubsidieklacht heeft de bedrijfstak van de Unie bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat het betrokken product in zowel Argentinië als Indonesië gesubsidieerd wordt door middel van een systeem van gedifferentieerde uitvoerheffingen. In beide betrokken landen worden uitvoerrechten geheven op de grondstof, tegen tarieven die hoger zijn dan de rechten die op de uitvoer van biodiesel worden geheven. Deze benadering verplicht de producenten van grondstoffen tot verkoop op de binnenlandse markt, waardoor de prijzen dalen en de kosten van de biodieselproducenten kunstmatig worden verlaagd. Het bewijsmateriaal van de klacht wijst er in dit stadium in voldoende mate op dat de betrokken exporteurs gesubsidieerd worden voor de uitvoer van biodiesel. |
|
(7) |
Wat de schade betreft, beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de subsidiëring van de producenten-exporteurs aanmerkelijke schade berokkent aan de bedrijfstak van de Unie, hetgeen moeilijk te herstellen zal zijn. Dat bewijsmateriaal bestaat uit gedetailleerde gegevens die zijn opgenomen in de antisubsidieklacht en het verzoek om registratie en wordt bevestigd door informatie van de bedrijfstak en uit openbare bronnen betreffende de in artikel 8, lid 5, van de basisverordening genoemde belangrijkste schadefactoren. |
|
(8) |
Het verzoek bevat daarnaast voldoende bewijsmateriaal van kritieke omstandigheden voor het desbetreffende gesubsidieerde product door massale invoer met tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidiëring in een relatief korte periode moeilijk goed te maken schade wordt veroorzaakt. Bewijzen van dergelijke omstandigheden vormen onder meer de snelle verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(9) |
De omvang van de invoer van biodiesel uit Argentinië en Indonesië bereikt een hoogtepunt in de lente en de zomer aangezien bij lage temperaturen het gebruik van deze producten door de fysische en chemische eigenschappen ervan beperkt is. Met het oog op de inleiding van de huidige procedure is het waarschijnlijk dat de producenten-exporteurs vóór de goedkeuring van voorlopige maatregelen overeenkomsten zullen sluiten met EU-importeurs voor de verkoop van grotere hoeveelheden biodiesel en dat de importeurs snel voorraden zullen aanleggen. De periode voorafgaand aan de inleiding vertoonde ook een sterke toename van de invoer. |
|
(10) |
Gezien het bovenstaande kan het nodig zijn, teneinde herhaling van dergelijke schade te voorkomen, op deze invoer met terugwerkende kracht compenserende rechten in te stellen. |
D. PROCEDURE
|
(11) |
Gezien bovenstaande overwegingen heeft de Commissie geconcludeerd dat de klager voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om registratie van de invoer van het betrokken product overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening te rechtvaardigen. |
|
(12) |
Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. |
E. REGISTRATIE
|
(13) |
Overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening moet de invoer van het betrokken product worden geregistreerd zodat, indien het onderzoek leidt tot de instelling van antisubsidierechten, deze rechten kunnen overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen met terugwerkende kracht worden geheven indien aan de nodige voorwaarden is voldaan. |
|
(14) |
Eventuele toekomstige rechten zullen voortvloeien uit de bevindingen van het antisubsidieonderzoek. Volgens de beweringen in de klacht waarin om de opening van een onderzoek wordt verzocht, bedragen de subsidiemarges 18 % voor Indonesië en 30 % voor Argentinië en bedragen de schademarges tussen 28,5 % en 29,5 % voor Argentinië en tussen 35,5 % en 37,5 % voor Indonesië. |
|
(15) |
Om ervoor te zorgen dat de registratie voldoende effectief is om op een latere datum met terugwerkende kracht een antisubsidierecht te kunnen heffen, moet de aangever op het douaneaangifteformulier het aandeel, in gewichtspercenten, van het totale gehalte aan door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasoliën van niet-fossiele oorsprong in mengsels (biodieselinhoud) vermelden. |
F. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(16) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Overeenkomstig artikel 24, lid 5, van Verordening (EG) nr. 597/2009 zullen de douaneautoriteiten passende maatregelen nemen om de invoer in de Unie te registreren van door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasoliën van niet-fossiele oorsprong, in zuivere vorm of in mengsels, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 1516 20 98 (Taric-codes 1516 20 98 21, 1516 20 98 29 en 1516 20 98 30), ex 1518 00 91 (Taric-codes 1518 00 91 21, 1518 00 91 29 en 1518 00 91 30), ex 1518 00 95 (Taric-code 1518 00 95 10), ex 1518 00 99 (Taric-codes 1518 00 99 21, 1518 00 99 29 en 1518 00 99 30), ex 2710 19 43 (Taric-codes 2710 19 43 21, 2710 19 43 29 en 2710 19 43 30), ex 2710 19 46 (Taric-codes 2710 19 46 21, 2710 19 46 29 en 2710 19 46 30), ex 2710 19 47 (Taric-codes 2710 19 47 21, 2710 19 47 29 en 2710 19 47 30), 2710 20 11 , 2710 20 15 , 2710 20 17 , ex 3824 90 97 (Taric-codes 3824 90 97 01, 3824 90 97 03 en 3824 90 97 04), 3826 00 10 en ex 3826 00 90 (Taric-codes 3826 00 90 11, 3826 00 90 19 en 3826 00 90 30), van oorsprong uit Argentinië en Indonesië. De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
De aangever vermeldt op het douaneaangifteformulier het aandeel, in gewichtspercenten, van het totale gehalte aan door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasoliën van niet-fossiele oorsprong in het mengsel (biodieselinhoud) vermelden.
2. Belanghebbenden wordt verzocht uiterlijk 20 dagen na de bekendmaking van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken, bewijsmateriaal te verstrekken of te verzoeken te worden gehoord.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 april 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.