13.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 302/53


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2013

tot goedkeuring van een programma voor preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza in een bedrijf dat wilde eenden houdt in Portugal en van een aantal bepalingen inzake de verplaatsingen en producten daarvan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 7310)

(Slechts de tekst in de Portugese taal is authentiek)

(2013/651/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (1), en met name artikel 57, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2005/94/EG bepaalt dat de lidstaten erop moeten toezien dat vaccinatie tegen aviaire influenza op hun grondgebied verboden is, behalve wanneer noodvaccinatie of preventieve vaccinatie wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden in de desbetreffende afdelingen van hoofdstuk IX van die richtlijn.

(2)

Op grond van hoofdstuk IX, afdeling 3, van Richtlijn 2005/94/EG kunnen de lidstaten als langetermijnmaatregel ter bestrijding van die ziekte preventieve vaccinatie van pluimvee uitvoeren indien zij menen dat uit een risicobeoordeling blijkt dat bepaalde delen van hun grondgebied, bepaalde soorten pluimveehouderij of bepaalde categorieën pluimvee aan het risico van aviaire influenza blootstaan.

(3)

Volgens artikel 52, lid 1, onder c), moeten de lidstaten er bovendien op toezien dat vaccins tegen aviaire influenza die worden gebruikt voor de vaccinatie van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels zijn toegestaan bij Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) of Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(4)

Naar aanleiding van uitbraken van laagpathogene aviaire influenza in 2007 en 2008 op bepaalde pluimveehouderijen in het midden en westen van Portugal, met name op bedrijven die pluimvee houden dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, werd krachtens Beschikking 2008/285/EG van de Commissie (4) een noodvaccinatieprogramma uitgevoerd, waardoor de ziekte met succes is uitgeroeid.

(5)

Uit de resultaten van een risicobeoordeling blijkt echter dat waardevolle wilde fokeenden die worden gehouden op een bedrijf in Vila Nova da Barquinha in de regio Lisboa e Vale do Tejo, Ribatejo Norte, nog steeds aan gevaar van besmetting met aviaire influenza blootstaan vanwege een mogelijk indirect contact met wilde vogels.

(6)

Portugal heeft daarom een programma voor preventieve vaccinatie tegen aviaire influenza ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd, dat bij wijze van langetermijnmaatregel, tot en met 31 juli 2009, zou worden uitgevoerd. Het programma werd goedgekeurd bij Beschikking 2008/838/EG van de Commissie (5). Verdere door Portugal ingediende programma’s voor preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza werden goedgekeurd bij Besluit 2010/189/EU van de Commissie (6) en Uitvoeringsbesluit 2012/110/EU van de Commissie (7).

(7)

Portugal heeft het bij Uitvoeringsbesluit 2012/110/EU goedgekeurde programma voor preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza tot en met 31 juli 2013 uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 8 van dat besluit heeft Portugal een verslag over de uitvoering van het programma ingediend bij het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Uit dat verslag bleek dat de circulatie van het virus in de gevaccineerde koppels wilde eenden alsook in omliggende pluimveebedrijven met succes werd voorkomen.

(8)

Op 26 augustus 2013 heeft Portugal een nieuw programma voor preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd. Dat programma („het preventieve-vaccinatieprogramma”) zou tot en met 31 december 2014 worden toegepast.

(9)

In wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid van 2005 (8), 2007 (9) en 2008 (10) werd bevestigd dat preventieve vaccinatie een waardevol middel ter aanvulling van de maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza is.

(10)

Om een eventuele onopgemerkte circulatie van het virus bij gevaccineerde vogels op te sporen moet overeenkomstig het preventieve-vaccinatieprogramma bovendien worden gezorgd voor toezicht en laboratoriumtests op het bedrijf waar de gevaccineerde wilde eenden en niet-gevaccineerde verklikkerdieren worden gehouden, met inbegrip van individuele identificatie van dat pluimvee.

(11)

Ook dienen overeenkomstig het preventieve-vaccinatieprogramma bepaalde beperkingen te worden toegepast op verplaatsingen van gevaccineerde wilde eenden, de broedeieren daarvan en wilde eenden afkomstig van deze eenden. Gezien het kleine aantal wilde eenden op het bedrijf waar de preventieve vaccinatie moet worden uitgevoerd en om redenen van traceerbaarheid en logistiek mogen de gevaccineerde wilde eenden dat bedrijf niet verlaten, maar moeten zij na het einde van hun voortplantingscyclus worden gedood overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn (EG) nr. 1099/2009 van de Raad (11) en moeten zij veilig worden verwijderd overeenkomstig de voorschriften in Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (12).

(12)

Voor de handel in pluimvee dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, heeft Portugal aanvullende maatregelen genomen krachtens Beschikking 2006/605/EG van de Commissie (13).

(13)

Om de economische gevolgen voor het betrokken bedrijf te beperken, moeten bepaalde afwijkingen van de verplaatsingsbeperkingen voor wilde eenden afkomstig van gevaccineerde wilde eenden worden toegestaan, op voorwaarde dat deze verplaatsingen het risico voor verspreiding van aviaire influenza niet verhogen, dat officieel toezicht wordt gehouden en dat aan de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer binnen de Unie wordt voldaan.

(14)

Gezien de epidemiologische situatie met betrekking tot laagpathogene aviaire influenza in Portugal, het met het soort bedrijf in kwestie samenhangende risico en de beperkte omvang van het preventieve-vaccinatieprogramma, moet het programma worden goedgekeurd en uiterlijk tot 31 december 2014 worden uitgevoerd.

(15)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In dit besluit worden bepaalde maatregelen vastgesteld die in Portugal in één bedrijf in de gemeente Vila Nova da Barquinha in de regio Lisboa e Vale do Tejo, Ribatejo Norte, moeten worden genomen indien preventieve vaccinaties worden uitgevoerd op een bedrijf waar wilde eenden (Anas platyrhynchos) die bestemd zijn om in het wild te worden uitgezet („wilde eenden”) worden gehouden en waar een bijzonder risico bestaat dat aviaire influenza wordt binnengebracht.

Deze maatregelen omvatten:

a)

bepaalde beperkingen op de verplaatsing binnen Portugal en de verzending uit Portugal van de gevaccineerde wilde eenden, de broedeieren daarvan en daaruit afkomstige wilde eenden;

b)

het verwijderen van gevaccineerde wilde eenden.

2.   Dit besluit is van toepassing onverminderd de beschermende maatregelen die Portugal overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG en Beschikking 2006/605/EG neemt.

Artikel 2

Goedkeuring van het preventieve-vaccinatieprogramma

1.   Het programma voor preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza in Portugal, dat op 26 augustus 2013 door Portugal bij de Commissie is ingediend en dat loopt tot 31 december 2014 („het preventieve-vaccinatieprogramma”), wordt goedgekeurd.

2.   De Commissie publiceert het preventieve-vaccinatieprogramma op haar website.

Artikel 3

Voorwaarden voor de uitvoering van het preventieve-vaccinatieprogramma

1.   Portugal zorgt ervoor dat het preventieve-vaccinatieprogramma wordt uitgevoerd met een monovalent geïnactiveerd vaccin dat aviaire influenza van subtype H5 bevat en dat overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG of Verordening (EG) nr. 726/2004 is toegestaan.

2.   Portugal zorgt ervoor dat het preventieve-vaccinatieprogramma wordt uitgevoerd zoals het is meegedeeld.

Artikel 4

Merken en beperkingen op verplaatsingen, verzendingen en verwijdering van gevaccineerde wilde eenden

Portugal zorgt ervoor dat gevaccineerde wilde eenden op het in artikel 1, lid 1, bedoelde bedrijf:

a)

individueel worden gemerkt;

b)

niet worden verplaatst naar andere pluimveehouderijen in Portugal;

c)

niet uit Portugal worden verzonden.

Na hun voortplantingsperiode moeten die wilde eenden op het in artikel 1, lid 1, van dit besluit bedoelde bedrijf worden gedood overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1099/2009 en moeten hun karkassen veilig worden verwijderd overeenkomstig de voorschriften in Verordening (EU) nr. 142/2011.

Artikel 5

Beperkingen op verplaatsingen en verzendingen van broedeieren van wilde eenden op het in artikel 1, lid 1, bedoelde bedrijf

Portugal zorgt ervoor dat broedeieren van wilde eenden op het in artikel 1, lid 1, bedoelde bedrijf:

a)

uitsluitend worden verplaatst naar een broederij in Portugal;

b)

niet uit Portugal worden verzonden.

Artikel 6

Beperkingen op verplaatsingen en verzendingen van wilde eenden afkomstig van gevaccineerde wilde eenden

1.   Portugal zorgt ervoor dat wilde eenden afkomstig van de gevaccineerde wilde oudereenden uitsluitend na het uitbroeden worden verplaatst van het in artikel 1, lid 1, bedoelde bedrijf naar een bedrijf in een gebied rondom het eerstgenoemde bedrijf.

Dat gebied wordt vastgesteld door Portugal zoals bepaald in het preventieve-vaccinatieprogramma.

2.   In afwijking van lid 1 en op voorwaarde dat zij meer dan vier maanden oud zijn, mogen wilde eenden afkomstig van gevaccineerde wilde oudereenden:

a)

in Portugal in het wild worden uitgezet, of

b)

uit Portugal worden verzonden, mits:

i)

de resultaten van het toezicht en de laboratoriumtests die in het preventieve-vaccinatieprogramma zijn aangegeven, gunstig zijn;

ii)

wordt voldaan aan de voorwaarden van Beschikking 2006/605/EG voor de verzending van pluimvee dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet.

Artikel 7

Gezondheidscertificaten voor het handelsverkeer binnen de Unie in wilde eenden afkomstig van gevaccineerde wilde eenden

Portugal zorgt ervoor dat de gezondheidscertificaten bij op grond van artikel 6, lid 2, onder b), verzonden wilde eenden voor het handelsverkeer binnen de Unie in pluimvee dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, de volgende zin bevatten:

„Deze zending voldoet aan de bij Uitvoeringsbesluit 2013/651/EU van de Commissie (*1) vastgestelde veterinairrechtelijke voorwaarden.

(*1)   PB L 302 van 13.11.2013, blz. 53 ”."

Artikel 8

Verslagen

Portugal dient binnen één maand na de kennisgeving van dit besluit een verslag in bij de Commissie over de uitvoering van het preventieve-vaccinatieprogramma en brengt vervolgens om de zes maanden verslag uit tijdens de vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

Artikel 9

Toepasselijkheid

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 december 2014.

Artikel 10

Adressaat

Dit besluit is gericht tot de Portugese Republiek.

Gedaan te Brussel, 8 november 2013.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)   PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16.

(2)  Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1).

(4)  Beschikking 2008/285/EG van de Commissie van 19 maart 2008 inzake noodvaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza van wilde eenden in Portugal en maatregelen ter beperking van de verplaatsingen van dat pluimvee en producten daarvan (PB L 92 van 3.4.2008, blz. 37).

(5)  Beschikking 2008/838/EG van de Commissie van 3 november 2008 inzake preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza van wilde eenden in Portugal en bepaalde maatregelen ter beperking van de verplaatsingen van dat pluimvee en producten daarvan (PB L 299 van 8.11.2008, blz. 40).

(6)  Besluit 2010/189/EU van de Commissie van 29 maart 2010 inzake preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza bij wilde eenden in Portugal en bepaalde maatregelen ter beperking van de verplaatsingen van dat pluimvee en producten daarvan (PB L 83 van 30.3.2010, blz. 62).

(7)  Uitvoeringsbesluit 2012/110/EU van de Commissie van 10 februari 2012 inzake preventieve vaccinatie tegen laagpathogene aviaire influenza bij wilde eenden in Portugal en bepaalde maatregelen ter beperking van de verplaatsingen van dat pluimvee en producten daarvan (PB L 50 van 23.2.2012, blz. 46).

(8)  Scientific Opinion on Animal health and welfare aspects of Avian Influenza (EFSA Journal (2005) 266, 1-21).

(9)  Scientific Opinion on Vaccination against avian influenza of H5 and H7 subtypes in domestic poultry and captive birds (EFSA Journal (2007) 489).

(10)  Scientific Opinion on Animal health and welfare aspects of avian influenza and the risks of its introduction into the EU poultry holdings (EFSA Journal (2008) 715, 1-161).

(11)  Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PB L 303 van 18.11.2009, blz. 1).

(12)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(13)  Beschikking 2006/605/EG van de Commissie van 6 september 2006 tot vaststelling van bepaalde beschermende maatregelen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet (PB L 246 van 8.9.2006, blz. 12).